Lezingen: Lu cas 

 


 

Lieve mensen van God,

De rijke man en de arme Lazarus.
Een bekend verhaal waar ik vanmorgen drie elementen uitlicht,
die ieder op zich een hele preek waard zouden zijn.  
Het gaat om 1. arm en rijk  2. hiernamaals en hiernumaals. 3. hel en hemel  

Arm – rijk
Enkele weken geleden wijdde dagblad Trouw een serie artikelen aan kerkelijke gemeenten in enkele zeer welvarende dorpen in ons land. Ik noteerde een uitspraak van Ds. Ad Nieuwkoop, die – zo schreef de journalist- op zondagmorgen de mores in Bloemendaal fileert.
De dominee zei: “Wij moeten als bevoorrechten gestoord worden in onze voorspoedige leventjes.” Nou, als dat zijn doel is, dan kan hij zich het de teksten van vanmorgen helemaal uitleven. 

Lucas vertelt over een rijk man, die een uitbundig leven lijdt.
Hij kleedt zich in purperen gewaden, zo horen we.
Ik stel me iemand voor in onze tijd.
Hij gaat modieus gekleed, houdt zich altijd en overal aan de dresscodes.
Op de golfbaan een keurige polo met kraag – in de broek gedragen.
Op jacht gaat hij in een groenbruin jagerskostuum; een hoed met een veertje.
Op zijn 80 meter lange motorjacht met drie zwembaden,
draagt hij smetteloos wit en zie je hem nooit zonder kapiteinspet.  
De anderen aan boord moeten wel weten wie de boswachter is!  

Het is elke dag feest is in zijn huis.
Ik stel ik me villa voor op een  ommuurde compound,
waar je zonder speciaal pasje echt niet binnenkomt.
Bij de bewaakte achteringang komt een vaste cateraar
dagelijks kostelijke spijzen afleveren, die binnen met belegen wijnen
worden weggespoeld.
Bij de poort zit een bedelaar. Die hoopt op wat restjes.
De enige zorg die aan hem wordt besteed: een hond,
die trouw zijn wonden komt likken.

Overdrijf ik de rijkdom? Overdrijf ik de tegenstelling? Ja, ik overdrijf…
Mijn fantasie maakt de man nog veel rijker dan die in het verhaal.
Waarom? Nou…die man moet natuurlijk niet echt op u en mij lijken, toch?
We moesten eens gestoord worden in onze voorspoedige leventjes…
Ze komen allebei te overlijden.
Lazarus wordt door engelen weggedragen.
Hij mag rusten aan het hart van aartsvader Abraham.
Lazarus’ leven lijkt volkomen zinloos,
maar tot op vandaag wordt zijn naam overal ter wereld genoemd.

De rijke wordt prijsgegeven aan een naamloos graf.
Zo iemand is het gedenken niet waard.
Die mens mag geen naam hebben.

Eigen schuld, dikke bult!
Boontje komt om zijn loontje.
Ja, wij, keurige christenmensen, begrijpen heel goed,
waarom die rijkaard naamloos wordt afgevoerd naar de hel!
Had hij maar moeten omzien naar die arme Lazarus.

Hoe komt het toch dat Lazarus er op aarde zo bekaaid afkomt?
Is hij ongeschoold? Is hij gescheiden? Ex-gedetineerd misschien?
Bleek de hypotheek onder water te staan?
Het verhaal vertelt het niet. Het doet er niet toe.
De arme Lazarus is er en hij ligt aan de poort van de rijke.

Ik had ooit het voorrecht een groep theologiestudenten in Burundi,
iets te mogen vertellen over het kerkelijk leven in Europa.
In de gesprekken werd me duidelijk hoe belangrijk HOOP is
voor mensen in het arme deel van de wereld.
Ze doorstaan het onrecht van de armoe op basis van hoop.  
Hoop op een beter leven hier…  
maar vooral hoop op een beter leven in het hiernamaals.

Toen ik vertelde, dat wij Europeanen daar niet zo mee bezig zijn,
keken ze mij ongelovig aan. Het verbaasde hen zeer dat gelovigen in onze kerken veelal denken, dat het leven op aarde geleefd mag/moet worden.
Ze konden zich niet indenken dat menig gelovige hier zich nauwelijks
een voorstelling maakt van een leven na de dood.
“Dat zien we dan wel weer!” is immers een veel gehoorde opmerking.
Onze inzet is gericht op een samenleving die je “hemel op aarde” kunt
noemen: Gods koninkrijk, veelbelovend land, het paradijs.  
We bidden immers dagelijks: “Uw koninkrijk kome,
Uw wil geschiede op aarde zoals ook in de hemel.

De sociaaleconomische omstandigheden van mensen,
zijn mede bepalend voor hun manier van geloven.
Ik hoorde pasgeleden nog een mooi voorbeeld uit onze kerkgeschiedenis.
Het betreft Doopsgezinden in de 17-de eeuw.
In Friesland woonden nogal wat arme doperse boeren.
Ze waren zeer afhankelijk van de natuur. Die Friese doopsgezinden ontwikkelden een orthodox soort geloof, waarin de natuurkrachten werd gezien als instrumenten waarmee de Eeuwige, de mensheid beloont en straft.   
De mens is een nietig wezen dat volkomen afhankelijk is van een strenge, doch rechtvaardige God.

In diezelfde tijd groeide in de doopsgezinde gemeenschap van het rijke Amsterdam een meer vrijzinnige geloofsopvatting. Daar werd het beteugelen van de natuurkrachten gezien als de opdracht van mens. De mens als Schepper naast God. Adriaan Leeghwater – de molenbouwer, die o.a. de Beemster droog maalde, was doopsgezind. Ingenieur Cornelis Lely, de man van de Zuiderzee-werken, behoorde ook tot die groepering. We hebben onze droge voeten te danken aan… de doopsgezinden. U kent waarschijnlijk de uitspraak: God schiep de werelds, maar de Nederlanders hebben Holland gemaakt.
De mens, schepper naast God, is verantwoordelijk voor het leven op aarde.
Dat geldt niet alleen voor onze droge voeten, maar ook voor de onderlinge verhoudingen. Voor de verhoudingen tussen arm en rijk, bijvoorbeeld.
Daarmee zijn we terug bij onze lezingen.

We lazen Amos, die ongeveer 750 voor Chr. leefde en Lucas, die schreef in de tweede helft van de eerste eeuw… en we lezen de krant.  
Conclusie: Armoede is van alle tijden. Dat is zo!
Armoede bepaalt tot op de dag van vandaag het leven van miljoenen mensen.
Op heel wat plaatsen, o.a. in Burundi, maakt armoe het leven tot een hel,
al was het maar omdat ze ook daar naar westerse TV-series kijken.

Hoe ga je om met de armoede van je medemens. Amos en Lucas verkondigen  beide dat die vraag het scharnierpunt is waar alles om draait bij de God van Israël. Armoe is onrecht dat bestreden moet worden: Uw wil geschiede op aarde, zoals in de hemel.

En… Laten we er maar niet omheen draaien. Wij behoren tot degenen,
die hun schaapjes op het droge hebben. Voor u en mij is de cruciale vraag:
Hoe gaan we om met de armen?

Als het om landen als Burundi gaat, stuiten we op politieke en economische mechanismen, waar we niet zo gek veel invloed op hebben. We verzuchten dat we er toch niks aan kunnen doen en als we iets doen, is het maar heel kleine druppel op een heel grote gloeiende plaat. Jammer maar helaas.

Hoort u het ook? De stemmen van Amos en Lucas verdwijnen naar de achtergrond. Er staan uitleggers op die ons vertellen dat het in deze teksten over hogere geestelijke waarden gaat. Over het hiernamaals. Jehova’s getuigen komen je uitleggen, dat je je bij dat genootschap moet aansluiten om niet te hoeven lijden in het hiernamaals, zoals de rijke bij Lucas.

Armoede… is er altijd al geweest en zal er altijd zijn. Daar doe je niks aan.
Wie zo denkt is geen stap verder dan de afgodendienaars in bijbelse tijden.
Dat is nou heidendom. Alles maar over laten aan de machten van de natuur
en aan machtige mensen, die er slim van profiteren. Wat een armzalige visie op het leven! Wat een armzalige visie op het geloof in Gods koninkrijk.

Die manier van denken haalt de angel uit de profetie.
Die manier van denken negeert de uitdaging uit het evangelie.
In Afrika houd je het in het hiernumaals niet vol, zonder de hoop op het hiernamaals. Het zij onze broeders en zusters van harte gegund.

Maar als je aan de rijke kant van de kloof staat en al het onrecht maar laat voortbestaan… die mens stelt niks voor. Die mens levert geen enkele bijdrage aan Gods koninkrijk: Uw wil geschiedde op aarde zoals in de hemel.
Die bede in het Onze Vader wordt concreet in de harde woorden van Amos  tegen de rijken van zijn tijd; en in het uitdagende verhaal van Lucas.

Als we spreken over het koninkrijk Gods, waar zijn wil geschiedt dan gaat het over hier en nu. Als het gaat over de zin van joue leven, is de vraag:
Welke bijdrage heb jij geleverd?
Hoe heb jij je laten inspireren door Amos en door Lucas en ben je aan de slag gegaan? Of heb je je in slaap laten sussen met hiernamaalsverhalen…ben je weggezapt bij dat eentonig getik van de druppels op de gloeiende plaat.

Ik ken een jonge vrouw. Annick heet ze. Ze leeft op die gloeiende plaat…
Ze woont op de plek waar zo’n druppel viel.
Haar moeder was, toen ik haar in 2003 leerde kennen, weduwe.
Die moeder had groetenwinkeltje opgezet met een microkrediet,
waarvoor in  Nederland geld was ingezameld. Er was geld om Annick naar de basisschool te laten gaan. Haar moeder is plotseling overleden.
Dank zij een project van de kerk waartoe ze behoort kon ze toch naar het V.O.
Ze is twee jaar geleden afgestudeerd aan Hope University in Bujumbura.
Ze werkt bij een goed betalende buitenlandse firma. Met haar salaris betaalt ze de opleiding van haar jongere broertjes en zusjes. Een mooi verhaal? Zeker! Een waar verhaal ook… en een veilig verhaal; want Annick en haar familie blijven wel in Bujumbura.

Maar er zijn ook andere verhalen. Verhalen over mensen op de vlucht voor oorlogsgeweld. Verhalen over mensen die vandaag bivakkeren voor de poort van schatrijk Europa… En wat doet schatrijk Europa? Europa stelt vragen…

Waarom zijn deze mensen ze gevlucht?
Toch niet alleen maar om aan de armoe te ontkomen, hè? 
Het zijn toch niet van die volwassenen, die alles en iedereen achter laten en
hun leven wagen in gammele bootjes, om toekomst te creëren voor hun kinderen?  Dat zijn zeer moedige mensen. Maar wij plakken er een etiket op: Economische vluchteling! We laten ze niet toe!

Amos roept op tot bekering. Keer terug naar Thora!
Amos vermaant zijn volksgenoten omdat ze Gods wet veronachtzamen.
De profeet wijst de koning en de andere rijken op dat scharnierpunt.
Je maakt Thora zichtbaar als je omziet naar de arme, de weduwe, de wees, de vreemdeling. Daaraan kun je zien of je Thora volbrengt. 

0ok Lucas maakt duidelijk dat juist in je omgang  met degenen die het moeilijk hebben in de samenleving, duidelijk wordt of je leeft in de lijn van Jezus van Nazareth of juist niet.

Hoe ga je om met mensen die hier op aarde gaan door een hel van eenzaam-heid, armoede, pesterij, discriminatie, dakloosheid onderdrukking en allerlei andere vormen van onrecht?
Die vraag geldt voor de regering… en wordt een vraag aan jou persoonlijk als je 
politieke keuze bepaalt. Niet kiezen, betekent het laten voortbestaan van al het onrecht dat nu nog gebeurt. Wie niet of verkeerd kiest, stookt de hel nog wat op… Je kunt die vraag ook stellen aan de gemeente…

Hoe gaan we als protestantse gemeente om met de armen in onze dorpen en in de naburige stad? Zijn we kerk voor ons persoonlijk zielenheil of vormen we een gemeente ter wille van de samenleving? Bestaat ons diaconaat uit het geven van geld aan doelen die ons bevallen of nemen we verantwoordelijkheid voor mensen in een situatie van onrecht. Het diaconaat hoort geen kerkelijke liefdadigheid te zijn, maar inzet voor gerechtigheid en vrede. Hoe je dat doet?
Daartoe heeft God zelf ons een handleiding verschaft, die glashelder is voor particulieren en politici, voor gemeenten en parochies… Je mag gaan in het spoor van de God die in psalm 146 wordt bezongen:

Hij blijft bedacht op trouw voor altijd.
Voor het recht van de onderdrukten komt hij op.
Hij geeft hongerigen brood, de Heer maakt gevangenen vrij
De Heer opent blinden de ogen; De Heer richt verslagenen op
De Heer heeft rechtvaardigen lief; neemt de vreemdeling in bescherming
wees en weduwe staat Hij bij.

 

Veel Christenen hopen na hun dood te worden verenigd met de Schepper in de hemel. Hoe dat zal zijn, weten we niet.
God is op aarde bezig…door middel van zijn kerk.
Hij roept de gemeente om schepper naast God  te zijn;
Een christen mag geloven dat zijn inzet leidt tot:
“Uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel.”

 

De aarde vervuld van recht en vrede.  Een samenleving zoals God bedoelt.
Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, daalt neer
en de Eeuwige woont te midden van de mensen.

Geloven anno 2016 betekent – denk ik – vertrouwen op een God
die mensen inschakelt om hier en nu “hemel op aarde” te creëren.
We hebben nog een lange weg te gaan… maar er zijn tekenen van hoop.
Er is geloofsgemeenschap… dwars door alle kerken heen
die Esther als straatpastor de straat op laat gaan ter wille van de daklozen.
die Soleil, Esther en Margriet inhuurt als hulpverleners voor mensen in crisis.
die bezig is een inloophuis te creëren, waar mensen elkaar ontmoeten en hun hulpvragen op tafel kunnen leggen.
die mensen ronselt om maatje te worden van iemand die in de schulden raakt.
die langdurig verantwoordelijk wil zijn voor een projecten in de derde wereld.
die vluchtelingen opvangt en helpt hun weg te vinden in onze samenleving.
 
Nee, het is niet hopeloos. Het is niet zonder perspectief. Het is klip en klaar welke kant het opgaat … Het gaat richting koninkrijk…
waar Gods wil geschiedt op aarde zoals in de hemel.

Dat het mag zijn – in de naam van de vader en de zoon en de heilige Geest.
AMEN


 




 

Lieve mensen van God,

De rijke man en de arme Lazarus.
Een bekend verhaal waar ik vanmorgen drie elementen uitlicht,
die ieder op zich een hele preek waard zouden zijn.  
Het gaat om 1. arm en rijk  2. hiernamaals en hiernumaals. 3. hel en hemel  

Arm – rijk
Enkele weken geleden wijdde dagblad Trouw een serie artikelen aan kerkelijke gemeenten in enkele zeer welvarende dorpen in ons land. Ik noteerde een uitspraak van Ds. Ad Nieuwkoop, die – zo schreef de journalist- op zondagmorgen de mores in Bloemendaal fileert.
De dominee zei: “Wij moeten als bevoorrechten gestoord worden in onze voorspoedige leventjes.” Nou, als dat zijn doel is, dan kan hij zich het de teksten van vanmorgen helemaal uitleven. 

Lucas vertelt over een rijk man, die een uitbundig leven lijdt.
Hij kleedt zich in purperen gewaden, zo horen we.
Ik stel me iemand voor in onze tijd.
Hij gaat modieus gekleed, houdt zich altijd en overal aan de dresscodes.
Op de golfbaan een keurige polo met kraag – in de broek gedragen.
Op jacht gaat hij in een groenbruin jagerskostuum; een hoed met een veertje.
Op zijn 80 meter lange motorjacht met drie zwembaden,
draagt hij smetteloos wit en zie je hem nooit zonder kapiteinspet.  
De anderen aan boord moeten wel weten wie de boswachter is!  

Het is elke dag feest is in zijn huis.
Ik stel ik me villa voor op een  ommuurde compound,
waar je zonder speciaal pasje echt niet binnenkomt.
Bij de bewaakte achteringang komt een vaste cateraar
dagelijks kostelijke spijzen afleveren, die binnen met belegen wijnen
worden weggespoeld.
Bij de poort zit een bedelaar. Die hoopt op wat restjes.
De enige zorg die aan hem wordt besteed: een hond,
die trouw zijn wonden komt likken.

Overdrijf ik de rijkdom? Overdrijf ik de tegenstelling? Ja, ik overdrijf…
Mijn fantasie maakt de man nog veel rijker dan die in het verhaal.
Waarom? Nou…die man moet natuurlijk niet echt op u en mij lijken, toch?
We moesten eens gestoord worden in onze voorspoedige leventjes…
Ze komen allebei te overlijden.
Lazarus wordt door engelen weggedragen.
Hij mag rusten aan het hart van aartsvader Abraham.
Lazarus’ leven lijkt volkomen zinloos,
maar tot op vandaag wordt zijn naam overal ter wereld genoemd.

De rijke wordt prijsgegeven aan een naamloos graf.
Zo iemand is het gedenken niet waard.
Die mens mag geen naam hebben.

Eigen schuld, dikke bult!
Boontje komt om zijn loontje.
Ja, wij, keurige christenmensen, begrijpen heel goed,
waarom die rijkaard naamloos wordt afgevoerd naar de hel!
Had hij maar moeten omzien naar die arme Lazarus.

Hoe komt het toch dat Lazarus er op aarde zo bekaaid afkomt?
Is hij ongeschoold? Is hij gescheiden? Ex-gedetineerd misschien?
Bleek de hypotheek onder water te staan?
Het verhaal vertelt het niet. Het doet er niet toe.
De arme Lazarus is er en hij ligt aan de poort van de rijke.

Ik had ooit het voorrecht een groep theologiestudenten in Burundi,
iets te mogen vertellen over het kerkelijk leven in Europa.
In de gesprekken werd me duidelijk hoe belangrijk HOOP is
voor mensen in het arme deel van de wereld.
Ze doorstaan het onrecht van de armoe op basis van hoop.  
Hoop op een beter leven hier…  
maar vooral hoop op een beter leven in het hiernamaals.

Toen ik vertelde, dat wij Europeanen daar niet zo mee bezig zijn,
keken ze mij ongelovig aan. Het verbaasde hen zeer dat gelovigen in onze kerken veelal denken, dat het leven op aarde geleefd mag/moet worden.
Ze konden zich niet indenken dat menig gelovige hier zich nauwelijks
een voorstelling maakt van een leven na de dood.
“Dat zien we dan wel weer!” is immers een veel gehoorde opmerking.
Onze inzet is gericht op een samenleving die je “hemel op aarde” kunt
noemen: Gods koninkrijk, veelbelovend land, het paradijs.  
We bidden immers dagelijks: “Uw koninkrijk kome,
Uw wil geschiede op aarde zoals ook in de hemel.

De sociaaleconomische omstandigheden van mensen,
zijn mede bepalend voor hun manier van geloven.
Ik hoorde pasgeleden nog een mooi voorbeeld uit onze kerkgeschiedenis.
Het betreft Doopsgezinden in de 17-de eeuw.
In Friesland woonden nogal wat arme doperse boeren.
Ze waren zeer afhankelijk van de natuur. Die Friese doopsgezinden ontwikkelden een orthodox soort geloof, waarin de natuurkrachten werd gezien als instrumenten waarmee de Eeuwige, de mensheid beloont en straft.   
De mens is een nietig wezen dat volkomen afhankelijk is van een strenge, doch rechtvaardige God.

In diezelfde tijd groeide in de doopsgezinde gemeenschap van het rijke Amsterdam een meer vrijzinnige geloofsopvatting. Daar werd het beteugelen van de natuurkrachten gezien als de opdracht van mens. De mens als Schepper naast God. Adriaan Leeghwater – de molenbouwer, die o.a. de Beemster droog maalde, was doopsgezind. Ingenieur Cornelis Lely, de man van de Zuiderzee-werken, behoorde ook tot die groepering. We hebben onze droge voeten te danken aan… de doopsgezinden. U kent waarschijnlijk de uitspraak: God schiep de werelds, maar de Nederlanders hebben Holland gemaakt.
De mens, schepper naast God, is verantwoordelijk voor het leven op aarde.
Dat geldt niet alleen voor onze droge voeten, maar ook voor de onderlinge verhoudingen. Voor de verhoudingen tussen arm en rijk, bijvoorbeeld.
Daarmee zijn we terug bij onze lezingen.

We lazen Amos, die ongeveer 750 voor Chr. leefde en Lucas, die schreef in de tweede helft van de eerste eeuw… en we lezen de krant.  
Conclusie: Armoede is van alle tijden. Dat is zo!
Armoede bepaalt tot op de dag van vandaag het leven van miljoenen mensen.
Op heel wat plaatsen, o.a. in Burundi, maakt armoe het leven tot een hel,
al was het maar omdat ze ook daar naar westerse TV-series kijken.

Hoe ga je om met de armoede van je medemens. Amos en Lucas verkondigen  beide dat die vraag het scharnierpunt is waar alles om draait bij de God van Israël. Armoe is onrecht dat bestreden moet worden: Uw wil geschiede op aarde, zoals in de hemel.

En… Laten we er maar niet omheen draaien. Wij behoren tot degenen,
die hun schaapjes op het droge hebben. Voor u en mij is de cruciale vraag:
Hoe gaan we om met de armen?

Als het om landen als Burundi gaat, stuiten we op politieke en economische mechanismen, waar we niet zo gek veel invloed op hebben. We verzuchten dat we er toch niks aan kunnen doen en als we iets doen, is het maar heel kleine druppel op een heel grote gloeiende plaat. Jammer maar helaas.

Hoort u het ook? De stemmen van Amos en Lucas verdwijnen naar de achtergrond. Er staan uitleggers op die ons vertellen dat het in deze teksten over hogere geestelijke waarden gaat. Over het hiernamaals. Jehova’s getuigen komen je uitleggen, dat je je bij dat genootschap moet aansluiten om niet te hoeven lijden in het hiernamaals, zoals de rijke bij Lucas.

Armoede… is er altijd al geweest en zal er altijd zijn. Daar doe je niks aan.
Wie zo denkt is geen stap verder dan de afgodendienaars in bijbelse tijden.
Dat is nou heidendom. Alles maar over laten aan de machten van de natuur
en aan machtige mensen, die er slim van profiteren. Wat een armzalige visie op het leven! Wat een armzalige visie op het geloof in Gods koninkrijk.

Die manier van denken haalt de angel uit de profetie.
Die manier van denken negeert de uitdaging uit het evangelie.
In Afrika houd je het in het hiernumaals niet vol, zonder de hoop op het hiernamaals. Het zij onze broeders en zusters van harte gegund.

Maar als je aan de rijke kant van de kloof staat en al het onrecht maar laat voortbestaan… die mens stelt niks voor. Die mens levert geen enkele bijdrage aan Gods koninkrijk: Uw wil geschiedde op aarde zoals in de hemel.
Die bede in het Onze Vader wordt concreet in de harde woorden van Amos  tegen de rijken van zijn tijd; en in het uitdagende verhaal van Lucas.

Als we spreken over het koninkrijk Gods, waar zijn wil geschiedt dan gaat het over hier en nu. Als het gaat over de zin van joue leven, is de vraag:
Welke bijdrage heb jij geleverd?
Hoe heb jij je laten inspireren door Amos en door Lucas en ben je aan de slag gegaan? Of heb je je in slaap laten sussen met hiernamaalsverhalen…ben je weggezapt bij dat eentonig getik van de druppels op de gloeiende plaat.

Ik ken een jonge vrouw. Annick heet ze. Ze leeft op die gloeiende plaat…
Ze woont op de plek waar zo’n druppel viel.
Haar moeder was, toen ik haar in 2003 leerde kennen, weduwe.
Die moeder had groetenwinkeltje opgezet met een microkrediet,
waarvoor in  Nederland geld was ingezameld. Er was geld om Annick naar de basisschool te laten gaan. Haar moeder is plotseling overleden.
Dank zij een project van de kerk waartoe ze behoort kon ze toch naar het V.O.
Ze is twee jaar geleden afgestudeerd aan Hope University in Bujumbura.
Ze werkt bij een goed betalende buitenlandse firma. Met haar salaris betaalt ze de opleiding van haar jongere broertjes en zusjes. Een mooi verhaal? Zeker! Een waar verhaal ook… en een veilig verhaal; want Annick en haar familie blijven wel in Bujumbura.

Maar er zijn ook andere verhalen. Verhalen over mensen op de vlucht voor oorlogsgeweld. Verhalen over mensen die vandaag bivakkeren voor de poort van schatrijk Europa… En wat doet schatrijk Europa? Europa stelt vragen…

Waarom zijn deze mensen ze gevlucht?
Toch niet alleen maar om aan de armoe te ontkomen, hè? 
Het zijn toch niet van die volwassenen, die alles en iedereen achter laten en
hun leven wagen in gammele bootjes, om toekomst te creëren voor hun kinderen?  Dat zijn zeer moedige mensen. Maar wij plakken er een etiket op: Economische vluchteling! We laten ze niet toe!

Amos roept op tot bekering. Keer terug naar Thora!
Amos vermaant zijn volksgenoten omdat ze Gods wet veronachtzamen.
De profeet wijst de koning en de andere rijken op dat scharnierpunt.
Je maakt Thora zichtbaar als je omziet naar de arme, de weduwe, de wees, de vreemdeling. Daaraan kun je zien of je Thora volbrengt. 

0ok Lucas maakt duidelijk dat juist in je omgang  met degenen die het moeilijk hebben in de samenleving, duidelijk wordt of je leeft in de lijn van Jezus van Nazareth of juist niet.

Hoe ga je om met mensen die hier op aarde gaan door een hel van eenzaam-heid, armoede, pesterij, discriminatie, dakloosheid onderdrukking en allerlei andere vormen van onrecht?
Die vraag geldt voor de regering… en wordt een vraag aan jou persoonlijk als je 
politieke keuze bepaalt. Niet kiezen, betekent het laten voortbestaan van al het onrecht dat nu nog gebeurt. Wie niet of verkeerd kiest, stookt de hel nog wat op… Je kunt die vraag ook stellen aan de gemeente…

Hoe gaan we als protestantse gemeente om met de armen in onze dorpen en in de naburige stad? Zijn we kerk voor ons persoonlijk zielenheil of vormen we een gemeente ter wille van de samenleving? Bestaat ons diaconaat uit het geven van geld aan doelen die ons bevallen of nemen we verantwoordelijkheid voor mensen in een situatie van onrecht. Het diaconaat hoort geen kerkelijke liefdadigheid te zijn, maar inzet voor gerechtigheid en vrede. Hoe je dat doet?
Daartoe heeft God zelf ons een handleiding verschaft, die glashelder is voor particulieren en politici, voor gemeenten en parochies… Je mag gaan in het spoor van de God die in psalm 146 wordt bezongen:

Hij blijft bedacht op trouw voor altijd.
Voor het recht van de onderdrukten komt hij op.
Hij geeft hongerigen brood, de Heer maakt gevangenen vrij
De Heer opent blinden de ogen; De Heer richt verslagenen op
De Heer heeft rechtvaardigen lief; neemt de vreemdeling in bescherming
wees en weduwe staat Hij bij.

 

Veel Christenen hopen na hun dood te worden verenigd met de Schepper in de hemel. Hoe dat zal zijn, weten we niet.
God is op aarde bezig…door middel van zijn kerk.
Hij roept de gemeente om schepper naast God  te zijn;
Een christen mag geloven dat zijn inzet leidt tot:
“Uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel.”

 

De aarde vervuld van recht en vrede.  Een samenleving zoals God bedoelt.
Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, daalt neer
en de Eeuwige woont te midden van de mensen.

Geloven anno 2016 betekent – denk ik – vertrouwen op een God
die mensen inschakelt om hier en nu “hemel op aarde” te creëren.
We hebben nog een lange weg te gaan… maar er zijn tekenen van hoop.
Er is geloofsgemeenschap… dwars door alle kerken heen
die Esther als straatpastor de straat op laat gaan ter wille van de daklozen.
die Soleil, Esther en Margriet inhuurt als hulpverleners voor mensen in crisis.
die bezig is een inloophuis te creëren, waar mensen elkaar ontmoeten en hun hulpvragen op tafel kunnen leggen.
die mensen ronselt om maatje te worden van iemand die in de schulden raakt.
die langdurig verantwoordelijk wil zijn voor een projecten in de derde wereld.
die vluchtelingen opvangt en helpt hun weg te vinden in onze samenleving.
 
Nee, het is niet hopeloos. Het is niet zonder perspectief. Het is klip en klaar welke kant het opgaat … Het gaat richting koninkrijk…
waar Gods wil geschiedt op aarde zoals in de hemel.

Dat het mag zijn – in de naam van de vader en de zoon en de heilige Geest.
AMEN


 




 

Lieve mensen van God,

De rijke man en de arme Lazarus.
Een bekend verhaal waar ik vanmorgen drie elementen uitlicht,
die ieder op zich een hele preek waard zouden zijn.  
Het gaat om 1. arm en rijk  2. hiernamaals en hiernumaals. 3. hel en hemel  

Arm – rijk
Enkele weken geleden wijdde dagblad Trouw een serie artikelen aan kerkelijke gemeenten in enkele zeer welvarende dorpen in ons land. Ik noteerde een uitspraak van Ds. Ad Nieuwkoop, die – zo schreef de journalist- op zondagmorgen de mores in Bloemendaal fileert.
De dominee zei: “Wij moeten als bevoorrechten gestoord worden in onze voorspoedige leventjes.” Nou, als dat zijn doel is, dan kan hij zich het de teksten van vanmorgen helemaal uitleven. 

Lucas vertelt over een rijk man, die een uitbundig leven lijdt.
Hij kleedt zich in purperen gewaden, zo horen we.
Ik stel me iemand voor in onze tijd.
Hij gaat modieus gekleed, houdt zich altijd en overal aan de dresscodes.
Op de golfbaan een keurige polo met kraag – in de broek gedragen.
Op jacht gaat hij in een groenbruin jagerskostuum; een hoed met een veertje.
Op zijn 80 meter lange motorjacht met drie zwembaden,
draagt hij smetteloos wit en zie je hem nooit zonder kapiteinspet.  
De anderen aan boord moeten wel weten wie de boswachter is!  

Het is elke dag feest is in zijn huis.
Ik stel ik me villa voor op een  ommuurde compound,
waar je zonder speciaal pasje echt niet binnenkomt.
Bij de bewaakte achteringang komt een vaste cateraar
dagelijks kostelijke spijzen afleveren, die binnen met belegen wijnen
worden weggespoeld.
Bij de poort zit een bedelaar. Die hoopt op wat restjes.
De enige zorg die aan hem wordt besteed: een hond,
die trouw zijn wonden komt likken.

Overdrijf ik de rijkdom? Overdrijf ik de tegenstelling? Ja, ik overdrijf…
Mijn fantasie maakt de man nog veel rijker dan die in het verhaal.
Waarom? Nou…die man moet natuurlijk niet echt op u en mij lijken, toch?
We moesten eens gestoord worden in onze voorspoedige leventjes…
Ze komen allebei te overlijden.
Lazarus wordt door engelen weggedragen.
Hij mag rusten aan het hart van aartsvader Abraham.
Lazarus’ leven lijkt volkomen zinloos,
maar tot op vandaag wordt zijn naam overal ter wereld genoemd.

De rijke wordt prijsgegeven aan een naamloos graf.
Zo iemand is het gedenken niet waard.
Die mens mag geen naam hebben.

Eigen schuld, dikke bult!
Boontje komt om zijn loontje.
Ja, wij, keurige christenmensen, begrijpen heel goed,
waarom die rijkaard naamloos wordt afgevoerd naar de hel!
Had hij maar moeten omzien naar die arme Lazarus.

Hoe komt het toch dat Lazarus er op aarde zo bekaaid afkomt?
Is hij ongeschoold? Is hij gescheiden? Ex-gedetineerd misschien?
Bleek de hypotheek onder water te staan?
Het verhaal vertelt het niet. Het doet er niet toe.
De arme Lazarus is er en hij ligt aan de poort van de rijke.

Ik had ooit het voorrecht een groep theologiestudenten in Burundi,
iets te mogen vertellen over het kerkelijk leven in Europa.
In de gesprekken werd me duidelijk hoe belangrijk HOOP is
voor mensen in het arme deel van de wereld.
Ze doorstaan het onrecht van de armoe op basis van hoop.  
Hoop op een beter leven hier…  
maar vooral hoop op een beter leven in het hiernamaals.

Toen ik vertelde, dat wij Europeanen daar niet zo mee bezig zijn,
keken ze mij ongelovig aan. Het verbaasde hen zeer dat gelovigen in onze kerken veelal denken, dat het leven op aarde geleefd mag/moet worden.
Ze konden zich niet indenken dat menig gelovige hier zich nauwelijks
een voorstelling maakt van een leven na de dood.
“Dat zien we dan wel weer!” is immers een veel gehoorde opmerking.
Onze inzet is gericht op een samenleving die je “hemel op aarde” kunt
noemen: Gods koninkrijk, veelbelovend land, het paradijs.  
We bidden immers dagelijks: “Uw koninkrijk kome,
Uw wil geschiede op aarde zoals ook in de hemel.

De sociaaleconomische omstandigheden van mensen,
zijn mede bepalend voor hun manier van geloven.
Ik hoorde pasgeleden nog een mooi voorbeeld uit onze kerkgeschiedenis.
Het betreft Doopsgezinden in de 17-de eeuw.
In Friesland woonden nogal wat arme doperse boeren.
Ze waren zeer afhankelijk van de natuur. Die Friese doopsgezinden ontwikkelden een orthodox soort geloof, waarin de natuurkrachten werd gezien als instrumenten waarmee de Eeuwige, de mensheid beloont en straft.   
De mens is een nietig wezen dat volkomen afhankelijk is van een strenge, doch rechtvaardige God.

In diezelfde tijd groeide in de doopsgezinde gemeenschap van het rijke Amsterdam een meer vrijzinnige geloofsopvatting. Daar werd het beteugelen van de natuurkrachten gezien als de opdracht van mens. De mens als Schepper naast God. Adriaan Leeghwater – de molenbouwer, die o.a. de Beemster droog maalde, was doopsgezind. Ingenieur Cornelis Lely, de man van de Zuiderzee-werken, behoorde ook tot die groepering. We hebben onze droge voeten te danken aan… de doopsgezinden. U kent waarschijnlijk de uitspraak: God schiep de werelds, maar de Nederlanders hebben Holland gemaakt.
De mens, schepper naast God, is verantwoordelijk voor het leven op aarde.
Dat geldt niet alleen voor onze droge voeten, maar ook voor de onderlinge verhoudingen. Voor de verhoudingen tussen arm en rijk, bijvoorbeeld.
Daarmee zijn we terug bij onze lezingen.

We lazen Amos, die ongeveer 750 voor Chr. leefde en Lucas, die schreef in de tweede helft van de eerste eeuw… en we lezen de krant.  
Conclusie: Armoede is van alle tijden. Dat is zo!
Armoede bepaalt tot op de dag van vandaag het leven van miljoenen mensen.
Op heel wat plaatsen, o.a. in Burundi, maakt armoe het leven tot een hel,
al was het maar omdat ze ook daar naar westerse TV-series kijken.

Hoe ga je om met de armoede van je medemens. Amos en Lucas verkondigen  beide dat die vraag het scharnierpunt is waar alles om draait bij de God van Israël. Armoe is onrecht dat bestreden moet worden: Uw wil geschiede op aarde, zoals in de hemel.

En… Laten we er maar niet omheen draaien. Wij behoren tot degenen,
die hun schaapjes op het droge hebben. Voor u en mij is de cruciale vraag:
Hoe gaan we om met de armen?

Als het om landen als Burundi gaat, stuiten we op politieke en economische mechanismen, waar we niet zo gek veel invloed op hebben. We verzuchten dat we er toch niks aan kunnen doen en als we iets doen, is het maar heel kleine druppel op een heel grote gloeiende plaat. Jammer maar helaas.

Hoort u het ook? De stemmen van Amos en Lucas verdwijnen naar de achtergrond. Er staan uitleggers op die ons vertellen dat het in deze teksten over hogere geestelijke waarden gaat. Over het hiernamaals. Jehova’s getuigen komen je uitleggen, dat je je bij dat genootschap moet aansluiten om niet te hoeven lijden in het hiernamaals, zoals de rijke bij Lucas.

Armoede… is er altijd al geweest en zal er altijd zijn. Daar doe je niks aan.
Wie zo denkt is geen stap verder dan de afgodendienaars in bijbelse tijden.
Dat is nou heidendom. Alles maar over laten aan de machten van de natuur
en aan machtige mensen, die er slim van profiteren. Wat een armzalige visie op het leven! Wat een armzalige visie op het geloof in Gods koninkrijk.

Die manier van denken haalt de angel uit de profetie.
Die manier van denken negeert de uitdaging uit het evangelie.
In Afrika houd je het in het hiernumaals niet vol, zonder de hoop op het hiernamaals. Het zij onze broeders en zusters van harte gegund.

Maar als je aan de rijke kant van de kloof staat en al het onrecht maar laat voortbestaan… die mens stelt niks voor. Die mens levert geen enkele bijdrage aan Gods koninkrijk: Uw wil geschiedde op aarde zoals in de hemel.
Die bede in het Onze Vader wordt concreet in de harde woorden van Amos  tegen de rijken van zijn tijd; en in het uitdagende verhaal van Lucas.

Als we spreken over het koninkrijk Gods, waar zijn wil geschiedt dan gaat het over hier en nu. Als het gaat over de zin van joue leven, is de vraag:
Welke bijdrage heb jij geleverd?
Hoe heb jij je laten inspireren door Amos en door Lucas en ben je aan de slag gegaan? Of heb je je in slaap laten sussen met hiernamaalsverhalen…ben je weggezapt bij dat eentonig getik van de druppels op de gloeiende plaat.

Ik ken een jonge vrouw. Annick heet ze. Ze leeft op die gloeiende plaat…
Ze woont op de plek waar zo’n druppel viel.
Haar moeder was, toen ik haar in 2003 leerde kennen, weduwe.
Die moeder had groetenwinkeltje opgezet met een microkrediet,
waarvoor in  Nederland geld was ingezameld. Er was geld om Annick naar de basisschool te laten gaan. Haar moeder is plotseling overleden.
Dank zij een project van de kerk waartoe ze behoort kon ze toch naar het V.O.
Ze is twee jaar geleden afgestudeerd aan Hope University in Bujumbura.
Ze werkt bij een goed betalende buitenlandse firma. Met haar salaris betaalt ze de opleiding van haar jongere broertjes en zusjes. Een mooi verhaal? Zeker! Een waar verhaal ook… en een veilig verhaal; want Annick en haar familie blijven wel in Bujumbura.

