Hoe een verhaal kan werken I

Gemeente van onze Heer Jezus Christus 
Lieve mensen van God

De Belgische opstand begon in 1830 met de uitvoering van de opera
“La Muette de Portici.” Dit romantische, nationalistische stuk, werd op
25 augustus 1830 opgevoerd in de Muntschouwburg in Brussel, t.g.v. de verjaardag van Willem I, vorst van het verenigd koninkrijk der Nederlanden. 
Als er op een zeker moment  – weliswaar in het Frans – gezongen wordt:

Heilige liefde voor het vaderland – Geef ons de moed en trots;
Aan mijn land dank ik mijn leven. Het zal aan mij zijn vrijheid te danken hebben.

slaat de vlam in de pan. De opstand is een feit. De opera is natuurlijk niet de oorzaak van, maar wel de aanleiding tot de uiteindelijke afscheiding van België.

De opera zelf is in de vergetelheid geraakt. Het feit dat we hem nog kennen is niet te danken aan de schoonheid van de muziek, of de kracht van het libretto. Nee, we kennen “De stomme van Portici” nog door in de theologie heet:
de “Wirkungsgeschichte”. Letterlijk vertaald: de werkingsgeschiedenis.
De opera heeft gewerkt als lont in het kruitvat van een economische crisis.

 

Net als die opera, hebben ook bijbelverhalen zo hun Wirkungsgeschichten.
Het feit dat mensen de scheppingsmythe als het eerste hoofdstuk van de wereldgeschiedenis hebben geïnterpreteerd, heeft de verhouding tussen de  geloofsgemeenschap en de natuurwetenschap op spanning gezet, met  desastreuze gevolgen voor de geloofwaardigheid van de kerk
en haar boodschap.

Nog veel erger dan die van de opera en het scheppingsverhaal, is de Wirkungsgeschichte van het gedeelte dat we gelezen hebben:
de gelijkenis van het koninklijk bruiloftsmaal.
Die gelijkenis is in de loop der kerkgeschiedenis gaan werken als een regelrechte ramp voor het Jodendom.  Dat geldt overigens ook voor de twee die op de twee afgelopen zondagen aan de orde waren. Op 28 september ging het over een vader met twee zonen, waarvan de een “ja” zei en “nee” deed en ander “nee” maar “ja”deed. Vorige week: de onrechtvaardige pachters. Vandaag dus het verhaal van het koninklijk bruiloftsmaal. Dat is in de loop der eeuwen steeds als volgt uitgelegd:
De koning die de maaltijd aanricht is God. Die God heeft in eerste instantie het joodse volk uitgenodigd.  Het volk dat hij had uitverkoren om Zijn geboden te gehoorzamen, zijn NAAM te verkondigen en zijn reddend handelen op deze aarde bekend te maken. Maar, zo beweren die uitleggers, de joden zijn niet op die uitnodiging ingegaan. Ze laten de dienaren, die hen a.h.w. komen halen praten en doen hun eigen ding: Ze een heeft een akker gekocht, de ander een vrouw getrouwd en zo hebben ze allemaal een smoes om niet naar dat feest te gaan. Ze  hebben niet geluisterd naar de profeten, zo werd dan uitgelegd en daarom trekt God die eervolle uitnodiging terug. God heeft hen verstoten,
 zo wordt dan gezegd, en uiteindelijk in hun plaats de wereldwijde kerk uitverkoren om het Koninkrijk te proclameren en aan te zitten aan het feestmaal dat de Heer aanricht.  

De Wirkungsgeschichte van dit verhaal is dat de kerk meende – in navolging van de Heer – de joden te moeten verstoten. Het Jodendom werd tot een inferieure godsdienst verklaard. Joodse mensen werden uitgesloten van burgerrechten. Ze kregen de schuld van allerlei rampen, zoals bijv. een grote stadsbrand in Rome; van pestepidemieën in de Middeleeuwen; zo mochten ze in ons land geen lid worden van de gilden, om eens iets te noemen,
In het Rusland van de Tsaren vonden eind 19-de eeuw talloze pogroms plaats, en dat met de zegen van de orthodoxe kerk, die de joden zag als die onrecht-vaardige pachters uit Mattheüs 21. Ook een groot deel van de kerk in Duitsland heeft in het naziregime, met al zijn verschrikkingen gelegitimeerd met die uitleg van het verhaal dat we  gelezen hebben. 

