Gemeente van onze Heer Jezus Christus
Lieve mensen van God.


Afgelopen maandag stond het in de krant. De Protestantse Kerk start een reclamecampagne. Het imago van de kerk moet worden opgepoetst.

Het gaat om zes posters. Een daarvan is hier geprojecteerd. Op zo’n poster staat steeds een man, vrouw of kind met de vraag: Geloven doe je in de kerk?
Het antwoord op die vraag blijft open. Het kan simpelweg `JA´ zijn;
maar ook ‘Nee, geloven doe je niet alleen in de kerk, maar ook op je werk en in het verkeer…
Geloven doe je in de kerk? Reserveer je een uurtje voor de Eeuwige; of doortrekt je levensovertuiging je hele doen en laten? De postercampagne laat die vraag open…

De makers van de poster geven impliciet wel antwoord. Op deze poster staat er na die vraag: Verwonderen ook!  Met andere woorden Ja, we geloven, maar we doen in de kerk nog meer: ook nadenken; ook twijfelen; ook bewonderen; ook onthaasten; ook troosten en ook helpen.
Vreemd eigenlijk, dat steeds minder mensen de weg naar de kerk weten te vinden. Hoe dat komt? Daar is onderzoek naar gedaan… De uitkomst luidt: Zinzoekers komen niet naar de kerk, omdat ze veronderstellen dat ze volleerd gelovige moeten zijn.
Om die misvatting de wereld uit te helpen lanceert de Protestantse Kerk Nederland de campagne ‘Geloven doe je in de kerk?’

Dagblad Trouw meldt: Een woordvoerster van de PKN deelde mee, dat het imago
van de kerk moet worden bijgesteld. Daarom blijft in deze campagne God op de achtergrond. Daar gaat het nu even niet over, we gaan nu met ons imago aan de slag.
Ik voel kriebels, maar ik weet nog niet wat voor kriebels dat zijn.

Even verderop lees ik: Natuurlijk is de Protestantse Kerk een geloofsgemeenschap, die samenkomt rond het evangelie. Maar ook een plek waar mensen nadenken over het leven, waar ruimte is voor troost, verwondering en twijfel, waar helpen vanzelf spreekt. Soms ook gewoon een plek om te onthaasten. Je hoeft geen volleerd gelovige te zijn om hier te mogen komen. De kriebels worden heviger. Maar wat is het? Ergernis? Komt het door het marketingjargon? Ik weet het nog steeds niet.

“Maar, pastor, het zou toch fijn zijn als zo’n campagne succes zou hebben? Stel je voor dat er door die posters eindelijk weer meer mensen in de kerk komen!”
Jazeker, dat zou fijn zijn.  Maar… ȁls ze komen, vinden die mensen van buiten
dan ook echt ruimte voor troost?
Zullen ze zich verwonderen over wie en wat ze bij ons aantreffen?
Zullen ze verbaasd staan over onze manier van denken over en omgaan met elkaar?

Zullen de mensen van buiten zich verwonderen over de manier waarop de gemeente omziet naar degenen die het alleen niet redden in de samenleving?
Of zal blijken, dat de mooie woorden van de zondagmorgen, nogal los staan van het alledaagse leven? Wat denkt u? Zullen ze hun twijfels durven uitspreken? Rust er niet een groot taboe op twijfel, zowel binnen als buiten de geloofsgemeenschap?
Is diaconale hulp echt vanzelfsprekend? Beperkt ons “onthaasten” zich niet tot dit uurtje in de week?

Het kriebelt… Moeten we niet eerst intern orde op zaken stellen,
voor we gaan werven met God tussen de coulissen?
Is dat de oorzaak van de kriebels die ik voel? Ik denk erover na.
Dat is de volgorde: eerst voelen, daar na denken. Conclusie: Nee,toch niet!
Nou, misschien bij dat laatste stukje… “God op de achtergrond, tussen de coulissen.”

