God is koning?

Lieve mensen van God…


Gelijkenissen….
Verhalen die laten zien hoe dat is:
leven onder het koningschap van God.
Voor heel veel christenen is dat een toestand
die we pas zullen bereiken na het uur van onze dood.
Het zijn de mensen die houden van het lied: Stil maar, wacht maar…
alles wordt nieuw. Gods koninkrijk komt… ooit… in het hiernamaals als
we bij God in de hemel zijn… Op aarde komt het als de jongste dag aanbreekt.

Anderen zien in Gods koninkrijk veel meer een ideaal dat je na kunt streven,
een heilsstaat, die ooit zal ontstaan omdat het goede in de schepping
uiteindelijk al het kwaad overwint. Een toestand van heelheid,
waar men in new age kringen ook graag over filosofeert.
Een droom… en aan de realisering van die droom
mag je dan als mens je bijdrage leveren.

Twee verschillende visies op het koninkrijk.
De overeenkomst is dat Gods koningschap iets is voor de toekomst
Iets om naar te verlangen, iets om van te dromen, om naar toe te leven
Het is niet aan mij om opvattingen af- of goed te keuren,
maar er is wel iets dat me dwars zit.

Er staat namelijk niet: Het koninkrijk zal ooit zijn als…
er staat Gods koninkrijk is als
Gods koningschap is niet iets voor het land van ooit…
maar -zoals elke gelovige zal beamen- God is koning, hier en nu.

God is koning…  Dat is trouwens wel een belijdenis die ik 10 dagen na de ramp met vlucht MH 17 alleen maar heel aarzelend durf uit te spreken.
Ik houd toch al niet zo grote woorden, maar als er zulke afschuwelijke dingen gebeuren, als bijna 300 mensen omkomen door… een vergissing, dan klinkt zo’n uitspraak als “God is koning” haast als vloeken in de kerk.

Dat komt, denk ik, omdat we bij die uitspraak denken aan een absoluut koning. 
De geschiedenisboeken staan er vol mee. Lodewijk XIV, is een aardig voorbeeld. Van die Zonnekoning wordt verteld, dat hij echt alles bepaalde in zijn rijk.
Als hij vroeg hoe laat het was, antwoordden zijn dienaren:
“Het is zo laat als het uwe majesteit behaagt.”

Als we zeggen: God is koning…
denken we al gauw aan zo iemand, een koning met absolute macht.
We denken eerder aan een figuur als Poetin, dan aan iemand als Willem Alexander… Eerder aan iemand die zijn schoonzoon een bestbetaalde baan bezorgt bij Gazprom, dan aan een man die – samen met zijn vrouw – lief en leed deelt met de mensen in zijn land. Ik denk aan het gezicht van koningin Maxima op het vliegveld in Eindhoven en aan die heel bijzondere toespraak van de koning.

Als we zeggen: God is koning… zullen we moeten nadenken over hoe dat koningschap eruit ziet. Over wat voor soort koning gaat het dan.
Daarover gaan de gelijkenissen, die we vanmorgen lazen.

Ze gaan over het koningschap van God,
over het koninkrijk van de hemel…
en over de rol van de mens,
hier, op deze aarde.

Bijbels gesproken kunnen hemel en aarde niet buiten elkaar…
Bijbels gesproken horen God en mensen onlosmakelijk bijeen.
We noemden aan het begin van de dienst Zijn naam: Ik zal er zijn voor jou!
Er is een duurzame relatie tussen hemel en aarde, tussen God en mensen; ze kunnen niet zonder elkaar. Wie zou God zijn, als Hij niet een God van mensen was. Wat is de hemel zonder de aarde? Wat missen we als we God en zijn rijk naar het hiernamaals verbannen? Daarover gaan de gelijkenissen die we lazen.
 
Het koningschap van God is als een schat, die verborgen ligt in de aarde.
Die gelijkenis vertelt expliciet dat het koninkrijk – of het koningschap – er is.  
Het is weliswaar verborgen, maar het is er wel… Het is er… hier en nu.
Je kunt het ook vinden! Het ligt niet zomaar voor het oprapen.
Jezus gaat ervan uit dat je, als je Gods koningschap ontdekt,
er alles voor over zult hebben om in dat koninkrijk
te mogen leven. Daar wil je bijhoren!

