Paasmorgen

Lieve mensen van God,
Hebt u donderdagavond “The Passion” gezien?
Heeft u vrijdag naar de Mattheuspassion geluisterd?
Ja, de “passies” waren de afgelopen dagen weer niet van de lucht.

In de sportwereld hoor je mensen ook wel spreken over passie…
Epke heeft een passie voor turnen, Ranomi voor zwemmen.
Ze zijn enthousiast en intensief met hun sport bezig,
maar moeten daar ook veel voor over hebben.
Al dat trainen doet pijn – spieren verzuren.
Topsport is lang niet altijd leuk, maar
ze doen het… Het is hun passie.
Ze willen een medaille op
de Olympische Spelen.
Dat is het hoogste
daar doen ze
alles voor.

Passie is een eigenaardige mengelmoes van enthousiasme en afzien.
Het recept is twee delen geestdrift en drie delen pijn lijden.
De Passion en al die Passionen gaan over Jezus’passie.
Hij is bezig met een heel andere tak van sport,
maar ook daarbij is sprake van geestdrift
en pijn, van enthousiasme en afzien.
Maar waar is Jezus nou mee bezig?
Wat vindt Hij zo belangrijk dat
hij er alles voor over heeft
om dat te bereiken?
Wat is zijn passie?

Jezus was en is altijd bezig met de kwaliteit van het menselijk bestaan.
Er wordt over Jezus verteld dat hij blinden de ogen opent… 
Mensen die in de sores zitten en geen uitweg zien,
vinden bij Hem uitzicht op een goede toekomst.

Er wordt over Jezus verteld, dat hij doven laat horen.
Dat hij doordringt tot mensen die Gods
bevrijdende woorden niet meer horen kunnen.
Die mensen worden geconfronteerd met een unieke God,
Een die dient… die als een vader zorgt voor zijn mensenkinderen.

Jezus passie is het om mensen te laten zien, wie God is.
En als je dat echt wil, als je daarvoor kiest,
als dat je passie is, dan is het spreken
van mooie woorden niet genoeg
dan moet je die woorden waarmaken.
En – zo wordt ons verteld – Jezus maakte ze waar:
blinden zien, doven horen, lammen lopen – De daad bij het woord.

Het is Jezus passie om mensen te laten zien wie God is.
Hij wil laten zien dat God uniek is.  Ja echt, zo is er maar een!
 Er is maar één God, die niet gediend wil worden, maar die zelf wil dienen.
De voetwassing op Witte Donderdag laat dat prachtig zien…
Die God is uniek, die God heeft een naam: Ik zal er zijn voor jou!
En hij is er — ook als je slaaf bent in Egypte.
Hij is er… ook als je verslaafd bent aan
je werk, aan je geld, aan je I-pad

Allerlei andere goden mogen mensen graag een beetje pesten … 
maar deze God is op aarde gekomen om zelf te voelen
hoe het is, om gepest te worden. Hij wordt bespot…
krijgt een doornenkroon op zijn hoofd
wordt aan een kruis geslagen.
Die God is uniek en
heeft een naam:
Ik zal er zijn voor jou!
En hij is er… ook als leven pijn doet.

Allerlei andere goden lijden een lekker lui luxe leventje.
Ze zitten zelfgenoegzaam op een of andere berg… de Olympus bijvoorbeeld.
Mensen? Voor mensen hebben ze geen belangstelling. Die laten ze over aan hun lot. Mensen zijn er hooguit en uitsluitend om goden te vereren. Zo niet de God van Israël.
Die God – Jezus noemt hem “Vader”, weet wat zijn kinderen meemaken.
Mensen zijn: zijn passie. God leeft met zijn mensen mee…
Van de wieg to het graf. God leeft mee van de kribbe –
tot en met dat rotsgraf in de tuin
van Jozef van Arimathea.
Zelfs tot en met je
opstanding en je
hemelvaart.

Waar je ook heen gaat;
Waar het leven je ook brengt…
De God met die naam: Ik zal er zijn voor jou, is erbij…
Je bent nooit alleen… Hij is bij je, ook al heb je dat soms niet eens in de gaten.

Kijk naar Maria Magdalena. Zij is jarenlang met Jezus meegegaan.
Ze heeft naar hem geluisterd, ze heeft hem bewonderd,
ze was erbij toen hij stierf aan het kruis;
ze heeft hem in het graf helpen leggen
Ze heeft gezien hoe die steen
voor de uitgang is gerold.
Het is voorbij,
denkt ze.

En nu, op deze paasmorgen is ze weer in de tuin van Jozef
Ze is bij het graf. Maar, kijk nou het graf is leeg!
De steen, die het graf afsloot, ligt verderop!
Doeken liggen keurig netjes opgerold.
Maria zit huilend op de grond.
Ze beklaagt zich bij de tuinman:
Ze hebben mijn Heer weggenomen,
weet u waar ze hem hebben neergelegd?

Maria krijgt uiteraard geen antwoord op haar vraag,
want ZE hebben haar Heer niet weggenomen.
ZE hebben hem niet ergens neergelegd.
Ze hebben mijn Heer weggenomen…  Ja u hoort het goed
ZE hebben het gedaan! Anderen! Maria heeft geen idee wie het zijn.
ZE hebben het gedaan – vandaag de dag zouden velen meteen aan moslims denken.
ZE  hebben MIJN heer weggenomen… Ja, Maria beschouwt hem als HAAR Heer.

Er klinkt er een stem: “Maria.”
Een schok… De schok van de herkenning.
Rabboeni! O Meester! En ze pakt hem bij zijn voeten…

Houd me niet vast, Maria… Hij is niet HAAR Heer.
Ze mag nog zoveel van hem houden, maarhem niet claimen
Hij is de opgestane Heer van en voor alle mensen.
Jezus’ passie is  ook nu “laten zien wie God is.”
Laten zien wat die naam betekent:
Ik zal er zijn voor jou! Voor jullie
Voor jullie allemaal!
Voor gelovigen en ongelovigen
Voor jong en oud, voor rijk en arm; voor zieken en gezonden;

Ik zal er zijn voor jullie.
Die naam betekent dat Hij met lijdende mensen mee lijdt.
Deze God lijdt mee, heeft com-passie met jou en met jou en met mij.
Zijn naam betekent dat je nooit zonder hoop hoeft te zijn… het is niet hopeloos!
Het leven is niet zinloos… ook niet als de dood in het spel komt. Nee, zelfs dan niet!

Op Pasen komt Jezus’ passie tot zijn recht.
In zijn opstanding dien we de kracht van Gods Geest
die sterker is dan de dood.

Jezus heeft niet om het lijden gevraagd, maar het wel aanvaard
als de consequentie van zijn passie: mens zijn met de mensen
 en laten zien dat God meegaat – altijd,
overal, ook door lijden en de dood,
niet als slachtoffer, maar als
overwinnaar!  
Lieve mensen, hier in Lindendaal bijeen:
“De Heer is waarlijk opgestaan!”

Ik wens jullie allemaal –
een heel bijzonder
paasfeest!

Zalig Pasen.

Amen.