Teksten: Genesis 32: 22-31
                Lucas 18:1-8

LAAT ONS (blijven) BIDDEN

 

 

Lieve mensen van God

Er staan gevouwen handen voor op het boekje. Biddende handen.
Je ziet vaak handen die tegen elkaar liggen. Dat ziet er devoot uit.
Het bidden van die handen is vooral: Aanbidden. Vereren.


Bij deze handen zijn de vingers gekromd en met elkaar verstrengeld.
Dit zijn de handen van iemand die zijn zorgen brengt voor Gods aangezicht.
Het gebed bij deze handen is vooral een smeekbede.

Er zullen onder u ongetwijfeld mensen zijn, die regelmatig aanbidden.
Ik denk aan een vrome katholiek die een Heilig Hartbeeld vereert
of een  Oosters orthodoxe baboesjka die eindeloos “Wees gegroetjes”
zegt bij een icoon van de Moeder Gods.

Er zullen ook mensen zijn die bidden met gekromde ineengestrengelde vingers,
omdat het vaak moeilijk is om te aanvaarden dat je oud of ziek bent geworden.
Je hoort het smeken: Here God, alstublieft… Ik zou zo graag beter worden.
Ontferm u over mij …

Er zijn ook mensen  die het bidden hebben opgegeven.
Ze denken: Het helpt niet! God luistert toch niet!
Bij die mensen krommen zich de vingers tot vuisten.
Ze worden opstandig.

Er zijn mensen, voor wie het allemaal niet meer hoeft.
Die zijn onverschillig en cynisch geworden.
Het zal allemaal wel! Ze doen maar. Dat kun je zeggen, totdat….

Deze week presenteerde het kabinet Rutte een wetsontwerp dat oude mensen,
die hun leven voltooid vinden, de mogelijkheid biedt om,
op een zelfgekozen moment dit leven te verlaten.
Daarin horen mensen autonoom te zijn, vindt minister Schippers
en vele anderen zijn dat met haar eens.
Voor moderne mensen is het zelfbeschikkingsrecht het hoogste goed.
Autonomie – afgeleid van het Grieks: auto nomos. Letterlijk betekent dat:
eigen wet. Volkomen autonome mensen houden zich alleen aan regels die ze zichzelf opleggen. Woorden als zich aanpassen, of zich onderwerpen komen in hun woordenboek niet voor. Totdat…

Totdat
je niet langer autonoom kunt zijn
Totdat je afhankelijk wordt…
afhankelijk van de dokter en de verpleegster, die je lichaam verzorgen
afhankelijk van je kinderen, die – als je geluk hebt – allerlei zaken voor je regelen
afhankelijk van hoe het is het verpleeghuis, waar je wel moet gaan wonen.

Afhankelijk worden, is voor autonome mensen het ergste wat er bestaat.
Niet meer zelf kunnen beslissen hoe laat je naar bed gaat,
niets meer te vertellen hebben over al die kleine dingen,
die jij altijd deed op jouw manier. Vreselijk… Ja? Is dat zo?
Is dat zo erg, dat je gebruik zou willen maken van die nieuwe wet.   

De weduwe in ons verhaal heeft te maken met een autonome rechter.
Hij trekt zich van God noch gebod iets aan. Een rechter die de wet negeert; 
Waar de rechtszaak van die weduwe over gaat, is niet duidelijk,
maar die vrouw heeft het nakijken.

Je zou je kunnen voorstellen dat ze het bijltje erbij neergooit.
Laat maar, het helpt toch niet; Het zal allemaal wel!
Ik laat het erbij zitten. We zouden het begrijpen.
Toch? Ik wel.

