Onder u staat Hij, die gij niet kent

Gemeente van onze Heer Jezus Christus, 
Lieve mensen van God.


Johannes de Doper…
Een profetische figuur,
die woont in de woestijn en doopt in de Jordaan.
Profetisch, omdat hij er zo uitziet in zijn mantel van kamelenhaar.
Profetisch ook omdat hij Gods licht laat schijnen over de politieke situatie
van zijn dagen. In Johannes 1:6 en 7 – dus vlak voor onze lezing – noemt de evangelist hem: Een man van God gezonden, een getuige. Hij komt om te getuigen van het licht. Licht dat schijnt voor een volk dat in duisternis wandelt.

Johannes de Doper, de profetische figuur,
laat Gods licht schijnen over de situatie waarin het volk verkeert.
Het wandelt in duisternis.
In traditioneel christelijke kring,
wordt die duisternis vaak geïnterpreteerd als “van god los.”
De gevolgen van de zondeval werden nu toch wel heel erg duidelijk.
Ouderwetse theologie zegt: Het werd eigenlijk hoog tijd dat Jezus kwam,
want met de joden kon God niet meer uit de voeten. Ouderwetse christelijke theologie profileert zichzelf, door zich af te zetten tegen de joden.
Dat is een staaltje van Christelijke hoogmoed, dat erg diep in zit.
Wie zo spreekt over het jodendom in de tijd van Johannes,
matigt zich een oordeel aan over de joodse traditie.
Een oordeel dat ons niet toekomt en 
bovendien nergens op slaat.

De pelgrims kwamen bij duizenden naar de tempel voor de grote feesten.
De synagogen in de dorpen en steden werden op sabbat druk bezocht.
Het onderricht in de tempel stond op hoog niveau,
Jezus genoot toen hij nog maar 12 was,
zittend aan de voeten van Gamaliël.  

Het volk dat in duisternis wandelt, moet leven onder de Romeinse bezetting. 
Ze moeten zich de grillen van de keizer in Rome laten welgevallen,
zoals Nederlanders ooit leden onder een führer uit Berlijn.

In Jeruzalem, waar het jodendom – haast tegen de verdrukking in – bloeide,
was de tempel het religieuze en culturele centrum.  Daar gaven de farizeeën
onderwijs, vervulden de Sadduceeën priesterdiensten en zongen de levieten de sterren van de hemel. Dat hadden de religieuze leiders zo geregeld met de bezetter. Ze konden hun godsdienstige gang gaan, mits alles rustig bleef in de stad. En nu horen de religieuze leiders dat er bij de Jordaan iets aan de hand is en ze sturen enkele vertegenwoordigers op onderzoek uit. Een paar levieten, enkele sadduceeën en een groepje farizeeën.

Is Johannes een van de talloze messiaspretendenten?  Is hij zo een fanatieke onruststoker, die zo nodig op moet staan tegen de Romeinen?
Is het misschien weer zo iemand die met de een of andere onbezonnen actie  een bloedbad gaat aanrichten?

Ze horen hem spreken. De dwingelandij zal voorbij gaan, de tranen van allen die treuren zullen worden afgewist. Dat kun je interpreteren als opstandige taal, maar het hoeft niet. Wie is deze man? Wat wil hij? Ze vragen het gewoon:
Bent u de Messias? Nee, de Messias ben ik niet…
Bent u dan misschien Elia, de voorloper van de Messias?
Nee Elia ben ik ook niet.
Bent u dan wellicht de profeet uit Deuteronomium 18:15?
Ook dat ben ik niet!
Maar wie dan?
Ik ben de stem van een die roept in de woestijn:
Maak recht de weg van de Heer!
Johannes citeert de profeet Jesaja,
Ook die leefde in een tijd van zware onderdrukking.
Woorden uit de traditie! Dat spreekt de joodse leiders aan!

Johannes verkondigt dat het Godsrijk komen zal, dat alle onrecht zal worden weggevaagd. God zal zich ontfermen over zijn volk en het zal vrede zijn!
Met die boodschap mogen de priesters en de levieten terug naar Jeruzalem.

Die zijn kennelijk gerustgesteld, maar de eveneens aanwezige farizeeën vragen door… Als deze man niet de Messias is, en ook niet de profeet Elia en ook nietde profeet uit Deuteronomium, waarom staat hij dan hier te dopen?
Ook zij vragen het gewoon, maar het antwoord dat Johannes geeft,
moet hen wel een beetje cryptisch in de oren hebben geklonken.

Ik doop met water…. Zegt hij. Ja dat is evident.
Johannes gaat met zijn dopelingen het water van de Jordaan in
en doopt ze door onderdompeling.
Daar is niets geheimzinnigs aan, maar dan vervolgt hij met die merkwaardige zin
Midden onder u staat Hij die gij niet kent.

Wat bedoelt Johannes?
Bedoelt hij te zeggen dat de Farizeeën Jezus niet kennen,
in die zin dat ze geen affiniteit met hem hebben?
Daar is nog niets van gebleken, toch?
Nee… niets

Bedoelt hij dat ze horende doof en ziende blind zijn?
Waarom zou hij zoiets zeggen? Wat Johannes precies bedoelt,
wordt niet duidelijk. Omdat we het niet weten,
zullen we het niet negatief interpreteren.

En Johannes is nog niet uitgepraat: Hij komt na mij, maar ik ben zijn leerling.
Die na mij komt is voor mij geweest. De farizeeën hebben vast niet begrepen  wat Johannes daarmee bedoelde en dat ligt niet aan de farizeeën, toch?

