Geroepen

Gemeente van onze Heer Jezus Christus
Lieve mensen van God

Als je een hond los laat lopen,
moet je hem op een gegeven moment bij je roepen.
De mijne doet altijd precies wat ik zeg.
Ik roep: Kom je nou of komt je niet, dan komt hij … of niet.
Dit grapje laat zien dat – als er geroepen wordt – twee reacties mogelijk zijn. Degene die geroepen wordt, geeft gehoor aan degene die roept… of niet.

Het maakt natuurlijk wel uit wie er roept… en wat er wordt geroepen.
Toen een mij verder onbekende snotneus me een tijdje geleden toeriep:
“He ouwe, ga eens opzij!” was er geen haar op mijn hoofd dat erover dacht om aan die oproep gehoor te geven. De rest van het verhaal zal ik u besparen. Maar toen mijn vrouw gisteren riep: Ton, kom je eten? Was ik zo beneden.

Vorige week zondag was ik in de kerk van Beets.
Daar werd een splinternieuwe dominee bevestigd.
Die dominee zei te geloven dat ze door God zelf is geroepen.
Eerst om predikant te worden en vervolgens om in de Zeevang aan het werk te gaan… Ja en als God je roept, dan ga je natuurlijk.

Nou, nou pastor, dat zeg je nou wel, maar er staan nogal wat roepingverhalen  in de bijbel, waarin flink wordt tegengesputterd. Er zijn talloze voorbeelden.
Ik kies er een! Mozes. God roept hem om vrijheid te eisen voor zijn volk,
maar  Mozes verzint de ene smoes na de andere…  Wie ben ik, dat ik naar de koning zou gaan? Het klinkt bescheiden, maar het is verzet!
Sorry God, maar ik kan helemaal geen volk leiden, laat staan uit de slavernij.
Ik moet vrijheid eisen in uw naam? Maar ik weet uw naam helemaal niet!
De farao zal me niet geloven en bovendien: Ik stotter.
Stuur iemand anders, alstublieft!
Nee, Mozes staat niet te trappelen om gehoor te geven aan zijn roeping.

Bij Samuël ligt het anders. Hij wil wel, maar weet niet wie hem roept.
Hij kende de stem van God nog niet. Het woord van de Heer, was schaars
in die dagen. De enige die hem tot dan toe ooit geroepen heeft, is de oude, zo goed als blinde Eli. De vader van twee zonen, die hun priesterschap misbruiken voor hun eigen genoegens.

De situatie rondom dat tempeltje in Silo lijkt wel een beetje op deze tijd
op onze samenleving. Het woord God valt te vaak om zaken te rechtvaardigen, waar God niets mee te maken wil hebben.
“God is groot,” klinkt het op plekken waar afschuwelijke aanslagen worden  gepleegd.

Christenen en niet-gelovigen eisen van normale moslims zich te distantiëren van dat “Allahu akbar”. Maar horen de islamitische slachtoffers in het Midden-Oosten ooit enig tegengeluid uit christelijke kring?
Het christelijke westen hult zich in religieus stilzwijgen.
Het enige westers christelijke tegengeluid is het
wild geraas van F16’s en het boze gebulder
van ontploffende bommen.
Het oostelijk christendom speelt et Poetin een wel heel bedenkelijke rol.
Het woord van de Heer, is schaars in deze dagen.

Frans van der Lugt, U weet wel die oude missionaris, die het vertikte om te vertrekken omdat de mensen in Aleppo hem nodig hadden, laat een tegengeluid horen. De groep vrouwen met onze Gonnie Wagenmaker, ook die staan op tegen het leed en steken hulpverleners van Zoa een hart onder de riem.
Frans liet tegengeluid horen – Hij was solidair met de armen,
Frans zag heel scherp wat zijn roeping betekende: er zijn
voor degenen die zich geen plekje op zo’n boot konden veroorloven.

Eli was zo goed als blind , maar ziet heel scherp, welke stem Samuël roept.
Na drie keer fluistert Elia hem het antwoord in: Spreek Heer, uw dienaar hoort.