Deze gelijkenis heeft dus een enorme Wirkungsgeschichte en dat is vast de reden waarom de roostermakers deze lezingen hebben opgenomen rond de eerste zondag in oktober is: Dat is in onze kerk al jaren Israëlzondag. 
Dat is de zondag waarop we stilstaan bij de onopgeefbare verbondenheid van de kerk met Israël, d.w.z. met de joodse traditie en het joodse volk. En dat doen we met deze lezing, die niet bepaald positief spreekt over die  eerste genodigden aan het koninklijk bruiloftsmaal.

Het is dus van het grootste belang om na te gaan wie Mattheüs nou eigenlijk bedoelt met die gasten die niet komen. Wie zijn die mensen die de boodschap-pers van de Heer laten kletsen? Wie zijn die mensen die het vertikken om het grote feest van Gods verbond met de mensheid te vieren.

Hier wordt vanuit de joods godsdienstige traditie stevige kritiek geleverd op volksgenoten die het niet zo nauw nemen met Gods geboden. De kritiek geldt
de volksgenoten die passen voor de kwaliteit van leven die Jesaja vergelijkt met een fantastische maaltijd. Men laat die kwaliteit van leven aan zich voorbijgaan. Sterker nog, ze zien helemaal geen kwaliteit in zaken als:
omzien naar de weduwen en wezen;
het lenigen van de nood van de zieken;
het voeden van de hongerigen,
gastvrij zijn ten opzichte van vreemdelingen…

Wie die geboden houdt, wie die richtingwijzers volgt, die helpt zorgen voor de kwaliteit van leven die God voor alle mensen in petto heeft…
Het zijn wetten die leiden naar de kwaliteit van leven die we ‘eeuwig’ noemen!

Maar Gods wetten worden niet in acht genomen. In tegendeel.
De armen worden uitgebuit en werken tegen minimale lonen in de glastuinbouw;
Vreemdelingen worden teruggestuurd, naar landen waar marteling en dood hen wacht; Hongerlijders worden aan hun lot over gelaten.
Mensen, nota bene de kroon op gods schepping,  worden op straat gezet en heten: illegaal – onwettig. Niet de mensen onwettig, de wetten zijn onmenselijk  Met een lege koelkast, drie weken wachten op een intakegesprek bij de voedselbank… Dat is wel in heel schrijnende tegenstelling met dat koninklijk bruiloftsmaal.

We zijn in de bijbel telkens weer getuige van intern joodse discussies.
Het zijn de profeten, die vanuit de joodse religie, kritiek leveren op joodse volksgenoten, vaak bestuurders. Zoals er – goddank – tot op vandaag mensen zijn in Israël die – op grond van de joodse traditie – kritiek leveren op de politiek van Netanjahu en zijn trawanten.


Jezus vertelt de gelijkenis van het koninklijk bruiloftsmaal op het tempelplein in Jeruzalem. Hij is daar in een pittig twistgesprek gewikkeld met de aanwezige rabbijnen. Dat is in de  joodse traditie niet ongebruikelijk. Dergelijke discussies worden vaak gevoerd op het scherpst van de snede, maar altijd met de intentie om te leren, om samen wijzer te worden. Ook hier is sprake van een intern joodse discussie. Christelijke uitleggers denken dat ze in die discussies aan de kant van Jezus staan en samen met hem de joden kunnen wegzetten en zelf hun plaats te kunnen innemen aan die koninklijke maaltijd. Want Jezus en
het christendom horen naar hun idee onlosmakelijk bij elkaar.
Veel christenen vergeten telkens weer dat Jezus nooit christen is geweest.
Jezus is als een joods jongetje geboren en heeft als joodse rabbi geleefd en gewerkt en is met een joods avondgebed op de lippen gestorven: Vader in uw handen beveel ik mijn geest. Ook “opstanding” is een typisch joods concept.

