Naaman lijdt aan huidvraat.

Gemeente van onze Heer Jezus Christus
Lieve mensen van God.


Als je bijbelschrijvers zou beoordelen met hedendaagse wetenschappelijke maatstaven, dan zouden ze bij bosjes door de mand vallen.
Ze maken wel gebruik van historische achtergronden, maar – als het om historische feiten gaat –  zijn de verhalen absoluut onbetrouwbaar.
Ze wemelen van de niet-verantwoorde citaten – en staan stijf van de zelfverzonnen data en gefantaseerde gebeurtenissen.

Sommige mensen vinden daarin aanleiding om de verhalen naar het rijk der fabelen te verwijzen. Alles wat ze ooit aan die verhalen hebben beleefd,
wordt gedeponeerd op de afvalberg van het bestaan.
Sinterklaas lag er al. Gooi God ook maar op de mestvaalt van verloren illusies.
De mens die eenzaam achterblijft, wentelt zich in cynisch zelfmedelijden.

Theologisch onderzoek heeft echter andere inzichten opgeleverd. Betrouwbaarheid en historiciteit van geloofsverhalen,
hebben niets met elkaar te maken. Is het echt gebeurd?
Dat is de minst interessante vraag, die je aan een Bijbelverhaal kunt stellen.

Het is wel boeiend om te ontdekken wat de schrijver probeert duidelijk
te maken met zijn vertelling. Als je ontspant uit je historiekramp,
blijken er ongehoorde dingen verteld te worden. Soms ben je ronduit blij,
dat je niet langer hoeft te geloven wat er letterlijk staat.
Weet u nog van die kameel, die maar niet door het oog van de naald wilde
of die keer dat u als kind probeerde over water te lopen?

Naäman vind je in Syrische bronnen niet terug. Weggooien?
Nee, we proberen het verhaal als literatuur te benaderen.
Het begint met de opmerkzaamheid van een jong meisje,
dat door Syrische soldaten is meegenomen naar Damascus.

Mijn eerste associatie: Zo’n ontvoering zou vandaag gebeurd kunnen zijn.
Naäman als een aanvoerder van I.S. in Syrië en Irak; of van Boko Haram in Nigeria, of het verzetsleger van de Heer in Uganda.
Ziet u, het Bijbelverhaal is niet historisch,
maar tegelijk ontzettend actueel.

Het meisje – ze mag blijkbaar geen naam hebben – lijdt een eenzaam bestaan.
Losgescheurd van haar familie; losgeweekt uit de tradities van tempelfeesten
en synagogediensten, losgezongen uit haar vriendenkring.
Hopeloos alleen. Letterlijk en figuurlijk ver van huis.
Objectief gesproken heeft haar leven geen zin.
Maar zij vindt dat ze daar zelf bij is!
Zij laat zich de zin van haar bestaan niet afnemen.
Zij zal onder alle omstandigheden blijven streven naar kwaliteit.
Dat is haar traditie. Dat is wat haar God van haar vraagt.
Zo heeft ze bij haar volk leren leven.
en zo’n opvoeding neemt niemand je meer af! 

Ze heeft gezien dat haar ontvoerder lijdt aan huidvraat.
Huidvraat; met dat woord duidt de nieuwe vertaling melaatsheid aan.
Ik vind dat wel een mooi woord, voor een overigens nare ervaring.  

Huidvraat…
Het meisje ziet de rijkdom van Naäman,
maar ook zijn angst en zijn verdriet.
Hij, de grote Naäman,
ziet een toekomst voor zich in een leprozenkolonie.
Hij, de machoman bij uitstek, ziet zichzelf al rondscharrelen
bij zo’n groep arme, zieke schlemielen. Wat een ellende! Wat een afgang!
Hoe bizar kan het leven zijn! Zijn humeur wordt er niet beter op.
De kwaliteit van zijn bestaan wordt snel minder.  
De ziekte vreet aan hem.

Hij voelt dat hij binnenkort van zijn voetstuk zal vallen…
Als deze slavin zijn huidvraat ziet;
dan is het maar een kwestie van tijd of al het personeel zal het zien.
Alle soldaten, al zijn vrienden, de koning, ze zullen hem mijden
alsof hij melaats is. Hij komt alleen te staan…
Het idee alleen al… vreet aan hem. 

Hij die gewend is geëerd en vereerd te worden… 
Hij, de op een voetstuk levende legende…
Hij, Naäman de veroveraar, raakt aangevreten door…  ja, waardoor eigenlijk?
Het meisje herkent de angst en de eenzaamheid.
Zij weet waar je terecht kunt met gevoelens van angst en eenzaamheid.
Zij is ervaringsdeskundige. Zij kent de God van Israël en ze kent hem echt!

