Jeremia en de graankorrel

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,
Lieve mensen van God.


Jeremia.
Zijn naam leeft voort in een werkwoord: Jeremiëren.
Hij is vooral ook bekend door de klaagliederen, die aan hem zijn toegeschreven.
Jeremiëren betekent zoiets als zeurderig klagen, of klagelijk zeuren.
Heel positief klinkt het niet. Hij is niet bepaald het zonnetje in huis.
Hij treedt op vlak voor Juda in ballingschap gaat.
 Zijn centrale thema is dan ook: Jullie hebben
die ballingschap aan jezelf te wijten.
Je kunt niet God de schuld geven.

Toch verkondigt Jeremia niet alleen narigheid.
In de lezing hoorden dat God met het volk,
dat Hem ontrouw is geworden,
een nieuw verbond sluit.
Was het oude verbond niet meer goed genoeg?
Nee daar ligt het niet aan! Er is niks mis met het verbond
dat God tijdens de woestijnreis  sloot met Israël op de berg Sinaï.  
De Tien Woorden hebben niets van hun richtinggevende zeggingskracht verloren.
De Thora staat recht overeind.
Maar wat is er dan aan de hand?

De tien geboden waren bedoeld als Tien tips voor een goed leven!
Tien woorden om ervoor te zorgen, dat de bevrijde slaven vrij zouden blijven.
Tien woorden, die garant staan voor een leven in volle vrijheid in veelbelovend land.   
Van die vrijheid komt in de dagen van Jeremia niet veel terecht.
Het goede leven in veelbelovend land, wordt bedreigt door allerlei machten.

Assyrische legers hebben het Noordrijk van de kaart geveegd.
Daarmee vergeleken is Assad nog een zachtaardig type.
Nu wordt het kleine Juda bedreigd door Nebukadnessar, de koning van Babel,
die bezig is een wereldrijk te stichten, waar I.S. de vingers bij af zou likken.

De koningen van Juda laten zich gezeggen door de grootmachten.
Ze spelen onder een hoedje met Egypte,
stellen hun vertrouwen op de wapens en geweld.
Dat het recht van de sterkste juist onrecht teweeg brengt,
vinden ze maar een softe gedachte.
Dat je in tijden van crisis beter naar je principes kunt grijpen,
dan naar de wapens, is naïef in de ogen van de koningen van Juda.

Jeremia vertolkt de woorden van God voor de mensen van zijn tijd.
Die woorden van God zeggen dat we juist nu op die principes mogen terugvallen.

Als Christelijk Europa zijn principes serieus neemt, dringt het besef door
dat de koloniale mentaliteit van onze voorouders
de verhoudingen in de wereld wreed heeft verstoord,
met alle gevolgen van dien, tot op de huidige dag.  

Onze hervormde premier
ziet jonge Nederlanders liever sterven in Syrië, dan terugkeren bij hun ouders.
Zou juist hij zich niet moeten vragen, waarom die mensen zich hier niet thuis voelen?

Onze vorige gereformeerde premier,
was een groot bewonderaar van de 17e-eeuwse V.O.C. mentaliteit.
Hoogmoed, gebaseerd op de superioriteit van het blanke ras.

Er zijn mensen die het beeld van JP Coen op de Rode Steen omver willen halen.
Ze zien in hem een exponent van dat blanke superioriteitsgevoel. Terecht!
Maar laat dat beeld nou staan!
Het zal ons helpen  niet te vergeten, dat we as natie boter op ons hoofd hebben.
Het zal ons eraan herinneren dat we ons nog steeds superieur voelen…
We leven nog steeds ten koste van anderen.
Moderne profeten als bijv. Amnesty en Greepeace waarschuwen voortdurend,
maar regeerders slaan hun adviezen in de wind.

Maar daar komt een eind aan, zegt Jeremia.
Nee, niet met geweld! De aarde vergaat niet. De wereld draait door!
Maar er komt een dag waarop God een radicale streep zet onder dat soort praktijken.
Maar God wijkt niet af van zijn principes. God heeft helemaal niks met stoerdoenerij.
Hij moet niks hebben van “eigen volk eerst” God is de vader van alle mensen.

Maar er komt een dag waarop God een radicale streep zet onder dat soort praktijken.
Maar hoe dan? “Op die dag”zo spreekt de Heer, “zal ik hun zonden vergeven en nooit meer denken aan wat zij hebben misdaan.”
Zo pakt God dat aan!

De eeuwige vergeeft. Hij denkt zelfs niet meer aan wat er in het verleden is misgegaan. God haalt geen ouwe koeien uit de sloot.
God zal kinderen niet laten opdraaien voor stommiteiten van voorouders,
maar zijn wet planten in de harten van volgende generaties.
Hij zal er voor zorgen dat ze leren leven met
de kwaliteit de eeuwig noemen.

