Het levende woord

Gemeente van onze Heer Jezus Christus
Lieve mensen van God


Wij verkondigen het Woord dat Leven is, schrijft Johannes.
Dat klinkt vertrouwd.
Het zijn termen die horen tot ons jargon.
termen die we gemakkelijk in de mond nemen.

We hebben te maken met een brief, maar de enveloppe hebben we niet.
Wie de geadresseerde is, weten we niet precies.
Waarschijnlijk een gemeente in Klein Azie.
De postzegel zou zomaar in Efeze kunnen zijn afgestempeld.
De datum kun je niet meer te lezen, maar het jaartal ligt boven de 100.  

Efeze ligt aan de Turkse westkust. In die contreien heeft Johannes,
de discipel die Jezus liefhad, een aantal gemeenten gesticht.

De schrijver van de brief heet ook Johannes, maar niet de evangelist.
Hij kent het vierde evangelie goed, dat wel. Hij behoort tot de Johanneïsche
school, een stroming in het vroege christendom, die niet zozeer leefde bij verhalen, maar meer filosofeerde bij allerlei symbolen.

Lucas begint met een geboorteverhaal.
Johannes filosofeert over het woord dat vlees wordt en over het licht der wereld!
Wij verkondigen het woord dat leven is.  
Het levende woord.
Dat woord is Thora.
Het levende woord: een mens.

Het woord dat leven is, duidt op een mens –
die zo intensief leeft met Thora dat Hij “Het Levende Woord” wordt genoemd.  
U begrijpt het gaat over Jezus: Het Woord is vleesgeworden.
Christus: de mens-geworden Thora.

Karl Barth, een groot Duits theoloog uit de twintigste eeuw schreef dat de grootheid van God, schuilt in het feit dat Hij zich heeft geopenbaard en dat nog steeds doet.
De God van Abraham, Isaäk en Jacob is een God die zich laat kennen.

God maakt om te beginnen zijn Naam bekend…  JHWH.
Het is een naam die je niet uitspreekt.
Als de joodse bijbellezer – en dat doet hij hardop – die vier letters ziet staan,
dan zegt hij … Adonai.  Heer.

God openbaart zich in eerste instantie aan de wereld in zijn Woord,
waarvan Thora de kern is … de eerste vijf boeken van onze bijbel.

Maar woorden hebben de neiging een eigen leven te gaan lijden;
vooral als het verhalen zijn over een land van belofte.
Terwijl die verhalen zijn verteld om bevrijding te verkondigen,
worden ze gebruikt voor geopolitieke doeleinden.

God openbaart zich in zijn Woord.  Woorden worden soms doel op zichzelf,
en dat geldt in het bijzonder voor leefregels.  
Terwijl de heilige boeken gegeven zijn om tot leven te worden gebracht
in het bestaan van mensen, worden ze tot een dode letter.

Hoe vaak hebben christenen de Bijbel niet gebruikt als legitimatie voor grof geweld
en onderdrukking. Zuid-Afrikanen halen nu de standbeelden omver. 
Wat met de Bijbel gebeurde, overkomt in onze dagen de Koran. 

God zich openbaart in zijn Woord en reikt ons een zinvolle manier van leven aan. 
Wie dat geschenk aanvaardt, zal omzien naar de armen, compassie hebben met de verdrukten en de voluit weten: De ander is – zoals jij – ook een schepsel van Adonai.

Karl Barth ziet nog een tweede openbaring van God.
God maakt zich ook bekend in de persoon van Jezus van Nazareth,
die zo intens leefde met de woorden van die eerste openbaring,
dat hij in Klein Azië: Het levende woord werd genoemd.
Het woord is mens geworden en laat ons zien wat Leven is…
LEVEN met vijf hoofdletters, leven van een zo grote kwaliteit,
dat zelfs de dooie dood het niet kapot krijgt.
Opnieuw wordt het bevrijdende karakter
van de Eeuwige zichtbaar. We vieren de derde zondag van Pasen.

Het klassieke jodendom spreekt de NAAM niet uit.
Moderne christenen zijn daarin vrijmoediger.
Die beginnen hun diensten met de proclamatie van de naam:
Onze hulp is de naam van de eeuwige … In de woorden IK ZAL ER ZIJN VOOR JOU
ervaren we zijn hulp; Hij is onze steun en toeverlaat,
Hij onze gids in het leven. Zijn woorden vormen de grondtoon van ons bestaan,
althans dat aanbod van zijn kant ligt er voor u, voor mij en voor alle mensen.

