Lieve mensen van God,

Vandaag wordt in Stuttgart bekend gemaakt
welke wasserij de beste van de wereld is.
Het schijnt dat een bedrijf in Harderwijk hoge ogen gooit.
Ik moest als kind, op weg naar de kleuterschool elke dag langs
een wasserij, die een onaangename, weeïge geur verspreidde.
Tot op de dag van vandaag herinnert die geur me aan de kleuterschool en dat zijn geen leuke herinneringen. Waarom ik het er niet naar mijn zin had?
Nou, voor ik vier werd, mocht ik altijd gaan “werken” in een echte bakkerij. Ik kreeg een witte schort voor en een bakkersmuts op. Bakblikken insmeren vond ik veel leuker dan mozaïekjes leggen…
en slagroom proeven veel aangenamer dan 16 vierkantjes vouwen. Maar boven alles: Het rook er zo lekker… naar versgebakken brood.
En tot op vandaag brengt de weeïge geur van een wasserij de beklemming terug, die ik voelde in die kleuterschool…
en als ik versgebakken brood ruik voel ik telkens
weer het geluk van mijn vroegste kinderjaren.
Twee geuren, twee ervaringen.

In de evangelielezing van vandaag hangt de geur van een kostbare zalfolie: mirre. Mirre werd gebruikt om mensen tot koning of profeet te zalven, maar ook het lichaam van een overledene werd gezalfd met mirre, om de doodsgeur te verjagen. Een gastheer bood een gast die hij hoogachtte water aan om zijn voeten te reinigen en olie om zijn hoofd-haar te verzorgen. Geuren dragen betekenis in zich… Ze spelen een veel grotere rol in ons leven dan de meeste mensen weten.

De geur die iemand meedraagt, bepaalt of we hem of haar sympathiek vinden. Daarbij gaat het uiteraard om de eerste indruk… die later door andere zaken kan worden bijgesteld… Maar je krijgt maar een kans voor zo’n eerste indruk en die is heel belangrijk. We zijn ons er ook meestal niet van bewust, maar wetenschappers hebben het vastgesteld… en in de cosmetische industrie, weten ze daar al jaren, alles van.

Wat wordt ons vandaag verteld. Jezus is op bezoek bij een farizeeër,
die Simon blijkt te heten. Simon is een man van wet, iemand die ervan houdt dat men zich aan de godsdienstige en maatschappelijke regels houdt. Zijn tegenspeelster is een vrouw, die – nog voor er iets is gebeurd – het etiket “zondares” krijgt opgeplakt.
Simon heeft een maaltijd aangericht. Ook Jezus ligt aan.
De gasten liggen met hun hoofden bij elkaar rond de tafel.
Wie de ruimte binnenkomt, die ziet vooral voeten.
De vrouw zalft dan ook Jezus’ voeten,
want de hoofden van de gasten,
daar kun je gewoon niet bij.

Deze zondares heeft Jezus lief…
en als we dat zeggen, denken wij brave christenmensen
graag dat die liefde puur platonisch is, maar de liefde
van deze vrouw is aards; ze brengt haar erotische
gevoelens  tot expressie. Ze wil Jezus liefkozen.
Haar verlangen lijkt op dat van het
meisje uit het Hooglied.
De roostermakers hebben natuurlijk niet voor niets
onze tekst uit die bundel liefdesliederen
naast deze evangelielezing geplaatst.

Vroeger kende de protestantse liturgie een gebed
dat steevast stond aangeduid als “schuldbelijdenis.”
Dominees gebruikten daarin vaak een standaard zin:
“Wij belijden voor uw heilig aangezicht, dat wij hebben gezondigd
in gedachten, woorden en daden.” Die drie zaken zijn in dit verhaal alle drie aanwezig en ze zijn eerlijk verdeeld over de drie hoofdpersonen.

De vrouw stelt daden:
Ze huilt, en droogt, en masseert, en zalft en liefkoost zonder ophouden. Ze spreekt geen woord en ook Lucas vertelt niet wat ze denkt.