Ze kent hem zo goed dat ze zelfs hier in dat voor haar zo vreemde land,
zijn aanwezigheid ervaart. Zijn manier van leven vasthoudt.
Ze adviseert de generaal om hulp te zoeken…

Naäman  – de macho – voelt haar advies als een afgang.
Ook op dat punt is er maar weinig veranderd onder de zon.
Zeg tegen een stoere kerel dat hij eens met een psycholoog moet gaat praten,
of tegen een Westfries dat hij eens met zijn dominee zou moeten praten.

Het meisje adviseert hem Israëls God eens te opzoeken.
Maar el generalissimo Naäman gaat toch niet te biechten
bij het eventueel godje van zo’n klein flutlandje. Kom nou, zeg!
Die god stelt immers niks voor. Als die God ook maar enige macht had,
dan had hij zijn land niet laten veroveren en zijn dochters niet laten roven!
Nee, dat kan dat grietje vergeten! Het idee alleen al… vreet aan hem. 
 
Dat meisje doet wat ze vindt dat ze moet doen…
Voor haar is het de gewoonste zaak van de wereld.
Is het dat ook? Is het normaal dat zo’n onbeduidend wezentje,
deze vijf-sterren-generaal verwijst naar de God van Israël?
Is dat normaal?

Als je denkt vanuit het recht van de sterkste,
dan is het zeker niet normaal.
Dan is de reactie van Naäman heel herkenbaar.
Maar je kunt ook anders naar de wereld kijken.
Er is een traditie die het “recht van de sterkste” verafschuwt.
Er is een godsdienst die het recht van de sterkste – onrecht noemt.
Er is een god die zijn mensen oproept om – desnoods tegen alle logica in –
als wereldwijde gemeenschap van broers en zussen, om te zien naar elkaar.

En laat dit meisje nou net een dienares zijn van die god.
Laat dit meisje nou lid zijn van het volk dat door die god is uitverkoren
om die boodschap wereldkundig te maken.
Haar volk is uitverkoren om er te zijn…ten dienste van de andere volken;
om Gods goedheid zichtbaar te maken voor de hele mensheid.

Helaas is die mensheid doorgaans niet erg gesteld op uitverkorenen.
Als een ander uitverkoren is, dan betekent dat immers
tegelijk dat jij niet gekozen bent!
Dat idee alleen al…
vreet aan mensen. 
 
De leden van zo’n volk raken vaak in problemen.
Vader Jacob koos Jozef uit; maar die werd als slaaf verkocht naar Egypte,   
maar redde niettemin de wereld van de hongerdood.

De leden van zo’n uitverkoren volk raken vaak in problemen.
Koning Ahasveros koos ooit Esther uit; maar zij dreigde in handen te vallen van Haman, de antisemiet. Zij redde met haar heldendaad het joodse volk en behoedde de wereld voor een genocide – die ongetwijfeld aan het
collectief geweten van de perzen zou zijn blijven vreten.

Zo wordt ook dit meisje de vertegenwoordigster van de traditie,
die niet leeft bij het recht van de sterkste,
 maar die het woord humaniteit
met hoofdletters schrijft. 

Ik heb het over de joodse traditie als hoeder van de menselijkheid…
O.K. dat gaat vandaag de dag – ook bij hen – moeizaam, met vallen en opstaan.
Die muur, dat hek tussen Israël en Palestina, de roadblocks, de eindeloze controles, de bommen op Gaza. Het idee alleen al… vreet aan mensen. 
Gelukkig ook aan menig Israëli.

Bovendien moet je nooit is-gelijk-tekens zetten tussen een staat en een gods-dienstige traditie. Dat gaat altijd ten koste van de religie. Vraag het maar aan de vele miljoenen moslims die in vrede en vrijheid samen willen leven met u en mij.

Terug naar ons verhaal. Naäman is niet blij met het advies, maar volgt het wel op. Hij reist af naar Israël en meldt zich bij de… koning, want een heidense koning kan zich bij de scheiding tussen kerk en staat niets voorstellen.

Een heidense koning zal altijd de goden inschakelen om zijn macht te legitimeren. In Israël ligt dat heel anders. Daar sta je als koning  je volk vooral
ten dienste. Daar ga je als koning de mensen voor, door te laten zien hoe ze
als  Gods volk de wereldsamenleving van dienst kunnen zijn.

