Op naar Jeruzalem met 5 broden en twee vissen

Lieve mensen van God,

“Vrees de Heer mijn zoon en de koning.” Vreemde Bijbeltekst hoor…

Wie leest er nou bij een gelegenheid als deze een spreuk
over de “de vreze des Heren”? Die tekst hebben we gelezen omdat Mies Wetsema-Warnaar dat graag wilde. Mies wilde dat we haar uitgeleide zouden doen met de woorden, die klonken toen ze trouwde met Kees.
Vlak voor het uitbreken van de tweede wereldoorlog stapten twee jonge mensen in het huwelijksbootje met de tekst:
“Vrees de Heer mijn zoon en de koning…”
Het kan – zeker in die tijd – best zijn, dat de dominee die tekst heeft gekozen.
Het feit dat Mies de wens uitsprak om die tekst ook vandaag te lezen, geeft echter wel aan dat ze die woorden tot de hare heeft gemaakt.
“Vrees de Heer mijn zoon en de koning.”

Die oproep tot “vrezen” kan verwarrend zijn. Het heeft niets te maken met bang zijn. Het is goed dat de nieuwe vertaling het woord vrezen het vervangen door: “ontzag hebben voor”
 De twee wereldoorlog was uitgebroken. Een groot en machtig rijk was bezig heel Europa in te lijven. In de ideologie klonken grondtonen van liefdeloosheid, in de uitvoering was dictatuur duidelijk zichtbaar. Niettemin waren er heel wat mensen, ook in de kerken, die veel ontzag toonden voor die kleine man uit Berlijn.
Ik vermoed dat de predikant deze twee jonge mensen op hun trouwdag – 31 juli 1940 – wilde meegeven niet voor een of andere dictator ontzag te hebben, maar voor God de Heer. De dominee die hun trouwdienst leidde, hield hen voor dat niet het liefdeloze gebral van ene Adolf, maar de Woorden van God leidraad mochten worden voor hun huwelijksleven.

De spreukendichter leefde ongeveer 1000 jaar voor Christus.
Natuurlijk had hij het niet over Hitler en koningin Wilhelmina. Maar heel oude teksten klinken vaak verrassend actueel. Dat de koning – de oranjes waren naar Engeland gegaan –  in die spreuk ook wordt genoemd, zal de dominee prima hebben gevonden.

“Heb ontzag voor de Heer, mijn kind.” Die woorden zijn in de loop van haar leven met haar meegegaan en dat zou je niet verwachten, want Mies werd op 23 juni 1918 in een buitenkerkelijk gezin geboren in Delft. Haar vader maakte  modellen, houten mallen die werden gebruikt om ijzer en andere metalen in te gieten. Mies was de oudste dochter en kreeg nog twee broertjes. Jilles  sneuvelde op 21 jarige leeftijd. Bert, de jongste, is vandaag in ons midden.

Haar seculiere opvoeding verhinderde haar niet om – zo tegen haar twintigste – op zoek te gaan naar spiritualiteit. Die vond ze in Haarlem – waar het gezin inmiddels woonde – in de sfeer van de vrijzinnigheid en dat was tot twee weken geleden, toen ik haar voor het laatst sprak ook heel goed te merken. Op mijn vraag hoe ze zich het hiernamaals voorstelde, was haar korte en bondige antwoord: niet;
en als er toch wat is dan zie ik dat ook wel weer… Over vrij en zinnig gesproken.


Niet dat ze nooit met rechtzinnigheid in aanraking is gekomen. Integendeel, want – hoewel de ontmoeting op een misverstand berustte – haar eigenlijke date ging naar de verkeerde schaatsbaan  – ze werd smoorverliefd op een Kees Wetsema,
die zeer gereformeerd was en oorspronkelijk uit Veendam kwam. Haar vrijzinnige opvattingen werden in die dagen door haar schoonfamilie als levensgevaarlijk ervaren. Een verhaal over een zondagse fietstocht langs de mooie Nel, ontlokte aan een van haar schoonzussen de opmerking dat “ze hun broer helemaal op het verkeerde pad bracht.”

Het jonge stel kreeg een bovenhuis in Haarlem, verwierf via een vijfhoekruil een
huis in Santpoort. Mies werkte inmiddels als enquêtrice voor een firma die Candy-bars maakt zoals Mars en Nuts. Toen die firma haar vroeg te manager te worden, hield Kees dat tegen. Ze zou meer verdienen dan hij en bovendien moesten ze dan verhuizen. Toen ze voor zijn werk naar Oostzaan moesten verkassen was dat geen enkel probleem. Zo ging dat in die tijd. Voor Mies was dat niet vanzelfsprekend. Voor Kees wel. Ze heeft als echtgenote aan zelfstandigheid wel het een en ander ingeleverd.

De volgende woonplaats was Oudemirdum in Gaasterland.
Daar had ze het vaak over. Ja, in Friesland heeft ze een mooie tijd gehad.
Ook in Balk. Om wat dichter bij hun dochters te zijn, verhuisden ze uiteindelijk naar Ooshuizen, waar ze zich aansloten bij de plaatselijke Hervormde gemeente,
Zij nestelde zich in een gespreksgroep die zich “Het Leerhuis”noemt.
Ze was een trouw bezoekster van deze groep… Daarmee hebben we een kernwoord van haar leven te pakken: Trouw.

