De ont-moeting bij de bron

Gemeente van onze Heer Jezus Christus  –
Lieve mensen van God

Wie het verhaal over de ontmoeting bij de put doorleest, voelt gewoon, dat er meer aan de hand is, dan zomaar een toevallige ontmoeting.
Je gedachten gaan onwillekeurig naar al die andere ontmoetingen-bij-de-bron. Eliëzer, Abrahams knecht, ontmoet – de ideale vrouw  voor Isaäk – bij een bron. Eliëzer vraagt om wat water en Rebecca antwoordt:
Zal ik ook voor de kamelen water putten?
Jacob, op de vlucht voor Esau, ontmoet Rachel, bij de bron 
Mozes, op de vlucht voor Farao, ontmoet Zippora bij een bron.

Jacob en Mozes zijgen doodmoe neer bij een bron. Let wel, een bron,
Het is geen put! In een put staat stilstaand water. Dat is een broedplaats
voor malariamuggen en andere insecten. Zo slecht als putwater…
is een staande uitdrukking in het Nederlands.

Uit een bron echter, welt levend water… levenswater. 
Bronwater lest je dorst en  verkwikt de geest.
Nieuwe levensperspectieven openen zich.
Bij de bron vind je – in bijbelse beeldtaal – nieuwe inspiratie.
Wie drinkt uit de bron kan verder op de weg naar een zinvol  leven.
Na de ontmoeting bij de bron, kan Jacob verder – met Rachel aan zijn zijde.
Na de ontmoeting bij de bron krijgt het leven van Mozes weer zin met Zippora als zijn partner. Ontmoetingen bij de bron.

De iconenschilder heeft op drie plaatsen de kleur rood gebruikt:
De beide kruiken zijn rood, die in de hand van de vrouw en de kruik die de dorpelingen met zich meedragen en de kleding van Jezus is rood.
Die rode kleur springt er nogal uit.
In de omgeving overheerst de kleur die nog het meest  aan woestijnzand doet denken. Het is alsof de schilder zeggen wil: Kijk goed, het  gaat om die man in het rood en om die twee kruiken.


De kruiken zijn bestemd voor dat lichaam-en-geest-verkwikkende-bronwater. Die kruiken hebben de kleur van Pinksteren… Feest van de Geest.
Zie je, dit is geen verhaal van “twee emmertjes water halen,”
het gaat om veel meer dan een glaasje H2O voor je droge mond.

Ook de bron is niet zomaar een bron. Dit is de Jacobsbron.
Uit deze bron dronk aartsvader Jacob en aartsvaders zijn belangrijk in Samaria. De Samaritaanse is bijbel een stuk dunner  dan de joodse. Samaritanen erkennen alleen de eerste vijf boeken als Woord van God. 

In die pentateuch spelen de aartsvaders een centrale rol.
Daarom is deze bron voor hen ookzo’n bijzondere plek.
Deze bron herinnert aan Jacob, bron van hun traditie.
Voor Samaritanen is dit een bron van levend water…
Dit water lest niet alleen dorst, maar verkwikt  
de Samaritaan naar lichaam en geest.

U kent natuurlijk de animositeit tussen Joden en Samaritanen.
Die eerste vijf boeken vormen voor de joden wel de kern,
 de Thora – maar niet het geheel van de Heilige Schrift.

Het vijfde boek, Deuteronomium, eindigt met de dood van Mozes.
Hij sterft op de berg Nebo, met uitzicht over het land van belofte.
De Samaritanen leven bij die belofte. Zij zien hun bestaan als
een levenslange reis naar de vervulling van die belofte.
De meeste Joden denken dat die belofte is vervuld,
bij de verovering van het land, met alle
geopolitieke gevolgen van dien.  

Samaritanen leven veel meer bij het uitzicht op…
dan bij het bereiken van… de uiteindelijke
 bestemming van de woestijnreis,
die leven heet.

