Aanslagen in Parijs – Marcus 1:1-13

Gemeente van onze Heer Jezus Christus
Lieve mensen van God

Vandaag zou ik eens iets willen proberen.
Ik zou willen proberen om dit eerste kleine stukje van 
Marcus’ evangelie zin voor zin nader met u te bekijken.
Daarbij gebruik naast de vertaling die ik voorlas,
ook de Naardense Bijbel

Vers 1 hoort eigenlijk niet bij het verhaal.
Het is meer een hoofdstuktitel,
maar wel een die je niet moet overslaan, want er staat wel veel in…
Aanhef van de tijding van vreugde van Jezus, de Messias.

Het gaat om een tijding van vreugde… 
die tijding betreft een zekere Jezus, iemand van wie we nog niets weten, maar die zonder meer de Messias genoemd.

Tijding van vreugde…
een term, die nieuwsgierig maakt…
Vreugde? O ja? Wat goed!
Maandag stond in de krant dat we steeds minder lachen…
en dat dat ongezond is.
Een tijding van vreugde…
dat zou goed voor ons kunnen zijn.

De tijding van vreugde van Jezus…
Gaat het over de vreugde van Jezus?
Is dit een bericht over hoe blij een zekere Jezus ooit was?
of…
Brengt Jezus een tijding van vreugde?
of…
is het goed nieuws aangaande Jezus.

Ik kies voor het laatste.
Deze Jezus is goed nieuws! Hij is de Messias.

We lezen verder…
Zoals geschreven staat bij de profeet Jesaja…
Dan worden in vers 2 en 3 twee teksten aangehaald:
De eerste over een bode, die de intocht van een koning voorbereidt
en de tweede over: een stem die roept in de woestijn:
Bereid de weg van de Heer. Maak dat Hem de paden gebaand zijn!

Bij het begin van vers 4 staat er, althans de originele Griekse tekst – een woord dat we kennen uit het kerstevangelie: “geschiedde.”
En als je het woord geschiedde hoort of leest,
dan moet je op je qui-vive te zijn. Dan wordt het spannend.
Als er iets geschiedt… dan springen er vonken over tussen oude verhalen en de actualiteit. Bij het begin van vers 4 staat letterlijk: …. geschiedde Johannes de Doper.

Als je de bijzinnen weglaat uit de zin, die begint in vers 2… dan staat er:
Zoals geschreven staat bij de profeet Jesaja…
zo geschiedde Johannes de Doper.


Degenen onder u die mij goed kennen,
horen het hoefgetrappel van een stokpaardje.
De profeten voorspelden niet en zeker geen 5/600 jaar vooruit…
We zijn niet op de kermis. Jesaja en Maleachi zijn geen waarzeggers
met een glazen bol of een stapel kaarten.
Nee, het is andersom!
Marcus noemt  Jezus in vers 1: de Messias.
en Marcus legitimeert die uitspraak, door de profeten te citeren.

Marcus ziet in Johannes de Doper een soort heraut,
die de komst van de koning aankondigt,
net als in de tijd van Maleachi
Een stem in de woestijn, die ons oproept de paden te effenen,
net als in de dagen van Jesaja!   

Nu Johannes geschiedt, kun je een pad banen voor de Messias.
Je kunt de doop van de bekering te ondergaan tot vergeving van zonden. Dat spreekt zijn tijdgenoten aan.
Velen vinden het doodzonde dat de dingen gaan zoals ze gaan.
Bezetting door de Romeinen.
Leven in bezet gebied: Vraag maar aan de Palestijnen hoe dat voelt.

Het stadsleven in Jeruzalem toonde meer en meer Romeinse trekken.
Daar gebeurde waar pediga-demonstranten in Dresden bang voor zijn.
Die vrezen de Islamisering van Duitsland.

In die tijd kwamen ze in stoeten naar de Jordaan en lieten zich dopen.
Joden doopten alleen niet joden, die wilden toetreden.
Hier laten joodse mensen zich dopen.
Ze willen hun traditie als het ware weer oppakken.
Een nieuw begin maken.  