Daar ga je voor!
Alles wat je hebt wil je daarin investeren…
Je verkoopt de zaak en investeert al je geld,
al je werkkracht, je creativiteit,  je intelligentie,
kortom je besteedt je hele leven aan dat koninkrijk.
Wie de onschatbare waarde van Gods koningschap ontdekt,
gaat er helemaal voor, zoals een topsporter zijn hele leven richt
naar een topprestatie op een WK of in de Tour de France;
zo zal ook een gelovige alles op één kaart zetten…
de kaart van het koninkrijk der hemelen…
waar God koning is.

In de gelijkenis van de parel vertelt Jezus het nog een keer.
Het zijn twee heel simpele verhaaltjes, met een enorme impact.
Alles verkopen en dan je hele hebben en houden inzetten voor Gods koninkrijk, al je denkkracht, al je fantasie, al je energie ook….
Je eerste neiging is om “JA” te zeggen, want
het klinkt goed… heel goed zelfs.

Maar als we er even over nadenken… willen we dan ook nog?
Loop je niet het risico als fanatiekeling door het leven te gaan?
Zullen we niet voor een soort christelijke jihadisten worden aangezien?
We gaan toch niet op kruistocht! Nee, nee, nee… Het koninkrijk van de hemel staat niet op de landkaart… Het is er wel, maar het ligt verborgen als de schat in de akker.

In de teksten staat het woord basileia. Je kunt dat woord –
zo heb ik me laten vertellen – vertalen met:
het koninkrijk van God, maar ook met:
het koningschap van God.

Het koningschap verdient zelfs de voorkeur,
want zodra het over een koninkrijk gaat,
krijgen we geografische associaties.
Voor je het weet zit je midden in
een geopolitiek wespennest
met alle desastreuze
gevolgen van dien. 

Blijft de vraag, hoe dat koningschap van God er dan uitziet?
De mensheid kan God leren kennen uit de heel oude woorden van Thora
De mensheid kan God leren kennen door te kijken naar Jezus Christus.
De mensheid kan God leren kennen door te kijken naar de kerk,
naar de gemeenschap van de gelovigen,
althans zo zou het moeten zijn.

Hebben we uit die oude woorden God leren kennen als een absoluut koning?
Herkennen we in die oude woorden een God die lijkt op een poppenspeler,
die aan alle touwtjes van het wereldgebeuren trekt?
Integendeel.
In de Schriften leren we God kennen als schepper
van zelfverantwoordelijke mensen.
In de Schriften leren we God kennen als partner,
die zich verbindt met mensen, die n meegaat
door de woestijn, die hen tips geeft over
hoe je het leven zinvol  kunt leven,
die helpt zoeken naar een vorm
van samenleven in het land
van belofte…
Daar leven mensen niet onder het juk van een gekroonde koning,
maar met een gezalfde koning… een gezalfde, een Messias…
hun koning is een dienende koning


Hebben we uit die oude woorden God leren kennen als een absoluut koning?
Hebben we Hem leren kennen als zo’n absoluut koning, die alles naar eigen
hand zet? Integendeel.
Wij hebben God leren kennen door Jezus Christus, die we Gods zoon noemen. We hebben Hem leren kennen als iemand die met mensen meeleeft,
die met mensen mee lijdt, die mee sterft en als eerste opstaat…

Waar absolute koningen voor zichzelf altijd de weg
van de minste weerstand kiezen,
gaat Jezus dwars door alle
weerstanden heen.
Hij de gezalfde, de Messias…
Gods zoon als de dienaar van mensen.

 

Heeft de mensheid God leren kennen door te kijken naar de kerk, naar de gelovigen? Wat zouden we graag voluit JA zeggen op die vraag…
En zeker er zijn momenten, waarop dat JA terecht zou zijn,
maar de kerk heeft die oude woorden maar al te vaak
misbruikt om machthebbers te legitimeren…
om slavenhandelaars vrij te pleiten
om apartheid te sanctioneren
om armen te kleineren en
kinderen onder de
duim te houden.

 

Zo ziet het koningschap van God er dus niet uit.
Maar hoe dan wel?
Daarvoor moeten even terug naar de context van de gelijkenissen.
Jezus vertelt ze in een discussie met de farizeeën.
En waar gaat die discussie over?

Die discussie gaat over de vraag op welke manier je die oude woorden
kunt, mag, moet toepassen in je dagelijks leven. Met die vraag zijn
de farizeeën dag in dag uit bezig. De farizeeën verstonden de
kunst om de woorden van Thora, invoelbaar en toepasbaar
 te maken, voor het leven van alledag.

