Gods dienst aan mensen

Lieve mensen van God,

Je wenst het niemand toe, maar het kan wel gebeuren.
Je bent ooit smoorverliefd geworden
en leerde daarna van hem of haar te houden,
maar na jaren moet je toch samen concluderen
dat wat je elkaar ooit beloofde, geen stand houdt.
De verwachting waarmee je ooit die relatie bent aangegaan,
loopt uit op een teleurstelling.

Je wenst het niemand toe, maar het kan wel gebeuren.
Je schrijft de ene sollicitatiebrief na de andere.
Je bent een enthousiast beoefenaar van je vak,
maar er zijn inmiddels zoveel jongere, goed opgeleide mensen
ook op zoek naar een baan in jouw branche.
Je kansen slinken met de dag. Wat een teleurstelling.

Je bent gepensioneerd en hebt alle tijd om de krant goed te lezen en het journaal echt bij te houden. Maar daar word je niet vrolijk van.
Het is immers allemaal onrecht en ellende. Het is om uit je vel te springen, maar je kunt er als eenling toch niks aan doen. Je had het je allemaal heel anders voorgesteld. Wat een teleurstelling!

Je hoort dat er drie landgenoten omkomen bij de bombardementen op Syrië.
Heel diep verborgen hoor je een stemmetje dat zegt: Net goed!
Terwijl je donders goed weet dat ook die jongens een moeder hebben;
een moeder die haar kind verliest. Medeleven, zoals bij MH 17?
Nee dat zit er niet in. We willen er niet aan denken… WE schamen ons voor dat stemmetje, maar zappen toch weg naar shownieuws of radio 4.
We kunnen er immers toch niks aan doen.
Hoe teleurstellend moet dat zijn voor die moeders..

Teleurstelling, machteloosheid, apathie. Het zijn gevoelens die ook in de gelijkenissen, die Mattheüs tegen het eind van zijn evangelie vertelt.
Die gelijkenissen worden verteld aan mensen, die ook teleurgesteld beginnen te raken; mensen die machteloosheid ervaren en op het punt staan apathisch te worden. Dat komt doordat die eerste christenen, want daar schreef Mattheüs voor, heilig geloofden dat Jezus spoedig terug zou komen. Dat was de basis van hun geloof.
Voor hen was de christelijke godsdienst – een kwestie van Gods dienst aan mensen. Ze konden zelf hun lot niet verbeteren, dachten ze, maar dat geloof in de wederkomst hielp hen vol te houden onder zware omstandigheden.
Ze waren bezig met overleven, tot de wederkomst…  
Als ze al werk hadden, dan was het als slaaf of slavin; als ze al onderdak hadden, dan woonden ze in achterstandswijken.
Als er ergens in het Romeinse Rijk een brand uitbrak of een opstand,
dan kregen zij de schuld. Zij zijn de meest kwetsbare groep in de samenleving en die krijgen altijd en overal de schuld…  Deze groep schlemielen hield er ook nog een andere godsdienst op na. Daar maken de machthebbers slim gebruik van. Ja, zoiets noemen wij slim. 

Mattheüs schreef zijn evangelie voor arme mensen, die heel hoge verwachtingen hadden; die al hun hoop hadden gevestigd op de spoedige wederkomst van de Heer. Arme mensen, die er vast op rekenden dat zij het nog mee zouden maken: het koninkrijk van God op aarde; een rijk waar niet de wetten van de keizer, maar de regels God zouden gelden;
de hemel op aarde… Ziet u, Gods dienst aan mensen.

Alle ellende, alle vernedering, alle pijn en alle armoede zou voorbij zijn.
Ze vertrouwen daar vast op, geloven het heilig, maar het duurt zo lang…
en hoe langer het duurt, hoe moeilijker het is te blijven vertrouwen op de wederkomst. Het wordt langzaam maar zeker: hopen tegen beter weten in.
Velen raken teleurgesteld en voelen zich machteloos. Apathie slaat toe.

In Mattheüs 21 loopt het al tegen het einde van zijn leven.
Jezus is al in Jeruzalem. Er zijn discussies over Jezus’ bevoegdheid. Dreigementen klinken… Mattheüs vertelt over de tempelreiniging.
Jezus slaat kooplieden en wisselaars de tempel uit,
tot groot ongenoegen van de priesters en de schriftgeleerden.

