Lieve mensen van God,

In grote delen van ons land viert de kerk: Dankdag voor gewas en arbeid.
Gisteren plukten de leden van buurgemeente Zeevang en Oudendijk appels in een boomgaard in de Beemster. Hoewel… vorige zondag vertelde de eigenaar van die fruittuin nog dat er in de nacht daarvoor een fikse hagelbui was neergedaald op hun bedrijf. Het was nog afwachten of er nog wel iets te plukken zou zijn. Dankdag voor gewas en arbeid. Kun je nog wel danken als blijkt dat al je werk voor niets is geweest? Dat lijkt me verdraaid moeilijk.

Maar niet alleen omdat danken ons soms moeilijk valt,
kun je je afvragen of het wel zo zinvol is om dankdag te vieren.
Is het wel waar, dat we een goede oogst aan God te danken hebben?
Is dat toch niet vooral afhankelijk van het weer? De druiven aan onze wijnrank
zijn dit jaar uitzonderlijk zoet, dank zij een zeer zonnige septembermaand.

De fruitkweker was vorige week zondag bezorgd… door het weer.
Veel mensen zijn afhankelijk van het weer.
Musea en bioscopen lopen vol als het regent in de vakantie,
maar strandtentexploitanten zijn gebaat bij mooi, droog en zonnig zijn weer.

Zou de Here God de ene dag meer voelen voor kunst en cultuur
en op een ander moment graag kinderen zien spelen op het strand?
Dat kan toch niet waar zijn? De gedachte dat God het weer in de hand heeft,
wordt helemaal absurd als je bedenkt dat elk jaar duizenden mensen omkomen van de honger omdat het op hun akkers maar steeds niet regent;
en er tegelijk elk jaar duizenden mensen verdrinken omdat het teveel regent
en rivieren buiten hun oevers treden. God en de natuur…
Wat te denken van de verwoestingen die aardbevingen aanrichten,  
om over een tsunami maar te zwijgen.  Hoe dankbaar ben je nog,
als in Australië of Californië je huis in vlammen opgaat bij bosbranden
ten gevolge van grote droogte en harde wind uit de verkeerde richting?

Als het waar zou zijn, dat God de natuur – naar pure willekeur – gebruikt om mensen hier een goede oogst te bezorgen en ze in Afrika te laten creperen van de honger, dan stop ik vandaag nog met geloven. Zo’n God is in mijn ogen volkomen ongeloofwaardig; Op zo’n God kan ik onmogelijk vertrouwen.

De Bijbel wemelt van de verhalen waarin over natuurverschijnselen wordt verteld als instrumenten in Gods hand. Ik weet het. Maar dat zijn bijna altijd
heel onverwachte verschijnselen. Er wordt vaak verteld tegen de natuur in.
Er steekt een wind op en de Schelfzee splijt. Israël trekt tussen twee muren van water door! Heb je ooit water overeind zien staan?

God beschikt een monsterachtig grote vis, die Jona opslokt.
Maar er leven geen monsterachtig grote vissen in de Middelllandse Zee.
Bidden in de maag van een Walvis? Het is maar wat je natuurlijk noemt.

Het idee dat de goden zorgen voor een goede oogst, omdat je hen met offers en gebeden tevreden houdt, is een door en door heidense gedachte.
De Filistijnen plaatsten beelden van Astarte – een vruchtbaarheidsgodin –
op de hoeken van hun akkers. Baäl is ook zo’n god die je tevreden moet houden.
Als je Baäl tegen je hebt, krijg je een hagelbui op je appelboomgaard, meenden de Kanaänieten. Dankdag vieren? Kijk maar uit dat je niet in een egoïstisch soort heidendom vervalt!

De Bijbel heeft een andere visie. De opbrengst van land en arbeid is daar het bezit van de gemeenschap. In het land van belofte, de wereld zoals God die bedoelt, wordt de opbrengst van gewas en arbeid gedeeld. De is niet bedoeld om de ongelijkheid te vergroten, maar aanleiding om sociale verhoudingen te herstellen. Denk maar aan die arme, allochtone vrouw, die aren komt lezen op de akker van Boaz.  Hoe heet ze ook weer? O ja: Ruth, uit Moab.

