Gemeente van onze Heer Jezus Christus –  Lieve mensen van God

Het is vandaag de vijfde zondag in de 40 dagen. Dat was in katholieke kerk de jaarlijkse vastenperiode. De vastentijd begint na Vastenavond (carnaval) op Aswoensdag. Dit jaar de 10-de februari. Vanaf die datum  tellen we 46 dagen tot Pasen. In die periode vallen 6 zondagen. Zondag is en blijft  een feestdag – en op een feestdag ga je natuurlijk niet vasten.

Als doorgewinterde Calvinisten hebben we die traditie niet overgenomen van de middeleeuwse kerk. Het werd beschouwd als een vorm van zelfheiliging en dat strookte natuurlijk niet met het puur reformatorische sola fide, sola gratia  – alleen door het geloof en alles is genade. Met goede werken kun je de hemel niet verdienen, leerden we van Luther en Calvijn. Het vasten werd afgedaan als zo’n typisch roomse dwaling. Waarom dan nu zoveel aandacht voor zoiets verwerpelijks? Omdat Jesaja het er over heeft. Hij komt ons vanmorgen
vertellen dat er met vasten niks mis is, als het gebeurt ten behoeve van de mensen die honger lijden, ten behoeve van de daklozen, ten behoeve van mensen die zonder kleren rondlopen. Het is als met de maand ramadan in de Islam. Vasten t.b.v. van de armen – vasten omwille van de gerechtigheid.

Meer en meer protestanten kiezen ervoor om in deze tijd van het jaar te versoberen. In een tijd waarin welvaartsziekten ons kwellen, verslavingen op de loer liggen, stress een soort statussymbool is geworden en mensen zo met de sociale media bezig zijn, dat ze compleet asociaal overkomen…
In die tijd kiezen mensen ervoor om de regie over hun eigen gedrag weer in handen te nemen. De een laat suikerzoete toetjes achterwege, een ander drinkt geen alcohol, de derde schakelt op gezette tijden zijn mobieltje uit. Tijdens de maaltijd bijvoorbeeld.

Noch de kerkenraad, noch de dominee schrijft ons voor wat en hoe we moeten vasten. Dat werkt niet bij protestanten en bij Westfriezen al helemaal niet.
Het vasten is niet bedoeld om mensen klein en onderdanig te maken, het is er voor mensen, die zich willen oefenen in gerechtigheid. Je kunt als verantwoordelijk persoon zelf tot je recht komen en je tegelijk heel praktisch bekommeren om de armen. We drijven zo gemakkelijk mee op de golven van
het consumentisme; praten zo gemakkelijk de media na; zijn zo bezig met wat IN is en verwoorden onze afschuw over wat vorig jaar nog super was, als: zo verschrikkelijk 2015. Als je erover nadenkt, wil je dat helemaal niet, maar het gebeurt gewoon.

Zelf weer de regie pakken ten behoeve van de gerechtigheid; je eigen gedrag onder controle brengen, omwille van de vrede, omwille van shalom in het Midden-Oosten en Amahoro in Afrika.

Vraagt een nuchtere Westfries: Wat hebben mensen in Afrika eraan als ik in de 40 dagen geen wijn drink? Nou… In Hoorn komt er elke vrijdagavond een groep mensen bij elkaar voor een sobere maaltijd. Deelname: € 5,-. Opbrengst is voor Amahoro. Daarvan gaan kinderen naar school in Burundi. Tijdens de kerk-diensten staat er een vastenpot. Daarin doneren mensen het geld dat ze
uitsparen met hun versoberingen. Van 6 weken wijn in Nederland kan een jongere in Burundi drie maanden studeren aan de Universiteit.

Bij mijn laatste bezoek aan Burundi kwamen de basisschoolkinderen vertellen dat ze zo blij zijn. Dat ze het zo fijn vinden, dat Nederlanders ervoor zorgen, dat zij naar school kunnen gaan. Aan de middelbare scholieren – die Engels verstaan – kon ik uitleggen, dat ze niet naar school gaan, omdat Nederlandse mensen aan liefdadigheid doen. Het feit dat jonge mensen zich kunnen ontwikkelen is eenkwestie van GERECHTIGHEID. It has nothing to do
with charity; this is a question of justice. Dat is het sleutelwoord: Gerechtigheid.

Dat is ook het sleutelwoord voor de gelijkenis die we lazen uit Lucas.
Jezus is inmiddels gearriveerd in Jeruzalem. Hij raakt op het tempelplein in
discussie met de daar permanent aanwezige Hogepriesters en Schriftgeleerden.
De vraag is of hij wel bevoegd is om de Schriften uit te leggen. De kerkelijke
autoriteiten vragen met strenge blik naar het preekconsent dat ze hem
zelf niet willen geven, omdat Jezus niet bij hen gestudeerd heeft. Er is niets nieuws onder de zon. Ik weet het niet precies, maar ik denk dat het deze zomer 40 jaar geleden is dat ik voor het eerst een protestantse kerkdienst leidde. Ik heb vijftien jaar predikantswerk gedaan in drie verschillende gemeenten,
waarvan er twee net een periode van ruzie en gedoe achter de rug hadden. Diverse kerkenraden hebben zo’n consent aangevraagd. Nee… Was het antwoord van kerkelijke autoriteiten. Al moet ik de classis nageven dat ze
een typisch Nederlandse oplossing vonden: Ik werd gedoogd.   
 