Karl Barth ziet nog een derde openbaring van God.
God, de levende, heeft zich aan de wereld bekend gemaakt
1. Door zijn Woord,
2. Door de persoon van Jezus van Nazareth
3. Door de gemeente – de geloofsgemeenschap.

Dat moeten we misschien even goed laten doordringen:
God openbaart zich in de deze wereld door de gemeente van Christus.

Ik kan me voorstellen dat er mensen zijn
die dat in eerste aanleg als een gigantische last ervaren…
Ik heb het toch al zo druk… moet dat er nou ook nog bij?

Anderen zullen blij zijn met die gedachte.
Dat idee heft de schijnbare zinloosheid van het bestaan op.
Hoe bedoel je? Nou, aloude vragen als: “Waartoe zijn wij op aarde?”
Of “Wat is de zin van ons leven?” worden door velen nauwelijks nog beantwoord.

De filosofie van onze tijd is het hedonisme.
Je hebt weliswaar niet om het leven gevraagd, maar ja… je leeft, dus probeer je er wat van te maken. Of dat zin heeft? Of dat ergens toe dient? Geen idee… We doen het maar gewoon. We zien wel wat er van komt … Geniet er vooral van! Geniet ervan!
Als je op die advies afgaat, dan is de zin van het leven: genieten!

Vroeger probeerden de vromen nog om de hemel te verdienen,
tegenwoordig werken velen zich uit de naad om die hemel op aarde maar vast te realiseren, want dat hiernamaals… ik weet het niet.

Ons leven heeft echter wel degelijk zin, want we hebben een taak.
Die taak bestaat er in om door onze levenswijze Gods aanbod voor deze wereld zichtbaar te maken.

Dat kun je op je eentje proberen, maar dat loopt vast…
Waarom? Hoe kun je nou ooit, op je eentje “Ik zal er zijn voor jou!” zichtbaar maken.
In die naam alleen al gaat het over een “ik” en een “jou.”    
God is er voor mensen… en als jij dat laat zien, zul je er zijn voor de ander.
Dus alleen kan het zo wie zo niet.

Barth zegt dan ook niet dat de individuele gelovige een openbaring van God is,
maar dat de geloofsgemeenschap – de kerk – de gemeente, wij samen –
in onze woonplaats, een openbaring van God mogen zijn.

Dat is een geschenk dat zijn weerga niet kent. Een cadeau dat in een klap ook jouw persoonlijke leven zinvol kan maken omdat je als gelovige minder vraagt:
wat heb ik aan de kerk?en meer: welke bijdrage kan ik leveren aan de geloofsgemeenschap?  Hoe kan ik deel gaan uitmaken van dat fantastische gebeuren
dat Karl Barth “openbaring” noemt.

Het valt me op dat de kerk tot nu toe zwijgt in de discussie over het al dan niet opvangen van uitgeprocedeerde asielzoekers? Maar dat kan toch niet!
Als je bezig bent “een openbaring van God te zijn” druk je de overheid
toch op het hart dat ze minstens drie kruimeltjes van de tafel moet laten vallen:
een kruimeltje brood, een kruimeltje bed en een kruimeltje bad. 

Als je deel uitmaakt van het fantastische gebeuren dat we openbaring noemen,
dan sluit je niemand buiten, dan zijn vluchtelingen welkom,
dan mogen ex-gedetineerden ook in jouw straat wonen
dan worden psychiatrische patiënten met zorg omringd
en zeker niet als dak- en thuisloze de straat op gestuurd.

Briefschrijver Johannes zegt:
De God die jullie zichtbaar mogen maken is… enkel licht.
In God is geen spoortje duisternis te vinden. Wie zegt met God verbonden te zijn,
maar tegelijk in duisternis wandelt, die liegt, en leeft niet in de waarheid.

Maar als we leven in het licht, dan zijn we met elkaar verbonden,
dan levert ieder zijn of haar bijdrage,
en dan reinigt het bloed van Christus ons van alle zonde.
Het bloed van Christus reinigt ons van alle zonde…
Dat zijn moeilijke woorden:
God weet dat we de neiging om elkaar de beoordelen maar moeilijk bedwingen.
Hij weet dat we constant bezig zijn elkaar de maat te nemen.
Hij weet dat we – ondanks al onze goede voornemens –
telkens weer de mist in gaan en daarom is het maar goed dat Johannes
die moeilijke zin in zijn brief heeft opgeschreven.