Allerlei machten en krachten spannen samen tegen Jezus.
In de kring van Jezus’ volgelingen heerst angst.
En Jezus? Is Jezus ook bang?
Na tempelreiniging gaat Jezus de nacht doorbrengen in Bethanië.
Gaat hij op de vlucht?  Nee, Jezus doet wat je  – in zijn ogen – altijd moet doen en dus ook als het spannend wordt.
Hij gaat naar Bethanië. Naar Beth Anawim, het Huis van de armen.
Ook nu hij bedreigd wordt, kiest Jezus voor de armen, de misdeelden,
de vreemdelingen. Dat is Gods manier om mensen te dienen.
Jezus kiest ook nu voor mensen aan de zelfkant van de samenleving:
Jezus kiest voor de armen – die bij de voedselbank aankloppen…
Jezus kiest voor de zieken – die bang zijn dat de thuiszorg niet meer langskomt. Hij gaat naar Afrika om het ebolavirus te bestrijden
Jezus kiest voor de hoeren – die alles doen voor geld,
een gouden handdruk… een bonus.
Voor de tollenaars  –   die collaboreren met vijanden,
zoals de keizer van Rome, de president van Rusland of de kalief van I.S.

Vind je het gek dat die farizeeën en schriftgeleerden zijn bevoegdheden in twijfel trekken? Vind je het gek dat de discipelen zich zorgen maken.
Vind je het gek dat zij in de ontwikkelingen tijdens de paasweek
niets van Gods dienst aan mensen herkennen.

De spanning in Jezus’ leven loopt hoog op. Getsémané kondigt zich aan…
Golgotha werpt zijn schaduwen vooruit…
De spanning bereikt het kookpunt, en wat doet Jezus?
Jezus vertelt een gelijkenis over een wijngaard.
Jezus vertelt een verhaal over zo’n druiventuin,
die in de verhalen van Israël het beeld is van “Het land van belofte”;
Die wijngaard staat voor: “Het koninkrijk van God”
Jezus is geen wijnboer geworden, hij verkondigt het Messiaanse Rijk. Kortom dit verhaal gaat over die nieuwe wereld, waarop al die machteloze, teleurgestelde, apathische mensen niet meer durven hopen.

En dan horen we de Vader, d wijngaardenier,  tegen zijn zonen zeggen:
Ga werken in die wijngaard! God zegt: Ga mijn dienst aan de mensen
handen en voeten geven.  Maak werk van dat beloofde land, zorg dat het koninkrijk gestalte krijgt!
Dat Messiaanse Rijk komt niet uit de lucht vallen, daar moet aan gewerkt worden. Gods dienst aan mensen, krijgt handen en voeten in de dienst van de kerk aan de samenleving.

Hoort u dat… Wij mensen worden aan het werk gezet.
Het is aan ons, volgelingen van Jezus, om die machteloosheid af te werpen; Wij mogen niet in de apathie te blijven steken, zegt onze Heer.  
Wij mogen ons – teleurgesteld als we zijn – niet  in de slachtofferrol laten drukken. Het is christenen verboden om angst te accepteren als raadgever.

Als God een nieuw begin maakt met zijn dienst aan de mensen,
zegt een engel tegen de herders: Vreest niet. Voel je je bedreigd?
Wees niet bang!
Wordt je geconfronteerd met onrecht, spring je uit je vel als je die nare videofilmpjes ziet… Wees niet bang! Kruip niet weg!
Ga aan het werk in de wijngaard.
Niets doen is geen optie.
Vertrouw op Jezus’ manier van leven.  
Hij heeft Gods dienst aan mensen echt  vorm gegeven.  
Niets doen is geen optie. Overleven is geen leven…

President Obama heeft ons de afgelopen week op het hart gebonden:
Niets doen is geen optie. Daar heeft hij gelijk in…
Je kunt onrecht niet laten voort bestaan. Je kunt die lui van I.S. niet zomaar hun afschuwelijke gang laten gaan. Daar zijn Jezus en Obama het over eens.
Of Jezus ook voor F16’s en kruisraketten zou hebben gekozen, is een andere vraag. Moet je Beth Anawim, het huis van de armen bombarderen?
Maar als dat nou eens de plek zou zijn waar Jezus de nacht doorbrengt!
Bombarderen zal vast nodig zijn, maar om Gods dienst aan deze wereld gestalte te geven, zullen er minstens ook heel andere dingen moeten gebeuren.

Kiezen voor de armen…
Ze komen bij duizenden uit Afrika, nu nog in gammele bootjes.
Italië heeft inmiddels 95.000 mensen uit die bootjes gered,
enkele duizenden zijn er verdronken. Maar als Europa, de armen in Afrika niet laat delen in de rijkdommen van deze aarde, dan komen ze halen waar ze recht op hebben. Die mensen zijn op de vlucht zijn voor armoe en geweld. Hen helpen is geen kwestie van liefdadigheid, dat is een kwestie van rechtvaardigheid.

