Gemeente van onze Heer Jezus Christus
Lieve mensen van God

Het verhaal staat bekend als “de verzoeking in de woestijn.”
Het staat in het evangelie direct na het verhaal over Jezus’ doop.
Hij gaat als het ware met kletsnatte kleren de woestijn in.
Daar drogen ze wel lekker snel.

Nog maar net klonken die hemelse woorden: “Jij bent mijn geliefde zoon” –
of de Geest stuurt hem de woestijn in. Is dat nou niet vreemd?
Zo leuk is het niet in de woestijn. Het is er heet, het is er kaal
en droog; er groeit bijna niks en het is in de woestijn
vooral oorverdovend stil. Je hoort er niks.
 

Je hoort echt helemaal niks, hooguit… het kloppen van je hart en het ruisen van bloed in je aderen. Ja, als je wilt weten wat jou en mij in het bloed zit, laten we dan naar de woestijn gaan.
Daar is niets, dat je afleidt, daar kom je helemaal niemand tegen, hooguit jezelf.
Ja, daar in die stille wildernis, kom je jezelf tegen. Je hoort die innerlijke stem.
De stem die je zegt wat goed is, en wat je beter niet had kunnen doen.

In dit eeuwenoude verhaal wordt die innerlijke stem voorgesteld als een persoon.
Soms hoor je mensen over Satan praten alsof het iemand is.
Iemand die veel macht heeft. Iemand die jou dingen kan
laten zeggen en doen die je eigenlijk niet wilt.

Ik heb eens meegemaakt dat twee dominees, die ik allebei goed kende,
ruzie maakten met elkaar. Ik vond dat vervelend en naar.
Ik kon het niet helpen oplossen. Ze wonen ver weg.
Toen ik hen na een tijd weer eens tegenkwam,
was het conflict gelukkig voorbij en een van hen
probeerde me uit te leggen hoe het zo
gekomen was, die narigheid.

De duivel… de duivel heeft het gedaan, zei een van de twee.
Die dominee gaf de duivel de schuld. Hij kon er niets aan doen, vond hij.
Iets – buiten hemzelf- had hem ertoe gebracht lelijke dingen te zeggen over zijn collega.

Deze man gebruikte de duivel om zijn eigen straatje schoon te praten.
Deze dominee schoof de verantwoordelijkheid van zich af.
Hij wilde er niet van horen dat die innerlijke stem niet
van iemand anders was… maar iets van hemzelf.
Ik vond het on-ge-loof-lijk.

Satan is niet een of andere figuur buiten ons…
Satan is die innerlijke stem die ons aanzet
tot kwaad… kwaad denken, kwaad te spreken en kwaad doen.

We hoorden dat Jezus na 40 dagen in de woestijn, honger kreeg.
En dan klinkt die stem… Hé, ik hoor dat jij de Messias bent.
Mooie Messias… die hier een beetje honger loopt te lijden.
Zie je die stenen liggen?
Het lijken net lekkere warme broodjes, vind je niet?
Hé als jij echt Gods zoon bent… dan kun jij daar best echte broodjes van maken…
dan heb je tenminste fatsoenlijk te eten. Zeg, jij wilt toch dat alle mensen geloven
dat je de Messias bent… toch? Nou joh, stenen genoeg… maak er brood van en dan kun je iedereen die honger heeft, te eten geven. Als jij ze brood geeft… nou, dan geloven ze wel hoor.
Lekker makkelijk, toch?

Maar Jezus antwoordt: Er staat geschreven… een mens leeft niet bij brood alleen.
Jezus luistert wel naar de woorden van die innerlijke stem…
maar Jezus doet het niet.
Jezus verwijst naar de woorden van God…
Er staat geschreven… een mens leeft niet bij brood alleen.
en hij bedoelt: “Er is nog veel meer dat het leven de moeite waard maakt.
Een mens is niet alleen maar consument… Mensen kunnen ook liefhebben,
vader en moeder zijn, muziek maken en voor elkaar zorgen,
als ze honger hebben, of als ze ziek zijn of als ze op de vlucht zijn… of zo.
Lekker makkelijk?
Het leven is helemaal niet makkelijk. Ga weg jij!
Jij houdt de mensen voor gek – jij maakt mensen in de war!

