De verzoeking in de woestijn

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,
Lieve mensen van God.


De 40-dagentijd is begonnen. Dagblad “Trouw” kopte op Aswoensdag:
“Het nieuwe vasten; 40-dagen niet twitteren! Ook, misschien wel juist,
in protestantse kring is er in de komende weken  heel wat extra aandacht
voor inkeer en meditatie.
Mensen ontzeggen zichzelf alcoholische versnaperingen of snoepen bijv. niet,
niet omdat het niet mag, maar gewoon om een een poosje een paar vaste gewoontes te doorbreken. Dat kan helpen om je te concentreren op onderwerpen,
waar ze anders niet aan toekomen, maar in de 40-dagen mee aan de slag willen gaan. Voor de een heeft dat te maken met gezondheid, voor de ander met relaties. De relatie met je partner, maar dat kunnen ook collega’s, of buren zijn. Weer een ander besteedt eindelijk weer eens tijd en aandacht aan gebed en  bijbel lezen.
Vasten heeft – hoe dan ook – altijd te maken met de kwaliteit van je bestaan,
met opstaan tot een ander, kwalitatief beter, meer zinvol leven.

Ieder mens wil zinvol leven. Iedereen wil het verschil maken, er op de een of andere manier toe doen, toch? We willen dingen doen die van wezenlijk belang zijn. Nog 10 dagen, dan zijn er gemeenteraadsverkiezingen. Mensen proberen onze stem te krijgen, om op die manier enige macht te verwerven. Want als je macht hebt kun je iets bereiken: iets ten goede of ten kwade; iets voor jezelf of voor de ander. Ja, met macht kan het twee kanten op, dat wordt in het wereldnieuws maar weer al te duidelijk dezer dagen. Als je eenmaal de macht hebt, zoals Janoekowits, dan is het verleidelijk om die te misbruiken. 

We lazen in het evangelie van Mattheüs “de verzoeking in de woestijn.” De tekst staat op de liturgie. Die tekst begint met het woord: “Daarna” en de vraag is dan uiteraard: “Waarna?” Nou, dit verhaal staat direct na de doop van Jezus. Jezus ondergaat dat doopritueel. Een stem uit de hemel zegt: Deze is mijn zoon, de geliefde in wie ik een welbehagen heb.  Direct daarna wordt deze, zojuist gedoopte, zoon blootgesteld aan beproevingen. Hij wordt als het ware getest.

Beide verhalen vertellen over de Geest. In het doopverhaal daalt die neer in de gestalte van een duif… en even later drijft diezelfde geest hem de woestijn in en laat hem over aan Satan. Wat wordt er getest? Waarom die test in de woestijn?

De gemeente staat aan het begin van een bezinningsperiode, de vastentijd.
40-dagen voor Pasen mogen we ons spiegelen aan Jezus  die – net gedoopt –
wordt geconfronteerd met verzoekingen, met een beproeving, een test.
Maar wat wordt er nu precies getest en waarom in de woestijn?

Jezus gaat van nu af aan als volwassen man door het leven, zelf verantwoordelijk voor wat hij doet en laat. Hij trekt weg uit het ouderlijk huis. Het is een soort uittocht, zoals die van Abraham en die van het volk Israël uit Egypte.    

Die exodus gaat door, want ook hij gaat door water heen, ook hij gaat de woestijn in. Jezus verlaat het Egypteland van Nazareth, gaat kopje onder in de Rietzee van de Jordaan en belandt in de woestijn, waar hij honger lijdt en dorst; waar het water bitter blijkt. Jezus gaat de weg van het godsvolk  en schenkt ons in de Bergrede  handvatten voor een zinvol leven. Alsof we weer aan de voet van de Sinaï staan, wachtend op Mozes met de 10 Woorden; tien tips voor een zinvol leven.
Tien handvatten voor een manier van leven die ertoe doet! Jezus’ levensverhaal correspondeert naadloos met de geschiedenis van God, die met zijn volk op weg gaat; Weg uit Angsland, dwars door her woelige water van de zee; de bedreigingen van de woestijn trotserend en dan 10 tips om zinvol en vrij te leven.  