Maar er zijn ook andere verhalen. Verhalen over mensen op de vlucht voor oorlogsgeweld. Verhalen over mensen die vandaag bivakkeren voor de poort van schatrijk Europa… En wat doet schatrijk Europa? Europa stelt vragen…

Waarom zijn deze mensen ze gevlucht?
Toch niet alleen maar om aan de armoe te ontkomen, hè? 
Het zijn toch niet van die volwassenen, die alles en iedereen achter laten en
hun leven wagen in gammele bootjes, om toekomst te creëren voor hun kinderen?  Dat zijn zeer moedige mensen. Maar wij plakken er een etiket op: Economische vluchteling! We laten ze niet toe!

Amos roept op tot bekering. Keer terug naar Thora!
Amos vermaant zijn volksgenoten omdat ze Gods wet veronachtzamen.
De profeet wijst de koning en de andere rijken op dat scharnierpunt.
Je maakt Thora zichtbaar als je omziet naar de arme, de weduwe, de wees, de vreemdeling. Daaraan kun je zien of je Thora volbrengt. 

0ok Lucas maakt duidelijk dat juist in je omgang  met degenen die het moeilijk hebben in de samenleving, duidelijk wordt of je leeft in de lijn van Jezus van Nazareth of juist niet.

Hoe ga je om met mensen die hier op aarde gaan door een hel van eenzaam-heid, armoede, pesterij, discriminatie, dakloosheid onderdrukking en allerlei andere vormen van onrecht?
Die vraag geldt voor de regering… en wordt een vraag aan jou persoonlijk als je 
politieke keuze bepaalt. Niet kiezen, betekent het laten voortbestaan van al het onrecht dat nu nog gebeurt. Wie niet of verkeerd kiest, stookt de hel nog wat op… Je kunt die vraag ook stellen aan de gemeente…

Hoe gaan we als protestantse gemeente om met de armen in onze dorpen en in de naburige stad? Zijn we kerk voor ons persoonlijk zielenheil of vormen we een gemeente ter wille van de samenleving? Bestaat ons diaconaat uit het geven van geld aan doelen die ons bevallen of nemen we verantwoordelijkheid voor mensen in een situatie van onrecht. Het diaconaat hoort geen kerkelijke liefdadigheid te zijn, maar inzet voor gerechtigheid en vrede. Hoe je dat doet?
Daartoe heeft God zelf ons een handleiding verschaft, die glashelder is voor particulieren en politici, voor gemeenten en parochies… Je mag gaan in het spoor van de God die in psalm 146 wordt bezongen:

Hij blijft bedacht op trouw voor altijd.
Voor het recht van de onderdrukten komt hij op.
Hij geeft hongerigen brood, de Heer maakt gevangenen vrij
De Heer opent blinden de ogen; De Heer richt verslagenen op
De Heer heeft rechtvaardigen lief; neemt de vreemdeling in bescherming
wees en weduwe staat Hij bij.

 

Veel Christenen hopen na hun dood te worden verenigd met de Schepper in de hemel. Hoe dat zal zijn, weten we niet.
God is op aarde bezig…door middel van zijn kerk.
Hij roept de gemeente om schepper naast God  te zijn;
Een christen mag geloven dat zijn inzet leidt tot:
“Uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel.”

 

De aarde vervuld van recht en vrede.  Een samenleving zoals God bedoelt.
Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, daalt neer
en de Eeuwige woont te midden van de mensen.

Geloven anno 2016 betekent – denk ik – vertrouwen op een God
die mensen inschakelt om hier en nu “hemel op aarde” te creëren.
We hebben nog een lange weg te gaan… maar er zijn tekenen van hoop.
Er is geloofsgemeenschap… dwars door alle kerken heen
die Esther als straatpastor de straat op laat gaan ter wille van de daklozen.
die Soleil, Esther en Margriet inhuurt als hulpverleners voor mensen in crisis.
die bezig is een inloophuis te creëren, waar mensen elkaar ontmoeten en hun hulpvragen op tafel kunnen leggen.
die mensen ronselt om maatje te worden van iemand die in de schulden raakt.
die langdurig verantwoordelijk wil zijn voor een projecten in de derde wereld.
die vluchtelingen opvangt en helpt hun weg te vinden in onze samenleving.
 
Nee, het is niet hopeloos. Het is niet zonder perspectief. Het is klip en klaar welke kant het opgaat … Het gaat richting koninkrijk…
waar Gods wil geschiedt op aarde zoals in de hemel.

Dat het mag zijn – in de naam van de vader en de zoon en de heilige Geest.
AMEN


 




 

Lieve mensen van God,

De rijke man en de arme Lazarus.
Een bekend verhaal waar ik vanmorgen drie elementen uitlicht,
die ieder op zich een hele preek waard zouden zijn.  
Het gaat om 1. arm en rijk  2. hiernamaals en hiernumaals. 3. hel en hemel  

Arm – rijk
Enkele weken geleden wijdde dagblad Trouw een serie artikelen aan kerkelijke gemeenten in enkele zeer welvarende dorpen in ons land. Ik noteerde een uitspraak van Ds. Ad Nieuwkoop, die – zo schreef de journalist- op zondagmorgen de mores in Bloemendaal fileert.
De dominee zei: “Wij moeten als bevoorrechten gestoord worden in onze voorspoedige leventjes.” Nou, als dat zijn doel is, dan kan hij zich het de teksten van vanmorgen helemaal uitleven. 

Lucas vertelt over een rijk man, die een uitbundig leven lijdt.
Hij kleedt zich in purperen gewaden, zo horen we.
Ik stel me iemand voor in onze tijd.
Hij gaat modieus gekleed, houdt zich altijd en overal aan de dresscodes.
Op de golfbaan een keurige polo met kraag – in de broek gedragen.
Op jacht gaat hij in een groenbruin jagerskostuum; een hoed met een veertje.
Op zijn 80 meter lange motorjacht met drie zwembaden,
draagt hij smetteloos wit en zie je hem nooit zonder kapiteinspet.  
De anderen aan boord moeten wel weten wie de boswachter is!  

Het is elke dag feest is in zijn huis.
Ik stel ik me villa voor op een  ommuurde compound,
waar je zonder speciaal pasje echt niet binnenkomt.
Bij de bewaakte achteringang komt een vaste cateraar
dagelijks kostelijke spijzen afleveren, die binnen met belegen wijnen
worden weggespoeld.
Bij de poort zit een bedelaar. Die hoopt op wat restjes.
De enige zorg die aan hem wordt besteed: een hond,
die trouw zijn wonden komt likken.

Overdrijf ik de rijkdom? Overdrijf ik de tegenstelling? Ja, ik overdrijf…
Mijn fantasie maakt de man nog veel rijker dan die in het verhaal.
Waarom? Nou…die man moet natuurlijk niet echt op u en mij lijken, toch?
We moesten eens gestoord worden in onze voorspoedige leventjes…
Ze komen allebei te overlijden.
Lazarus wordt door engelen weggedragen.
Hij mag rusten aan het hart van aartsvader Abraham.
Lazarus’ leven lijkt volkomen zinloos,
maar tot op vandaag wordt zijn naam overal ter wereld genoemd.

De rijke wordt prijsgegeven aan een naamloos graf.
Zo iemand is het gedenken niet waard.
Die mens mag geen naam hebben.

Eigen schuld, dikke bult!
Boontje komt om zijn loontje.
Ja, wij, keurige christenmensen, begrijpen heel goed,
waarom die rijkaard naamloos wordt afgevoerd naar de hel!
Had hij maar moeten omzien naar die arme Lazarus.

Hoe komt het toch dat Lazarus er op aarde zo bekaaid afkomt?
Is hij ongeschoold? Is hij gescheiden? Ex-gedetineerd misschien?
Bleek de hypotheek onder water te staan?
Het verhaal vertelt het niet. Het doet er niet toe.
De arme Lazarus is er en hij ligt aan de poort van de rijke.

Ik had ooit het voorrecht een groep theologiestudenten in Burundi,
iets te mogen vertellen over het kerkelijk leven in Europa.
In de gesprekken werd me duidelijk hoe belangrijk HOOP is
voor mensen in het arme deel van de wereld.
Ze doorstaan het onrecht van de armoe op basis van hoop.  
Hoop op een beter leven hier…  
maar vooral hoop op een beter leven in het hiernamaals.

Toen ik vertelde, dat wij Europeanen daar niet zo mee bezig zijn,
keken ze mij ongelovig aan. Het verbaasde hen zeer dat gelovigen in onze kerken veelal denken, dat het leven op aarde geleefd mag/moet worden.
Ze konden zich niet indenken dat menig gelovige hier zich nauwelijks
een voorstelling maakt van een leven na de dood.
“Dat zien we dan wel weer!” is immers een veel gehoorde opmerking.
Onze inzet is gericht op een samenleving die je “hemel op aarde” kunt
noemen: Gods koninkrijk, veelbelovend land, het paradijs.  
We bidden immers dagelijks: “Uw koninkrijk kome,
Uw wil geschiede op aarde zoals ook in de hemel.

De sociaaleconomische omstandigheden van mensen,
zijn mede bepalend voor hun manier van geloven.
Ik hoorde pasgeleden nog een mooi voorbeeld uit onze kerkgeschiedenis.
Het betreft Doopsgezinden in de 17-de eeuw.
In Friesland woonden nogal wat arme doperse boeren.
Ze waren zeer afhankelijk van de natuur. Die Friese doopsgezinden ontwikkelden een orthodox soort geloof, waarin de natuurkrachten werd gezien als instrumenten waarmee de Eeuwige, de mensheid beloont en straft.   
De mens is een nietig wezen dat volkomen afhankelijk is van een strenge, doch rechtvaardige God.

In diezelfde tijd groeide in de doopsgezinde gemeenschap van het rijke Amsterdam een meer vrijzinnige geloofsopvatting. Daar werd het beteugelen van de natuurkrachten gezien als de opdracht van mens. De mens als Schepper naast God. Adriaan Leeghwater – de molenbouwer, die o.a. de Beemster droog maalde, was doopsgezind. Ingenieur Cornelis Lely, de man van de Zuiderzee-werken, behoorde ook tot die groepering. We hebben onze droge voeten te danken aan… de doopsgezinden. U kent waarschijnlijk de uitspraak: God schiep de werelds, maar de Nederlanders hebben Holland gemaakt.
De mens, schepper naast God, is verantwoordelijk voor het leven op aarde.
Dat geldt niet alleen voor onze droge voeten, maar ook voor de onderlinge verhoudingen. Voor de verhoudingen tussen arm en rijk, bijvoorbeeld.
Daarmee zijn we terug bij onze lezingen.

We lazen Amos, die ongeveer 750 voor Chr. leefde en Lucas, die schreef in de tweede helft van de eerste eeuw… en we lezen de krant.  
Conclusie: Armoede is van alle tijden. Dat is zo!
Armoede bepaalt tot op de dag van vandaag het leven van miljoenen mensen.
Op heel wat plaatsen, o.a. in Burundi, maakt armoe het leven tot een hel,
al was het maar omdat ze ook daar naar westerse TV-series kijken.

Hoe ga je om met de armoede van je medemens. Amos en Lucas verkondigen  beide dat die vraag het scharnierpunt is waar alles om draait bij de God van Israël. Armoe is onrecht dat bestreden moet worden: Uw wil geschiede op aarde, zoals in de hemel.

En… Laten we er maar niet omheen draaien. Wij behoren tot degenen,
die hun schaapjes op het droge hebben. Voor u en mij is de cruciale vraag:
Hoe gaan we om met de armen?

Als het om landen als Burundi gaat, stuiten we op politieke en economische mechanismen, waar we niet zo gek veel invloed op hebben. We verzuchten dat we er toch niks aan kunnen doen en als we iets doen, is het maar heel kleine druppel op een heel grote gloeiende plaat. Jammer maar helaas.

Hoort u het ook? De stemmen van Amos en Lucas verdwijnen naar de achtergrond. Er staan uitleggers op die ons vertellen dat het in deze teksten over hogere geestelijke waarden gaat. Over het hiernamaals. Jehova’s getuigen komen je uitleggen, dat je je bij dat genootschap moet aansluiten om niet te hoeven lijden in het hiernamaals, zoals de rijke bij Lucas.

Armoede… is er altijd al geweest en zal er altijd zijn. Daar doe je niks aan.
Wie zo denkt is geen stap verder dan de afgodendienaars in bijbelse tijden.
Dat is nou heidendom. Alles maar over laten aan de machten van de natuur
en aan machtige mensen, die er slim van profiteren. Wat een armzalige visie op het leven! Wat een armzalige visie op het geloof in Gods koninkrijk.

Die manier van denken haalt de angel uit de profetie.
Die manier van denken negeert de uitdaging uit het evangelie.
In Afrika houd je het in het hiernumaals niet vol, zonder de hoop op het hiernamaals. Het zij onze broeders en zusters van harte gegund.

Maar als je aan de rijke kant van de kloof staat en al het onrecht maar laat voortbestaan… die mens stelt niks voor. Die mens levert geen enkele bijdrage aan Gods koninkrijk: Uw wil geschiedde op aarde zoals in de hemel.
Die bede in het Onze Vader wordt concreet in de harde woorden van Amos  tegen de rijken van zijn tijd; en in het uitdagende verhaal van Lucas.

Als we spreken over het koninkrijk Gods, waar zijn wil geschiedt dan gaat het over hier en nu. Als het gaat over de zin van joue leven, is de vraag:
Welke bijdrage heb jij geleverd?
Hoe heb jij je laten inspireren door Amos en door Lucas en ben je aan de slag gegaan? Of heb je je in slaap laten sussen met hiernamaalsverhalen…ben je weggezapt bij dat eentonig getik van de druppels op de gloeiende plaat.

Ik ken een jonge vrouw. Annick heet ze. Ze leeft op die gloeiende plaat…
Ze woont op de plek waar zo’n druppel viel.
Haar moeder was, toen ik haar in 2003 leerde kennen, weduwe.
Die moeder had groetenwinkeltje opgezet met een microkrediet,
waarvoor in  Nederland geld was ingezameld. Er was geld om Annick naar de basisschool te laten gaan. Haar moeder is plotseling overleden.
Dank zij een project van de kerk waartoe ze behoort kon ze toch naar het V.O.
Ze is twee jaar geleden afgestudeerd aan Hope University in Bujumbura.
Ze werkt bij een goed betalende buitenlandse firma. Met haar salaris betaalt ze de opleiding van haar jongere broertjes en zusjes. Een mooi verhaal? Zeker! Een waar verhaal ook… en een veilig verhaal; want Annick en haar familie blijven wel in Bujumbura.

Maar er zijn ook andere verhalen. Verhalen over mensen op de vlucht voor oorlogsgeweld. Verhalen over mensen die vandaag bivakkeren voor de poort van schatrijk Europa… En wat doet schatrijk Europa? Europa stelt vragen…

Waarom zijn deze mensen ze gevlucht?
Toch niet alleen maar om aan de armoe te ontkomen, hè? 
Het zijn toch niet van die volwassenen, die alles en iedereen achter laten en
hun leven wagen in gammele bootjes, om toekomst te creëren voor hun kinderen?  Dat zijn zeer moedige mensen. Maar wij plakken er een etiket op: Economische vluchteling! We laten ze niet toe!

Amos roept op tot bekering. Keer terug naar Thora!
Amos vermaant zijn volksgenoten omdat ze Gods wet veronachtzamen.
De profeet wijst de koning en de andere rijken op dat scharnierpunt.
Je maakt Thora zichtbaar als je omziet naar de arme, de weduwe, de wees, de vreemdeling. Daaraan kun je zien of je Thora volbrengt. 

0ok Lucas maakt duidelijk dat juist in je omgang  met degenen die het moeilijk hebben in de samenleving, duidelijk wordt of je leeft in de lijn van Jezus van Nazareth of juist niet.

Hoe ga je om met mensen die hier op aarde gaan door een hel van eenzaam-heid, armoede, pesterij, discriminatie, dakloosheid onderdrukking en allerlei andere vormen van onrecht?
Die vraag geldt voor de regering… en wordt een vraag aan jou persoonlijk als je 
politieke keuze bepaalt. Niet kiezen, betekent het laten voortbestaan van al het onrecht dat nu nog gebeurt. Wie niet of verkeerd kiest, stookt de hel nog wat op… Je kunt die vraag ook stellen aan de gemeente…

Hoe gaan we als protestantse gemeente om met de armen in onze dorpen en in de naburige stad? Zijn we kerk voor ons persoonlijk zielenheil of vormen we een gemeente ter wille van de samenleving? Bestaat ons diaconaat uit het geven van geld aan doelen die ons bevallen of nemen we verantwoordelijkheid voor mensen in een situatie van onrecht. Het diaconaat hoort geen kerkelijke liefdadigheid te zijn, maar inzet voor gerechtigheid en vrede. Hoe je dat doet?
Daartoe heeft God zelf ons een handleiding verschaft, die glashelder is voor particulieren en politici, voor gemeenten en parochies… Je mag gaan in het spoor van de God die in psalm 146 wordt bezongen:

Hij blijft bedacht op trouw voor altijd.
Voor het recht van de onderdrukten komt hij op.
Hij geeft hongerigen brood, de Heer maakt gevangenen vrij
De Heer opent blinden de ogen; De Heer richt verslagenen op
De Heer heeft rechtvaardigen lief; neemt de vreemdeling in bescherming
wees en weduwe staat Hij bij.

 

Veel Christenen hopen na hun dood te worden verenigd met de Schepper in de hemel. Hoe dat zal zijn, weten we niet.
God is op aarde bezig…door middel van zijn kerk.
Hij roept de gemeente om schepper naast God  te zijn;
Een christen mag geloven dat zijn inzet leidt tot:
“Uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel.”

 

De aarde vervuld van recht en vrede.  Een samenleving zoals God bedoelt.
Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, daalt neer
en de Eeuwige woont te midden van de mensen.

Geloven anno 2016 betekent – denk ik – vertrouwen op een God
die mensen inschakelt om hier en nu “hemel op aarde” te creëren.
We hebben nog een lange weg te gaan… maar er zijn tekenen van hoop.
Er is geloofsgemeenschap… dwars door alle kerken heen
die Esther als straatpastor de straat op laat gaan ter wille van de daklozen.
die Soleil, Esther en Margriet inhuurt als hulpverleners voor mensen in crisis.
die bezig is een inloophuis te creëren, waar mensen elkaar ontmoeten en hun hulpvragen op tafel kunnen leggen.
die mensen ronselt om maatje te worden van iemand die in de schulden raakt.
die langdurig verantwoordelijk wil zijn voor een projecten in de derde wereld.
die vluchtelingen opvangt en helpt hun weg te vinden in onze samenleving.
 
Nee, het is niet hopeloos. Het is niet zonder perspectief. Het is klip en klaar welke kant het opgaat … Het gaat richting koninkrijk…
waar Gods wil geschiedt op aarde zoals in de hemel.

Dat het mag zijn – in de naam van de vader en de zoon en de heilige Geest.
AMEN


 




 

Lieve mensen van God,

De rijke man en de arme Lazarus.
Een bekend verhaal waar ik vanmorgen drie elementen uitlicht,
die ieder op zich een hele preek waard zouden zijn.  
Het gaat om 1. arm en rijk  2. hiernamaals en hiernumaals. 3. hel en hemel  

Arm – rijk
Enkele weken geleden wijdde dagblad Trouw een serie artikelen aan kerkelijke gemeenten in enkele zeer welvarende dorpen in ons land. Ik noteerde een uitspraak van Ds. Ad Nieuwkoop, die – zo schreef de journalist- op zondagmorgen de mores in Bloemendaal fileert.
De dominee zei: “Wij moeten als bevoorrechten gestoord worden in onze voorspoedige leventjes.” Nou, als dat zijn doel is, dan kan hij zich het de teksten van vanmorgen helemaal uitleven. 

Lucas vertelt over een rijk man, die een uitbundig leven lijdt.
Hij kleedt zich in purperen gewaden, zo horen we.
Ik stel me iemand voor in onze tijd.
Hij gaat modieus gekleed, houdt zich altijd en overal aan de dresscodes.
Op de golfbaan een keurige polo met kraag – in de broek gedragen.
Op jacht gaat hij in een groenbruin jagerskostuum; een hoed met een veertje.
Op zijn 80 meter lange motorjacht met drie zwembaden,
draagt hij smetteloos wit en zie je hem nooit zonder kapiteinspet.  
De anderen aan boord moeten wel weten wie de boswachter is!  

Het is elke dag feest is in zijn huis.
Ik stel ik me villa voor op een  ommuurde compound,
waar je zonder speciaal pasje echt niet binnenkomt.
Bij de bewaakte achteringang komt een vaste cateraar
dagelijks kostelijke spijzen afleveren, die binnen met belegen wijnen
worden weggespoeld.
Bij de poort zit een bedelaar. Die hoopt op wat restjes.
De enige zorg die aan hem wordt besteed: een hond,
die trouw zijn wonden komt likken.

Overdrijf ik de rijkdom? Overdrijf ik de tegenstelling? Ja, ik overdrijf…
Mijn fantasie maakt de man nog veel rijker dan die in het verhaal.
Waarom? Nou…die man moet natuurlijk niet echt op u en mij lijken, toch?
We moesten eens gestoord worden in onze voorspoedige leventjes…
Ze komen allebei te overlijden.
Lazarus wordt door engelen weggedragen.
Hij mag rusten aan het hart van aartsvader Abraham.
Lazarus’ leven lijkt volkomen zinloos,
maar tot op vandaag wordt zijn naam overal ter wereld genoemd.

De rijke wordt prijsgegeven aan een naamloos graf.
Zo iemand is het gedenken niet waard.
Die mens mag geen naam hebben.

Eigen schuld, dikke bult!
Boontje komt om zijn loontje.
Ja, wij, keurige christenmensen, begrijpen heel goed,
waarom die rijkaard naamloos wordt afgevoerd naar de hel!
Had hij maar moeten omzien naar die arme Lazarus.

Hoe komt het toch dat Lazarus er op aarde zo bekaaid afkomt?
Is hij ongeschoold? Is hij gescheiden? Ex-gedetineerd misschien?
Bleek de hypotheek onder water te staan?
Het verhaal vertelt het niet. Het doet er niet toe.
De arme Lazarus is er en hij ligt aan de poort van de rijke.

Ik had ooit het voorrecht een groep theologiestudenten in Burundi,
iets te mogen vertellen over het kerkelijk leven in Europa.
In de gesprekken werd me duidelijk hoe belangrijk HOOP is
voor mensen in het arme deel van de wereld.
Ze doorstaan het onrecht van de armoe op basis van hoop.  
Hoop op een beter leven hier…  
maar vooral hoop op een beter leven in het hiernamaals.

Toen ik vertelde, dat wij Europeanen daar niet zo mee bezig zijn,
keken ze mij ongelovig aan. Het verbaasde hen zeer dat gelovigen in onze kerken veelal denken, dat het leven op aarde geleefd mag/moet worden.
Ze konden zich niet indenken dat menig gelovige hier zich nauwelijks
een voorstelling maakt van een leven na de dood.
“Dat zien we dan wel weer!” is immers een veel gehoorde opmerking.
Onze inzet is gericht op een samenleving die je “hemel op aarde” kunt
noemen: Gods koninkrijk, veelbelovend land, het paradijs.  
We bidden immers dagelijks: “Uw koninkrijk kome,
Uw wil geschiede op aarde zoals ook in de hemel.

De sociaaleconomische omstandigheden van mensen,
zijn mede bepalend voor hun manier van geloven.
Ik hoorde pasgeleden nog een mooi voorbeeld uit onze kerkgeschiedenis.
Het betreft Doopsgezinden in de 17-de eeuw.
In Friesland woonden nogal wat arme doperse boeren.
Ze waren zeer afhankelijk van de natuur. Die Friese doopsgezinden ontwikkelden een orthodox soort geloof, waarin de natuurkrachten werd gezien als instrumenten waarmee de Eeuwige, de mensheid beloont en straft.   
De mens is een nietig wezen dat volkomen afhankelijk is van een strenge, doch rechtvaardige God.

In diezelfde tijd groeide in de doopsgezinde gemeenschap van het rijke Amsterdam een meer vrijzinnige geloofsopvatting. Daar werd het beteugelen van de natuurkrachten gezien als de opdracht van mens. De mens als Schepper naast God. Adriaan Leeghwater – de molenbouwer, die o.a. de Beemster droog maalde, was doopsgezind. Ingenieur Cornelis Lely, de man van de Zuiderzee-werken, behoorde ook tot die groepering. We hebben onze droge voeten te danken aan… de doopsgezinden. U kent waarschijnlijk de uitspraak: God schiep de werelds, maar de Nederlanders hebben Holland gemaakt.
De mens, schepper naast God, is verantwoordelijk voor het leven op aarde.
Dat geldt niet alleen voor onze droge voeten, maar ook voor de onderlinge verhoudingen. Voor de verhoudingen tussen arm en rijk, bijvoorbeeld.
Daarmee zijn we terug bij onze lezingen.

We lazen Amos, die ongeveer 750 voor Chr. leefde en Lucas, die schreef in de tweede helft van de eerste eeuw… en we lezen de krant.  
Conclusie: Armoede is van alle tijden. Dat is zo!
Armoede bepaalt tot op de dag van vandaag het leven van miljoenen mensen.
Op heel wat plaatsen, o.a. in Burundi, maakt armoe het leven tot een hel,
al was het maar omdat ze ook daar naar westerse TV-series kijken.

Hoe ga je om met de armoede van je medemens. Amos en Lucas verkondigen  beide dat die vraag het scharnierpunt is waar alles om draait bij de God van Israël. Armoe is onrecht dat bestreden moet worden: Uw wil geschiede op aarde, zoals in de hemel.

En… Laten we er maar niet omheen draaien. Wij behoren tot degenen,
die hun schaapjes op het droge hebben. Voor u en mij is de cruciale vraag:
Hoe gaan we om met de armen?

Als het om landen als Burundi gaat, stuiten we op politieke en economische mechanismen, waar we niet zo gek veel invloed op hebben. We verzuchten dat we er toch niks aan kunnen doen en als we iets doen, is het maar heel kleine druppel op een heel grote gloeiende plaat. Jammer maar helaas.

Hoort u het ook? De stemmen van Amos en Lucas verdwijnen naar de achtergrond. Er staan uitleggers op die ons vertellen dat het in deze teksten over hogere geestelijke waarden gaat. Over het hiernamaals. Jehova’s getuigen komen je uitleggen, dat je je bij dat genootschap moet aansluiten om niet te hoeven lijden in het hiernamaals, zoals de rijke bij Lucas.

Armoede… is er altijd al geweest en zal er altijd zijn. Daar doe je niks aan.
Wie zo denkt is geen stap verder dan de afgodendienaars in bijbelse tijden.
Dat is nou heidendom. Alles maar over laten aan de machten van de natuur
en aan machtige mensen, die er slim van profiteren. Wat een armzalige visie op het leven! Wat een armzalige visie op het geloof in Gods koninkrijk.

Die manier van denken haalt de angel uit de profetie.
Die manier van denken negeert de uitdaging uit het evangelie.
In Afrika houd je het in het hiernumaals niet vol, zonder de hoop op het hiernamaals. Het zij onze broeders en zusters van harte gegund.

Maar als je aan de rijke kant van de kloof staat en al het onrecht maar laat voortbestaan… die mens stelt niks voor. Die mens levert geen enkele bijdrage aan Gods koninkrijk: Uw wil geschiedde op aarde zoals in de hemel.
Die bede in het Onze Vader wordt concreet in de harde woorden van Amos  tegen de rijken van zijn tijd; en in het uitdagende verhaal van Lucas.

Als we spreken over het koninkrijk Gods, waar zijn wil geschiedt dan gaat het over hier en nu. Als het gaat over de zin van joue leven, is de vraag:
Welke bijdrage heb jij geleverd?
Hoe heb jij je laten inspireren door Amos en door Lucas en ben je aan de slag gegaan? Of heb je je in slaap laten sussen met hiernamaalsverhalen…ben je weggezapt bij dat eentonig getik van de druppels op de gloeiende plaat.

Ik ken een jonge vrouw. Annick heet ze. Ze leeft op die gloeiende plaat…
Ze woont op de plek waar zo’n druppel viel.
Haar moeder was, toen ik haar in 2003 leerde kennen, weduwe.
Die moeder had groetenwinkeltje opgezet met een microkrediet,
waarvoor in  Nederland geld was ingezameld. Er was geld om Annick naar de basisschool te laten gaan. Haar moeder is plotseling overleden.
Dank zij een project van de kerk waartoe ze behoort kon ze toch naar het V.O.
Ze is twee jaar geleden afgestudeerd aan Hope University in Bujumbura.
Ze werkt bij een goed betalende buitenlandse firma. Met haar salaris betaalt ze de opleiding van haar jongere broertjes en zusjes. Een mooi verhaal? Zeker! Een waar verhaal ook… en een veilig verhaal; want Annick en haar familie blijven wel in Bujumbura.

Maar er zijn ook andere verhalen. Verhalen over mensen op de vlucht voor oorlogsgeweld. Verhalen over mensen die vandaag bivakkeren voor de poort van schatrijk Europa… En wat doet schatrijk Europa? Europa stelt vragen…

Waarom zijn deze mensen ze gevlucht?
Toch niet alleen maar om aan de armoe te ontkomen, hè? 
Het zijn toch niet van die volwassenen, die alles en iedereen achter laten en
hun leven wagen in gammele bootjes, om toekomst te creëren voor hun kinderen?  Dat zijn zeer moedige mensen. Maar wij plakken er een etiket op: Economische vluchteling! We laten ze niet toe!

Amos roept op tot bekering. Keer terug naar Thora!
Amos vermaant zijn volksgenoten omdat ze Gods wet veronachtzamen.
De profeet wijst de koning en de andere rijken op dat scharnierpunt.
Je maakt Thora zichtbaar als je omziet naar de arme, de weduwe, de wees, de vreemdeling. Daaraan kun je zien of je Thora volbrengt. 

0ok Lucas maakt duidelijk dat juist in je omgang  met degenen die het moeilijk hebben in de samenleving, duidelijk wordt of je leeft in de lijn van Jezus van Nazareth of juist niet.

Hoe ga je om met mensen die hier op aarde gaan door een hel van eenzaam-heid, armoede, pesterij, discriminatie, dakloosheid onderdrukking en allerlei andere vormen van onrecht?
Die vraag geldt voor de regering… en wordt een vraag aan jou persoonlijk als je 
politieke keuze bepaalt. Niet kiezen, betekent het laten voortbestaan van al het onrecht dat nu nog gebeurt. Wie niet of verkeerd kiest, stookt de hel nog wat op… Je kunt die vraag ook stellen aan de gemeente…

Hoe gaan we als protestantse gemeente om met de armen in onze dorpen en in de naburige stad? Zijn we kerk voor ons persoonlijk zielenheil of vormen we een gemeente ter wille van de samenleving? Bestaat ons diaconaat uit het geven van geld aan doelen die ons bevallen of nemen we verantwoordelijkheid voor mensen in een situatie van onrecht. Het diaconaat hoort geen kerkelijke liefdadigheid te zijn, maar inzet voor gerechtigheid en vrede. Hoe je dat doet?
Daartoe heeft God zelf ons een handleiding verschaft, die glashelder is voor particulieren en politici, voor gemeenten en parochies… Je mag gaan in het spoor van de God die in psalm 146 wordt bezongen:

Hij blijft bedacht op trouw voor altijd.
Voor het recht van de onderdrukten komt hij op.
Hij geeft hongerigen brood, de Heer maakt gevangenen vrij
De Heer opent blinden de ogen; De Heer richt verslagenen op
De Heer heeft rechtvaardigen lief; neemt de vreemdeling in bescherming
wees en weduwe staat Hij bij.

 

Veel Christenen hopen na hun dood te worden verenigd met de Schepper in de hemel. Hoe dat zal zijn, weten we niet.
God is op aarde bezig…door middel van zijn kerk.
Hij roept de gemeente om schepper naast God  te zijn;
Een christen mag geloven dat zijn inzet leidt tot:
“Uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel.”

 

De aarde vervuld van recht en vrede.  Een samenleving zoals God bedoelt.
Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, daalt neer
en de Eeuwige woont te midden van de mensen.

Geloven anno 2016 betekent – denk ik – vertrouwen op een God
die mensen inschakelt om hier en nu “hemel op aarde” te creëren.
We hebben nog een lange weg te gaan… maar er zijn tekenen van hoop.
Er is geloofsgemeenschap… dwars door alle kerken heen
die Esther als straatpastor de straat op laat gaan ter wille van de daklozen.
die Soleil, Esther en Margriet inhuurt als hulpverleners voor mensen in crisis.
die bezig is een inloophuis te creëren, waar mensen elkaar ontmoeten en hun hulpvragen op tafel kunnen leggen.
die mensen ronselt om maatje te worden van iemand die in de schulden raakt.
die langdurig verantwoordelijk wil zijn voor een projecten in de derde wereld.
die vluchtelingen opvangt en helpt hun weg te vinden in onze samenleving.
 
Nee, het is niet hopeloos. Het is niet zonder perspectief. Het is klip en klaar welke kant het opgaat … Het gaat richting koninkrijk…
waar Gods wil geschiedt op aarde zoals in de hemel.

Dat het mag zijn – in de naam van de vader en de zoon en de heilige Geest.
AMEN


 




 

Lieve mensen van God,

De rijke man en de arme Lazarus.
Een bekend verhaal waar ik vanmorgen drie elementen uitlicht,
die ieder op zich een hele preek waard zouden zijn.  
Het gaat om 1. arm en rijk  2. hiernamaals en hiernumaals. 3. hel en hemel  

Arm – rijk
Enkele weken geleden wijdde dagblad Trouw een serie artikelen aan kerkelijke gemeenten in enkele zeer welvarende dorpen in ons land. Ik noteerde een uitspraak van Ds. Ad Nieuwkoop, die – zo schreef de journalist- op zondagmorgen de mores in Bloemendaal fileert.
De dominee zei: “Wij moeten als bevoorrechten gestoord worden in onze voorspoedige leventjes.” Nou, als dat zijn doel is, dan kan hij zich het de teksten van vanmorgen helemaal uitleven. 

Lucas vertelt over een rijk man, die een uitbundig leven lijdt.
Hij kleedt zich in purperen gewaden, zo horen we.
Ik stel me iemand voor in onze tijd.
Hij gaat modieus gekleed, houdt zich altijd en overal aan de dresscodes.
Op de golfbaan een keurige polo met kraag – in de broek gedragen.
Op jacht gaat hij in een groenbruin jagerskostuum; een hoed met een veertje.
Op zijn 80 meter lange motorjacht met drie zwembaden,
draagt hij smetteloos wit en zie je hem nooit zonder kapiteinspet.  
De anderen aan boord moeten wel weten wie de boswachter is!  

Het is elke dag feest is in zijn huis.
Ik stel ik me villa voor op een  ommuurde compound,
waar je zonder speciaal pasje echt niet binnenkomt.
Bij de bewaakte achteringang komt een vaste cateraar
dagelijks kostelijke spijzen afleveren, die binnen met belegen wijnen
worden weggespoeld.
Bij de poort zit een bedelaar. Die hoopt op wat restjes.
De enige zorg die aan hem wordt besteed: een hond,
die trouw zijn wonden komt likken.

Overdrijf ik de rijkdom? Overdrijf ik de tegenstelling? Ja, ik overdrijf…
Mijn fantasie maakt de man nog veel rijker dan die in het verhaal.
Waarom? Nou…die man moet natuurlijk niet echt op u en mij lijken, toch?
We moesten eens gestoord worden in onze voorspoedige leventjes…
Ze komen allebei te overlijden.
Lazarus wordt door engelen weggedragen.
Hij mag rusten aan het hart van aartsvader Abraham.
Lazarus’ leven lijkt volkomen zinloos,
maar tot op vandaag wordt zijn naam overal ter wereld genoemd.

De rijke wordt prijsgegeven aan een naamloos graf.
Zo iemand is het gedenken niet waard.
Die mens mag geen naam hebben.

Eigen schuld, dikke bult!
Boontje komt om zijn loontje.
Ja, wij, keurige christenmensen, begrijpen heel goed,
waarom die rijkaard naamloos wordt afgevoerd naar de hel!
Had hij maar moeten omzien naar die arme Lazarus.

Hoe komt het toch dat Lazarus er op aarde zo bekaaid afkomt?
Is hij ongeschoold? Is hij gescheiden? Ex-gedetineerd misschien?
Bleek de hypotheek onder water te staan?
Het verhaal vertelt het niet. Het doet er niet toe.
De arme Lazarus is er en hij ligt aan de poort van de rijke.

Ik had ooit het voorrecht een groep theologiestudenten in Burundi,
iets te mogen vertellen over het kerkelijk leven in Europa.
In de gesprekken werd me duidelijk hoe belangrijk HOOP is
voor mensen in het arme deel van de wereld.
Ze doorstaan het onrecht van de armoe op basis van hoop.  
Hoop op een beter leven hier…  
maar vooral hoop op een beter leven in het hiernamaals.

Toen ik vertelde, dat wij Europeanen daar niet zo mee bezig zijn,
keken ze mij ongelovig aan. Het verbaasde hen zeer dat gelovigen in onze kerken veelal denken, dat het leven op aarde geleefd mag/moet worden.
Ze konden zich niet indenken dat menig gelovige hier zich nauwelijks
een voorstelling maakt van een leven na de dood.
“Dat zien we dan wel weer!” is immers een veel gehoorde opmerking.
Onze inzet is gericht op een samenleving die je “hemel op aarde” kunt
noemen: Gods koninkrijk, veelbelovend land, het paradijs.  
We bidden immers dagelijks: “Uw koninkrijk kome,
Uw wil geschiede op aarde zoals ook in de hemel.

De sociaaleconomische omstandigheden van mensen,
zijn mede bepalend voor hun manier van geloven.
Ik hoorde pasgeleden nog een mooi voorbeeld uit onze kerkgeschiedenis.
Het betreft Doopsgezinden in de 17-de eeuw.
In Friesland woonden nogal wat arme doperse boeren.
Ze waren zeer afhankelijk van de natuur. Die Friese doopsgezinden ontwikkelden een orthodox soort geloof, waarin de natuurkrachten werd gezien als instrumenten waarmee de Eeuwige, de mensheid beloont en straft.   
De mens is een nietig wezen dat volkomen afhankelijk is van een strenge, doch rechtvaardige God.