God onderstreept met dat nieuwe verbond zijn dienstbaarheid.
Godsdienst, dat is: Gods dienst aan de mensen.
Het idee dat wij God zouden moeten dienen, mag je laten varen.
Je moet helemaal niks. Je bent vrij! Zo vrij als God in Frankrijk.
Als jij er voor kiest om Gods dienst aan de mensen vorm te helpen geven,
dan ben je daartoe van harte uitgenodigd.

Wie zijn daartoe genodigd? Het volk Israël als eerste, maar niet als enige.
En misschien is zelfs het woord “eerste” niet eens helemaal op zijn plaats.
Door Israël uit te kiezen, door met Israël een verbond te sluiten,
toont God zijn verbondenheid met de mensheid.
Dat is altijd zo geweest en in Christus wordt het nog eens dik onderstreept.

Bij Johannes lezen we over een aantal Grieken die naar Jeruzalem zijn gekomen,
om God te aanbidden en Jezus willen spreken.
Daarmee bevestigt Johannes wat de farizeeën zeiden in vers 19: Kijk nou toch…de hele wereld loopt achter hem aan. In plaats van zich af te vragen wat ze zelf verkeerd doen, gaan ook deze leidslieden op de afwijzende en zelfs op de gewelddadige toer.
De Grieken van daar en toen…de allochtonen van hier en nu.

Die Grieken vragen belet via Philippus, die gaat met dat verzoek naar Andreas en samen vragen ze het aan Jezus. Of de Grieken op audiëntie mogen komen,
we weten het niet. Wat ze te vragen hebben?
We lezen er niets over…

Of zou het zo vanzelfsprekend zijn dat de Grieken bij Jezus terecht kunnen,
dat Johannes dat niet apart vermeld. Ik denk het! Maar wat willen ze dan?
Er staat dat ze Jezus willen ontmoeten.
Ze hebben gezien of gehoord dat hij Lazarus heeft opgewekt,
 ze hebben de intocht in Jeruzalem meegemaakt en nu willen ze Jezus ontmoeten.

Jezus reageert met zijn uitspraak over de graankorrel…
Jezus zegt: de zoon des mensen zal wel worden verheerlijkt,
maar denk er aan, als de graankorrel niet in de aarde valt en sterft,
dan blijft het één graankorrel.
Maar als die ene graankorrel sterft in de aarde
draagt hij veel vrucht… groeit daaruit een aar met heel veel korrels.

Het is alsof Jezus tegen deze buitenstaanders zegt: Natuurlijk mogen jullie meedoen, maar denk eraan de weg die mijn volgelingen gaan is niet gemakkelijk.
Mensen menen God te moeten dienen, maar de kunst is om je door God te laten dienen. Jullie hebben het leven lief zoals het is,
maar kunst is om dat lieve leventje lost te laten, in ruil voor eeuwig leven.

Het lieve leventje los laten…
Dat gaat over het uur van je dood en het over hiernamaals.
Dan moet je immers alles wat je lief is, loslaten.
En het eeuwige leven speelt zich af in het hiernamaals.
Je sluit het aardse leven af, je wordt begraven en je gaat naar de hemel,
om daar heel, heel lang te leven. Eeuwig leven zelfs… daar komt geen eind aan!
Zo hebben we het geleerd en ik merk dat steeds meer mensen steeds meer moeite  krijgen met dat beeld.

Jezus spreekt over zijn naderende dood.
Hij weet dat hij als een graankorrel in de aarde zal worden gelegd en honderdvoudig vrucht zal dragen. Hij weet ook dat hem een lijdensweg wacht en daar is hij doodsbang voor en terecht, want kruisiging is een regelrechte marteling.
Een misdaad tegen de menselijkheid.

Jezus maakt zijn vrienden deelgenoot van zijn dilemma.
Moet ik nu vragen: Vader, laat dit ogenblik aan mij voorbijgaan?
Dat zou kunnen, maar weet je, dit is nu precies waarvoor ik ben gekomen.

Jezus is gekomen om ons iets duidelijk te maken.
Ik ben gefascineerd door Jezus’ openhartigheid:
Ik ben nu doodsbang! lazen we
Ik vertel u een stukje uit en kinderverhaal dat ik schreef
n.a.v. de gelijkenis van de zaaier

De boer is er even bij gaan zitten.
De zaaibak is leeg… Nou, bijna leeg.
Er ligt nog een korrel onder in de bak…
De boer pakt het korreltje voorzichtig op.
Hij neemt het tussen zijn grote sterke vingers en zegt:
Zo, zo kleine korrel. Wilde jij je verstoppen?
Wilde jij stiekem onder in mijn zaaibak blijven zitten.
Waarom kijk je zo bang? Ben je bang om te vallen? Op de stenen? Ach…
Ben je bang voor de vogels? Ja, die eten zaadjes op… dat is waar.
Wat zeg je? Ben je bang om gezaaid te worden?