Bij de woorden “het bloed van Christus”
mag je denken aan het feit dat Jezus
in zijn trouw aan de woorden van God
in zijn trouw aan de opdacht, een openbaring te zijn …
heeft laten zien dat die trouw ook bij de mens onbegrensd kan zijn.
Onbegrensde trouw, niet aflatende liefde.. een openbaring van God zelf.

En als u of ik of wij als gemeenschap de mist ingaan…
als we toch weer eens in duisternis wandelen,
dan zal telkens weer blijken dat de trouw van deze God
net zo onbegrensd is als de trouw van de mens Jezus.

Als de Eeuwige naar de mens kijkt…
ziet hij steeds Jezus, die zijn trouw aan Thora liet zien.
Jezus die leefde voor de ander en daarom werd veroordeeld en stierf aan een kruis.
Dat leven voor de ander, bleek echter dermate inspirerend,
dat zijn kerk elk jaar weer leeft van Pasen naar Pinksteren,
van de opstanding naar de uitstorting van de Spiritus Sanctus
ons opnieuw inspireren zal tot een leven in het licht…

Het is misschien een beetje hoogdravend vanmorgen,
dat gevaar ligt altijd op de loer als je de brieven leest.

Johannes schrijft dat hij getuigt van wat hij met zijn ogen heeft gezien,
met zijn oren heeft gehoord en met zijn handen heeft aangeraakt.
Johannes spreekt over het heil als iets, dat je lichamelijk ervaart…
Gelukkig maar, want het leven wordt geleefd
met twee voeten op de grond, met een lijf soms dat straalt van gezondheid en geluk…
maar soms ook krimpt van de pijn en je dan wellicht belemmert in het leveren van je bijdrage aan het openbaringsgebeuren dat  “Gemeente van Christus” heet.

Daarom was het fijn dat het rooster ook een gedeelte uit het hooglied aanreikte.

Over het Hooglied met zijn erotisch getinte liefdespoëzie wordt gezegd
dat het liederen zijn die op bruiloften en partijen werden gezongen.
Nou, dan werd er op hoog niveau feest gevierd in die dagen,
want deze minnezangen behoren tot de wereldliteratuur op dat terrein.
Maar die liederen gaan onmiskenbaar over de lichamelijke liefde.

Anderen zeggen dat deze gedichten allegorisch zijn,
een verbeelding van de liefde tussen God en mensen.
Is een lofzang op de liefde niet per definitie een lofzang voor God.
Deze lofzangen op de erotiek doet ons ervaren dat
“leven in het licht van Gods liefde” zo tastbaar is
als de streling van je lief…
je net zo warm maakt als een heerlijke vrijpartij
je net zo bevestigt in je bestaan als de lieve koosnamen
die je krijgt van degene, die van je houdt.

In Hooglied 1 ziet het leven er overigens niet anders dan bij Jezus…
Het meisje neemt ook omwille van de liefde allerlei risico’s.
Haar donkere huid is blijkbaar een bron van discriminatie:
Kijk niet op mij neer omdat ik donker ben. De zon heeft mij gebrand
over leven in het licht gesproken.

De zonen van mijn moeder waren hard voor me.
Ik moest hun wijngaarden bewaken, Mijn eigen wijngaard heb ik niet bewaakt.
Over kwetsbaar zijn gesproken en “er zijn voor de ander…”

Ze kan haar geliefde niet vinden en dwaalt  – gesluierd, zo suggereert het hebreeuws –
langs de kudden van zijn vrienden met alle risico’s van dien. 
 
Als jij mij niet vinden kunt, mooiste van alle vrouwen, volg dan het spoor van de kudde…
Als je die regels leest als een soort allegorie dan hoor je God mensen toeroepen:
Kun je me niet vinden? Kijk dan naar het spoor dat de gemeente trekt door je dorp;
dat de PKN trekt door je land,  het spoor dat de wereldkerk achter laat op aarde.

Tja… De liefde van God voor de mensheid wordt zichtbaar in het spoor van de kudde…
Dat het zo mag zijn. AMEN