Wij hebben een sterke stad

Gemeente van onze Heer Jezus Christus.
Lieve mensen van God.

U kent wel die bruine ANWB borden.
Ze maken toeristen attent op bezienswaardigheden.
Langs de ring wijst men op de grachtengordel als werelderfgoed en langs de A7, ter hoogte van Purmerend lees je: “De stelling van Amsterdam.”
Daar, bij Kwadijk, ligt een van de 47 forten, die – samen met een ingenieus plan om polders onder water te zetten – een ring van verdedigingswerken vormen rond de hoofdstad. Pampus en uw eigen vuurtoreneiland horen er ook bij. 
Toen de stelling klaar was dachten we: “Zo, wij hebben een sterke stad!

Het eerste fort bij Abcoude werd gebouwd van degelijke baksteen.
Maar… nog voor het klaar was werd de brisantbom gemeengoed
en daar is baksteen niet tegen bestand!
De volgende forten werden van beton opgetrokken.
Maar… amper was de ring van forten voltooid,
of de legers in Europa kregen er een luchtmacht bij.
Ook betonnen forten konden de bommenwerpers niet tegenhouden.
Die vlogen immers zomaar over die waterlinie met al zijn forten heen.
Die stelling heeft goudgeld gekost en nooit dienst gedaan. Hoewel…
In dat fort te Kwadijk is een wijnimporteur gevestigd.
Defensie bouwde uitstekende wijnkelders.

“Wij hebben een sterke stad…” zegt Jesaja.
Maar die woorden duiden op iets totaal anders.
De profeten zijn niet zo gecharmeerd van de mentaliteit,
die steekt achter het bouwen van stellingen en muren.

Die mind-set is erop gericht om anderen buiten de deur te houden.
Dikke muren, zware wapens, stoere taal en krachtdadig geweld
moeten ons vrijwaren van vijandelijke indringers.
De drijvende emotie daarachter: angst.
De angst voor de ander… Angst voor alles wat anders is.

Angstige mensen verwachten heil van dikke muren, gesloten poorten, hoge hekken, hier en daar een checkpoint –
Jesaja kijkt daar anders tegenaan.
Die laat zich niet leiden door angst. Jesaja roept ons op om de poorten te openen, opdat rechtvaardig volk kan binnentreden.

Jesaja is niet bang voor mensen.
Jesaja gaat niet bij voorbaat van uit van kwade bedoelingen.
Gesloten poorten sluiten mensen buiten.
Muren en hekken laten mensen niet tot hun recht komen.
Jesaja zou de dichter kunnen zijn van de versregels:
Ach wij rijken, ach wij blijken, hard en onverstoord.
Open onze oren, Heer, opdat wij horen: het roepen aan de poort.

Mensen met gerechtvaardigde vragen buiten de deur houden.
Aan de grenzen van Europa klinkt een aanklacht. Europa hoort ze niet.
Ze verdrinken bij honderden in de Middellandse Zee. We redden er wel een paar, maar weigeren categorisch naar de dieperliggende oorzaken te kijken.

De mind-set van onze premier ziet kinderen, die naar Syrië gaan,
liever daar sterven, dan terug keren bij hun dodelijk ongeruste moeders.

Waauw, die teksten van Jesaja blijken een stuk actueler,
dan je op het eerste gezicht zou denken.
Ja dat zal wel… maar… Ho! Ho! wacht eens even…
Die Jesaja is wel naïef hoor. Je kunt toch niet zomaar alle deuren open zetten?
Dat is levensgevaarlijk? Ze stelen als de raven. Ze martelen dat het een aard heeft.  Ze onthoofden alsof het niks is…
Nee, nee ik wil een muur om mijn tuin, een camera bij de voordeur en een alarmsysteem met bewegingsmelder. Dan ben ik veilig.
Jesaja denkt daar anders over… Hij heeft niet alleen een andere mening.
Hij spreekt vanuit een totaal andere instelling… Hij denkt anders…
Heeft een andere mindset.