De boer glimlacht: een zaadje dat bang is om gezaaid te worden?
Ben je bang om te vallen op de stenen van de weg?
Dat hoeft niet hoor, je buitenkant is hard genoeg.
Tja, je bent bang om te gaan slapen hè?  
Bang voor wat er in het donker kan gebeuren
“Ik begrijp het wel”, zegt de boer.
“Ik heb het ook meegemaakt!
Maar weet je: Als je gezaaid wordt, kom je in een warm bedje…
De aarde maakt je harde buitenkant helemaal zacht.
Jij slaapt  en daar in het donker groeit er … uit jou … een nieuwe korenaar
Een aar vol vrolijke korrels… Echt waar!
Probeer het maar.

De boer maakt een kuiltje in de grond.
Ik maak een mooi, zacht, warm bedje voor je…
Voorzichtig legt de boer het korreltje in het bedje
Hij dekt het toe met een dekentje van aarde.

Nee, de korrel is niet bang meer.
Dat komt door het verhaal van de boer
De korrel valt… in slaap.
De korrel droomt
De korrel van de grote zomer;
van een akker vol korenaren…
van korenaren vol korrels… 30 in de ene… 60 in een andere.
Die ene korrel is gestorven, maar ook 100-voudig opgestaan.

De boer helpt de korrel door zijn angst heen…
De boer is er om de korrel van dienst te zijn
Jezus gaat op Golgotha laten zien, dat God
naar de mens is toegekomen om hem van dienst te zijn.

Als jij het moeilijk hebt,
als jij pijn moet doorstaan,
als jij vast loopt in je relatie,
als jij de dood voor ogen ziet,
en roept tot God,
dan heeft hij er weet van.
Hij heeft weet van wat jij zo moeilijk vindt,
voelt hij de pijn die jij doorstaat,
Dan huilt ook Hij om de liefde die verloren is gegaan.

Als jij behoefte hebt aan nabijheid… IK zal er zijn voor jou.
Als jij graag samen stil wil zijn… IK zal er zijn voor jou.
Als jij op zoek ben naar een luisterend oor… IK zal er zijn voor jou.
Ik zal er zijn voor jou!
Dat is Gods naam.
En als er iemand is, die zijn naam waar maakt, dan is het JHWH…
Ik zal er zijn, voor jou!

Als wij spreken over Jezus, dan vergeten we maar al te vaak,
dat het God zelf is, die spreekt;
dat het God zelf is straks sterft aan dat kruis;
dat het God zelf is die op Paasmorgen zal opstaan.
Ik zal er zijn voor jou… ook na de dood. 

Maar niet alleen na de dood. Ook hier en nu. Misschien zelfs vooral hier en nu.
Ik sprak deze week nog een mevrouw die weet dat ze binnenkort zal sterven.
Ik vroeg haar naar haar verwachtingen met betrekking tot het hiernamaals.

Mies zei: Geen idee, ik sterf in alle rust, wetende dat ik voortleef in mijn kinderen.
Ik heb mijn kinderen en kleinkinderen zien opgroeien.
Ik ben blij en dankbaar voor alles wat ik met hen heb mogen beleven.

Ze voelt zich zo’n korrel, die rustig gaat slapen,
in een warm bed onder een dekentje van aarde,
in het besef dat haar leven niet voor niets is geweest.
Nee, het draagt 30- 60 misschien wel 100-voudig vrucht.

Zij neemt moe maar voldaan afscheid van het leven.
Ik heb zelden iemand zo nuchter en tegelijk zo doorleefd
over de dood horen spreken. En degenen die achterblijven?
Sommigen kennen diezelfde nuchterheid, anderen zijn juist
heel emotioneel, maar ze weten allemaal: Het is goed zo!

Ze moeten oma loslaten. Oma was een deel van hun leven…
Er is verdriet, natuurlijk! Ze gaan straks door een periode van rouw..
Maar wie in vertrouwen kan loslaten, leert op eigen benen staan
en ontvangt een de kwaliteit van leven, die we eeuwig noemen.

Wie in vertrouwen kan loslaten,
overwint wat het goede leven in de weg staat:
machogedrag en verslaving;
gewelddadigheid en depressiviteit

In vertrouwen loslaten.
daarmee kun je alles wat je haat in je eigen manier van leven – overwinnen.
Dat vertrouwen, daar gaat het om. Vertrouwen is hetzelfde als geloof

De alcoholist wil afkicken, maar vindt zijn biertje ook erg lekker.
Hij of zij zweert de drank af… maar moet niettemin een lange moeilijke weg gaan
pas als hij weer voldoende zelfvertrouwen heeft,
durft ze weer voluit te leven, dan is er sprake van kwaliteitsleven, 
kwaliteit die we eeuwig noemen.

Moet je dan niet spreken over godsvertrouwen i.p.v. zelfvertrouwen?
Jij mag gerust geloven in jezelf, want God gelooft ook in jou.
In de naam van de vader en de zoon en de Heilige Geest.
Amen.