De manieren waarop ze dat deden waren zeer verschillend. De een neemt de oude woorden heel letterlijk, een ander voelt wat meer vrijheid om
eigentijdse woorden en vormen te kiezen.

Als je Jezus bij een van de vele stromingen in het Jodendom van de eerste eeuw zou moeten indelen, dan zou je hem een farizeeër moeten noemen.
Dat is geen scheldwoord, integendeel. Ook Hij is immers bezig
de oude woorden invoelbaar en toepasbaar te maken,
voor het leven van alledag.

De discussies die Jezus voert met de farizeeën, is een discussie onder collega’s,
en wie het temperament van de oosterling kent, weet dat discussies
hoog op kunnen lopen, zeker als het over godsdienstzaken gaat.

Jezus is geen vijand van de Farizeeën. Dat blijkt wel in vers 52. 
Hij zei hun: ‘Zo lijkt iedere Schriftgeleerde, die leerling in het koninkrijk van de hemel is geworden, op een huismeester die uit zijn voorraadkamer nieuwe en oude dingen tevoorschijn haalt.’

 

De vraag: Hoe kunnen wij leven naar Gods woord in deze tijd,
is dezelfde vraag als: Hoe kan het koningschap van God zichtbaar worden
in deze tijd, in deze wereld?
Hoe kunnen we die schat in de akker, die kostbare parel… aan het licht laten komen. Daarvoor mogen we ons, met alles wat we hebben, voor inzetten,
door Messiaans te leven. Door dienaar te worden; door ons
als geloofsgemeenschap dienstbaar op te stellen in de samenleving.
Ik hoor sommigen denken: Ja, ja en dan weer voor gekke Gerritje uitgemaakt worden zeker… Geef die marechaussees nou wapens mee!
Dan kunnen ze tenminste… Ja, wat kunnen ze dan?
Denk je dat Jezus een pistool mee zou nemen
naar die plek waar al zoveel mensen zijn omgekomen?
Misschien heeft Christus volgen wel iets te maken met bewust het risico nemen dat je voor gekke Gerritje wordt uitgemaakt…

IN het sleepnet van het leven zitten zowel goede als foute vissen.
Die slechte vissen worden er wel uitgegooid,
maar dat gebeurt pas als het net vol is…
d.w.z. als de jongste dag aanbreekt.

In het leefnet waarmee het koninkrijk wordt vergeleken zwemmen zowel de goede als de kwade vissen. Daar zwemmen marechaussees en separatisten,
daar spartelen Poetin en Obama, Paus Franciscus en de aartsbisschop van Canterbury. Wie de good guys en wie de bad guys zijn?

De schat in de akker komt aan het licht als wij leren het oordeel
over te laten aan de Heer, die duizend keren meer geduldig is
dan dat wij boosaardig zijn…


Niet oordelen… Het is zo ontzettend moeilijk. Soms heb je het al gedaan voor het goed en wel beselft.
 Een paar weken terug belde een van de hulpverleensters van de HWK – de Stichting Hulpverlening vanuit de Westfriese kerken me op.
Ton, zou jij op dat en dat adres een envelop met 20 euro in de bus willen
gooien, want die mensen zitten helemaal zonder geld en zonder eten.

Ik reed erheen en zag dat het huis versierd was met oranje vlaggetjes.
Ze leefden kennelijk mee met het Nederlands elftal op het W.K.
Toen ik het zag, dacht ik: daar hebben ze dus wel geld voor…
Ik schrok van mijn eigen gedachte…

In het leefnet waarmee het koninkrijk wordt vergeleken zwemmen we zelf met onze goede en onze kwade kanten, met onze dienstbaarheid en onze hoogmoed.
De kostbare parel van Gods koningschap komt aan het licht als wij leren het oordeel over te laten aan de Heer, die duizend keren meer geduldig is dan dat wij boosaardig zijn…

 

God is koning…
Hij trekt niet aan de touwtjes…
Hij heeft niets te maken met de vergissing van degene die die raket afschoot,
Hij heeft niet een onweersbui afgestuurd op het vliegtuig dat in Mali neerstortte
Hij heeft niet de hand in de ramp die zich op Taiwan voltrok…

God is koning… en dat kan en mag zichtbaar worden in het gedrag van mensen,
die bezig zijn zoals ons koningspaar en onze regering deze week;
als mensen er zijn voor elkaar, voor de nabestaanden van al die rampen,
en voor hen die in de gemeente hun pater familias ten grave droegen.

God is koning…
Dat het zo mag zijn – Amen.