Ja maar nu doe je wel erg negatief over de kerk? Ik ben niet negatief.
Ik doe wat er op die posters staat… Ik twijfel, ik denk erover na.  

Kijk, als het waar is… dat er in de kerk anders wordt nagedacht over het leven;
Als het waar is… dat je er troost vanuit gaat, voor wie terneergeslagen is.
Als het waar is, dat je er mensen ontmoet, die leven van de verwondering;
Als het waar is, dat je daar niet perse zeker hoeft te zijn, maar ook je onzekerheid op tafel mag leggen…
Als het waar is, dat je er echte hulp geeft en ontvangt;
hulp die niet afhankelijk maakt, maar mensen in hun kracht zet…
Als het waar is dat je er werkelijk los kunt komen van het alledaags gejakker.

Als dat  waar is…
Ja, als dat allemaal waar is, dan…
dan staat God helemaal niet tussen de coulissen.

En als het niet waar is? Dan is het NOG niet waar.
Als het nog niet waar is, dan zal het waar worden!
Hoe is het nu met je kriebels? Zouden het dan toch kriebels van enthousiasme zijn,
die ik voelde?

Als het beeld dat de posters schetsen van de kerk, klopt;
dan staat God helemaal niet op de achtergrond, niet tussen de coulissen
Dan staat Hij als een brandend braambos midden in de woestijn van het leven…
Dan confronteren die posters Nederland met het licht en de warmte, de wereld ingestraald door de Eeuwige …
Dan zetten die plakkaten ons op het spoor van  de ENE,
die ons de wijsheid van zijn Woord schenkt en ons daarmee troost en bemoedigt.
Vol verwondering horen wij hoe zorgzaam de Eeuwige omgaat met twijfelaars als Mozes.
 
God staat als een brandend braambos, als een bron van licht en warmte,
in de woestenij van ons bestaan.
Wij mogen onszelf herkennen in de man, die daar rond doolt.
Mozes weet niet wat hij ziet…
Mozes verwondert zich: De braambos verbrandt niet…
Mozes komt naderbij.
Doet – omdat een stem dat zegt – zijn schoenen van zijn voeten.
Zijn blote voeten in contact met Heilige grond.
Mozes, kwetsbaar in contact met de Heilige.
 
Bij dat woord “heilig” hebben we vaak magische associaties.
Het  woord heilig betekent “apart, bijzonder.”
God neemt het initiatief.
Het heilige, het aparte, de gans andere… maakt contact met Mozes;
Heilige grond. Hemel op aarde… met je twee (blote) poten in het zand.

God stelt zich voor.
Ik ben de God van Abraham, de God van Isaak en de God van Jacob.  
Mozes krijgt te horen krijgt dat die heel aparte God omziet naar een slavenvolk.
Ja dat is heel apart. Een God die omziet naar… de zwaksten.
Dat is in deze wereld nog nooit vertoond.
Andere goden horen bij de sterken.
Deze niet… Dit is JHWH.

Het volk Israël, de Hebreeën, is verslaafd geraakt. Het kwam ten tijde van Jozef, de onderkoning, naar Egypte. Het leeft daar in zorgeloze rust; Lijdt een luxe leventje.
Het volk dijt uit… De autochtonen – ik bedoel de mensen met een Egyptische achtergrond – worden bang; onderwerpen en dwingen hen tot slavenarbeid.
Er is sprake van onderdrukking. Maar dat is nog geen slavernij.
De Hebreeën blijken zo afhankelijk te zijn van de zekerheden rond de vleespotten,
dat ze de onderdrukking  accepteren.
 In opstand komen? Mensenrechten claimen?
Saudi Arabië aanspreken op het weerzinwekkend beleid, dat men voert.
De emiraten rechts laten liggen, omdat ze gastarbeiders tot slaven
maken bij het bouwen van voetbalstadions?