De drie gelijkenissen die ik noemde, vertelt Jezus in de laatste week van zijn leven op aarde. Hij is in Jeruzalem en gaat de confrontatie met de religieuze leiders aan. Jezus gaat er met gestrekt been in.

Palmzondag. Intocht  in Jeruzalem.  Het is die leiders een doorn in het oog.  
Zij doen er alles aan om de lieve vrede met de Romeinen te bewaren.
Hun politiek is erop gericht om bloedvergieten te voorkomen en dan gaat die Jezus daar een beetje Messias zitten spelen op een ezel…
alsof hij Salomo is, de zoon van David!
En dan die aanslag op de kooplieden en de geldwisselaars in de tempel.
O.K. Je kunt discussiëren over de vraag of het stukje Jeruzalem waar die handel plaatsvond bij het tempelcomplex hoort of niet. Maar zelfs als je dat vindt,
dan ga je toch niet die tafels omgooien en de duiven loslaten, wat zullen we nou krijgen…
En dan ten slotte vertelt Mattheüs dat drietal verhalen, waarin Jezus hun strategie van vreedzame co-existentie met de grond gelijk maakt. Eerst die zonen die “ja” zeggen maar “nee” doen; dan de onrechtvaardige pachters en vandaag dat koninklijk bruiloftsmaal.   

In het verhaal van die verzakende gasten, herkennen de priesters en de schriftgeleerden ongetwijfeld zichzelf. Ze voelen zich betrapt als de bood-schappers worden gedood, want ook zij zinnen op snode plannen… met die rabbi uit Nazareth.  Zouden die uitleggers dan toch een beetje gelijk hebben?
Wil Mattheüs duidelijk maken dat die leiders eigenlijk zichzelf beschuldigen? Wil hij laten zien dat ze zelf ook wel weten dat ze Gods Thora ten diepste aan hun laars lappen? Worden deze verhalen verteld om de religieuze leiders in Jezus’ dagen zwart te maken? Zou de jood Mattheüs, de blijde boodschap van de jood Jezus Christus, willen vertellen, door zich af te zetten tegen joodse mensen, die het niet met hem eens waren? Dat zou toch pure  armoe zijn?

Als je de waarde van je overtuiging alleen maar kunt communiceren door je af te zetten tegen andere, dan leef je in een enorme geestelijke armoede. Dan kom je uit op het niveau van de protestant, die zijn geloofsgemeenschap aanprijst als de kerk zonder priesters en bisschoppen die kinderen misbruiken.
Nog een stap verder en je onthoofdt en verkracht alles en iedereen die het niet met je eens is. En denk nou ook weer niet dat zulke dingen alleen bij moslims voorkomen, want Ian Paisly in Noord Ierland was predikant en Hendrik Verwoerd  een keurige Christen, Videla en Pinochet zaten vooraan in de kathedralen van Buenos Aires en Santiago.

Nee, Mattheüs schrijft zijn verhalen over die laatste week van Jezus’ leven niet om zich af te zetten tegen de joodse leiders. De centrale tekst in dit hele dramastaat net voor onze lezing: De steen is die bouwlieden hebben afgekeurd is tot een hoeksteen geworden. Mattheüs verkondigt Jezus als hoeksteen van J.H.W.H. –

JHWH – Adonai is die ene unieke God, die “in den beginne” kiest voor de zwakken, de kwetsbaren. Het begint al bij Kaïn en Abel. Het zijn beginsel!
Adonai gaat niet op pad met een held, niet met een man die vader is van vele zonen, maar met Abraham, een kinderloze looser uit Ur; Hij stuurt Abram op weg met een belofte: een zoon die wonen zal in een veelbelovend land.  

Hij gaat niet in zee met grote volkeren als de Babyloniërs of de Romeinen. Adonai verbindt zich met de Hebreeën,  een slavenvolkje in Egypte.
Hij leidt hen – aan de hand van Mozes – naar een veelbelovend land,
dwars door het doodswater van de Schelfzee.  

En als diezelfde God van Israël zich openbaart, dan doet hij dat niet in de gestalte van een geweldenaar, maar als iemand die het leven deelt met lammen en blinden; met doven en melaatsen, met hoeren en tollenaars.