In diezelfde tijd groeide in de doopsgezinde gemeenschap van het rijke Amsterdam een meer vrijzinnige geloofsopvatting. Daar werd het beteugelen van de natuurkrachten gezien als de opdracht van mens. De mens als Schepper naast God. Adriaan Leeghwater – de molenbouwer, die o.a. de Beemster droog maalde, was doopsgezind. Ingenieur Cornelis Lely, de man van de Zuiderzee-werken, behoorde ook tot die groepering. We hebben onze droge voeten te danken aan… de doopsgezinden. U kent waarschijnlijk de uitspraak: God schiep de werelds, maar de Nederlanders hebben Holland gemaakt.
De mens, schepper naast God, is verantwoordelijk voor het leven op aarde.
Dat geldt niet alleen voor onze droge voeten, maar ook voor de onderlinge verhoudingen. Voor de verhoudingen tussen arm en rijk, bijvoorbeeld.
Daarmee zijn we terug bij onze lezingen.

We lazen Amos, die ongeveer 750 voor Chr. leefde en Lucas, die schreef in de tweede helft van de eerste eeuw… en we lezen de krant.  
Conclusie: Armoede is van alle tijden. Dat is zo!
Armoede bepaalt tot op de dag van vandaag het leven van miljoenen mensen.
Op heel wat plaatsen, o.a. in Burundi, maakt armoe het leven tot een hel,
al was het maar omdat ze ook daar naar westerse TV-series kijken.

Hoe ga je om met de armoede van je medemens. Amos en Lucas verkondigen  beide dat die vraag het scharnierpunt is waar alles om draait bij de God van Israël. Armoe is onrecht dat bestreden moet worden: Uw wil geschiede op aarde, zoals in de hemel.

En… Laten we er maar niet omheen draaien. Wij behoren tot degenen,
die hun schaapjes op het droge hebben. Voor u en mij is de cruciale vraag:
Hoe gaan we om met de armen?

Als het om landen als Burundi gaat, stuiten we op politieke en economische mechanismen, waar we niet zo gek veel invloed op hebben. We verzuchten dat we er toch niks aan kunnen doen en als we iets doen, is het maar heel kleine druppel op een heel grote gloeiende plaat. Jammer maar helaas.

Hoort u het ook? De stemmen van Amos en Lucas verdwijnen naar de achtergrond. Er staan uitleggers op die ons vertellen dat het in deze teksten over hogere geestelijke waarden gaat. Over het hiernamaals. Jehova’s getuigen komen je uitleggen, dat je je bij dat genootschap moet aansluiten om niet te hoeven lijden in het hiernamaals, zoals de rijke bij Lucas.

Armoede… is er altijd al geweest en zal er altijd zijn. Daar doe je niks aan.
Wie zo denkt is geen stap verder dan de afgodendienaars in bijbelse tijden.
Dat is nou heidendom. Alles maar over laten aan de machten van de natuur
en aan machtige mensen, die er slim van profiteren. Wat een armzalige visie op het leven! Wat een armzalige visie op het geloof in Gods koninkrijk.

Die manier van denken haalt de angel uit de profetie.
Die manier van denken negeert de uitdaging uit het evangelie.
In Afrika houd je het in het hiernumaals niet vol, zonder de hoop op het hiernamaals. Het zij onze broeders en zusters van harte gegund.

Maar als je aan de rijke kant van de kloof staat en al het onrecht maar laat voortbestaan… die mens stelt niks voor. Die mens levert geen enkele bijdrage aan Gods koninkrijk: Uw wil geschiedde op aarde zoals in de hemel.
Die bede in het Onze Vader wordt concreet in de harde woorden van Amos  tegen de rijken van zijn tijd; en in het uitdagende verhaal van Lucas.

Als we spreken over het koninkrijk Gods, waar zijn wil geschiedt dan gaat het over hier en nu. Als het gaat over de zin van joue leven, is de vraag:
Welke bijdrage heb jij geleverd?
Hoe heb jij je laten inspireren door Amos en door Lucas en ben je aan de slag gegaan? Of heb je je in slaap laten sussen met hiernamaalsverhalen…ben je weggezapt bij dat eentonig getik van de druppels op de gloeiende plaat.

Ik ken een jonge vrouw. Annick heet ze. Ze leeft op die gloeiende plaat…
Ze woont op de plek waar zo’n druppel viel.
Haar moeder was, toen ik haar in 2003 leerde kennen, weduwe.
Die moeder had groetenwinkeltje opgezet met een microkrediet,
waarvoor in  Nederland geld was ingezameld. Er was geld om Annick naar de basisschool te laten gaan. Haar moeder is plotseling overleden.
Dank zij een project van de kerk waartoe ze behoort kon ze toch naar het V.O.
Ze is twee jaar geleden afgestudeerd aan Hope University in Bujumbura.
Ze werkt bij een goed betalende buitenlandse firma. Met haar salaris betaalt ze de opleiding van haar jongere broertjes en zusjes. Een mooi verhaal? Zeker! Een waar verhaal ook… en een veilig verhaal; want Annick en haar familie blijven wel in Bujumbura.

Maar er zijn ook andere verhalen. Verhalen over mensen op de vlucht voor oorlogsgeweld. Verhalen over mensen die vandaag bivakkeren voor de poort van schatrijk Europa… En wat doet schatrijk Europa? Europa stelt vragen…

Waarom zijn deze mensen ze gevlucht?
Toch niet alleen maar om aan de armoe te ontkomen, hè? 
Het zijn toch niet van die volwassenen, die alles en iedereen achter laten en
hun leven wagen in gammele bootjes, om toekomst te creëren voor hun kinderen?  Dat zijn zeer moedige mensen. Maar wij plakken er een etiket op: Economische vluchteling! We laten ze niet toe!

Amos roept op tot bekering. Keer terug naar Thora!
Amos vermaant zijn volksgenoten omdat ze Gods wet veronachtzamen.
De profeet wijst de koning en de andere rijken op dat scharnierpunt.
Je maakt Thora zichtbaar als je omziet naar de arme, de weduwe, de wees, de vreemdeling. Daaraan kun je zien of je Thora volbrengt. 

0ok Lucas maakt duidelijk dat juist in je omgang  met degenen die het moeilijk hebben in de samenleving, duidelijk wordt of je leeft in de lijn van Jezus van Nazareth of juist niet.

Hoe ga je om met mensen die hier op aarde gaan door een hel van eenzaam-heid, armoede, pesterij, discriminatie, dakloosheid onderdrukking en allerlei andere vormen van onrecht?
Die vraag geldt voor de regering… en wordt een vraag aan jou persoonlijk als je 
politieke keuze bepaalt. Niet kiezen, betekent het laten voortbestaan van al het onrecht dat nu nog gebeurt. Wie niet of verkeerd kiest, stookt de hel nog wat op… Je kunt die vraag ook stellen aan de gemeente…

Hoe gaan we als protestantse gemeente om met de armen in onze dorpen en in de naburige stad? Zijn we kerk voor ons persoonlijk zielenheil of vormen we een gemeente ter wille van de samenleving? Bestaat ons diaconaat uit het geven van geld aan doelen die ons bevallen of nemen we verantwoordelijkheid voor mensen in een situatie van onrecht. Het diaconaat hoort geen kerkelijke liefdadigheid te zijn, maar inzet voor gerechtigheid en vrede. Hoe je dat doet?
Daartoe heeft God zelf ons een handleiding verschaft, die glashelder is voor particulieren en politici, voor gemeenten en parochies… Je mag gaan in het spoor van de God die in psalm 146 wordt bezongen:

Hij blijft bedacht op trouw voor altijd.
Voor het recht van de onderdrukten komt hij op.
Hij geeft hongerigen brood, de Heer maakt gevangenen vrij
De Heer opent blinden de ogen; De Heer richt verslagenen op
De Heer heeft rechtvaardigen lief; neemt de vreemdeling in bescherming
wees en weduwe staat Hij bij.

 

Veel Christenen hopen na hun dood te worden verenigd met de Schepper in de hemel. Hoe dat zal zijn, weten we niet.
God is op aarde bezig…door middel van zijn kerk.
Hij roept de gemeente om schepper naast God  te zijn;
Een christen mag geloven dat zijn inzet leidt tot:
“Uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel.”

 

De aarde vervuld van recht en vrede.  Een samenleving zoals God bedoelt.
Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, daalt neer
en de Eeuwige woont te midden van de mensen.

Geloven anno 2016 betekent – denk ik – vertrouwen op een God
die mensen inschakelt om hier en nu “hemel op aarde” te creëren.
We hebben nog een lange weg te gaan… maar er zijn tekenen van hoop.
Er is geloofsgemeenschap… dwars door alle kerken heen
die Esther als straatpastor de straat op laat gaan ter wille van de daklozen.
die Soleil, Esther en Margriet inhuurt als hulpverleners voor mensen in crisis.
die bezig is een inloophuis te creëren, waar mensen elkaar ontmoeten en hun hulpvragen op tafel kunnen leggen.
die mensen ronselt om maatje te worden van iemand die in de schulden raakt.
die langdurig verantwoordelijk wil zijn voor een projecten in de derde wereld.
die vluchtelingen opvangt en helpt hun weg te vinden in onze samenleving.
 
Nee, het is niet hopeloos. Het is niet zonder perspectief. Het is klip en klaar welke kant het opgaat … Het gaat richting koninkrijk…
waar Gods wil geschiedt op aarde zoals in de hemel.

Dat het mag zijn – in de naam van de vader en de zoon en de heilige Geest.
AMEN


 




 

Lieve mensen van God,

De rijke man en de arme Lazarus.
Een bekend verhaal waar ik vanmorgen drie elementen uitlicht,
die ieder op zich een hele preek waard zouden zijn.  
Het gaat om 1. arm en rijk  2. hiernamaals en hiernumaals. 3. hel en hemel  

Arm – rijk
Enkele weken geleden wijdde dagblad Trouw een serie artikelen aan kerkelijke gemeenten in enkele zeer welvarende dorpen in ons land. Ik noteerde een uitspraak van Ds. Ad Nieuwkoop, die – zo schreef de journalist- op zondagmorgen de mores in Bloemendaal fileert.
De dominee zei: “Wij moeten als bevoorrechten gestoord worden in onze voorspoedige leventjes.” Nou, als dat zijn doel is, dan kan hij zich het de teksten van vanmorgen helemaal uitleven. 

Lucas vertelt over een rijk man, die een uitbundig leven lijdt.
Hij kleedt zich in purperen gewaden, zo horen we.
Ik stel me iemand voor in onze tijd.
Hij gaat modieus gekleed, houdt zich altijd en overal aan de dresscodes.
Op de golfbaan een keurige polo met kraag – in de broek gedragen.
Op jacht gaat hij in een groenbruin jagerskostuum; een hoed met een veertje.
Op zijn 80 meter lange motorjacht met drie zwembaden,
draagt hij smetteloos wit en zie je hem nooit zonder kapiteinspet.  
De anderen aan boord moeten wel weten wie de boswachter is!  

Het is elke dag feest is in zijn huis.
Ik stel ik me villa voor op een  ommuurde compound,
waar je zonder speciaal pasje echt niet binnenkomt.
Bij de bewaakte achteringang komt een vaste cateraar
dagelijks kostelijke spijzen afleveren, die binnen met belegen wijnen
worden weggespoeld.
Bij de poort zit een bedelaar. Die hoopt op wat restjes.
De enige zorg die aan hem wordt besteed: een hond,
die trouw zijn wonden komt likken.

Overdrijf ik de rijkdom? Overdrijf ik de tegenstelling? Ja, ik overdrijf…
Mijn fantasie maakt de man nog veel rijker dan die in het verhaal.
Waarom? Nou…die man moet natuurlijk niet echt op u en mij lijken, toch?
We moesten eens gestoord worden in onze voorspoedige leventjes…
Ze komen allebei te overlijden.
Lazarus wordt door engelen weggedragen.
Hij mag rusten aan het hart van aartsvader Abraham.
Lazarus’ leven lijkt volkomen zinloos,
maar tot op vandaag wordt zijn naam overal ter wereld genoemd.

De rijke wordt prijsgegeven aan een naamloos graf.
Zo iemand is het gedenken niet waard.
Die mens mag geen naam hebben.

Eigen schuld, dikke bult!
Boontje komt om zijn loontje.
Ja, wij, keurige christenmensen, begrijpen heel goed,
waarom die rijkaard naamloos wordt afgevoerd naar de hel!
Had hij maar moeten omzien naar die arme Lazarus.

Hoe komt het toch dat Lazarus er op aarde zo bekaaid afkomt?
Is hij ongeschoold? Is hij gescheiden? Ex-gedetineerd misschien?
Bleek de hypotheek onder water te staan?
Het verhaal vertelt het niet. Het doet er niet toe.
De arme Lazarus is er en hij ligt aan de poort van de rijke.

Ik had ooit het voorrecht een groep theologiestudenten in Burundi,
iets te mogen vertellen over het kerkelijk leven in Europa.
In de gesprekken werd me duidelijk hoe belangrijk HOOP is
voor mensen in het arme deel van de wereld.
Ze doorstaan het onrecht van de armoe op basis van hoop.  
Hoop op een beter leven hier…  
maar vooral hoop op een beter leven in het hiernamaals.

Toen ik vertelde, dat wij Europeanen daar niet zo mee bezig zijn,
keken ze mij ongelovig aan. Het verbaasde hen zeer dat gelovigen in onze kerken veelal denken, dat het leven op aarde geleefd mag/moet worden.
Ze konden zich niet indenken dat menig gelovige hier zich nauwelijks
een voorstelling maakt van een leven na de dood.
“Dat zien we dan wel weer!” is immers een veel gehoorde opmerking.
Onze inzet is gericht op een samenleving die je “hemel op aarde” kunt
noemen: Gods koninkrijk, veelbelovend land, het paradijs.  
We bidden immers dagelijks: “Uw koninkrijk kome,
Uw wil geschiede op aarde zoals ook in de hemel.

De sociaaleconomische omstandigheden van mensen,
zijn mede bepalend voor hun manier van geloven.
Ik hoorde pasgeleden nog een mooi voorbeeld uit onze kerkgeschiedenis.
Het betreft Doopsgezinden in de 17-de eeuw.
In Friesland woonden nogal wat arme doperse boeren.
Ze waren zeer afhankelijk van de natuur. Die Friese doopsgezinden ontwikkelden een orthodox soort geloof, waarin de natuurkrachten werd gezien als instrumenten waarmee de Eeuwige, de mensheid beloont en straft.   
De mens is een nietig wezen dat volkomen afhankelijk is van een strenge, doch rechtvaardige God.

In diezelfde tijd groeide in de doopsgezinde gemeenschap van het rijke Amsterdam een meer vrijzinnige geloofsopvatting. Daar werd het beteugelen van de natuurkrachten gezien als de opdracht van mens. De mens als Schepper naast God. Adriaan Leeghwater – de molenbouwer, die o.a. de Beemster droog maalde, was doopsgezind. Ingenieur Cornelis Lely, de man van de Zuiderzee-werken, behoorde ook tot die groepering. We hebben onze droge voeten te danken aan… de doopsgezinden. U kent waarschijnlijk de uitspraak: God schiep de werelds, maar de Nederlanders hebben Holland gemaakt.
De mens, schepper naast God, is verantwoordelijk voor het leven op aarde.
Dat geldt niet alleen voor onze droge voeten, maar ook voor de onderlinge verhoudingen. Voor de verhoudingen tussen arm en rijk, bijvoorbeeld.
Daarmee zijn we terug bij onze lezingen.

We lazen Amos, die ongeveer 750 voor Chr. leefde en Lucas, die schreef in de tweede helft van de eerste eeuw… en we lezen de krant.  
Conclusie: Armoede is van alle tijden. Dat is zo!
Armoede bepaalt tot op de dag van vandaag het leven van miljoenen mensen.
Op heel wat plaatsen, o.a. in Burundi, maakt armoe het leven tot een hel,
al was het maar omdat ze ook daar naar westerse TV-series kijken.

Hoe ga je om met de armoede van je medemens. Amos en Lucas verkondigen  beide dat die vraag het scharnierpunt is waar alles om draait bij de God van Israël. Armoe is onrecht dat bestreden moet worden: Uw wil geschiede op aarde, zoals in de hemel.

En… Laten we er maar niet omheen draaien. Wij behoren tot degenen,
die hun schaapjes op het droge hebben. Voor u en mij is de cruciale vraag:
Hoe gaan we om met de armen?

Als het om landen als Burundi gaat, stuiten we op politieke en economische mechanismen, waar we niet zo gek veel invloed op hebben. We verzuchten dat we er toch niks aan kunnen doen en als we iets doen, is het maar heel kleine druppel op een heel grote gloeiende plaat. Jammer maar helaas.

Hoort u het ook? De stemmen van Amos en Lucas verdwijnen naar de achtergrond. Er staan uitleggers op die ons vertellen dat het in deze teksten over hogere geestelijke waarden gaat. Over het hiernamaals. Jehova’s getuigen komen je uitleggen, dat je je bij dat genootschap moet aansluiten om niet te hoeven lijden in het hiernamaals, zoals de rijke bij Lucas.

Armoede… is er altijd al geweest en zal er altijd zijn. Daar doe je niks aan.
Wie zo denkt is geen stap verder dan de afgodendienaars in bijbelse tijden.
Dat is nou heidendom. Alles maar over laten aan de machten van de natuur
en aan machtige mensen, die er slim van profiteren. Wat een armzalige visie op het leven! Wat een armzalige visie op het geloof in Gods koninkrijk.

Die manier van denken haalt de angel uit de profetie.
Die manier van denken negeert de uitdaging uit het evangelie.
In Afrika houd je het in het hiernumaals niet vol, zonder de hoop op het hiernamaals. Het zij onze broeders en zusters van harte gegund.

Maar als je aan de rijke kant van de kloof staat en al het onrecht maar laat voortbestaan… die mens stelt niks voor. Die mens levert geen enkele bijdrage aan Gods koninkrijk: Uw wil geschiedde op aarde zoals in de hemel.
Die bede in het Onze Vader wordt concreet in de harde woorden van Amos  tegen de rijken van zijn tijd; en in het uitdagende verhaal van Lucas.

Als we spreken over het koninkrijk Gods, waar zijn wil geschiedt dan gaat het over hier en nu. Als het gaat over de zin van joue leven, is de vraag:
Welke bijdrage heb jij geleverd?
Hoe heb jij je laten inspireren door Amos en door Lucas en ben je aan de slag gegaan? Of heb je je in slaap laten sussen met hiernamaalsverhalen…ben je weggezapt bij dat eentonig getik van de druppels op de gloeiende plaat.

Ik ken een jonge vrouw. Annick heet ze. Ze leeft op die gloeiende plaat…
Ze woont op de plek waar zo’n druppel viel.
Haar moeder was, toen ik haar in 2003 leerde kennen, weduwe.
Die moeder had groetenwinkeltje opgezet met een microkrediet,
waarvoor in  Nederland geld was ingezameld. Er was geld om Annick naar de basisschool te laten gaan. Haar moeder is plotseling overleden.
Dank zij een project van de kerk waartoe ze behoort kon ze toch naar het V.O.
Ze is twee jaar geleden afgestudeerd aan Hope University in Bujumbura.
Ze werkt bij een goed betalende buitenlandse firma. Met haar salaris betaalt ze de opleiding van haar jongere broertjes en zusjes. Een mooi verhaal? Zeker! Een waar verhaal ook… en een veilig verhaal; want Annick en haar familie blijven wel in Bujumbura.

Maar er zijn ook andere verhalen. Verhalen over mensen op de vlucht voor oorlogsgeweld. Verhalen over mensen die vandaag bivakkeren voor de poort van schatrijk Europa… En wat doet schatrijk Europa? Europa stelt vragen…

Waarom zijn deze mensen ze gevlucht?
Toch niet alleen maar om aan de armoe te ontkomen, hè? 
Het zijn toch niet van die volwassenen, die alles en iedereen achter laten en
hun leven wagen in gammele bootjes, om toekomst te creëren voor hun kinderen?  Dat zijn zeer moedige mensen. Maar wij plakken er een etiket op: Economische vluchteling! We laten ze niet toe!

Amos roept op tot bekering. Keer terug naar Thora!
Amos vermaant zijn volksgenoten omdat ze Gods wet veronachtzamen.
De profeet wijst de koning en de andere rijken op dat scharnierpunt.
Je maakt Thora zichtbaar als je omziet naar de arme, de weduwe, de wees, de vreemdeling. Daaraan kun je zien of je Thora volbrengt. 

0ok Lucas maakt duidelijk dat juist in je omgang  met degenen die het moeilijk hebben in de samenleving, duidelijk wordt of je leeft in de lijn van Jezus van Nazareth of juist niet.

Hoe ga je om met mensen die hier op aarde gaan door een hel van eenzaam-heid, armoede, pesterij, discriminatie, dakloosheid onderdrukking en allerlei andere vormen van onrecht?
Die vraag geldt voor de regering… en wordt een vraag aan jou persoonlijk als je 
politieke keuze bepaalt. Niet kiezen, betekent het laten voortbestaan van al het onrecht dat nu nog gebeurt. Wie niet of verkeerd kiest, stookt de hel nog wat op… Je kunt die vraag ook stellen aan de gemeente…

Hoe gaan we als protestantse gemeente om met de armen in onze dorpen en in de naburige stad? Zijn we kerk voor ons persoonlijk zielenheil of vormen we een gemeente ter wille van de samenleving? Bestaat ons diaconaat uit het geven van geld aan doelen die ons bevallen of nemen we verantwoordelijkheid voor mensen in een situatie van onrecht. Het diaconaat hoort geen kerkelijke liefdadigheid te zijn, maar inzet voor gerechtigheid en vrede. Hoe je dat doet?
Daartoe heeft God zelf ons een handleiding verschaft, die glashelder is voor particulieren en politici, voor gemeenten en parochies… Je mag gaan in het spoor van de God die in psalm 146 wordt bezongen:

Hij blijft bedacht op trouw voor altijd.
Voor het recht van de onderdrukten komt hij op.
Hij geeft hongerigen brood, de Heer maakt gevangenen vrij
De Heer opent blinden de ogen; De Heer richt verslagenen op
De Heer heeft rechtvaardigen lief; neemt de vreemdeling in bescherming
wees en weduwe staat Hij bij.

 

Veel Christenen hopen na hun dood te worden verenigd met de Schepper in de hemel. Hoe dat zal zijn, weten we niet.
God is op aarde bezig…door middel van zijn kerk.
Hij roept de gemeente om schepper naast God  te zijn;
Een christen mag geloven dat zijn inzet leidt tot:
“Uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel.”

 

De aarde vervuld van recht en vrede.  Een samenleving zoals God bedoelt.
Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, daalt neer
en de Eeuwige woont te midden van de mensen.

Geloven anno 2016 betekent – denk ik – vertrouwen op een God
die mensen inschakelt om hier en nu “hemel op aarde” te creëren.
We hebben nog een lange weg te gaan… maar er zijn tekenen van hoop.
Er is geloofsgemeenschap… dwars door alle kerken heen
die Esther als straatpastor de straat op laat gaan ter wille van de daklozen.
die Soleil, Esther en Margriet inhuurt als hulpverleners voor mensen in crisis.
die bezig is een inloophuis te creëren, waar mensen elkaar ontmoeten en hun hulpvragen op tafel kunnen leggen.
die mensen ronselt om maatje te worden van iemand die in de schulden raakt.
die langdurig verantwoordelijk wil zijn voor een projecten in de derde wereld.
die vluchtelingen opvangt en helpt hun weg te vinden in onze samenleving.
 
Nee, het is niet hopeloos. Het is niet zonder perspectief. Het is klip en klaar welke kant het opgaat … Het gaat richting koninkrijk…
waar Gods wil geschiedt op aarde zoals in de hemel.

Dat het mag zijn – in de naam van de vader en de zoon en de heilige Geest.
AMEN


 




 

Lieve mensen van God,

De rijke man en de arme Lazarus.
Een bekend verhaal waar ik vanmorgen drie elementen uitlicht,
die ieder op zich een hele preek waard zouden zijn.  
Het gaat om 1. arm en rijk  2. hiernamaals en hiernumaals. 3. hel en hemel  

Arm – rijk
Enkele weken geleden wijdde dagblad Trouw een serie artikelen aan kerkelijke gemeenten in enkele zeer welvarende dorpen in ons land. Ik noteerde een uitspraak van Ds. Ad Nieuwkoop, die – zo schreef de journalist- op zondagmorgen de mores in Bloemendaal fileert.
De dominee zei: “Wij moeten als bevoorrechten gestoord worden in onze voorspoedige leventjes.” Nou, als dat zijn doel is, dan kan hij zich het de teksten van vanmorgen helemaal uitleven. 

Lucas vertelt over een rijk man, die een uitbundig leven lijdt.
Hij kleedt zich in purperen gewaden, zo horen we.
Ik stel me iemand voor in onze tijd.
Hij gaat modieus gekleed, houdt zich altijd en overal aan de dresscodes.
Op de golfbaan een keurige polo met kraag – in de broek gedragen.
Op jacht gaat hij in een groenbruin jagerskostuum; een hoed met een veertje.
Op zijn 80 meter lange motorjacht met drie zwembaden,
draagt hij smetteloos wit en zie je hem nooit zonder kapiteinspet.  
De anderen aan boord moeten wel weten wie de boswachter is!  

Het is elke dag feest is in zijn huis.
Ik stel ik me villa voor op een  ommuurde compound,
waar je zonder speciaal pasje echt niet binnenkomt.
Bij de bewaakte achteringang komt een vaste cateraar
dagelijks kostelijke spijzen afleveren, die binnen met belegen wijnen
worden weggespoeld.
Bij de poort zit een bedelaar. Die hoopt op wat restjes.
De enige zorg die aan hem wordt besteed: een hond,
die trouw zijn wonden komt likken.

Overdrijf ik de rijkdom? Overdrijf ik de tegenstelling? Ja, ik overdrijf…
Mijn fantasie maakt de man nog veel rijker dan die in het verhaal.
Waarom? Nou…die man moet natuurlijk niet echt op u en mij lijken, toch?
We moesten eens gestoord worden in onze voorspoedige leventjes…
Ze komen allebei te overlijden.
Lazarus wordt door engelen weggedragen.
Hij mag rusten aan het hart van aartsvader Abraham.
Lazarus’ leven lijkt volkomen zinloos,
maar tot op vandaag wordt zijn naam overal ter wereld genoemd.

De rijke wordt prijsgegeven aan een naamloos graf.
Zo iemand is het gedenken niet waard.
Die mens mag geen naam hebben.

Eigen schuld, dikke bult!
Boontje komt om zijn loontje.
Ja, wij, keurige christenmensen, begrijpen heel goed,
waarom die rijkaard naamloos wordt afgevoerd naar de hel!
Had hij maar moeten omzien naar die arme Lazarus.

Hoe komt het toch dat Lazarus er op aarde zo bekaaid afkomt?
Is hij ongeschoold? Is hij gescheiden? Ex-gedetineerd misschien?
Bleek de hypotheek onder water te staan?
Het verhaal vertelt het niet. Het doet er niet toe.
De arme Lazarus is er en hij ligt aan de poort van de rijke.

Ik had ooit het voorrecht een groep theologiestudenten in Burundi,
iets te mogen vertellen over het kerkelijk leven in Europa.
In de gesprekken werd me duidelijk hoe belangrijk HOOP is
voor mensen in het arme deel van de wereld.
Ze doorstaan het onrecht van de armoe op basis van hoop.  
Hoop op een beter leven hier…  
maar vooral hoop op een beter leven in het hiernamaals.

Toen ik vertelde, dat wij Europeanen daar niet zo mee bezig zijn,
keken ze mij ongelovig aan. Het verbaasde hen zeer dat gelovigen in onze kerken veelal denken, dat het leven op aarde geleefd mag/moet worden.
Ze konden zich niet indenken dat menig gelovige hier zich nauwelijks
een voorstelling maakt van een leven na de dood.
“Dat zien we dan wel weer!” is immers een veel gehoorde opmerking.
Onze inzet is gericht op een samenleving die je “hemel op aarde” kunt
noemen: Gods koninkrijk, veelbelovend land, het paradijs.  
We bidden immers dagelijks: “Uw koninkrijk kome,
Uw wil geschiede op aarde zoals ook in de hemel.

De sociaaleconomische omstandigheden van mensen,
zijn mede bepalend voor hun manier van geloven.
Ik hoorde pasgeleden nog een mooi voorbeeld uit onze kerkgeschiedenis.
Het betreft Doopsgezinden in de 17-de eeuw.
In Friesland woonden nogal wat arme doperse boeren.
Ze waren zeer afhankelijk van de natuur. Die Friese doopsgezinden ontwikkelden een orthodox soort geloof, waarin de natuurkrachten werd gezien als instrumenten waarmee de Eeuwige, de mensheid beloont en straft.   
De mens is een nietig wezen dat volkomen afhankelijk is van een strenge, doch rechtvaardige God.

In diezelfde tijd groeide in de doopsgezinde gemeenschap van het rijke Amsterdam een meer vrijzinnige geloofsopvatting. Daar werd het beteugelen van de natuurkrachten gezien als de opdracht van mens. De mens als Schepper naast God. Adriaan Leeghwater – de molenbouwer, die o.a. de Beemster droog maalde, was doopsgezind. Ingenieur Cornelis Lely, de man van de Zuiderzee-werken, behoorde ook tot die groepering. We hebben onze droge voeten te danken aan… de doopsgezinden. U kent waarschijnlijk de uitspraak: God schiep de werelds, maar de Nederlanders hebben Holland gemaakt.
De mens, schepper naast God, is verantwoordelijk voor het leven op aarde.
Dat geldt niet alleen voor onze droge voeten, maar ook voor de onderlinge verhoudingen. Voor de verhoudingen tussen arm en rijk, bijvoorbeeld.
Daarmee zijn we terug bij onze lezingen.

We lazen Amos, die ongeveer 750 voor Chr. leefde en Lucas, die schreef in de tweede helft van de eerste eeuw… en we lezen de krant.  
Conclusie: Armoede is van alle tijden. Dat is zo!
Armoede bepaalt tot op de dag van vandaag het leven van miljoenen mensen.
Op heel wat plaatsen, o.a. in Burundi, maakt armoe het leven tot een hel,
al was het maar omdat ze ook daar naar westerse TV-series kijken.

Hoe ga je om met de armoede van je medemens. Amos en Lucas verkondigen  beide dat die vraag het scharnierpunt is waar alles om draait bij de God van Israël. Armoe is onrecht dat bestreden moet worden: Uw wil geschiede op aarde, zoals in de hemel.

En… Laten we er maar niet omheen draaien. Wij behoren tot degenen,
die hun schaapjes op het droge hebben. Voor u en mij is de cruciale vraag:
Hoe gaan we om met de armen?

Als het om landen als Burundi gaat, stuiten we op politieke en economische mechanismen, waar we niet zo gek veel invloed op hebben. We verzuchten dat we er toch niks aan kunnen doen en als we iets doen, is het maar heel kleine druppel op een heel grote gloeiende plaat. Jammer maar helaas.

Hoort u het ook? De stemmen van Amos en Lucas verdwijnen naar de achtergrond. Er staan uitleggers op die ons vertellen dat het in deze teksten over hogere geestelijke waarden gaat. Over het hiernamaals. Jehova’s getuigen komen je uitleggen, dat je je bij dat genootschap moet aansluiten om niet te hoeven lijden in het hiernamaals, zoals de rijke bij Lucas.

Armoede… is er altijd al geweest en zal er altijd zijn. Daar doe je niks aan.
Wie zo denkt is geen stap verder dan de afgodendienaars in bijbelse tijden.
Dat is nou heidendom. Alles maar over laten aan de machten van de natuur
en aan machtige mensen, die er slim van profiteren. Wat een armzalige visie op het leven! Wat een armzalige visie op het geloof in Gods koninkrijk.

Die manier van denken haalt de angel uit de profetie.
Die manier van denken negeert de uitdaging uit het evangelie.
In Afrika houd je het in het hiernumaals niet vol, zonder de hoop op het hiernamaals. Het zij onze broeders en zusters van harte gegund.

Maar als je aan de rijke kant van de kloof staat en al het onrecht maar laat voortbestaan… die mens stelt niks voor. Die mens levert geen enkele bijdrage aan Gods koninkrijk: Uw wil geschiedde op aarde zoals in de hemel.
Die bede in het Onze Vader wordt concreet in de harde woorden van Amos  tegen de rijken van zijn tijd; en in het uitdagende verhaal van Lucas.

Als we spreken over het koninkrijk Gods, waar zijn wil geschiedt dan gaat het over hier en nu. Als het gaat over de zin van joue leven, is de vraag:
Welke bijdrage heb jij geleverd?
Hoe heb jij je laten inspireren door Amos en door Lucas en ben je aan de slag gegaan? Of heb je je in slaap laten sussen met hiernamaalsverhalen…ben je weggezapt bij dat eentonig getik van de druppels op de gloeiende plaat.

Ik ken een jonge vrouw. Annick heet ze. Ze leeft op die gloeiende plaat…
Ze woont op de plek waar zo’n druppel viel.
Haar moeder was, toen ik haar in 2003 leerde kennen, weduwe.
Die moeder had groetenwinkeltje opgezet met een microkrediet,
waarvoor in  Nederland geld was ingezameld. Er was geld om Annick naar de basisschool te laten gaan. Haar moeder is plotseling overleden.
Dank zij een project van de kerk waartoe ze behoort kon ze toch naar het V.O.
Ze is twee jaar geleden afgestudeerd aan Hope University in Bujumbura.
Ze werkt bij een goed betalende buitenlandse firma. Met haar salaris betaalt ze de opleiding van haar jongere broertjes en zusjes. Een mooi verhaal? Zeker! Een waar verhaal ook… en een veilig verhaal; want Annick en haar familie blijven wel in Bujumbura.

Maar er zijn ook andere verhalen. Verhalen over mensen op de vlucht voor oorlogsgeweld. Verhalen over mensen die vandaag bivakkeren voor de poort van schatrijk Europa… En wat doet schatrijk Europa? Europa stelt vragen…

Waarom zijn deze mensen ze gevlucht?
Toch niet alleen maar om aan de armoe te ontkomen, hè? 
Het zijn toch niet van die volwassenen, die alles en iedereen achter laten en
hun leven wagen in gammele bootjes, om toekomst te creëren voor hun kinderen?  Dat zijn zeer moedige mensen. Maar wij plakken er een etiket op: Economische vluchteling! We laten ze niet toe!

Amos roept op tot bekering. Keer terug naar Thora!
Amos vermaant zijn volksgenoten omdat ze Gods wet veronachtzamen.
De profeet wijst de koning en de andere rijken op dat scharnierpunt.
Je maakt Thora zichtbaar als je omziet naar de arme, de weduwe, de wees, de vreemdeling. Daaraan kun je zien of je Thora volbrengt. 

0ok Lucas maakt duidelijk dat juist in je omgang  met degenen die het moeilijk hebben in de samenleving, duidelijk wordt of je leeft in de lijn van Jezus van Nazareth of juist niet.

Hoe ga je om met mensen die hier op aarde gaan door een hel van eenzaam-heid, armoede, pesterij, discriminatie, dakloosheid onderdrukking en allerlei andere vormen van onrecht?
Die vraag geldt voor de regering… en wordt een vraag aan jou persoonlijk als je 
politieke keuze bepaalt. Niet kiezen, betekent het laten voortbestaan van al het onrecht dat nu nog gebeurt. Wie niet of verkeerd kiest, stookt de hel nog wat op… Je kunt die vraag ook stellen aan de gemeente…

Hoe gaan we als protestantse gemeente om met de armen in onze dorpen en in de naburige stad? Zijn we kerk voor ons persoonlijk zielenheil of vormen we een gemeente ter wille van de samenleving? Bestaat ons diaconaat uit het geven van geld aan doelen die ons bevallen of nemen we verantwoordelijkheid voor mensen in een situatie van onrecht. Het diaconaat hoort geen kerkelijke liefdadigheid te zijn, maar inzet voor gerechtigheid en vrede. Hoe je dat doet?
Daartoe heeft God zelf ons een handleiding verschaft, die glashelder is voor particulieren en politici, voor gemeenten en parochies… Je mag gaan in het spoor van de God die in psalm 146 wordt bezongen:

Hij blijft bedacht op trouw voor altijd.
Voor het recht van de onderdrukten komt hij op.
Hij geeft hongerigen brood, de Heer maakt gevangenen vrij
De Heer opent blinden de ogen; De Heer richt verslagenen op
De Heer heeft rechtvaardigen lief; neemt de vreemdeling in bescherming
wees en weduwe staat Hij bij.

 

Veel Christenen hopen na hun dood te worden verenigd met de Schepper in de hemel. Hoe dat zal zijn, weten we niet.
God is op aarde bezig…door middel van zijn kerk.
Hij roept de gemeente om schepper naast God  te zijn;
Een christen mag geloven dat zijn inzet leidt tot:
“Uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel.”

 

De aarde vervuld van recht en vrede.  Een samenleving zoals God bedoelt.
Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, daalt neer
en de Eeuwige woont te midden van de mensen.

Geloven anno 2016 betekent – denk ik – vertrouwen op een God
die mensen inschakelt om hier en nu “hemel op aarde” te creëren.
We hebben nog een lange weg te gaan… maar er zijn tekenen van hoop.
Er is geloofsgemeenschap… dwars door alle kerken heen
die Esther als straatpastor de straat op laat gaan ter wille van de daklozen.
die Soleil, Esther en Margriet inhuurt als hulpverleners voor mensen in crisis.
die bezig is een inloophuis te creëren, waar mensen elkaar ontmoeten en hun hulpvragen op tafel kunnen leggen.
die mensen ronselt om maatje te worden van iemand die in de schulden raakt.
die langdurig verantwoordelijk wil zijn voor een projecten in de derde wereld.
die vluchtelingen opvangt en helpt hun weg te vinden in onze samenleving.
 
Nee, het is niet hopeloos. Het is niet zonder perspectief. Het is klip en klaar welke kant het opgaat … Het gaat richting koninkrijk…
waar Gods wil geschiedt op aarde zoals in de hemel.

Dat het mag zijn – in de naam van de vader en de zoon en de heilige Geest.
AMEN


 




 

Lieve mensen van God,

De rijke man en de arme Lazarus.
Een bekend verhaal waar ik vanmorgen drie elementen uitlicht,
die ieder op zich een hele preek waard zouden zijn.  
Het gaat om 1. arm en rijk  2. hiernamaals en hiernumaals. 3. hel en hemel  

Arm – rijk
Enkele weken geleden wijdde dagblad Trouw een serie artikelen aan kerkelijke gemeenten in enkele zeer welvarende dorpen in ons land. Ik noteerde een uitspraak van Ds. Ad Nieuwkoop, die – zo schreef de journalist- op zondagmorgen de mores in Bloemendaal fileert.
De dominee zei: “Wij moeten als bevoorrechten gestoord worden in onze voorspoedige leventjes.” Nou, als dat zijn doel is, dan kan hij zich het de teksten van vanmorgen helemaal uitleven. 