De verzen lijken wat losse mededelingen over Johannes:
Johannes is een succesvol prediker.
Johannes kleedt zich wat vreemd – kamelenhaar.
Johannes eet insecten, sprinkhanen om precies te zijn
en honing van wilde bijen.

Nou en?
Marcus, waarom onderbreek je je verhaal
met dit soort triviale zaken? Dat verwacht je niet. Toch?

Vreemde kleding! Kameelhaar.
Wacht eens even… kameelhaar
Waar ken ik dat van?  Ja…  van de profeet Elia!
Van Elia wordt verteld dat hij een kameelharen mantel draagt.
Elia is een profeet. Nee, Elia is de profeet bij uitstek.
Elia is een soort verpersoonlijking van de profetie,
Een ikoon van de traditie,  waarvoor tot op de
huidige dag een stoel wordt vrijgehouden,
want hij komt – vlg joods volksgeloof –
terug… als de Messias.
en nu geschiedt Johannes de Doper

Sprinkhanen en wilde honing. Luxe en comfort boeien hem niet.
Johannes leeft van wat de woestijn oplevert.
Minimum? Nou nee! De woestijn heeft Israel veel opgeleverd…
Tien woorden – de tabernakel – de ark van het verbond. Thora, de bron van de joodse traditie. In de woestijn leer je leven met de kwaliteit die we eeuwig noemen
De oude verhalen vormen een godsgeschenk,
ontvangen tijdens een woestijnreis.
Een godsgeschenk, voor een volk dat in duisternis wandelt…
Een tijding van vreugde, die alle mensen ten deel valt…

Marcus was bezig met de legitimatie van zijn aankondiging:
Tijding van vreugde… Johannes geschiedt!  
Er springen vonken over tussen de profetie van Jesaja
en de actualiteit van Johannes à en het geschiedde.

Er springen vonken over tussen Elia, als langverwachte Messias
en het optreden van Johannes! à en het geschiedde.

Het knettert van de overspringende vonken.
God openbaart tijdens de woestijnreis, midden in  een crisis,
zijn aanbod van eeuwig leven!  
Johannes, de woestijnbewoner, doet het met wat de woestijn oplevert. 
Johannes verkondigt, midden in de crisis, een tijding van vreugde…
Zoals de profeten zeiden… geschiedt Johannes.

Even lijkt het of Marcus hier Johannes als Messias proclameert.
Dat zou niet eens zo gek zijn, hoor, want de Doper stond in een vroege christengemeente in hoog aanzien. Een verdrukte gemeente eert zijn martelaren.

Marcus heeft blijkbaar zelf ook in de gaten, dat Johannes op een voetstuk komt te staan. Hij schakelt over op wat Johannes van zichzelf zegt:  Reeds is hij in aantocht, hij, sterker dan ik. Na mij… 
Naast hem ben ik nog te min, dat ik buk en zijn schoenriem losmaak.

In het hele Midden-Oosten, maar zeker in de woestijn,
is het hoogste goed: gastvrijheid.
Als gastheer ben je dienstbaar aan je gasten.
Helemaal. Volledig.
Je gaat zelfs op je knieën en maakt zijn sandalen los.
“Zal ik uw jas aannemen?” vragen wij soms nog.
“Zal ik de riemen van uw onderbindsels losmaken?”vraagt de oosterling
Als er een slaaf bij de hand is, doet die het voor zijn meester.

Hoe dan ook, Johannes maakt zich volledig ondergeschikt.
De tijding van vreugde betreft niet hemzelf,
maar iemand die na hem komt.

Hier geschiedt de bode, de heraut… van Maleachi
Hier geschiedt degene die mensen oproept om paden te effenen
voor de koning die komt… zoals bij Jesaja.

Aan het eind van onze lezing horen we dat Jezus de woestijn ingaat.
Veertig dagen wordt hij bestookt door satan.
40 dagen woestijn en wat is het resultaat? Satan druipt af. Hij die de beproeving heeft doorstaan, wordt door engelen gediend. 
Een verdrukte gemeente houdt haar martelaren in ere.

Zie je… de woestijn staat voor de crisis, maar crises maken mogelijkheden zichtbaar, onverwachte perspectieven.

