God en Geld

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,
Lieve mensen van God.

13 Juich, hemel! Jubel, aarde! Bergen, breek uit in gejuich!
De HEER heeft zijn volk getroost, hij heeft zich over de armen ontfermd.

In Jesaja 49 is een profeet aan het woord die de ballingen ziet keren…
Ze gingen een voor een, maar ze keren in stoeten…
Jesaja, de profeet; Huub Oosterhuis, de dichter;
en de zingende gemeente zien het helemaal voor zich:
De ballingen keren! De HEER troost zijn volk!
Hij ontfermt zich over de armen.

Een profetie, die lijnrecht staat tegenover de godverlatenheid.
Sion – zeg maar de inwoners van Jeruzalem –
gaan dwars tegen de profeet, de dichter en de zingende gemeente in…
‘De HEER heeft mij verlaten, mijn Heer is mij vergeten.’  

Menigeen kent dat gevoel maar al te goed.
Je bidt de sterren van de hemel, maar het voelt alsof je ldetterlijk
ins blaue hinein staat te bidden. Niemand, die je hoort…
Eindeloze stilte is het antwoord op jouw smeekgebeden.
Je voelt je… zo hopeloos alleen…
Helpen profetische woorden als jij je zo alleen voelt?
Helpen dichterlijke taal of een zingende gemeente 
als jij je van God en alle mensen verlaten voelt?
Nee, niet echt… Zeg maar gerust: Echt niet!
Wat wel?

Ik ontmoette een jaar of vier geleden een jonge vrouw.
Ze moest aan iedereen verantwoording afleggen, omdat zij
moeder was geworden van een  welgeschapen baby. Waarom?
Omdat ze in een rolstoel zit… Allerlei familieleden en dorpsgenoten
vroegen haar of dat nu wel verantwoord was…
De goegemeente zei haar dat ze ook eens aan dat kind moest denken!
Het is toch niet leuk om met een gehandicapte moeder op te groeien?
Voor deze vrouw was God in geen velden op wegen te bekennen.

En ik hoefde op dat moment echt niet aan te komen met zalvende woorden
of mooie Bijbelteksten…

Laten merken dat je het heel erg vindt…
Dat jij ook vindt dat die mensen haar een trap na geven!
Dat kun je doen… meer niet. Op de belofte dat we juist daarom een mooie doopdienst voor haar baby zouden vieren, reageerde ze met…
“Nou, dat zien we dan wel weer!”

Een paar weken geleden is het – inmiddels vierjarige meisje –  gedoopt;
samen met haar broertje, die een half jaar geleden is geboren.

De moeder heeft in de loop van de tijd geleerd, zich van het ondoordachte geklets in familiekring en supermarkt niets aan te trekken.
De overbezorgdheid van allerlei hulpverleners
– die haar zoveel pijn deed –
is langzaam weggeëbd.  
Ze is gewoon een goeie, lieve, soms ook strenge  moeder, die haar kinderen heel goed verzorgt. Dat kost pijn en moeite, maar zou een moeder haar
kind in de steek laten? Nee toch! En zeker deze moeder niet, die
dat ellendige godverlaten gevoel maat al te goed kent.

Dat gevoel heeft ze – goddank – achter zich gelaten. In de omgang met haar kinderen, heeft ze haar zelfvertrouwen teruggevonden…  en heel veel mensen
hebben geen idee hoe dicht zelfvertrouwen en godsvertrouwen bij elkaar liggen.  Daar kun je bijna een is-gelijk-teken tussen zetten.

Met het beeld van deze moeder voor ogen, dringen de woorden van de  profeet nog dieper door: 
God zegt tegen ( de mensen in)  Jeruzalem: Maar kan een vrouw haar zuigeling vergeten of harteloos zijn tegen het kind dat zij droeg? Zelfs al zou dat toch gebeuren: Ik, de Heer, vergeet jou nooit!

