Gemeente van onze Heer Jezus Christus
Lieve mensen van God.


We zingen vandaag allemaal oude zondagsschoolliederen.
Dat vind ik voor best leuk … voor een keer.
Een beetje nostalgie is nooit weg!

Maar om nou te zeggen dat ik ze mis.
Nee, de liedjes mis ik niet.
Wat is wel mis?
De vertelingen

Ik zat als kleine jongen op de zondagsschool in Goes.
Daar was een meester en die kon vertellen.
Die kon schilderen met woorden…
Als hij vertelde dan zag je de verhalen voor je ogen gebeuren.
Als die meester het verhaal over Jezus in Nazareth zou moeten vertellen,
dan zou hij waarschijnlijk zo begonnen zijn…


Kijk, daar op weg loopt een groep mensen…
Het zijn allemaal mannen… Even tellen hoor.
Ik zie er 10, 11, 12. O wacht, daar is er nog een!
Dertien zijn het er.
De weg gaat omhoog… Nogal steil omhoog zelfs.
Ja, het is pittig klimmen hier in de buurt van Nazareth.

He he, ze zijn boven…
Op de top van de heuvel blijven ze even staan.
Even uitblazen, hoor. Even genieten van het uitzicht.

Ja, van hieraf kun je Nazareth mooi zien liggen.
Jezus kent het stadje op zijn duimpje.
Hier heeft hij altijd gewoond.
Hier is hij opgegroeid.

Kijk, zegt Jezus, tegen zijn vrienden…
Daar in het midden staat de synagoge…
en daar… aan de overkant van het plein
daar is de werkplaats van de timmerman.
en in het huis ernaast daar woonden wij…
Vader Jozef – de timmerman en
Moeder Maria en ik en mijn broertjes:
Jacobus en Joses en Judas en Simon.

Ik was de oudste. Ik mocht mijn vader helpen…
Als hij aan het schaven was… ruimde ik de krullen op.
Als hij iets in elkaar timmerde, gaf ik de spijkers aan.
Als hij een tafel of een stoel weg ging brengen,
dan mocht ik mee en dan hielp ik dragen.

Op vrijdagavond en zaterdagmorgen gingen we naar de synagoge…
Gaan we vanavond ook? vraagt Johannes.
En gaat u dan voorlezen? Wil Jacobus weten.
En daarna de teksten uitleggen? Ja, dat zou mooi zijn… roept Petrus.

Jezus glimlacht. Wat een lieve vrienden heeft hij toch.
‘Wacht maar af”, zegt hij.
We gaan vanavond in elk geval de synagoge
want vanavond, als er drie sterren aan de hemel staan,
dan begint de sabbat.

Maar kom, laten we de stad ingaan,
want de zon gaat al bijna onder.
Ja, de rode avondzon kleurt de witte huisjes
van Nazareth al mooi rose als ze de stadspoort binnengaan.

Een paar mensen herkennen Jezus. Kijk daar heb je die zoon van Jozef en Maria. Je weet wel… Ze zeggen dat hij een wonderrabbi is.
Ze zeggen dat hij in Kfarnaum zelfs een dode heeft opgewekt.
Als een lopend vuurtje gaat het nieuws door de stad…
“Kom vanavond allemaal naar de synagoge,”
zeggen ze tegen elkaar…
“Als hij overal wonderen doet,
dan moet hij zeker hier iets moois laten zien. Toch?
Hij is hier geboren en getogen!
Iemand roept nog wel iets over Bethlehem als geboorteplaats,
Maar de mensen van Nazareth vinden dat Hij “Een van ons” is.
“Hij is al beroemd! Nu wij nog.
Als hij hier in Nazareth ook een wonder doet…
dan wordt Nazareth ook heel bekend
en dan komen er allemaal toeristen naar onze stad…
en die logeren dan in mijn herbergier…” zegt de herbergier
“en dan kopen ze mijn brood”… zegt de bakker
“en mijn melk” zegt de melkboer.

Ja, als die zoon van Jozef, hier flink spektakel maakt, dan rinkelt de kassa…
Je ziet het euroteken in hun ogen, nou ok … het shekelteken dan.

Jezus en zijn vrienden komen de synagoge binnen.  
Oh, wat is het druk vandaag… Het zit helemaal vol.
Er klinkt geroezemoes: “Kijk daar is hij!” “Nu gaat het gebeuren?”
Vol verwachting kijken de mensen naar hun beroemde stadgenoot.
Ssst. De dienst begint.

