De goedeertierenheid van God

Gemeente van onze Heer Jezus Christus
Lieve mensen van God,

Op zoek naar de plaatjes die ik de kinderen liet zien bij dit verhaal, raadpleegde ik o.a. mijn Franstalige versie van de kijkbijbel. Daarin trof ik deze bladzij:
Jésus dans la tempête.

Sepp Blatter gebruikte dat woord tempête telkens, als hij het had over de beschuldigingen van corruptie die hem en de FIFA ten deel vielen: La Tempête.
Als je dat Franse woord letterlijk vertaalt, krijg je een mooi oud-Nederlands woord: Het Tempeest.

Dat zou u kunnen kennen uit het twaalfde couplet van het Wilhelmus.
Daar is Willem van Oranje is aan het woord.
Hij spreekt de Nederlanders toe over het geweld van de Spanjaarden.
Hij zegt dan:  
Zo het den wil des Heren – op dien tijd – had geweest,
had ik geerne willen keren, van u – dit zwaar tempeest.

Als God het op dat momenten had gewild,
dan had ik jullie dit “zwaar tempeest” graag bespaard.

La Tempète – de storm… maar het is meer dan harde wind alleen.
Het duidt op onheil
Het Tempeest – is een oud woord voor storm, maar duidt ook op narigheid in het algemeen.

Als het woord storm leest, moet je daar steeds bij bedenken,
dat het om meer gaat dan Windkracht 9 of hoger.
Het kan stormen in je hoofd… Het kan stormen in de media,
er kan een storm van verontwaardiging opsteken.
Onheil kan je treffen als een hevige storm…

Bij Job is allebei. Hij verliest zijn bezittingen en ook al zijn kinderen en kleinkinderen door zo een tempeest, zo’n allesverwoestende storm.
Die storm blaast zijn hele familie letterlijk omver; ook figuurlijk treft hem
een waar tempeest.
Het stormt niet alleen buiten, maar ook Jobs hoofd en hart.
Job begrijpt het niet. Waarom? Waarom juist hij?
Straf kan het niet zijn, want hij heeft altijd netjes geleefd.
Iedereen altijd ruimhartig het zijne gegeven.

Job klaagt zijn nood.
God heeft me door het slijk gehaald –
Ik ben niet meer te onderscheiden van stof en as.
God heeft me in een wurggreep; ik lijd helse pijnen
God heeft het gedaan! Net als bij die mensen in Maleisië,
die menen dat de goden van de Kinabalu wraak hebben genomen
om de blootfoto’s die een stel opgeschoten jongens daar hebben gemaakt.

Job richt zich rechtstreeks tot de Heer:
U tilt me op en laat me rijden op de wind.
U laat me opgaan in het razen van de elementen.
U stuurt me naar punt waar alle levenden elkaar treffen: de dood.

Job vindt God uitermate wreed en verwijt Hem harteloosheid.
Je keert je toch niet tegen iemand die in nood is,
Je laat een mens die om hulp roept,
omdat hij zijn ondergang nabij is,
toch niet stikken…

Ik moest ineens aan al die bootvluchtelingen denken die proberen
Europa of Australië te bereiken.

Job heeft gehuild om wie in nood was…
Job heeft medelijden getoond met de armen.
Job heeft de mensen die het aan alles ontbrak, geholpen waar hij kon.
Waaraan heb ik dit vreselijke lot dan verdiend?

Vragen, vragen en nog eens vragen.
En het zijn niet alleen de vragen van Job.
Hoe vaak klinkt niet die eeuwige waaromvraag in de een of andere vorm?
Het berustende antwoord komt meestal van de vragensteller zelf:
Ach, op dat soort vragen krijg je immers toch geen antwoord.

Ja, wij hebben de neiging om in dat soort situaties stilletjes te berusten,
maar Job schreeuwt het uit.
Het allerergste is… dat hij geen antwoord krijgt.
Ik roep om hulp, maar U hoort me niet
Ik sta voor u, maar u ziet me niet.

Ik moest denken aan de nabestaanden van de mensen die bij de ramp met dat Chinese cruiseschip op de Jangtsekiang om het leven kwamen.
Ze vragen de autoriteiten om informatie, maar lopen op tegen een muur van stilzwijgen… Dat is om gek van te worden…
Ik roep om hulp, maar U hoort me niet
Ik sta voor u, maar u ziet me niet.