In de tekst spreekt hij eerst tegen God: De standvastige is veilig bij U.
Vrede is er voor wie op U vertrouwen.
Vervolgens spreekt hij tegen de mensen van zijn tijd: Vertrouw op de Heer…
Hij is een rots sinds mensenheugenis. Hij haalt neer wie in de hoogte leven
en veilig in een onneembare vesting wonen. Ze zullen onder de voet worden gelopen, vertrapt door de zwakken vertreden door de armen.
Zo hé, die Jesaja!
Mensen die zich veilig wanen achter hoge muren met gesloten poorten,
worden door de armen onder de voet gelopen.
Als jullie rijken het vertikken om te delen, dan komen de armen halen,
waar ze recht op hebben.
Als jullie niet ophouden alle moslims op een hoop ter gooien, dan zullen ook de goedwillende mensen zich tegen je keren.
Als jullie blijven beweren dat jullie manier van denken, geloven en een staat inrichten de enige juiste is, dan werpen de onderdrukten ooit die druk van zich af!

Jesaja richt zich weer tot God…
U effent een pad, U baant een rechte weg… wij verlaten ons op u.
We kijken reikhalzend naar u uit; Wij richten ons op uw naam:
Ik zal er zijn voor jou… Eenmaal is god: Alles In Allen

Er is niets tegen zelfontplooiing, maar waartoe ontplooien we ons?
Waartoe ontwikkelen we de talenten van onze kinderen?
Welk mensbeeld staat ons voor ogen?

Jesaja zegt:
Wie zich richt op U – zal gerechtigheid leren.
Goddelozen leren het nooit!
Wie zich richt op u… klinkt het. Dat doet denken aan gelovigen die menen de wereld te redden met gebed. Als je veel bidt, zal God ingrijpen.
Maar dat bedoelt Jesaja niet…

Jesaja zegt: Wie zich richt op u – zal gerechtigheid leren.
Je richten op God, wil niet zeggen dat je werkloos achterover kunt leunen,
wachtend op de ingreep van hogerhand wordt ingegrepen.
Nee, je richten op God is: gerechtigheid leren.
Leren denken en doen op de manier die God ons aanreikt in zijn woord.
Die manier van denken en doen is samengevat in zijn NAAM:
Ik zal er zijn voor jou!
Gerechtigheid betekent: Er zijn voor de ander.
Mijn leven wordt pas zinvol als ik mijn egoïsme te overwin;
mijn leven wordt de moeite waard als ik het leven van anderen mogelijk maak.
De godloze mens heeft daar geen goddelijke woorden voor nodig.
De godloze mens maakt zichzelf tot de maat van alle dingen.
Zijn driften bepalen het gedrag; zijn mateloos menselijk egoïsme
maakt hem tot een graaier, zijn machtswellust maakt hem tot geweldenaar,
zijn superioriteitsgevoel tot eng nationalisme, verwerpelijk racisme en  tot  fundamentalisme in welke religie dan ook.
Het zijn processen van alle tijden. Jesaja ziet het om zich heen gebeuren
en bidt: Laat het die godloze mens maar zien, Heer, met een louterend vuur.

Jesaja bidt ook: Heer geef vrede!
Die vrede is alleen bereikbaar met een andere mind-set.
Jesaja verlangt naar een stad, met open poorten, waar God alles is in allen.
Een stad waarin mensen LEVEN;
Een stad waarin ook anderen de kwaliteit van leven ervaren die wij eeuwig noemen… Zo bouw je een sterke stad.

Je bouwt een sterke stad, door je Gods mind-set eigen te maken.
Vanuit die mind-set kun je beamen: Alles wat wij deden, hebt u voor ons gedaan.
Andere heren hebben macht over ons uitgeoefend,
Die heren hebben ons hun mind-set opgedrongen
maar alleen uw naam zullen wij prijzen:
Uw naam zullen wij waar maken:
Ik zal er zijn voor jou!

Tot nu toe heb ik in de duiding van “de stad met gesloten poorten” twee lijnen door elkaar laten lopen. Een politieke lijn en een persoonlijke.

Die persoonlijke lijn vinden we ook terug bij Thomas.
De dood van Jezus heeft bij hem alle deuren dichtgeslagen.
Thomas is er helemaal klaar mee! Zoveel onrecht, geweld,  verraad ook…
Hij vertrouwt die mind-set van God, niet meer…
Jezus heeft die instelling voorgeleefd en kijk wat er van terecht is gekomen.

Geloven in het wonder van Paasmorgen…
Geloven dat Jezus is opgestaan… dat die mind-set van de Heer de dood overwint?
Nee, dat gaat  Thomas te ver! Daar trapt hij niet in. Hij is te zeer teleurgesteld.