Simon en zijn gasten denken… In gedachten oordelen zij. In vers 39 staat: als Hij een profeet was zou hij weten wie die vrouw is…. dat ze een zondares is. In vers 49 vragen zich in stilte af: Wie is hij dat hij zelfs zonden vergeeft?

De vrouw is dus van de daden, Simon van de gedachten en Jezus is van de woorden. Hij haalt de gedachten van de farizeeër naar boven en duidt de daden van de vrouw. Hij maakt Simon klip en klaar duidelijk dat het hem, als liefhebber van wet- en regels, aan de bijbehorende daden ontbreekt.

De vrouw geeft uiting aan datgene wat haar bezig houdt,
waar ze vol van is. Wat anderen daarvan vinden?
Het zal haar een zorg zijn. Ze leeft puur vanuit
haar gevoel.

Simon ziet het aan en denkt er het zijne van.
Maar hij zegt niks en hij doet niks.
Jezus’ voorkeur is duidelijk.
Hij neemt het op voor de vrouw.
Hij roemt haar – bepaald niet alledaagse – gedrag.
Velen van ons hebben dit verhaal al zo vaak gehoord,
dat we er niet meer van ophoren.
Maar hoe zou u reageren, als er hier op dit moment een of andere schoonheid binnenliep, die de ouderling van dienst
uitgebreid zou gaan zitten knuffelen?
De uitdrukking “aan de voeten van Jezus zitten”
krijgt hier ineens een heel andere betekenis.
Jezus geeft commentaar. Hij doet dat met een soort gelijkenis.
Hij verbindt overvloedige liefde met overvloedige vergeving.
Als er bij iemand een enorme last van zijn of haar schouders valt,
komt er ook heel veel liefde vrij. Maar het omgekeerde is ook waar:
Nu deze vrouw die vrijgekomen ook liefde toont, worden haar zonden vergeven. Wat een opluchting! Vergeving leidt tot liefde – liefde leidt tot vergeving… Het ene is niet persé voorwaarde voor het ander,
die twee begrippen roepen elkaar op… Welke eerst is. doet er niet toe.
het is het verhaal van de kip en het ei.
De farizeeër loopt niet over van liefde.
Dat bleek wel toen Jezus binnenkwam.
Geen water om zijn voeten te wassen;
geen kus ter begroeting. 
Nee, dan is wat zij doet, van een heel ander kaliber.

Jezus suggereert zelfs dat die koele houding van Simon,
veroorzaakt wordt door zijn geringe ervaring met vergeving.
Wie al zijn aandacht richt op het “zich houden aan de heilige regels”, krijgt al snel het idee dat hij zich daar wel…
en de ander zich er niet aan houdt.
Je ontwikkelt dan al snel een soort superioriteitsgevoel.

Als zo iemand te horen krijgt dat hij erbij mag horen,
dan vindt hij dat “niet meer dan terecht.”
Ja, logisch, want ik doe alles volgens de regels;
maar iemand die regelmatig buiten de lijntjes kleurt;
die zo af en toe eens flink uit de bocht vliegt,
kent dat geweldige gevoel van opluchting als Jezus zegt:
Je zonden zijn je vergeven…

Dan ben je zo intens blij met de man die dat zegt,
dat je tranen van spijt en verdriet… veranderen in vreugdetranen.
Je wordt gek van blijdschap. Je kunt die man wel zoenen,
je zou niets liever doen dan fles nardusmirre uitgieten over zijn hoofd… en als je daar niet bij kunt, nou… dan maar over zijn voeten.
De vrouw droogt Jezus’ voeten af met haar lange haren…
en uiteindelijk staat ze daar zelf als een gezalfde.
Een zondares wordt een gezalfde, door haar
liefde te tonen voor de gezalfde bij uitstek: Jezus Messias.
De geur van mirre verspreidt zich in de ruimte.
Ze staat erbij als een gezalfde van de Heer…

Liefdevolle mensen, kennen de opluchting van de vergeving.
Opgeluchte mensen, zullen ook anderen, zelfs vreemdelingen die opluchting gunnen en ze verwelkomen met water voor hun voeten en een bad, en brood en een bed.