Nee, laat maar. Je weet wat je hebt (olie) en niet wat je krijgt.
Dat is verslaving. Rottigheid accepteren… omdat je je laat
afschrikken door de reactie van machthebbers.
Wie zo leeft, levert zijn vrijheid in.

Nou, voor die slavenmentaliteit moet je niet zijn bij de God van Abraham,
Isaak en Jacob, Zo heeft de schepper het mens-zijn niet bedoeld!
JHWH is een bevrijdende God. God roept…  Abram trekt uit!
Vertrouwend op Gods belofte gaat hij op reis… naar veelbelovend land.  
 
Rebecca, wordt – vertrouwend op een belofte – de vrouw van Isaak.
Zij is zo vrij om – met alle onzekerheden van dien –
op weg te gaan naar veelbelovend land. 

Jacob trekt uit! Weg uit het huis van Laban… Hij keert – vertrouwend op een belofte terug naar veelbelovend land. Met alle onzekerheid van dien. Rachel neemt dan ook
– voor alle zekerheid – een paar afgodsbeelden mee… Vertrouwen is goed, denkt Rachel, maar zekerheid is beter.   

Het is die God, die mensen roept om op weg te gaan…  
Die God roept Mozes om zijn volk te leiden naar
veelbelovend land.

Wie leeft met zekerheden, waarbij geen vertrouwen meer bij nodig is,
verliest zijn menselijkheid. Wie leeft met zekere vastigheden, wil geen
verandering. Wie denkt dat alle risico’s zijn afgedekt, hoeft niet eens meer
te geloven. Ook niet in de kerk.

Geloven is niet je verstand op nul te zetten…
Geloven is leven met een verhaal.
Vertrouwen betekent niet dat je een mythe voor echt-gebeurt verslijt,
maar dat je je door de kwintessens ervan op een spoor laat zetten
je verwondert, erover nadenkt,  je leven ernaar richt.

De mythen van de aartsvaders roepen ons op uit te trekken uit zekerheden.
Je bent geroepen zo vrij te zijn je vertrouwen te vestigen op verhalen,
die je vertellen dat je in alle vrijheid mag leven, op weg naar veelbelovend
land. Ja, ja dat belooft wat… Wat dan? Dat belooft een leven van grote kwaliteit…
een kwaliteit die “eeuwig noemen.”

Geloven doe je in de kerk?
De posters vertellen in zes woorden waar dat geloof toe leidt:
tot nadenken, verwonderen, troosten, helpen, twijfelen, onthaasten.
De kerk is een plek waar mensen in vertrouwen mogen twijfelen aan alles
– zelfs aan God.  De kerk is de plek waar mensen zich in vertrouwen verwonderen over alles wat mooi en goed is;
De kerk is een plek waar mensen erop mogen vertrouwen dat er troostrijke woorden en rituelen voor handen zijn, als ze die nodig hebben;
Waar je – vol vertrouwen –  hulp kunt vragen als het even misgaat…
waar je troost kunt vinden als je rouwt
De kerk is een plek waar je – vol vertrouwen – elke zondag weer vertrouwen kunt tanken. Alles draait om geloof, om vertrouwen…

Kent u dat reclamespotje van het detectivebureau? Vertrouwen is goed; maar Hofman is beter! Uit die verslaving aan zekerheden wil de Heer ons bevrijden.

De woordvoerster van de kerk zegt dat in die postercampagne God tussen de coulissen staat. Dat klopt niet! Daar zat mijn kriebel… Die zes woorden vertellen misschien niet alles, maar wel veel … over een God die te vinden is … in de geloofsgemeenschap. De kerk, jullie en ik, die als een brandend braambos Gods Licht en Gods Warmte verspreidt in deze wereld.