Met welke bevoegdheid zeg je dat allemaal, Jezus van Nazareth? De priesters en de Schriftgeleerden doen een poging hem het zwijgen op te leggen. Ze proberen hem onder de duim te houden. Hem de regie te ontnemen over zijn leven. Maar, Jezus stelt een tegenvraag: Johannes doopte mensen. Deed hij dat zomaar uit zichtzelf of in opdracht van de Heer? Ze gaven geen antwoord. Toen nam Jezus de regie weer in eigen hand:
Als jullie mij niet antwoorden, dan antwoord ik jullie ook niet! Jezus snapt dat de omstanders dit niet meteen begrijpen.Hij durft zomaar tegen de elite van zijn volk in te gaan.Hij vertelt een gelijkenis, die zowel het volk als de priesters iets duidelijk moet maken.

Jezus vertelt over iemand die zijn hebben en houden investeert in een wijngaard. Hij verpacht die wijngaard en gaat op reis. Hij na verloop van tijd een knecht om een deel van de opbrengst op te halen. De pachters geven die knecht een pak ransel. Hij keert met lege handen terug. De eigenaar denkt, dit kan niet waar zijnen stuurt een tweede knecht, maar ook die krijgt ervan langs en een derde ondergaat hetzelfde lot. De wreedheid van de pachters is bizar… de voortvarendheid van de eigenaar, die tot drie keer toe een knecht stuurt naar de pachters van die wijngaard, is in onze ogen nogal over de top. Heeft hij zo weinig op met zijn knechten, dat hij onverantwoord grote risico’s neemt?
Of is hij naïef en durft hij te hopen op beterschap? Het laatste lijkt het geval te zijn.Hij stuurt zijn geliefde zoon en rekent erop dat ze daar respect voor zullen hebben.

Ze gooien hem de wijngaard uit en slaan hem dood. Ze veronderstellen dat – nu de erfgenaam is overleden – de wijngaard voor hen zal zijn. Jezus vraagt: Wat zal de eigenaar nu doen? Zal hij zelf komen. De pachters eruit gooien en de wijngaard aan anderen geven? Het volk roept dan in koor… dat nooit! Je kunt merken dat we in Jeruzalem beland zijn, want dat hadden ze in Galilea
waarschijnlijk niet geroepen. Hier echter woont het volk dat de wet wel kent. Hier wonen de joden die goed onderwezen zijn in de Heilige Schrift. Hier wordt de wijngaard herkend als het beeld van veelbelovend land dat wordt bewoond
en bewerkt door het uitverkoren volk van God. 

Nee, de taak om veelbelovend land de bewonen en te bewerken is onvervreemdbaar van Israël. God, die wij de vader van Jezus Christus noemen, is en blijft de God van Israël. Dat gold toen – ondanks de tempelelite, die collaboreerde met de Romeinse overheersers om hun hachje… en hun inkomenspositie veilig te stellen. Het geldt ook vandaag – ondanks de politieke kortzichtigheid van Netanyahu, en zijn trawanten, die alle tegenspraak in de Schrift ten spijt, maar blijft vertrouwen op kracht en geweld en door de systematische vernedering van de Palestijnen, de haat tegen zijn regime steeds dieper laat worden en het conflict al maar verder op de spits drijft en steeds meer vrienden verspeeld en dus uiteindelijk zelf alleen komt te staan.

Lucas maakt met dit verhaal heel duidelijk dat de planter zijn wijngaard niet in de steek zal laten. Jezus kijkt hen aan, staat er. Wie? Al die omstanders? Nee, Jezus kijkt heel specifiek naar die kleine groep in mooie gewaden, de elite, de collaborerende kliek van priesters en Schriftgeleerden. Hij kijkt ze diep in de ogen en vraagt wat toch de tekst betekent over de steen die de bouwlieden verworpen hebben, maar niettemin tot hoeksteen is geworden.
Jezus zegt: Wie over die steen struikelt, zal gebroken worden, wie hem op zijn hoofd krijgt, zal verpletterd worden. Die woorden worden vaak uitgelegd als een voorspelling.
Jezus voorspelt de verwoesting van Jeruzalem. Onzin. Dat zou Jezus nooit doen. Het voorspellen van de toekomst is verboden in Thora. Jezus heeft, net zo min als de oudtestamentische profeten, een glazen bol of een boek tarotkaarten. Jezus doet niet aan magie.

Maar Lucas, die deze zinnen noteerde, deed dat pas na de verwoesting van Jeruzalem…
en je kunt de tekst over de hoeksteen dan ook interpreteren als een verwijzing
naar die ramp, maar dan wel achteraf. Terug naar het verhaal. 

