opstaan en leven

Je zult de Heerlijkheid des Heren zien

Gemeente van onze Heer Jezus Christus, Lieve mensen van God,


Het zijn sterke verhalen  hoor, die we vandaag te horen krijgen .
Een man die al vier dagen in het graf ligt, komt alsnog naar buiten, en
– zo mogelijk nog sterker –  een dorre doodsbeenderen komen tot leven.
Voor een allereerste conclusie hoef je geen theoloog te zijn:  
We zijn vandaag te gast in het huis van de dood… 
We verkeren in de diepten van ellende.

Dat huis van de dood manifesteert zich in de eerste lezing
als een dal vol dorre doodsbeenderen.
De hand van God, grijpt Ezechiel in de kraag en  brengt op een plek
waar niets dan de dood  heerst. Een dal vol dorre doodsbeenderen.  
De cynicus zal zeggen: Je kunt daar preken en profeteren
tot je een ons weegt… Het is verspilde energie.
Gods zacht dwingende hand is nodig om Ezechiël naar dat dal te geleiden.

God legt het uit:
Die dorre doodsbeenderen staan voor het cynisme van Israël:
Het volk wentelt zich in zelfbeklag: God heeft ons in de steek gelaten…
Wat een ellende… Zo ver verwijderd te zijn van het beloofde land,
We zijn verder van huis dan ooit! Jeruzalem, de tempel.
Wat erg is dit. Had God dat niet kunnen voorkomen?
Die mentaliteit van meelij met jezelf
en verwijten richting  God.
Het cynisme wordt aan de kaak gesteld als een dood spoor
Het zelfbeklag als zijnde “een dooie boel.”
Het godsvolk is als een dal vol dorre doodsbeenderen.  

Het slachtoffer uithangen, dat werkt zo ontzettend verlammend.
Kerkmensen hebben er ook een handje van. We doen immers vaak alsof we persoonlijk getroffen worden, door het feit dan anderen onze nogal duffe manier van kerk-zijn niet zien zitten. Waar moet het heen als de anderen  afhaken? Hoe moet het toch verder, als niemand meer omkijkt naar de kerk?

Een dal vol dorre doodsbeenderen… Nog even en dan is het afgelopen… Wie doet in een kleine Westfriese gemeente het licht uit? Wie legt er de sleutel onder de mat? Met dat soort gezever hoef je bij God niet aan te komen, hoor.

Zie je dat zootje botten hier, Ezechiël? Dat is Israël, maar kijk nou eens, het staat op! Ik blaas er mijn adem in! Mijn Geest… Kijk Ezechiel, het komt tot leven! Mijn heerlijkheid wordt zichtbaar, voelbaar in de wereld, door het optreden van het godsvolk, de activiteiten van mijn kerk. 
De Heerlijkheid van de Heer, staat tegenover het menselijk cynisme,  tegenover onze neiging onszelf steeds dieper te put in de praten! De Kabood Adonai, de heerlijkheid van de Heer, staat tegenover alles wat de kwaliteit van ons leven bedreigt.

Waar mensen erkennen dat ze er zelf een zootje van maken,  
klinkt het geluid van wagenwielen en het geruis van engelenvleugels.
Daar komt de kabood Adonai de mensen, op dood spoor, tegemoet.
De Heerlijkheid des Heren manifesteert zich aan ballingen,
die hun traditie vergeten en de dominante religie overnemen.

De bijbel is daar heel duidelijk over. Gooi je traditie niet grabbel,
omwille van welke ideologie dan ook.
Joden en Moslims hebben groot gelijk als ze zich verzetten
tegen een verbod op kosjer, c.q. halal slachten.
Er zijn ook mensen die de besnijdenis willen verbieden.
Het moet niet gekker worden in een land dat beweert
dat vrijheid van godsdienst een groot goed is.

Die dorre doodsbeenderen zijn niet om de ellende te illustreren,
maar om de Heerlijkheid des Heren te tonen aan mensen die de in
ellende verzeild geraakt. Het gaat om mensen in crisis , aan wie de
heerlijkheid  des Heren wordt geopenbaard. Er is sprake van opstanding, van opstaan en verder gaan…  Opstaan en opgaan naar Jerusjalaïm. De Kabood Adonai zichtbaar maken voor de mensen om ons heen, dat is de taak van de gemeente anno 2014.

De ziekte van Lazarus is niet ten dode, zegt Jezus, maar om de heerlijkheid van de Eeuwige, zichtbaar te maken.  Als het bericht van overlijden Jezus bereikt, blijft hij nog twee dagen in het Overjordaanse.  Op de derde dag gaat hij pas richting Bethanië: huis van de armen betekent die plaatsnaam.

Ten derden dage … op de derde dag… Dat is in tientallen bijbelse verhalen het moment waarop er een beslissende wending komt in het verhaal.
Jezus vertrekt ten derden dage naar Bethanië; het huis van de armen.
Bethanië ligt op de olijfberg. Vanuit het huis van de armen, heb je een prachtig uitzicht  op Jeruzalem. De keuze veel te gevaarlijk in de ogen van de discipelen
en helemaal ongelijk hebben ze niet… in onze ogen. Maar Jezus kijkt met heel andere  ogen.
Je kunt naar dood en verderf kijken als het absolute einde;
als het bewijs van de ondeugdelijkheid van het bestaan,
maar zo kijkt Jezus niet.
Voor Jezus is zo’n crisis, een moment waarop je de heerlijkheid Gods kunt ervaren.  