Hoort u dat? Hier wordt de zorg van de Eeuwige in vrouwelijke beelden getekend. Kan een vrouw haar zuigeling vergeten? Nee natuurlijk niet…
Elke uitzending van “Spoorloos” bewijst het weer. Honderden, nee duizenden  moeders stonden hun kind af, vaak gedwongen, en als ze er zelf toe besloten, was dat vrijwel altijd  omdat ze te arm waren om voor het kind te zorgen.
Maar heb je ooit een moeder gezien die een kind afstond, en dat kleintje  vergeet? Nee nooit! Zo vergeet ook God zijn mensen niet. Hij vergeet ook de moeders niet die zich van God  en alle mensen verlaten voelen.

Ieder mens heeft een plekje in Gods hart… We staan allemaal geschreven in de palm van haar hand. Sion, je kinderen haasten zich terug naar huis, de vijand die je verwoestte en vernielde, trekt weg.

De profeet bemoedigt de inwoners van de Jeruzalem… 
Open je ogen, kijk om je heen: Je kinderen stromen in drommen naar je toe.
Zo waar ik leef – spreekt de Eeuwige –, je zult je met hen tooien, hen dragen zoals een bruid haar sieraden.
Spoorloos eindigt vaak met stralende moeders en dolgelukkig kinderen…. De dichter bemoedigt jou en mij en we zingen boven onszelf uit: De ballingen keren… ze keren in stoeten…

De kinderen van Jeruzalem, de moederstad, keren tot haar weer en dat zorgt ervoor dat Jeruzalem zichzelf terugvindt… Jerusjalaïm wordt… stad van vrede.
Jerusjalaïm, o Godstad vrolijk zingen wij u lof… Mensen vinden het geloof in zichzelf terug en daarmee hun vertrouwen op God… of andersom. 

Zoals een moeder verbonden is met haar kinderen… zo is de Eeuwige verbonden met jou en alle mensen. God zorgt voor haar mensen, op zijn tijd, op haar manier, met zijn niet aflatende zorg, vanuit haar onbegrensde barmhartigheid.
Daar mag je echt op rekenen…  Dat is de bemoedigende boodschap, die tot ons komt vanuit het Eerste Testament… een boodschap die u en mij, die ons allemaal bevestigt in ons bestaan.

We lazen echter ook een stukje Bergrede.
Dat is, althans op het eerste gezicht  minder bemoedigend en ook niet zo bevestigend… Het is eerder kritisch, uitdagend. We lazen: Niemand kan twee heren dienen. Je kunt niet God dienen en de Mammon. Die twee machten staan lijnrecht tegenover elkaar: God en de Mammon.


Ik zag deze week het paleis van Janekovitsch even buiten Kiev. Ik moest denken aan al die andere schatrijke koningshuizen en corrupte presidenten die hun gestolen miljarden parkeren op buitenlandse bankrekeningen. Je kunt niet God dienen en de mammon.
Het zijn de kpitaalkrachtige machthebbers als Assad en Videla, Poetin en Janukowitsch  die troepen inhuren om hun landgenoten te beschieten:
Je kunt niet God dienen en de mammon.

Het zijn de oligarchen in het oosten en grote graaiers in het westen die – gewetenloos als ze zijn – een hele samenleving laten opdraaien voor hun
gigasalarissen en dito bonussen, terwijl de buurman met het schaamrood op zijn kaken naar de voedselbank gaat, en kerken bijspringen waar de nood hoog is. 

Zouden wij, christenen, in wier samenleving het geld een zo dominante rol speelt, niet veel meer vragen moeten stellen? Zouden we niet wat dieper moeten nadenken? Zou het niet goed zijn ook vanuit de kerken deel te nemen aan het maatschappelijk debat ove de rol van het Geld?
Of moeten we eerst in de spiegel kijken en ons in alle eerlijkheid afvragen, waarop uiteindelijk ons vertrouwenc is gevestigd? Op ons banksaldo of op de Eeuwige? Waarover maken wij ons zorgen? Wat kwelt ons vooral? Een gevoel van godverlatenheid of een bankafschrift met rode cijfers?  

