Onderstaande overdenking is gebasserd op deze bewerking van Psalm 90
Hij is genomen uit de Groeibijbel – auteur: Dr. Piet van Midden
 

Psalm 90:  Een gebed van Mozes, de profeet


God,                                                                  En als je ziet

Kijk ik terug                                                      wat er soms

zover ik kan:                                                    met mensen gebeurt:

u bent er altijd.                                               Geen leven is het.         

Mensen niet.

Als ze tachtig worden                                     Daarom bid ik:

is het al veel.                                                   geef ook geluk,

En wie denkt nog aan ze                                Plezier.

Als ze dood zijn?                                             Maak het zo

Mensen zijn geen god.                                   Dat mensen zeggen:

Mensen gaan voorbij.                                    Je kunt wel zien

                            dat God er is

Moeilijk is dat:                                                                

Jong wezen,                                                     En gaat u verder             

Oud worden,                                                   Met wat wij laten liggen

Dood gaan.                                                                                       .



Lieve mensen van God

Mensen gaan voorbij… zegt de bewerker van psalm 90.
Dat kon wel eens een belangrijke reden zijn,
waarom deze psalm ooit tot oudejaarspsalm is gebombardeerd.

Bedenk daarbij dat enkele decennia geleden nog gewoonte
was om juist op deze avond de overledenen
van het afgelopen jaar te gedenken
en je krijgt een mix van verdriet
en nostalgie, die oudejaars-
avond tot loodzwaar
geheel maakte.

De tijd gaat voorbij. Mensen gaan voorbij.
Psalm 90 confronteert je met de eindigheid van het bestaan.
Die psalmdichter vindt 80 een zeer hoge leeftijd.  !
Gisteren vierden we in Huize Avondlicht
in Hoorn de laatste kerkdienst
van dit kalenderjaar.
Als je daar rondkijkt
lijkt het wel alsof
het leven pas
begint bij
tachtig!

De psalmen zijn geschreven in de tijd dat mensen niet ouder werden dan 50 hooguit 60 jaar… Als je toen de 80 haalde, was je echt een stokoude uitzondering. Is dat interessant? Nee, eigenlijk niet.
Je hhoeft niet naar de kerk te komen om te horen, dat we tegenwoordig ouder worden dan vroeger. Dat weten
we zo ook wel! Daar gaat die psalm ook niet over…
Die psalm vertelt dat mensen wel voorbij gaan,
en God niet. God is er… God is er altijd.
Het zit al in zijn naam: JaHWeH.  
“Ik ben er!”, betekent dat of `Ik zal er zijn!`
`Ik zal er zijn voor jou!`

God is er altijd. Dat klinkt goed, maar de psalmist weet
dat er ook cynische mensen zijn. Mensen die zeggen:
Wij mensen gaan dood.
Wie denkt er daarna nog aan je?
De psalm gaat niet alleen over de eindigheid van het leven;
Het gaat dieper! De psalmist confronteert ons met vergankelijkheid.
Met de vraag of het allemaal wel zin heeft? Waartoe leven wij?
Wat heeft het voor nut als er daarna,
toch niemand meer aan je denkt?
 

De psalmdichter begrijpt die vragen.
Hij gaat er ook even op in…
Sterker nog hij zit er zelf ook mee
“Moeilijk is dat,” zegt hij, “Jong wezen, oud worden.”
Sommige mensen hebben een mooi leven, zijn goed gezond,
hebben geld genoeg, ervaren groot geluk.
Maar als je ziet wat sommige anderen overkomt…
Vreselijk toch? Al dat lijden… die eenzaamheid… ziekte… pijn…oorlog… vluchten… dakloos… Of…je lijf doet niet meer
wat je geest nog wel zou willen… of je Geest laat het afweten,
terwijl je lijf nog je nog jarenlang te leven geeft. 

Sommige mensen hebben leven! Toch?

Kijk eens naar de mensen die vluchten moeten…
Huizen in puin geschoten – kinderen, die onderweg verdrinken
Ach, ik hoef u niks te vertellen – u kijkt immers ook naar het journaal.