Die God, die onvoorwaardelijk solidaire God van Israël, die kun je ontmoeten in de persoon van Jezus Christus. Over die God wordt verteld  dat hij met zijn mensen meegaat ook als het leven lijden met zich meebrengt, ook als die weg gaat door het land van de dood.  Die God is trouw, wat er ook gebeurt!

Volgens die oude uitleggers zou die onvoorwaardelijk solidaire God zijn verbond met Noach, met Abraham, Isaäk en Jacob hebben gebroken. 
Volgens die oude uitleggers zou deze God, die onvoorwaardelijk kiest voor mensen die omzien naar anderen, zijn volk de rug hebben toegekeerd.
Volgens die oude uitleggers zou ook deze God uiteindelijk onbetrouwbaar zijn,
want als hij de joden de rug toekeert omdat ze verzaken; dan kun je erop wachten dat Hij ook zijn kerk vandaag of morgen zijn hielen laat zien.
Het zou immers van ongekende hoogmoed getuigen, als wij zouden beweren  het beter te doen dan de joden.

Het joodse volk heeft ons die onvoorwaardelijk trouwe God leren kennen…
Het joodse volk heeft de wereld deze onvoorwaardelijk trouwe God laten zien in de Schriften en in de persoon van Jezus van Nazareth…
In de joodse traditie heeft de wereld een schat gekregen van onschatbare waarde. Een traditie die elk mens even belangrijk vindt. Een traditie waarin een menselijk leven het hoogste goed is. Een traditie die de wereld op weg zet naar een leven van grote kwaliteit. De kwaliteit n.l. die we eeuwig noemen. 

Ik vind het moeilijk de handelwijze van de staat Israël – t.o.v. de Palestijnen bv – vanuit religieus perspectief te begrijpen. Maar de staat Israël is iets heel anders dan de joodse traditie.

Als Christenen zich niet meer zouden willen laten inspireren door joodse verhalen, dan kunnen ze hu bijbel wel weggooien, want die is van Genesis tot Openbaringen door joden geschreven…
Als Christenen niet meer zouden willen luisteren naar hoe joodse mensen over God spreken, dan kunnen we de kerk wel opdoeken, want onze allergrootste inspirator is Jezus, de joodse rabbi uit Nazareth.

Stel je toch eens voor dat we het perspectief zouden moeten missen van het bruiloftsmaal dat wordt aangericht. Het koninkrijk Gods dat ons door die ene unieke joodse rabbi wordt aangereikt, op grond van zijn joodse traditie.  
Stel je voor dat we in deze barre tijden, waarin IS te keer gaat in het midden-oosten, Poetin in Oekraine en Ebola in West-Afrika… Stel je voor dat we in die barre tijden geen perspectief zouden hebben. Ik kreeg heel actuele associaties bij die lezing uit Jesaja… Ik dacht zowel aan de geweldenaars, als aan degenen die op de vlucht zijn geslagen, toen ik las:  

U was een toevlucht voor de zwakken,
een toevlucht voor de armen in hun nood,
beschutting tegen stortbuien, schaduw tegen hitte.


Want het woeden van die wrede volken
is als een stortbui tegen een muur,

als hitte in een dorre streek.

U doet het barbaarse gejoel verstommen,
u tempert de triomf van tirannen,
zoals de schaduw van een wolk de hitte tempert.

 

Wie zulke teksten echt wil begrijpen, doet er goed aan rekeningen te houden met het feit dat ze het joodse teksten zijn. Ik weet wel dat daardoor soms oude vertrouwde uitleggingen van bijbelverhalen op losse schroeven komen te staan, maar de Wirkungsgeschichte van deze drie gelijkenissen heeft laten zien wat er gebeurt als christenen op eigen houtje aan de slag gaan…
Dan gaan ze wijzen naar joden, maar als je je wijsvinger uitsteekt naar de ander, wijzen er drie andere vingers naar jezelf.
Dat is een beetje kinderachtig… maar zo ontzettend waar.
Dat geldt overigens ook als we wijzen naar de Islam,
maar daarover wellicht een andere keer.
 
Dat het zo mag zijn… AMEN.