De Engelse godsdienstpedagoog John M. Hull, heeft zich met die vragen bezig  gehouden. Ik heb hem twee keer ontmoet op conferenties. Hij schreef o.a een boek getiteld “God en geld”.

Daarin vertelt hij o.a. hoe een vriendenclub van 15 jarigen elkaar cadeautjes geeft bij verjaardagen. Ze kopen een kaart en leggen daarin een biljet van 5 pond. Dat is het standaard cadeau binnen die groep. Ze vinden dat ideaal.

Zo’n standaardcadeau bespaart je een hoop stress.  Ze hoeven niet bang te zijn dat hun cadeau niet welkom is.  Zich niet af te vragen of hun geschenk duurder of juist  goedkoper is dan wat ze van de ander kregen? Je hoeft niet naar de winkel;  Je hoeft niet na te denken over wat die ander mooi zal vinden.
Je loopt geen enkel risico.  Je hebt hebt het volledig zelf in de hand.

Een van de oudste legenden over geld is die over koning Midas van Kreta.
Hij kreeg van de goden een bijzondere gave. Alles wat hij aanraakte veranderde in goud…. Schathemeltjerijk werd Midas!
Maar toen ook zijn eten en drinken in goud veranderde, smeekte hij de goden van die gave verlost te worden.
Die legende liet 650 jaar voor Christus al zien dat geld een humaan leven mogelijk kan maken, maar ook op een geweldige manier verstoren.
Geld is een raar goedje, dat gekke dingen doet met een mens.

Het is een tot een fetisj geworden, een allesbepalend onderdeel van het leven.  Je kunt het woord geld niet meer zomaar in een willekeurig rijtje zetten. 
Huis, boom, beest, lamp, geld, stoel. GELD neemt een bijzondere plaats in.
 Geld vertelt over de waarde van de andere dingen in dat rijtje. Een huis is meer waard dan een stoel… OK. Daar is toch niks mis mee?

Nee, maar het wordt anders als we het over dit rijtje hebben:
thuiszorg, mensenleven, verplegen, zorg voor gehandicapten, kerkenwerk.
Geld vertelt vandaag de dag ook over de waarde zulke dingen.
Alles wordt immers teruggebracht tot geld.
Geld is allesbepalend, zoals vroeger
-en voor sommigen nog steeds-
God alles bepaalde.

Over God gesproken! Ook God is niet een begrip dat je zomaar
in een rijtje andere begrippen kunt zetten.
De Eeuwige is geen ding onder de dingen,
geen concept onder de concepten,
geen wezen onder de wezens –
God is aan niets en niemand gelijk.

Theologen zeggen:
In God vinden alle andere dingen hun bestaansgrond, hun waarde. 
Economen zeggen bijna hetzelfde over geld.
God en Geld lijken akelig veel op elkaar, zegt John Hull, 
en dingen die op elkaar lijken, hebben de neiging elkaar te vervangen.

Met het Geld is iets unieks gebeurd. Het was ooit een simpel ruilmiddel.
Nu is het voor zeer velen: het hoogste goed. Het alles bepalende doel.
Geld is uitgegroeid tot de afgod van onze tijd,
met tempels in de City of London, op Wallstreet, in Frankfurt en langs de zuidas.

Geld, de afgod van onze tijd, schenkt de rijken een gevoel van Almacht.
John Hull, vertelt dat hij ooit met een vriendin op 5th avenue liep.
Zij beschreef de wolkenkrabbers en de appartementen
die daarin zijn ondergebracht. (John is blind) 
“Wat kost zo’n penthouse?” vroeg hij haar.

Ze antwoordde: “John, als het je wens is zo’n penthouse te bezitten,
en eerst naar de prijs moet vragen, zul je er nooit een hebben.
Hier wonen alleen mensen,die – als ze op het idee komen zo’n penhouse
te kopen – dat ook gewoon meteen doen.
John parafraseert Genesis: In den beginne sprak de rijke: Penthouse! 
En zie hij bezit een penthouse….en de rijke ziet dat het goed is.
het was avond geweest en het was morgen geweest…
de eerste dag.  Rijkdom maakt mensen Gode gelijk.