In het oogstseizoen bracht men de eerstelingen naar de tempel; priesters moeten immers ook eten. Mijn grootouders brachten, als in het herfst het zelf vetgemeste varken was geslacht, een schaal vlees naar de dominee.
Het gezin collega Hakizimana in Burundi, leeft voor een flink deel nog steeds van zulke gaven. De oogst is aanleiding om de sociale verhoudingen te herstellen. Denk maar aan de regel dat de rand van de akker niet wordt gemaaid. Dat koren is voor de armen, de weduwen, de vreemdelingen.
Denk ook aan de regels rond het sabbatsjaar en het jubeljaar.
Thora waakt voor wat wij zouden noemen: sociale uitsluiting!
Als David van plan is een tempel te bouwen, dankt hij als
vertegenwoordiger van het hele volk, God voor alles wat
mooi en goed en waardevol is. Het volk bidt mee met de koning.

Dankbaarheid moet je delen… Echte dankbaarheid doet je delen.
Echte dankbaarheid zie aan wat mensen geven voor een ander…
Echte dankbaarheid wordt zichtbaar in daden van solidariteit met de armen.
Wat echte dankbare mensen doen voor een medemens is…
een geschenk aan de Here God.

In het bijbelse denken dragen rijke mensen een grote verantwoordelijkheid.
Rijke mensen kunnen zorgen voor een rechtvaardige verdeling van gewas en arbeid. Ze mogen geven… wetend, dat ze gaven geven uit Gods hand.
Waar rijke mensen inzien dat de Heer de gever en de ontvanger is;
Waar rijke mensen – zoals u en ik – God erkennen als de alfa en de omega,
het begin en het eind. De gever en de ontvanger… Dan is Hij: Alles in allen.  
Dan bereikt ons leven de kwaliteit die we eeuwig noemen.  

Dan zijn er geen tegenstellingen tussen rijk en arm;
Dan gaapt er geen kloof tussen blank en zwart.
Dan is het afgelopen met dat afschuwelijk onderscheid
tussen hoog- en laagopgeleiden.
Datingsites en autoverzekeringen – alleen voor hoogopgeleiden.
Waar zou Jezus zich verzekeren, denk je?
 
Vind je het gek dat minder hoog opgeleiden mensen zich buitengesloten voelen.
Figuren als Wilders en Trump, versterken dat gevoel constant… en maken de tweedeling alleen maar erger, het gat alleen maar groter, de kloof alleen maar dieper.
De Eeuwige heeft ons zijn Woord geschonken om dat te voorkomen. Hij heeft ons zijn wet gegeven, opdat mensen voor elkaar zouden zorgen, elkaar zouden helpen, samen op zouden trekken naar veelbelovend land. Een leefbare wereld, waarin kerk, synagoge en moskee wegen wijzen naar vrede.
 

Ik kom op de taak van de geloofsgemeenschap omdat het in ons evangelie-verhaal daarover ook lijkt te gaan. Tien mensen lijden aan huidvraat. Tien…
dat is een minjan… Genoeg mannen om een synagogendienst te houden.
Maar deze gemeenschap is onrein… melaats. Lucas vertelt hoe Jezus denkt
over de geloofsgemeenschappen in zijn tijd: Hij noemt ze onrein! Melaats, lijdend aan huidvraat.

In het door de Romeinen bezette Galilea, leveren ze nauwelijks een bijdrage aan het koninkrijk Gods. De gevestigde godsdienstige leiders gooien het met de Romeinen op een akkoordje en bevestigen op die manier de onrechtvaardige   sociale verhoudingen. Gezien vanuit Gods koninkrijk staan ze duidelijk buitenspel, zoals melaatsen volkomen buiten het leven staan.

Mensen die lijden aan huidvraat moeten anderen waarschuwen…
Blijf uit mijn buurt, want ik ben ziek! G uit de weg: Ik ben melaats.
Het klinkt in de oren van Jezus als: Kyrie Eleison. Kyrie Eleison Heer ontferm u.

Ook hier wordt gebeden, maar anders dan bij David…
Dit is een smeekgebed, die tien zeggen op de eerste tekening tegen elkaar:
Laten we de Heer aanroepen voor de nood… waarin we verkeren.
Er klinkt een Kyriëgebed: Heer ontferm U; Heer ontferm U.
Op de eerste tekening doen die tien een beroep op Gods barmhartigheid.
Ze herinneren God aan zijn belofte… Ze spreken de Eeuwige erop aan.
En dat mag… Dat is goed!