Marcus vertelt over de roeping van vier vissers.
Het is goed ons te realiseren, dat Marcus zijn verhaal
zo’n vijfendertig jaar na Jezus’ dood, opstanding en Hemelvaart opschreef.
Zijn boek is bestemd voor christengemeenten in Palestina.
Voor mensen die wonen in het beloofde land, bezet door de Romeinen.
Mensen die wonen in veelbelovend land, dat wemelt van de opstandelingen.

Het jaar 70 nadert…
In het jaar 70 hebben de Romeinen genoeg van dat opstandige gedoe!
Ze maken rigoureus een eind aan de voorkeursbehandeling van de joodse religie. De tempel wordt met de grond gelijk gemaakt. Tot die tijd verloopt het godsdienstig leven normaal. Mensen doen – zo goed en zo kwaad als het gaat – ook hun dagelijkse ding, af en toe verstoort door een aanslag in Parijs of een lonely wolf die het NOS-gebouw binnen dringt.   

In die – nogal gespannen – context begint Jezus’ optreden in het openbaar.
Machthebbers zetten Johannes gevangen en zullen hem doden…
Dwars daar tegenin predikt Jezus goed nieuws:
Het rijk Gods is nabij!

Mensen doen hun ding: Petrus en Andreas staan tot aan hun liezen in het water en werpen hun netten uit. Jezus roept … zij volgen!
Ze laten die netten ter plekke uit hun handen vallen
en gaan met hem mee. Waarom?
Omdat iemand roept: Volg mij en ik zal jullie vissers van mensen maken!

De situatie van Johannes en Jacobus is anders.  Zij zijn mede-eigenaar in het geavanceerd visbedrijf:  Zebedeüs & Zn. Maar ook zij verlaten stante pede netten, boot, personeel en zelfs hun vader. Deze vissers in goeden doen,
laten alles achter, omdat iemand roept: Volg mij en ik zal jullie vissers
van mensen maken. 

Je moet er blijkbaar nogal wat voor over hebben om een visser van mensen te worden – wat dat ook betekenen mag: Visser van mensen worden.

Om dat te begrijpen, moet ik eerst iets vertellen over de zee.
Het Bijbelse beeldwoord: “zee” verbeeldt veel meer dan een grote plas H2O.
Het water van de zee staat voor alles wat het goede leven bedreigt.
Ga de waterverhalen maar na…de zondvloed, de schelfzee, Jona,
de storm op het meer. 
U kent wel dat gevoel overspoeld te worden door akelige dingen.
Soms lijkt het immers of de narigheid als golven over ons heen komt rollen.
De een krijgt in zijn persoonlijk leven de ene jobstijding na de andere!
Een ander slaat helemaal van haar ankers als ze de krant leest
of via andere media hoort van corruptie, aanslagen, match fixing, moord-aanslagen en afrekeningen in het criminele circuit.
Telkens weer dreig je kopje onder te gaan.
In die zee verzinken je gedachten…
Hé dat is een regel uit een lied….
Leer mij, o Heer, uw lijden recht betrachten,
in deze zee verzinken mijn gedachten:
o liefde die, om zondaars te bevrijden, zo zwaar moest lijden.

Ja, als de bijbelschrijver vertelt over de zee,
dan heeft hij over de chaos, over alles wat leven stuk maakt.
over het tegendeel van Gods koninkrijk – over beloofd land, maar dan bezet!
In openbaring 21 lezen we over de nieuwe hemel en de nieuwe aarde …
en de zee was niet meer.

Ik zal jullie vissers van mensen maken.
* Jezus roept Petrus en Andreas en Johannes en Jacobus
om mensen op te gaan vissen uit de zee.
* Jezus roept deze vier, om met hem mee te werken aan bevrijding uit alle  narigheid die het goede leven vergalt.
* Jezus roept deze vier om met hem op weg te gaan…
Dat wordt geen gemakkelijke weg, integendeel.

Die weg gaat dwars door het land van lijden, van ziekte, angst, marteling, vernedering, verkrachting… dwars door het land van de ultieme narigheid:
de dood.
Maar zoals het water van de schelfzee Mozes niet tegen houdt,
zo overwint de liefde van God zelfs de dood.
Die goddelijke liefde wordt zichtbaar in de leefwijze van Jezus Messias 
De dood claimt het laatste woord… maar Jezus staat op.
De dood is uitgepraat. Jezus vaart ten hemel!