Je zou verwachten dat die koning Naäman doorverwijst naar Elisa;
maar dat doet hij niet… Maar dat dienstmeisje heeft de kern van de uitverkiezing
beter begrepen dan de koning van Israël.
Dat blijkt een angsthaas te zijn
die een hoop leeuwen en beren ziet.
Hij denkt dat de koning van Syrië een aanleiding zoekt om oorlog te gaan voeren. Het angstzweet breekt hem uit – de koude rillingen lopen over zijn rug.
Hij ziet zichzelf als het slachtoffer van een intrige…
Het idee alleen al… vreet aan hem. 

In een musical over dit verhaal gaat plotseling het koninklijk mobieltje… herkenbaar aan de ringtone: het volkslied. “Ja, Elisa hier. Laat die man maar hierheen komen!” Naäman zet de profetische coördinaten in zijn tom-tom en reist verder totdat hij hoort: bestemming bereikt.  

Het knechtje van de profeet komt naar buiten en verwijst hem naar de Jordaan.
Als u zeven keer kopje onder gaat… dan zult u genezen zijn.  
Tot dan toe heeft Naäman zich redelijk rustig  gehouden, maar nu barst hij los:
Zijn de Abana en de Parpar, twee rivieren die door wereldstad Damascus stromen, niet veel beter, mooier, schoner dan die prutsloot in dit flutlandje.

Zeven keer… kopje onder … In die prutsloot, in dit flutland met zijn godje van niks. Ik ben toch niet gek! Ik ga me toch niet laten dopen, zeker?

Ik ga me toch niet aansluiten bij die traditie van “omzien naar elkaar?”
Ik ga toch het recht van de sterkste niet afzweren?
Het idee alleen al… vreet aan hem. 

Hij maakt rechtsomkeert… maar dat begrijpen zijn dienaren niet…
Nee, niet dat zij nou ineens van die vrome joden zijn geworden, maar op puur pragmatische gronden spreken ze el generalissimo nog een keer aan!

Als u iets heel moeilijks had moeten doen… dan had u het gedaan,
Als u een groot bedrag aan geld had moeten neertellen…
dan had u betaald
maar nu de profeet u iets heel simpels vraagt:
zeven keer kopje ondergaan – nu wordt u boos.

Hij begrijpt dat ze het goed bedoelen.
Sterker: hij heeft door dat ze gelijk hebben.
Maar nog sterker: Hij voelt op zijn heidense klompen aan,
dat hij daarmee buigt voor Israëls God…  dat hij de macht uit zijn melaatse handen geeft. Het idee alleen al … dat vreet aan hem.

Maar hij moet erkennen dat hij met zijn rug tegen de muur staat.
Het besef dringt door dat dit zijn allerlaatste kans is.
Hij raapt alle moed der wanhoop bij elkaar en verdwijnt
tot zeven keer toe in het doopwater van de Jordaan.

Tot zeven keer toe kopje onder 
zoals Jona drie dagen onderdook
zoals Israël door de Schelfzee trok
zoals Noach de grote vloed overleefde
zoals Jezus liep over het woeilige water van de zee.

In bijbelverhalen staat het water voor “alles wat Gods bedoeling dwarsboomt”
voor alles wat het bedoelde leven bedreigt… voor alles wat u en mij angst aanjaagt. Om dat niet verder te hoeven uitleggen, hebben ze alle zeven coupletten van gezang  350 gezongen. Het woelige water van de zee staat voor alles wat vreet aan de kwaliteit van ons bestaan.

Daar kunnen we niet omheen, daar moeten we doorheen.
Jezus trotseert het water. Jezus loopt erover!
Hij treedt die bedreigingen met voeten.


De huidvraat van de 21 eeuw – heet: ANGST
Naäman geneest op hem moment dat hij zijn uniform uittrekt,
en zijn machogedrag laat varen.
Naäman geneest zodra hij van zijn voetstuk stapt
en humaniteit met hoofdletters leert schrijven.

Onze huidvraat geneest,
als we Grieken en Marokkanen weer als mensen gaan zien…
in plaats wezens waarop je al je vooroordelen op los moet laten. 

Onze huidvraat verdwijnt
als sneeuw voor de zon, als Groningers belangrijker worden dan gas –
als mensen niet langer belastingbetalers heten, die banken overeind houden

Onze huidvraat verdwijnt als we ons onze rijkdom weer leren zien als
bedoeld is om te delen, opdat er geleefd kan worden op aarde.  

Dat het zo mag zijn – Amen.