Lucas vertelt over een rijk man, die een uitbundig leven lijdt.
Hij kleedt zich in purperen gewaden, zo horen we.
Ik stel me iemand voor in onze tijd.
Hij gaat modieus gekleed, houdt zich altijd en overal aan de dresscodes.
Op de golfbaan een keurige polo met kraag – in de broek gedragen.
Op jacht gaat hij in een groenbruin jagerskostuum; een hoed met een veertje.
Op zijn 80 meter lange motorjacht met drie zwembaden,
draagt hij smetteloos wit en zie je hem nooit zonder kapiteinspet.  
De anderen aan boord moeten wel weten wie de boswachter is!  

Het is elke dag feest is in zijn huis.
Ik stel ik me villa voor op een  ommuurde compound,
waar je zonder speciaal pasje echt niet binnenkomt.
Bij de bewaakte achteringang komt een vaste cateraar
dagelijks kostelijke spijzen afleveren, die binnen met belegen wijnen
worden weggespoeld.
Bij de poort zit een bedelaar. Die hoopt op wat restjes.
De enige zorg die aan hem wordt besteed: een hond,
die trouw zijn wonden komt likken.

Overdrijf ik de rijkdom? Overdrijf ik de tegenstelling? Ja, ik overdrijf…
Mijn fantasie maakt de man nog veel rijker dan die in het verhaal.
Waarom? Nou…die man moet natuurlijk niet echt op u en mij lijken, toch?
We moesten eens gestoord worden in onze voorspoedige leventjes…
Ze komen allebei te overlijden.
Lazarus wordt door engelen weggedragen.
Hij mag rusten aan het hart van aartsvader Abraham.
Lazarus’ leven lijkt volkomen zinloos,
maar tot op vandaag wordt zijn naam overal ter wereld genoemd.

De rijke wordt prijsgegeven aan een naamloos graf.
Zo iemand is het gedenken niet waard.
Die mens mag geen naam hebben.

Eigen schuld, dikke bult!
Boontje komt om zijn loontje.
Ja, wij, keurige christenmensen, begrijpen heel goed,
waarom die rijkaard naamloos wordt afgevoerd naar de hel!
Had hij maar moeten omzien naar die arme Lazarus.

Hoe komt het toch dat Lazarus er op aarde zo bekaaid afkomt?
Is hij ongeschoold? Is hij gescheiden? Ex-gedetineerd misschien?
Bleek de hypotheek onder water te staan?
Het verhaal vertelt het niet. Het doet er niet toe.
De arme Lazarus is er en hij ligt aan de poort van de rijke.

Ik had ooit het voorrecht een groep theologiestudenten in Burundi,
iets te mogen vertellen over het kerkelijk leven in Europa.
In de gesprekken werd me duidelijk hoe belangrijk HOOP is
voor mensen in het arme deel van de wereld.
Ze doorstaan het onrecht van de armoe op basis van hoop.  
Hoop op een beter leven hier…  
maar vooral hoop op een beter leven in het hiernamaals.

Toen ik vertelde, dat wij Europeanen daar niet zo mee bezig zijn,
keken ze mij ongelovig aan. Het verbaasde hen zeer dat gelovigen in onze kerken veelal denken, dat het leven op aarde geleefd mag/moet worden.
Ze konden zich niet indenken dat menig gelovige hier zich nauwelijks
een voorstelling maakt van een leven na de dood.
“Dat zien we dan wel weer!” is immers een veel gehoorde opmerking.
Onze inzet is gericht op een samenleving die je “hemel op aarde” kunt
noemen: Gods koninkrijk, veelbelovend land, het paradijs.  
We bidden immers dagelijks: “Uw koninkrijk kome,
Uw wil geschiede op aarde zoals ook in de hemel.

De sociaaleconomische omstandigheden van mensen,
zijn mede bepalend voor hun manier van geloven.
Ik hoorde pasgeleden nog een mooi voorbeeld uit onze kerkgeschiedenis.
Het betreft Doopsgezinden in de 17-de eeuw.
In Friesland woonden nogal wat arme doperse boeren.
Ze waren zeer afhankelijk van de natuur. Die Friese doopsgezinden ontwikkelden een orthodox soort geloof, waarin de natuurkrachten werd gezien als instrumenten waarmee de Eeuwige, de mensheid beloont en straft.   
De mens is een nietig wezen dat volkomen afhankelijk is van een strenge, doch rechtvaardige God.

In diezelfde tijd groeide in de doopsgezinde gemeenschap van het rijke Amsterdam een meer vrijzinnige geloofsopvatting. Daar werd het beteugelen van de natuurkrachten gezien als de opdracht van mens. De mens als Schepper naast God. Adriaan Leeghwater – de molenbouwer, die o.a. de Beemster droog maalde, was doopsgezind. Ingenieur Cornelis Lely, de man van de Zuiderzee-werken, behoorde ook tot die groepering. We hebben onze droge voeten te danken aan… de doopsgezinden. U kent waarschijnlijk de uitspraak: God schiep de werelds, maar de Nederlanders hebben Holland gemaakt.
De mens, schepper naast God, is verantwoordelijk voor het leven op aarde.
Dat geldt niet alleen voor onze droge voeten, maar ook voor de onderlinge verhoudingen. Voor de verhoudingen tussen arm en rijk, bijvoorbeeld.
Daarmee zijn we terug bij onze lezingen.

We lazen Amos, die ongeveer 750 voor Chr. leefde en Lucas, die schreef in de tweede helft van de eerste eeuw… en we lezen de krant.  
Conclusie: Armoede is van alle tijden. Dat is zo!
Armoede bepaalt tot op de dag van vandaag het leven van miljoenen mensen.
Op heel wat plaatsen, o.a. in Burundi, maakt armoe het leven tot een hel,
al was het maar omdat ze ook daar naar westerse TV-series kijken.

Hoe ga je om met de armoede van je medemens. Amos en Lucas verkondigen  beide dat die vraag het scharnierpunt is waar alles om draait bij de God van Israël. Armoe is onrecht dat bestreden moet worden: Uw wil geschiede op aarde, zoals in de hemel.

En… Laten we er maar niet omheen draaien. Wij behoren tot degenen,
die hun schaapjes op het droge hebben. Voor u en mij is de cruciale vraag:
Hoe gaan we om met de armen?

Als het om landen als Burundi gaat, stuiten we op politieke en economische mechanismen, waar we niet zo gek veel invloed op hebben. We verzuchten dat we er toch niks aan kunnen doen en als we iets doen, is het maar heel kleine druppel op een heel grote gloeiende plaat. Jammer maar helaas.

Hoort u het ook? De stemmen van Amos en Lucas verdwijnen naar de achtergrond. Er staan uitleggers op die ons vertellen dat het in deze teksten over hogere geestelijke waarden gaat. Over het hiernamaals. Jehova’s getuigen komen je uitleggen, dat je je bij dat genootschap moet aansluiten om niet te hoeven lijden in het hiernamaals, zoals de rijke bij Lucas.

Armoede… is er altijd al geweest en zal er altijd zijn. Daar doe je niks aan.
Wie zo denkt is geen stap verder dan de afgodendienaars in bijbelse tijden.
Dat is nou heidendom. Alles maar over laten aan de machten van de natuur
en aan machtige mensen, die er slim van profiteren. Wat een armzalige visie op het leven! Wat een armzalige visie op het geloof in Gods koninkrijk.

Die manier van denken haalt de angel uit de profetie.
Die manier van denken negeert de uitdaging uit het evangelie.
In Afrika houd je het in het hiernumaals niet vol, zonder de hoop op het hiernamaals. Het zij onze broeders en zusters van harte gegund.

Maar als je aan de rijke kant van de kloof staat en al het onrecht maar laat voortbestaan… die mens stelt niks voor. Die mens levert geen enkele bijdrage aan Gods koninkrijk: Uw wil geschiedde op aarde zoals in de hemel.
Die bede in het Onze Vader wordt concreet in de harde woorden van Amos  tegen de rijken van zijn tijd; en in het uitdagende verhaal van Lucas.

Als we spreken over het koninkrijk Gods, waar zijn wil geschiedt dan gaat het over hier en nu. Als het gaat over de zin van joue leven, is de vraag:
Welke bijdrage heb jij geleverd?
Hoe heb jij je laten inspireren door Amos en door Lucas en ben je aan de slag gegaan? Of heb je je in slaap laten sussen met hiernamaalsverhalen…ben je weggezapt bij dat eentonig getik van de druppels op de gloeiende plaat.

Ik ken een jonge vrouw. Annick heet ze. Ze leeft op die gloeiende plaat…
Ze woont op de plek waar zo’n druppel viel.
Haar moeder was, toen ik haar in 2003 leerde kennen, weduwe.
Die moeder had groetenwinkeltje opgezet met een microkrediet,
waarvoor in  Nederland geld was ingezameld. Er was geld om Annick naar de basisschool te laten gaan. Haar moeder is plotseling overleden.
Dank zij een project van de kerk waartoe ze behoort kon ze toch naar het V.O.
Ze is twee jaar geleden afgestudeerd aan Hope University in Bujumbura.
Ze werkt bij een goed betalende buitenlandse firma. Met haar salaris betaalt ze de opleiding van haar jongere broertjes en zusjes. Een mooi verhaal? Zeker! Een waar verhaal ook… en een veilig verhaal; want Annick en haar familie blijven wel in Bujumbura.

Maar er zijn ook andere verhalen. Verhalen over mensen op de vlucht voor oorlogsgeweld. Verhalen over mensen die vandaag bivakkeren voor de poort van schatrijk Europa… En wat doet schatrijk Europa? Europa stelt vragen…

Waarom zijn deze mensen ze gevlucht?
Toch niet alleen maar om aan de armoe te ontkomen, hè? 
Het zijn toch niet van die volwassenen, die alles en iedereen achter laten en
hun leven wagen in gammele bootjes, om toekomst te creëren voor hun kinderen?  Dat zijn zeer moedige mensen. Maar wij plakken er een etiket op: Economische vluchteling! We laten ze niet toe!

Amos roept op tot bekering. Keer terug naar Thora!
Amos vermaant zijn volksgenoten omdat ze Gods wet veronachtzamen.
De profeet wijst de koning en de andere rijken op dat scharnierpunt.
Je maakt Thora zichtbaar als je omziet naar de arme, de weduwe, de wees, de vreemdeling. Daaraan kun je zien of je Thora volbrengt. 

0ok Lucas maakt duidelijk dat juist in je omgang  met degenen die het moeilijk hebben in de samenleving, duidelijk wordt of je leeft in de lijn van Jezus van Nazareth of juist niet.

Hoe ga je om met mensen die hier op aarde gaan door een hel van eenzaam-heid, armoede, pesterij, discriminatie, dakloosheid onderdrukking en allerlei andere vormen van onrecht?
Die vraag geldt voor de regering… en wordt een vraag aan jou persoonlijk als je 
politieke keuze bepaalt. Niet kiezen, betekent het laten voortbestaan van al het onrecht dat nu nog gebeurt. Wie niet of verkeerd kiest, stookt de hel nog wat op… Je kunt die vraag ook stellen aan de gemeente…

Hoe gaan we als protestantse gemeente om met de armen in onze dorpen en in de naburige stad? Zijn we kerk voor ons persoonlijk zielenheil of vormen we een gemeente ter wille van de samenleving? Bestaat ons diaconaat uit het geven van geld aan doelen die ons bevallen of nemen we verantwoordelijkheid voor mensen in een situatie van onrecht. Het diaconaat hoort geen kerkelijke liefdadigheid te zijn, maar inzet voor gerechtigheid en vrede. Hoe je dat doet?
Daartoe heeft God zelf ons een handleiding verschaft, die glashelder is voor particulieren en politici, voor gemeenten en parochies… Je mag gaan in het spoor van de God die in psalm 146 wordt bezongen:

Hij blijft bedacht op trouw voor altijd.
Voor het recht van de onderdrukten komt hij op.
Hij geeft hongerigen brood, de Heer maakt gevangenen vrij
De Heer opent blinden de ogen; De Heer richt verslagenen op
De Heer heeft rechtvaardigen lief; neemt de vreemdeling in bescherming
wees en weduwe staat Hij bij.

 

Veel Christenen hopen na hun dood te worden verenigd met de Schepper in de hemel. Hoe dat zal zijn, weten we niet.
God is op aarde bezig…door middel van zijn kerk.
Hij roept de gemeente om schepper naast God  te zijn;
Een christen mag geloven dat zijn inzet leidt tot:
“Uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel.”

 

De aarde vervuld van recht en vrede.  Een samenleving zoals God bedoelt.
Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, daalt neer
en de Eeuwige woont te midden van de mensen.

Geloven anno 2016 betekent – denk ik – vertrouwen op een God
die mensen inschakelt om hier en nu “hemel op aarde” te creëren.
We hebben nog een lange weg te gaan… maar er zijn tekenen van hoop.
Er is geloofsgemeenschap… dwars door alle kerken heen
die Esther als straatpastor de straat op laat gaan ter wille van de daklozen.
die Soleil, Esther en Margriet inhuurt als hulpverleners voor mensen in crisis.
die bezig is een inloophuis te creëren, waar mensen elkaar ontmoeten en hun hulpvragen op tafel kunnen leggen.
die mensen ronselt om maatje te worden van iemand die in de schulden raakt.
die langdurig verantwoordelijk wil zijn voor een projecten in de derde wereld.
die vluchtelingen opvangt en helpt hun weg te vinden in onze samenleving.
 
Nee, het is niet hopeloos. Het is niet zonder perspectief. Het is klip en klaar welke kant het opgaat … Het gaat richting koninkrijk…
waar Gods wil geschiedt op aarde zoals in de hemel.

Dat het mag zijn – in de naam van de vader en de zoon en de heilige Geest.
AMEN


 




 

Lieve mensen van God,

De rijke man en de arme Lazarus.
Een bekend verhaal waar ik vanmorgen drie elementen uitlicht,
die ieder op zich een hele preek waard zouden zijn.  
Het gaat om 1. arm en rijk  2. hiernamaals en hiernumaals. 3. hel en hemel  

Arm – rijk
Enkele weken geleden wijdde dagblad Trouw een serie artikelen aan kerkelijke gemeenten in enkele zeer welvarende dorpen in ons land. Ik noteerde een uitspraak van Ds. Ad Nieuwkoop, die – zo schreef de journalist- op zondagmorgen de mores in Bloemendaal fileert.
De dominee zei: “Wij moeten als bevoorrechten gestoord worden in onze voorspoedige leventjes.” Nou, als dat zijn doel is, dan kan hij zich het de teksten van vanmorgen helemaal uitleven. 

Lucas vertelt over een rijk man, die een uitbundig leven lijdt.
Hij kleedt zich in purperen gewaden, zo horen we.
Ik stel me iemand voor in onze tijd.
Hij gaat modieus gekleed, houdt zich altijd en overal aan de dresscodes.
Op de golfbaan een keurige polo met kraag – in de broek gedragen.
Op jacht gaat hij in een groenbruin jagerskostuum; een hoed met een veertje.
Op zijn 80 meter lange motorjacht met drie zwembaden,
draagt hij smetteloos wit en zie je hem nooit zonder kapiteinspet.  
De anderen aan boord moeten wel weten wie de boswachter is!  

Het is elke dag feest is in zijn huis.
Ik stel ik me villa voor op een  ommuurde compound,
waar je zonder speciaal pasje echt niet binnenkomt.
Bij de bewaakte achteringang komt een vaste cateraar
dagelijks kostelijke spijzen afleveren, die binnen met belegen wijnen
worden weggespoeld.
Bij de poort zit een bedelaar. Die hoopt op wat restjes.
De enige zorg die aan hem wordt besteed: een hond,
die trouw zijn wonden komt likken.

Overdrijf ik de rijkdom? Overdrijf ik de tegenstelling? Ja, ik overdrijf…
Mijn fantasie maakt de man nog veel rijker dan die in het verhaal.
Waarom? Nou…die man moet natuurlijk niet echt op u en mij lijken, toch?
We moesten eens gestoord worden in onze voorspoedige leventjes…
Ze komen allebei te overlijden.
Lazarus wordt door engelen weggedragen.
Hij mag rusten aan het hart van aartsvader Abraham.
Lazarus’ leven lijkt volkomen zinloos,
maar tot op vandaag wordt zijn naam overal ter wereld genoemd.

De rijke wordt prijsgegeven aan een naamloos graf.
Zo iemand is het gedenken niet waard.
Die mens mag geen naam hebben.

Eigen schuld, dikke bult!
Boontje komt om zijn loontje.
Ja, wij, keurige christenmensen, begrijpen heel goed,
waarom die rijkaard naamloos wordt afgevoerd naar de hel!
Had hij maar moeten omzien naar die arme Lazarus.

Hoe komt het toch dat Lazarus er op aarde zo bekaaid afkomt?
Is hij ongeschoold? Is hij gescheiden? Ex-gedetineerd misschien?
Bleek de hypotheek onder water te staan?
Het verhaal vertelt het niet. Het doet er niet toe.
De arme Lazarus is er en hij ligt aan de poort van de rijke.

Ik had ooit het voorrecht een groep theologiestudenten in Burundi,
iets te mogen vertellen over het kerkelijk leven in Europa.
In de gesprekken werd me duidelijk hoe belangrijk HOOP is
voor mensen in het arme deel van de wereld.
Ze doorstaan het onrecht van de armoe op basis van hoop.  
Hoop op een beter leven hier…  
maar vooral hoop op een beter leven in het hiernamaals.

Toen ik vertelde, dat wij Europeanen daar niet zo mee bezig zijn,
keken ze mij ongelovig aan. Het verbaasde hen zeer dat gelovigen in onze kerken veelal denken, dat het leven op aarde geleefd mag/moet worden.
Ze konden zich niet indenken dat menig gelovige hier zich nauwelijks
een voorstelling maakt van een leven na de dood.
“Dat zien we dan wel weer!” is immers een veel gehoorde opmerking.
Onze inzet is gericht op een samenleving die je “hemel op aarde” kunt
noemen: Gods koninkrijk, veelbelovend land, het paradijs.  
We bidden immers dagelijks: “Uw koninkrijk kome,
Uw wil geschiede op aarde zoals ook in de hemel.

De sociaaleconomische omstandigheden van mensen,
zijn mede bepalend voor hun manier van geloven.
Ik hoorde pasgeleden nog een mooi voorbeeld uit onze kerkgeschiedenis.
Het betreft Doopsgezinden in de 17-de eeuw.
In Friesland woonden nogal wat arme doperse boeren.
Ze waren zeer afhankelijk van de natuur. Die Friese doopsgezinden ontwikkelden een orthodox soort geloof, waarin de natuurkrachten werd gezien als instrumenten waarmee de Eeuwige, de mensheid beloont en straft.   
De mens is een nietig wezen dat volkomen afhankelijk is van een strenge, doch rechtvaardige God.

In diezelfde tijd groeide in de doopsgezinde gemeenschap van het rijke Amsterdam een meer vrijzinnige geloofsopvatting. Daar werd het beteugelen van de natuurkrachten gezien als de opdracht van mens. De mens als Schepper naast God. Adriaan Leeghwater – de molenbouwer, die o.a. de Beemster droog maalde, was doopsgezind. Ingenieur Cornelis Lely, de man van de Zuiderzee-werken, behoorde ook tot die groepering. We hebben onze droge voeten te danken aan… de doopsgezinden. U kent waarschijnlijk de uitspraak: God schiep de werelds, maar de Nederlanders hebben Holland gemaakt.
De mens, schepper naast God, is verantwoordelijk voor het leven op aarde.
Dat geldt niet alleen voor onze droge voeten, maar ook voor de onderlinge verhoudingen. Voor de verhoudingen tussen arm en rijk, bijvoorbeeld.
Daarmee zijn we terug bij onze lezingen.

We lazen Amos, die ongeveer 750 voor Chr. leefde en Lucas, die schreef in de tweede helft van de eerste eeuw… en we lezen de krant.  
Conclusie: Armoede is van alle tijden. Dat is zo!
Armoede bepaalt tot op de dag van vandaag het leven van miljoenen mensen.
Op heel wat plaatsen, o.a. in Burundi, maakt armoe het leven tot een hel,
al was het maar omdat ze ook daar naar westerse TV-series kijken.

Hoe ga je om met de armoede van je medemens. Amos en Lucas verkondigen  beide dat die vraag het scharnierpunt is waar alles om draait bij de God van Israël. Armoe is onrecht dat bestreden moet worden: Uw wil geschiede op aarde, zoals in de hemel.

En… Laten we er maar niet omheen draaien. Wij behoren tot degenen,
die hun schaapjes op het droge hebben. Voor u en mij is de cruciale vraag:
Hoe gaan we om met de armen?

Als het om landen als Burundi gaat, stuiten we op politieke en economische mechanismen, waar we niet zo gek veel invloed op hebben. We verzuchten dat we er toch niks aan kunnen doen en als we iets doen, is het maar heel kleine druppel op een heel grote gloeiende plaat. Jammer maar helaas.

Hoort u het ook? De stemmen van Amos en Lucas verdwijnen naar de achtergrond. Er staan uitleggers op die ons vertellen dat het in deze teksten over hogere geestelijke waarden gaat. Over het hiernamaals. Jehova’s getuigen komen je uitleggen, dat je je bij dat genootschap moet aansluiten om niet te hoeven lijden in het hiernamaals, zoals de rijke bij Lucas.

Armoede… is er altijd al geweest en zal er altijd zijn. Daar doe je niks aan.
Wie zo denkt is geen stap verder dan de afgodendienaars in bijbelse tijden.
Dat is nou heidendom. Alles maar over laten aan de machten van de natuur
en aan machtige mensen, die er slim van profiteren. Wat een armzalige visie op het leven! Wat een armzalige visie op het geloof in Gods koninkrijk.

Die manier van denken haalt de angel uit de profetie.
Die manier van denken negeert de uitdaging uit het evangelie.
In Afrika houd je het in het hiernumaals niet vol, zonder de hoop op het hiernamaals. Het zij onze broeders en zusters van harte gegund.

Maar als je aan de rijke kant van de kloof staat en al het onrecht maar laat voortbestaan… die mens stelt niks voor. Die mens levert geen enkele bijdrage aan Gods koninkrijk: Uw wil geschiedde op aarde zoals in de hemel.
Die bede in het Onze Vader wordt concreet in de harde woorden van Amos  tegen de rijken van zijn tijd; en in het uitdagende verhaal van Lucas.

Als we spreken over het koninkrijk Gods, waar zijn wil geschiedt dan gaat het over hier en nu. Als het gaat over de zin van joue leven, is de vraag:
Welke bijdrage heb jij geleverd?
Hoe heb jij je laten inspireren door Amos en door Lucas en ben je aan de slag gegaan? Of heb je je in slaap laten sussen met hiernamaalsverhalen…ben je weggezapt bij dat eentonig getik van de druppels op de gloeiende plaat.

Ik ken een jonge vrouw. Annick heet ze. Ze leeft op die gloeiende plaat…
Ze woont op de plek waar zo’n druppel viel.
Haar moeder was, toen ik haar in 2003 leerde kennen, weduwe.
Die moeder had groetenwinkeltje opgezet met een microkrediet,
waarvoor in  Nederland geld was ingezameld. Er was geld om Annick naar de basisschool te laten gaan. Haar moeder is plotseling overleden.
Dank zij een project van de kerk waartoe ze behoort kon ze toch naar het V.O.
Ze is twee jaar geleden afgestudeerd aan Hope University in Bujumbura.
Ze werkt bij een goed betalende buitenlandse firma. Met haar salaris betaalt ze de opleiding van haar jongere broertjes en zusjes. Een mooi verhaal? Zeker! Een waar verhaal ook… en een veilig verhaal; want Annick en haar familie blijven wel in Bujumbura.

Maar er zijn ook andere verhalen. Verhalen over mensen op de vlucht voor oorlogsgeweld. Verhalen over mensen die vandaag bivakkeren voor de poort van schatrijk Europa… En wat doet schatrijk Europa? Europa stelt vragen…

Waarom zijn deze mensen ze gevlucht?
Toch niet alleen maar om aan de armoe te ontkomen, hè? 
Het zijn toch niet van die volwassenen, die alles en iedereen achter laten en
hun leven wagen in gammele bootjes, om toekomst te creëren voor hun kinderen?  Dat zijn zeer moedige mensen. Maar wij plakken er een etiket op: Economische vluchteling! We laten ze niet toe!

Amos roept op tot bekering. Keer terug naar Thora!
Amos vermaant zijn volksgenoten omdat ze Gods wet veronachtzamen.
De profeet wijst de koning en de andere rijken op dat scharnierpunt.
Je maakt Thora zichtbaar als je omziet naar de arme, de weduwe, de wees, de vreemdeling. Daaraan kun je zien of je Thora volbrengt. 

0ok Lucas maakt duidelijk dat juist in je omgang  met degenen die het moeilijk hebben in de samenleving, duidelijk wordt of je leeft in de lijn van Jezus van Nazareth of juist niet.

Hoe ga je om met mensen die hier op aarde gaan door een hel van eenzaam-heid, armoede, pesterij, discriminatie, dakloosheid onderdrukking en allerlei andere vormen van onrecht?
Die vraag geldt voor de regering… en wordt een vraag aan jou persoonlijk als je 
politieke keuze bepaalt. Niet kiezen, betekent het laten voortbestaan van al het onrecht dat nu nog gebeurt. Wie niet of verkeerd kiest, stookt de hel nog wat op… Je kunt die vraag ook stellen aan de gemeente…

Hoe gaan we als protestantse gemeente om met de armen in onze dorpen en in de naburige stad? Zijn we kerk voor ons persoonlijk zielenheil of vormen we een gemeente ter wille van de samenleving? Bestaat ons diaconaat uit het geven van geld aan doelen die ons bevallen of nemen we verantwoordelijkheid voor mensen in een situatie van onrecht. Het diaconaat hoort geen kerkelijke liefdadigheid te zijn, maar inzet voor gerechtigheid en vrede. Hoe je dat doet?
Daartoe heeft God zelf ons een handleiding verschaft, die glashelder is voor particulieren en politici, voor gemeenten en parochies… Je mag gaan in het spoor van de God die in psalm 146 wordt bezongen:

Hij blijft bedacht op trouw voor altijd.
Voor het recht van de onderdrukten komt hij op.
Hij geeft hongerigen brood, de Heer maakt gevangenen vrij
De Heer opent blinden de ogen; De Heer richt verslagenen op
De Heer heeft rechtvaardigen lief; neemt de vreemdeling in bescherming
wees en weduwe staat Hij bij.

 

Veel Christenen hopen na hun dood te worden verenigd met de Schepper in de hemel. Hoe dat zal zijn, weten we niet.
God is op aarde bezig…door middel van zijn kerk.
Hij roept de gemeente om schepper naast God  te zijn;
Een christen mag geloven dat zijn inzet leidt tot:
“Uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel.”

 

De aarde vervuld van recht en vrede.  Een samenleving zoals God bedoelt.
Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, daalt neer
en de Eeuwige woont te midden van de mensen.

Geloven anno 2016 betekent – denk ik – vertrouwen op een God
die mensen inschakelt om hier en nu “hemel op aarde” te creëren.
We hebben nog een lange weg te gaan… maar er zijn tekenen van hoop.
Er is geloofsgemeenschap… dwars door alle kerken heen
die Esther als straatpastor de straat op laat gaan ter wille van de daklozen.
die Soleil, Esther en Margriet inhuurt als hulpverleners voor mensen in crisis.
die bezig is een inloophuis te creëren, waar mensen elkaar ontmoeten en hun hulpvragen op tafel kunnen leggen.
die mensen ronselt om maatje te worden van iemand die in de schulden raakt.
die langdurig verantwoordelijk wil zijn voor een projecten in de derde wereld.
die vluchtelingen opvangt en helpt hun weg te vinden in onze samenleving.
 
Nee, het is niet hopeloos. Het is niet zonder perspectief. Het is klip en klaar welke kant het opgaat … Het gaat richting koninkrijk…
waar Gods wil geschiedt op aarde zoals in de hemel.

Dat het mag zijn – in de naam van de vader en de zoon en de heilige Geest.
AMEN


 




 

Lieve mensen van God,

De rijke man en de arme Lazarus.
Een bekend verhaal waar ik vanmorgen drie elementen uitlicht,
die ieder op zich een hele preek waard zouden zijn.  
Het gaat om 1. arm en rijk  2. hiernamaals en hiernumaals. 3. hel en hemel  

Arm – rijk
Enkele weken geleden wijdde dagblad Trouw een serie artikelen aan kerkelijke gemeenten in enkele zeer welvarende dorpen in ons land. Ik noteerde een uitspraak van Ds. Ad Nieuwkoop, die – zo schreef de journalist- op zondagmorgen de mores in Bloemendaal fileert.
De dominee zei: “Wij moeten als bevoorrechten gestoord worden in onze voorspoedige leventjes.” Nou, als dat zijn doel is, dan kan hij zich het de teksten van vanmorgen helemaal uitleven. 

Lucas vertelt over een rijk man, die een uitbundig leven lijdt.
Hij kleedt zich in purperen gewaden, zo horen we.
Ik stel me iemand voor in onze tijd.
Hij gaat modieus gekleed, houdt zich altijd en overal aan de dresscodes.
Op de golfbaan een keurige polo met kraag – in de broek gedragen.
Op jacht gaat hij in een groenbruin jagerskostuum; een hoed met een veertje.
Op zijn 80 meter lange motorjacht met drie zwembaden,
draagt hij smetteloos wit en zie je hem nooit zonder kapiteinspet.  
De anderen aan boord moeten wel weten wie de boswachter is!  

Het is elke dag feest is in zijn huis.
Ik stel ik me villa voor op een  ommuurde compound,
waar je zonder speciaal pasje echt niet binnenkomt.
Bij de bewaakte achteringang komt een vaste cateraar
dagelijks kostelijke spijzen afleveren, die binnen met belegen wijnen
worden weggespoeld.
Bij de poort zit een bedelaar. Die hoopt op wat restjes.
De enige zorg die aan hem wordt besteed: een hond,
die trouw zijn wonden komt likken.

Overdrijf ik de rijkdom? Overdrijf ik de tegenstelling? Ja, ik overdrijf…
Mijn fantasie maakt de man nog veel rijker dan die in het verhaal.
Waarom? Nou…die man moet natuurlijk niet echt op u en mij lijken, toch?
We moesten eens gestoord worden in onze voorspoedige leventjes…
Ze komen allebei te overlijden.
Lazarus wordt door engelen weggedragen.
Hij mag rusten aan het hart van aartsvader Abraham.
Lazarus’ leven lijkt volkomen zinloos,
maar tot op vandaag wordt zijn naam overal ter wereld genoemd.

De rijke wordt prijsgegeven aan een naamloos graf.
Zo iemand is het gedenken niet waard.
Die mens mag geen naam hebben.

Eigen schuld, dikke bult!
Boontje komt om zijn loontje.
Ja, wij, keurige christenmensen, begrijpen heel goed,
waarom die rijkaard naamloos wordt afgevoerd naar de hel!
Had hij maar moeten omzien naar die arme Lazarus.

Hoe komt het toch dat Lazarus er op aarde zo bekaaid afkomt?
Is hij ongeschoold? Is hij gescheiden? Ex-gedetineerd misschien?
Bleek de hypotheek onder water te staan?
Het verhaal vertelt het niet. Het doet er niet toe.
De arme Lazarus is er en hij ligt aan de poort van de rijke.

Ik had ooit het voorrecht een groep theologiestudenten in Burundi,
iets te mogen vertellen over het kerkelijk leven in Europa.
In de gesprekken werd me duidelijk hoe belangrijk HOOP is
voor mensen in het arme deel van de wereld.
Ze doorstaan het onrecht van de armoe op basis van hoop.  
Hoop op een beter leven hier…  
maar vooral hoop op een beter leven in het hiernamaals.

Toen ik vertelde, dat wij Europeanen daar niet zo mee bezig zijn,
keken ze mij ongelovig aan. Het verbaasde hen zeer dat gelovigen in onze kerken veelal denken, dat het leven op aarde geleefd mag/moet worden.
Ze konden zich niet indenken dat menig gelovige hier zich nauwelijks
een voorstelling maakt van een leven na de dood.
“Dat zien we dan wel weer!” is immers een veel gehoorde opmerking.
Onze inzet is gericht op een samenleving die je “hemel op aarde” kunt
noemen: Gods koninkrijk, veelbelovend land, het paradijs.  
We bidden immers dagelijks: “Uw koninkrijk kome,
Uw wil geschiede op aarde zoals ook in de hemel.

De sociaaleconomische omstandigheden van mensen,
zijn mede bepalend voor hun manier van geloven.
Ik hoorde pasgeleden nog een mooi voorbeeld uit onze kerkgeschiedenis.
Het betreft Doopsgezinden in de 17-de eeuw.
In Friesland woonden nogal wat arme doperse boeren.
Ze waren zeer afhankelijk van de natuur. Die Friese doopsgezinden ontwikkelden een orthodox soort geloof, waarin de natuurkrachten werd gezien als instrumenten waarmee de Eeuwige, de mensheid beloont en straft.   
De mens is een nietig wezen dat volkomen afhankelijk is van een strenge, doch rechtvaardige God.

In diezelfde tijd groeide in de doopsgezinde gemeenschap van het rijke Amsterdam een meer vrijzinnige geloofsopvatting. Daar werd het beteugelen van de natuurkrachten gezien als de opdracht van mens. De mens als Schepper naast God. Adriaan Leeghwater – de molenbouwer, die o.a. de Beemster droog maalde, was doopsgezind. Ingenieur Cornelis Lely, de man van de Zuiderzee-werken, behoorde ook tot die groepering. We hebben onze droge voeten te danken aan… de doopsgezinden. U kent waarschijnlijk de uitspraak: God schiep de werelds, maar de Nederlanders hebben Holland gemaakt.
De mens, schepper naast God, is verantwoordelijk voor het leven op aarde.
Dat geldt niet alleen voor onze droge voeten, maar ook voor de onderlinge verhoudingen. Voor de verhoudingen tussen arm en rijk, bijvoorbeeld.
Daarmee zijn we terug bij onze lezingen.

We lazen Amos, die ongeveer 750 voor Chr. leefde en Lucas, die schreef in de tweede helft van de eerste eeuw… en we lezen de krant.  
Conclusie: Armoede is van alle tijden. Dat is zo!
Armoede bepaalt tot op de dag van vandaag het leven van miljoenen mensen.
Op heel wat plaatsen, o.a. in Burundi, maakt armoe het leven tot een hel,
al was het maar omdat ze ook daar naar westerse TV-series kijken.

Hoe ga je om met de armoede van je medemens. Amos en Lucas verkondigen  beide dat die vraag het scharnierpunt is waar alles om draait bij de God van Israël. Armoe is onrecht dat bestreden moet worden: Uw wil geschiede op aarde, zoals in de hemel.

En… Laten we er maar niet omheen draaien. Wij behoren tot degenen,
die hun schaapjes op het droge hebben. Voor u en mij is de cruciale vraag:
Hoe gaan we om met de armen?

Als het om landen als Burundi gaat, stuiten we op politieke en economische mechanismen, waar we niet zo gek veel invloed op hebben. We verzuchten dat we er toch niks aan kunnen doen en als we iets doen, is het maar heel kleine druppel op een heel grote gloeiende plaat. Jammer maar helaas.

Hoort u het ook? De stemmen van Amos en Lucas verdwijnen naar de achtergrond. Er staan uitleggers op die ons vertellen dat het in deze teksten over hogere geestelijke waarden gaat. Over het hiernamaals. Jehova’s getuigen komen je uitleggen, dat je je bij dat genootschap moet aansluiten om niet te hoeven lijden in het hiernamaals, zoals de rijke bij Lucas.

Armoede… is er altijd al geweest en zal er altijd zijn. Daar doe je niks aan.
Wie zo denkt is geen stap verder dan de afgodendienaars in bijbelse tijden.
Dat is nou heidendom. Alles maar over laten aan de machten van de natuur
en aan machtige mensen, die er slim van profiteren. Wat een armzalige visie op het leven! Wat een armzalige visie op het geloof in Gods koninkrijk.

Die manier van denken haalt de angel uit de profetie.
Die manier van denken negeert de uitdaging uit het evangelie.
In Afrika houd je het in het hiernumaals niet vol, zonder de hoop op het hiernamaals. Het zij onze broeders en zusters van harte gegund.

Maar als je aan de rijke kant van de kloof staat en al het onrecht maar laat voortbestaan… die mens stelt niks voor. Die mens levert geen enkele bijdrage aan Gods koninkrijk: Uw wil geschiedde op aarde zoals in de hemel.
Die bede in het Onze Vader wordt concreet in de harde woorden van Amos  tegen de rijken van zijn tijd; en in het uitdagende verhaal van Lucas.

Als we spreken over het koninkrijk Gods, waar zijn wil geschiedt dan gaat het over hier en nu. Als het gaat over de zin van joue leven, is de vraag:
Welke bijdrage heb jij geleverd?
Hoe heb jij je laten inspireren door Amos en door Lucas en ben je aan de slag gegaan? Of heb je je in slaap laten sussen met hiernamaalsverhalen…ben je weggezapt bij dat eentonig getik van de druppels op de gloeiende plaat.

Ik ken een jonge vrouw. Annick heet ze. Ze leeft op die gloeiende plaat…
Ze woont op de plek waar zo’n druppel viel.
Haar moeder was, toen ik haar in 2003 leerde kennen, weduwe.
Die moeder had groetenwinkeltje opgezet met een microkrediet,
waarvoor in  Nederland geld was ingezameld. Er was geld om Annick naar de basisschool te laten gaan. Haar moeder is plotseling overleden.
Dank zij een project van de kerk waartoe ze behoort kon ze toch naar het V.O.
Ze is twee jaar geleden afgestudeerd aan Hope University in Bujumbura.
Ze werkt bij een goed betalende buitenlandse firma. Met haar salaris betaalt ze de opleiding van haar jongere broertjes en zusjes. Een mooi verhaal? Zeker! Een waar verhaal ook… en een veilig verhaal; want Annick en haar familie blijven wel in Bujumbura.

Maar er zijn ook andere verhalen. Verhalen over mensen op de vlucht voor oorlogsgeweld. Verhalen over mensen die vandaag bivakkeren voor de poort van schatrijk Europa… En wat doet schatrijk Europa? Europa stelt vragen…

Waarom zijn deze mensen ze gevlucht?
Toch niet alleen maar om aan de armoe te ontkomen, hè? 
Het zijn toch niet van die volwassenen, die alles en iedereen achter laten en
hun leven wagen in gammele bootjes, om toekomst te creëren voor hun kinderen?  Dat zijn zeer moedige mensen. Maar wij plakken er een etiket op: Economische vluchteling! We laten ze niet toe!