Ten slotte wordt er nog verteld dat e.e.a. zich afspeelt in Bethanië. 
Aardrijkskundig klopt dat niet, want Bethanië ligt op de olijfberg, vlak bij Jeruzalem en niet aan de Jordaan. Dus waarom dat er nou bijstaat?

U merkt wel, dat er met de tekst die we lazen uit het nieuwe testament niet veel te beginnen is. Cryptische woorden, verkeerde informatie over waar iets ligt… wat een zootje is het vanmorgen.

Volk van Sion, zie de naam des Heren nadert van verre, roept Jesaja.
de naam des Heren…. Ik zal er zijn voor jou!
Volk van Sion, zie “Ik zal er zijn voor jou!” nadert van verre, roept Jesaja

Volk van Sion, zie midden onder u staat Hij die gij niet kent… schrijft de evangelist
en als ik nu nog eens zo’n invuloefeningetje, dan lees ik:
Volk van Sion, zie midden onder u staat “de zoon van ik zal er zijn voor jou” …
nee niet in de verte verre, midden onder u … vlakbij.

Volk van Sion, zie midden onder u staat Hij die het koninkrijk Gods heel dichtbij brengt.  In het volgende gedeelte wordt diezelfde “Hij” aangeduid als het Agnus Dei… Het lam Gods, dat wegdraagt de zonde der wereld….

Midden onder u staat degene die alle gestalten van het onrecht in de wereld zal
uitbannen, die elke manier waarop mensen gebrutaliseerd en geschandaliseerd worden, optilt, wegdoet.

Vandaag de dag zou Johannes roepen…

Midden onder u staat Hij, die gastarbeiders in Quatar beschermt tegen uitbuiting.

Midden onder u staat Hij, die ook de Palestijnen een plek gunt onder de zon.

Midden onder u staat Hij, die de vluchtelingen in de bootjes op de Middelllandse Zee bij Lampedusa in veilige haven brengt…

Midden onder u staat Hij, die afrekent met het schandelijke onrecht dat onze Islamitische landgenoten wordt aangedaan.

Midden onder u staat Hij, die er wil zijn voor mensen die geliefden verloren bij de ramp met MH 17.

Midden onder u staat Hij, die bezit prima vindt, zolang het niet wordt binnen gehaald ten koste van anderen.

Midden onder u staat Hij, die mensen nooit illegaal/onwettig zal noemen;
maar wel weet dat sommige wetten onmenselijk zijn.

Midden onder u staat Hij die gij niet kent, roept Johannes.
Midden onder u staat Hij… en hij roept de mensen bij de jordaan,
maar ook u en mij op om Hem daarin te volgen

Bekeer je, keer je om naar Thora; leef vanuit de tien woorden, in steen gebeiteld;
volg die tien keigoeie tips voor een humane manier van leven; omarm de levensstijl waarin menselijkheid het enige richtsnoer is.

Midden onder u staat HIJ… of ZIJ…
Midden onder u staan Messiaanse mensen…

Soms even… wordt die Messias-mentaliteit zichtbaar… ook midden onder ons

Ik denk aan Gita Wiegel. 
Ze is 13 en sprak tijdens de nationale herdenking van MH 17.

Ik denk aan Nourdin el Ouali.
Nourdin is de fractieleider van NIDA, een politieke partij met Rotterdams DNA en een islamitische inspiratie in gemeenteraad van de havenstad.
Nourdin debatteerde afgelopen dinsdag in Nieuwsuur met een kamerlid
over de multiculturele samenleving. Wat een verademing!
Wat zegt u? Niet gezien? Dan heeft u echt iets gemist…
Ik zou zeggen: uitzending gemist.
Nog even kijken!

Ik denk aan het Sinterklaasjournaal, dat heel creatief is omgegaan met de
discussie over Zwarte Piet…


Er zijn vast nog meer voorbeelden te noemen… van mensen die midden onder ons staan en – soms even –  lijken op Hem, die het onrecht relativeert,
het onbenul te kijk zet en het koninkrijk even doet oplichten
voor een volk dat in duisternis wandelt.

We leven toe naar het kerst feest.
We vieren dat de naam “Ik zal er zijn voor jou”  steeds dichterbij komt…
We vieren advent… Hij komt… Zijn koninkrijk komt en het begint in Bethanië.

Waar dat ligt… doet er niet toe. De naam betekent: Het huis van de arme.
Het koninkrijk begint in het huis van de arme…
in het huis waar gerouwd wordt om  degenen die werden geraakt door die raket
in het huis waar mensen lijden onder discriminerende politieke retoriek.
in het huis waar mensen boos worden en elkaar bedreigen,
in plaats van rustig te luisteren naar de ander.


Het huis van de arme, die een geliefde moet missen
Het huis van de arme, die niet mag zijn wie hij is
Het huis van de arme, die zijn geduld is kwijtgeraakt.
Daar, in het huis van de arme begint het rijk van vrede…
in Bethanie – bij de armen – begint het godsrijk

Waar de vreemdeling onderdak, de hongerige brood  en de dorstig water krijgt;
waar zieken en gevangenen worden bezocht; waar de naakten worden gekleed en de doden worden begraven…
daar begint de wereld te lijken op het koninkrijk van God.

Moge het komende kerstfeest ons allen weer inspireren
om daarmee aan de slag te gaan
en vooral ook buiten ons eigen
kleine kringetje te zoeken
naar tekenen van hoop.

DHZMZ – Amen.