Thomas is in verwarring… Wat hij aan de ene kant letterlijk ongelooflijk vindt,
zou de ultieme vervulling zijn van zijn allerdiepste wens.
Thomas is in verwarring: Zijn gezond verstand zegt dat dood, dood is…
maar tegelijkertijd hoopt hij met hart en ziel dat het niet waar is.

Diep in zijn hart is hij er vast wel van overtuigd dat de anderen niet liegen,
maar Thomas voelt zich veiliger bij de gedachte dat er groot onrecht is geschied. DE dikke muur van het zelfmedelijden biedt een veilige schuilplaats aan angstige  mensen. Deze week stond onze nationale angsthaas nog met een bord vol grote woorden bij het open hek van een moskee. Toen de imam naar buiten kwam en hem vriendelijk uitnodigde voor een goed gesprek, wist hij niet hoe snel hij in zijn
gepantserde auto moest stappen. De imam legde zijn vinger op de zwakke plek. Hij maakte zijn angst zichtbaar en dat voelt als uiterst bedreigend.

Jezus verschijnt en laat hij zijn kwetsbare plekken wel zien.
Thomas krijgt de kans om zijn vingers te erop te leggen.
Thomas begrijpt dat die vermaledijde Vrijdag, Kruispasen mag heten.
Die naam geeft precies aan wat er op die vrijdag geschiedt.

Het kruis slaat alle poorten dicht.
De steen voor het graf laat het duidelijk zien.
Jezus gaat heel alleen zijn gang door het land van de dood.
Die unieke weg begint bij die steen, maar eindigt daar ook.

Want op de derde dag blijkt die steen te zijn weggeworpen.
Het hang en sluitwerk houdt het niet en een week later legt Thomas
zijn vinger op de wonde, die een eind maakt aan alle geslotenheid.

Het cordon van de angst is doorbroken.
Jezus gaat door roeien en ruiten, breekt deuren open…
Zijn opstandige mindset komt binnen bij zijn vrienden.
De dodelijke angst is overwonnen. Onbegrensde liefde staat op.
“Mijn Heer en mijn God!” roept de man die zojuist nog volkomen vast zat
zijn angst. Het wordt nogmaals: Pasen. Thomas staat op.

De opstanding van Thomas?
Klinkt dat gek? Dat is vreemd.
In zijn reserves, zijn twijfels, zijn vragen, herkenden we onszelf meteen. Toch?
Waarom zouden we dan onszelf niet in hem herkennen als mensen die mogen opstaan.  Het leven, sterven en opstaan van onze Heer,  mag voor Thomas en voor u en voor mij een bron worden (of blijven) van de standvastigheid,
waar ook Jesaja over sprak: De standvastige is veilig bij U.
Vrede is er voor wie op U vertrouwen.

Standvastig zijn… Vast staan in vertrouwen… Vasthouden aan de mind-set van Jesaja. Je vasthouden aan de leefwijze van Jezus Messias… De lezing eindigt met: Gelukkig zij die niet gezien hebben en toch geloven.

Daarbij is geloven iets anders dan: aannemen dat het zo is gegaan.
Er wordt geen naïviteit van je gevraagd.  
Niet in je omgang met gevaren, en niet in je manier van geloven. 
Geloven = vertrouwen.
Vertrouwen op de mind-set van Jezus.
Laten we maar proberen ons die mind-set eigen te maken.
Die instelling zal ons ertoe brengen om Gods dienst aan mensen,
zichtbaar te maken in de samenleving.
Ik denk aan projecten als Schuldhulpmaatje, Straatpastoraat.
Ik denk aan de jongeren in Burundi, die naar school kunnen gaan
omdat daarvoor hier geld wordt ingezameld.
Die scholieren krijgen goed onderwijs.
Toen er gezegd werd:
Dat jullie naar school gaan is geen kwestie is van liefdadigheid,
maar een zaak van gerechtigheid… klonk er spontaan applaus.
Zij hebben begrepen vanuit welke mind-set
de steun wordt gegeven en ervaren die als
ondersteunend voor hun streven naar
zelfrespect.

Want er zijn rijken, die blijken niet hard en onverstoord
die hebben open oren en konden daarmee horen
het roepen aan de poort…

Dat het zo mag zijn…
Amen.