Amos roept op tot bekering. Keer terug naar Thora!
Amos vermaant zijn volksgenoten omdat ze Gods wet veronachtzamen.
De profeet wijst de koning en de andere rijken op dat scharnierpunt.
Je maakt Thora zichtbaar als je omziet naar de arme, de weduwe, de wees, de vreemdeling. Daaraan kun je zien of je Thora volbrengt. 

0ok Lucas maakt duidelijk dat juist in je omgang  met degenen die het moeilijk hebben in de samenleving, duidelijk wordt of je leeft in de lijn van Jezus van Nazareth of juist niet.

Hoe ga je om met mensen die hier op aarde gaan door een hel van eenzaam-heid, armoede, pesterij, discriminatie, dakloosheid onderdrukking en allerlei andere vormen van onrecht?
Die vraag geldt voor de regering… en wordt een vraag aan jou persoonlijk als je 
politieke keuze bepaalt. Niet kiezen, betekent het laten voortbestaan van al het onrecht dat nu nog gebeurt. Wie niet of verkeerd kiest, stookt de hel nog wat op… Je kunt die vraag ook stellen aan de gemeente…

Hoe gaan we als protestantse gemeente om met de armen in onze dorpen en in de naburige stad? Zijn we kerk voor ons persoonlijk zielenheil of vormen we een gemeente ter wille van de samenleving? Bestaat ons diaconaat uit het geven van geld aan doelen die ons bevallen of nemen we verantwoordelijkheid voor mensen in een situatie van onrecht. Het diaconaat hoort geen kerkelijke liefdadigheid te zijn, maar inzet voor gerechtigheid en vrede. Hoe je dat doet?
Daartoe heeft God zelf ons een handleiding verschaft, die glashelder is voor particulieren en politici, voor gemeenten en parochies… Je mag gaan in het spoor van de God die in psalm 146 wordt bezongen:

Hij blijft bedacht op trouw voor altijd.
Voor het recht van de onderdrukten komt hij op.
Hij geeft hongerigen brood, de Heer maakt gevangenen vrij
De Heer opent blinden de ogen; De Heer richt verslagenen op
De Heer heeft rechtvaardigen lief; neemt de vreemdeling in bescherming
wees en weduwe staat Hij bij.

 

Veel Christenen hopen na hun dood te worden verenigd met de Schepper in de hemel. Hoe dat zal zijn, weten we niet.
God is op aarde bezig…door middel van zijn kerk.
Hij roept de gemeente om schepper naast God  te zijn;
Een christen mag geloven dat zijn inzet leidt tot:
“Uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel.”

 

De aarde vervuld van recht en vrede.  Een samenleving zoals God bedoelt.
Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, daalt neer
en de Eeuwige woont te midden van de mensen.

Geloven anno 2016 betekent – denk ik – vertrouwen op een God
die mensen inschakelt om hier en nu “hemel op aarde” te creëren.
We hebben nog een lange weg te gaan… maar er zijn tekenen van hoop.
Er is geloofsgemeenschap… dwars door alle kerken heen
die Esther als straatpastor de straat op laat gaan ter wille van de daklozen.
die Soleil, Esther en Margriet inhuurt als hulpverleners voor mensen in crisis.
die bezig is een inloophuis te creëren, waar mensen elkaar ontmoeten en hun hulpvragen op tafel kunnen leggen.
die mensen ronselt om maatje te worden van iemand die in de schulden raakt.
die langdurig verantwoordelijk wil zijn voor een projecten in de derde wereld.
die vluchtelingen opvangt en helpt hun weg te vinden in onze samenleving.
 
Nee, het is niet hopeloos. Het is niet zonder perspectief. Het is klip en klaar welke kant het opgaat … Het gaat richting koninkrijk…
waar Gods wil geschiedt op aarde zoals in de hemel.

Dat het mag zijn – in de naam van de vader en de zoon en de heilige Geest.
AMEN


 




 

Lieve mensen van God,

De rijke man en de arme Lazarus.
Een bekend verhaal waar ik vanmorgen drie elementen uitlicht,
die ieder op zich een hele preek waard zouden zijn.  
Het gaat om 1. arm en rijk  2. hiernamaals en hiernumaals. 3. hel en hemel  

Arm – rijk
Enkele weken geleden wijdde dagblad Trouw een serie artikelen aan kerkelijke gemeenten in enkele zeer welvarende dorpen in ons land. Ik noteerde een uitspraak van Ds. Ad Nieuwkoop, die – zo schreef de journalist- op zondagmorgen de mores in Bloemendaal fileert.
De dominee zei: “Wij moeten als bevoorrechten gestoord worden in onze voorspoedige leventjes.” Nou, als dat zijn doel is, dan kan hij zich het de teksten van vanmorgen helemaal uitleven. 

Lucas vertelt over een rijk man, die een uitbundig leven lijdt.
Hij kleedt zich in purperen gewaden, zo horen we.
Ik stel me iemand voor in onze tijd.
Hij gaat modieus gekleed, houdt zich altijd en overal aan de dresscodes.
Op de golfbaan een keurige polo met kraag – in de broek gedragen.
Op jacht gaat hij in een groenbruin jagerskostuum; een hoed met een veertje.
Op zijn 80 meter lange motorjacht met drie zwembaden,
draagt hij smetteloos wit en zie je hem nooit zonder kapiteinspet.  
De anderen aan boord moeten wel weten wie de boswachter is!  

Het is elke dag feest is in zijn huis.
Ik stel ik me villa voor op een  ommuurde compound,
waar je zonder speciaal pasje echt niet binnenkomt.
Bij de bewaakte achteringang komt een vaste cateraar
dagelijks kostelijke spijzen afleveren, die binnen met belegen wijnen
worden weggespoeld.
Bij de poort zit een bedelaar. Die hoopt op wat restjes.
De enige zorg die aan hem wordt besteed: een hond,
die trouw zijn wonden komt likken.

Overdrijf ik de rijkdom? Overdrijf ik de tegenstelling? Ja, ik overdrijf…
Mijn fantasie maakt de man nog veel rijker dan die in het verhaal.
Waarom? Nou…die man moet natuurlijk niet echt op u en mij lijken, toch?
We moesten eens gestoord worden in onze voorspoedige leventjes…
Ze komen allebei te overlijden.
Lazarus wordt door engelen weggedragen.
Hij mag rusten aan het hart van aartsvader Abraham.
Lazarus’ leven lijkt volkomen zinloos,
maar tot op vandaag wordt zijn naam overal ter wereld genoemd.

De rijke wordt prijsgegeven aan een naamloos graf.
Zo iemand is het gedenken niet waard.
Die mens mag geen naam hebben.

Eigen schuld, dikke bult!
Boontje komt om zijn loontje.
Ja, wij, keurige christenmensen, begrijpen heel goed,
waarom die rijkaard naamloos wordt afgevoerd naar de hel!
Had hij maar moeten omzien naar die arme Lazarus.

Hoe komt het toch dat Lazarus er op aarde zo bekaaid afkomt?
Is hij ongeschoold? Is hij gescheiden? Ex-gedetineerd misschien?
Bleek de hypotheek onder water te staan?
Het verhaal vertelt het niet. Het doet er niet toe.
De arme Lazarus is er en hij ligt aan de poort van de rijke.

Ik had ooit het voorrecht een groep theologiestudenten in Burundi,
iets te mogen vertellen over het kerkelijk leven in Europa.
In de gesprekken werd me duidelijk hoe belangrijk HOOP is
voor mensen in het arme deel van de wereld.
Ze doorstaan het onrecht van de armoe op basis van hoop.  
Hoop op een beter leven hier…  
maar vooral hoop op een beter leven in het hiernamaals.

Toen ik vertelde, dat wij Europeanen daar niet zo mee bezig zijn,
keken ze mij ongelovig aan. Het verbaasde hen zeer dat gelovigen in onze kerken veelal denken, dat het leven op aarde geleefd mag/moet worden.
Ze konden zich niet indenken dat menig gelovige hier zich nauwelijks
een voorstelling maakt van een leven na de dood.
“Dat zien we dan wel weer!” is immers een veel gehoorde opmerking.
Onze inzet is gericht op een samenleving die je “hemel op aarde” kunt
noemen: Gods koninkrijk, veelbelovend land, het paradijs.  
We bidden immers dagelijks: “Uw koninkrijk kome,
Uw wil geschiede op aarde zoals ook in de hemel.

De sociaaleconomische omstandigheden van mensen,
zijn mede bepalend voor hun manier van geloven.
Ik hoorde pasgeleden nog een mooi voorbeeld uit onze kerkgeschiedenis.
Het betreft Doopsgezinden in de 17-de eeuw.
In Friesland woonden nogal wat arme doperse boeren.
Ze waren zeer afhankelijk van de natuur. Die Friese doopsgezinden ontwikkelden een orthodox soort geloof, waarin de natuurkrachten werd gezien als instrumenten waarmee de Eeuwige, de mensheid beloont en straft.   
De mens is een nietig wezen dat volkomen afhankelijk is van een strenge, doch rechtvaardige God.

In diezelfde tijd groeide in de doopsgezinde gemeenschap van het rijke Amsterdam een meer vrijzinnige geloofsopvatting. Daar werd het beteugelen van de natuurkrachten gezien als de opdracht van mens. De mens als Schepper naast God. Adriaan Leeghwater – de molenbouwer, die o.a. de Beemster droog maalde, was doopsgezind. Ingenieur Cornelis Lely, de man van de Zuiderzee-werken, behoorde ook tot die groepering. We hebben onze droge voeten te danken aan… de doopsgezinden. U kent waarschijnlijk de uitspraak: God schiep de werelds, maar de Nederlanders hebben Holland gemaakt.
De mens, schepper naast God, is verantwoordelijk voor het leven op aarde.
Dat geldt niet alleen voor onze droge voeten, maar ook voor de onderlinge verhoudingen. Voor de verhoudingen tussen arm en rijk, bijvoorbeeld.
Daarmee zijn we terug bij onze lezingen.

We lazen Amos, die ongeveer 750 voor Chr. leefde en Lucas, die schreef in de tweede helft van de eerste eeuw… en we lezen de krant.  
Conclusie: Armoede is van alle tijden. Dat is zo!
Armoede bepaalt tot op de dag van vandaag het leven van miljoenen mensen.
Op heel wat plaatsen, o.a. in Burundi, maakt armoe het leven tot een hel,
al was het maar omdat ze ook daar naar westerse TV-series kijken.

Hoe ga je om met de armoede van je medemens. Amos en Lucas verkondigen  beide dat die vraag het scharnierpunt is waar alles om draait bij de God van Israël. Armoe is onrecht dat bestreden moet worden: Uw wil geschiede op aarde, zoals in de hemel.

En… Laten we er maar niet omheen draaien. Wij behoren tot degenen,
die hun schaapjes op het droge hebben. Voor u en mij is de cruciale vraag:
Hoe gaan we om met de armen?

Als het om landen als Burundi gaat, stuiten we op politieke en economische mechanismen, waar we niet zo gek veel invloed op hebben. We verzuchten dat we er toch niks aan kunnen doen en als we iets doen, is het maar heel kleine druppel op een heel grote gloeiende plaat. Jammer maar helaas.

Hoort u het ook? De stemmen van Amos en Lucas verdwijnen naar de achtergrond. Er staan uitleggers op die ons vertellen dat het in deze teksten over hogere geestelijke waarden gaat. Over het hiernamaals. Jehova’s getuigen komen je uitleggen, dat je je bij dat genootschap moet aansluiten om niet te hoeven lijden in het hiernamaals, zoals de rijke bij Lucas.

Armoede… is er altijd al geweest en zal er altijd zijn. Daar doe je niks aan.
Wie zo denkt is geen stap verder dan de afgodendienaars in bijbelse tijden.
Dat is nou heidendom. Alles maar over laten aan de machten van de natuur
en aan machtige mensen, die er slim van profiteren. Wat een armzalige visie op het leven! Wat een armzalige visie op het geloof in Gods koninkrijk.

Die manier van denken haalt de angel uit de profetie.
Die manier van denken negeert de uitdaging uit het evangelie.
In Afrika houd je het in het hiernumaals niet vol, zonder de hoop op het hiernamaals. Het zij onze broeders en zusters van harte gegund.

Maar als je aan de rijke kant van de kloof staat en al het onrecht maar laat voortbestaan… die mens stelt niks voor. Die mens levert geen enkele bijdrage aan Gods koninkrijk: Uw wil geschiedde op aarde zoals in de hemel.
Die bede in het Onze Vader wordt concreet in de harde woorden van Amos  tegen de rijken van zijn tijd; en in het uitdagende verhaal van Lucas.

Als we spreken over het koninkrijk Gods, waar zijn wil geschiedt dan gaat het over hier en nu. Als het gaat over de zin van joue leven, is de vraag:
Welke bijdrage heb jij geleverd?
Hoe heb jij je laten inspireren door Amos en door Lucas en ben je aan de slag gegaan? Of heb je je in slaap laten sussen met hiernamaalsverhalen…ben je weggezapt bij dat eentonig getik van de druppels op de gloeiende plaat.

Ik ken een jonge vrouw. Annick heet ze. Ze leeft op die gloeiende plaat…
Ze woont op de plek waar zo’n druppel viel.
Haar moeder was, toen ik haar in 2003 leerde kennen, weduwe.
Die moeder had groetenwinkeltje opgezet met een microkrediet,
waarvoor in  Nederland geld was ingezameld. Er was geld om Annick naar de basisschool te laten gaan. Haar moeder is plotseling overleden.
Dank zij een project van de kerk waartoe ze behoort kon ze toch naar het V.O.
Ze is twee jaar geleden afgestudeerd aan Hope University in Bujumbura.
Ze werkt bij een goed betalende buitenlandse firma. Met haar salaris betaalt ze de opleiding van haar jongere broertjes en zusjes. Een mooi verhaal? Zeker! Een waar verhaal ook… en een veilig verhaal; want Annick en haar familie blijven wel in Bujumbura.

Maar er zijn ook andere verhalen. Verhalen over mensen op de vlucht voor oorlogsgeweld. Verhalen over mensen die vandaag bivakkeren voor de poort van schatrijk Europa… En wat doet schatrijk Europa? Europa stelt vragen…

Waarom zijn deze mensen ze gevlucht?
Toch niet alleen maar om aan de armoe te ontkomen, hè? 
Het zijn toch niet van die volwassenen, die alles en iedereen achter laten en
hun leven wagen in gammele bootjes, om toekomst te creëren voor hun kinderen?  Dat zijn zeer moedige mensen. Maar wij plakken er een etiket op: Economische vluchteling! We laten ze niet toe!

Amos roept op tot bekering. Keer terug naar Thora!
Amos vermaant zijn volksgenoten omdat ze Gods wet veronachtzamen.
De profeet wijst de koning en de andere rijken op dat scharnierpunt.
Je maakt Thora zichtbaar als je omziet naar de arme, de weduwe, de wees, de vreemdeling. Daaraan kun je zien of je Thora volbrengt. 

0ok Lucas maakt duidelijk dat juist in je omgang  met degenen die het moeilijk hebben in de samenleving, duidelijk wordt of je leeft in de lijn van Jezus van Nazareth of juist niet.

Hoe ga je om met mensen die hier op aarde gaan door een hel van eenzaam-heid, armoede, pesterij, discriminatie, dakloosheid onderdrukking en allerlei andere vormen van onrecht?
Die vraag geldt voor de regering… en wordt een vraag aan jou persoonlijk als je 
politieke keuze bepaalt. Niet kiezen, betekent het laten voortbestaan van al het onrecht dat nu nog gebeurt. Wie niet of verkeerd kiest, stookt de hel nog wat op… Je kunt die vraag ook stellen aan de gemeente…

Hoe gaan we als protestantse gemeente om met de armen in onze dorpen en in de naburige stad? Zijn we kerk voor ons persoonlijk zielenheil of vormen we een gemeente ter wille van de samenleving? Bestaat ons diaconaat uit het geven van geld aan doelen die ons bevallen of nemen we verantwoordelijkheid voor mensen in een situatie van onrecht. Het diaconaat hoort geen kerkelijke liefdadigheid te zijn, maar inzet voor gerechtigheid en vrede. Hoe je dat doet?
Daartoe heeft God zelf ons een handleiding verschaft, die glashelder is voor particulieren en politici, voor gemeenten en parochies… Je mag gaan in het spoor van de God die in psalm 146 wordt bezongen:

Hij blijft bedacht op trouw voor altijd.
Voor het recht van de onderdrukten komt hij op.
Hij geeft hongerigen brood, de Heer maakt gevangenen vrij
De Heer opent blinden de ogen; De Heer richt verslagenen op
De Heer heeft rechtvaardigen lief; neemt de vreemdeling in bescherming
wees en weduwe staat Hij bij.

 

Veel Christenen hopen na hun dood te worden verenigd met de Schepper in de hemel. Hoe dat zal zijn, weten we niet.
God is op aarde bezig…door middel van zijn kerk.
Hij roept de gemeente om schepper naast God  te zijn;
Een christen mag geloven dat zijn inzet leidt tot:
“Uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel.”

 

De aarde vervuld van recht en vrede.  Een samenleving zoals God bedoelt.
Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, daalt neer
en de Eeuwige woont te midden van de mensen.

Geloven anno 2016 betekent – denk ik – vertrouwen op een God
die mensen inschakelt om hier en nu “hemel op aarde” te creëren.
We hebben nog een lange weg te gaan… maar er zijn tekenen van hoop.
Er is geloofsgemeenschap… dwars door alle kerken heen
die Esther als straatpastor de straat op laat gaan ter wille van de daklozen.
die Soleil, Esther en Margriet inhuurt als hulpverleners voor mensen in crisis.
die bezig is een inloophuis te creëren, waar mensen elkaar ontmoeten en hun hulpvragen op tafel kunnen leggen.
die mensen ronselt om maatje te worden van iemand die in de schulden raakt.
die langdurig verantwoordelijk wil zijn voor een projecten in de derde wereld.
die vluchtelingen opvangt en helpt hun weg te vinden in onze samenleving.
 
Nee, het is niet hopeloos. Het is niet zonder perspectief. Het is klip en klaar welke kant het opgaat … Het gaat richting koninkrijk…
waar Gods wil geschiedt op aarde zoals in de hemel.

Dat het mag zijn – in de naam van de vader en de zoon en de heilige Geest.
AMEN


 




 

Lieve mensen van God,

De rijke man en de arme Lazarus.
Een bekend verhaal waar ik vanmorgen drie elementen uitlicht,
die ieder op zich een hele preek waard zouden zijn.  
Het gaat om 1. arm en rijk  2. hiernamaals en hiernumaals. 3. hel en hemel  

Arm – rijk
Enkele weken geleden wijdde dagblad Trouw een serie artikelen aan kerkelijke gemeenten in enkele zeer welvarende dorpen in ons land. Ik noteerde een uitspraak van Ds. Ad Nieuwkoop, die – zo schreef de journalist- op zondagmorgen de mores in Bloemendaal fileert.
De dominee zei: “Wij moeten als bevoorrechten gestoord worden in onze voorspoedige leventjes.” Nou, als dat zijn doel is, dan kan hij zich het de teksten van vanmorgen helemaal uitleven. 

Lucas vertelt over een rijk man, die een uitbundig leven lijdt.
Hij kleedt zich in purperen gewaden, zo horen we.
Ik stel me iemand voor in onze tijd.
Hij gaat modieus gekleed, houdt zich altijd en overal aan de dresscodes.
Op de golfbaan een keurige polo met kraag – in de broek gedragen.
Op jacht gaat hij in een groenbruin jagerskostuum; een hoed met een veertje.
Op zijn 80 meter lange motorjacht met drie zwembaden,
draagt hij smetteloos wit en zie je hem nooit zonder kapiteinspet.  
De anderen aan boord moeten wel weten wie de boswachter is!  

Het is elke dag feest is in zijn huis.
Ik stel ik me villa voor op een  ommuurde compound,
waar je zonder speciaal pasje echt niet binnenkomt.
Bij de bewaakte achteringang komt een vaste cateraar
dagelijks kostelijke spijzen afleveren, die binnen met belegen wijnen
worden weggespoeld.
Bij de poort zit een bedelaar. Die hoopt op wat restjes.
De enige zorg die aan hem wordt besteed: een hond,
die trouw zijn wonden komt likken.

Overdrijf ik de rijkdom? Overdrijf ik de tegenstelling? Ja, ik overdrijf…
Mijn fantasie maakt de man nog veel rijker dan die in het verhaal.
Waarom? Nou…die man moet natuurlijk niet echt op u en mij lijken, toch?
We moesten eens gestoord worden in onze voorspoedige leventjes…
Ze komen allebei te overlijden.
Lazarus wordt door engelen weggedragen.
Hij mag rusten aan het hart van aartsvader Abraham.
Lazarus’ leven lijkt volkomen zinloos,
maar tot op vandaag wordt zijn naam overal ter wereld genoemd.

De rijke wordt prijsgegeven aan een naamloos graf.
Zo iemand is het gedenken niet waard.
Die mens mag geen naam hebben.

Eigen schuld, dikke bult!
Boontje komt om zijn loontje.
Ja, wij, keurige christenmensen, begrijpen heel goed,
waarom die rijkaard naamloos wordt afgevoerd naar de hel!
Had hij maar moeten omzien naar die arme Lazarus.

Hoe komt het toch dat Lazarus er op aarde zo bekaaid afkomt?
Is hij ongeschoold? Is hij gescheiden? Ex-gedetineerd misschien?
Bleek de hypotheek onder water te staan?
Het verhaal vertelt het niet. Het doet er niet toe.
De arme Lazarus is er en hij ligt aan de poort van de rijke.

Ik had ooit het voorrecht een groep theologiestudenten in Burundi,
iets te mogen vertellen over het kerkelijk leven in Europa.
In de gesprekken werd me duidelijk hoe belangrijk HOOP is
voor mensen in het arme deel van de wereld.
Ze doorstaan het onrecht van de armoe op basis van hoop.  
Hoop op een beter leven hier…  
maar vooral hoop op een beter leven in het hiernamaals.

Toen ik vertelde, dat wij Europeanen daar niet zo mee bezig zijn,
keken ze mij ongelovig aan. Het verbaasde hen zeer dat gelovigen in onze kerken veelal denken, dat het leven op aarde geleefd mag/moet worden.
Ze konden zich niet indenken dat menig gelovige hier zich nauwelijks
een voorstelling maakt van een leven na de dood.
“Dat zien we dan wel weer!” is immers een veel gehoorde opmerking.
Onze inzet is gericht op een samenleving die je “hemel op aarde” kunt
noemen: Gods koninkrijk, veelbelovend land, het paradijs.  
We bidden immers dagelijks: “Uw koninkrijk kome,
Uw wil geschiede op aarde zoals ook in de hemel.

De sociaaleconomische omstandigheden van mensen,
zijn mede bepalend voor hun manier van geloven.
Ik hoorde pasgeleden nog een mooi voorbeeld uit onze kerkgeschiedenis.
Het betreft Doopsgezinden in de 17-de eeuw.
In Friesland woonden nogal wat arme doperse boeren.
Ze waren zeer afhankelijk van de natuur. Die Friese doopsgezinden ontwikkelden een orthodox soort geloof, waarin de natuurkrachten werd gezien als instrumenten waarmee de Eeuwige, de mensheid beloont en straft.   
De mens is een nietig wezen dat volkomen afhankelijk is van een strenge, doch rechtvaardige God.

In diezelfde tijd groeide in de doopsgezinde gemeenschap van het rijke Amsterdam een meer vrijzinnige geloofsopvatting. Daar werd het beteugelen van de natuurkrachten gezien als de opdracht van mens. De mens als Schepper naast God. Adriaan Leeghwater – de molenbouwer, die o.a. de Beemster droog maalde, was doopsgezind. Ingenieur Cornelis Lely, de man van de Zuiderzee-werken, behoorde ook tot die groepering. We hebben onze droge voeten te danken aan… de doopsgezinden. U kent waarschijnlijk de uitspraak: God schiep de werelds, maar de Nederlanders hebben Holland gemaakt.
De mens, schepper naast God, is verantwoordelijk voor het leven op aarde.
Dat geldt niet alleen voor onze droge voeten, maar ook voor de onderlinge verhoudingen. Voor de verhoudingen tussen arm en rijk, bijvoorbeeld.
Daarmee zijn we terug bij onze lezingen.

We lazen Amos, die ongeveer 750 voor Chr. leefde en Lucas, die schreef in de tweede helft van de eerste eeuw… en we lezen de krant.  
Conclusie: Armoede is van alle tijden. Dat is zo!
Armoede bepaalt tot op de dag van vandaag het leven van miljoenen mensen.
Op heel wat plaatsen, o.a. in Burundi, maakt armoe het leven tot een hel,
al was het maar omdat ze ook daar naar westerse TV-series kijken.

Hoe ga je om met de armoede van je medemens. Amos en Lucas verkondigen  beide dat die vraag het scharnierpunt is waar alles om draait bij de God van Israël. Armoe is onrecht dat bestreden moet worden: Uw wil geschiede op aarde, zoals in de hemel.

En… Laten we er maar niet omheen draaien. Wij behoren tot degenen,
die hun schaapjes op het droge hebben. Voor u en mij is de cruciale vraag:
Hoe gaan we om met de armen?

Als het om landen als Burundi gaat, stuiten we op politieke en economische mechanismen, waar we niet zo gek veel invloed op hebben. We verzuchten dat we er toch niks aan kunnen doen en als we iets doen, is het maar heel kleine druppel op een heel grote gloeiende plaat. Jammer maar helaas.

Hoort u het ook? De stemmen van Amos en Lucas verdwijnen naar de achtergrond. Er staan uitleggers op die ons vertellen dat het in deze teksten over hogere geestelijke waarden gaat. Over het hiernamaals. Jehova’s getuigen komen je uitleggen, dat je je bij dat genootschap moet aansluiten om niet te hoeven lijden in het hiernamaals, zoals de rijke bij Lucas.

Armoede… is er altijd al geweest en zal er altijd zijn. Daar doe je niks aan.
Wie zo denkt is geen stap verder dan de afgodendienaars in bijbelse tijden.
Dat is nou heidendom. Alles maar over laten aan de machten van de natuur
en aan machtige mensen, die er slim van profiteren. Wat een armzalige visie op het leven! Wat een armzalige visie op het geloof in Gods koninkrijk.

Die manier van denken haalt de angel uit de profetie.
Die manier van denken negeert de uitdaging uit het evangelie.
In Afrika houd je het in het hiernumaals niet vol, zonder de hoop op het hiernamaals. Het zij onze broeders en zusters van harte gegund.

Maar als je aan de rijke kant van de kloof staat en al het onrecht maar laat voortbestaan… die mens stelt niks voor. Die mens levert geen enkele bijdrage aan Gods koninkrijk: Uw wil geschiedde op aarde zoals in de hemel.
Die bede in het Onze Vader wordt concreet in de harde woorden van Amos  tegen de rijken van zijn tijd; en in het uitdagende verhaal van Lucas.

Als we spreken over het koninkrijk Gods, waar zijn wil geschiedt dan gaat het over hier en nu. Als het gaat over de zin van joue leven, is de vraag:
Welke bijdrage heb jij geleverd?
Hoe heb jij je laten inspireren door Amos en door Lucas en ben je aan de slag gegaan? Of heb je je in slaap laten sussen met hiernamaalsverhalen…ben je weggezapt bij dat eentonig getik van de druppels op de gloeiende plaat.

Ik ken een jonge vrouw. Annick heet ze. Ze leeft op die gloeiende plaat…
Ze woont op de plek waar zo’n druppel viel.
Haar moeder was, toen ik haar in 2003 leerde kennen, weduwe.
Die moeder had groetenwinkeltje opgezet met een microkrediet,
waarvoor in  Nederland geld was ingezameld. Er was geld om Annick naar de basisschool te laten gaan. Haar moeder is plotseling overleden.
Dank zij een project van de kerk waartoe ze behoort kon ze toch naar het V.O.
Ze is twee jaar geleden afgestudeerd aan Hope University in Bujumbura.
Ze werkt bij een goed betalende buitenlandse firma. Met haar salaris betaalt ze de opleiding van haar jongere broertjes en zusjes. Een mooi verhaal? Zeker! Een waar verhaal ook… en een veilig verhaal; want Annick en haar familie blijven wel in Bujumbura.

Maar er zijn ook andere verhalen. Verhalen over mensen op de vlucht voor oorlogsgeweld. Verhalen over mensen die vandaag bivakkeren voor de poort van schatrijk Europa… En wat doet schatrijk Europa? Europa stelt vragen…

Waarom zijn deze mensen ze gevlucht?
Toch niet alleen maar om aan de armoe te ontkomen, hè? 
Het zijn toch niet van die volwassenen, die alles en iedereen achter laten en
hun leven wagen in gammele bootjes, om toekomst te creëren voor hun kinderen?  Dat zijn zeer moedige mensen. Maar wij plakken er een etiket op: Economische vluchteling! We laten ze niet toe!

Amos roept op tot bekering. Keer terug naar Thora!
Amos vermaant zijn volksgenoten omdat ze Gods wet veronachtzamen.
De profeet wijst de koning en de andere rijken op dat scharnierpunt.
Je maakt Thora zichtbaar als je omziet naar de arme, de weduwe, de wees, de vreemdeling. Daaraan kun je zien of je Thora volbrengt. 

0ok Lucas maakt duidelijk dat juist in je omgang  met degenen die het moeilijk hebben in de samenleving, duidelijk wordt of je leeft in de lijn van Jezus van Nazareth of juist niet.

Hoe ga je om met mensen die hier op aarde gaan door een hel van eenzaam-heid, armoede, pesterij, discriminatie, dakloosheid onderdrukking en allerlei andere vormen van onrecht?
Die vraag geldt voor de regering… en wordt een vraag aan jou persoonlijk als je 
politieke keuze bepaalt. Niet kiezen, betekent het laten voortbestaan van al het onrecht dat nu nog gebeurt. Wie niet of verkeerd kiest, stookt de hel nog wat op… Je kunt die vraag ook stellen aan de gemeente…

Hoe gaan we als protestantse gemeente om met de armen in onze dorpen en in de naburige stad? Zijn we kerk voor ons persoonlijk zielenheil of vormen we een gemeente ter wille van de samenleving? Bestaat ons diaconaat uit het geven van geld aan doelen die ons bevallen of nemen we verantwoordelijkheid voor mensen in een situatie van onrecht. Het diaconaat hoort geen kerkelijke liefdadigheid te zijn, maar inzet voor gerechtigheid en vrede. Hoe je dat doet?
Daartoe heeft God zelf ons een handleiding verschaft, die glashelder is voor particulieren en politici, voor gemeenten en parochies… Je mag gaan in het spoor van de God die in psalm 146 wordt bezongen:

Hij blijft bedacht op trouw voor altijd.
Voor het recht van de onderdrukten komt hij op.
Hij geeft hongerigen brood, de Heer maakt gevangenen vrij
De Heer opent blinden de ogen; De Heer richt verslagenen op
De Heer heeft rechtvaardigen lief; neemt de vreemdeling in bescherming
wees en weduwe staat Hij bij.

 

Veel Christenen hopen na hun dood te worden verenigd met de Schepper in de hemel. Hoe dat zal zijn, weten we niet.
God is op aarde bezig…door middel van zijn kerk.
Hij roept de gemeente om schepper naast God  te zijn;
Een christen mag geloven dat zijn inzet leidt tot:
“Uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel.”

 

De aarde vervuld van recht en vrede.  Een samenleving zoals God bedoelt.
Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, daalt neer
en de Eeuwige woont te midden van de mensen.

Geloven anno 2016 betekent – denk ik – vertrouwen op een God
die mensen inschakelt om hier en nu “hemel op aarde” te creëren.
We hebben nog een lange weg te gaan… maar er zijn tekenen van hoop.
Er is geloofsgemeenschap… dwars door alle kerken heen
die Esther als straatpastor de straat op laat gaan ter wille van de daklozen.
die Soleil, Esther en Margriet inhuurt als hulpverleners voor mensen in crisis.
die bezig is een inloophuis te creëren, waar mensen elkaar ontmoeten en hun hulpvragen op tafel kunnen leggen.
die mensen ronselt om maatje te worden van iemand die in de schulden raakt.
die langdurig verantwoordelijk wil zijn voor een projecten in de derde wereld.
die vluchtelingen opvangt en helpt hun weg te vinden in onze samenleving.
 
Nee, het is niet hopeloos. Het is niet zonder perspectief. Het is klip en klaar welke kant het opgaat … Het gaat richting koninkrijk…
waar Gods wil geschiedt op aarde zoals in de hemel.

Dat het mag zijn – in de naam van de vader en de zoon en de heilige Geest.
AMEN


 




 

Lieve mensen van God,

De rijke man en de arme Lazarus.
Een bekend verhaal waar ik vanmorgen drie elementen uitlicht,
die ieder op zich een hele preek waard zouden zijn.  
Het gaat om 1. arm en rijk  2. hiernamaals en hiernumaals. 3. hel en hemel  

Arm – rijk
Enkele weken geleden wijdde dagblad Trouw een serie artikelen aan kerkelijke gemeenten in enkele zeer welvarende dorpen in ons land. Ik noteerde een uitspraak van Ds. Ad Nieuwkoop, die – zo schreef de journalist- op zondagmorgen de mores in Bloemendaal fileert.
De dominee zei: “Wij moeten als bevoorrechten gestoord worden in onze voorspoedige leventjes.” Nou, als dat zijn doel is, dan kan hij zich het de teksten van vanmorgen helemaal uitleven. 

Lucas vertelt over een rijk man, die een uitbundig leven lijdt.
Hij kleedt zich in purperen gewaden, zo horen we.
Ik stel me iemand voor in onze tijd.
Hij gaat modieus gekleed, houdt zich altijd en overal aan de dresscodes.
Op de golfbaan een keurige polo met kraag – in de broek gedragen.
Op jacht gaat hij in een groenbruin jagerskostuum; een hoed met een veertje.
Op zijn 80 meter lange motorjacht met drie zwembaden,
draagt hij smetteloos wit en zie je hem nooit zonder kapiteinspet.  
De anderen aan boord moeten wel weten wie de boswachter is!  

Het is elke dag feest is in zijn huis.
Ik stel ik me villa voor op een  ommuurde compound,
waar je zonder speciaal pasje echt niet binnenkomt.
Bij de bewaakte achteringang komt een vaste cateraar
dagelijks kostelijke spijzen afleveren, die binnen met belegen wijnen
worden weggespoeld.
Bij de poort zit een bedelaar. Die hoopt op wat restjes.
De enige zorg die aan hem wordt besteed: een hond,
die trouw zijn wonden komt likken.

Overdrijf ik de rijkdom? Overdrijf ik de tegenstelling? Ja, ik overdrijf…
Mijn fantasie maakt de man nog veel rijker dan die in het verhaal.
Waarom? Nou…die man moet natuurlijk niet echt op u en mij lijken, toch?
We moesten eens gestoord worden in onze voorspoedige leventjes…
Ze komen allebei te overlijden.
Lazarus wordt door engelen weggedragen.
Hij mag rusten aan het hart van aartsvader Abraham.
Lazarus’ leven lijkt volkomen zinloos,
maar tot op vandaag wordt zijn naam overal ter wereld genoemd.

De rijke wordt prijsgegeven aan een naamloos graf.
Zo iemand is het gedenken niet waard.
Die mens mag geen naam hebben.

Eigen schuld, dikke bult!
Boontje komt om zijn loontje.
Ja, wij, keurige christenmensen, begrijpen heel goed,
waarom die rijkaard naamloos wordt afgevoerd naar de hel!
Had hij maar moeten omzien naar die arme Lazarus.

Hoe komt het toch dat Lazarus er op aarde zo bekaaid afkomt?
Is hij ongeschoold? Is hij gescheiden? Ex-gedetineerd misschien?
Bleek de hypotheek onder water te staan?
Het verhaal vertelt het niet. Het doet er niet toe.
De arme Lazarus is er en hij ligt aan de poort van de rijke.

Ik had ooit het voorrecht een groep theologiestudenten in Burundi,
iets te mogen vertellen over het kerkelijk leven in Europa.
In de gesprekken werd me duidelijk hoe belangrijk HOOP is
voor mensen in het arme deel van de wereld.
Ze doorstaan het onrecht van de armoe op basis van hoop.  
Hoop op een beter leven hier…  
maar vooral hoop op een beter leven in het hiernamaals.

Toen ik vertelde, dat wij Europeanen daar niet zo mee bezig zijn,
keken ze mij ongelovig aan. Het verbaasde hen zeer dat gelovigen in onze kerken veelal denken, dat het leven op aarde geleefd mag/moet worden.
Ze konden zich niet indenken dat menig gelovige hier zich nauwelijks
een voorstelling maakt van een leven na de dood.
“Dat zien we dan wel weer!” is immers een veel gehoorde opmerking.
Onze inzet is gericht op een samenleving die je “hemel op aarde” kunt
noemen: Gods koninkrijk, veelbelovend land, het paradijs.  
We bidden immers dagelijks: “Uw koninkrijk kome,
Uw wil geschiede op aarde zoals ook in de hemel.

De sociaaleconomische omstandigheden van mensen,
zijn mede bepalend voor hun manier van geloven.
Ik hoorde pasgeleden nog een mooi voorbeeld uit onze kerkgeschiedenis.
Het betreft Doopsgezinden in de 17-de eeuw.
In Friesland woonden nogal wat arme doperse boeren.
Ze waren zeer afhankelijk van de natuur. Die Friese doopsgezinden ontwikkelden een orthodox soort geloof, waarin de natuurkrachten werd gezien als instrumenten waarmee de Eeuwige, de mensheid beloont en straft.   
De mens is een nietig wezen dat volkomen afhankelijk is van een strenge, doch rechtvaardige God.

In diezelfde tijd groeide in de doopsgezinde gemeenschap van het rijke Amsterdam een meer vrijzinnige geloofsopvatting. Daar werd het beteugelen van de natuurkrachten gezien als de opdracht van mens. De mens als Schepper naast God. Adriaan Leeghwater – de molenbouwer, die o.a. de Beemster droog maalde, was doopsgezind. Ingenieur Cornelis Lely, de man van de Zuiderzee-werken, behoorde ook tot die groepering. We hebben onze droge voeten te danken aan… de doopsgezinden. U kent waarschijnlijk de uitspraak: God schiep de werelds, maar de Nederlanders hebben Holland gemaakt.
De mens, schepper naast God, is verantwoordelijk voor het leven op aarde.
Dat geldt niet alleen voor onze droge voeten, maar ook voor de onderlinge verhoudingen. Voor de verhoudingen tussen arm en rijk, bijvoorbeeld.
Daarmee zijn we terug bij onze lezingen.

