Gemeente van onze Heer Jezus Christus;
Lieve mensen van God.

Het verhaal van de Barmhartige Samaritaan is een heel bekend verhaal.
Valt daar nog iets aan uit te leggen?
Het lijkt toch vrij simpel.

Er is iemand in elkaar geslagen en
zomaar langs de kant van de weg
voor dood achter gelaten,
Dan komen er twee gelovigen langs, die hem links laten liggen
en vervolgens een ongelovige die wel helpt.

De moraal van het verhaal: soms doen ongelovigen het beter
dan de mensen die elke zondag naar de kerk gaan.
Nou, daar hadden we niet voor bij elkaar hoeven
komen vandaag, want dat wisten we al lang.

En… helpt het? Hebben we er iets aan?
Kopen we er iets voor om nog eens
bevestigd te worden in wat we
al wisten? Nee… niet. Toch?
Een waardeloos verhaal.

Ho, ho, ho…
Zou het ook kunnen zijn dat we het verhaal niet
nauwkeurig genoeg hebben gelezen?

Laten we nog eens goed kijken.
Zomaar een wetgeleerde vraagt aan Jezus:
Wat moet ik doen om eeuwig leven te beërven?

Eeuwig leven.
We denken bij die term vaak aan het hiernamaals.
Dat mag, maar daar vraagt die wetsgeleerde niet naar.
De wetsgeleerde wil weten, op welke manier hij hier en nu moet leven.
Wat moet ik doen om de kwaliteit van mijn leven op peil te brengen? 
Op het peil dat God van mij verwacht? Hij vraagt dus naar
kwaliteit van leven, hier op aarde, daar in zijn situatie.
Hij wil graag een leven met de kwaliteit die
we EEUWIG noemen.

Wat moet ik doen om eeuwig leven te beërven?
vraagt de bijbelgeleerde. Jezus stelt een wedervraag:
Wat zegt de Bijbel daarover? Dat lijkt een gekke vraag.
Een geleerde weet natuurlijk precies wat er in de bijbel staat.
Dat is zoiets als aan een wiskundeprofessor vragen hoeveel 3 keer 2 is.
Maar, hoe dat ook zij, de wetgeleerde spuit het antwoord op. Kort gezegd:
God liefhebben en je naaste als jezelf. Goed zo, zegt Jezus.
Nou, doe dat maar en… eeuwig leven zal je deel zijn.

Ja maar, sputtert de wetgeleerde tegen:“Wie is mijn naaste?” Dat is een reële vraag.
Toen al… en nu nog. Je kunt wel heel mooi zeggen dat alle mensen
je naasten zijn, maar we kunnen toch niet iedereen liefhebben?
We zijn toch niet geroepen het leed van de hele wereld
op onze nek te nemen? Met die vraag tobben veel mensen vandaag de dag.
Denk maar eens aan de vluchtelingen die naar Europa komen.
Kunnen wij zoveel vluchtelingen wel aan?
Zijn wij wel in staat om zoveel mensen te helpen?
Willen wij dat eigenlijk wel? Sommigen zeggen ronduit:
“Nee, dat willen we niet.
We laten ze niet binnen want we zijn bang voor vreemdelingen.
Maar daar hebben vele anderen geen vrede mee…
er zijn immers mensen in nood.
Blijft de vraag: Wie is mijn naaste… en wie niet?
Wie moet ik terzijde staan; en wie kan ik negeren?
Welke acceptgiro vul ik wel in en welke niet?

He, hoort u dat? Als we het verhaal op onszelf betrekken,
geven we onszelf zo maar de rol van de hulpverlener.
Wij denken dat Jezus dit verhaal vertelt omdat
wij de Barmhartige Samaritaan moeten zijn.

Maar is dat wel zo?
Is Jezus gekomen voor de hulpverleners?
Nou niet in de eerste plaats. Hij heeft vooral aandacht
voor de zieken en voor de armen. Jezus kijkt om naar mensen,
waar anderen met een boogje omheen lopen. Hij treedt melaatse
mensen tegemoet en geeft ze een hand.

Waar anderen zich neerleggen bij de verblinding van mensen,
smeert hij modder op die blinde ogen… Hij begraaft ze als het ware
en kijk! Die ogen staan op… en zien … ze zien.

