Wezenzondag – overgave

Gemeente van onze Heer Jezus Christus
Lieve  mensen van God.


Het begon al op Paasmorgen.
“Houd me niet vast” – zei Jezus tegen Maria van Magdala.
Afgelopen donderdag is hij gaan hemelen. Weg is hij. Uit het zicht! .

Het gedeelte dat we lazen is het begin van een gebed. Jezus is in gesprek met Vader God. Jezus heeft het over “De mensen, die U mij op aarde hebt gegeven.”
God de zoon, praat met God de vader over zijn volgelingen op aarde en noemt ze: “De mensen, die U mij op aarde hebt gegeven.”
Die twee hebben het over de discipelen, over de vrouwen die hem volgden,
maar niet alleen over de mensen van toen, maar ook over later en ook over nu… Het gaat over u en over mij. Mogen we zelf ook meepraten?
Op het eerste gezicht zit dat er niet in.
Er is geen sprake van inspraak… het is over ons maar zonder ons.

Een theologe schreef ooit in dagblad “Trouw” dat ze in deze dagen tussen Hemelvaart en Pinksteren, Jezus als een “onuitstaanbaar persoon” ervaart.
“Wat heb ik aan een liefde,” schreef ze,  die zich eerst niet laat aanraken en vervolgens gaat hemelen. Nee, daar kan ze niks mee!

Ik laat die ontboezeming voor haar rekening, maar de kerk heeft dat ook altijd wel een beetje zo gevoeld. Gisteren vierden we wezenzondag.
De discipelen blijven achter en voelen zich als kinderen die hun vader, hun leider zijn verloren. Er komt een gevoel over hen van “in de steek gelaten zijn.” Je moet nu alleen verder… Je moet nu alles zelf regelen. Zelf keuzes maken. Alleen beslissingen nemen. Velen van u zullen dat gevoel herkennen. In zulke tijden is  het leven zwaar, zeker in het begin.

“Het komt er veur mijn op aon!” placht mijn Brabantse oma te zeggen, die al vroeg weduwe was. Een heel lief mens, maar ze wentelde zich voor de rest van haar leven in zelfmedelijden: “Het komt er veur mijn op aon!”

Oma had misschien beter nog eens goed kijken naar de inhoud van het gesprek dat Jezus voert met zijn Vader.  Ten eerste: Hij bidt voor ons…
Dat is op zich al in tegenspraak met dat gevoel van “in de steek gelaten zijn.” Vrienden in Oost-Europa en in Afrika melden regelmatig dat ze voor me regel-matig dat ze voor me bidden… Alleen al die mededeling doet me op bepaalde momenten erg goed doen. Ze zijn ver weg… maar laten me niet in de steek.
Ze zijn buiten beeld, maar niet buiten bereik…  

Wat vertelt Jezus tijdens zijn gebed over ons? Hij (de Zoon) heeft van U (de Vader) macht over alle mensen ontvangen. Macht? Wat voor macht? Hoe zo macht… Wij zijn niet graag ondergeschikt aan de een andere macht. Wij hebben het liefst zelf alles onder controle. Machteloosheid vinden wij een naar gevoel.  

De zoon heeft de macht gekregen om iedereen het eeuwige leven te schenken. Daar heb je het al: Eeuwig leven… Daar zitten een heleboel mensen helemaal niet op te wachten. Voor sommigen duurt het al zo lang… Ik ontmoet steeds vaker mensen die zeggen: Het is mooi geweest, pastor, voor mij hoeft het niet langer…

Als je volop te maken krijgt met de beperkingen die de ouderdom met zich mee kan bengen, dan moet je er niet aan denken, zeg. Eeuwig leven!
Ik kan u gerust stellen… Eeuwig leven betekent niet dat er geen eind aan komt, Eeuwig leven betekent niet dat het heel lang duurt. Jezus zegt:
Eeuwig is het leven van mensen die zijn Vader kennen als een unieke, ware God.
Eeuwig leven is niet zozeer een kwestie van tijd, maar veel meer van kwaliteit.
Een eeuwig leven is niet zozeer een heel lang leven, maar vooral een goed leven…
Eeuwig leven is een leven dat de moeite waard is. De moeite waard… hoort u:
ook de moeite hoort er helemaal bij.

Terug naar de tekst.
Jezus zegt dat het kennen van God…  staat gelijk aan “eeuwig leven.”
Het kennen van God… Dat woord “kennen” kan gemakkelijk tot misverstanden leiden. Ik neem even een paar zijweggetjes. We gaan even dat woord kennen wat nader verkennen.

Vroeger moesten kinderen op school in de 2de  klas – nu groep 4 –  de tafels van vermenigvuldiging leren. Als je de tafel van drie foutloos kon opzeggen, dan kende je die tafel.  Vervolgens dreunden ze de tafel van 4 op… tot ze ook die ook uit het hoofd kenden. Ja, je moest ze uit je hoofd kennen. 