Wie had een week geleden durven rekenen op zoveel solidariteit met de Fransen, die we toch vaak maar chauvinistisch en arrogant vinden?
Wie had durven rekenen op zoveel vrijheidslievende reacties vanuit de moslimgemeenschap? In de woestenij van Parijs blijken mensen als punt je bij paaltje komt, kiezen voor vrijheid is. Alle mensen, ook de moslims. Die vrijheid wordt bevochten in de woestijnen van het leven.

Dat klinkt wat hoogdravende misschien, maar kijk eens wat de Heilige Geest doet aan het eind van onze perikoop. De Geest stuurt Jezus naar de woestijn. 

Ik greep even vooruit maar we waren bij vers 8 gebleven.
Johannes gaat verder met: Ik heb u gedoopt met water,
maar Hij zal u dopen met de Heilige Geest.

Bij mij – zegt Johannes – ging het om de vergeving van zonden;
Afrekenen met het verleden, wat er misging onder ogen zien en weten dat het je vergeven is. De doop in het water heeft paden recht gemaakt.
Die na mij komt, doopt je met de spiritus sanctus.
Hij zal je inspireren tot leven met kwaliteit
Hij doopt je met de Heilige Geest.
Geestdrift zul je ervaren,
enthousiasme voor zijn koninkrijk.
De zinloosheid en het cynisme
kun je achter je laten en aan de slag gaan.

Maar vergis je niet. Je wordt de woestijn ingestuurd hoor.
Je zult menigmaal het gevoel hebben dat je kopje onder gaat.
Je zult denken dat er van die kwaliteit van leven niets terecht komt..
Maar dan nog!

Dan nog mag je je vastklampen aan … Ja aan wie?

Vers 9:
En het geschiedt in die dagen dat hij komt: Jezus –  uit Nazareth
en dat hij zich laat dopen – in de Jordaan – door Johannes.
Wat gebeurt hier nou? De Messiaanse koning verschijnt en gaat kopje onder? Ja… je moet vooral niet het idee krijgen,
dat het hier gaat om een koning zoals al die andere.

We hebben te maken met een messiaanse koning.
Niet me een machthebber, niet met een graaier,
niet met fanatiekeling die met een kalasjnikov een dozijn mensen neerknalt…  en op die manier een karikatuur tekent van zijn traditie.

Deze koning gaat kopje onder. Hij bepaalt niet het lot van zijn onderdanen… Hij deelt het lot van zijn medemensen.
Deze koning houdt in de woestijn een bord omhoog: Je suis Charlie.

Deze koning identificeert zich met mensen…
Hij staat met lijf en leden borg voor een kwaliteit van leven die we eeuwig noemen. Als Jezus had kunnen tekenen, was hij cartoonist geworden. Maar in zijn situatie werd hij rabbi… Zijn naam werd zijn programma: J’shua – God redt. En ook die God heeft een naam:
Ik zal er zijn… voor jou!

Gaat dat nou niet een beetje snel?
Leg je die verbinding tussen de persoon van Jezus
en de God van Israël niet al te gemakkelijk?

Vers 10 geeft het antwoord op die vraag.
Hij is het water nog niet uit of de hemelen weken uiteen
en de geest – als was het een duif – kwam neerdalen op hem.
En het klonk uit de hemel vandaan:
Gij zijt mijn zoon, mijn geliefde, u heb ik verkoren.

Dat zoonschap moet je niet biologisch verstaan…
Het gaat om die uitverkiezing. Vergeet niet dat Marcus
zijn boek pas schrijft als Jezus zijn hele leven heeft geleefd.

Zijn manier van leven wordt ten voorbeeld gesteld…
Hij heeft het ons voorgedaan.
Hij heeft zich niet laten intimideren door de religieuze machthebbers
Hij heeft zich niet van de wijs laten brengen door haatzaaiende politici
Hij is zijn weg gegaan. Hij heeft de consequenties aanvaard,
de pijn gedragen, het leed geleden
maar vooral zo zinvol geleefd
dat zelfs de dood hem
niet klein kreeg.

Dat mag ons de moed geven om,
geestdriftig op weg te gaan
door het water heen
de woestijn in…

Want je weet dat je er doorheen komt
Hij heeft het ons voorgedaan…

Amen.