Jezus – je mag ook zeggen: God – is de Barmhartige,
die omziet naar mensen die het niet meer zien zitten
naar mensen die niet uit de voeten kunnen.

Jezus vertelt hier over God, die zich bekommert om zijn volk.
Jezus vertelt over God, die zijn mensen niet in de steek laat.
Jezus vertelt over zijn Vader, die zijn kinderen te hulp schiet,
omdat ze in nood zijn. God, de barmhartige erbarmer.

Toen ik deze dienst voorbereidde dacht ik:
Eigenlijk zou ik in de kerk moeten gaan zitten
en iemand die in Lindendaal woont,
moest me maar eens vertellen hoe dat is…
als je – net als die man in het verhaal – afhankelijk wordt van anderen.
Hoe is dat, als je langs de kant van de weg wordt achtergelaten en niets anders
meer kunt doen dan zachtjes om hulp roepen? Hoe is dat als je op de rode knop drukt…
en er komt niemand? Hoe is dat om genegeerd te worden? Hoe het is om er aan toe te zijn als die koopman, die alles heeft moeten inleveren… Die alles heeft moeten loslaten.
Dat weet u allemaal veel beter dan ik.

Maar het verhaal vertelt ons, dat God, de barmhartige Erbarmer is,
dat die God zijn mensen niet in de steek laat, juist als ze kwetsbaar zijn
Jezus opent onze ogen en laat ons zien dat zijn Vader naar mensen omziet.
Hoe? Nou om te beginnen door het optreden van Jezus. Zijn zoon
Hij is gekomen om hoop te bieden; hoop op eeuwig leven.
Hij laat ons niet in steek, in tegendeel.
Hij neemt u en mij op en brengt ons naar een plek waar alle zorg wordt besteed
aan mensen, die moeten inleveren, die moeten loslaten… die pijn hebben.

Maar wat dan metal die jonge, gezonde mensen?
Wat heeft het verhaal hen te vertellen.
Van de gezonde mensen om u heen,
zal de een wel geloviger zijn dan de ander,
de derde weer anders geloven dan de vierde,
maar dat doet er allemaal niet toe… De vraag is:
Wie van de mensen langs je levensweg is je naaste geworden,
toen je in nood was?

Jezus vraagt het aan de wetsgeleerde…
Het woord Samaritaan, krijgt hij zijn strot niet uit.
Dat is degene die hem Barmhartigheid heeft bewezen…
Degene die compassie toonde… Degene die wilde mee lijden.

Er zijn mensen die alleen helpen voor zover
het in hun eigen schema past, daar heb
je als mens in nood helemaal niks aan.
Zo niet, dan kun je het schudden.
Mensen die hun eigen reisplan omgooien,
omdat de nood waarmee ze worden geconfronteerd
hen zo diep raakt, dat ze mee lijden met de mensen in nood.
Die mensen, daar heb je wat aan… Die brengen je naar de herberg.

Misschien moeten we als gezonde mensen,
ook niet te snel denken dat we “de barmhartige Samaritaan” zijn.
Dat is God zelf… Maar op welke manier is God onder ons aanwezig?
Die Barmhartige Samaritaan is in de wereld aanwezig, in de gestalte van een
geloofsgemeenschap, die zich geroepen weet mee-te-lijden met mensen
in nood. Dat is geen kwestie van zielig doen, maar van handen uit de
mouwen steken. Dat is ook geen kwestie van opoffering, maar van
welbegrepen eigenbelang, want wie leeft op de manier van
Jezus Messias, mag leven met kwaliteit, de kwaliteit die
we eeuwig noemen.

We zijn onderweg en zullen die kwaliteit ervaren als de Heer ons thuisbrengt
in de herberg van het leven… of in het huis met de vele woningen.

Wie is je naaste? Hij of zij die met je meelijdt…als jij in nood bent.
Trouwe gelovigen zeggen op die momenten.
IK ZAL ER ZIJN – voor JOU.

In het mee lijden met anderen… mogen wij voor God spelen.
In het mee lijden met anderen… mogen we Gods barmhartigheid zichtbaar maken. dat verleent je leven “kwaliteit” … de kwaliteit die we eeuwig noemen. In de naam van de vader en de zoon en de heilige geest
AMEN