Als het gaat over gode gelijk worden, zijn Jodendom, Christendom en Islam het roerend met elkaar eens. Wie Gode gelijk wordt, raakt van zijn plaats.
Wie zich als een God gedraagt, weet zelfs zijn plaats niet meer…
Wie zich almachtig waant, verliest zijn menselijkheid.

In allerlei heidendom is de almacht gereserveerd voor de goden en hun vertegenwoordigers op aarde… In Egypte zijn dat de Farao’s, in Babylon koningen zoals Nebukadnessar; in Rome de keizers en vul die van
onze tijd zelf maar in. De religie genereert macht, macht genereert rijkdom,
rijkdom en almacht genereren de angst om die twee kwijt te raken,  
en tenslotte legitimeert de religie het wangedrag
 dat voortkomt uit die angst.

Met die combinatie van macht en rijkdom hoef je bij de God van Israel
niet aan te komen. Jezus zegt het expliciet:
Je kunt niet God dienen en de Mammon.

Wie vandaag de dag Gods koninkrijk zoekt en zijn gerechtigheid,
zal minstens vragen stellen bij de rol die geld speelt in onze samenleving.
God dienen betekent immers: Je inzetten voor gerechtigheid.
God dienen betekent: Werken aan een wereld waarin geld
het middel wordt dat mensen in staat stelt
tot: eerlijk te delen…

Jezus zegt: Vraag je niet bezorgd af: “Wat zullen we eten?”
 of:“Wat zullen we drinken?” of: “Waarmee zullen we ons kleden?”
Dat zijn dingen die de heidenen najagen;  

Dat zijn de dingen waar de afgodendienaars zich druk over maken.
Dat zijn de dingen waar de mammonaanbidders mee bezig zijn.
Zoek liever eerst het koninkrijk van God en zijn gerechtigheid,
dan zullen al die andere dingen je erbij gegeven worden.

Voor de vele armen op deze wereld is het gat tussen hun wensen en de vervulling daarvan zo groot, dat het reikt tot over hun graf heen.
De gelovigen vertrouwen erop dat zij in het hiernamaals
tot hun recht zullen komen. Zo lang straatarm Afrika
zijn hoop op recht en vrede moet vestigen op het
het leven na de dood, is er voor christenen
nog heel veel werk te doen.

Jezus roept ons op niet bezorgd te zijn.
Dat is geen pleidooi om achteloos en slordig te leven.
Hij roept ons zeker niet op om ons nergens druk over te maken.
In een Engels commentaar las ik: Jesus intended to free his disciples from worry, not from work. Jezus wilde zijn discipelen bevrijden van zorgen, niet van werk.

Er is wel degelijk iets om je druk over te maken: Gerechtigheid!
Er is wel degelijk iets om aan te werken: Het koninkrijk van God.


Waar rijken  en machtigen zich als goden gedragen, zullen gelovigen proberen bescheiden te blijven. Zij weten hun plaats.
Waar machthebbers gode gelijk willen zijn: zullen gelovigen blij zijn dat ze een instrument mogen wezen in de hand van de enige God, die mensen dient.
Godsdienst is Gods dienst aan mensen;
Gods dienst aan de menselijkheid – kreeg gestalte in Thora en profeten;
in Jezus Messias en in de gemeente, die in haar werken van barhartigheid
die ene unieke God, zichtbaar maakt in een wereld
die op haar knieën ligt voor Mammon 
 
Werken van barmhartigheid: Kijk maar naar uw diaconie – kijk maar naar de HWK, die zonder aanzien des persoons mensen in crisis de helpen hand toesteekt. Kijk maar naar dominee Alblas en zijn gemeente in Leiden;
Waar verwende, angstige mensen een ex-gedetineerde geen plek meer te gunnen in de samenleving, gaan gelovigen onbezorgd en vol vertrouwen aan het werk.  Ja, warempel, de kerk van Jezus Christus kan – juist in een samenleving als de onze – het verschil maken. Dat het zo mag zijn… AMEN

God en Geld

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,
Lieve mensen van God.