Daarom bidt de psalmdichter: Geef ook geluk, Schenk ook plezier.
Maak het zo dat mensen zeggen: “Je kunt wel zien dat God er is!”

Hhmmm…
De psalmdichter denkt blijkbaar,
dat mensen die gelukkig zijn en plezier hebben in hun leven,
God daarvoor dankbaar zijn. Nou dat kun je in de eenentwintigste eeuw gerust vergeten. Dankbaar zijn? Ben jij betoeterd? Geluk, daar heb je recht op… De overheid moet leveren… en wel onmiddellijk.
zo vindt men in onze tijd! 

De psalmen zijn geschreven in een tijd, dat iedereen nog
dacht dat een bepaalde God aan een bepaald land gebonden was.  
Die God regelt dan alles in dat land… Oorlogen waren gevechten tussen goden. De sterkste god zorgde voor de macht van zijn land… en als een land het sterkst was… dan was dat een bewijs van de almacht van die God. Dat is wel heidendom… maar velen van
ons zijn opgevoed met de gedachte dat God almachtig is.
Ik vergeet nooit die Zeeuwse boer die in een film over
de ramp in 1953 uitsprak: De HEERE heeft gegeven,
de HEERE heeft genomen… de Naam des
HEEREN zij geloofd.    

Vindt u dat een prettig godsbeeld? Ik niet…
Als God degene zou zijn, die alles regelt hier op aarde,
dan zou ik nog voor twaalf uur vanavond stoppen met geloven. Geloven is vertrouwen… en zo’n regel-God is – in mijn ogen – volkomen onbetrouwbaar. Ik  kan niks met een God,
die zomaar de aarde laat beven; een vliegtuig laat
neerstorten; een tsunami laat gebeuren en
toestaat dat Donald Trump president
van de Verenigde Staten wordt.
Vreselijk toch, zo’n God?
Maar Gods naam luidt niet: Ik regel alles… voor je!
Gods naam luidt: Ik zal er zijn… voor jou
Ik ben er –  als je me nodig hebt!
Ik zal er zijn… Altijd, ook als jij er niet meer bent.
Zelfs als jou leven tot een einde komt, dan nog zal ik er zijn –
zegt God… er-zijn voor jou!

De laatste regel van het stukje psalmbewerking dat ze lazen,
spreekt mij het meeste aan: Lieve God…
Als wij er niet meer zijn, gaat u dan verder met wat wij laten liggen?
 

In die bede maakt de psalmist zich klein.
In die laatste bede worden de verhoudingen duidelijk…
God leidt het menselijk bestaan naar kwaliteit die we eeuwig noemen. Wij mogen daar onze bijdrage aan leveren. De wereld is een mooi,
maar bewerkelijk ding. We mogen – ieder op onze manier – meebouwen aan de wereld, zoals God die bedoelt.
Aan een samenleving van vrede en recht.

Daarin ligt de zin van ons leven,
maar als het ons niet lukt… als het niet gaat, zoals het zou moeten,
mogen we erop vertrouwen dat Gods werk verder gaat.
Als wij er niet meer zijn, gaat God verder
met datgene wat wij laten liggen?
Dat is een veroordeling, dat is
een belofte. Zijn plan wordt
werkelijkheid. Dat mag je
geloven… Daarop mag
je vertrouwen.

Ik weet niet of uw naam over 100 jaar in de geschiedenisboekjes staat,
de mijne vast niet…  Tegen die tijd denkt er niemand meer aan mij…
Is dat erg? Welnee… Daar kun je best mee leven, als je erop
vertrouwt dat God verder gaat met wat ik heb laten liggen.

Hoe? Ik weet het niet… maar zijn naam luidt: Ik zal er zijn!
Daar geloof ik heilig in… daar vertrouw ik op.
Daar mogen we allemaal op vertrouwen.
Dan klinkt ook ineens  die andere
tekst een stuk minder naïef.

Maak je geen zorgen… over wat je zult eten. 
God vindt jouw leven belangrijk… Hij zal er voor je zijn
dus dat eten… dat komt wel goed

Maak je geen zorgen… om welke  kleren je aan zult trekken.
God vindt jouw lichaam belangrijk …Hij zal er voor je zijn…
dus die kleding komt wel goed.