We lazen een klein stukje uit hoofdstuk 30… en één vers uit hoofdstuk 38.
Daar zijn de dialogen met zijn drie vrienden aan vooraf gegaan.
In al dat gepraat van zijn drie vrienden heeft
Job niets wijzer gemaakt. Hij heeft van hen
 geen antwoord gekregen. Integendeel,
hun kritiek is keihard, onbarmhartig
op het wrede af.

Dat eerste vers van hoofdstuk 38 klinkt nadat ook Elihu,
een vierde vriend, ook zijn zwarte licht heeft laten schijnen over de situatie.
Elihu weet hoe het zit… Hij wijst Job aan als een groot zondaar
De woorden van Elihu storten deze toch al zo geplaagde mens
in nog extremer eenzaamheid en in nog diepere wanhoop
Maar dan… Dan klinkt dat ene vers.
Dan antwoordt de Eeuwige vanuit de storm.

Ja, er komt antwoord. God reageert. Hoewel…
ook in hoofdstuk 38-41 worden meer vragen gesteld
dan antwoorden gegeven.
In de joodse traditie is de Bijbel ingedeeld in 52 stukken.
Op elke sabbat wordt zo’n stuk gelezen, gevolgd door een
daarbij behorende psalm: de antwoordpsalm.
De antwoordpsalm bij dit gedeelte uit Job is psalm 107 en
woord dat in die psalm het meest in het oog springt,
is het woord chesed: dat je nog het best vertaald met goedertierenheid.
Er is sprake van de goedertierenheid van de Heer. Je kunt dat oude woord ook vertalen met: de bewijzen van vriendschap van de Eeuwige.
 Je vertrouwen stellen op de goedertierenheden van de Eeuwige, je daardoor laten ontroeren; zijn goedertierenheden diep tot je door laten dringen… Dat is wijsheid. Daar wordt je wijzer van! Dat is in elk geval een antwoord!
Hoe blijf je staande in crisissituaties? Hoe km je heen door de rampen,
die je treffen, door het leed dat je wordt aangedaan? Door je de goedertierenheid van God te binnen te brengen…
Psalm 107 herinnert aan de tocht door de woestijn…
en aan de ballingschap die wordt beschreven als duisternis
en de schaduw van de dood…  en ten slotte over de totale ontheemding van een mens; iemand die helemaal van zijn ankers is geslagen: een mens op zee, te midden van de kolkende watermassa’s en binnen he bereik van de tehomot, de diepten van de dood.

En wat is het antwoord dan? In welke richting moeten we zoeken?
Moeten we het zoeken in de richting van de goedertierenheden van de Heer?
Willem Barnard dicht:
Gods goedheid is te groot,
voor het geluk alleen
zij gaat in alle nood,
door heel het leven heen.

Gods goedertierenheid…
Het gaat om Gods goedheid, niet zijn goeiigheid, maar om zijn goedertierenheid… Die goedertierenheid ligt besloten zijn Naam
Hoe ongelooflijk fantastisch moet het zijn voor iemand die helemaal
van het pad is geraakt, om zich die naam te binnen te brengen:
IK BEN – Ik zal er zijn voor jou!  

Jezus nodigt zijn discipelen uit om met hem mee te gaan naar de overkant…
Ze gaat met zijn allen de boot in. Ja, als je Jezus volgt dan ga je het schip in hoor. Dan ben je de sigaar… want die manier van leven is zo anders dan die van de anderen… die manier van leven sluit niemand buiten, laat niemand omkomen van honger, laat niemand blind op zijn ongeluk afgaan,
laat niemand verdrinken – niet op Indische oceaan, niet in de Middellandse Zee;
die manier van leven laat geen Griek ondergaan in de schuldencrisis
en weigert geen Somalier om aan land te komen en geen zogenaamde
illegaal een bed, een bad en een brood.
Ja, dat kost moeite en het kost geld. Ik zei al: Je gaat het schip in.
Je raakt in een crisis… degenen die de oversteek wagen naar de manier van leven die wordt aangeduid als koninkrijksleven… worden overvallen door de orkaankracht van het egoïsme; door golven van nationalisme; door gevaarlijke onderstromen van racisme en discriminatie; door de slagregens van homohaat en islam fobie… Ja, het is noodweer! En dan heb ik het nog niet eens over de persoonlijke ellende die mensen overkomt, over de stormen die kunnen woeden in je persoonlijke bestaan… Speelt Jezus op die momenten in jouw leven een rol? Bepaalt Hij de koers naar de overkant of ligt hij te slapen op de bank in de boot waarmee jij onderweg bent?
Je zit met Hem in hetzelfde schuitje en voor je het week ligt hij in jouw bootje op een mooi rood kussentje te slapen.

