Gemeente van onze Heer Jezus Christus,  
Lieve mensen van God.


Hebt u ook zo’n last van heimwee?
Heimwee naar de vorige eeuw.
Naar se tijd dat Wim Kan zorgde
voor de oudejaarsconference
en ik me al een half uur van te voren
al zat te verkneukelen voor de TV,
omdat er een show van Toon Hermans werd uitgezonden.
Dat keurige vermaak van toen,
heet nu: oubollig.

Het lijkt nu wel of het aantal G.V.D.’s maatgevend is.
Als er geen niets-verhullende seksscenes in een serie zitten,
moet er wel sprake zijn van censuur. Meningen worden in alle
vrijheid geventileerd met veel Engelse F- en Nederlandse K-woorden.

Brandende auto’s, anonieme kogelbrieven
neo-nazistisch geschreeuw tijdens inspraakavonden,
laten we de wereld zien, hoe ontzettend bang we zijn.
 

Ik heb heimwee naar zoiets als: burgerlijk fatsoen.
Wat is daar eigenlijk mis mee? Niks toch?
Ooit voerde men in de Tweede Kamer debatten
op basis van argumenten en principes.
Marcus Bakker citeerde: “Das Kapital” en
Willem Aantjes de Bergrede.
Een minister heette ´excellentie´.
Een Kamerlid ´geachte afgevaardigde´.

Vandaag ben je een excellent volksvertegenwoordiger
als je op camera iets roept, wat men ooit niet-parlementair vond.

Waar moet dat in hemelsnaam naar toe?
Ik weet niet hoe het u vergaat,
maar bij mij leidt dat tot vervreemding.
Ik voel me zo af en toe een vreemdeling in eigen land.
We raken vervreemd. 15 miljoen mensen op dat hele kleine stukje aarde.
Zo vervreemd moeten de ballingen in Babel zich ooit hebben gevoeld.
Ja. Vervreemding is een ervaring van alle tijden en plaatsen.
Vervreemding is een gevoel dat veel mensen kennen.
Een ervaring die angst existentiële oproept.
Kan Bijbelse geschiedenis ons helpen?
Niet als we er historie van maken…
Je mag de zo’n oud verhaal lezen als, iets dat geschiedend is.
Ze geschieden vandaag.
Die oude verhalen gaan over de levensvragen van mensen,
in alle tijden en op alle plaatsen.

Neem nou de ballingschapsverhalen, die vertellen over vervreemding.
Daarvoor hoef je niet weggevoerd te worden naar een ander land.
Je kunt ook hier het gevoel hebben dat je in den vreemde verzeild bent geraakt. Je kunt als Nederlander in Nederland naar het journaal zitten kijken en denken: Is dit mijn land? Hoor ik bij dit volk?
Je zou zelf op de vlucht slaan? Ik heb drie schatten van kleinkinderen…
Hoe zal hun leefwereld eruit zien? Ik ben er niet gerust op.

Ik weet niet in hoeverre je jezelf herkent in het verhaal tot nu toe.
Eigenlijk hoop ik van niet, althans niet helemaal.
O ja, de feiten kloppen wel ongeveer, maar er zit nog geen greintje geloof in.
Nergens een woord dat ons, met Gods volk, op weg zet naar Jeruzalem.
Daar heeft Jesaja het over! Over de ballingen, die terugkeren naar Yerusjalayim.

Yerushalayim… is niet die stad waar Israeli’s en Palestijnen elkaar van de tempelberg af schieten.
Jeruzalem is een stad met een naam.
Die naam vertelt waar die stad voor staat: Yerushalayim, stad van vrede.
Het gaat in de verhalen niet om de hoofdstad van een min of meer democratisch joods land en evenmin om de beoogde hoofdstad van een Palestijnse staat.
Nee! Yerushalayim staat in de Bijbel voor de plek waar God
zich een woning kiest op aarde.
Yerushalayim staat voor elke plek
waar de vrede van Gods koninkrijk zichtbaar wordt.
Daarover vertellen de oude verhalen.

Een plek, waar mensen leven op de manier, die God bedoelt.
Verbeeld als een stad op een berg. Je kunt haar van een eind zien liggen.
Mensen, die vervreemd waren – komen thuis.
Thuiskomen bij God.
Thuiskomen bij de Heer, hier en nu. Vandaag – morgen
En als het echt niet eerder kan, dan in het hiernamaals.
Yerusjalaim: Een plek waar je kunt thuiskomen bij God.

Er is in onze PKN discussie over de toekomst van de kerk.
Nuchtere sociologen en waakzame economen,
vinden dat de kerk de tering naar de nering moet zetten.
We moeten af van het idee, zeggen ze,
dat er in elk dorp en elke stad een gemeente van de Heer hoort te zijn.
Er mogen op de kerkelijke kaart van Nederland best witte vlekken ontstaan… zeggen ze.