13 Juich, hemel! Jubel, aarde! Bergen, breek uit in gejuich!
De HEER heeft zijn volk getroost, hij heeft zich over de armen ontfermd.

In Jesaja 49 is een profeet aan het woord die de ballingen ziet keren…
Ze gingen een voor een, maar ze keren in stoeten…
Jesaja, de profeet; Huub Oosterhuis, de dichter;
en de zingende gemeente zien het helemaal voor zich:
De ballingen keren! De HEER troost zijn volk!
Hij ontfermt zich over de armen.

Een profetie, die lijnrecht staat tegenover de godverlatenheid.
Sion – zeg maar de inwoners van Jeruzalem –
gaan dwars tegen de profeet, de dichter en de zingende gemeente in…
‘De HEER heeft mij verlaten, mijn Heer is mij vergeten.’  

Menigeen kent dat gevoel maar al te goed.
Je bidt de sterren van de hemel, maar het voelt alsof je ldetterlijk
ins blaue hinein staat te bidden. Niemand, die je hoort…
Eindeloze stilte is het antwoord op jouw smeekgebeden.
Je voelt je… zo hopeloos alleen…
Helpen profetische woorden als jij je zo alleen voelt?
Helpen dichterlijke taal of een zingende gemeente 
als jij je van God en alle mensen verlaten voelt?
Nee, niet echt… Zeg maar gerust: Echt niet!
Wat wel?

Ik ontmoette een jaar of vier geleden een jonge vrouw.
Ze moest aan iedereen verantwoording afleggen, omdat zij
moeder was geworden van een  welgeschapen baby. Waarom?
Omdat ze in een rolstoel zit… Allerlei familieleden en dorpsgenoten
vroegen haar of dat nu wel verantwoord was…
De goegemeente zei haar dat ze ook eens aan dat kind moest denken!
Het is toch niet leuk om met een gehandicapte moeder op te groeien?
Voor deze vrouw was God in geen velden op wegen te bekennen.

En ik hoefde op dat moment echt niet aan te komen met zalvende woorden
of mooie Bijbelteksten…

Laten merken dat je het heel erg vindt…
Dat jij ook vindt dat die mensen haar een trap na geven!
Dat kun je doen… meer niet. Op de belofte dat we juist daarom een mooie doopdienst voor haar baby zouden vieren, reageerde ze met…
“Nou, dat zien we dan wel weer!”

Een paar weken geleden is het – inmiddels vierjarige meisje –  gedoopt;
samen met haar broertje, die een half jaar geleden is geboren.

De moeder heeft in de loop van de tijd geleerd, zich van het ondoordachte geklets in familiekring en supermarkt niets aan te trekken.
De overbezorgdheid van allerlei hulpverleners
– die haar zoveel pijn deed –
is langzaam weggeëbd.  
Ze is gewoon een goeie, lieve, soms ook strenge  moeder, die haar kinderen heel goed verzorgt. Dat kost pijn en moeite, maar zou een moeder haar
kind in de steek laten? Nee toch! En zeker deze moeder niet, die
dat ellendige godverlaten gevoel maat al te goed kent.

Dat gevoel heeft ze – goddank – achter zich gelaten. In de omgang met haar kinderen, heeft ze haar zelfvertrouwen teruggevonden…  en heel veel mensen
hebben geen idee hoe dicht zelfvertrouwen en godsvertrouwen bij elkaar liggen.  Daar kun je bijna een is-gelijk-teken tussen zetten.

Met het beeld van deze moeder voor ogen, dringen de woorden van de  profeet nog dieper door: 
God zegt tegen ( de mensen in)  Jeruzalem: Maar kan een vrouw haar zuigeling vergeten of harteloos zijn tegen het kind dat zij droeg? Zelfs al zou dat toch gebeuren: Ik, de Heer, vergeet jou nooit!