In Jezus verhaal zijn de bouwlieden de pachters, de religieuze machthebbers,
die – in voorafgaande eeuwen – Gods profeten het leven zuur hebben gemaakt. De bouwlieden zijn de religieuze leiders van dat moment, die op het punt staan om Jezus – de geliefde zoon van degene die de wijngaard plantte – te grazen te nemen. Ze zouden niets liever doen, dan hem ter plaatse inrekenen, maar dat zou een volksopstand te weeg kunnen brengen en dat risico nemen ze niet. De Romeinen, weet je… Ja, die Romeinen hadden het voor elkaar. Ze hadden de elite in een zodanige positie gemanoeuvreerd, dat ze er alles aan zouden doen om de machtsverhoudingen te laten zoals ze waren: De Romeinen de politieke en de priesters de religieuze macht, althans binnen de muren van de tempel.
Ik moet steeds maar aan Poetin denken en de leiding van de Russisch
Orthodoxe kerk, die het niet kan uitstaan dat het patriarchaat van Kiev, minstens zo hoog in aanzien staan in de wereld van de Orthodoxie, als dat van Moskou.

Kent u het begrip pars pro toto? Nee, u hoeft geen voetbaluitslagen te voorspellen. Pars pro toto betekent “deel voor het geheel.” Alles wat in de Bijbel over wijngaard Israël verteld wordt geldt voor de hele aarde. Alles wat God voor Israël doet, doe hij voor de mensheid. Het deel – Israël – staat voor het geheel: De mensheid.
Toen we het hadden over de knechten, die naar die pachters werden gestuurd, vroegen we ons af of de planter van die wijngaard, echt zo naïef is, dat hij durft te hopen op beterschap.
Ik denk dat het antwoord op die vraag, “JA” moet zijn. Ja, die planter verwacht dat u en ik zullen willen leven en werken in het veelbelovend land, dat wordt
verbeeld door zijn wijngaard. Die wijngaard staat voor de aarde, voor de wereldwijde gemeenschap van mensen, die allemaal mogen leven op de manier die de planter van den beginne bedoelde. Daarvoor heeft hij via Israël de mensheid leefregels gegeven. Een van die regels is: Geef het
tiende deel van je oogst voor de armen en de hongerigen. Reserveer een tiende deel vanje inkomen om er recht en vrede mee te bevorderen. Ooit reserveerde de overheid 1% van het BNP voor ontwikkelingssamenwerking. Nu al lang niet meer en en wat we uitgeven besteden we voor een groot deel in Nederland.

De vastentijd is de periode in het jaar om daar bij stil te staan In Hoorn werken we momenteel aan een kerkblad met als thema: Van wie is de aarde? Het Bijbelse antwoord op die vraag is: De aarde is van de Heer! Klopt. Het is ZIJN wijngaard. Wij moeten ons niet verbeelden dat we daar stukken van in bezit kunnen nemen, zoals we deden vanuit onze hooggeprezen VOC-mentaliteit.

De wereld is ZIJN wijngaard. Wie zijn wij dan om hekken te plaatsen zodat mensen in hoge nood in modderpoelen moeten overnachten en kinderen moeten slapen in tentjes die vol regenwater staan.

De wereld is zijn wijngaard. Het is eigenlijk niet reëel om te praten over Ons Land de wereld is ZIJN wijngaard… waar ieder mens, ook de moslim, de jood, de homo, de zigeuner is geschapen om tot zijn recht te komen.

De wereld is Gods wijngaard. Wie zijn wij om te denken dat we mensen buiten kunnen sluiten? Wie zijn wij om mensen te degraderen tot stenen die weggeworpen kunnen worden. Wie zij wij? God geve dat christelijk Europa eenmaal laat zien dat Jezus Messias niet voor niets solidair is geworden
met de armen en de verdrukten. Niet voor niets zo zeer met hen meeleefde, dat ook hij aan een kruis werd genageld en daaraan stierf.

De kerk van Naarden zit weer vol BN-ers op Goede Vrijdag. Die komen daar om te zien en gezien te worden en om te genieten van prachtige muziek. Maar met Pasen hollen ze achter de paashaas aan.
God geve dat Hij niet voor niets is opgestaan in zijn gemeente om het werk dat Hij pars pro toto in Israël begon, wereldwijd uit te breiden. Dan zal de elite nog
raar staan kijken, want dan wijzen de blinden staan op de uitkijk, de doven maken muziek en de lammen persen met blote voeten de druiven
in de perskuip… en God komt langs om zijn tienden op te halen
en tot de ontdekking komen, dat ze niet meer nodig zijn
want de laatste vluchteling heeft onderdak, de laatste verslaafde is afgekickt, de laatste gevangene is vrijgelaten.

Dat is geen kwestie van liefdadigheid maar een zaak van gerechtigheid.

It is no charity – It’s a matter of justice, zei ik tegen de middelbare scholieren in Burundi en zij applaudisseerden. Dat geeft hoop voor de toekomst Zelfbewuste mensen,die zelf de regie nemen engaan voor gerechtigheid

AMEN