Maar…
Hoe moeten de mensen, die op zo’n witte vlek wonen dan Yerusjalaim vinden? Waar vinden die mensen voorbeelden van leven op de manier die God bedoelt. Als we het hebben over “thuiskomen bij God,” dan is toch juist de gemeente de plek waar dat thuiskomen vorm krijgt. Dan is de kerk toch klein-Yerushalayim. Wij kerkmensen, zijn toch geroepen om dat Yerushalayim vorm te geven?
U en ik, wij vormen de Ecclesia – de kerk. “De geroepenen” betekent dat Griekse woord letterlijk.

Wij zijn geroepen om te laten zien, hoe het leven zinvol geleefd kan worden.
In het eerste deel van deze preek zouden we zeggen: Nou daar komt dan bar weinig van terecht! De mensen buiten de kerk zien niks van dat zinvolle leven.. Maar nu moet je eens kijken naar het visioen van Jesaja.

Jesaja ziet de muren van Jeruzalem gebouwd worden door: vreemdelingen.
Die veilige plek, waar je kunt thuiskomen bij God, wordt niet gecreëerd door terugkerende ballingen. Wildvreemde mensen bouwen de muur om de stad.
De vreemdeling zorgt voor veiligheid voelt.
De poorten blijven dag en nacht open staan.
Je kunt er altijd binnen. Ook jij, als terugkerende balling, bent er welkom.
Ook ik met mijn gevoel van vervreemding, mag thuis komen in een
Yerushalayim dat door vreemdelingen wordt gebouwd.

Jij, vervreemde vluchteling. Je wordt daat met open armen ontvangen.
Jij vervreemde vluchteling, mag meebouwen aan de stad van vrede.
Jouw komst, vervreemde vluchteling, maakt ons opnieuw bewust
van onze roeping:  Gods liefde zichtbaar te maken.
We mogen Gods gastvrijheid te laten zien en
daarin ook zelf kwaliteit van leven ervaren!

Jij, in Nederland geboren en getogen jonge man of vrouw.
Jij, die de middelbare school afmaakte en universitair studeerde,
maar nooit een baan kreeg vanwege je Marokkaanse achternaam.  
Jij maakt ons opnieuw bewust van onze roeping.  

We mogen laten zien dat we uit oude verhalen leren: Die ander is als wij…
Jouw legitieme vraag om gelijke behandeling, herinnert me eraan te mogen bouwen aan Yerushalayim, de stad van vrede. Waar? In Opperdoes en in Wervershoof bijvoorbeeld. In dat meedoen met die vreemdeling,
ligt kwaliteit van leven.


Jij, dakloze man, vervreemd van je vrouw en je kinderen.
Jij, vreemdeling in eigen land, je herinnert me aan Jezus,
die nooit de andere kant opkeek als hij bij jou langs kwam…

Mensen hebben jouw kant opgekeken… en kijk nou toch
 er is iemand die luistert naar jouw levensverhaal,
die oor heeft voor jouw schuldgevoel
die iets meevoelt van jouw hopeloosheid…
Er is een straatpastor aan het werk gegaan.  
Die straatpastor dwingt je nergens toe, maar als je wilt,
mag je meebouwen aan de muur van Yerushalayim,
aan de plek waar leven de kwaliteit heeft
die we eeuwig noemen.

Jij eenzame oudere, vervreemd van je omgeving…
omdat je zoveel leeftijdgenoten, moest afstaan aan de dood.
Ik zie lotgenoten vriendschap sluiten… en kijk, daar wordt heel voorzichtig
een steen gestapeld op de muur van vrede-stad.
Leven wint… het wint aan kwaliteit.

Jij, die in de schulden zit,
vervreemd omdat je je schaamt voor die situatie.
Jij gaat weer meedoen!
Een actieve diaconie, helpt je aan een schuldhulpmaatje.
Samen komen jullie die schaamte voorbij.
Je gaat weer bouwen aan de kwaliteit van je leven.
Kwaliteit die we eeuwig noemen – Op naar Gods koninkrijk.
He, hoort u dat?
Vluchtelingen, daklozen, allochtonen, eenzamen en mensen in de schuldsanering, bouwen in Jesaja’s visioen de muren van Yerusjalaim.
Zij bouwen de plek waar u en ik thuis kunnen komen bij God.