Het verhaal doet denken aan Jona. De profeet die ligt te slapen als zijn levensboot in nood raakt. De schepelingen wekken hem uit zijn radam,
zijn doodslaap, zoals de discipelen Jezus wakker maken. Jezus wordt gewekt… Jezus wordt opgewekt… Jezus staat op en laat de doeken waarin hij gewikkeld was netjes opgerold achter aan het hoofdeind van de stenen bank, waarop men zijn dode lichaam ter ruste had gelegd. Het kussen ligt er nog, maar de Heer is opgestaan en teruggekeerd naar Galilea – zo schrijft Marcus –  om zich daar bij zijn leerlingen te voegen, met het doel om die van bezit bezeten wereld
stukje bij beetje te veranderen, te genezen en mee te nemen in die grote, principiële omslag van dood naar leven. Niet de dood heeft het laatste woord, maar de levende.  

Ik ben misschien wel heel naïef, maar
. als ik zie dat er deze week weer steur is uitgezet in de Rijn,
omdat die rivier daarvoor weer schoon genoeg is;
. als ik hoor dat er zeewier wordt geoogst in de Noordzee en dat daarin wel eens de oplossing zou kunnen liggen voor het dreigende voedseltekort in de wereld,
. dan zie ik tekenen, tekenen in de sfeer van: het komt goed; dat koninkrijk komt. De belofte wordt waargemaakt, dwars door alle crises heen.

Gods goedheid is te groot, voor het geluk alleen
zij gaat in alle nood, door heel het leven heen.


Ten slotte is er dan nog die vraag van de discipelen:
Kan het u niet schelen dat wij vergaan?
Jezus antwoordt niet met woorden.
De goedertierenheden van God liggen ook besloten in ZIJN NAAM : J’shua
Jezus staat op en maakt zijn naam waar: J’shua… God redt.
En stormwind gaat liggen.

Dat het zo mag zijn
AMEN

De goedertierenheid van God

Gemeente van onze Heer Jezus Christus
Lieve mensen van God,

Op zoek naar de plaatjes die ik de kinderen liet zien bij dit verhaal, raadpleegde ik o.a. mijn Franstalige versie van de kijkbijbel. Daarin trof ik deze bladzij:
Jésus dans la tempête.

Sepp Blatter gebruikte dat woord tempête telkens, als hij het had over de beschuldigingen van corruptie die hem en de FIFA ten deel vielen: La Tempête.
Als je dat Franse woord letterlijk vertaalt, krijg je een mooi oud-Nederlands woord: Het Tempeest.

Dat zou u kunnen kennen uit het twaalfde couplet van het Wilhelmus.
Daar is Willem van Oranje is aan het woord.
Hij spreekt de Nederlanders toe over het geweld van de Spanjaarden.
Hij zegt dan:  
Zo het den wil des Heren – op dien tijd – had geweest,
had ik geerne willen keren, van u – dit zwaar tempeest.

Als God het op dat momenten had gewild,
dan had ik jullie dit “zwaar tempeest” graag bespaard.

La Tempète – de storm… maar het is meer dan harde wind alleen.
Het duidt op onheil
Het Tempeest – is een oud woord voor storm, maar duidt ook op narigheid in het algemeen.

Als het woord storm leest, moet je daar steeds bij bedenken,
dat het om meer gaat dan Windkracht 9 of hoger.
Het kan stormen in je hoofd… Het kan stormen in de media,
er kan een storm van verontwaardiging opsteken.
Onheil kan je treffen als een hevige storm…

Bij Job is allebei. Hij verliest zijn bezittingen en ook al zijn kinderen en kleinkinderen door zo een tempeest, zo’n allesverwoestende storm.
Die storm blaast zijn hele familie letterlijk omver; ook figuurlijk treft hem
een waar tempeest.
Het stormt niet alleen buiten, maar ook Jobs hoofd en hart.
Job begrijpt het niet. Waarom? Waarom juist hij?
Straf kan het niet zijn, want hij heeft altijd netjes geleefd.
Iedereen altijd ruimhartig het zijne gegeven.