Vorige week vrijdag verscheen er een boek dat heet ”Welkom in Nederland?” Machteld de Jong en een collega verzamelden brieven die Nederlanders schreven aan vluchtelingen. Haar oma schreef er ook een, en die oude dame – ze is 90 – verwelkomt zelfs de economische vluchtelingen. U weet wel die mensen die vaak worden weggezet als gelukszoekers.
Maar, wie zoekt er eigenlijk niet naar geluk?
Ze vertelt in die brief dat haar ouders in de dertiger jaren van de vorige eeuw van het arme platteland van Friesland naar de Wieringermeer “vluchtten” in de hoop daar een beter leven op te bouwen voor zichzelf en vooral voor hun kinderen. Ze kent het gevoel van “alles achterlaten” maar ook de opluchting van het ontkomen aan de armoe…
Opluchting in je eigen leven, maakt ruimte voor liefde…
Je vergeeft die lastpost aan de grens
en heet hem welkom… water voor zijn voeten… olie op zijn hoofd… een kus op zijn wang.


Maar er is nog wel een ander dingetje met die uitbundige liefde.
Zowel in het Hooglied als in het evangelieverhaal blijkt die liefde
uiterst kwetsbaar. Ze wordt blootgesteld aan de harde ogen en aan de oordelen van de hoeders van de orde. Ze zien alleen de zonde van de vrouw. Die zonden staan in het verhaal niet beschreven.
Wie weet waar die orderbewaarders aan denken?
Wie weet welke eigen geheime zonden ze projecteren op deze vrouw.
Dat zouden ze ook kunnen doen op dat hevig verliefde meisje in het Hooglied. Maar de dichter van het Hooglied en Jezus van Nazareth maken een andere keuze. Zijn focussen niet op de zonde…
maar op de liefde.
Ik moest denken aan paus Franciscus,
die – te midden van al die
 ordebewaarders in de curie –
 kiest voor barmhartigheid,
liefde en solidariteit met de armen,
maar ook met de homo’s en mensen die gescheiden zijn.

Onze lezing eindigde niet aan het eind van hoofdstuk 7. De roostermakers hebben ook de eerste verzen van hoofdstuk 8
erbij betrokken. Daar worden de vele vrouwen genoemde die met
Jezus meegaan en voor hem zorgen, met hun eigen middelen – vertaalt de NBV; je kunt ook zeggen: met alles wat ze hebben!
Welke middelen dat zijn, vermeld Lucas niet…
Het heeft vast en zeker te maken met liefde en toewijding,
inzet van energie en geld… Vrouwen die in de Bijbel
genoemd worden zetten zich vaak letterlijk
met lijf en leden in voor recht en vrede.
Denk aan Esther, Ruth, Rachab,
Sara en aan dat meisje uit het Hooglied.
 

“De eerste dag” is een tijdschrift voor predikanten en andere voorgangers. Daarin vond ik een gedicht dat op de lezing uit
het Hooglied is geïnspireerd.

Hoogliedje 
een gedicht van Victor Vroomkoning

Dat geen jakhals, geen vos mijn tuin verniele
dat ik geur naar mirre en laurier
Dat mijn ogen duiven zijn
mijn borsten tweelingwelpen
granaathelften mijn wangen,
mijn flanken reeën,
O lippen van honing,
Ivoren hals
kuikendonzen heuveltje
fluwelen bron.

Waai door mij heen Wind,
waai door mijn palmhaar,
ritsel zachtjes tussen mijn gazellendijen
Kom, vandaag geen last van mijn gehate vlees
geen hinder van gesmoorde lust
geen ergernis om wat ze met me deden
geen smart om wat ze lieten
Mijn tong is als een zotte pen
mijn lijf een bundeltje lieftalligheid
een weitje leliën,
lusthof vol saffraan, muskaat, kaneel…

Ik sluit af… Is het gedicht ondeugend?
Is het zondig? Velt u een oordeel?
Of genoot u de liefde?
Dankbaar voor herinneringen
die geuren als mirre…
als versgebakken brood…

Amen