 

Kijk naar de vogels. Die werken niet op het land…
maar hebben voedsel genoeg en prachtig verenpak

God vindt jullie belangrijker dan alle vogels bij elkaar.
Hij zal er zijn… ook voor jou, dus maak je geen zorgen,
het komt heus wel goed.

Sommige mensen reageren op die woorden
in de sfeer van “Ja, die Jezus heeft makkelijk praten,
als die zonder eten zit doet hij eventjes een wondertje en dan
is er brood genoeg. Die mensen komen dan aandragen met het verhaal van de wonderbare broodvermenigvuldiging.
De wonderbare broodvermenigvuldiging!
Mensen die zo praten hebben het niet zo goed begrepen.
Die denken dat er vanzelf genoeg te eten komt voor iedereen…
Dat Jezus met een soort abracadabra hongerige mensen te eten gaf.

Er wordt ons in dat verhaal vertelt
dat er vijf broden en twee vissen worden gedeeld!
Mensen geven wat ze hebben… en Jezus zegt: deel het maar. Vertrouw er maar op dat er genoeg zal zijn voor iedereen.  
 

Er wordt daar niet vermenigvuldigd, maar gedeeld.
En dan is het verleidelijk om naar verklaringen te gaan vissen.


Iemand zei eens…
Toen Jezus die vijf broden en twee vissen zegende en zijn vrienden vroeg ze uit te delen, schaamden vele anderen zich voor hun egoïsme. Zij haalden ook hun mondvoorraad tevoorschijn en deelden die met degenen die om hen heen zaten. Ik ben niet zo dol op zulke verzonnen verklaringen van Jezus’ tekenen. Maar dat neemt niet weg dat wat er gebeurt, een teken is van het koninkrijk dat komt.  

Deze verzonnen verklaring, laat zien dat het zonder mensen niet gaat. Dat koninkrijk komt er niet, als helemaal niemand meer bereid is tot delen. U bent vast af en toe ook vervuld van plaatsvervangende schaamte, voor de manier waarop onze samenleving
omgaat met het onrecht dat armen in de wereld  wordt aangedaan,
omgaat met het onrecht dat mensen met een kleurtje te verduren krijgen…
Helpt het, als we ons in een hoekje plaatsvervangend gaan zitten schamen. Helemaal niets, Nada! Niente! 

Moge 2017 het jaar worden waarin we die schaamte afwerpen,
opdat Gods rijk beginnen kan… Opdat er minstens tekenen zullen worden opgericht. Laat in godsnaam die gezindheid zien, als u op 17 maart 2017 naar de stembus gaat. Het is oudejaarsavond.

Jezus zegt: Maak je nou eens niet zo bezorgd.       

Doe nou gewoon wat er gedaan moet worden.
Richt nou zelf eens een teken op…
een teken van “Ik zal er zijn!”

Ik sluit af met een gedicht dat op 24 december
op de voorpagina van dagblad Trouw stond.
Het is een gedicht van Huub Oosterhuis…

Het is een gedicht waarin die naam: Ik zal er zijn –
een belangrijke rol speelt. In dat gedicht klinkt die naam als:

HIER BEN IK …
 

Kerstmis 2016

Verschrikkelijk is de wereld.
Geen Jezus zal Aleppo redden
en zijn god
zwijgt zo diep in alle talen
dat het voelt alsof hij niet bestaat,
nooit heeft bestaan, niet kan, niet wil –
Wat is er met mijn breid
dat ik Hem steeds weer denk?

Er zal nooit, nergens
een begin van redding zijn
als niet tenminste een mens zegt:
“Hier ben ik”
en ziende om zich heen
zoekt of er nog een is, nog twee of drie
met vonken licht “hier ben ik” in hun ogen.
 

In diepe nacht, geen ster te zien
geen engelenzang te horen-
zullen zij gaan
om wat misschien nog kan,
te hopen valt, te redden is
 

Een vluchtkind  kantje boord
voorgoed geboren.

Kerstmis is twee- of driemaal
niet te tellen naamloos velen
die “hier ben ik” zijn
en doen wat moet gedaan.

Amen.