Komt er antwoord uit de hemel? Is er een stem vanuit de verste verten van het heelal? Wel nee! We blijven met twee voeten op de grond. Er is daar een man en die zegt: Ga naar de priester en toon daar dat je genezen bent.
Op weg naar de priester, die moet constateren ze genezen zijn,
blijken ze genezen. Hun sociale isolement is doorbroken!
Ze hoeven zichzelf niet langer medisch te profileren.
Ze melden zich bij de priester en worden weer
opgenomen in de mensengemeenschap.


Het “Heer ontferm u” is verhoord.
Het mechanisme van de sociale uitsluiting is ontmanteld.

Op het Kyrie volgt een Gloria!
Die twee horen onlosmakelijk bij elkaar. 
Dat Gloria klinkt slechts bij een van de tien.
De andere negen zijn opgegaan in de gemeenschap,
alsof die rein verklaring de gewoonste zaak van de wereld is.
Waren die negen niet dankbaar? Vast wel, maar ze doen alsof  
het vanzelfsprekend is dat ze weer gezond zijn… Geen moment komt de vraag op: Waartoe ben ik genezen? Wat zal ik doen met mijn herwonnen leven?
Hoe zal ik dit grootse geschenk inzetten?

Maar die ene is een vreemdeling.
Hij was net als de anderen een buitenbeentje,
maar hij is ook onder die buitenbeentjes nog een bijzonder geval.
Hij is Samaritaan. Hij spreekt een andere taal, belijdt een andere godsdienst.  
Niettemin handelt deze buitenstaander conform de wetten van het koninkrijk.
Dankbaarheid moet je delen! Dankbaarheid doet je delen!

Ik was ooit in Burundi en ontmoette daar de kinderen die via het project van ds. Hakizimana naar school gaan. Blijkbaar hadden de aanwezige volwassenen tegen de kinderen gezegd dat ze die blanke meneer maar heel hartelijk moesten bedanken. Ik weet niet wat die kinderen allemaal zeiden – ik versta Kirundi noch Swahili – maar de mensen die het vertaalden uitten naar mij toe niets dan nederige dankbaarheid. Ik werd er een beetje onpasselijk van.

Even later raakte ik zelf in gesprek met de middelbare scholieren. Die spraken Frans en Engels. Daar kon ik zelf mee praten, zonder tolk. Tegen hen kon ik zeggen: Het feit dat jullie naar school gaan is geen zaak van liefdadigheid,
maar een kwestie van rechtvaardigheid! “It is not a matter of charity, but a case of justice! Er klonk luid applaus!
Ik hoorde daarin zelfbewustzijn.
Een middelbare scholiere vertelde vervolgens dat ze geslaagd was op het middelbaar en medicijnen ging studeren… Ik wil helpen mijn volk gezond te maken. Ze was geslaagd… en wist waartoe! Ze bedankte ons voor het feit dat ze straks mag werken als dokter voor de mensen in haar land.

De woorden van de tiende man, de samaritaan, het buitenbeentje  lijken een beetje op die van de kleine kinderen… Dank u weldoeners. Dank u wel!
Maar het feit dat hij er speciaal voor terugkomt… dat hij teruggaat naar de plek waar het allemaal begon; terugkeert naar de man die hem op weg van de genezing zette …laat zien dat hij de beweging in de richting van genezing wil voortzetten. Hij gelooft dat zijn genezing niet alleen voor hemzelf is.
Hij deelt zijn dankbaarheid als ontvanger… maar wordt ook gever…
Waar de anderen ondergaan in de anonimiteit, wordt er vandaag overal ter wereld nog over hem gesproken. Hij, de melaatse Samaritaan. 
De buitenstaander… maar wel een die bijdraagt aan het herstel en het versterken van de sociale verbanden. Als er een persoon is die integreert in het koninkrijk van God, an is het deze buitenstaander, die niet alleen Kyrie roept, maar ook Gloria zingt.

Lieve mensen
We mogen van deze Samaritaan leren dat – als er waar ook ter wereld Kyrie Eleison – wordt geroepen, de Heer zich ontfermt en ons – rijken –  aanzet tot geven aan de mens die roept. En wij zullen Gloria zingen, omdat we in de mens die roept, God zelf herkennen. Het geschenk aan een medemens in nood is een gave is voor God. Hij is zowel de gever als de ontvanger. Hij is het begin en het einde, de alpha en de omega, en eenmaal alles in allen. 
Dan bereikt ons leven de kwaliteit
die we eeuwig noemen.

Dat het zo mag zijn, tot eer van de vader en de zoon en de heilige geest.
AMEN