De Kabood Adonai wordt zichtbaar als Abraham tegen alle natuurwetten in: een zoon krijgt.
Die Kabood Adonai zie je bij Mozes, die – tegen alle natuurgoden in – het  volk uitleidt uit de verslaving. 
Je ontdekt de Kabood Adonai in psalm 130.
Het zit David flink tegen als hij dicht:
 Uit diepten van ellende, roep ik tot u O Heer….
maar aan het eind zongen worde over bevrijding van onrecht en schuld.
In de dagen van Ezechiël komen dorre doodsbeenderen tot leven!
Tegen alle verwachtingen in keren de ballingen…
zij keren in stoeten. Ziet u … voorbeelden genoeg: Dood is niet dood.
Er is altijd weer sprake van opstandigheid…
Het draait altijd weer uit op: opstanding.

Jezus vertrouwt onvoorwaardelijk op die verhalen.
Echt gebeurd? Wie weet? Maar dat is niet belangrijk.
Het kan vandaag  gebeuren, hie en nu in Bethanië.  
O ja? Hoe dan?

Jezus nadert Bethanië waar het rouwbeklag in volle gang is.
Martha maakt zich daaruit los en gaat Jezus tegemoet.
“Als jij er geweest was, dan zou hij niet gestorven zijn”  
Die uitspraak is in menige preek geïnterpreteerd als een verwijt;
weliswaar een verwijt dat voortkomt uit intens verdriet,
maar toch… Maar het is helemaal geen verwijt,
Het is een uiting van haar vertrouwen…
en dat is nog springlevend,
want ze zegt meteen daarna:
Maar zelfs nu weet ik dat God u alles zal geven wat u vraagt.’

Jezus zegt vervolgens: ‘Je broer zal uit de dood opstaan.’  
Maar zoiets zeg je toch niet tegen iemand die rouwt om haar broer…
Het zijn mooie woorden, maar toch niet voor een rouwbezoek.
Maar Martha weet er wel raad mee.
Ze zegt: Ja,ik weet dat hij bij de opstanding op de jongste dag zal opstaan.

Martha’s vertrouwen doet niet onder voor dat van Jezus.
Toch wil de Heer haar nog iets uitleggen.
Weet je, de opstanding niet iets voor later is,
niet voor ooit eens, ooit, maar voor nu.
Het kan vandaag  gebeuren,
hier en nu in Bethanië. 
O ja? Hoe dan?

De jongste dag is niet een dag in de verre toekomst…
De jongste dag is niet in 3014  of zo
Die jongste dag is nu! Vandaag!

Die dag is daar  – waar Jezus is.
Hij, hij is zelf de opstanding en het leven
en wie zijn vertrouwen richt op HEM zal leven.
Wie leeft met de Heer, leeft een kwaliteitsleven dat niet stuk kan!
Die zal wel ooit sterven, want dat hoort bij het leven, maar dood gaat van zijn lang zal ze leven niet! De enige die dood gaat, is de dood.   

Martha beaamt Jezus woorden met een geloofsbelijdenis: Ik geloof Heer dat u de Mesias bent. Dan gaat ze naar Maria.
Ook Maria staat op.
Iedereen denkt dat ze naar het graf gaat, om daat verder te treuren…
Maar nee, ze staat op, en gaat naar Jezus, haar levende Heer.
De evangelist niet kan wachten tot het Pasen is. 

Jezus ziet al het weeklagen van de mensen.
Zijn reatie is een merkwaardige mengelmoes
van ergernis en compassie.

Aan de ene kant vindt Hij het veel te veel eer voor de dood,
dat mensen zo volledig uit het veld geslagen zijn,
vandaar die ergernis;
maar het intense verdriet en het onuitsprekelijk gemis
roept uiteraard ook ontferming wakker bij de man uit Nazareth.

Waar hebben jullie hem neergelegd? Ze gaan naar het graf.
Hij laat het openen. Jezus schrijft  geschiedenis, maar niet in de verleden tijd;
Jezus schrijft geschiedenis die hier en nu geschiedend  is.  
Jezus citeert het 18-gebed.
Dat gaat o.a. over de opstanding der doden.
In dit oude joodse gebed wordt God gekenmerkt als “de levende God!”,
Sterker nog, God is een levengevende God.

Dan roept Jezus: Lazaraus kom uit!
En met kleine pasjes komt de dode – nee, de levende, uit die grafkamer gewandeld. De omstanders mogen de doeken afwikkelen…
Mensen mogen deze broeder bevrijden uit zijn doodsgewaad.
De omstanders bevrijden de dode…

Ziedaar de taak van de gemeente:
De mensen die op dood spoor zijn geraakt, een weg wijzen uit de ellende
Met de mensen voor wie het leven een dooie boel is geworden, een eindje meelopen, totdat alle windselen zijn afgewikkeld.

Dat is een prachtige en lang niet altijd eenvoudige taak.
Daarom hebben de kerken van Westfriesland een kleine dertig jaar geleden
hun krachten gebundeld om die taak goed te kunnen vervullen.

Ik zeg dat vandaag in Westwoud met enige nadruk.
Daarvoor is een aanleiding, want juist in deze
kleine gemeente heeft deze week iemand
een  taak aanvaard, die op een moderne
manier vorm geeft aan dat afwikkelen
 van die doeken… Jullie ouderling
Margriet gaat – namens de
Westfriese kerken – met
mensen in crisis op zoek
naar levensruimte.  

Natuurlijk vindt u het fijn dat ze bij de HWK aan het werk gaat.
Ik vraag u Margriet daarbij te helpen, door haar te gedenken
in uw gebeden. Ik stel voor dat u met een daverend applaus
laat horen dat u haar ook in die taak wilt dragen.

Zo wordt ook hier en nu een crisis tot een gelegenheid voor de kabood adonai,
De Heerlijkheid des Heren. Dat het zo mag zijn.

AMEN