Hoort u dat? Hier wordt de zorg van de Eeuwige in vrouwelijke beelden getekend. Kan een vrouw haar zuigeling vergeten? Nee natuurlijk niet…
Elke uitzending van “Spoorloos” bewijst het weer. Honderden, nee duizenden  moeders stonden hun kind af, vaak gedwongen, en als ze er zelf toe besloten, was dat vrijwel altijd  omdat ze te arm waren om voor het kind te zorgen.
Maar heb je ooit een moeder gezien die een kind afstond, en dat kleintje  vergeet? Nee nooit! Zo vergeet ook God zijn mensen niet. Hij vergeet ook de moeders niet die zich van God  en alle mensen verlaten voelen.

Ieder mens heeft een plekje in Gods hart… We staan allemaal geschreven in de palm van haar hand. Sion, je kinderen haasten zich terug naar huis, de vijand die je verwoestte en vernielde, trekt weg.

De profeet bemoedigt de inwoners van de Jeruzalem… 
Open je ogen, kijk om je heen: Je kinderen stromen in drommen naar je toe.
Zo waar ik leef – spreekt de Eeuwige –, je zult je met hen tooien, hen dragen zoals een bruid haar sieraden.
Spoorloos eindigt vaak met stralende moeders en dolgelukkig kinderen…. De dichter bemoedigt jou en mij en we zingen boven onszelf uit: De ballingen keren… ze keren in stoeten…

De kinderen van Jeruzalem, de moederstad, keren tot haar weer en dat zorgt ervoor dat Jeruzalem zichzelf terugvindt… Jerusjalaïm wordt… stad van vrede.
Jerusjalaïm, o Godstad vrolijk zingen wij u lof… Mensen vinden het geloof in zichzelf terug en daarmee hun vertrouwen op God… of andersom. 

Zoals een moeder verbonden is met haar kinderen… zo is de Eeuwige verbonden met jou en alle mensen. God zorgt voor haar mensen, op zijn tijd, op haar manier, met zijn niet aflatende zorg, vanuit haar onbegrensde barmhartigheid.
Daar mag je echt op rekenen…  Dat is de bemoedigende boodschap, die tot ons komt vanuit het Eerste Testament… een boodschap die u en mij, die ons allemaal bevestigt in ons bestaan.

We lazen echter ook een stukje Bergrede.
Dat is, althans op het eerste gezicht  minder bemoedigend en ook niet zo bevestigend… Het is eerder kritisch, uitdagend. We lazen: Niemand kan twee heren dienen. Je kunt niet God dienen en de Mammon. Die twee machten staan lijnrecht tegenover elkaar: God en de Mammon.


Ik zag deze week het paleis van Janekovitsch even buiten Kiev. Ik moest denken aan al die andere schatrijke koningshuizen en corrupte presidenten die hun gestolen miljarden parkeren op buitenlandse bankrekeningen. Je kunt niet God dienen en de mammon.
Het zijn de kpitaalkrachtige machthebbers als Assad en Videla, Poetin en Janukowitsch  die troepen inhuren om hun landgenoten te beschieten:
Je kunt niet God dienen en de mammon.

Het zijn de oligarchen in het oosten en grote graaiers in het westen die – gewetenloos als ze zijn – een hele samenleving laten opdraaien voor hun
gigasalarissen en dito bonussen, terwijl de buurman met het schaamrood op zijn kaken naar de voedselbank gaat, en kerken bijspringen waar de nood hoog is. 

Zouden wij, christenen, in wier samenleving het geld een zo dominante rol speelt, niet veel meer vragen moeten stellen? Zouden we niet wat dieper moeten nadenken? Zou het niet goed zijn ook vanuit de kerken deel te nemen aan het maatschappelijk debat ove de rol van het Geld?
Of moeten we eerst in de spiegel kijken en ons in alle eerlijkheid afvragen, waarop uiteindelijk ons vertrouwenc is gevestigd? Op ons banksaldo of op de Eeuwige? Waarover maken wij ons zorgen? Wat kwelt ons vooral? Een gevoel van godverlatenheid of een bankafschrift met rode cijfers?  

