akkerdere

Gemeente van onze Heer Jezus Christus
Lieve mensen van God.


Vorige week zondag speelde een groep kinderen de kerstmusical “Het Andere Verhaal” in “Het Octaaf” in Hoorn. Eerst deelde de verteller mee dat zowel Lucas als Mattheüs een geboorteverhaal hebben geschreven. Lucas vertelt over de herders, Mattheüs over de wijzen, maar ook over de Heilige familie op de vlucht en over Herodes, die kinderen liet vermoorden in Bethlehem, Jezus’ geboorteplaats.
Maar Mattheüs begint zijn verhaal met een stamboom. De verteller citeert: 
“Mattan verwekte Jakob, Jakob verwekte Jozef, de man van Maria en bij haar werd Jezus verwekt,  die Christus genoemd wordt.” Einde citaat.

Er wordt net niet verteld dat Jozef de vader biologische vader van Jezus is. Mattheüs houdt zo niet van biologie. Er staat wel dat Jozef, de zoon van Jacob is. Jozef de zoon van Jacob.
Dat kan geen toeval zijn…  Dames en Heren,  ik stel u voor aan:  Jozef, de zoon van Jacob.
Kijk, daar komt hij… en dan komt Jozef, gehuld in een veelkleurige mantel zingend op…

 Jozef             Mijn naam is Jozef, zoon van Jakob.
                        Vernoemd naar meester dromer.
                        Ik zoek mijn broers, ik ben verkocht.

 Koor             Hij droomt de wereld op zijn kop:
                        Een knecht die koning wordt
                        van het gevang naar een paleis
                        een slaaf, die nieuwe wegen wijst

Jozef:                        Mijn naam is Jozef, zoon van Jakob
                        Ik ben een vrede dromer
                        Ik leef die droom, eraan verknocht.

 Koor             Hij droomt de wereld omgekeerd
                        de schoven buigen neer
                        en de sterren neigen loom
                        voor Jacobs dromerige zoon.


Die verteller heeft in de gaten dat de toeschouwers in de war raken. Welke Jozef is het nou die daar op het podium staat? Is het nou die jongen die omwille van zijn dromen in de put werd gegooid, en door zelf te dromen,
de dromen van farao kon uitleggen, onderkoning van Egypte werd en de wereld redde van de ondergang. Zafnat Paneach werd hij genoemd:
redder van de wereld!
Of is het nou die timmerman uit Nazareth? Die in een droom te horen kreeg dat hij de vaderrol mocht spelen; en dank zij een droom net op tijd naar Egypte vluchtte om aan de moordzucht van Herodes te ontkomen. De kleine Jezus is gered… en dat is belangrijk, want ze noemen hem:
redder van de wereld! 
De joodse nieuwtestamenticus Pinchas Lapide, beschrijft Jozef als een verzetsman. Iemand die het niet pikt dat keizer Augustus zijn land overheerst.

In die musical krijgt hij de opdracht een kruis te timmeren. Dat vertikt hij!
Maar het betekent ook dat hij moet vluchten… eerst naar Bethlehem en later zelfs naar Egypte. Jozef heeft een droom, zoals Martin Luther King een droom had…  Hij zingt: 
Buigen is voor schoven, voor sterren, zon en maan.
Ik sta fier in ’t midden en heb mijn droomjas aan.
Ik droom van echte vrijheid, overal op aard.
Dat is waar elke Jozef, helemaal voor gaat!
Als ik dat mag beleven, dank ik God op hoge toon
zo niet dan is ’t aan jullie de mensen van mijn zoon.

Ja zo werkt dat in de Heilige Schrift. Het ene verhaal legt het andere uit  en als puntje bij paaltje komt, gaan die verhalen over ons. Bij vrije elk verhaal kun je je afvragen: En ik waar sta ik? Durf ik te leven vanuit mijn droom, zoals Jozef?
Of lijk ik meer op die angsthaas, die Herodes, die wild om zich heen slaat om het ietsie pietse macht dat hij nog heeft, te handhaven. Mattheüs beschrijft hem als een ongelooflijke wreedaard. Alle kinderen beneden de twee jaar laten doden … in onze tijd moemen we dat buitenproportioneel geweld!  Of het historisch klopt is uiterst twijfelachtig. Je vindt er – buiten het evangelie  nergens iets over. We hoorden al dat Mattheüs niet zo goed was in biologie, maar ook geschiedenis was niet zijn favoriete vak. Nee Mattheüs was gek op verhalen uit Thora… en zelf kan hij ook vertellen. Waar hij de timmerman uit