We lazen Amos, die ongeveer 750 voor Chr. leefde en Lucas, die schreef in de tweede helft van de eerste eeuw… en we lezen de krant.  
Conclusie: Armoede is van alle tijden. Dat is zo!
Armoede bepaalt tot op de dag van vandaag het leven van miljoenen mensen.
Op heel wat plaatsen, o.a. in Burundi, maakt armoe het leven tot een hel,
al was het maar omdat ze ook daar naar westerse TV-series kijken.

Hoe ga je om met de armoede van je medemens. Amos en Lucas verkondigen  beide dat die vraag het scharnierpunt is waar alles om draait bij de God van Israël. Armoe is onrecht dat bestreden moet worden: Uw wil geschiede op aarde, zoals in de hemel.

En… Laten we er maar niet omheen draaien. Wij behoren tot degenen,
die hun schaapjes op het droge hebben. Voor u en mij is de cruciale vraag:
Hoe gaan we om met de armen?

Als het om landen als Burundi gaat, stuiten we op politieke en economische mechanismen, waar we niet zo gek veel invloed op hebben. We verzuchten dat we er toch niks aan kunnen doen en als we iets doen, is het maar heel kleine druppel op een heel grote gloeiende plaat. Jammer maar helaas.

Hoort u het ook? De stemmen van Amos en Lucas verdwijnen naar de achtergrond. Er staan uitleggers op die ons vertellen dat het in deze teksten over hogere geestelijke waarden gaat. Over het hiernamaals. Jehova’s getuigen komen je uitleggen, dat je je bij dat genootschap moet aansluiten om niet te hoeven lijden in het hiernamaals, zoals de rijke bij Lucas.

Armoede… is er altijd al geweest en zal er altijd zijn. Daar doe je niks aan.
Wie zo denkt is geen stap verder dan de afgodendienaars in bijbelse tijden.
Dat is nou heidendom. Alles maar over laten aan de machten van de natuur
en aan machtige mensen, die er slim van profiteren. Wat een armzalige visie op het leven! Wat een armzalige visie op het geloof in Gods koninkrijk.

Die manier van denken haalt de angel uit de profetie.
Die manier van denken negeert de uitdaging uit het evangelie.
In Afrika houd je het in het hiernumaals niet vol, zonder de hoop op het hiernamaals. Het zij onze broeders en zusters van harte gegund.

Maar als je aan de rijke kant van de kloof staat en al het onrecht maar laat voortbestaan… die mens stelt niks voor. Die mens levert geen enkele bijdrage aan Gods koninkrijk: Uw wil geschiedde op aarde zoals in de hemel.
Die bede in het Onze Vader wordt concreet in de harde woorden van Amos  tegen de rijken van zijn tijd; en in het uitdagende verhaal van Lucas.

Als we spreken over het koninkrijk Gods, waar zijn wil geschiedt dan gaat het over hier en nu. Als het gaat over de zin van joue leven, is de vraag:
Welke bijdrage heb jij geleverd?
Hoe heb jij je laten inspireren door Amos en door Lucas en ben je aan de slag gegaan? Of heb je je in slaap laten sussen met hiernamaalsverhalen…ben je weggezapt bij dat eentonig getik van de druppels op de gloeiende plaat.

Ik ken een jonge vrouw. Annick heet ze. Ze leeft op die gloeiende plaat…
Ze woont op de plek waar zo’n druppel viel.
Haar moeder was, toen ik haar in 2003 leerde kennen, weduwe.
Die moeder had groetenwinkeltje opgezet met een microkrediet,
waarvoor in  Nederland geld was ingezameld. Er was geld om Annick naar de basisschool te laten gaan. Haar moeder is plotseling overleden.
Dank zij een project van de kerk waartoe ze behoort kon ze toch naar het V.O.
Ze is twee jaar geleden afgestudeerd aan Hope University in Bujumbura.
Ze werkt bij een goed betalende buitenlandse firma. Met haar salaris betaalt ze de opleiding van haar jongere broertjes en zusjes. Een mooi verhaal? Zeker! Een waar verhaal ook… en een veilig verhaal; want Annick en haar familie blijven wel in Bujumbura.

Maar er zijn ook andere verhalen. Verhalen over mensen op de vlucht voor oorlogsgeweld. Verhalen over mensen die vandaag bivakkeren voor de poort van schatrijk Europa… En wat doet schatrijk Europa? Europa stelt vragen…

Waarom zijn deze mensen ze gevlucht?
Toch niet alleen maar om aan de armoe te ontkomen, hè? 
Het zijn toch niet van die volwassenen, die alles en iedereen achter laten en
hun leven wagen in gammele bootjes, om toekomst te creëren voor hun kinderen?  Dat zijn zeer moedige mensen. Maar wij plakken er een etiket op: Economische vluchteling! We laten ze niet toe!

Amos roept op tot bekering. Keer terug naar Thora!
Amos vermaant zijn volksgenoten omdat ze Gods wet veronachtzamen.
De profeet wijst de koning en de andere rijken op dat scharnierpunt.
Je maakt Thora zichtbaar als je omziet naar de arme, de weduwe, de wees, de vreemdeling. Daaraan kun je zien of je Thora volbrengt. 

0ok Lucas maakt duidelijk dat juist in je omgang  met degenen die het moeilijk hebben in de samenleving, duidelijk wordt of je leeft in de lijn van Jezus van Nazareth of juist niet.

Hoe ga je om met mensen die hier op aarde gaan door een hel van eenzaam-heid, armoede, pesterij, discriminatie, dakloosheid onderdrukking en allerlei andere vormen van onrecht?
Die vraag geldt voor de regering… en wordt een vraag aan jou persoonlijk als je 
politieke keuze bepaalt. Niet kiezen, betekent het laten voortbestaan van al het onrecht dat nu nog gebeurt. Wie niet of verkeerd kiest, stookt de hel nog wat op… Je kunt die vraag ook stellen aan de gemeente…

Hoe gaan we als protestantse gemeente om met de armen in onze dorpen en in de naburige stad? Zijn we kerk voor ons persoonlijk zielenheil of vormen we een gemeente ter wille van de samenleving? Bestaat ons diaconaat uit het geven van geld aan doelen die ons bevallen of nemen we verantwoordelijkheid voor mensen in een situatie van onrecht. Het diaconaat hoort geen kerkelijke liefdadigheid te zijn, maar inzet voor gerechtigheid en vrede. Hoe je dat doet?
Daartoe heeft God zelf ons een handleiding verschaft, die glashelder is voor particulieren en politici, voor gemeenten en parochies… Je mag gaan in het spoor van de God die in psalm 146 wordt bezongen:

Hij blijft bedacht op trouw voor altijd.
Voor het recht van de onderdrukten komt hij op.
Hij geeft hongerigen brood, de Heer maakt gevangenen vrij
De Heer opent blinden de ogen; De Heer richt verslagenen op
De Heer heeft rechtvaardigen lief; neemt de vreemdeling in bescherming
wees en weduwe staat Hij bij.

 

Veel Christenen hopen na hun dood te worden verenigd met de Schepper in de hemel. Hoe dat zal zijn, weten we niet.
God is op aarde bezig…door middel van zijn kerk.
Hij roept de gemeente om schepper naast God  te zijn;
Een christen mag geloven dat zijn inzet leidt tot:
“Uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel.”

 

De aarde vervuld van recht en vrede.  Een samenleving zoals God bedoelt.
Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, daalt neer
en de Eeuwige woont te midden van de mensen.

Geloven anno 2016 betekent – denk ik – vertrouwen op een God
die mensen inschakelt om hier en nu “hemel op aarde” te creëren.
We hebben nog een lange weg te gaan… maar er zijn tekenen van hoop.
Er is geloofsgemeenschap… dwars door alle kerken heen
die Esther als straatpastor de straat op laat gaan ter wille van de daklozen.
die Soleil, Esther en Margriet inhuurt als hulpverleners voor mensen in crisis.
die bezig is een inloophuis te creëren, waar mensen elkaar ontmoeten en hun hulpvragen op tafel kunnen leggen.
die mensen ronselt om maatje te worden van iemand die in de schulden raakt.
die langdurig verantwoordelijk wil zijn voor een projecten in de derde wereld.
die vluchtelingen opvangt en helpt hun weg te vinden in onze samenleving.
 
Nee, het is niet hopeloos. Het is niet zonder perspectief. Het is klip en klaar welke kant het opgaat … Het gaat richting koninkrijk…
waar Gods wil geschiedt op aarde zoals in de hemel.

Dat het mag zijn – in de naam van de vader en de zoon en de heilige Geest.
AMEN


 




 

Lieve mensen van God,

De rijke man en de arme Lazarus.
Een bekend verhaal waar ik vanmorgen drie elementen uitlicht,
die ieder op zich een hele preek waard zouden zijn.  
Het gaat om 1. arm en rijk  2. hiernamaals en hiernumaals. 3. hel en hemel  

Arm – rijk
Enkele weken geleden wijdde dagblad Trouw een serie artikelen aan kerkelijke gemeenten in enkele zeer welvarende dorpen in ons land. Ik noteerde een uitspraak van Ds. Ad Nieuwkoop, die – zo schreef de journalist- op zondagmorgen de mores in Bloemendaal fileert.
De dominee zei: “Wij moeten als bevoorrechten gestoord worden in onze voorspoedige leventjes.” Nou, als dat zijn doel is, dan kan hij zich het de teksten van vanmorgen helemaal uitleven. 

Lucas vertelt over een rijk man, die een uitbundig leven lijdt.
Hij kleedt zich in purperen gewaden, zo horen we.
Ik stel me iemand voor in onze tijd.
Hij gaat modieus gekleed, houdt zich altijd en overal aan de dresscodes.
Op de golfbaan een keurige polo met kraag – in de broek gedragen.
Op jacht gaat hij in een groenbruin jagerskostuum; een hoed met een veertje.
Op zijn 80 meter lange motorjacht met drie zwembaden,
draagt hij smetteloos wit en zie je hem nooit zonder kapiteinspet.  
De anderen aan boord moeten wel weten wie de boswachter is!  

Het is elke dag feest is in zijn huis.
Ik stel ik me villa voor op een  ommuurde compound,
waar je zonder speciaal pasje echt niet binnenkomt.
Bij de bewaakte achteringang komt een vaste cateraar
dagelijks kostelijke spijzen afleveren, die binnen met belegen wijnen
worden weggespoeld.
Bij de poort zit een bedelaar. Die hoopt op wat restjes.
De enige zorg die aan hem wordt besteed: een hond,
die trouw zijn wonden komt likken.

Overdrijf ik de rijkdom? Overdrijf ik de tegenstelling? Ja, ik overdrijf…
Mijn fantasie maakt de man nog veel rijker dan die in het verhaal.
Waarom? Nou…die man moet natuurlijk niet echt op u en mij lijken, toch?
We moesten eens gestoord worden in onze voorspoedige leventjes…
Ze komen allebei te overlijden.
Lazarus wordt door engelen weggedragen.
Hij mag rusten aan het hart van aartsvader Abraham.
Lazarus’ leven lijkt volkomen zinloos,
maar tot op vandaag wordt zijn naam overal ter wereld genoemd.

De rijke wordt prijsgegeven aan een naamloos graf.
Zo iemand is het gedenken niet waard.
Die mens mag geen naam hebben.

Eigen schuld, dikke bult!
Boontje komt om zijn loontje.
Ja, wij, keurige christenmensen, begrijpen heel goed,
waarom die rijkaard naamloos wordt afgevoerd naar de hel!
Had hij maar moeten omzien naar die arme Lazarus.

Hoe komt het toch dat Lazarus er op aarde zo bekaaid afkomt?
Is hij ongeschoold? Is hij gescheiden? Ex-gedetineerd misschien?
Bleek de hypotheek onder water te staan?
Het verhaal vertelt het niet. Het doet er niet toe.
De arme Lazarus is er en hij ligt aan de poort van de rijke.

Ik had ooit het voorrecht een groep theologiestudenten in Burundi,
iets te mogen vertellen over het kerkelijk leven in Europa.
In de gesprekken werd me duidelijk hoe belangrijk HOOP is
voor mensen in het arme deel van de wereld.
Ze doorstaan het onrecht van de armoe op basis van hoop.  
Hoop op een beter leven hier…  
maar vooral hoop op een beter leven in het hiernamaals.

Toen ik vertelde, dat wij Europeanen daar niet zo mee bezig zijn,
keken ze mij ongelovig aan. Het verbaasde hen zeer dat gelovigen in onze kerken veelal denken, dat het leven op aarde geleefd mag/moet worden.
Ze konden zich niet indenken dat menig gelovige hier zich nauwelijks
een voorstelling maakt van een leven na de dood.
“Dat zien we dan wel weer!” is immers een veel gehoorde opmerking.
Onze inzet is gericht op een samenleving die je “hemel op aarde” kunt
noemen: Gods koninkrijk, veelbelovend land, het paradijs.  
We bidden immers dagelijks: “Uw koninkrijk kome,
Uw wil geschiede op aarde zoals ook in de hemel.

De sociaaleconomische omstandigheden van mensen,
zijn mede bepalend voor hun manier van geloven.
Ik hoorde pasgeleden nog een mooi voorbeeld uit onze kerkgeschiedenis.
Het betreft Doopsgezinden in de 17-de eeuw.
In Friesland woonden nogal wat arme doperse boeren.
Ze waren zeer afhankelijk van de natuur. Die Friese doopsgezinden ontwikkelden een orthodox soort geloof, waarin de natuurkrachten werd gezien als instrumenten waarmee de Eeuwige, de mensheid beloont en straft.   
De mens is een nietig wezen dat volkomen afhankelijk is van een strenge, doch rechtvaardige God.

In diezelfde tijd groeide in de doopsgezinde gemeenschap van het rijke Amsterdam een meer vrijzinnige geloofsopvatting. Daar werd het beteugelen van de natuurkrachten gezien als de opdracht van mens. De mens als Schepper naast God. Adriaan Leeghwater – de molenbouwer, die o.a. de Beemster droog maalde, was doopsgezind. Ingenieur Cornelis Lely, de man van de Zuiderzee-werken, behoorde ook tot die groepering. We hebben onze droge voeten te danken aan… de doopsgezinden. U kent waarschijnlijk de uitspraak: God schiep de werelds, maar de Nederlanders hebben Holland gemaakt.
De mens, schepper naast God, is verantwoordelijk voor het leven op aarde.
Dat geldt niet alleen voor onze droge voeten, maar ook voor de onderlinge verhoudingen. Voor de verhoudingen tussen arm en rijk, bijvoorbeeld.
Daarmee zijn we terug bij onze lezingen.

We lazen Amos, die ongeveer 750 voor Chr. leefde en Lucas, die schreef in de tweede helft van de eerste eeuw… en we lezen de krant.  
Conclusie: Armoede is van alle tijden. Dat is zo!
Armoede bepaalt tot op de dag van vandaag het leven van miljoenen mensen.
Op heel wat plaatsen, o.a. in Burundi, maakt armoe het leven tot een hel,
al was het maar omdat ze ook daar naar westerse TV-series kijken.

Hoe ga je om met de armoede van je medemens. Amos en Lucas verkondigen  beide dat die vraag het scharnierpunt is waar alles om draait bij de God van Israël. Armoe is onrecht dat bestreden moet worden: Uw wil geschiede op aarde, zoals in de hemel.

En… Laten we er maar niet omheen draaien. Wij behoren tot degenen,
die hun schaapjes op het droge hebben. Voor u en mij is de cruciale vraag:
Hoe gaan we om met de armen?

Als het om landen als Burundi gaat, stuiten we op politieke en economische mechanismen, waar we niet zo gek veel invloed op hebben. We verzuchten dat we er toch niks aan kunnen doen en als we iets doen, is het maar heel kleine druppel op een heel grote gloeiende plaat. Jammer maar helaas.

Hoort u het ook? De stemmen van Amos en Lucas verdwijnen naar de achtergrond. Er staan uitleggers op die ons vertellen dat het in deze teksten over hogere geestelijke waarden gaat. Over het hiernamaals. Jehova’s getuigen komen je uitleggen, dat je je bij dat genootschap moet aansluiten om niet te hoeven lijden in het hiernamaals, zoals de rijke bij Lucas.

Armoede… is er altijd al geweest en zal er altijd zijn. Daar doe je niks aan.
Wie zo denkt is geen stap verder dan de afgodendienaars in bijbelse tijden.
Dat is nou heidendom. Alles maar over laten aan de machten van de natuur
en aan machtige mensen, die er slim van profiteren. Wat een armzalige visie op het leven! Wat een armzalige visie op het geloof in Gods koninkrijk.

Die manier van denken haalt de angel uit de profetie.
Die manier van denken negeert de uitdaging uit het evangelie.
In Afrika houd je het in het hiernumaals niet vol, zonder de hoop op het hiernamaals. Het zij onze broeders en zusters van harte gegund.

Maar als je aan de rijke kant van de kloof staat en al het onrecht maar laat voortbestaan… die mens stelt niks voor. Die mens levert geen enkele bijdrage aan Gods koninkrijk: Uw wil geschiedde op aarde zoals in de hemel.
Die bede in het Onze Vader wordt concreet in de harde woorden van Amos  tegen de rijken van zijn tijd; en in het uitdagende verhaal van Lucas.

Als we spreken over het koninkrijk Gods, waar zijn wil geschiedt dan gaat het over hier en nu. Als het gaat over de zin van joue leven, is de vraag:
Welke bijdrage heb jij geleverd?
Hoe heb jij je laten inspireren door Amos en door Lucas en ben je aan de slag gegaan? Of heb je je in slaap laten sussen met hiernamaalsverhalen…ben je weggezapt bij dat eentonig getik van de druppels op de gloeiende plaat.

Ik ken een jonge vrouw. Annick heet ze. Ze leeft op die gloeiende plaat…
Ze woont op de plek waar zo’n druppel viel.
Haar moeder was, toen ik haar in 2003 leerde kennen, weduwe.
Die moeder had groetenwinkeltje opgezet met een microkrediet,
waarvoor in  Nederland geld was ingezameld. Er was geld om Annick naar de basisschool te laten gaan. Haar moeder is plotseling overleden.
Dank zij een project van de kerk waartoe ze behoort kon ze toch naar het V.O.
Ze is twee jaar geleden afgestudeerd aan Hope University in Bujumbura.
Ze werkt bij een goed betalende buitenlandse firma. Met haar salaris betaalt ze de opleiding van haar jongere broertjes en zusjes. Een mooi verhaal? Zeker! Een waar verhaal ook… en een veilig verhaal; want Annick en haar familie blijven wel in Bujumbura.

Maar er zijn ook andere verhalen. Verhalen over mensen op de vlucht voor oorlogsgeweld. Verhalen over mensen die vandaag bivakkeren voor de poort van schatrijk Europa… En wat doet schatrijk Europa? Europa stelt vragen…

Waarom zijn deze mensen ze gevlucht?
Toch niet alleen maar om aan de armoe te ontkomen, hè? 
Het zijn toch niet van die volwassenen, die alles en iedereen achter laten en
hun leven wagen in gammele bootjes, om toekomst te creëren voor hun kinderen?  Dat zijn zeer moedige mensen. Maar wij plakken er een etiket op: Economische vluchteling! We laten ze niet toe!

Amos roept op tot bekering. Keer terug naar Thora!
Amos vermaant zijn volksgenoten omdat ze Gods wet veronachtzamen.
De profeet wijst de koning en de andere rijken op dat scharnierpunt.
Je maakt Thora zichtbaar als je omziet naar de arme, de weduwe, de wees, de vreemdeling. Daaraan kun je zien of je Thora volbrengt. 

0ok Lucas maakt duidelijk dat juist in je omgang  met degenen die het moeilijk hebben in de samenleving, duidelijk wordt of je leeft in de lijn van Jezus van Nazareth of juist niet.

Hoe ga je om met mensen die hier op aarde gaan door een hel van eenzaam-heid, armoede, pesterij, discriminatie, dakloosheid onderdrukking en allerlei andere vormen van onrecht?
Die vraag geldt voor de regering… en wordt een vraag aan jou persoonlijk als je 
politieke keuze bepaalt. Niet kiezen, betekent het laten voortbestaan van al het onrecht dat nu nog gebeurt. Wie niet of verkeerd kiest, stookt de hel nog wat op… Je kunt die vraag ook stellen aan de gemeente…

Hoe gaan we als protestantse gemeente om met de armen in onze dorpen en in de naburige stad? Zijn we kerk voor ons persoonlijk zielenheil of vormen we een gemeente ter wille van de samenleving? Bestaat ons diaconaat uit het geven van geld aan doelen die ons bevallen of nemen we verantwoordelijkheid voor mensen in een situatie van onrecht. Het diaconaat hoort geen kerkelijke liefdadigheid te zijn, maar inzet voor gerechtigheid en vrede. Hoe je dat doet?
Daartoe heeft God zelf ons een handleiding verschaft, die glashelder is voor particulieren en politici, voor gemeenten en parochies… Je mag gaan in het spoor van de God die in psalm 146 wordt bezongen:

Hij blijft bedacht op trouw voor altijd.
Voor het recht van de onderdrukten komt hij op.
Hij geeft hongerigen brood, de Heer maakt gevangenen vrij
De Heer opent blinden de ogen; De Heer richt verslagenen op
De Heer heeft rechtvaardigen lief; neemt de vreemdeling in bescherming
wees en weduwe staat Hij bij.

 

Veel Christenen hopen na hun dood te worden verenigd met de Schepper in de hemel. Hoe dat zal zijn, weten we niet.
God is op aarde bezig…door middel van zijn kerk.
Hij roept de gemeente om schepper naast God  te zijn;
Een christen mag geloven dat zijn inzet leidt tot:
“Uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel.”

 

De aarde vervuld van recht en vrede.  Een samenleving zoals God bedoelt.
Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, daalt neer
en de Eeuwige woont te midden van de mensen.

Geloven anno 2016 betekent – denk ik – vertrouwen op een God
die mensen inschakelt om hier en nu “hemel op aarde” te creëren.
We hebben nog een lange weg te gaan… maar er zijn tekenen van hoop.
Er is geloofsgemeenschap… dwars door alle kerken heen
die Esther als straatpastor de straat op laat gaan ter wille van de daklozen.
die Soleil, Esther en Margriet inhuurt als hulpverleners voor mensen in crisis.
die bezig is een inloophuis te creëren, waar mensen elkaar ontmoeten en hun hulpvragen op tafel kunnen leggen.
die mensen ronselt om maatje te worden van iemand die in de schulden raakt.
die langdurig verantwoordelijk wil zijn voor een projecten in de derde wereld.
die vluchtelingen opvangt en helpt hun weg te vinden in onze samenleving.
 
Nee, het is niet hopeloos. Het is niet zonder perspectief. Het is klip en klaar welke kant het opgaat … Het gaat richting koninkrijk…
waar Gods wil geschiedt op aarde zoals in de hemel.

Dat het mag zijn – in de naam van de vader en de zoon en de heilige Geest.
AMEN


 




 

Lieve mensen van God,

De rijke man en de arme Lazarus.
Een bekend verhaal waar ik vanmorgen drie elementen uitlicht,
die ieder op zich een hele preek waard zouden zijn.  
Het gaat om 1. arm en rijk  2. hiernamaals en hiernumaals. 3. hel en hemel  

Arm – rijk
Enkele weken geleden wijdde dagblad Trouw een serie artikelen aan kerkelijke gemeenten in enkele zeer welvarende dorpen in ons land. Ik noteerde een uitspraak van Ds. Ad Nieuwkoop, die – zo schreef de journalist- op zondagmorgen de mores in Bloemendaal fileert.
De dominee zei: “Wij moeten als bevoorrechten gestoord worden in onze voorspoedige leventjes.” Nou, als dat zijn doel is, dan kan hij zich het de teksten van vanmorgen helemaal uitleven. 

Lucas vertelt over een rijk man, die een uitbundig leven lijdt.
Hij kleedt zich in purperen gewaden, zo horen we.
Ik stel me iemand voor in onze tijd.
Hij gaat modieus gekleed, houdt zich altijd en overal aan de dresscodes.
Op de golfbaan een keurige polo met kraag – in de broek gedragen.
Op jacht gaat hij in een groenbruin jagerskostuum; een hoed met een veertje.
Op zijn 80 meter lange motorjacht met drie zwembaden,
draagt hij smetteloos wit en zie je hem nooit zonder kapiteinspet.  
De anderen aan boord moeten wel weten wie de boswachter is!  

Het is elke dag feest is in zijn huis.
Ik stel ik me villa voor op een  ommuurde compound,
waar je zonder speciaal pasje echt niet binnenkomt.
Bij de bewaakte achteringang komt een vaste cateraar
dagelijks kostelijke spijzen afleveren, die binnen met belegen wijnen
worden weggespoeld.
Bij de poort zit een bedelaar. Die hoopt op wat restjes.
De enige zorg die aan hem wordt besteed: een hond,
die trouw zijn wonden komt likken.

Overdrijf ik de rijkdom? Overdrijf ik de tegenstelling? Ja, ik overdrijf…
Mijn fantasie maakt de man nog veel rijker dan die in het verhaal.
Waarom? Nou…die man moet natuurlijk niet echt op u en mij lijken, toch?
We moesten eens gestoord worden in onze voorspoedige leventjes…
Ze komen allebei te overlijden.
Lazarus wordt door engelen weggedragen.
Hij mag rusten aan het hart van aartsvader Abraham.
Lazarus’ leven lijkt volkomen zinloos,
maar tot op vandaag wordt zijn naam overal ter wereld genoemd.

De rijke wordt prijsgegeven aan een naamloos graf.
Zo iemand is het gedenken niet waard.
Die mens mag geen naam hebben.

Eigen schuld, dikke bult!
Boontje komt om zijn loontje.
Ja, wij, keurige christenmensen, begrijpen heel goed,
waarom die rijkaard naamloos wordt afgevoerd naar de hel!
Had hij maar moeten omzien naar die arme Lazarus.

Hoe komt het toch dat Lazarus er op aarde zo bekaaid afkomt?
Is hij ongeschoold? Is hij gescheiden? Ex-gedetineerd misschien?
Bleek de hypotheek onder water te staan?
Het verhaal vertelt het niet. Het doet er niet toe.
De arme Lazarus is er en hij ligt aan de poort van de rijke.

Ik had ooit het voorrecht een groep theologiestudenten in Burundi,
iets te mogen vertellen over het kerkelijk leven in Europa.
In de gesprekken werd me duidelijk hoe belangrijk HOOP is
voor mensen in het arme deel van de wereld.
Ze doorstaan het onrecht van de armoe op basis van hoop.  
Hoop op een beter leven hier…  
maar vooral hoop op een beter leven in het hiernamaals.

Toen ik vertelde, dat wij Europeanen daar niet zo mee bezig zijn,
keken ze mij ongelovig aan. Het verbaasde hen zeer dat gelovigen in onze kerken veelal denken, dat het leven op aarde geleefd mag/moet worden.
Ze konden zich niet indenken dat menig gelovige hier zich nauwelijks
een voorstelling maakt van een leven na de dood.
“Dat zien we dan wel weer!” is immers een veel gehoorde opmerking.
Onze inzet is gericht op een samenleving die je “hemel op aarde” kunt
noemen: Gods koninkrijk, veelbelovend land, het paradijs.  
We bidden immers dagelijks: “Uw koninkrijk kome,
Uw wil geschiede op aarde zoals ook in de hemel.

De sociaaleconomische omstandigheden van mensen,
zijn mede bepalend voor hun manier van geloven.
Ik hoorde pasgeleden nog een mooi voorbeeld uit onze kerkgeschiedenis.
Het betreft Doopsgezinden in de 17-de eeuw.
In Friesland woonden nogal wat arme doperse boeren.
Ze waren zeer afhankelijk van de natuur. Die Friese doopsgezinden ontwikkelden een orthodox soort geloof, waarin de natuurkrachten werd gezien als instrumenten waarmee de Eeuwige, de mensheid beloont en straft.   
De mens is een nietig wezen dat volkomen afhankelijk is van een strenge, doch rechtvaardige God.

In diezelfde tijd groeide in de doopsgezinde gemeenschap van het rijke Amsterdam een meer vrijzinnige geloofsopvatting. Daar werd het beteugelen van de natuurkrachten gezien als de opdracht van mens. De mens als Schepper naast God. Adriaan Leeghwater – de molenbouwer, die o.a. de Beemster droog maalde, was doopsgezind. Ingenieur Cornelis Lely, de man van de Zuiderzee-werken, behoorde ook tot die groepering. We hebben onze droge voeten te danken aan… de doopsgezinden. U kent waarschijnlijk de uitspraak: God schiep de werelds, maar de Nederlanders hebben Holland gemaakt.
De mens, schepper naast God, is verantwoordelijk voor het leven op aarde.
Dat geldt niet alleen voor onze droge voeten, maar ook voor de onderlinge verhoudingen. Voor de verhoudingen tussen arm en rijk, bijvoorbeeld.
Daarmee zijn we terug bij onze lezingen.

We lazen Amos, die ongeveer 750 voor Chr. leefde en Lucas, die schreef in de tweede helft van de eerste eeuw… en we lezen de krant.  
Conclusie: Armoede is van alle tijden. Dat is zo!
Armoede bepaalt tot op de dag van vandaag het leven van miljoenen mensen.
Op heel wat plaatsen, o.a. in Burundi, maakt armoe het leven tot een hel,
al was het maar omdat ze ook daar naar westerse TV-series kijken.

Hoe ga je om met de armoede van je medemens. Amos en Lucas verkondigen  beide dat die vraag het scharnierpunt is waar alles om draait bij de God van Israël. Armoe is onrecht dat bestreden moet worden: Uw wil geschiede op aarde, zoals in de hemel.

En… Laten we er maar niet omheen draaien. Wij behoren tot degenen,
die hun schaapjes op het droge hebben. Voor u en mij is de cruciale vraag:
Hoe gaan we om met de armen?

Als het om landen als Burundi gaat, stuiten we op politieke en economische mechanismen, waar we niet zo gek veel invloed op hebben. We verzuchten dat we er toch niks aan kunnen doen en als we iets doen, is het maar heel kleine druppel op een heel grote gloeiende plaat. Jammer maar helaas.

Hoort u het ook? De stemmen van Amos en Lucas verdwijnen naar de achtergrond. Er staan uitleggers op die ons vertellen dat het in deze teksten over hogere geestelijke waarden gaat. Over het hiernamaals. Jehova’s getuigen komen je uitleggen, dat je je bij dat genootschap moet aansluiten om niet te hoeven lijden in het hiernamaals, zoals de rijke bij Lucas.

Armoede… is er altijd al geweest en zal er altijd zijn. Daar doe je niks aan.
Wie zo denkt is geen stap verder dan de afgodendienaars in bijbelse tijden.
Dat is nou heidendom. Alles maar over laten aan de machten van de natuur
en aan machtige mensen, die er slim van profiteren. Wat een armzalige visie op het leven! Wat een armzalige visie op het geloof in Gods koninkrijk.

Die manier van denken haalt de angel uit de profetie.
Die manier van denken negeert de uitdaging uit het evangelie.
In Afrika houd je het in het hiernumaals niet vol, zonder de hoop op het hiernamaals. Het zij onze broeders en zusters van harte gegund.

Maar als je aan de rijke kant van de kloof staat en al het onrecht maar laat voortbestaan… die mens stelt niks voor. Die mens levert geen enkele bijdrage aan Gods koninkrijk: Uw wil geschiedde op aarde zoals in de hemel.
Die bede in het Onze Vader wordt concreet in de harde woorden van Amos  tegen de rijken van zijn tijd; en in het uitdagende verhaal van Lucas.

Als we spreken over het koninkrijk Gods, waar zijn wil geschiedt dan gaat het over hier en nu. Als het gaat over de zin van joue leven, is de vraag:
Welke bijdrage heb jij geleverd?
Hoe heb jij je laten inspireren door Amos en door Lucas en ben je aan de slag gegaan? Of heb je je in slaap laten sussen met hiernamaalsverhalen…ben je weggezapt bij dat eentonig getik van de druppels op de gloeiende plaat.

Ik ken een jonge vrouw. Annick heet ze. Ze leeft op die gloeiende plaat…
Ze woont op de plek waar zo’n druppel viel.
Haar moeder was, toen ik haar in 2003 leerde kennen, weduwe.
Die moeder had groetenwinkeltje opgezet met een microkrediet,
waarvoor in  Nederland geld was ingezameld. Er was geld om Annick naar de basisschool te laten gaan. Haar moeder is plotseling overleden.
Dank zij een project van de kerk waartoe ze behoort kon ze toch naar het V.O.
Ze is twee jaar geleden afgestudeerd aan Hope University in Bujumbura.
Ze werkt bij een goed betalende buitenlandse firma. Met haar salaris betaalt ze de opleiding van haar jongere broertjes en zusjes. Een mooi verhaal? Zeker! Een waar verhaal ook… en een veilig verhaal; want Annick en haar familie blijven wel in Bujumbura.

Maar er zijn ook andere verhalen. Verhalen over mensen op de vlucht voor oorlogsgeweld. Verhalen over mensen die vandaag bivakkeren voor de poort van schatrijk Europa… En wat doet schatrijk Europa? Europa stelt vragen…

Waarom zijn deze mensen ze gevlucht?
Toch niet alleen maar om aan de armoe te ontkomen, hè? 
Het zijn toch niet van die volwassenen, die alles en iedereen achter laten en
hun leven wagen in gammele bootjes, om toekomst te creëren voor hun kinderen?  Dat zijn zeer moedige mensen. Maar wij plakken er een etiket op: Economische vluchteling! We laten ze niet toe!

Amos roept op tot bekering. Keer terug naar Thora!
Amos vermaant zijn volksgenoten omdat ze Gods wet veronachtzamen.
De profeet wijst de koning en de andere rijken op dat scharnierpunt.
Je maakt Thora zichtbaar als je omziet naar de arme, de weduwe, de wees, de vreemdeling. Daaraan kun je zien of je Thora volbrengt. 

0ok Lucas maakt duidelijk dat juist in je omgang  met degenen die het moeilijk hebben in de samenleving, duidelijk wordt of je leeft in de lijn van Jezus van Nazareth of juist niet.

Hoe ga je om met mensen die hier op aarde gaan door een hel van eenzaam-heid, armoede, pesterij, discriminatie, dakloosheid onderdrukking en allerlei andere vormen van onrecht?
Die vraag geldt voor de regering… en wordt een vraag aan jou persoonlijk als je 
politieke keuze bepaalt. Niet kiezen, betekent het laten voortbestaan van al het onrecht dat nu nog gebeurt. Wie niet of verkeerd kiest, stookt de hel nog wat op… Je kunt die vraag ook stellen aan de gemeente…

Hoe gaan we als protestantse gemeente om met de armen in onze dorpen en in de naburige stad? Zijn we kerk voor ons persoonlijk zielenheil of vormen we een gemeente ter wille van de samenleving? Bestaat ons diaconaat uit het geven van geld aan doelen die ons bevallen of nemen we verantwoordelijkheid voor mensen in een situatie van onrecht. Het diaconaat hoort geen kerkelijke liefdadigheid te zijn, maar inzet voor gerechtigheid en vrede. Hoe je dat doet?
Daartoe heeft God zelf ons een handleiding verschaft, die glashelder is voor particulieren en politici, voor gemeenten en parochies… Je mag gaan in het spoor van de God die in psalm 146 wordt bezongen:

Hij blijft bedacht op trouw voor altijd.
Voor het recht van de onderdrukten komt hij op.
Hij geeft hongerigen brood, de Heer maakt gevangenen vrij
De Heer opent blinden de ogen; De Heer richt verslagenen op
De Heer heeft rechtvaardigen lief; neemt de vreemdeling in bescherming
wees en weduwe staat Hij bij.

 

Veel Christenen hopen na hun dood te worden verenigd met de Schepper in de hemel. Hoe dat zal zijn, weten we niet.
God is op aarde bezig…door middel van zijn kerk.
Hij roept de gemeente om schepper naast God  te zijn;
Een christen mag geloven dat zijn inzet leidt tot:
“Uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel.”

 

De aarde vervuld van recht en vrede.  Een samenleving zoals God bedoelt.
Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, daalt neer
en de Eeuwige woont te midden van de mensen.

Geloven anno 2016 betekent – denk ik – vertrouwen op een God
die mensen inschakelt om hier en nu “hemel op aarde” te creëren.
We hebben nog een lange weg te gaan… maar er zijn tekenen van hoop.
Er is geloofsgemeenschap… dwars door alle kerken heen
die Esther als straatpastor de straat op laat gaan ter wille van de daklozen.
die Soleil, Esther en Margriet inhuurt als hulpverleners voor mensen in crisis.
die bezig is een inloophuis te creëren, waar mensen elkaar ontmoeten en hun hulpvragen op tafel kunnen leggen.
die mensen ronselt om maatje te worden van iemand die in de schulden raakt.
die langdurig verantwoordelijk wil zijn voor een projecten in de derde wereld.
die vluchtelingen opvangt en helpt hun weg te vinden in onze samenleving.
 
Nee, het is niet hopeloos. Het is niet zonder perspectief. Het is klip en klaar welke kant het opgaat … Het gaat richting koninkrijk…
waar Gods wil geschiedt op aarde zoals in de hemel.

Dat het mag zijn – in de naam van de vader en de zoon en de heilige Geest.
AMEN


 




 

Lieve mensen van God,

De rijke man en de arme Lazarus.
Een bekend verhaal waar ik vanmorgen drie elementen uitlicht,
die ieder op zich een hele preek waard zouden zijn.  
Het gaat om 1. arm en rijk  2. hiernamaals en hiernumaals. 3. hel en hemel  

Arm – rijk
Enkele weken geleden wijdde dagblad Trouw een serie artikelen aan kerkelijke gemeenten in enkele zeer welvarende dorpen in ons land. Ik noteerde een uitspraak van Ds. Ad Nieuwkoop, die – zo schreef de journalist- op zondagmorgen de mores in Bloemendaal fileert.
De dominee zei: “Wij moeten als bevoorrechten gestoord worden in onze voorspoedige leventjes.” Nou, als dat zijn doel is, dan kan hij zich het de teksten van vanmorgen helemaal uitleven. 

Lucas vertelt over een rijk man, die een uitbundig leven lijdt.
Hij kleedt zich in purperen gewaden, zo horen we.
Ik stel me iemand voor in onze tijd.
Hij gaat modieus gekleed, houdt zich altijd en overal aan de dresscodes.
Op de golfbaan een keurige polo met kraag – in de broek gedragen.
Op jacht gaat hij in een groenbruin jagerskostuum; een hoed met een veertje.
Op zijn 80 meter lange motorjacht met drie zwembaden,
draagt hij smetteloos wit en zie je hem nooit zonder kapiteinspet.  
De anderen aan boord moeten wel weten wie de boswachter is!  