Wij hebben een sterke stad

Gemeente van onze Heer Jezus Christus.
Lieve mensen van God.

U kent wel die bruine ANWB borden.
Ze maken toeristen attent op bezienswaardigheden.
Langs de ring wijst men op de grachtengordel als werelderfgoed en langs de A7, ter hoogte van Purmerend lees je: “De stelling van Amsterdam.”
Daar, bij Kwadijk, ligt een van de 47 forten, die – samen met een ingenieus plan om polders onder water te zetten – een ring van verdedigingswerken vormen rond de hoofdstad. Pampus en uw eigen vuurtoreneiland horen er ook bij. 
Toen de stelling klaar was dachten we: “Zo, wij hebben een sterke stad!

Het eerste fort bij Abcoude werd gebouwd van degelijke baksteen.
Maar… nog voor het klaar was werd de brisantbom gemeengoed
en daar is baksteen niet tegen bestand!
De volgende forten werden van beton opgetrokken.
Maar… amper was de ring van forten voltooid,
of de legers in Europa kregen er een luchtmacht bij.
Ook betonnen forten konden de bommenwerpers niet tegenhouden.
Die vlogen immers zomaar over die waterlinie met al zijn forten heen.
Die stelling heeft goudgeld gekost en nooit dienst gedaan. Hoewel…
In dat fort te Kwadijk is een wijnimporteur gevestigd.
Defensie bouwde uitstekende wijnkelders.

“Wij hebben een sterke stad…” zegt Jesaja.
Maar die woorden duiden op iets totaal anders.
De profeten zijn niet zo gecharmeerd van de mentaliteit,
die steekt achter het bouwen van stellingen en muren.

Die mind-set is erop gericht om anderen buiten de deur te houden.
Dikke muren, zware wapens, stoere taal en krachtdadig geweld
moeten ons vrijwaren van vijandelijke indringers.
De drijvende emotie daarachter: angst.
De angst voor de ander… Angst voor alles wat anders is.

Angstige mensen verwachten heil van dikke muren, gesloten poorten, hoge hekken, hier en daar een checkpoint –
Jesaja kijkt daar anders tegenaan.
Die laat zich niet leiden door angst. Jesaja roept ons op om de poorten te openen, opdat rechtvaardig volk kan binnentreden.

Jesaja is niet bang voor mensen.
Jesaja gaat niet bij voorbaat van uit van kwade bedoelingen.
Gesloten poorten sluiten mensen buiten.
Muren en hekken laten mensen niet tot hun recht komen.
Jesaja zou de dichter kunnen zijn van de versregels:
Ach wij rijken, ach wij blijken, hard en onverstoord.
Open onze oren, Heer, opdat wij horen: het roepen aan de poort.

Mensen met gerechtvaardigde vragen buiten de deur houden.
Aan de grenzen van Europa klinkt een aanklacht. Europa hoort ze niet.
Ze verdrinken bij honderden in de Middellandse Zee. We redden er wel een paar, maar weigeren categorisch naar de dieperliggende oorzaken te kijken.

De mind-set van onze premier ziet kinderen, die naar Syrië gaan,
liever daar sterven, dan terug keren bij hun dodelijk ongeruste moeders.

Waauw, die teksten van Jesaja blijken een stuk actueler,
dan je op het eerste gezicht zou denken.
Ja dat zal wel… maar… Ho! Ho! wacht eens even…
Die Jesaja is wel naïef hoor. Je kunt toch niet zomaar alle deuren open zetten?
Dat is levensgevaarlijk? Ze stelen als de raven. Ze martelen dat het een aard heeft.  Ze onthoofden alsof het niks is…
Nee, nee ik wil een muur om mijn tuin, een camera bij de voordeur en een alarmsysteem met bewegingsmelder. Dan ben ik veilig.
Jesaja denkt daar anders over… Hij heeft niet alleen een andere mening.
Hij spreekt vanuit een totaal andere instelling… Hij denkt anders…
Heeft een andere mindset.