De Engelse godsdienstpedagoog John M. Hull, heeft zich met die vragen bezig  gehouden. Ik heb hem twee keer ontmoet op conferenties. Hij schreef o.a een boek getiteld “God en geld”.

Daarin vertelt hij o.a. hoe een vriendenclub van 15 jarigen elkaar cadeautjes geeft bij verjaardagen. Ze kopen een kaart en leggen daarin een biljet van 5 pond. Dat is het standaard cadeau binnen die groep. Ze vinden dat ideaal.

Zo’n standaardcadeau bespaart je een hoop stress.  Ze hoeven niet bang te zijn dat hun cadeau niet welkom is.  Zich niet af te vragen of hun geschenk duurder of juist  goedkoper is dan wat ze van de ander kregen? Je hoeft niet naar de winkel;  Je hoeft niet na te denken over wat die ander mooi zal vinden.
Je loopt geen enkel risico.  Je hebt hebt het volledig zelf in de hand.

Een van de oudste legenden over geld is die over koning Midas van Kreta.
Hij kreeg van de goden een bijzondere gave. Alles wat hij aanraakte veranderde in goud…. Schathemeltjerijk werd Midas!
Maar toen ook zijn eten en drinken in goud veranderde, smeekte hij de goden van die gave verlost te worden.
Die legende liet 650 jaar voor Christus al zien dat geld een humaan leven mogelijk kan maken, maar ook op een geweldige manier verstoren.
Geld is een raar goedje, dat gekke dingen doet met een mens.

Het is een tot een fetisj geworden, een allesbepalend onderdeel van het leven.  Je kunt het woord geld niet meer zomaar in een willekeurig rijtje zetten. 
Huis, boom, beest, lamp, geld, stoel. GELD neemt een bijzondere plaats in.
 Geld vertelt over de waarde van de andere dingen in dat rijtje. Een huis is meer waard dan een stoel… OK. Daar is toch niks mis mee?

Nee, maar het wordt anders als we het over dit rijtje hebben:
thuiszorg, mensenleven, verplegen, zorg voor gehandicapten, kerkenwerk.
Geld vertelt vandaag de dag ook over de waarde zulke dingen.
Alles wordt immers teruggebracht tot geld.
Geld is allesbepalend, zoals vroeger
-en voor sommigen nog steeds-
God alles bepaalde.

Over God gesproken! Ook God is niet een begrip dat je zomaar
in een rijtje andere begrippen kunt zetten.
De Eeuwige is geen ding onder de dingen,
geen concept onder de concepten,
geen wezen onder de wezens –
God is aan niets en niemand gelijk.

Theologen zeggen:
In God vinden alle andere dingen hun bestaansgrond, hun waarde. 
Economen zeggen bijna hetzelfde over geld.
God en Geld lijken akelig veel op elkaar, zegt John Hull, 
en dingen die op elkaar lijken, hebben de neiging elkaar te vervangen.

Met het Geld is iets unieks gebeurd. Het was ooit een simpel ruilmiddel.
Nu is het voor zeer velen: het hoogste goed. Het alles bepalende doel.
Geld is uitgegroeid tot de afgod van onze tijd,
met tempels in de City of London, op Wallstreet, in Frankfurt en langs de zuidas.

Geld, de afgod van onze tijd, schenkt de rijken een gevoel van Almacht.
John Hull, vertelt dat hij ooit met een vriendin op 5th avenue liep.
Zij beschreef de wolkenkrabbers en de appartementen
die daarin zijn ondergebracht. (John is blind) 
“Wat kost zo’n penthouse?” vroeg hij haar.

Ze antwoordde: “John, als het je wens is zo’n penthouse te bezitten,
en eerst naar de prijs moet vragen, zul je er nooit een hebben.
Hier wonen alleen mensen,die – als ze op het idee komen zo’n penhouse
te kopen – dat ook gewoon meteen doen.
John parafraseert Genesis: In den beginne sprak de rijke: Penthouse! 
En zie hij bezit een penthouse….en de rijke ziet dat het goed is.
het was avond geweest en het was morgen geweest…
de eerste dag.  Rijkdom maakt mensen Gode gelijk.