Het is elke dag feest is in zijn huis.
Ik stel ik me villa voor op een  ommuurde compound,
waar je zonder speciaal pasje echt niet binnenkomt.
Bij de bewaakte achteringang komt een vaste cateraar
dagelijks kostelijke spijzen afleveren, die binnen met belegen wijnen
worden weggespoeld.
Bij de poort zit een bedelaar. Die hoopt op wat restjes.
De enige zorg die aan hem wordt besteed: een hond,
die trouw zijn wonden komt likken.

Overdrijf ik de rijkdom? Overdrijf ik de tegenstelling? Ja, ik overdrijf…
Mijn fantasie maakt de man nog veel rijker dan die in het verhaal.
Waarom? Nou…die man moet natuurlijk niet echt op u en mij lijken, toch?
We moesten eens gestoord worden in onze voorspoedige leventjes…
Ze komen allebei te overlijden.
Lazarus wordt door engelen weggedragen.
Hij mag rusten aan het hart van aartsvader Abraham.
Lazarus’ leven lijkt volkomen zinloos,
maar tot op vandaag wordt zijn naam overal ter wereld genoemd.

De rijke wordt prijsgegeven aan een naamloos graf.
Zo iemand is het gedenken niet waard.
Die mens mag geen naam hebben.

Eigen schuld, dikke bult!
Boontje komt om zijn loontje.
Ja, wij, keurige christenmensen, begrijpen heel goed,
waarom die rijkaard naamloos wordt afgevoerd naar de hel!
Had hij maar moeten omzien naar die arme Lazarus.

Hoe komt het toch dat Lazarus er op aarde zo bekaaid afkomt?
Is hij ongeschoold? Is hij gescheiden? Ex-gedetineerd misschien?
Bleek de hypotheek onder water te staan?
Het verhaal vertelt het niet. Het doet er niet toe.
De arme Lazarus is er en hij ligt aan de poort van de rijke.

Ik had ooit het voorrecht een groep theologiestudenten in Burundi,
iets te mogen vertellen over het kerkelijk leven in Europa.
In de gesprekken werd me duidelijk hoe belangrijk HOOP is
voor mensen in het arme deel van de wereld.
Ze doorstaan het onrecht van de armoe op basis van hoop.  
Hoop op een beter leven hier…  
maar vooral hoop op een beter leven in het hiernamaals.

Toen ik vertelde, dat wij Europeanen daar niet zo mee bezig zijn,
keken ze mij ongelovig aan. Het verbaasde hen zeer dat gelovigen in onze kerken veelal denken, dat het leven op aarde geleefd mag/moet worden.
Ze konden zich niet indenken dat menig gelovige hier zich nauwelijks
een voorstelling maakt van een leven na de dood.
“Dat zien we dan wel weer!” is immers een veel gehoorde opmerking.
Onze inzet is gericht op een samenleving die je “hemel op aarde” kunt
noemen: Gods koninkrijk, veelbelovend land, het paradijs.  
We bidden immers dagelijks: “Uw koninkrijk kome,
Uw wil geschiede op aarde zoals ook in de hemel.

De sociaaleconomische omstandigheden van mensen,
zijn mede bepalend voor hun manier van geloven.
Ik hoorde pasgeleden nog een mooi voorbeeld uit onze kerkgeschiedenis.
Het betreft Doopsgezinden in de 17-de eeuw.
In Friesland woonden nogal wat arme doperse boeren.
Ze waren zeer afhankelijk van de natuur. Die Friese doopsgezinden ontwikkelden een orthodox soort geloof, waarin de natuurkrachten werd gezien als instrumenten waarmee de Eeuwige, de mensheid beloont en straft.   
De mens is een nietig wezen dat volkomen afhankelijk is van een strenge, doch rechtvaardige God.

In diezelfde tijd groeide in de doopsgezinde gemeenschap van het rijke Amsterdam een meer vrijzinnige geloofsopvatting. Daar werd het beteugelen van de natuurkrachten gezien als de opdracht van mens. De mens als Schepper naast God. Adriaan Leeghwater – de molenbouwer, die o.a. de Beemster droog maalde, was doopsgezind. Ingenieur Cornelis Lely, de man van de Zuiderzee-werken, behoorde ook tot die groepering. We hebben onze droge voeten te danken aan… de doopsgezinden. U kent waarschijnlijk de uitspraak: God schiep de werelds, maar de Nederlanders hebben Holland gemaakt.
De mens, schepper naast God, is verantwoordelijk voor het leven op aarde.
Dat geldt niet alleen voor onze droge voeten, maar ook voor de onderlinge verhoudingen. Voor de verhoudingen tussen arm en rijk, bijvoorbeeld.
Daarmee zijn we terug bij onze lezingen.

We lazen Amos, die ongeveer 750 voor Chr. leefde en Lucas, die schreef in de tweede helft van de eerste eeuw… en we lezen de krant.  
Conclusie: Armoede is van alle tijden. Dat is zo!
Armoede bepaalt tot op de dag van vandaag het leven van miljoenen mensen.
Op heel wat plaatsen, o.a. in Burundi, maakt armoe het leven tot een hel,
al was het maar omdat ze ook daar naar westerse TV-series kijken.

Hoe ga je om met de armoede van je medemens. Amos en Lucas verkondigen  beide dat die vraag het scharnierpunt is waar alles om draait bij de God van Israël. Armoe is onrecht dat bestreden moet worden: Uw wil geschiede op aarde, zoals in de hemel.

En… Laten we er maar niet omheen draaien. Wij behoren tot degenen,
die hun schaapjes op het droge hebben. Voor u en mij is de cruciale vraag:
Hoe gaan we om met de armen?

Als het om landen als Burundi gaat, stuiten we op politieke en economische mechanismen, waar we niet zo gek veel invloed op hebben. We verzuchten dat we er toch niks aan kunnen doen en als we iets doen, is het maar heel kleine druppel op een heel grote gloeiende plaat. Jammer maar helaas.

Hoort u het ook? De stemmen van Amos en Lucas verdwijnen naar de achtergrond. Er staan uitleggers op die ons vertellen dat het in deze teksten over hogere geestelijke waarden gaat. Over het hiernamaals. Jehova’s getuigen komen je uitleggen, dat je je bij dat genootschap moet aansluiten om niet te hoeven lijden in het hiernamaals, zoals de rijke bij Lucas.

Armoede… is er altijd al geweest en zal er altijd zijn. Daar doe je niks aan.
Wie zo denkt is geen stap verder dan de afgodendienaars in bijbelse tijden.
Dat is nou heidendom. Alles maar over laten aan de machten van de natuur
en aan machtige mensen, die er slim van profiteren. Wat een armzalige visie op het leven! Wat een armzalige visie op het geloof in Gods koninkrijk.

Die manier van denken haalt de angel uit de profetie.
Die manier van denken negeert de uitdaging uit het evangelie.
In Afrika houd je het in het hiernumaals niet vol, zonder de hoop op het hiernamaals. Het zij onze broeders en zusters van harte gegund.

Maar als je aan de rijke kant van de kloof staat en al het onrecht maar laat voortbestaan… die mens stelt niks voor. Die mens levert geen enkele bijdrage aan Gods koninkrijk: Uw wil geschiedde op aarde zoals in de hemel.
Die bede in het Onze Vader wordt concreet in de harde woorden van Amos  tegen de rijken van zijn tijd; en in het uitdagende verhaal van Lucas.

Als we spreken over het koninkrijk Gods, waar zijn wil geschiedt dan gaat het over hier en nu. Als het gaat over de zin van joue leven, is de vraag:
Welke bijdrage heb jij geleverd?
Hoe heb jij je laten inspireren door Amos en door Lucas en ben je aan de slag gegaan? Of heb je je in slaap laten sussen met hiernamaalsverhalen…ben je weggezapt bij dat eentonig getik van de druppels op de gloeiende plaat.

Ik ken een jonge vrouw. Annick heet ze. Ze leeft op die gloeiende plaat…
Ze woont op de plek waar zo’n druppel viel.
Haar moeder was, toen ik haar in 2003 leerde kennen, weduwe.
Die moeder had groetenwinkeltje opgezet met een microkrediet,
waarvoor in  Nederland geld was ingezameld. Er was geld om Annick naar de basisschool te laten gaan. Haar moeder is plotseling overleden.
Dank zij een project van de kerk waartoe ze behoort kon ze toch naar het V.O.
Ze is twee jaar geleden afgestudeerd aan Hope University in Bujumbura.
Ze werkt bij een goed betalende buitenlandse firma. Met haar salaris betaalt ze de opleiding van haar jongere broertjes en zusjes. Een mooi verhaal? Zeker! Een waar verhaal ook… en een veilig verhaal; want Annick en haar familie blijven wel in Bujumbura.

Maar er zijn ook andere verhalen. Verhalen over mensen op de vlucht voor oorlogsgeweld. Verhalen over mensen die vandaag bivakkeren voor de poort van schatrijk Europa… En wat doet schatrijk Europa? Europa stelt vragen…

Waarom zijn deze mensen ze gevlucht?
Toch niet alleen maar om aan de armoe te ontkomen, hè? 
Het zijn toch niet van die volwassenen, die alles en iedereen achter laten en
hun leven wagen in gammele bootjes, om toekomst te creëren voor hun kinderen?  Dat zijn zeer moedige mensen. Maar wij plakken er een etiket op: Economische vluchteling! We laten ze niet toe!

Amos roept op tot bekering. Keer terug naar Thora!
Amos vermaant zijn volksgenoten omdat ze Gods wet veronachtzamen.
De profeet wijst de koning en de andere rijken op dat scharnierpunt.
Je maakt Thora zichtbaar als je omziet naar de arme, de weduwe, de wees, de vreemdeling. Daaraan kun je zien of je Thora volbrengt. 

0ok Lucas maakt duidelijk dat juist in je omgang  met degenen die het moeilijk hebben in de samenleving, duidelijk wordt of je leeft in de lijn van Jezus van Nazareth of juist niet.

Hoe ga je om met mensen die hier op aarde gaan door een hel van eenzaam-heid, armoede, pesterij, discriminatie, dakloosheid onderdrukking en allerlei andere vormen van onrecht?
Die vraag geldt voor de regering… en wordt een vraag aan jou persoonlijk als je 
politieke keuze bepaalt. Niet kiezen, betekent het laten voortbestaan van al het onrecht dat nu nog gebeurt. Wie niet of verkeerd kiest, stookt de hel nog wat op… Je kunt die vraag ook stellen aan de gemeente…

Hoe gaan we als protestantse gemeente om met de armen in onze dorpen en in de naburige stad? Zijn we kerk voor ons persoonlijk zielenheil of vormen we een gemeente ter wille van de samenleving? Bestaat ons diaconaat uit het geven van geld aan doelen die ons bevallen of nemen we verantwoordelijkheid voor mensen in een situatie van onrecht. Het diaconaat hoort geen kerkelijke liefdadigheid te zijn, maar inzet voor gerechtigheid en vrede. Hoe je dat doet?
Daartoe heeft God zelf ons een handleiding verschaft, die glashelder is voor particulieren en politici, voor gemeenten en parochies… Je mag gaan in het spoor van de God die in psalm 146 wordt bezongen:

Hij blijft bedacht op trouw voor altijd.
Voor het recht van de onderdrukten komt hij op.
Hij geeft hongerigen brood, de Heer maakt gevangenen vrij
De Heer opent blinden de ogen; De Heer richt verslagenen op
De Heer heeft rechtvaardigen lief; neemt de vreemdeling in bescherming
wees en weduwe staat Hij bij.

 

Veel Christenen hopen na hun dood te worden verenigd met de Schepper in de hemel. Hoe dat zal zijn, weten we niet.
God is op aarde bezig…door middel van zijn kerk.
Hij roept de gemeente om schepper naast God  te zijn;
Een christen mag geloven dat zijn inzet leidt tot:
“Uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel.”

 

De aarde vervuld van recht en vrede.  Een samenleving zoals God bedoelt.
Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, daalt neer
en de Eeuwige woont te midden van de mensen.

Geloven anno 2016 betekent – denk ik – vertrouwen op een God
die mensen inschakelt om hier en nu “hemel op aarde” te creëren.
We hebben nog een lange weg te gaan… maar er zijn tekenen van hoop.
Er is geloofsgemeenschap… dwars door alle kerken heen
die Esther als straatpastor de straat op laat gaan ter wille van de daklozen.
die Soleil, Esther en Margriet inhuurt als hulpverleners voor mensen in crisis.
die bezig is een inloophuis te creëren, waar mensen elkaar ontmoeten en hun hulpvragen op tafel kunnen leggen.
die mensen ronselt om maatje te worden van iemand die in de schulden raakt.
die langdurig verantwoordelijk wil zijn voor een projecten in de derde wereld.
die vluchtelingen opvangt en helpt hun weg te vinden in onze samenleving.
 
Nee, het is niet hopeloos. Het is niet zonder perspectief. Het is klip en klaar welke kant het opgaat … Het gaat richting koninkrijk…
waar Gods wil geschiedt op aarde zoals in de hemel.

Dat het mag zijn – in de naam van de vader en de zoon en de heilige Geest.
AMEN


 




 

Lieve mensen van God,

De rijke man en de arme Lazarus.
Een bekend verhaal waar ik vanmorgen drie elementen uitlicht,
die ieder op zich een hele preek waard zouden zijn.  
Het gaat om 1. arm en rijk  2. hiernamaals en hiernumaals. 3. hel en hemel  

Arm – rijk
Enkele weken geleden wijdde dagblad Trouw een serie artikelen aan kerkelijke gemeenten in enkele zeer welvarende dorpen in ons land. Ik noteerde een uitspraak van Ds. Ad Nieuwkoop, die – zo schreef de journalist- op zondagmorgen de mores in Bloemendaal fileert.
De dominee zei: “Wij moeten als bevoorrechten gestoord worden in onze voorspoedige leventjes.” Nou, als dat zijn doel is, dan kan hij zich het de teksten van vanmorgen helemaal uitleven. 

Lucas vertelt over een rijk man, die een uitbundig leven lijdt.
Hij kleedt zich in purperen gewaden, zo horen we.
Ik stel me iemand voor in onze tijd.
Hij gaat modieus gekleed, houdt zich altijd en overal aan de dresscodes.
Op de golfbaan een keurige polo met kraag – in de broek gedragen.
Op jacht gaat hij in een groenbruin jagerskostuum; een hoed met een veertje.
Op zijn 80 meter lange motorjacht met drie zwembaden,
draagt hij smetteloos wit en zie je hem nooit zonder kapiteinspet.  
De anderen aan boord moeten wel weten wie de boswachter is!  

Het is elke dag feest is in zijn huis.
Ik stel ik me villa voor op een  ommuurde compound,
waar je zonder speciaal pasje echt niet binnenkomt.
Bij de bewaakte achteringang komt een vaste cateraar
dagelijks kostelijke spijzen afleveren, die binnen met belegen wijnen
worden weggespoeld.
Bij de poort zit een bedelaar. Die hoopt op wat restjes.
De enige zorg die aan hem wordt besteed: een hond,
die trouw zijn wonden komt likken.

Overdrijf ik de rijkdom? Overdrijf ik de tegenstelling? Ja, ik overdrijf…
Mijn fantasie maakt de man nog veel rijker dan die in het verhaal.
Waarom? Nou…die man moet natuurlijk niet echt op u en mij lijken, toch?
We moesten eens gestoord worden in onze voorspoedige leventjes…
Ze komen allebei te overlijden.
Lazarus wordt door engelen weggedragen.
Hij mag rusten aan het hart van aartsvader Abraham.
Lazarus’ leven lijkt volkomen zinloos,
maar tot op vandaag wordt zijn naam overal ter wereld genoemd.

De rijke wordt prijsgegeven aan een naamloos graf.
Zo iemand is het gedenken niet waard.
Die mens mag geen naam hebben.

Eigen schuld, dikke bult!
Boontje komt om zijn loontje.
Ja, wij, keurige christenmensen, begrijpen heel goed,
waarom die rijkaard naamloos wordt afgevoerd naar de hel!
Had hij maar moeten omzien naar die arme Lazarus.

Hoe komt het toch dat Lazarus er op aarde zo bekaaid afkomt?
Is hij ongeschoold? Is hij gescheiden? Ex-gedetineerd misschien?
Bleek de hypotheek onder water te staan?
Het verhaal vertelt het niet. Het doet er niet toe.
De arme Lazarus is er en hij ligt aan de poort van de rijke.

Ik had ooit het voorrecht een groep theologiestudenten in Burundi,
iets te mogen vertellen over het kerkelijk leven in Europa.
In de gesprekken werd me duidelijk hoe belangrijk HOOP is
voor mensen in het arme deel van de wereld.
Ze doorstaan het onrecht van de armoe op basis van hoop.  
Hoop op een beter leven hier…  
maar vooral hoop op een beter leven in het hiernamaals.

Toen ik vertelde, dat wij Europeanen daar niet zo mee bezig zijn,
keken ze mij ongelovig aan. Het verbaasde hen zeer dat gelovigen in onze kerken veelal denken, dat het leven op aarde geleefd mag/moet worden.
Ze konden zich niet indenken dat menig gelovige hier zich nauwelijks
een voorstelling maakt van een leven na de dood.
“Dat zien we dan wel weer!” is immers een veel gehoorde opmerking.
Onze inzet is gericht op een samenleving die je “hemel op aarde” kunt
noemen: Gods koninkrijk, veelbelovend land, het paradijs.  
We bidden immers dagelijks: “Uw koninkrijk kome,
Uw wil geschiede op aarde zoals ook in de hemel.

De sociaaleconomische omstandigheden van mensen,
zijn mede bepalend voor hun manier van geloven.
Ik hoorde pasgeleden nog een mooi voorbeeld uit onze kerkgeschiedenis.
Het betreft Doopsgezinden in de 17-de eeuw.
In Friesland woonden nogal wat arme doperse boeren.
Ze waren zeer afhankelijk van de natuur. Die Friese doopsgezinden ontwikkelden een orthodox soort geloof, waarin de natuurkrachten werd gezien als instrumenten waarmee de Eeuwige, de mensheid beloont en straft.   
De mens is een nietig wezen dat volkomen afhankelijk is van een strenge, doch rechtvaardige God.

In diezelfde tijd groeide in de doopsgezinde gemeenschap van het rijke Amsterdam een meer vrijzinnige geloofsopvatting. Daar werd het beteugelen van de natuurkrachten gezien als de opdracht van mens. De mens als Schepper naast God. Adriaan Leeghwater – de molenbouwer, die o.a. de Beemster droog maalde, was doopsgezind. Ingenieur Cornelis Lely, de man van de Zuiderzee-werken, behoorde ook tot die groepering. We hebben onze droge voeten te danken aan… de doopsgezinden. U kent waarschijnlijk de uitspraak: God schiep de werelds, maar de Nederlanders hebben Holland gemaakt.
De mens, schepper naast God, is verantwoordelijk voor het leven op aarde.
Dat geldt niet alleen voor onze droge voeten, maar ook voor de onderlinge verhoudingen. Voor de verhoudingen tussen arm en rijk, bijvoorbeeld.
Daarmee zijn we terug bij onze lezingen.

We lazen Amos, die ongeveer 750 voor Chr. leefde en Lucas, die schreef in de tweede helft van de eerste eeuw… en we lezen de krant.  
Conclusie: Armoede is van alle tijden. Dat is zo!
Armoede bepaalt tot op de dag van vandaag het leven van miljoenen mensen.
Op heel wat plaatsen, o.a. in Burundi, maakt armoe het leven tot een hel,
al was het maar omdat ze ook daar naar westerse TV-series kijken.

Hoe ga je om met de armoede van je medemens. Amos en Lucas verkondigen  beide dat die vraag het scharnierpunt is waar alles om draait bij de God van Israël. Armoe is onrecht dat bestreden moet worden: Uw wil geschiede op aarde, zoals in de hemel.

En… Laten we er maar niet omheen draaien. Wij behoren tot degenen,
die hun schaapjes op het droge hebben. Voor u en mij is de cruciale vraag:
Hoe gaan we om met de armen?

Als het om landen als Burundi gaat, stuiten we op politieke en economische mechanismen, waar we niet zo gek veel invloed op hebben. We verzuchten dat we er toch niks aan kunnen doen en als we iets doen, is het maar heel kleine druppel op een heel grote gloeiende plaat. Jammer maar helaas.

Hoort u het ook? De stemmen van Amos en Lucas verdwijnen naar de achtergrond. Er staan uitleggers op die ons vertellen dat het in deze teksten over hogere geestelijke waarden gaat. Over het hiernamaals. Jehova’s getuigen komen je uitleggen, dat je je bij dat genootschap moet aansluiten om niet te hoeven lijden in het hiernamaals, zoals de rijke bij Lucas.

Armoede… is er altijd al geweest en zal er altijd zijn. Daar doe je niks aan.
Wie zo denkt is geen stap verder dan de afgodendienaars in bijbelse tijden.
Dat is nou heidendom. Alles maar over laten aan de machten van de natuur
en aan machtige mensen, die er slim van profiteren. Wat een armzalige visie op het leven! Wat een armzalige visie op het geloof in Gods koninkrijk.

Die manier van denken haalt de angel uit de profetie.
Die manier van denken negeert de uitdaging uit het evangelie.
In Afrika houd je het in het hiernumaals niet vol, zonder de hoop op het hiernamaals. Het zij onze broeders en zusters van harte gegund.

Maar als je aan de rijke kant van de kloof staat en al het onrecht maar laat voortbestaan… die mens stelt niks voor. Die mens levert geen enkele bijdrage aan Gods koninkrijk: Uw wil geschiedde op aarde zoals in de hemel.
Die bede in het Onze Vader wordt concreet in de harde woorden van Amos  tegen de rijken van zijn tijd; en in het uitdagende verhaal van Lucas.

Als we spreken over het koninkrijk Gods, waar zijn wil geschiedt dan gaat het over hier en nu. Als het gaat over de zin van joue leven, is de vraag:
Welke bijdrage heb jij geleverd?
Hoe heb jij je laten inspireren door Amos en door Lucas en ben je aan de slag gegaan? Of heb je je in slaap laten sussen met hiernamaalsverhalen…ben je weggezapt bij dat eentonig getik van de druppels op de gloeiende plaat.

Ik ken een jonge vrouw. Annick heet ze. Ze leeft op die gloeiende plaat…
Ze woont op de plek waar zo’n druppel viel.
Haar moeder was, toen ik haar in 2003 leerde kennen, weduwe.
Die moeder had groetenwinkeltje opgezet met een microkrediet,
waarvoor in  Nederland geld was ingezameld. Er was geld om Annick naar de basisschool te laten gaan. Haar moeder is plotseling overleden.
Dank zij een project van de kerk waartoe ze behoort kon ze toch naar het V.O.
Ze is twee jaar geleden afgestudeerd aan Hope University in Bujumbura.
Ze werkt bij een goed betalende buitenlandse firma. Met haar salaris betaalt ze de opleiding van haar jongere broertjes en zusjes. Een mooi verhaal? Zeker! Een waar verhaal ook… en een veilig verhaal; want Annick en haar familie blijven wel in Bujumbura.

Maar er zijn ook andere verhalen. Verhalen over mensen op de vlucht voor oorlogsgeweld. Verhalen over mensen die vandaag bivakkeren voor de poort van schatrijk Europa… En wat doet schatrijk Europa? Europa stelt vragen…

Waarom zijn deze mensen ze gevlucht?
Toch niet alleen maar om aan de armoe te ontkomen, hè? 
Het zijn toch niet van die volwassenen, die alles en iedereen achter laten en
hun leven wagen in gammele bootjes, om toekomst te creëren voor hun kinderen?  Dat zijn zeer moedige mensen. Maar wij plakken er een etiket op: Economische vluchteling! We laten ze niet toe!

Amos roept op tot bekering. Keer terug naar Thora!
Amos vermaant zijn volksgenoten omdat ze Gods wet veronachtzamen.
De profeet wijst de koning en de andere rijken op dat scharnierpunt.
Je maakt Thora zichtbaar als je omziet naar de arme, de weduwe, de wees, de vreemdeling. Daaraan kun je zien of je Thora volbrengt. 

0ok Lucas maakt duidelijk dat juist in je omgang  met degenen die het moeilijk hebben in de samenleving, duidelijk wordt of je leeft in de lijn van Jezus van Nazareth of juist niet.

Hoe ga je om met mensen die hier op aarde gaan door een hel van eenzaam-heid, armoede, pesterij, discriminatie, dakloosheid onderdrukking en allerlei andere vormen van onrecht?
Die vraag geldt voor de regering… en wordt een vraag aan jou persoonlijk als je 
politieke keuze bepaalt. Niet kiezen, betekent het laten voortbestaan van al het onrecht dat nu nog gebeurt. Wie niet of verkeerd kiest, stookt de hel nog wat op… Je kunt die vraag ook stellen aan de gemeente…

Hoe gaan we als protestantse gemeente om met de armen in onze dorpen en in de naburige stad? Zijn we kerk voor ons persoonlijk zielenheil of vormen we een gemeente ter wille van de samenleving? Bestaat ons diaconaat uit het geven van geld aan doelen die ons bevallen of nemen we verantwoordelijkheid voor mensen in een situatie van onrecht. Het diaconaat hoort geen kerkelijke liefdadigheid te zijn, maar inzet voor gerechtigheid en vrede. Hoe je dat doet?
Daartoe heeft God zelf ons een handleiding verschaft, die glashelder is voor particulieren en politici, voor gemeenten en parochies… Je mag gaan in het spoor van de God die in psalm 146 wordt bezongen:

Hij blijft bedacht op trouw voor altijd.
Voor het recht van de onderdrukten komt hij op.
Hij geeft hongerigen brood, de Heer maakt gevangenen vrij
De Heer opent blinden de ogen; De Heer richt verslagenen op
De Heer heeft rechtvaardigen lief; neemt de vreemdeling in bescherming
wees en weduwe staat Hij bij.

 

Veel Christenen hopen na hun dood te worden verenigd met de Schepper in de hemel. Hoe dat zal zijn, weten we niet.
God is op aarde bezig…door middel van zijn kerk.
Hij roept de gemeente om schepper naast God  te zijn;
Een christen mag geloven dat zijn inzet leidt tot:
“Uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel.”

 

De aarde vervuld van recht en vrede.  Een samenleving zoals God bedoelt.
Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, daalt neer
en de Eeuwige woont te midden van de mensen.

Geloven anno 2016 betekent – denk ik – vertrouwen op een God
die mensen inschakelt om hier en nu “hemel op aarde” te creëren.
We hebben nog een lange weg te gaan… maar er zijn tekenen van hoop.
Er is geloofsgemeenschap… dwars door alle kerken heen
die Esther als straatpastor de straat op laat gaan ter wille van de daklozen.
die Soleil, Esther en Margriet inhuurt als hulpverleners voor mensen in crisis.
die bezig is een inloophuis te creëren, waar mensen elkaar ontmoeten en hun hulpvragen op tafel kunnen leggen.
die mensen ronselt om maatje te worden van iemand die in de schulden raakt.
die langdurig verantwoordelijk wil zijn voor een projecten in de derde wereld.
die vluchtelingen opvangt en helpt hun weg te vinden in onze samenleving.
 
Nee, het is niet hopeloos. Het is niet zonder perspectief. Het is klip en klaar welke kant het opgaat … Het gaat richting koninkrijk…
waar Gods wil geschiedt op aarde zoals in de hemel.

Dat het mag zijn – in de naam van de vader en de zoon en de heilige Geest.
AMEN


 




 

Lieve mensen van God,

De rijke man en de arme Lazarus.
Een bekend verhaal waar ik vanmorgen drie elementen uitlicht,
die ieder op zich een hele preek waard zouden zijn.  
Het gaat om 1. arm en rijk  2. hiernamaals en hiernumaals. 3. hel en hemel  

Arm – rijk
Enkele weken geleden wijdde dagblad Trouw een serie artikelen aan kerkelijke gemeenten in enkele zeer welvarende dorpen in ons land. Ik noteerde een uitspraak van Ds. Ad Nieuwkoop, die – zo schreef de journalist- op zondagmorgen de mores in Bloemendaal fileert.
De dominee zei: “Wij moeten als bevoorrechten gestoord worden in onze voorspoedige leventjes.” Nou, als dat zijn doel is, dan kan hij zich het de teksten van vanmorgen helemaal uitleven. 

Lucas vertelt over een rijk man, die een uitbundig leven lijdt.
Hij kleedt zich in purperen gewaden, zo horen we.
Ik stel me iemand voor in onze tijd.
Hij gaat modieus gekleed, houdt zich altijd en overal aan de dresscodes.
Op de golfbaan een keurige polo met kraag – in de broek gedragen.
Op jacht gaat hij in een groenbruin jagerskostuum; een hoed met een veertje.
Op zijn 80 meter lange motorjacht met drie zwembaden,
draagt hij smetteloos wit en zie je hem nooit zonder kapiteinspet.  
De anderen aan boord moeten wel weten wie de boswachter is!  

Het is elke dag feest is in zijn huis.
Ik stel ik me villa voor op een  ommuurde compound,
waar je zonder speciaal pasje echt niet binnenkomt.
Bij de bewaakte achteringang komt een vaste cateraar
dagelijks kostelijke spijzen afleveren, die binnen met belegen wijnen
worden weggespoeld.
Bij de poort zit een bedelaar. Die hoopt op wat restjes.
De enige zorg die aan hem wordt besteed: een hond,
die trouw zijn wonden komt likken.

Overdrijf ik de rijkdom? Overdrijf ik de tegenstelling? Ja, ik overdrijf…
Mijn fantasie maakt de man nog veel rijker dan die in het verhaal.
Waarom? Nou…die man moet natuurlijk niet echt op u en mij lijken, toch?
We moesten eens gestoord worden in onze voorspoedige leventjes…
Ze komen allebei te overlijden.
Lazarus wordt door engelen weggedragen.
Hij mag rusten aan het hart van aartsvader Abraham.
Lazarus’ leven lijkt volkomen zinloos,
maar tot op vandaag wordt zijn naam overal ter wereld genoemd.

De rijke wordt prijsgegeven aan een naamloos graf.
Zo iemand is het gedenken niet waard.
Die mens mag geen naam hebben.

Eigen schuld, dikke bult!
Boontje komt om zijn loontje.
Ja, wij, keurige christenmensen, begrijpen heel goed,
waarom die rijkaard naamloos wordt afgevoerd naar de hel!
Had hij maar moeten omzien naar die arme Lazarus.

Hoe komt het toch dat Lazarus er op aarde zo bekaaid afkomt?
Is hij ongeschoold? Is hij gescheiden? Ex-gedetineerd misschien?
Bleek de hypotheek onder water te staan?
Het verhaal vertelt het niet. Het doet er niet toe.
De arme Lazarus is er en hij ligt aan de poort van de rijke.

Ik had ooit het voorrecht een groep theologiestudenten in Burundi,
iets te mogen vertellen over het kerkelijk leven in Europa.
In de gesprekken werd me duidelijk hoe belangrijk HOOP is
voor mensen in het arme deel van de wereld.
Ze doorstaan het onrecht van de armoe op basis van hoop.  
Hoop op een beter leven hier…  
maar vooral hoop op een beter leven in het hiernamaals.

Toen ik vertelde, dat wij Europeanen daar niet zo mee bezig zijn,
keken ze mij ongelovig aan. Het verbaasde hen zeer dat gelovigen in onze kerken veelal denken, dat het leven op aarde geleefd mag/moet worden.
Ze konden zich niet indenken dat menig gelovige hier zich nauwelijks
een voorstelling maakt van een leven na de dood.
“Dat zien we dan wel weer!” is immers een veel gehoorde opmerking.
Onze inzet is gericht op een samenleving die je “hemel op aarde” kunt
noemen: Gods koninkrijk, veelbelovend land, het paradijs.  
We bidden immers dagelijks: “Uw koninkrijk kome,
Uw wil geschiede op aarde zoals ook in de hemel.

De sociaaleconomische omstandigheden van mensen,
zijn mede bepalend voor hun manier van geloven.
Ik hoorde pasgeleden nog een mooi voorbeeld uit onze kerkgeschiedenis.
Het betreft Doopsgezinden in de 17-de eeuw.
In Friesland woonden nogal wat arme doperse boeren.
Ze waren zeer afhankelijk van de natuur. Die Friese doopsgezinden ontwikkelden een orthodox soort geloof, waarin de natuurkrachten werd gezien als instrumenten waarmee de Eeuwige, de mensheid beloont en straft.   
De mens is een nietig wezen dat volkomen afhankelijk is van een strenge, doch rechtvaardige God.

In diezelfde tijd groeide in de doopsgezinde gemeenschap van het rijke Amsterdam een meer vrijzinnige geloofsopvatting. Daar werd het beteugelen van de natuurkrachten gezien als de opdracht van mens. De mens als Schepper naast God. Adriaan Leeghwater – de molenbouwer, die o.a. de Beemster droog maalde, was doopsgezind. Ingenieur Cornelis Lely, de man van de Zuiderzee-werken, behoorde ook tot die groepering. We hebben onze droge voeten te danken aan… de doopsgezinden. U kent waarschijnlijk de uitspraak: God schiep de werelds, maar de Nederlanders hebben Holland gemaakt.
De mens, schepper naast God, is verantwoordelijk voor het leven op aarde.
Dat geldt niet alleen voor onze droge voeten, maar ook voor de onderlinge verhoudingen. Voor de verhoudingen tussen arm en rijk, bijvoorbeeld.
Daarmee zijn we terug bij onze lezingen.

We lazen Amos, die ongeveer 750 voor Chr. leefde en Lucas, die schreef in de tweede helft van de eerste eeuw… en we lezen de krant.  
Conclusie: Armoede is van alle tijden. Dat is zo!
Armoede bepaalt tot op de dag van vandaag het leven van miljoenen mensen.
Op heel wat plaatsen, o.a. in Burundi, maakt armoe het leven tot een hel,
al was het maar omdat ze ook daar naar westerse TV-series kijken.

Hoe ga je om met de armoede van je medemens. Amos en Lucas verkondigen  beide dat die vraag het scharnierpunt is waar alles om draait bij de God van Israël. Armoe is onrecht dat bestreden moet worden: Uw wil geschiede op aarde, zoals in de hemel.

En… Laten we er maar niet omheen draaien. Wij behoren tot degenen,
die hun schaapjes op het droge hebben. Voor u en mij is de cruciale vraag:
Hoe gaan we om met de armen?

Als het om landen als Burundi gaat, stuiten we op politieke en economische mechanismen, waar we niet zo gek veel invloed op hebben. We verzuchten dat we er toch niks aan kunnen doen en als we iets doen, is het maar heel kleine druppel op een heel grote gloeiende plaat. Jammer maar helaas.

Hoort u het ook? De stemmen van Amos en Lucas verdwijnen naar de achtergrond. Er staan uitleggers op die ons vertellen dat het in deze teksten over hogere geestelijke waarden gaat. Over het hiernamaals. Jehova’s getuigen komen je uitleggen, dat je je bij dat genootschap moet aansluiten om niet te hoeven lijden in het hiernamaals, zoals de rijke bij Lucas.

Armoede… is er altijd al geweest en zal er altijd zijn. Daar doe je niks aan.
Wie zo denkt is geen stap verder dan de afgodendienaars in bijbelse tijden.
Dat is nou heidendom. Alles maar over laten aan de machten van de natuur
en aan machtige mensen, die er slim van profiteren. Wat een armzalige visie op het leven! Wat een armzalige visie op het geloof in Gods koninkrijk.

Die manier van denken haalt de angel uit de profetie.
Die manier van denken negeert de uitdaging uit het evangelie.
In Afrika houd je het in het hiernumaals niet vol, zonder de hoop op het hiernamaals. Het zij onze broeders en zusters van harte gegund.

Maar als je aan de rijke kant van de kloof staat en al het onrecht maar laat voortbestaan… die mens stelt niks voor. Die mens levert geen enkele bijdrage aan Gods koninkrijk: Uw wil geschiedde op aarde zoals in de hemel.
Die bede in het Onze Vader wordt concreet in de harde woorden van Amos  tegen de rijken van zijn tijd; en in het uitdagende verhaal van Lucas.

Als we spreken over het koninkrijk Gods, waar zijn wil geschiedt dan gaat het over hier en nu. Als het gaat over de zin van joue leven, is de vraag:
Welke bijdrage heb jij geleverd?
Hoe heb jij je laten inspireren door Amos en door Lucas en ben je aan de slag gegaan? Of heb je je in slaap laten sussen met hiernamaalsverhalen…ben je weggezapt bij dat eentonig getik van de druppels op de gloeiende plaat.

Ik ken een jonge vrouw. Annick heet ze. Ze leeft op die gloeiende plaat…
Ze woont op de plek waar zo’n druppel viel.
Haar moeder was, toen ik haar in 2003 leerde kennen, weduwe.
Die moeder had groetenwinkeltje opgezet met een microkrediet,
waarvoor in  Nederland geld was ingezameld. Er was geld om Annick naar de basisschool te laten gaan. Haar moeder is plotseling overleden.
Dank zij een project van de kerk waartoe ze behoort kon ze toch naar het V.O.
Ze is twee jaar geleden afgestudeerd aan Hope University in Bujumbura.
Ze werkt bij een goed betalende buitenlandse firma. Met haar salaris betaalt ze de opleiding van haar jongere broertjes en zusjes. Een mooi verhaal? Zeker! Een waar verhaal ook… en een veilig verhaal; want Annick en haar familie blijven wel in Bujumbura.

Maar er zijn ook andere verhalen. Verhalen over mensen op de vlucht voor oorlogsgeweld. Verhalen over mensen die vandaag bivakkeren voor de poort van schatrijk Europa… En wat doet schatrijk Europa? Europa stelt vragen…

Waarom zijn deze mensen ze gevlucht?
Toch niet alleen maar om aan de armoe te ontkomen, hè? 
Het zijn toch niet van die volwassenen, die alles en iedereen achter laten en
hun leven wagen in gammele bootjes, om toekomst te creëren voor hun kinderen?  Dat zijn zeer moedige mensen. Maar wij plakken er een etiket op: Economische vluchteling! We laten ze niet toe!

Amos roept op tot bekering. Keer terug naar Thora!
Amos vermaant zijn volksgenoten omdat ze Gods wet veronachtzamen.
De profeet wijst de koning en de andere rijken op dat scharnierpunt.
Je maakt Thora zichtbaar als je omziet naar de arme, de weduwe, de wees, de vreemdeling. Daaraan kun je zien of je Thora volbrengt. 

0ok Lucas maakt duidelijk dat juist in je omgang  met degenen die het moeilijk hebben in de samenleving, duidelijk wordt of je leeft in de lijn van Jezus van Nazareth of juist niet.