Het idee dat de God van uittrekker Abraham,  de vluchteling Jacob
en reisleider Mozes zich definitief zou hebben gevestigd te Jeruzalem,
wil er bij Samaritanen niet in. Zijn gaan dan ook niet naar de tempel, maar vereren God in een eigen heiligdom en dat is bij de joden tegen het zere been. Joden uit Galilea maken een omweg, als ze naar Jeruzalem gaan. Ze mijden het gebied van de Samaritanen. Tussen twee haakjes: dat conflict echoot na
in de huidige strijd om de Westelijke Jordaanoever, die door
Netanjahu en zijn trawanten consequent
Samaria wordt genoemd. 

Het simpele feit dat Jezus, als joodse rabbi, dwars door Samaria naar Jeruzalem gaat, is op zijn minst bijzonder. Het wordt nog bijzonderder als deze
joodse man een Samaritaanse vrouw om water vraagt. 

Tot nu toe constateerden we eigenlijk alleen nog maar bijzonderheden:
1. De bron is plek waar bijzondere ontmoetingen plaatsvinden…
2. De bron in dit verhaal is een bijzondere bron, de Jacobsbron. 
3. De verhouding tussen Samaritanen en Joden wordt bepaald  door het
     bijzondere karakter da de Samaritanen toekennen aan die eerste vijf boeken
4. Het is heel bijzonder dat Jezus en deze vrouw met elkaar praten. 
5. Er is nog een vijfde  bijzonderheid, want dit is niet zomaar een gesprek.

Hier vindt een ontmoeting plaats.
Jezus ontmoet een vrouw bij de bron.  
Dat woord ontmoeten is hier precies op zijn plaats.
Hij komt haar niet tegen; hij loopt haar niet tegen het lijf; Hij ont-moet haar. Om de diepte van dat woord te peilen, vertel ik u waar dat woord ont-moeten vandaan komt. Wie een fles ontkurkt, haalt de kurk eraf;  Wie iemand ontmoet, haalt de moet (met een t) eraf. De afdruk van een tafelpoot in je hoogpolig tapijt, dat heet een moet. Je zet de tafel het liefst op dezelfde plek terug,
want je wil niet teveel moeten in de vloerbedekking.
Een moet is dus een stempel, een etiket,
een brandmerk, een vooroordeel.     

Deze twee mensen, Jezus en die vrouw benaderen elkaar in eerste instantie
als de Joodse man en een Samaritaanse vrouw, met alle etiketten, stempels,
en brandmerkende vooroordelen die daarbij lijken te  horen.
Maar ze ontmoeten elkaar en voeren een gesprek van mens tot mens.
Van persoon tot persoon. Ze ontmoeten elkaar. De stempels die joden de Samaritanen opdrukken tellen niet; de vooroordelen van de Samaritaanse vallen weg, daar bij die bron.
Deze lezing laat opnieuw zien hoe actueel bijbelverhalen zijn, nu we (bijna) allemaal vervuld zijn van plaatsvervangende schaamte t.o.v. landgenoten
met een Marokkaanse achternaam… 

Er is nog een zesde bijzonderheid. Het tijdstip.
Het is omstreeks het zesde uur. Volgens de joodse tijdrekening is dat het middaguur. Het is het heetst van de dag… Het moment van de hevigste dorst.
Dorst, behoefte aan water, aan levenswater… behoefte aan inspiratie omdat de levensvragen je keel dichtknijpen. Het is het heetst van de dag en dan is het moment van de openbaring voorbij.  Neem nou Genesis 18.  God is op weg naar Sodom  samen met twee engelen. De drie-eenheid openbaart zich aan Abraham. God en Abraham ontmoeten elkaar.
Het vooroordeel dat Goden zomaar, puur willekeurig, met mensen doen waar  ze zin in hebben, wordt van Israëls God afgehaald. Die moet wordt verwijderd.  Beloofd is beloofd!  Abraham en Sara krijgen een zoon! Dat wordt nog eens uitdrukkelijk bevestigd  in de ontmoeting.
Het waanidee dat mensen niets hebben in te brengen tegenover de almacht van de goden, wordt gelogenstraft. Abraham pleit bij de God van Israël voor
Sodom en God luistert…  50 – 45 – 40 -30 – 20 -10 rechtvaardigen redden Sodom van de ondergang.  De moet van de menselijke machteloosheid wordt verwijderd. Het is het zesde uur… De mens wordt zichtbaar als Gods partner.