Mies was trouw…  heel trouw.
Trouw aan haar man, ook al kostte dat haar een carrière als manager bij Mars.
Ze bleef hem trouw volgen naar alle plaatsen waar zijn wat rekenwonderlijke carrière hem ook naartoe bracht.

Ze bleef in Kees steeds de man zien die een financiële administratie tot op de laatste cent kloppend wist te krijgen… ook toen het “grote vergeten” toesloeg.
Hij sprak me eens op straat aan omdat hij een huwelijksprobleem had en dat bespreek je met een pastor, nietwaar.  We gingen samen naar huis en daar bleek dat Kees zich niet kon vinden in het feit dat Mies “tafeltje dek je” – gerund door haar grote vriendin Jeannette Chatillon –  een paar keer in de week voor het eten liet zorgen. Natuurlijk was die dementie een groot probleem, maar trouw als ze was, verzorgde ze hem ten einde toe…

Ze was trouw aan andere mensen die op haar levenspad kwamen. Toen Jeannette wist dat ze ongeneeslijk ziek was, bleek Mies een dijk van een vriendin.

Trouw aan haar geloofsopvatting, ook al moest ze die – bijvoorbeeld t.o.v. haar schoonfamilie – soms wel voor zich houden. Als ze daar had geventileerd wat ze
zo af en toe in het leerhuis te berde bracht, dan zou het oordeel niet mals zijn geweest. Was ze niet gelovig dan? O zeker wel…

Mies geloofde in mensen en in humaniteit. Ze was een sterke vrouw, die niets moest hebben van personen die in de slachtofferrol doken… In de ogen van Mies was je nooit zielig en als je dat wel was dan liet je dat niet merken. Toen een van haar kinderen de spieren koel moest houden van de dokter, nam ze dat kind elke dag mee naar het zwembad. Ik ben niet zielig omdat ik met je meemoet… ik doe trouw mijn moederplicht; Jij bent niet zielig omdat je in koud water moet, want zwemmen is leuk. Kinderziektes brachten jullie op de divan door. Dan toonde ze dan haar trouw door jullie te geven wat je nodig had. Ja, Mies was trouw…

Trouw maakte ze alle cryptogrammen in de krant, tot op de allerlaatste dag, tot vlak voor de palliatieve sedatie werd ingezet… en eigenlijk zouden we vandaag chansons moeten draaien en dan vooral Jaques Brel. We zouden de honderden boeken moeten citeren die ze heeft gelezen en wonderlijke uitspraken van haar moeten ophalen met elkaar. Want ze was – hoe je het ook wendt of keert – een bijzondere vrouw. Ja, als je zo’n moeder hebt, dan zit je niet zonder en dat zeg ik heel bewust in de tegenwoordige tijd…

Dat gesprek van twee weken geleden over het hiernamaals en zo, dat heb ik nog maar voor de helft weergegeven. Ze zei namelijk: Ik maak me daar helemaal geen voorstellingen van. Ik zie het welk, als er wat is.
“Dat klinkt alsof ze zonder enige hoop of verwachtingvan deze aarde vertrekt!”
“Welnee, ik hoop en verwacht dat ik mag voorleven in mijn kinderen en kleinkinderen en achterkleinkinderen. Dus, als ik je goed begrijp, zal hun hart, jouw hemel zijn. Ja, zei ze, dat is mooi gezegd… net als bij Eugenie — hun hart is mijn hemel. Dat was een troostrijke gedachte voor haar…

Haar leven is niet voor niets geweest… integendeel.
Haar kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen zullen trouw zijn, zoals zij trouw is geweest…

Sommige van haar  kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen zullen uiterst nuchter, zoals zij uiterst nuchter tegen de gebeurtenissen aankeek…
Anderen onder haar kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen zullen haar liefde voor het chanson en de literatuur verder dragen in deze wereld.

Dat was voor haar een troostrijke gedachte en voor jullie een prachtige opdracht om mee verder te leven. Jouw hart mag voor je moeder, je schoonmoeder, je grootmoeder, je overgrootmoeder… de hemel zijn. Zij leeft voort op al die plekken waar iemand haar als vriendin, als buurvrouw, als lid van de kerk in haar hart heeft gesloten. Ze is trouw geweest, ten einde toe. Ze rekent erop dat jullie trouw zullen zijn… jullie, haar familie, haar vrienden en vriendinnen, de mensen van haar gemeente.

Het is vandaag Stille Zaterdag.
Gisteren is Hij gestorven en begraven…
Vandaag gaat hij met ons door de duisternis van de dood
maar vanavond, als de nacht valt, als het helemaal donker is,
dan wordt in vele duizenden kerken op de hele wereld
een splinternieuwe paaskaars binnengedragen
en als die brandt, dan zullen mensen weten:
Jezus, de Heer, gestorven aan een kruis, staat op in het hart van mensen
die willen leven met zijn woord, zijn levensstijl als voorbeeld.
Zo krijgt de humaniteit van God de ruimte in ons bestaan.

Vandaag is het stille zaterdag… maar morgen, morgen is het Pasen!
Morgen mag je vieren dat Mies ontzag heeft voor haar Heer en
met Hem opstaat in de harten van haar kinderen.   AMEN