In het Engels is dat anders… Daar zegt men niet: I know it out of my head, maar
I know these things by heart; en in het Frans on sait ces choses par coeur…
Fransen en Engelsen kennen de dingen niet uit het hoofd,
maar kennen met het hart.  Par coeur … by heart.

In wat ouder Nederlands zie je daar ook iets van…
Nu is een kennis, minder dan een vriend of vriendin,
maar als je vroeger kennis had aan een jongen of een meisje…
dan was je tot over zijn oren verliefd. Kennis… is een zaak van het hart…

Als de Statenvertaling vertelt dat Abraham Sara bekende, dan was Sara niet een kennisje, maar dan ging ze naar hartenlust met elkaar naar bed. Die intensiteit, die hartenlust zit ook achter dat kennen van God, waar Jezus over spreekt.  Iemand kennen, betekent: een relatie, waarin je met hart en ziel, met huid en haar betrokken bent…

Wat zei Jezus ook weer? Het eeuwige leven, dat is dat zij U en mij kennen…
Eeuwig leven is leven in relatie met God… En dan is God niet een vage kennis,
maar iemand waarmee je een intense relatie aangaat.

Zeg ik dat wel goed?
Nee, dat zei ik niet helemaal goed.
Het is precies andersom. God is zelf zo’n relatie aangegaan met ons,
met de mensheid… God kent ons immers van haver tot gort.
Niet uit zijn hoofd,  maar by heart, par coeur, naar hartenlust…
Hij kent zijn mensen, alsof hij ze zelf heeft geschapen.

Hij kent ook onze gevoelens van verlatenheid
en kwam hoogstpersoonlijk naar ons toe
om ons zijn NAAM te leren spellen:
J. H. W. H. –  Ik zal er zijn voor jou!

Een veelbelovende naam. 
Een naam die je garandeert dat hij ook jou nooit alleen laat.
Hij is een God die van mensen houdt, zoals Abraham van Sara houdt,
en Maria van Jozef, … en … enfin vul zelf maar in!
Vul jezelf maar in…

Die liefde wordt niet zichtbaar in de warmte van de zon
en ook niet in het licht van de maan… die liefde wordt zichtbaar
in de liefde van mensen voor elkaar.
Dieleifde blijkt In het handelen van geïnspireerde mensen,
die aan anderen kwaliteit van leven gunnen; de kwaliteit die we eeuwig noemen.

De liefde van God wordt zichtbaar in onze opdracht. De opdracht die ons leven zin geeft: wij zijn – door zijn liefde – door zijn hartenlust, door zijn Geestdrift zozeer verbonden met de Heer die is opgestaan uit de doden, opgevaren ten hemel en zit aan de rechterhand van God… dat er geen ontkomen aan is.
Maar wie zou daar nou ook aan willen ontkomen?
Van de mensen die hem kennen, niemand.  


Wat het van ons vraagt? Overgave… Onvoorwaardelijke overgave.
Dat is een klus op zich, want je overgeven aan de liefde van anderen is soms knap lastig, want dat vraagt vertrouwen… het vraagt geloof. 

Ik sluit af me een vakantieervaring…
Ik fietste pasgeleden door Florence in Italië en werd aangereden door een Fiat punto. Ik lag op het asfalt, voelde dat er niets aan de hand was en wilde opstaan. Dat mocht niet van de omstanders. Een heel stel lieve mensen was heel bezorgd. Je moet stil blijven liggen. Niets bewegen! Vooral je hoofd niet! Ik zag alleen een stukje van de blauwe lucht.

Er arriveerde een ambulance. Ik kreeg een brace om mijn nek en werd liefdevol vastgelegd op een brancard en naar het ospedale gebracht.
De politie zorgde voor mijn vrouw en – hoewel ik dat helemaal niet gemakkelijk vond – was onvoorwaardelijke en volledige overgave de enige manier om al die liefdevolle zorg te verwerken. Een vriendin had me voor de vakantie een brief geschreven, waarin ze vertelde over de uitstekende politiezorg en de vakbewaam-heid van de medici in Toscane… Die brief hielp op dat moment enorm om dat vertrouwen op te brengen, om te blijven geloven dat je in goede handen bent,
ook al duurde het wachten een eeuwigheid…. O, nee … het duurde heel lang.

Wie zich verweesd of in de steek gelaten voelt, heeft waarschijnlijk moeite met die overgave. Vertrouwen op en je overgeven aan de liefde van een God,
die zijn mensen en nooit in de steek laat … dat is niet altijd gemakkelijk.

En dan hoef je nog niet eens bang te zijn dat hij je vast zal leggen op de een brancard. Hij zal je ook geen brace om je nek doen, zodat je alleen nog naar
de blauwe hemel kunt kijken… Integendeel! Afgelopen donderdag nog…
stonden de discipelen met zijn allen naar boven te kijken op de olijfberg.

Toen waren daar twee mannen in het wit… die zeiden:
Sta nou niet naar de hemel te staren…
Dan zie je niks van Gods liefde. Nee, kijk om je heen…
Kijk naar de mensen die mij kennen
en je zult Gods liefde ervaren…
tot aan de einden der aarde,
dus ook in Andijk.

Amen.