Job klaagt zijn nood.
God heeft me door het slijk gehaald –
Ik ben niet meer te onderscheiden van stof en as.
God heeft me in een wurggreep; ik lijd helse pijnen
God heeft het gedaan! Net als bij die mensen in Maleisië,
die menen dat de goden van de Kinabalu wraak hebben genomen
om de blootfoto’s die een stel opgeschoten jongens daar hebben gemaakt.

Job richt zich rechtstreeks tot de Heer:
U tilt me op en laat me rijden op de wind.
U laat me opgaan in het razen van de elementen.
U stuurt me naar punt waar alle levenden elkaar treffen: de dood.

Job vindt God uitermate wreed en verwijt Hem harteloosheid.
Je keert je toch niet tegen iemand die in nood is,
Je laat een mens die om hulp roept,
omdat hij zijn ondergang nabij is,
toch niet stikken…

Ik moest ineens aan al die bootvluchtelingen denken die proberen
Europa of Australië te bereiken.

Job heeft gehuild om wie in nood was…
Job heeft medelijden getoond met de armen.
Job heeft de mensen die het aan alles ontbrak, geholpen waar hij kon.
Waaraan heb ik dit vreselijke lot dan verdiend?

Vragen, vragen en nog eens vragen.
En het zijn niet alleen de vragen van Job.
Hoe vaak klinkt niet die eeuwige waaromvraag in de een of andere vorm?
Het berustende antwoord komt meestal van de vragensteller zelf:
Ach, op dat soort vragen krijg je immers toch geen antwoord.

Ja, wij hebben de neiging om in dat soort situaties stilletjes te berusten,
maar Job schreeuwt het uit.
Het allerergste is… dat hij geen antwoord krijgt.
Ik roep om hulp, maar U hoort me niet
Ik sta voor u, maar u ziet me niet.

Ik moest denken aan de nabestaanden van de mensen die bij de ramp met dat Chinese cruiseschip op de Jangtsekiang om het leven kwamen.
Ze vragen de autoriteiten om informatie, maar lopen op tegen een muur van stilzwijgen… Dat is om gek van te worden…
Ik roep om hulp, maar U hoort me niet
Ik sta voor u, maar u ziet me niet.


We lazen een klein stukje uit hoofdstuk 30… en één vers uit hoofdstuk 38.
Daar zijn de dialogen met zijn drie vrienden aan vooraf gegaan.
In al dat gepraat van zijn drie vrienden heeft
Job niets wijzer gemaakt. Hij heeft van hen
 geen antwoord gekregen. Integendeel,
hun kritiek is keihard, onbarmhartig
op het wrede af.

Dat eerste vers van hoofdstuk 38 klinkt nadat ook Elihu,
een vierde vriend, ook zijn zwarte licht heeft laten schijnen over de situatie.
Elihu weet hoe het zit… Hij wijst Job aan als een groot zondaar
De woorden van Elihu storten deze toch al zo geplaagde mens
in nog extremer eenzaamheid en in nog diepere wanhoop
Maar dan… Dan klinkt dat ene vers.
Dan antwoordt de Eeuwige vanuit de storm.

Ja, er komt antwoord. God reageert. Hoewel…
ook in hoofdstuk 38-41 worden meer vragen gesteld
dan antwoorden gegeven.
In de joodse traditie is de Bijbel ingedeeld in 52 stukken.
Op elke sabbat wordt zo’n stuk gelezen, gevolgd door een
daarbij behorende psalm: de antwoordpsalm.
De antwoordpsalm bij dit gedeelte uit Job is psalm 107 en
woord dat in die psalm het meest in het oog springt,
is het woord chesed: dat je nog het best vertaald met goedertierenheid.
Er is sprake van de goedertierenheid van de Heer. Je kunt dat oude woord ook vertalen met: de bewijzen van vriendschap van de Eeuwige.
 Je vertrouwen stellen op de goedertierenheden van de Eeuwige, je daardoor laten ontroeren; zijn goedertierenheden diep tot je door laten dringen… Dat is wijsheid. Daar wordt je wijzer van! Dat is in elk geval een antwoord!
Hoe blijf je staande in crisissituaties? Hoe km je heen door de rampen,
die je treffen, door het leed dat je wordt aangedaan? Door je de goedertierenheid van God te binnen te brengen…
Psalm 107 herinnert aan de tocht door de woestijn…
en aan de ballingschap die wordt beschreven als duisternis
en de schaduw van de dood…  en ten slotte over de totale ontheemding van een mens; iemand die helemaal van zijn ankers is geslagen: een mens op zee, te midden van de kolkende watermassa’s en binnen he bereik van de tehomot, de diepten van de dood.