We lezen dat Jezus terugkeert naar Galilea.
Hij gaat – tegen de stroom in – goed nieuws brengen.
Goed nieuws voor mensen, die in de sores zitten,
die kopje onder dreigen te gaan.  

Jezus roept vier discipelen:
Kom mee… dan gaan we naar de blinden.
Naar de mensen die het niet meer zien zitten.
Naar hen die geen uitweg meer zien…
kom mee, wij zullen hen een weg wijzen,
de weg die gaat dwars door het water van deze zee.

Jezus roept: Kom mee… dan gaan we naar de lammen.
Naar de mensen die murw zijn gebeukt, lamlendig zijn geworden
Geen stap meer verzetten, bij de pakken neerzitten.
Kom mee, wij zullen ze overeind helpen,
we zullen hen leren op te staan
en op weg te gaan naar veelbelovend land
desnoods tussen twee muren van water door.

Jezus roept: Kom mee… dan gaan we naar de doven.
Naar de mensen die suf-gekletst zijn,
mensen die, de goedbedoelde troostwoorden niet meer horen kunnen.
Mensen die wel zoeken, maar geen inspiratie vinden in de oude verhalen.

Jezus roept Petrus en Johannes, Andreas en Jacobus,
om lid te worden van zijn reddingsbrigade – Zijn Leger des Heils.
Ze vormen een voorhoede, die de machten trotseert.

De gemeente van de eerste eeuw wordt overspoeld met narigheid, maar krijgt dwars daar tegenin evangelie – blijde boodschap – te horen.
De gemeente die leeft in de spanning van net voor het jaar 70,  put troost uit feit het verhaal van Marcus, die vertelt hoe Jezus hen is voorgegaan; hoe hij omging met lijden en dood – hoe hij overwon: opstanding, hemelvaart.

Moet je nou Pinksteren ook niet noemen? Ja zeker wel!
Dit verhaal lezen heeft geen zin, als we daarin niet ons eigen bestaan herkennen. Als wij ons niet zouden laten roepen tot “vissers van mensen.”
Jezus roept, ook vandaag: Kom, volg mij! Word visser van mensen!

Jezus roept ook u en mij, om in verzet te komen tegen alles wat goed leven in de weg staat. Opstaan tegen terroristen, die dood en verderf brengen. Opstaan tegen politici, die haat en verdeeldheid zaaien omwille van electoraal gewin.
Opstaan tegen je eigen koppigheid – en de mensen opzoeken, die jou al zo lang niet meer aankijken.

De weg van opstaan, de weg van Jezus, is niet gemakkelijk.
Wie zegt te vertrouwen op Christus, moet kwetsbare wegen gaan.
Je zult lieden tegenkomen die daar misbruik van maken. Ze zullen je pesten, gijzelen, vernederen, verkrachten. Ja, mensen kunnen er zo’n ongelooflijke rotzooi van maken. Ze kunnen zo verschrikkelijk wreed zijn, zo barbaars te keer gaan, dat je het vertrouwen op de weg van Jezus zou verliezen.

Maar zelfs dan. Ja, dan nog…. Dan nog.
Ik leerde als twinitger in de katholieke parochie van het Brabantse Zundert een lied… Een lied dat ik tot mijn laatste ademtocht hoop te blijven zingen:

Dan nog… Dan nog …
klamp ik mij….
klamp ik mij vast aan jou,
of je wilt of niet.
Op ongenade of genade, ik zal red mij,
red mij roepen, of zo iets als heb mij lief.

Onze Heer is een visser van mensen. Hij vist jou uit de zee.
Hij brengt jou en mij bij elkaar in het grote net, dat we kerk noemen.
In die gemeenschap spreken we elkaar moed in…
In de gemeente herinneren we elkaar eraan dat Hij is ons voorgegaan…
en heeft overwonnen. Hij deed het voor… Nu jij!
In de gemeente mogen we leren opstaan tegen onze eigen angst
en vol vertrouwen het goede leven leven,
wat er ook gebeurt.

Jezus roept niet zomaar wat. Hij is eerste kopje onder gegaan bij Johannes de Doper. Hij heeft dat benauwde moment doorleefd, maar komt weer boven.
Hij weet waar het over gaat, als hij de blijde boodschap in woord en daad uitgedraagt in Galilea.