In de tekst spreekt hij eerst tegen God: De standvastige is veilig bij U.
Vrede is er voor wie op U vertrouwen.
Vervolgens spreekt hij tegen de mensen van zijn tijd: Vertrouw op de Heer…
Hij is een rots sinds mensenheugenis. Hij haalt neer wie in de hoogte leven
en veilig in een onneembare vesting wonen. Ze zullen onder de voet worden gelopen, vertrapt door de zwakken vertreden door de armen.
Zo hé, die Jesaja!
Mensen die zich veilig wanen achter hoge muren met gesloten poorten,
worden door de armen onder de voet gelopen.
Als jullie rijken het vertikken om te delen, dan komen de armen halen,
waar ze recht op hebben.
Als jullie niet ophouden alle moslims op een hoop ter gooien, dan zullen ook de goedwillende mensen zich tegen je keren.
Als jullie blijven beweren dat jullie manier van denken, geloven en een staat inrichten de enige juiste is, dan werpen de onderdrukten ooit die druk van zich af!

Jesaja richt zich weer tot God…
U effent een pad, U baant een rechte weg… wij verlaten ons op u.
We kijken reikhalzend naar u uit; Wij richten ons op uw naam:
Ik zal er zijn voor jou… Eenmaal is god: Alles In Allen

Er is niets tegen zelfontplooiing, maar waartoe ontplooien we ons?
Waartoe ontwikkelen we de talenten van onze kinderen?
Welk mensbeeld staat ons voor ogen?

Jesaja zegt:
Wie zich richt op U – zal gerechtigheid leren.
Goddelozen leren het nooit!
Wie zich richt op u… klinkt het. Dat doet denken aan gelovigen die menen de wereld te redden met gebed. Als je veel bidt, zal God ingrijpen.
Maar dat bedoelt Jesaja niet…

Jesaja zegt: Wie zich richt op u – zal gerechtigheid leren.
Je richten op God, wil niet zeggen dat je werkloos achterover kunt leunen,
wachtend op de ingreep van hogerhand wordt ingegrepen.
Nee, je richten op God is: gerechtigheid leren.
Leren denken en doen op de manier die God ons aanreikt in zijn woord.
Die manier van denken en doen is samengevat in zijn NAAM:
Ik zal er zijn voor jou!
Gerechtigheid betekent: Er zijn voor de ander.
Mijn leven wordt pas zinvol als ik mijn egoïsme te overwin;
mijn leven wordt de moeite waard als ik het leven van anderen mogelijk maak.
De godloze mens heeft daar geen goddelijke woorden voor nodig.
De godloze mens maakt zichzelf tot de maat van alle dingen.
Zijn driften bepalen het gedrag; zijn mateloos menselijk egoïsme
maakt hem tot een graaier, zijn machtswellust maakt hem tot geweldenaar,
zijn superioriteitsgevoel tot eng nationalisme, verwerpelijk racisme en  tot  fundamentalisme in welke religie dan ook.
Het zijn processen van alle tijden. Jesaja ziet het om zich heen gebeuren
en bidt: Laat het die godloze mens maar zien, Heer, met een louterend vuur.

Jesaja bidt ook: Heer geef vrede!
Die vrede is alleen bereikbaar met een andere mind-set.
Jesaja verlangt naar een stad, met open poorten, waar God alles is in allen.
Een stad waarin mensen LEVEN;
Een stad waarin ook anderen de kwaliteit van leven ervaren die wij eeuwig noemen… Zo bouw je een sterke stad.

Je bouwt een sterke stad, door je Gods mind-set eigen te maken.
Vanuit die mind-set kun je beamen: Alles wat wij deden, hebt u voor ons gedaan.
Andere heren hebben macht over ons uitgeoefend,
Die heren hebben ons hun mind-set opgedrongen
maar alleen uw naam zullen wij prijzen:
Uw naam zullen wij waar maken:
Ik zal er zijn voor jou!

Tot nu toe heb ik in de duiding van “de stad met gesloten poorten” twee lijnen door elkaar laten lopen. Een politieke lijn en een persoonlijke.

Die persoonlijke lijn vinden we ook terug bij Thomas.
De dood van Jezus heeft bij hem alle deuren dichtgeslagen.
Thomas is er helemaal klaar mee! Zoveel onrecht, geweld,  verraad ook…
Hij vertrouwt die mind-set van God, niet meer…
Jezus heeft die instelling voorgeleefd en kijk wat er van terecht is gekomen.

Geloven in het wonder van Paasmorgen…
Geloven dat Jezus is opgestaan… dat die mind-set van de Heer de dood overwint?
Nee, dat gaat  Thomas te ver! Daar trapt hij niet in. Hij is te zeer teleurgesteld.