Nazareth eerst neerzet als Zafnath Paneach II, wordt Jezus in zijn verhaal een Mozes redivivus. Waar Mozes ontkomt aan de kindermoord van Farao, vertelt Mattheüs dat Jezus wordt gered uit de klauwen van Herodes.
Verteltechnisch is dat knap gedaan, ook al komen er ons afschuwelijke beelden voor ogen. Al die kinderen… Je moet er niet aan denken.
Maar zo vreselijk kan de situatie niet zijn, of er komt een zafnath paneach;
Zo heftig kan de crisis niet wezen, of er wordt een redder van de wereld geboren. De toekomst is vol van hoop

Dat wordt ons vandaag in alle lezingen voorgehouden. Alle drie spelen ze zich af tegen de achtergrond van keiharde onderdrukking. Jeremia leeft in de tijd dat Juda is ballingschap wordt weggevoerd naar Babel. 

Bijna heel Jeremia’s profetie is een grote waarschuwing voor het naderend onheil, dat de inwoners van de stad – in de visie van de profeet – aan zichzelf te wijten hebben. Ook hij refereert aan oude verhalen. In het stadje Rama ligt het graf van Rachel. Daar heeft Jacob gerouwd om zijn geliefde… Daar treurde Israël om de moeder van zijn meest geliefde kinderen: Jozef en Benjamin.

De traditie wil dat de ook de ballingen via Rama naar Babel zijn gevoerd…
Als ze omkijken zien ze Jeruzalem nog liggen: een rokende puinhoop, de tempel verwoest, haar kinderen zijn niet meer! Maar juist dan, als de toekomst potdicht lijkt te zitten, klinken woorden van troost:
Huil niet langer, droog je tranen – Je zorg voor de kinderen wordt beloond. Ze keren terug uit het land van de vijand… de toekomst is vol hoop!

Bij de lezing uit de openbaring is het niet anders. Dat boek is rond het jaar 65 geschreven. De ergernis van de Romeinen over het opstandige gedrag van de joden loopt hoog op en in het jaar 70 is de maat vol.
De stad, die na de ballingschap werd herbouwd, wordt opnieuw verwoest.
De overlevenden verspreiden zich over het land en ver daarbuiten.
Wat een puinhoop, wat een chaos. Wat een tohoewabohoe… dat is tussen haakjes… een woord uit het scheppingsverhaal. Martin Buber vertaalde het in het Duits met Irrsal und Wirsal; Woest en doods … en duisternis lag op de oervloed. Het is chaos… en God schept orde: licht en donker; hemel en aarde;
en hij wijst het water zijn plaats: opzij à er moet land zijn voor mijn mensen!

De chaos wordt in Bijbelse verhalen vaak verbeeld door het woelige water van de zee. Daarom is het zo prachtig om in de Openbaring te lezen: De zee was niet meer en als de zee er niet meer is, dan kunnen we verder trekken op weg naar de toekomst, die wordt verbeeld als een veelbelovend land.

De gedachte aan dat veelbelovend land mag je ook lezen als een troostrijke boodschap voor jezelf en de mensen om je heen.  God zegt: hoe groot de puinhoop ook is in je leven: er is toekomst, wat er ook gebeurt.
Je mag hoopvol toeleven naar die toekomst.

De gedachte aan dat veelbelovend land, mag je ook lezen als troostrijke bood-schap voor de hele maatschappij. Hoe chaotisch het menselijke samenleven ook mag zijn geworden… zie een nieuwe hemel en een nieuwe aarde…
Er is toekomst, wat er ook gebeurt.  De toekomst is vol hoop!
Je mag hoopvol toeleven naar die toekomst.

Hoe dat er in de praktijk uitziet? Daarover is de bijbel buitengewoon realistisch! Dat hoopvol naar de toekomst toeleven, lijkt nog het meest op een reis door de ballingschap… met de droom van terugkeer in je hoofd! Je komt langs Rama en dat is vreselijk, maar we moeten de nare kanten van ons bestaan ook niet ontkennen.