Je kunt natuurlijk zeggen, dat het jouw tijd wel zal duren,
maar de manier waarop wij nu met die problemen omgaan,
bepaalt hoe de wereld en het leven van onze kleinkinderen eruit zal zien.

De tanden van de kinderen zijn stroef omdat de vaderen onrijpe druiven hebben gegeten. Dat zijn woorden van Ezechiël, die ons doen denken aan die beroemde (of misschien zelfs beruchte) tekst uit Exodus 34 over een God die liefdevol is en genadig, geduldig, trouw en waarachtig, 7 die duizenden geslachten zijn liefde bewijst, die schuld, misdaad en zonde vergeeft, maar niet alles ongestraft laat en voor de schuld van de ouders de kinderen en kleinkinderen laat boeten, en ook het derde geslacht en het vierde.’

Ja dat is de nieuwe vertaling, maar we kennen die tekst allemaal. Wil Ezechiël duidelijk te maken dat wij de straf moeten ondergaan voor wat onze voorouders hebben gedaan? Dat woord straf is absoluut niet op zijn plaats, maar het is wel waar dat de daden van onze voorouders het leven van onze generaties mede bepalen… Dat maakt de profeet duidelijk. Die wijze woorden zijn onderdeel van Gods liefderijke dienst aan de mensen.

Als we in de 17de eeuw niet als hebberige kolonialisten te keer waren gegaan in Afrika en Azië, zou de wereld er heel anders uitzien. Dat is geen oordeel over de mensen van toen. Het is de eenvoudige vaststelling van een feit.

Het omgekeerde is ook waar: De inspanningen die wij doen, om de aarde bewoonbaar te maken en te houden, zullen komende generaties tot zegen zijn. Wij geven soms even Gods dienst aan de wereld handen en voeten.
Als we dat nalaten zullen de gevolgen voor die komende generaties
desastreus zijn.

Die teksten in Exodus en Ezechiël vertellen niet over een wraakzuchtige God Die teksten vertellen over een liefderijke God, die niets liever wil dan dat mensen leven… en dan bedoel ik LEVEN… een kwaliteitsleven lijden en in zijn Woord maakt Hij duidelijk hoe dat zou kunnen.

Die liefderijke God ziet graag dat bange mensen tot inkeer komen. Hij ziet graag dat ze die slachtofferrol de rug toekeren; Jezus roept zijn volgelingen aan het werk te gaan in de wijngaard, d.w.z. wieden en snoeien, de rommel op ruimen, het kwaad uit bannen.  Wie een omkeer maakt ten goede… die is het waard dat hij leeft.

Wie blijft geloven dat ook anderen zo’n omkeer kunnen maken,
wie het lef heeft die ander daartoe op te roepen,
is een werker in Gods wijngaard.

Hoe zegt Ezechiël dat? In vers 30-32 staat:
Ik zal iedereen beoordelen naar de weg die hij gegaan is – spreekt God, de HEER. Kom tot inkeer, bega geen misdaden meer, anders brengt jullie schuld je ten val. 31 Breek met het zondige leven dat jullie hebben geleid,
en vernieuw je hart en je geest. Dan hoeven jullie niet te sterven, Israëlieten! 32 Want de dood van een mens geeft me geen vreugde – spreekt God, de HEER. Kom tot inkeer en leef! Voor God is elk leven waardevol!

De wegen van God gaan, dat begint bij “weten wat er in de wereld gebeurt.”
De wegen van God gaan betekent dat je onderscheid maakt tussen goed en kwaad, tussen recht en onrecht, tussen wijsheid en dwaasheid. En dan zelfs als het kwaad, het onrecht, de dwaasheid aan de winnende hand lijkt te zijn het lied durven zingen, dat ik ooit bij het jongerenkoor van de parochie in Zundert leerde zingen: Dan nog! Dan nog! Klamp ik mij vast aan jou, of je wilt of niet… op ongenade of genade, ik zal red mij, red mij roepen of zoiets als heb mij lief…

Als het kwaad, het onrecht, de dwaasheid lijken te winnen, dan nog… vasthouden aan de droom van een veelbelovend land,
Dan nog… laten we onze dromen niet verschralen; dan nog zetten we onze visioenen niet bij het grof vuil. Dan nog…zullen we blijven geloven: Van u is het koninkrijk, de kracht en de heerlijkheid, tot in eeuwigheid, of , zoals Oosterhuis het opschreef: Van u is de toekomst, kome wat komt!

Dat het zo mag zijn
AMEN.