In ons verhaal vertoeft Jezus in de woestijn. Een oord waar de hitte immens is
en stilte oorverdovend. Daar is het zo stil, dat je het ruisen van het bloed in je aderen kunt horen. In die stilte komen je diepste gedachten boven; Daar blijkt wat ons zoal in het bloed zit. Dat is niet altijd een prettige gewaarwording, maar het is wel goed om ze onder ogen te zien. Daartoe dient die meditatie, die inkeer. Het is goed om eens na te denken over wat je echt belangrijk vindt. Je wilt ertoe doen?  O.K. niks mis mee, maar waar wil je toedoen? Waar moet  je nodig iets aan afdoen, waar iets aan toe doen? Wat is doel in het leven? Wat wil je bereiken? En waarom, en hoe? Heiligt je doel de middelen?
In dat proces komt vaak op een geweldige manier jezelf tegen. Dat is hard werken. Daar krijg je honger van.  Maar als honger voelbaar wordt, sluipt ook de beproever naderbij. En eenmaal naderbij gekomen, neemt die beproever het woord:  

“Als jij de zoon van God bent dan…”  De eerste vraag is beantwoord. Hier wordt het zoonschap getest. Hier wordt beproefd of deze zoon zijn doop waardig is.
Is hij werkelijk Gods zoon, de geliefde, waar de Eeuwige plezier in heeft?
Mattheüs vertelt zijn lezers wat het betekent om gedoopt te zijn. We krijgen op deze eerste zondag in de 40 dagen een stukje doopcatechese voor onze kiezen.
De beproeving duurt 40 dagen en 40 nachten. Het is een complete woestijnreis.
Het volk doolt 40 jaar door de woestijn – levenslang. 40 jaar, dat is  in die tijd een generatie. Gedoopt zijn betekent levenslang geboortepijn; Gedoopt zijn betekent:
Levenslang gaan door de woestijnen van leven en samenleven… op weg naar een land vloeiend  van melk en honing, waar recht wordt gedaan en vrede heerst.
We daar aan toe doet, doet er toe. Wie meebouwt aan dat land vloeiend van melk en honing, lijdt een zinvol leven.  

De eerste, joodse hoorders van Mattheüs hebben in dit verhaal zonder enige twijfel de parallellen met Exodus hebben gehoord. Zij hebben het via die weg tot HUN verhaal gemaakt;
Wij mogen in Jezus van Nazareth de gedoopte gemeente herkennen. De weg van die gedoopte gemeente, de roeping van de kerk, is geen andere weg dan die van Israël. Onze levensweg is een levenslange woestijntocht. Onderweg hongeren wij enerzijds naar recht en dorsten naar vrede, anderzijds vallen ook wij ten prooi aan beproevingen, want het is  ozo verleidelijk om mee te dansen rond het gouden kalf, om maar eens een van die beproevingen te noemen. Hoe dat er in de eenentwintigste eeuw uitziet?
Als je de opiniepeilingen mag geloven, is het voor veel Nederlanders bijzonder   aantrekkelijk zich blind te staren op hun eigen navel; hiet is blijkbaar verleidelijk geen centimeter verder te kijken dan je puur egocentrische neus lang is,
terwijl het toch voor iedereen duidelijk moet zijn, dat de neoliberale vleespotten van de marktwerking al lang over de houdbaarheidsdatum heen zijn.   

Je doet er echt toe als je niets liever zou willen, dat alle mensen te eten hebben. We hongert naar recht, krijgt geen brok door zijn keel, zolang er in dit land nog voedselbanken nodig zijn en in veel andere landen mensen sterven van honger
En daar speelt Satan op in…. Geef ze brood!  Als jij de zoon van God bent, maak dan van deze stenen brood. Als jij een kind van God bent en er werkelijk toe doet, dan laat je nu de grote truc zien. Het is verleidelijk. Maar – zegt Jezus  – er staat geschreven… Jezus is geen tovenaar. Hij wil niet als duivelskunstenaar stemmen winnen. Hij laat niet zijn oren hangen naar Satan, om macht te verwerven,
maar luistert naar wat geschreven staat: De mens leeft niet van wat zijn mond ingaat! De mens leeft van datgene wat van Gods mond uitgaat: ZIJN WOORD. 
Zoek eerst het koninkrijk…. Staat er even  verderop. Eerst dat koninkrijk van recht en vrede en dan komen die materiële zaken vanzelf. Als je die volgorde omkeert, geeft je de duivel vrij spel.

Maar ook Satan kent de schriften. Je kunt ook op een duivelse manier met de schriften omgaan. De duivel luistert niet naar Gods woorden, maar legt ze zo uit dat ze in zijn kraam te pas komen. Ook dat is verleidelijk. Neem nou Psalm 91: 11 en 12. Hij vertrouwt je toe aan zijn engelen, die over je waken, waar je ook gaat.
Hun handen zullen je dragen, je voet zul je niet stoten aan een steen.

In de psalm, worden die woorden gesproken tot iemand die zo trouw is aan de Heer, dat hij daardoor in doodsgevaar verkeert. In die omstandigheden krijgt de gelovige deze toezegging. Dat is iets heel anders dan wat de duivel hier aan Jezus voorstelt. Hij gebruikt die woorden om Jezus tot een stunt te verleiden, die de mensen moet misleiden. Als jij de zoon van God bent, spring dan naar beneden.
Je wordt heus wel opgevangen, denk maar aan psalm 91.