Een tijdje later neemt Satan Jezus meer naar een hoge berg.
Vanaf het topje kun je alle landen van de wereld zien… en satan zegt:
Kniel nou een keertje voor mij en dan zorg ik dat jij de baas wordt over al die landen. Maar Jezus antwoordt: Er staat geschreven.
Het is niet slim, om iemand anders te aanbidden, dan God alleen!
Jezus luistert wel naar de woorden van die innerlijke stem…
maar hij doet het niet.
Jezus verwijst naar de woorden van God. Er staat geschreven…

Een knieval voor die innerlijke stem. Jezus niet!
Nee Jezus laat zich niet door dat stemmetje vertellen wat hij moet doen.
Hij wil helemaal geen machthebber worden…
Jezus wil de vriend zijn van de mensen.
Hij wil ze laten zien – wat zongen we ook weer?  
Hij laat zien dat hij Gods woord is toegedaan:
dat is… op deze aarde,
de duivel wederstaan!

Weerstand bieden aan wat ons in het bloed zit…
Niet meedoen met het hatelijk gedoe tegen vluchtelingen en asielzoekers;
niet meedoen met de hooligans en haarzaaiers.
Integendeel. Opstaan is de boodschap!
Opstaan tegen machthebbers – Opstaan tegen politici die haat prediken.
Opstaan tegen de hufters met hun vunzige spreekkoren.
Opstaan uit alles wat leven stuk maakt.
Dat gaat Jezus ons voordoen. Straks op Pasen: Opstaan uit de dood.
Ja, de veertig dagentijd is begonnen. Dit is de eerste zondag!

De duivel heeft nog een plannetje.
Hij neemt Jezus mee naar het dak van de tempel.
Daar beneden op het plein lopen allemaal heel gelovige mensen…
Als jij naar beneden springt, dan stuurt God vast engelen om je op te vangen.
Als jij dan te midden van die engelen op dat tempelplein terecht komt, nou dan denkt iedereen dat je rechtstreeks uit de hemel komt…
Dan geloven ze wel, dat je de zoon van God bent…
Dan is het toch heel duidelijk toch dat je uit de hemel komt?
Dat wordt de stunt van het jaar, man! Toe dan… spring dan!

Jezus hoort die stem wel…
maar Jezus antwoordt: Er staat geschreven…
Het is niet goed om God op de proef te stellen.
Het goede leven komt niet zomaar uit de lucht vallen.
Het goede komt nooit vanzelf, daar moet aan gewerkt worden…
en zelfs voor geleden worden, dat weet iedereen met een beetje levenservaring

Het goede… Goede dingen als vriendschap, eerlijkheid, trouw, solidariteit die zijn er niet zomaar ineens. Als mensen vriendschap sluiten is een ding.
Maar vrienden blijven – ook als het moeilijk wordt – dat is nog heel iets anders.
Soms is het helemaal niet zo eenvoudig om eerlijk te zijn.
Trouw blijven, kan een hele opgave zijn;
solidariteit met vluchtelingen bijvoorbeeld, kost geld en moeite.
 

Misschien denkt u nu wel…
Ik wou dat Jezus toch maar machthebber was geworden.
Dan had hij in een klap alle narigheid de wereld uit kunnen werken.
Dan zou mijn leven er een stuk beter uitzien dan nu.

Ik weet niet of dat wel war is…
Zouden we beter af zijn, als God, of Jezus in een klap de wereld tot een paradijs voor alle mensen zou kunnen toveren. Zouden we beter af zijn als we die innerlijke stem niet meer zouden horen, die ons steeds weer probeert te verleiden.
Zouden we beter af zijn, als het verschil tussen goed en kwaad niet meer zou bestaan? Ik denk het niet. Dan zouden we toch geen mensen meer zijn,
want mensen zijn vrij… Vrij om zelf te kiezen… of ze solidair willen zijn of niet.
Mensen zijn vrij om zelf te kiezen… of ze trouw willen zijn of niet.
Mensen zijn vij om zelf te kiezen…

En nu denkt u misschien, ja maar ik zit hier in de Hoge Hop
en in zo’n verpleeghuis heb je eigenlijk niet meer zo veel meer te kiezen
Ik moet hier blijven…of ik het leuk vind of niet. Ik heb geen keus.
Is dat echt zo?
Of is het dat innerlijke stemmetje…
Dat stemmetje vertelt zieke oude mensen dat ze zielig zijn…
Dat stemmetje roept pesterig: Jij kan lekker toch niets meer…
En wat doet u dan? Legt u dan het hoofd in de schoot…
of zegt u: Nee, nee… Er staat geschreven… dat God ook van mij houdt,
Er staat geschreven dat Jezus ook mijn vriend is…
Hij gaat met me mee… ook nu het moeilijk is
Hij gaat ooit ook met me mee door het land van de dood,
want ook voor mij wordt het Pasen… Ook ik mag opstaan
en zal ooit geborgen zijn bij God.

In de naam van de vader en de zoon en de Heilige Geest. Amen.