Het tijdstip. Het is omstreeks het zesde uur. Volgens de Romeinse tijdrekening is dat zes uur ‘s avonds. De avond valt, de hitte van de dag is voorbij … mensen komen hun huis uit om water te halen en boodschappen te doen voor het avondeten. Ook de discipelen lopen op dat moment met een winkelwagen door de buurtsuper.

Twee manieren van naar de tijd kijken. Zou het kunnen zijn dat die twee daar bij de bron, ont-dekken dat de ene “tijdrekening” de andere helemaal niet uitsluit.  Zou het kunnen zijn dat hier op heel subtiele manier vertelt wordt dat die openbaring plaats vindt in het dagelijkse leven. Dat daardoor dat gewone dagelijkse leven, heel bijzonder wordt en dat er op die momenten iets oplicht van de eeuwigheidswaarde van ons bestaan?   
Zou het kunnen zijn dat deze Marokkaanse – sorry Samaritaanse vrouw –  zich in de ontmoeting met deze joodse man, bewust is geworden van haar dorst naar antwoorden op allerlei levensvragen?  
Deze vrouw gaat in eerste instantie naar de bron op zoek naar H2O, maar vindt daar water dat haar droge mond, maar ook haar verdrogende ziel verkwikt.
Daar bij de bron van haar traditie, valt haar een ont-moeting ten deel.
Sterker nog: Zij ontmoet de bron van haar traditie. Het woord Gods in de gestalte van een man. Een man die we kennen als Thora in mensengedaante.

Deze ontmoeting–bij –de-bron loopt niet uit op een huwelijk, maar in het gesprek dat zich ontwikkelt, leert deze vrouw het wezen van Jezus kennen…
Haar inzicht groeit.
Ze ontmoet deze Joodse man. Als de moeten er eenmaal af zijn, ziet ze wie hij werkelijk is… Hij is niet zo’n joodse man die haar minacht, omdat zij een tot een ander volk behoort. Nee, hij blijkt de medemens die haar volstrekt serieus neemt, en haar zelfs door en door blijkt te kennen.  Hij ziet dat zij zoekt.
Hij luistert… en hoort in haar woorden het zoeken naar God. Ze is op die zoektocht allerlei relaties aangegaan… Vijf mannen – vijf wegwijzers –  heeft ze gehad. Zijn dat die vijf boeken? Is dat de Samaritaanse traditie? Wie weet…

We zagen al die twee rode kruiken, gevuld met levend water. Jezus draagt rode kleding. Jezus, die van zichzelf zegt: Ik ben het levende water. Ik breng je een levengevende Geest.  Een ontmoeting bij de bron…
Deze joodse man, blijkt niet alleen de gezalfde te zijn voor zijn volk, maar de  Messias voor alle mensen, ook voor haar!

Dat is geen dagelijks nieuwtje zoals die bij de bron vaak worden uitgewiseld.  Nee, dat is hot stuf. Dat is geen praatje voor de vaak, dat is breaking news.  
Stel je voor, zeg, de Messias!

Hij vraagt haar om haar partner te halen. Haal de degene eens op die jou levend water geeft. Hij vraagt haar degene erbij te halen aan wie zij haar inspiratie ontleent. Haar eerlijke antwoord luidt: Die heb ik niet… Ik ben juist op zoek naar nieuwe inspiratie…  Voor mij is er geen levend water. Jawel, zegt Jezus, dat is er wel: Ik ben het levende water. Ik wil een relatie met jou aangaan. Vijf mannen hebben je gehad. Je individuele, pragmatische theorietjes van vandaag, zijn een zesde; maar ook die partner bevredigt je niet.
Al dat zoeken hoeft niet meer. Jij als mens, mag mijn partner zijn … zegt God.
Dat zei hij al tegen Abraham… Dat zegt hij ook tegen jou.
Ik de zevende, bij mij vindt je rust, sabbatsrust…
Vanuit die rust mag  je leven als Gods partner.
Vanuit die rust mag jij zijn:
Schepper naast God.