En wat is het antwoord dan? In welke richting moeten we zoeken?
Moeten we het zoeken in de richting van de goedertierenheden van de Heer?
Willem Barnard dicht:
Gods goedheid is te groot,
voor het geluk alleen
zij gaat in alle nood,
door heel het leven heen.

Gods goedertierenheid…
Het gaat om Gods goedheid, niet zijn goeiigheid, maar om zijn goedertierenheid… Die goedertierenheid ligt besloten zijn Naam
Hoe ongelooflijk fantastisch moet het zijn voor iemand die helemaal
van het pad is geraakt, om zich die naam te binnen te brengen:
IK BEN – Ik zal er zijn voor jou!  

Jezus nodigt zijn discipelen uit om met hem mee te gaan naar de overkant…
Ze gaat met zijn allen de boot in. Ja, als je Jezus volgt dan ga je het schip in hoor. Dan ben je de sigaar… want die manier van leven is zo anders dan die van de anderen… die manier van leven sluit niemand buiten, laat niemand omkomen van honger, laat niemand blind op zijn ongeluk afgaan,
laat niemand verdrinken – niet op Indische oceaan, niet in de Middellandse Zee;
die manier van leven laat geen Griek ondergaan in de schuldencrisis
en weigert geen Somalier om aan land te komen en geen zogenaamde
illegaal een bed, een bad en een brood.
Ja, dat kost moeite en het kost geld. Ik zei al: Je gaat het schip in.
Je raakt in een crisis… degenen die de oversteek wagen naar de manier van leven die wordt aangeduid als koninkrijksleven… worden overvallen door de orkaankracht van het egoïsme; door golven van nationalisme; door gevaarlijke onderstromen van racisme en discriminatie; door de slagregens van homohaat en islam fobie… Ja, het is noodweer! En dan heb ik het nog niet eens over de persoonlijke ellende die mensen overkomt, over de stormen die kunnen woeden in je persoonlijke bestaan… Speelt Jezus op die momenten in jouw leven een rol? Bepaalt Hij de koers naar de overkant of ligt hij te slapen op de bank in de boot waarmee jij onderweg bent?
Je zit met Hem in hetzelfde schuitje en voor je het week ligt hij in jouw bootje op een mooi rood kussentje te slapen.

Het verhaal doet denken aan Jona. De profeet die ligt te slapen als zijn levensboot in nood raakt. De schepelingen wekken hem uit zijn radam,
zijn doodslaap, zoals de discipelen Jezus wakker maken. Jezus wordt gewekt… Jezus wordt opgewekt… Jezus staat op en laat de doeken waarin hij gewikkeld was netjes opgerold achter aan het hoofdeind van de stenen bank, waarop men zijn dode lichaam ter ruste had gelegd. Het kussen ligt er nog, maar de Heer is opgestaan en teruggekeerd naar Galilea – zo schrijft Marcus –  om zich daar bij zijn leerlingen te voegen, met het doel om die van bezit bezeten wereld
stukje bij beetje te veranderen, te genezen en mee te nemen in die grote, principiële omslag van dood naar leven. Niet de dood heeft het laatste woord, maar de levende.  

Ik ben misschien wel heel naïef, maar
. als ik zie dat er deze week weer steur is uitgezet in de Rijn,
omdat die rivier daarvoor weer schoon genoeg is;
. als ik hoor dat er zeewier wordt geoogst in de Noordzee en dat daarin wel eens de oplossing zou kunnen liggen voor het dreigende voedseltekort in de wereld,
. dan zie ik tekenen, tekenen in de sfeer van: het komt goed; dat koninkrijk komt. De belofte wordt waargemaakt, dwars door alle crises heen.

Gods goedheid is te groot, voor het geluk alleen
zij gaat in alle nood, door heel het leven heen.


Ten slotte is er dan nog die vraag van de discipelen:
Kan het u niet schelen dat wij vergaan?
Jezus antwoordt niet met woorden.
De goedertierenheden van God liggen ook besloten in ZIJN NAAM : J’shua
Jezus staat op en maakt zijn naam waar: J’shua… God redt.
En stormwind gaat liggen.

Dat het zo mag zijn
AMEN