Als het gaat over gode gelijk worden, zijn Jodendom, Christendom en Islam het roerend met elkaar eens. Wie Gode gelijk wordt, raakt van zijn plaats.
Wie zich als een God gedraagt, weet zelfs zijn plaats niet meer…
Wie zich almachtig waant, verliest zijn menselijkheid.

In allerlei heidendom is de almacht gereserveerd voor de goden en hun vertegenwoordigers op aarde… In Egypte zijn dat de Farao’s, in Babylon koningen zoals Nebukadnessar; in Rome de keizers en vul die van
onze tijd zelf maar in. De religie genereert macht, macht genereert rijkdom,
rijkdom en almacht genereren de angst om die twee kwijt te raken,  
en tenslotte legitimeert de religie het wangedrag
 dat voortkomt uit die angst.

Met die combinatie van macht en rijkdom hoef je bij de God van Israel
niet aan te komen. Jezus zegt het expliciet:
Je kunt niet God dienen en de Mammon.

Wie vandaag de dag Gods koninkrijk zoekt en zijn gerechtigheid,
zal minstens vragen stellen bij de rol die geld speelt in onze samenleving.
God dienen betekent immers: Je inzetten voor gerechtigheid.
God dienen betekent: Werken aan een wereld waarin geld
het middel wordt dat mensen in staat stelt
tot: eerlijk te delen…

Jezus zegt: Vraag je niet bezorgd af: “Wat zullen we eten?”
 of:“Wat zullen we drinken?” of: “Waarmee zullen we ons kleden?”
Dat zijn dingen die de heidenen najagen;  

Dat zijn de dingen waar de afgodendienaars zich druk over maken.
Dat zijn de dingen waar de mammonaanbidders mee bezig zijn.
Zoek liever eerst het koninkrijk van God en zijn gerechtigheid,
dan zullen al die andere dingen je erbij gegeven worden.

Voor de vele armen op deze wereld is het gat tussen hun wensen en de vervulling daarvan zo groot, dat het reikt tot over hun graf heen.
De gelovigen vertrouwen erop dat zij in het hiernamaals
tot hun recht zullen komen. Zo lang straatarm Afrika
zijn hoop op recht en vrede moet vestigen op het
het leven na de dood, is er voor christenen
nog heel veel werk te doen.

Jezus roept ons op niet bezorgd te zijn.
Dat is geen pleidooi om achteloos en slordig te leven.
Hij roept ons zeker niet op om ons nergens druk over te maken.
In een Engels commentaar las ik: Jesus intended to free his disciples from worry, not from work. Jezus wilde zijn discipelen bevrijden van zorgen, niet van werk.

Er is wel degelijk iets om je druk over te maken: Gerechtigheid!
Er is wel degelijk iets om aan te werken: Het koninkrijk van God.


Waar rijken  en machtigen zich als goden gedragen, zullen gelovigen proberen bescheiden te blijven. Zij weten hun plaats.
Waar machthebbers gode gelijk willen zijn: zullen gelovigen blij zijn dat ze een instrument mogen wezen in de hand van de enige God, die mensen dient.
Godsdienst is Gods dienst aan mensen;
Gods dienst aan de menselijkheid – kreeg gestalte in Thora en profeten;
in Jezus Messias en in de gemeente, die in haar werken van barhartigheid
die ene unieke God, zichtbaar maakt in een wereld
die op haar knieën ligt voor Mammon 
 
Werken van barmhartigheid: Kijk maar naar uw diaconie – kijk maar naar de HWK, die zonder aanzien des persoons mensen in crisis de helpen hand toesteekt. Kijk maar naar dominee Alblas en zijn gemeente in Leiden;
Waar verwende, angstige mensen een ex-gedetineerde geen plek meer te gunnen in de samenleving, gaan gelovigen onbezorgd en vol vertrouwen aan het werk.  Ja, warempel, de kerk van Jezus Christus kan – juist in een samenleving als de onze – het verschil maken. Dat het zo mag zijn… AMEN