De vraag dringt zich op of het hier eigenlijk nog wel gaat om een willekeurig vrouwspersoon?  Welnee, dit verhaal vertelt niet alleen over deze vrouw;
Dit verhaal vertelt minstens ook over haar stadgenoten,
want ook die  komen om levend water.
Ze komen naar Jezus om inspiratie.
En u denkt wellicht… O.K. fijn voor die mensen,
maar wat kopen wij daarvoor?
What is in it for us?
Wat hebben wij
daaraan?

Dit verhaal gaat over mensen, die niet bij het uitverkoren volk horen,
maar die wel notie hebben van de God van Abraham, Isaäk en Jacob.
Dit verhaal gaat over een mens vol moeten. Allerlei levenservaringen
hebben hun stempels, hun brandmerken, hun littekens achter gelaten
en met die mensen gaat Jezus de ont-moeting aan. 

Het was omstreeks het zesde uur…
Het is in Jeruzalem de tijd van het middaggebed…
Ziet u: Het heetst van de dag …  is het uur van gebed.  
Als de nood het hoogst is, komen de volken naar Christus toe
met de vraag: Heer, schenk ons levend water. Inspireer ons met uw Geest.

Twee rode kruiken; en ook de kleding van de Heer is rood.
Die rode mantel is die rode mantel van Goede Vrijdag…
Soldaten werpen Hem spottend en een rode mantel om de schouders.
Die rode mantel, is bedoeld om hem te vernederen…
maar juist zo  – als de lijdende knecht –
wordt Hij Messias.

Die rode mantel op de icoon vertelt dat Hij zichzelf geeft als levend water op het zesde uur, als inspirator als de nood het hoogst is.
De rode mantel op Goede Vrijdag, roept hem uit tot koning  en ons tot zijn partners, voor wie hij de wegwijzer, de inspirator wil zijn.
Hij geeft zijn levengevende geest aan zijn gemeente.
Op zijn sterfdag, gaf hij de Geest.

Het geven van de Geest is een uitdrukking met een dubbele betekenis:
Op het moment dat Jezus sterft, schenkt hij zijn Geest aan de gemeente.
Ziet u, daar komt de gemeente in beeld. Het is een groep mensen met een grote rode kruik. De gemeente – Het lichaam van Christus in een rode mantel. Het lichaam van Christus: Brood voor de wereld.
Levend water … voor alle mensen.

Laten we vanuit die insiratie proberen Gemeente te zijn in Nierop,
laten we samen met onze broeders en zusters in de andere kerken proberen Levend Water te zijn voor mensen die sterven van de dorst,
voor wie het heetst van de dag is aangebroken;
voor wie al vijf wegwijzers heeft gehad
en de zesde een teleurstelling blijkt.

Geve de Heer ons de kracht en de moed om – net als Mozes –
desnoods levend water uit een keiharde rots te slaan,
als de mensen hun vertrouwen kwijtrakenen
 de ontmoeting met Christus uit de weg
 gaan, door anderen te bestempelen
met vooroordelen en vijandsbeelden.   

Geve de Heer ons de inspiratie om – net als Mozes – de woorden die God beitelde in steen, te maken tot richtsnoer van ons leven –
tot een brom van levend water.

Geve de Heer dat uw gemeente mag worden
tot een plek waar mensen elkaar
ont-moeten, en bemoedigen …
opdat ze leven kunnen.

LEVEN met 5 hoofdletters

Leven in  alle bescheidenheid,
maar met superieure kwaliteit.  
Dat het zo mag zijn.  AMEN.