Vol vertrouwen doorgaan. Ook als je de omstandigheden je het gevoel geven kopje onder te gaan… overspoeld te worden.

Die blijde boodschap mag de kerk van Christus uitdragen in woord en sacrament.
Een gemeenschap van gedoopte mensen, die er vast op rekent dat Jezus Messias: VISSER VAN MENSEN is. Ga jij kopje onder? Hij haalt je eruit.

Je hebt nu misschien nog dat vrijdaggevoel;
Ik bedoel, het gevoel dat het leven een last is, ondraaglijk zwaar;
Maar lieve mensen het is al lang geen vrijdag meer!
Het is zondag… De paaskaars brandt.
Nog maar 40 dagen… dan is het Hemelvaart.
Vol vertrouwen de weg van Jezus gaan…

Iemand herinnerde me deze week aan Suzanne… 
Een paar regels uit een liedje van Herman van Veen:

Je wilt wel met Hem meegaan, samen naar de overkant toe,
En je moet Hem wel vertrouwen, want Hij houdt al jouw gedachten in zijn hand.

Hij roept: Kom, volg mij! en ik zal je visser van mensen maken…
Ja je wilt wel met Hem meegaan,
Je zult de mensen om je heen laten zien dat er een weg is…
samen naar de overkant toe
dwars door het land van de dood: naar Pasen.

We mogen opstaan en samen op weg gaan naar Gods koninkrijk…
Het is aan overkant….   
En je moet Hem wel vertrouwen,
want Hij houdt al jouw gedachten in zijn hand.
Het is aan de overkant van de grensrivier, waarin Johannes je doopte.

Jezus keerde terug naar Galilea, nadat hij kopje onder ging in de Jordaan…
Jezus roept zijn vrienden op terug te gaan naar Galilea, nadat hij door het land van de dood is heengegaan en opgestaan!
Sta op, ga naar lammen en doven en blinden…
Ga ! terug naar Galilea, vooruit de wijde wereld in.

De wereld in!
waar mensen in angst leven voor geweldenaars en onderdrukkers;
waar een angsthaas als Herodes, Johannes laat onthoofden,
als WAS HIJ een journalist is in een oranje overal.
Je zou er je geloof bij verliezen, toch?

De wereld in!
waar verblinde machthebbers, hun eigen waarden te grabbel gooien,
en mensen kopje onder laten gaan op een waterboard ;
kampen inrichten aan de baai van Guantanamo en bij het plaatsje Auswitsch.
Als je dat goed tot je door laat dringen…
wie kun je dan nog vertrouwen?

De wereld in!
waar Romeins beulen mensen kruisigden langs de kant van de weg, om voorbeelden te stellen voor anderen, om te intimideren, angst in de boezemen.
You tube – filmpjes avant la lettre. 

De machthebbers in Jezus’dagen waren minstens zo meedogenloos als die van vandaag.  Het geloofsleven van gewone mensen daar en toen. Stond onder dezelfde spanning als dat van u en mij hier en nu.
Hoe daarmee om te gaan?

Ik heb de oplossing voor al die moeilijke vraagstukken niet bij de hand.
Maar als wij, christenen onze vooroordelen tussen haakjes zetten…
en in ootmoedig gebed zouden vragen:
Heer, wat wilt u dat we doen?

Hij, de mensenvisser brengt ons bijeen in zijn net.
Opdat ook wij mensen gaan vissen uit de chaos van de wereldgeschiedenis.
Mensen die worden opgevist, zullen het goede nieuws ervaren dat het koninkrijk van God nabijgekomen is. Daarin is plaats voor alle mensen, overal op aarde.
Af en toe wordt dat koninkrijk zichtbaar in hoopgevende tekenen:
Frans van der Lugt, Martin Luther King, Oscar Romero…

De cynicus zal zeggen: Ze zijn alle drie dood!
De gelovige vertelt, dat hun leven niet voor niets was.
Dat is goed nieuws! Dat is evangelie…
Dat goede nieuws wekt verwondering!
De wonderen zijn de wereld niet uit, nog lang niet:
het grootste moet nog komen!

Dat het zo mag zijn.
Amen.