Jezus antwoordt met: “Stel God niet op de proef, zoals je bij Massa deed.
Massa is een plek in de woestijn. Op zijn exodus lijdt het volk dorst in de woestijn. Bij Massa verliest het volk zijn vertrouwen en Mozes zijn geduld.
Het volk verwijt Mozes dat hij hen de dood in jaagt.
Je bent immers beter af als levende slaaf, dan als vrije dode.
Dat ze het niet meer zien zitten, is best voorstelbaar onder die omstandigheden, Maar dan staat er niettemin geschreven: Gij zult de Heer uw god niet verzoeken; Je zult Hem niet op de proef stellen!  Je moet niet proberen God voor jouw karretje te spannen. Je moet niet proberen om zijn woorden zo uit te leggen dat ze in jouw straatje passen. De Schriften zijn er om naar te  luisteren… niet om naar je hand te zetten en daar hebben machthebbers een handje van.

En dan is er in het verhaal nog die hoge berg, van waaruit je de wereld kunt zien.
Hier ontbreken de woorden: “Als jij de zoon van God bent”
Satan speelt het nu helemaal open. Hij wordt transparant. Hij zegt precies waar het hem om gaat. Het gaat Satan om een knieval. Hij wil de mens een knieval zien maken voor hem, voor zijn ideeën, voor zijn mensbeeld… voor zijn macht.

Satan wil dat alles en iedereen, naar zijn pijpen danst. Ook hij ziet Jezus als het beeld van de gedoopte gemeente, en weet: Als hij me gehoorzaamt, dan heb ik
alle macht in handen! Want als zelfs de gemeente, de kerk zich uitlevert –
Als de gedoopte gemeente, die door het vertouwen op God, het verschil kan maken, door de knieën gaat, dan heb je echt alle macht in handen.
Als de een of andere machthebber kans ziet om de kerk, de gemeenschap waarop Gods Geest is uitgestort, te ringeloren, dan heeft Satan vrij spel.  Of de kerk die knieval wel eens heeft gemaakt? Tientallen voorbeelden zijn er te noemen –
ik doe het maar niet, dat kunt u zelf wel.

En wat doet Jezus met het verzoek om die knieval? Jezus zegt: “Scheer je weg, Satan!” Jezus, en je mag bij zijn naam nog steeds de gedoopte gemeente invullen,
Jezus roept “Scheer je weg!”

Of de kerk dat ook wel eens heeft geroepen? Tientallen voorbeelden zijn er te noemen. Vorige week nog: de kerk in Leiden, toen het ging om het recht van een ex-gedetineerde, die in een rechtstaat de kans behoort te krijgen om een nieuw leven op te bouwen… Daar kreeg – tegen de verdrukking in – zijn loop, dank zij de gedoopte gemeente van Christus.
In Amsterdam is de gedoopte gemeente daar, waar mensen verslaafd zijn geraakt aan drugs. In Haarlem en vele andere steden, is een straatpastor aan het werk, onder daklozen en de randgroepjongeren… In Hoorn komt er ook een!

Nee, dat brengt geen geld in het laatje. Nee, dat levert niet meteen nieuwe kerkleden op. Scheer je weg, Satan! Laten we doen wat we moeten doen, en
al het andere zal ons bovendien geschonken worden.

In de oude kerk begon rond deze tijd – 40 dagen voor Pasen – het onderwijs aan de mensen die in de paasnacht zouden worden gedoopt. Mensen die wilden behoren tot de gedoopte gemeente van de Heer, werden niet lekker gemaakt met mooie beloften… Nee, die werden meteen, op de allereerste zondag van die leerperiode geconfronteerd met de consequenties van die doop: Je zult, als gedoopt lid van Gods gemeente samen met de anderen –  een woestijnreis maken…  gericht op beloofd land, einddoel: Jerusjalaïm, stad van vrede. Je zult zeker in de verleiding komen om de weg van de minste weerstand te kiezen. Roep dan, net als Jezus, Scheer je weg, Satan! Wij zullen doen wat we moeten doen, en al het andere zal ons bovendien geschonken worden.
We begonnen met te zeggen dat ons hier verteld wordt wat de doop betekent.
Je ziet het, bij echte doopcatechese, krijgt de satan geen poot aan de grond.
En als je goed kijkt naar zo’n gemeente, dan zie je de engelen van psalm 91 in beeld komen. Die engelen dragen Christus, opgestaan in zijn gedoopte gemeente, op handen. Waarom? Omdat ze ertoe doen! Waar doen ze toe?
De gemeente doet ertoe als het gaat om Gods koninkrijk. DHZMZ  –
AMEN