Vertrouwen op een belofte…
In de lezing uit het nieuwe testament gaat het over de opstanding der doden. 
De vraag is in dit verhaal uiteraard niet of Jezus lijfelijk is opgestaan.
Hij is hier nog volop in gesprek met de geleerden.
De sadduceeën

Wie zijn die Sadduceeën?
Dat is, zou je kunnen zeggen, een stroming binnen de joodse theologie van die tijd.
Waar de farizeeën erop vertrouwen dat ze na hun dood, zullen opstaan in een ander leven, is voor de sadduceeën dood: dood. Het leven moet op aarde geleefd worden.

Het was in die tijd niet anders dan nu.
Hier zijn er heel wat mensen, ook in de kerk, die het met de sadduceeën eens zijn op dat punt; terwijl men in Afrika daarover het wijze hoofd schudt… en ons benoemt als
“mensen zonder hoop!”
Mensen in rijke landen, hebben veel minder affiniteit met het hiernamaals dan die in arme landen. Burundi bijvoorbeeld, leeft met de hoop en de verwachting dat alles wat hen hier niet ten deel valt, eenmaal zal worden goedgemaakt in de hemel.
Daar zal alles beter, eerlijker, gezonder, rijker en mooier zijn.

Of dat klopt? Ik weet het niet en ik hoef het ook niet te weten.
Ik vertrouw op de strekking van het verhaal dat Lucas ons vertelt.   
Als een man overlijdt en zijn vrouw kinderloos achterlaat, is het de plicht van de broer van de overledene, om de weduwe te huwen en nageslacht voor zijn broer te verwekken. Met die regel in de wet wordt Jezus door de sadduceeën geconfronteerd.

Een vrouw is kennelijk met een man getrouwd uit een familie waar veel zonen zijn, die helaas allemaal vroeg doodgaan. Telkens trouwt de vrouw met de volgende broer. Aan het eind van het liedje heeft ze zeven mannen gehad… en de vraag is nu:
Wie zal in de wereld van de opstanding haar man zijn? Het is een vraag, waarin hun opvatting over opstanding verstopt zit. Nou ja, verstopt…

Jezus gaat uitgebreid in op die vraag, Hij concludeert dat de opstanding der doden eigenlijk in het verhaal dat we gelezen hebben. Als God zichzelf aanduidt als de God van Abraham, de God van Isaak en de God van Jakob, dan kan het niet anders of de aartsvaders leven… God is immers een God van levenden en niet van doden.
Sommigen zijn overtuigd… anderen doen er het zwijgen toe.

Jezus heeft niet zoveel met familierelaties. Bloedbanden tellen niet.
Voor Hem zijn twee relaties van belang… die met God en die met je naaste.

Het huwelijk op zich staat niet voorop, maar het “samen kind van God zijn!”
Maakt je relatie je vrij, of heb je jezelf gevangen gezet?
Ga je samen avontuurlijk leven, of blijf je veilig zitten waar je zit.

De relatie met je ouders? Dito. Leerden ze je leven als “kind van God)”
Als relaties je belemmeren om te leven zoals God bedoelt: Vrij! Breek er dan uit!
Je mag LEVEN … niet verslaafd aan zekerheden,
maar op weg naar veelbelovend land.
Dan is leven een avontuur dat je aandurft op basis van vertrouwen.
De manier waarop je in het leven staat – is een kwestie van geloof

Wij mogen leven als kinderen van de opstanding! HIER en NU en wie weet in het hiernamaals…We leven bij een verhaal dat alles overwint,ook de “winnaars” van deze wereld. Ja! Dat verhaal overwint de dood.
Christus, de levende… is ons vertrouwen voluit waard.
Wij mogen leven met de kwaliteit die we eeuwig noemen…
en daarin God ten tonele voeren, opdat hij herkend wordt
door al die anderen… onze medemensen.
Geloven doe je in de  kerk? Ja!
Want er breekt een periode aan, waarin het aankomt op vertrouwen!
Vertrouwen dat een kind in een kribbe, meer voorstelt dan
boze kerels met grote monden en blonde haren…
Het wordt meer kerst dan ooit te voren
Dat het zo mag zijn   Amen.