Maar wat vertelt ons verhaal? Die vrouw houdt niet op…
Ze laat het er niet bij zitten,  gooit het bijltje er niet bij neer.
Ze blijft maar aanhouden. Dag in dag uit… Week in week uit.
Jaar in jaar uit spreekt ze die rechter aan. Die man wordt gek van dat mens.
Op een gegeven moment is hij het zo beu, dat hij naar haar luistert en recht spreekt.
Zie je,  zegt Jezus: De aanhouder wint.  Zelfs bij zo’n onrechtvaardige rechter.
Nou als die boef uiteindelijk de smeekbeden van de vrouw honoreert;
hoeveel te meer zal de goede God dan luisteren naar iemand die met gekromde vingers tot hem bidt. Jezus zegt tegen u en mij: De kunst is om te blijven vertrouwen… om vol te houden…
om te blijven geloven dat God het goed met jou en de wereld voor heeft.
Betekent dat dan dat altijd zult genezen, als je maar voldoende bidt?  
Nee dat betekent het niet!  Maar wat dan wel?
Je werd geboren en leerde leven, je leerde lopen…
je leerde lezen, schrijven, rekenen; omgaan met andere kinderen.
Als meisje leerde je omgaan met jongens en omgekeerd.
Je werd moeder of vader en leerde kinderen opvoeden.
Je leerde ook dat je ze weer moet loslaten.
Je leerde omgaan met succes en met teleurstelling;
Je leerde leven met het lege nest en met het gemis van je partner.
Je leerde feest vieren en je leerde rouwen; Je leerde geloven en dan weer twijfelen en dan toch weer…

We hebben in allerlei levensfases van alles geleerd.
Allemaal dingen die horen bij het avontuur dat we leven noemen.
En nu? Nu moeten we leren omgaan met afnemende krachten,
met een minder goed functionerend brein,
met een lijf dat niet meer doet wat onze geest nog zou willen.

Oud worden, willen we allemaal, maar oud zijn, dat is me een toch een gedoe.
Je hoeft niet meer te werken, maar er komt nog wel een gevecht op je af.
Wij moeten in de laatste fase van ons leven afhankelijk leren.
Ooit hadden we alles zelf in de hand, dachten we.
Nu ontdekken we nu dat we los moeten laten…
Dat is niet gemakkelijk. Daar kun je ’s nachts van wakker liggen…
Je vecht met je gedachten… Je knokt met het idee dat je geen nut meer hebt,
alleen maar tot last bent, een deel van je leven uit handen moet geven.
We moeten de grens over van autonomie naar afhankelijkheid.

In het verhaal van Jacob is de grens getekend in de vorm van een rivier.
Het is de grens van zijn vaderland. Daar woont zijn broer. Hij zal niet langer autonoom zijn… Niet langer zelf de dienst uitmaken. Hij vecht in de nacht en wint. In die nacht krijgt hij een nieuwe naam. Een naam die vertrouwen geeft. Israel, want je hebt gestreden met God en gewonnen. God zegent hem met vertrouwen en geloof.  Hij gaat niet langer door het donker, want de zon gaat over hem op. De zon gaat schijnen voor Jacob, die aanvaardt
* dat hij er niet alleen voor staat – Hij mag blijven bidden!
*dat hij niet alleen op zichzelf is aangewezen – god gaat mee
* dat de mensen waar hij van afhankelijk wordt, niet zijn vijanden zijn,
   maar hem liefhebben. Esau is blij zijn met zijn terugkeer.  

Hij loopt dan wel een beetje mank, maar hij is niet overbodig.
Hij heeft nog een hele rol te spelen. Zijn leven kan verder.
Voor hem is die nieuwe wet niet nodig. Voor anderen misschien wel.

Ik zou zeggen: “Laten we maar blijven bidden…
Je mag de Here God aan zijn hoofd zeuren zoveel als je wilt, en zo lang als je wilt, en met alles wat je maar wilt… maar bidden is niet alleen je handen vouwen met gekromde vingers en dan maar praten en praten en praten… maar ook:
Stil zijn – luisteren – kijken of er ook gedachten in je opkomen
die je op het spoor zetten van “aanvaarden” Niet uit slaafsheid,
maar echt vrij aanvaarden, laten zien dat je in geloof
ook dit stuk van je leven aankunt. Daar kunt anderen mee helpen.
Gewoon, door het te laten zien!
Wat nou uitgediend, afgeschreven… Niks daarvan
Ook wij, bewoners van Lindendael zijn belangrijk voor onze medemensen.
Dat mag je geloven. Daarop mag je vertrouwen en dan – als de mensenzoon – komt, zal hij geloof vinden op aarde.
Maranatha! Kom Heer Jezus
kom spoedig!
AMEN