Thomas is in verwarring… Wat hij aan de ene kant letterlijk ongelooflijk vindt,
zou de ultieme vervulling zijn van zijn allerdiepste wens.
Thomas is in verwarring: Zijn gezond verstand zegt dat dood, dood is…
maar tegelijkertijd hoopt hij met hart en ziel dat het niet waar is.

Diep in zijn hart is hij er vast wel van overtuigd dat de anderen niet liegen,
maar Thomas voelt zich veiliger bij de gedachte dat er groot onrecht is geschied. DE dikke muur van het zelfmedelijden biedt een veilige schuilplaats aan angstige  mensen. Deze week stond onze nationale angsthaas nog met een bord vol grote woorden bij het open hek van een moskee. Toen de imam naar buiten kwam en hem vriendelijk uitnodigde voor een goed gesprek, wist hij niet hoe snel hij in zijn
gepantserde auto moest stappen. De imam legde zijn vinger op de zwakke plek. Hij maakte zijn angst zichtbaar en dat voelt als uiterst bedreigend.

Jezus verschijnt en laat hij zijn kwetsbare plekken wel zien.
Thomas krijgt de kans om zijn vingers te erop te leggen.
Thomas begrijpt dat die vermaledijde Vrijdag, Kruispasen mag heten.
Die naam geeft precies aan wat er op die vrijdag geschiedt.

Het kruis slaat alle poorten dicht.
De steen voor het graf laat het duidelijk zien.
Jezus gaat heel alleen zijn gang door het land van de dood.
Die unieke weg begint bij die steen, maar eindigt daar ook.

Want op de derde dag blijkt die steen te zijn weggeworpen.
Het hang en sluitwerk houdt het niet en een week later legt Thomas
zijn vinger op de wonde, die een eind maakt aan alle geslotenheid.

Het cordon van de angst is doorbroken.
Jezus gaat door roeien en ruiten, breekt deuren open…
Zijn opstandige mindset komt binnen bij zijn vrienden.
De dodelijke angst is overwonnen. Onbegrensde liefde staat op.
“Mijn Heer en mijn God!” roept de man die zojuist nog volkomen vast zat
zijn angst. Het wordt nogmaals: Pasen. Thomas staat op.

De opstanding van Thomas?
Klinkt dat gek? Dat is vreemd.
In zijn reserves, zijn twijfels, zijn vragen, herkenden we onszelf meteen. Toch?
Waarom zouden we dan onszelf niet in hem herkennen als mensen die mogen opstaan.  Het leven, sterven en opstaan van onze Heer,  mag voor Thomas en voor u en voor mij een bron worden (of blijven) van de standvastigheid,
waar ook Jesaja over sprak: De standvastige is veilig bij U.
Vrede is er voor wie op U vertrouwen.

Standvastig zijn… Vast staan in vertrouwen… Vasthouden aan de mind-set van Jesaja. Je vasthouden aan de leefwijze van Jezus Messias… De lezing eindigt met: Gelukkig zij die niet gezien hebben en toch geloven.

Daarbij is geloven iets anders dan: aannemen dat het zo is gegaan.
Er wordt geen naïviteit van je gevraagd.  
Niet in je omgang met gevaren, en niet in je manier van geloven. 
Geloven = vertrouwen.
Vertrouwen op de mind-set van Jezus.
Laten we maar proberen ons die mind-set eigen te maken.
Die instelling zal ons ertoe brengen om Gods dienst aan mensen,
zichtbaar te maken in de samenleving.
Ik denk aan projecten als Schuldhulpmaatje, Straatpastoraat.
Ik denk aan de jongeren in Burundi, die naar school kunnen gaan
omdat daarvoor hier geld wordt ingezameld.
Die scholieren krijgen goed onderwijs.
Toen er gezegd werd:
Dat jullie naar school gaan is geen kwestie is van liefdadigheid,
maar een zaak van gerechtigheid… klonk er spontaan applaus.
Zij hebben begrepen vanuit welke mind-set
de steun wordt gegeven en ervaren die als
ondersteunend voor hun streven naar
zelfrespect.

Want er zijn rijken, die blijken niet hard en onverstoord
die hebben open oren en konden daarmee horen
het roepen aan de poort…

Dat het zo mag zijn…
Amen.