We moesten onszelf maar niet op borst slaan,
Wij moesten het maar uit ons hoofd zetten dat wij Yerushalayim bouwen.
God bouwt die stad voor ons.
God bouwt met de handen van iedereen die ze uit de mouwen wil steken.
Wie we ook zijn; waar we ook vandaan komen. Wat we ook op onze kerfstok hebben. We zijn geroepen om te bouwen aan een kwaliteit van leven,
die zelfs de dood overwint. Jezus is gekomen om ons die kwaliteit voor te leven
opdat we hen zouden navolgen.

We lazen het begin van de Bergrede.
Dat is een geweldig statement.
Jezus spreekt vertrouwen uit in de Ecclesia.
Jezus gelooft in die twaalf geroepenen…
Hij vertrouwt het Godsrijk toe  aan allen die geroepen zijn, en zullen worden.

Jezus vertrouwt erop dat de Ecclesia aan de nederigen van hart,
het koninkrijk zal laten zien, zodat ze zich kunnen oprichten.

Jezus vertrouwt erop dat de ecclesia verdrietige mensen zal troosten;
niet met goedkope praatjes, maar door echt met ze mee te leven.

Jezus gelooft dat de mensen van zijn kerk geen misbruik zullen maken van zachtmoedige mensen, ze niet zullen pesten maar steunen.

Jezus vertrouwt erop dat de geroepenen zich zullen inzetten voor hen,
die hongeren en dorsten naar gerechtigheid; opdat ze tot hun recht komen.

Jezus gelooft dat zijn volgelingen barmhartig zullen zijn,
zoals Hij barmhartig is, en belooft hen dat ze ook
zelf barmhartigheid zullen ondervinden.  

Jezus vertrouwt erop dat we zuiver van hart zijn,
want dan wordt die plek zichtbaar, waar mensen thuis komen bij God.
Als wij de anderen tegemoet treden als de naaste die is als wij…
Als wij de anderen tegemoet treden zonder bijbedoelingen,
hoogmoed of verborgen agenda’s, kan het Yerushalayim zichtbaar
worden. Ook in Opperdoes.

Jezus gelooft in de kerk als vredestichter –
wetende dat vredestichters kinderen van God genoemd zullen worden.
Mensen buiten de kerk, staan soms zomaar ineens verbaasd.
Pausen hebben er een handje van om als vredestichters op te treden,
Johannes Paulus II hielp het IJzeren Gordijn neerhalen.
Franciscus bracht Castro en Obama bij elkaar… en er zijn meer van die bouwers aan Jerusjalaim…

De catholica heeft het dan over: heiligen.
Ik denk aan mensen als Bisschop Tutu en Nelson Mandela; Oscar Romero en Albert Schweitzer; aan Zuster Theresa, Majoor Bosschard en al die duizenden naamloze mensen… Dat is trouwens niet het goede woord: naamloos.
Hun namen staan geschreven in de palm van Gods hand.  

Jezus vertrouwt erop dat zijn volgelingen het niet zullen laten afweten;
ook niet als ze vervolgd worden… Mensen die de pijn en teleurstelling doorstaan, komen thuis bij God omdat er mensen zijn die Zijn naam eer aan doen. Ik zal er zijn voor jou! Zij die zich geroepen weten zijn er voor de Parijzenaar die rouwt. Zij die zich geroepen weten, staan voor het
grootste geschenk dat God de wereld heeft gegeven: VRIJHEID. 
 

Ook wij niet-katholieken spreken in deze tijd van het jaar over Heiligen?
Je mag geloven dat de heiligen, zij die ons zijn voorgegaan,
leven in die stad…Yerushalayim, in volle glorie.
Gods koninkrijk?
Wie weet? Niemand weet… Wie vertrouwt?
Wie gelooft? U? Ik wel! Hoe? Geen idee!

Met alle heiligen.. opgaan naar Jeruzalem, betekent voor ons, dat we in het vertrouwen op een uiteindelijk goede afloop, meebouwen aan plekken waar Gods rijk zichtbaar wordt, aan deze zijde van de dood.
 

Dat is onze opdracht. Daartoe zijn we geroepen. Daarbij kunnen mensen die ons zijn voorgegaan ons inspireren. Wij, u en ik mogen met Gods hulp helpen bouwen aan wereld, waarin ook onze kleinkinderen gelukkig kunnen zijn;

Het is belangrijk hen te vertellen dat ze – wat er ook gebeurt – mogen aansluiten bij de groep mensen, op weg is naar Yerushalayim:
De ecclesia, geroepen door God, geroepen om op staan
en huiswaarts te gaan.

We mogen opstaan – om mens te zijn op aarde
opstaan tegen onmenselijke barbarij en op
weg gaan naar een nieuw Jeruzalem
dat neerdaalt uit de hemel
opdat wij mensen thuis
kunnen komen in het
koninkrijk der hemelen
Thuis kunnen komen … bij God.

Dat het zo mag zijn – AMEN