Kijk, daar gaat de overste van de synagoge naar de grote kast,
waarin ze alle boekrollen bewaren.
Die bewaarkast heet “ark” net als de bewaarboot uit het verhaal van Noach.
En net als de bewaarkist voor de stenen tafelen met de 10 geboden.
De overste heeft een rol gepakt.
Hij geeft hem aan Jezus.
Jezus klimt op de Bima… een soort podium.
Hij rolt de boekrol open en leest voor uit de woorden van god…
Dan gaat hij zitten en legt de woorden uit.

 

Vinden de mensen het mooi?
Ja, dat wel. Ze verwonderen zich over zijn kennis.
Heeft hij dat allemaal hier in deze synagoge geleerd?
Hij was altijd al wel een bijzonder kind – maar zo duidelijk als hij alles uitlegt…
Dat is super. O kijk, hij is klaar. Nu moet het wonder komen…
Nu komt de super stunt, die hij speciaal voor Nazareth heeft bewaard.

Maar wat is dat nou? Jezus gaat gewoon zitten. Hij doet helemaal niks
Weer gaat er geroezemoes door de synagoge.
Maar de stemming is omgeslagen.
De gespannen verwachting maakt plaats voor boze teleurstelling.
Wel verdikkeme… Hij doet helemaal niks…
Maar dat kan hij niet maken!
Wat denkt hij wel…

He, je voelt je zeker te groot voor ons, he!
Jij bent ook maar gewoon het zoontje van de timmerman, hoor!

Jezus zegt: Jullie doen net alsof ik een of andere stuntman ben…
die hier een trucje komt laten zien. Nou vergeet dat maar…
Ik doe geen trucjes… Ik laat zo af en toe een teken zien.
Zo’n teken vertelt over hoe het zal zijn in Gods koninkrijk.

In het koninkrijk van de hemel … is geen ziekte –
daarvan zie je iets als een zieke geneest.
 

In het koninkrijk van God … hoort iedereen Zijn woorden en leeft ernaar…
daarvan zie je iets, als een dove gaat horen.

In Gods koninkrijk speelt de dood geen rol …
daarvan zie je iets, als er een dode opstaat.

Maar jullie willen alleen maar Nazarethpromotie…
reclame voor je bakkerijtje, je herberg en je handeltje in boter, kaas en eieren. 
Ik ben een profeet van de god van Israël… geen dienaar van de geldgod!
Hou nou toch op zeg…

De mensen van Nazareth voelen zich betrapt.
Boos en teleurgesteld lopen ze de synagoge uit.
Ze laten Jezus en zijn vrienden achter…
Hun hele plan is mislukt.


“Zie je,” zegt Jezus: “Nergens wordt een profeet zo miskend als in zijn eigen stad. Hun plan is mislukt… Het was ook een slecht plan.
Ze wilden iets wonderlijks, maar geen teken van Gods koninkrijk
Ik wilde hen vertellen over mijn Vader in de hemel,
maar zij wilden een stunt… spanning en sensatie…
en dan… dan lukt het niet.
Waar mensen de god van het geld en de roem vereren,
Waar mensen de god van compassie en barmhartigheid negeren,
daar mislukt de schepping.

Samen met zijn vrienden loopt hij naar de uitgang van de synagoge.
De mensen waren teleurgesteld
Jezus is teleurgesteld…
Zijn bezoek aan Nazareth is helemaal mislukt…

Jezus komt bij de deur.
Daar, nog achter de achterste banken, staan een paar rolstoelen.
Niemand heeft hen mee naar buiten genomen. Niemand die
hen naar huis brengt. Alle anderen zijn voorbij gelopen.
Hun ogen waren verblind van teleurstelling
Ze zagen die zieken niet zitten.
Ze zijn achter gelaten.
Wie brengt ze thuis?

Drie paar ogen kijken hoopvol naar Jezus.
Geduldig hebben ze op hem gewacht.
Jezus gaat niet aan hen voorbij.
Hij ziet de die zieken zitten
Gaat naar de toe
Staat stil bij de kwetsbaarheid van deze mensen

Hij legt hen de handen op. Ze voelen zijn compassie.
Dat voelt goed! Dat voelt zo goed dat ze die avond
op eigen kracht naar huis zijn gegaan.
De zieken van Nazareth hebben wel een teken gezien.
Een teken van Gods koninkrijk, dat komt.

Jezus brengt een bezoek aan Nazareth
Mislukt? Nee, niet helemaal… Zeg maar: gerust helemaal niet.

Hij komt niet voor de sensatiezoekers, de machthebbers, de graaiers en de
geldwolven. Hij komt niet voor degenen die denken dat ze zich wel redden…
Hij komt voor kwetsbare mensen, die vertrouwen op zijn naam:
J’shua – Jezus – God redt.
Dat het zo mag zijn…

AMEN