Rama is een soort Westerbork – de laatste halte voor de reis door de nacht begint, maar altijd vervuld van hoop op behouden terugkeer, want hoop doet leven! Heel velen zijn niet teruggekeerd…Wordt daarmee alle hoop de bodem ingeslagen? Voor sommigen wel, maar anderen houden zich vast aan degenen die terugkeerden en de tempel herbouwden.

Rama is een soort fort op de westkust van Afrika – De laatste halte voor de reis door de nacht begint… maar ongetwijfeld heeft ook op die schepen de hoop
op terugkeer mensen doen leven. Velen zijn er in gebleven.Wordt daarmee alle hoop de bodem ingeslagen? Voor sommigen wel, maar anderen zingen de
blues en spirituals, weer anderen klampen zich vast degenen die, tegen alles in
een humane plek verwerven temidden van de slavendrijvers – Voor hen is Obama, als eerste president uit hun midden:een teken van hoop.

Op momenten dat mijn leven langs plekken ging, die je Rama zou kunnen noemen, was er een lied. Ik leerde het zingen in het jongerenkoor van de Zundertse Trudoparochie.
Dan nog, dan nog … klamp ik mij , klamp ik mij vast aan jou … of je wilt of niet.
Ik zal red mij, red mij roepen of zo iets als heb mij lief…

Dat hoopvol toeleven naar dat toekomstig veelbelovend land, lijkt nog het meest op een reis door de woestijnen van het leven. Daar mag je levenslang leren om naaste te zijn. Op die reis mag het debet van de vijandschap plaats maken voor het credit dat we elkaar geven… in de discussie over Zwarte Piet bijvoorbeeld.

Credit.. Ik las deze dat credere komt van cor dare… en dat is weer de basis vormt voor een Zuid-Nederlands woord: accorderen. En ineens begreep ik,
als kleine Zeeuw, wat mijn Brabantse oma bedoelde met de uitspraak:
Gullie mot es een bietje mee mekaor akkederen…

Gullie mot es een bietje mee mekaor akkederen…
placht ze te zeggen als ik ruzie maakte met mijn zussen.
Als we dan even later weer lief met elkaar aan het spelen waren,
zei ze trots tegen de buurvrouw: kek da nou toch mee mekaor akkederen…

Akkederen… accorderen betekende bij oma: geen ruzie maken.
Elkaar het beste gunnen. Je realiseren dat die ander is als jij
en ook een beetje levensruimte nodig heeft…
* Laten we hopen, dat mensen van verschillende religies
een bietje mee mekaor leren akkederen…
* Laten we hopen, dat Russen en West-Europeanen
een bietje mee mekaor leren akkederen…
* Laten we hopen, dat wij een bietje leren akkederen met nieuwkomers
We kunnen leren met hen te akkederen door te beseffen dat Jezus staat aan de kant van de vluchteling … en geen goed woord over heeft  voor degenen
die roepen dat er geen plaats is in de herberg… Hij weet hoe dat voelt.

We kunnen leren akkederen door te beseffen dat Jezus staat aan de kant van degene die honger heeft en dorst lijdt… Hij zegt tegen zijn volgelingen, dus tegen u en mij: Geeft Gij hen te eten! Hij weet hoe honger voelt.

Laten we blijven dromen van die nieuwe hemel en die nieuwe aarde, van dat veelbelovend land… van onze terugkeer naar Sion.  
Laten we blijven dromen … en leven bij de momenten dat we akkederen met de mensen om ons heen, want zo af en toe, soms even, zie je tekenen van hoop…

Onze hoop is gevestigd op de naam van de Heer… totdat ons leven de kwaliteit bereikt die eeuwig noemen en elkaar toeroepen: Ik zal er zijn voor jou! 

Dat is blijde boodschap. Het is een gave, maar ook een opgave. Hoe zong Jozef dat ook weer in die kerstmusical?

Als ik dat mag beleven,
dank ik God op hoge toon
 zo niet, dan is ’t aan jullie –
de mensen van mijn zoon.

Onze hoop zij gevestigd op de naam van de Heer… totdat ons leven de kwaliteit bereikt die eeuwig noemen en elkaar toeroepen: Ik zal er zijn voor jou!  AMEN.