Hoe ga je om met mensen die hier op aarde gaan door een hel van eenzaam-heid, armoede, pesterij, discriminatie, dakloosheid onderdrukking en allerlei andere vormen van onrecht?
Die vraag geldt voor de regering… en wordt een vraag aan jou persoonlijk als je 
politieke keuze bepaalt. Niet kiezen, betekent het laten voortbestaan van al het onrecht dat nu nog gebeurt. Wie niet of verkeerd kiest, stookt de hel nog wat op… Je kunt die vraag ook stellen aan de gemeente…

Hoe gaan we als protestantse gemeente om met de armen in onze dorpen en in de naburige stad? Zijn we kerk voor ons persoonlijk zielenheil of vormen we een gemeente ter wille van de samenleving? Bestaat ons diaconaat uit het geven van geld aan doelen die ons bevallen of nemen we verantwoordelijkheid voor mensen in een situatie van onrecht. Het diaconaat hoort geen kerkelijke liefdadigheid te zijn, maar inzet voor gerechtigheid en vrede. Hoe je dat doet?
Daartoe heeft God zelf ons een handleiding verschaft, die glashelder is voor particulieren en politici, voor gemeenten en parochies… Je mag gaan in het spoor van de God die in psalm 146 wordt bezongen:

Hij blijft bedacht op trouw voor altijd.
Voor het recht van de onderdrukten komt hij op.
Hij geeft hongerigen brood, de Heer maakt gevangenen vrij
De Heer opent blinden de ogen; De Heer richt verslagenen op
De Heer heeft rechtvaardigen lief; neemt de vreemdeling in bescherming
wees en weduwe staat Hij bij.

 

Veel Christenen hopen na hun dood te worden verenigd met de Schepper in de hemel. Hoe dat zal zijn, weten we niet.
God is op aarde bezig…door middel van zijn kerk.
Hij roept de gemeente om schepper naast God  te zijn;
Een christen mag geloven dat zijn inzet leidt tot:
“Uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel.”

 

De aarde vervuld van recht en vrede.  Een samenleving zoals God bedoelt.
Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, daalt neer
en de Eeuwige woont te midden van de mensen.

Geloven anno 2016 betekent – denk ik – vertrouwen op een God
die mensen inschakelt om hier en nu “hemel op aarde” te creëren.
We hebben nog een lange weg te gaan… maar er zijn tekenen van hoop.
Er is geloofsgemeenschap… dwars door alle kerken heen
die Esther als straatpastor de straat op laat gaan ter wille van de daklozen.
die Soleil, Esther en Margriet inhuurt als hulpverleners voor mensen in crisis.
die bezig is een inloophuis te creëren, waar mensen elkaar ontmoeten en hun hulpvragen op tafel kunnen leggen.
die mensen ronselt om maatje te worden van iemand die in de schulden raakt.
die langdurig verantwoordelijk wil zijn voor een projecten in de derde wereld.
die vluchtelingen opvangt en helpt hun weg te vinden in onze samenleving.
 
Nee, het is niet hopeloos. Het is niet zonder perspectief. Het is klip en klaar welke kant het opgaat … Het gaat richting koninkrijk…
waar Gods wil geschiedt op aarde zoals in de hemel.

Dat het mag zijn – in de naam van de vader en de zoon en de heilige Geest.
AMEN


 




 

Lieve mensen van God,

De rijke man en de arme Lazarus.
Een bekend verhaal waar ik vanmorgen drie elementen uitlicht,
die ieder op zich een hele preek waard zouden zijn.  
Het gaat om 1. arm en rijk  2. hiernamaals en hiernumaals. 3. hel en hemel  

Arm – rijk
Enkele weken geleden wijdde dagblad Trouw een serie artikelen aan kerkelijke gemeenten in enkele zeer welvarende dorpen in ons land. Ik noteerde een uitspraak van Ds. Ad Nieuwkoop, die – zo schreef de journalist- op zondagmorgen de mores in Bloemendaal fileert.
De dominee zei: “Wij moeten als bevoorrechten gestoord worden in onze voorspoedige leventjes.” Nou, als dat zijn doel is, dan kan hij zich het de teksten van vanmorgen helemaal uitleven. 

Lucas vertelt over een rijk man, die een uitbundig leven lijdt.
Hij kleedt zich in purperen gewaden, zo horen we.
Ik stel me iemand voor in onze tijd.
Hij gaat modieus gekleed, houdt zich altijd en overal aan de dresscodes.
Op de golfbaan een keurige polo met kraag – in de broek gedragen.
Op jacht gaat hij in een groenbruin jagerskostuum; een hoed met een veertje.
Op zijn 80 meter lange motorjacht met drie zwembaden,
draagt hij smetteloos wit en zie je hem nooit zonder kapiteinspet.  
De anderen aan boord moeten wel weten wie de boswachter is!  

Het is elke dag feest is in zijn huis.
Ik stel ik me villa voor op een  ommuurde compound,
waar je zonder speciaal pasje echt niet binnenkomt.
Bij de bewaakte achteringang komt een vaste cateraar
dagelijks kostelijke spijzen afleveren, die binnen met belegen wijnen
worden weggespoeld.
Bij de poort zit een bedelaar. Die hoopt op wat restjes.
De enige zorg die aan hem wordt besteed: een hond,
die trouw zijn wonden komt likken.

Overdrijf ik de rijkdom? Overdrijf ik de tegenstelling? Ja, ik overdrijf…
Mijn fantasie maakt de man nog veel rijker dan die in het verhaal.
Waarom? Nou…die man moet natuurlijk niet echt op u en mij lijken, toch?
We moesten eens gestoord worden in onze voorspoedige leventjes…
Ze komen allebei te overlijden.
Lazarus wordt door engelen weggedragen.
Hij mag rusten aan het hart van aartsvader Abraham.
Lazarus’ leven lijkt volkomen zinloos,
maar tot op vandaag wordt zijn naam overal ter wereld genoemd.

De rijke wordt prijsgegeven aan een naamloos graf.
Zo iemand is het gedenken niet waard.
Die mens mag geen naam hebben.

Eigen schuld, dikke bult!
Boontje komt om zijn loontje.
Ja, wij, keurige christenmensen, begrijpen heel goed,
waarom die rijkaard naamloos wordt afgevoerd naar de hel!
Had hij maar moeten omzien naar die arme Lazarus.

Hoe komt het toch dat Lazarus er op aarde zo bekaaid afkomt?
Is hij ongeschoold? Is hij gescheiden? Ex-gedetineerd misschien?
Bleek de hypotheek onder water te staan?
Het verhaal vertelt het niet. Het doet er niet toe.
De arme Lazarus is er en hij ligt aan de poort van de rijke.

Ik had ooit het voorrecht een groep theologiestudenten in Burundi,
iets te mogen vertellen over het kerkelijk leven in Europa.
In de gesprekken werd me duidelijk hoe belangrijk HOOP is
voor mensen in het arme deel van de wereld.
Ze doorstaan het onrecht van de armoe op basis van hoop.  
Hoop op een beter leven hier…  
maar vooral hoop op een beter leven in het hiernamaals.

Toen ik vertelde, dat wij Europeanen daar niet zo mee bezig zijn,
keken ze mij ongelovig aan. Het verbaasde hen zeer dat gelovigen in onze kerken veelal denken, dat het leven op aarde geleefd mag/moet worden.
Ze konden zich niet indenken dat menig gelovige hier zich nauwelijks
een voorstelling maakt van een leven na de dood.
“Dat zien we dan wel weer!” is immers een veel gehoorde opmerking.
Onze inzet is gericht op een samenleving die je “hemel op aarde” kunt
noemen: Gods koninkrijk, veelbelovend land, het paradijs.  
We bidden immers dagelijks: “Uw koninkrijk kome,
Uw wil geschiede op aarde zoals ook in de hemel.

De sociaaleconomische omstandigheden van mensen,
zijn mede bepalend voor hun manier van geloven.
Ik hoorde pasgeleden nog een mooi voorbeeld uit onze kerkgeschiedenis.
Het betreft Doopsgezinden in de 17-de eeuw.
In Friesland woonden nogal wat arme doperse boeren.
Ze waren zeer afhankelijk van de natuur. Die Friese doopsgezinden ontwikkelden een orthodox soort geloof, waarin de natuurkrachten werd gezien als instrumenten waarmee de Eeuwige, de mensheid beloont en straft.   
De mens is een nietig wezen dat volkomen afhankelijk is van een strenge, doch rechtvaardige God.

In diezelfde tijd groeide in de doopsgezinde gemeenschap van het rijke Amsterdam een meer vrijzinnige geloofsopvatting. Daar werd het beteugelen van de natuurkrachten gezien als de opdracht van mens. De mens als Schepper naast God. Adriaan Leeghwater – de molenbouwer, die o.a. de Beemster droog maalde, was doopsgezind. Ingenieur Cornelis Lely, de man van de Zuiderzee-werken, behoorde ook tot die groepering. We hebben onze droge voeten te danken aan… de doopsgezinden. U kent waarschijnlijk de uitspraak: God schiep de werelds, maar de Nederlanders hebben Holland gemaakt.
De mens, schepper naast God, is verantwoordelijk voor het leven op aarde.
Dat geldt niet alleen voor onze droge voeten, maar ook voor de onderlinge verhoudingen. Voor de verhoudingen tussen arm en rijk, bijvoorbeeld.
Daarmee zijn we terug bij onze lezingen.

We lazen Amos, die ongeveer 750 voor Chr. leefde en Lucas, die schreef in de tweede helft van de eerste eeuw… en we lezen de krant.  
Conclusie: Armoede is van alle tijden. Dat is zo!
Armoede bepaalt tot op de dag van vandaag het leven van miljoenen mensen.
Op heel wat plaatsen, o.a. in Burundi, maakt armoe het leven tot een hel,
al was het maar omdat ze ook daar naar westerse TV-series kijken.

Hoe ga je om met de armoede van je medemens. Amos en Lucas verkondigen  beide dat die vraag het scharnierpunt is waar alles om draait bij de God van Israël. Armoe is onrecht dat bestreden moet worden: Uw wil geschiede op aarde, zoals in de hemel.

En… Laten we er maar niet omheen draaien. Wij behoren tot degenen,
die hun schaapjes op het droge hebben. Voor u en mij is de cruciale vraag:
Hoe gaan we om met de armen?

Als het om landen als Burundi gaat, stuiten we op politieke en economische mechanismen, waar we niet zo gek veel invloed op hebben. We verzuchten dat we er toch niks aan kunnen doen en als we iets doen, is het maar heel kleine druppel op een heel grote gloeiende plaat. Jammer maar helaas.

Hoort u het ook? De stemmen van Amos en Lucas verdwijnen naar de achtergrond. Er staan uitleggers op die ons vertellen dat het in deze teksten over hogere geestelijke waarden gaat. Over het hiernamaals. Jehova’s getuigen komen je uitleggen, dat je je bij dat genootschap moet aansluiten om niet te hoeven lijden in het hiernamaals, zoals de rijke bij Lucas.

Armoede… is er altijd al geweest en zal er altijd zijn. Daar doe je niks aan.
Wie zo denkt is geen stap verder dan de afgodendienaars in bijbelse tijden.
Dat is nou heidendom. Alles maar over laten aan de machten van de natuur
en aan machtige mensen, die er slim van profiteren. Wat een armzalige visie op het leven! Wat een armzalige visie op het geloof in Gods koninkrijk.

Die manier van denken haalt de angel uit de profetie.
Die manier van denken negeert de uitdaging uit het evangelie.
In Afrika houd je het in het hiernumaals niet vol, zonder de hoop op het hiernamaals. Het zij onze broeders en zusters van harte gegund.

Maar als je aan de rijke kant van de kloof staat en al het onrecht maar laat voortbestaan… die mens stelt niks voor. Die mens levert geen enkele bijdrage aan Gods koninkrijk: Uw wil geschiedde op aarde zoals in de hemel.
Die bede in het Onze Vader wordt concreet in de harde woorden van Amos  tegen de rijken van zijn tijd; en in het uitdagende verhaal van Lucas.

Als we spreken over het koninkrijk Gods, waar zijn wil geschiedt dan gaat het over hier en nu. Als het gaat over de zin van joue leven, is de vraag:
Welke bijdrage heb jij geleverd?
Hoe heb jij je laten inspireren door Amos en door Lucas en ben je aan de slag gegaan? Of heb je je in slaap laten sussen met hiernamaalsverhalen…ben je weggezapt bij dat eentonig getik van de druppels op de gloeiende plaat.

Ik ken een jonge vrouw. Annick heet ze. Ze leeft op die gloeiende plaat…
Ze woont op de plek waar zo’n druppel viel.
Haar moeder was, toen ik haar in 2003 leerde kennen, weduwe.
Die moeder had groetenwinkeltje opgezet met een microkrediet,
waarvoor in  Nederland geld was ingezameld. Er was geld om Annick naar de basisschool te laten gaan. Haar moeder is plotseling overleden.
Dank zij een project van de kerk waartoe ze behoort kon ze toch naar het V.O.
Ze is twee jaar geleden afgestudeerd aan Hope University in Bujumbura.
Ze werkt bij een goed betalende buitenlandse firma. Met haar salaris betaalt ze de opleiding van haar jongere broertjes en zusjes. Een mooi verhaal? Zeker! Een waar verhaal ook… en een veilig verhaal; want Annick en haar familie blijven wel in Bujumbura.

Maar er zijn ook andere verhalen. Verhalen over mensen op de vlucht voor oorlogsgeweld. Verhalen over mensen die vandaag bivakkeren voor de poort van schatrijk Europa… En wat doet schatrijk Europa? Europa stelt vragen…

Waarom zijn deze mensen ze gevlucht?
Toch niet alleen maar om aan de armoe te ontkomen, hè? 
Het zijn toch niet van die volwassenen, die alles en iedereen achter laten en
hun leven wagen in gammele bootjes, om toekomst te creëren voor hun kinderen?  Dat zijn zeer moedige mensen. Maar wij plakken er een etiket op: Economische vluchteling! We laten ze niet toe!

Amos roept op tot bekering. Keer terug naar Thora!
Amos vermaant zijn volksgenoten omdat ze Gods wet veronachtzamen.
De profeet wijst de koning en de andere rijken op dat scharnierpunt.
Je maakt Thora zichtbaar als je omziet naar de arme, de weduwe, de wees, de vreemdeling. Daaraan kun je zien of je Thora volbrengt. 

0ok Lucas maakt duidelijk dat juist in je omgang  met degenen die het moeilijk hebben in de samenleving, duidelijk wordt of je leeft in de lijn van Jezus van Nazareth of juist niet.

Hoe ga je om met mensen die hier op aarde gaan door een hel van eenzaam-heid, armoede, pesterij, discriminatie, dakloosheid onderdrukking en allerlei andere vormen van onrecht?
Die vraag geldt voor de regering… en wordt een vraag aan jou persoonlijk als je 
politieke keuze bepaalt. Niet kiezen, betekent het laten voortbestaan van al het onrecht dat nu nog gebeurt. Wie niet of verkeerd kiest, stookt de hel nog wat op… Je kunt die vraag ook stellen aan de gemeente…

Hoe gaan we als protestantse gemeente om met de armen in onze dorpen en in de naburige stad? Zijn we kerk voor ons persoonlijk zielenheil of vormen we een gemeente ter wille van de samenleving? Bestaat ons diaconaat uit het geven van geld aan doelen die ons bevallen of nemen we verantwoordelijkheid voor mensen in een situatie van onrecht. Het diaconaat hoort geen kerkelijke liefdadigheid te zijn, maar inzet voor gerechtigheid en vrede. Hoe je dat doet?
Daartoe heeft God zelf ons een handleiding verschaft, die glashelder is voor particulieren en politici, voor gemeenten en parochies… Je mag gaan in het spoor van de God die in psalm 146 wordt bezongen:

Hij blijft bedacht op trouw voor altijd.
Voor het recht van de onderdrukten komt hij op.
Hij geeft hongerigen brood, de Heer maakt gevangenen vrij
De Heer opent blinden de ogen; De Heer richt verslagenen op
De Heer heeft rechtvaardigen lief; neemt de vreemdeling in bescherming
wees en weduwe staat Hij bij.

 

Veel Christenen hopen na hun dood te worden verenigd met de Schepper in de hemel. Hoe dat zal zijn, weten we niet.
God is op aarde bezig…door middel van zijn kerk.
Hij roept de gemeente om schepper naast God  te zijn;
Een christen mag geloven dat zijn inzet leidt tot:
“Uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel.”

 

De aarde vervuld van recht en vrede.  Een samenleving zoals God bedoelt.
Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, daalt neer
en de Eeuwige woont te midden van de mensen.

Geloven anno 2016 betekent – denk ik – vertrouwen op een God
die mensen inschakelt om hier en nu “hemel op aarde” te creëren.
We hebben nog een lange weg te gaan… maar er zijn tekenen van hoop.
Er is geloofsgemeenschap… dwars door alle kerken heen
die Esther als straatpastor de straat op laat gaan ter wille van de daklozen.
die Soleil, Esther en Margriet inhuurt als hulpverleners voor mensen in crisis.
die bezig is een inloophuis te creëren, waar mensen elkaar ontmoeten en hun hulpvragen op tafel kunnen leggen.
die mensen ronselt om maatje te worden van iemand die in de schulden raakt.
die langdurig verantwoordelijk wil zijn voor een projecten in de derde wereld.
die vluchtelingen opvangt en helpt hun weg te vinden in onze samenleving.
 
Nee, het is niet hopeloos. Het is niet zonder perspectief. Het is klip en klaar welke kant het opgaat … Het gaat richting koninkrijk…
waar Gods wil geschiedt op aarde zoals in de hemel.

Dat het mag zijn – in de naam van de vader en de zoon en de heilige Geest.
AMEN


 




 

Lieve mensen van God,

De rijke man en de arme Lazarus.
Een bekend verhaal waar ik vanmorgen drie elementen uitlicht,
die ieder op zich een hele preek waard zouden zijn.  
Het gaat om 1. arm en rijk  2. hiernamaals en hiernumaals. 3. hel en hemel  

Arm – rijk
Enkele weken geleden wijdde dagblad Trouw een serie artikelen aan kerkelijke gemeenten in enkele zeer welvarende dorpen in ons land. Ik noteerde een uitspraak van Ds. Ad Nieuwkoop, die – zo schreef de journalist- op zondagmorgen de mores in Bloemendaal fileert.
De dominee zei: “Wij moeten als bevoorrechten gestoord worden in onze voorspoedige leventjes.” Nou, als dat zijn doel is, dan kan hij zich het de teksten van vanmorgen helemaal uitleven. 

Lucas vertelt over een rijk man, die een uitbundig leven lijdt.
Hij kleedt zich in purperen gewaden, zo horen we.
Ik stel me iemand voor in onze tijd.
Hij gaat modieus gekleed, houdt zich altijd en overal aan de dresscodes.
Op de golfbaan een keurige polo met kraag – in de broek gedragen.
Op jacht gaat hij in een groenbruin jagerskostuum; een hoed met een veertje.
Op zijn 80 meter lange motorjacht met drie zwembaden,
draagt hij smetteloos wit en zie je hem nooit zonder kapiteinspet.  
De anderen aan boord moeten wel weten wie de boswachter is!  

Het is elke dag feest is in zijn huis.
Ik stel ik me villa voor op een  ommuurde compound,
waar je zonder speciaal pasje echt niet binnenkomt.
Bij de bewaakte achteringang komt een vaste cateraar
dagelijks kostelijke spijzen afleveren, die binnen met belegen wijnen
worden weggespoeld.
Bij de poort zit een bedelaar. Die hoopt op wat restjes.
De enige zorg die aan hem wordt besteed: een hond,
die trouw zijn wonden komt likken.

Overdrijf ik de rijkdom? Overdrijf ik de tegenstelling? Ja, ik overdrijf…
Mijn fantasie maakt de man nog veel rijker dan die in het verhaal.
Waarom? Nou…die man moet natuurlijk niet echt op u en mij lijken, toch?
We moesten eens gestoord worden in onze voorspoedige leventjes…
Ze komen allebei te overlijden.
Lazarus wordt door engelen weggedragen.
Hij mag rusten aan het hart van aartsvader Abraham.
Lazarus’ leven lijkt volkomen zinloos,
maar tot op vandaag wordt zijn naam overal ter wereld genoemd.

De rijke wordt prijsgegeven aan een naamloos graf.
Zo iemand is het gedenken niet waard.
Die mens mag geen naam hebben.

Eigen schuld, dikke bult!
Boontje komt om zijn loontje.
Ja, wij, keurige christenmensen, begrijpen heel goed,
waarom die rijkaard naamloos wordt afgevoerd naar de hel!
Had hij maar moeten omzien naar die arme Lazarus.

Hoe komt het toch dat Lazarus er op aarde zo bekaaid afkomt?
Is hij ongeschoold? Is hij gescheiden? Ex-gedetineerd misschien?
Bleek de hypotheek onder water te staan?
Het verhaal vertelt het niet. Het doet er niet toe.
De arme Lazarus is er en hij ligt aan de poort van de rijke.

Ik had ooit het voorrecht een groep theologiestudenten in Burundi,
iets te mogen vertellen over het kerkelijk leven in Europa.
In de gesprekken werd me duidelijk hoe belangrijk HOOP is
voor mensen in het arme deel van de wereld.
Ze doorstaan het onrecht van de armoe op basis van hoop.  
Hoop op een beter leven hier…  
maar vooral hoop op een beter leven in het hiernamaals.

Toen ik vertelde, dat wij Europeanen daar niet zo mee bezig zijn,
keken ze mij ongelovig aan. Het verbaasde hen zeer dat gelovigen in onze kerken veelal denken, dat het leven op aarde geleefd mag/moet worden.
Ze konden zich niet indenken dat menig gelovige hier zich nauwelijks
een voorstelling maakt van een leven na de dood.
“Dat zien we dan wel weer!” is immers een veel gehoorde opmerking.
Onze inzet is gericht op een samenleving die je “hemel op aarde” kunt
noemen: Gods koninkrijk, veelbelovend land, het paradijs.  
We bidden immers dagelijks: “Uw koninkrijk kome,
Uw wil geschiede op aarde zoals ook in de hemel.

De sociaaleconomische omstandigheden van mensen,
zijn mede bepalend voor hun manier van geloven.
Ik hoorde pasgeleden nog een mooi voorbeeld uit onze kerkgeschiedenis.
Het betreft Doopsgezinden in de 17-de eeuw.
In Friesland woonden nogal wat arme doperse boeren.
Ze waren zeer afhankelijk van de natuur. Die Friese doopsgezinden ontwikkelden een orthodox soort geloof, waarin de natuurkrachten werd gezien als instrumenten waarmee de Eeuwige, de mensheid beloont en straft.   
De mens is een nietig wezen dat volkomen afhankelijk is van een strenge, doch rechtvaardige God.

In diezelfde tijd groeide in de doopsgezinde gemeenschap van het rijke Amsterdam een meer vrijzinnige geloofsopvatting. Daar werd het beteugelen van de natuurkrachten gezien als de opdracht van mens. De mens als Schepper naast God. Adriaan Leeghwater – de molenbouwer, die o.a. de Beemster droog maalde, was doopsgezind. Ingenieur Cornelis Lely, de man van de Zuiderzee-werken, behoorde ook tot die groepering. We hebben onze droge voeten te danken aan… de doopsgezinden. U kent waarschijnlijk de uitspraak: God schiep de werelds, maar de Nederlanders hebben Holland gemaakt.
De mens, schepper naast God, is verantwoordelijk voor het leven op aarde.
Dat geldt niet alleen voor onze droge voeten, maar ook voor de onderlinge verhoudingen. Voor de verhoudingen tussen arm en rijk, bijvoorbeeld.
Daarmee zijn we terug bij onze lezingen.

We lazen Amos, die ongeveer 750 voor Chr. leefde en Lucas, die schreef in de tweede helft van de eerste eeuw… en we lezen de krant.  
Conclusie: Armoede is van alle tijden. Dat is zo!
Armoede bepaalt tot op de dag van vandaag het leven van miljoenen mensen.
Op heel wat plaatsen, o.a. in Burundi, maakt armoe het leven tot een hel,
al was het maar omdat ze ook daar naar westerse TV-series kijken.

Hoe ga je om met de armoede van je medemens. Amos en Lucas verkondigen  beide dat die vraag het scharnierpunt is waar alles om draait bij de God van Israël. Armoe is onrecht dat bestreden moet worden: Uw wil geschiede op aarde, zoals in de hemel.

En… Laten we er maar niet omheen draaien. Wij behoren tot degenen,
die hun schaapjes op het droge hebben. Voor u en mij is de cruciale vraag:
Hoe gaan we om met de armen?

Als het om landen als Burundi gaat, stuiten we op politieke en economische mechanismen, waar we niet zo gek veel invloed op hebben. We verzuchten dat we er toch niks aan kunnen doen en als we iets doen, is het maar heel kleine druppel op een heel grote gloeiende plaat. Jammer maar helaas.

Hoort u het ook? De stemmen van Amos en Lucas verdwijnen naar de achtergrond. Er staan uitleggers op die ons vertellen dat het in deze teksten over hogere geestelijke waarden gaat. Over het hiernamaals. Jehova’s getuigen komen je uitleggen, dat je je bij dat genootschap moet aansluiten om niet te hoeven lijden in het hiernamaals, zoals de rijke bij Lucas.

Armoede… is er altijd al geweest en zal er altijd zijn. Daar doe je niks aan.
Wie zo denkt is geen stap verder dan de afgodendienaars in bijbelse tijden.
Dat is nou heidendom. Alles maar over laten aan de machten van de natuur
en aan machtige mensen, die er slim van profiteren. Wat een armzalige visie op het leven! Wat een armzalige visie op het geloof in Gods koninkrijk.

Die manier van denken haalt de angel uit de profetie.
Die manier van denken negeert de uitdaging uit het evangelie.
In Afrika houd je het in het hiernumaals niet vol, zonder de hoop op het hiernamaals. Het zij onze broeders en zusters van harte gegund.

Maar als je aan de rijke kant van de kloof staat en al het onrecht maar laat voortbestaan… die mens stelt niks voor. Die mens levert geen enkele bijdrage aan Gods koninkrijk: Uw wil geschiedde op aarde zoals in de hemel.
Die bede in het Onze Vader wordt concreet in de harde woorden van Amos  tegen de rijken van zijn tijd; en in het uitdagende verhaal van Lucas.

Als we spreken over het koninkrijk Gods, waar zijn wil geschiedt dan gaat het over hier en nu. Als het gaat over de zin van joue leven, is de vraag:
Welke bijdrage heb jij geleverd?
Hoe heb jij je laten inspireren door Amos en door Lucas en ben je aan de slag gegaan? Of heb je je in slaap laten sussen met hiernamaalsverhalen…ben je weggezapt bij dat eentonig getik van de druppels op de gloeiende plaat.

Ik ken een jonge vrouw. Annick heet ze. Ze leeft op die gloeiende plaat…
Ze woont op de plek waar zo’n druppel viel.
Haar moeder was, toen ik haar in 2003 leerde kennen, weduwe.
Die moeder had groetenwinkeltje opgezet met een microkrediet,
waarvoor in  Nederland geld was ingezameld. Er was geld om Annick naar de basisschool te laten gaan. Haar moeder is plotseling overleden.
Dank zij een project van de kerk waartoe ze behoort kon ze toch naar het V.O.
Ze is twee jaar geleden afgestudeerd aan Hope University in Bujumbura.
Ze werkt bij een goed betalende buitenlandse firma. Met haar salaris betaalt ze de opleiding van haar jongere broertjes en zusjes. Een mooi verhaal? Zeker! Een waar verhaal ook… en een veilig verhaal; want Annick en haar familie blijven wel in Bujumbura.

Maar er zijn ook andere verhalen. Verhalen over mensen op de vlucht voor oorlogsgeweld. Verhalen over mensen die vandaag bivakkeren voor de poort van schatrijk Europa… En wat doet schatrijk Europa? Europa stelt vragen…

Waarom zijn deze mensen ze gevlucht?
Toch niet alleen maar om aan de armoe te ontkomen, hè? 
Het zijn toch niet van die volwassenen, die alles en iedereen achter laten en
hun leven wagen in gammele bootjes, om toekomst te creëren voor hun kinderen?  Dat zijn zeer moedige mensen. Maar wij plakken er een etiket op: Economische vluchteling! We laten ze niet toe!

Amos roept op tot bekering. Keer terug naar Thora!
Amos vermaant zijn volksgenoten omdat ze Gods wet veronachtzamen.
De profeet wijst de koning en de andere rijken op dat scharnierpunt.
Je maakt Thora zichtbaar als je omziet naar de arme, de weduwe, de wees, de vreemdeling. Daaraan kun je zien of je Thora volbrengt. 

0ok Lucas maakt duidelijk dat juist in je omgang  met degenen die het moeilijk hebben in de samenleving, duidelijk wordt of je leeft in de lijn van Jezus van Nazareth of juist niet.

Hoe ga je om met mensen die hier op aarde gaan door een hel van eenzaam-heid, armoede, pesterij, discriminatie, dakloosheid onderdrukking en allerlei andere vormen van onrecht?
Die vraag geldt voor de regering… en wordt een vraag aan jou persoonlijk als je 
politieke keuze bepaalt. Niet kiezen, betekent het laten voortbestaan van al het onrecht dat nu nog gebeurt. Wie niet of verkeerd kiest, stookt de hel nog wat op… Je kunt die vraag ook stellen aan de gemeente…

Hoe gaan we als protestantse gemeente om met de armen in onze dorpen en in de naburige stad? Zijn we kerk voor ons persoonlijk zielenheil of vormen we een gemeente ter wille van de samenleving? Bestaat ons diaconaat uit het geven van geld aan doelen die ons bevallen of nemen we verantwoordelijkheid voor mensen in een situatie van onrecht. Het diaconaat hoort geen kerkelijke liefdadigheid te zijn, maar inzet voor gerechtigheid en vrede. Hoe je dat doet?
Daartoe heeft God zelf ons een handleiding verschaft, die glashelder is voor particulieren en politici, voor gemeenten en parochies… Je mag gaan in het spoor van de God die in psalm 146 wordt bezongen:

Hij blijft bedacht op trouw voor altijd.
Voor het recht van de onderdrukten komt hij op.
Hij geeft hongerigen brood, de Heer maakt gevangenen vrij
De Heer opent blinden de ogen; De Heer richt verslagenen op
De Heer heeft rechtvaardigen lief; neemt de vreemdeling in bescherming
wees en weduwe staat Hij bij.

 

Veel Christenen hopen na hun dood te worden verenigd met de Schepper in de hemel. Hoe dat zal zijn, weten we niet.
God is op aarde bezig…door middel van zijn kerk.
Hij roept de gemeente om schepper naast God  te zijn;
Een christen mag geloven dat zijn inzet leidt tot:
“Uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel.”

 

De aarde vervuld van recht en vrede.  Een samenleving zoals God bedoelt.
Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, daalt neer
en de Eeuwige woont te midden van de mensen.

Geloven anno 2016 betekent – denk ik – vertrouwen op een God
die mensen inschakelt om hier en nu “hemel op aarde” te creëren.
We hebben nog een lange weg te gaan… maar er zijn tekenen van hoop.
Er is geloofsgemeenschap… dwars door alle kerken heen
die Esther als straatpastor de straat op laat gaan ter wille van de daklozen.
die Soleil, Esther en Margriet inhuurt als hulpverleners voor mensen in crisis.
die bezig is een inloophuis te creëren, waar mensen elkaar ontmoeten en hun hulpvragen op tafel kunnen leggen.
die mensen ronselt om maatje te worden van iemand die in de schulden raakt.
die langdurig verantwoordelijk wil zijn voor een projecten in de derde wereld.
die vluchtelingen opvangt en helpt hun weg te vinden in onze samenleving.
 
Nee, het is niet hopeloos. Het is niet zonder perspectief. Het is klip en klaar welke kant het opgaat … Het gaat richting koninkrijk…
waar Gods wil geschiedt op aarde zoals in de hemel.

Dat het mag zijn – in de naam van de vader en de zoon en de heilige Geest.
AMEN


 




 

Lieve mensen van God,

De rijke man en de arme Lazarus.
Een bekend verhaal waar ik vanmorgen drie elementen uitlicht,
die ieder op zich een hele preek waard zouden zijn.  
Het gaat om 1. arm en rijk  2. hiernamaals en hiernumaals. 3. hel en hemel  

Arm – rijk
Enkele weken geleden wijdde dagblad Trouw een serie artikelen aan kerkelijke gemeenten in enkele zeer welvarende dorpen in ons land. Ik noteerde een uitspraak van Ds. Ad Nieuwkoop, die – zo schreef de journalist- op zondagmorgen de mores in Bloemendaal fileert.
De dominee zei: “Wij moeten als bevoorrechten gestoord worden in onze voorspoedige leventjes.” Nou, als dat zijn doel is, dan kan hij zich het de teksten van vanmorgen helemaal uitleven. 

Lucas vertelt over een rijk man, die een uitbundig leven lijdt.
Hij kleedt zich in purperen gewaden, zo horen we.
Ik stel me iemand voor in onze tijd.
Hij gaat modieus gekleed, houdt zich altijd en overal aan de dresscodes.
Op de golfbaan een keurige polo met kraag – in de broek gedragen.
Op jacht gaat hij in een groenbruin jagerskostuum; een hoed met een veertje.
Op zijn 80 meter lange motorjacht met drie zwembaden,
draagt hij smetteloos wit en zie je hem nooit zonder kapiteinspet.  
De anderen aan boord moeten wel weten wie de boswachter is!  

Het is elke dag feest is in zijn huis.
Ik stel ik me villa voor op een  ommuurde compound,
waar je zonder speciaal pasje echt niet binnenkomt.
Bij de bewaakte achteringang komt een vaste cateraar
dagelijks kostelijke spijzen afleveren, die binnen met belegen wijnen
worden weggespoeld.
Bij de poort zit een bedelaar. Die hoopt op wat restjes.
De enige zorg die aan hem wordt besteed: een hond,
die trouw zijn wonden komt likken.

Overdrijf ik de rijkdom? Overdrijf ik de tegenstelling? Ja, ik overdrijf…
Mijn fantasie maakt de man nog veel rijker dan die in het verhaal.
Waarom? Nou…die man moet natuurlijk niet echt op u en mij lijken, toch?
We moesten eens gestoord worden in onze voorspoedige leventjes…
Ze komen allebei te overlijden.
Lazarus wordt door engelen weggedragen.
Hij mag rusten aan het hart van aartsvader Abraham.
Lazarus’ leven lijkt volkomen zinloos,
maar tot op vandaag wordt zijn naam overal ter wereld genoemd.

De rijke wordt prijsgegeven aan een naamloos graf.
Zo iemand is het gedenken niet waard.
Die mens mag geen naam hebben.

Eigen schuld, dikke bult!
Boontje komt om zijn loontje.
Ja, wij, keurige christenmensen, begrijpen heel goed,
waarom die rijkaard naamloos wordt afgevoerd naar de hel!
Had hij maar moeten omzien naar die arme Lazarus.

Hoe komt het toch dat Lazarus er op aarde zo bekaaid afkomt?
Is hij ongeschoold? Is hij gescheiden? Ex-gedetineerd misschien?
Bleek de hypotheek onder water te staan?
Het verhaal vertelt het niet. Het doet er niet toe.
De arme Lazarus is er en hij ligt aan de poort van de rijke.

Ik had ooit het voorrecht een groep theologiestudenten in Burundi,
iets te mogen vertellen over het kerkelijk leven in Europa.
In de gesprekken werd me duidelijk hoe belangrijk HOOP is
voor mensen in het arme deel van de wereld.
Ze doorstaan het onrecht van de armoe op basis van hoop.  
Hoop op een beter leven hier…  
maar vooral hoop op een beter leven in het hiernamaals.

Toen ik vertelde, dat wij Europeanen daar niet zo mee bezig zijn,
keken ze mij ongelovig aan. Het verbaasde hen zeer dat gelovigen in onze kerken veelal denken, dat het leven op aarde geleefd mag/moet worden.
Ze konden zich niet indenken dat menig gelovige hier zich nauwelijks
een voorstelling maakt van een leven na de dood.
“Dat zien we dan wel weer!” is immers een veel gehoorde opmerking.
Onze inzet is gericht op een samenleving die je “hemel op aarde” kunt
noemen: Gods koninkrijk, veelbelovend land, het paradijs.  
We bidden immers dagelijks: “Uw koninkrijk kome,
Uw wil geschiede op aarde zoals ook in de hemel.

De sociaaleconomische omstandigheden van mensen,
zijn mede bepalend voor hun manier van geloven.
Ik hoorde pasgeleden nog een mooi voorbeeld uit onze kerkgeschiedenis.
Het betreft Doopsgezinden in de 17-de eeuw.
In Friesland woonden nogal wat arme doperse boeren.
Ze waren zeer afhankelijk van de natuur. Die Friese doopsgezinden ontwikkelden een orthodox soort geloof, waarin de natuurkrachten werd gezien als instrumenten waarmee de Eeuwige, de mensheid beloont en straft.   
De mens is een nietig wezen dat volkomen afhankelijk is van een strenge, doch rechtvaardige God.

In diezelfde tijd groeide in de doopsgezinde gemeenschap van het rijke Amsterdam een meer vrijzinnige geloofsopvatting. Daar werd het beteugelen van de natuurkrachten gezien als de opdracht van mens. De mens als Schepper naast God. Adriaan Leeghwater – de molenbouwer, die o.a. de Beemster droog maalde, was doopsgezind. Ingenieur Cornelis Lely, de man van de Zuiderzee-werken, behoorde ook tot die groepering. We hebben onze droge voeten te danken aan… de doopsgezinden. U kent waarschijnlijk de uitspraak: God schiep de werelds, maar de Nederlanders hebben Holland gemaakt.
De mens, schepper naast God, is verantwoordelijk voor het leven op aarde.
Dat geldt niet alleen voor onze droge voeten, maar ook voor de onderlinge verhoudingen. Voor de verhoudingen tussen arm en rijk, bijvoorbeeld.
Daarmee zijn we terug bij onze lezingen.

We lazen Amos, die ongeveer 750 voor Chr. leefde en Lucas, die schreef in de tweede helft van de eerste eeuw… en we lezen de krant.  
Conclusie: Armoede is van alle tijden. Dat is zo!
Armoede bepaalt tot op de dag van vandaag het leven van miljoenen mensen.
Op heel wat plaatsen, o.a. in Burundi, maakt armoe het leven tot een hel,
al was het maar omdat ze ook daar naar westerse TV-series kijken.

Hoe ga je om met de armoede van je medemens. Amos en Lucas verkondigen  beide dat die vraag het scharnierpunt is waar alles om draait bij de God van Israël. Armoe is onrecht dat bestreden moet worden: Uw wil geschiede op aarde, zoals in de hemel.

En… Laten we er maar niet omheen draaien. Wij behoren tot degenen,
die hun schaapjes op het droge hebben. Voor u en mij is de cruciale vraag:
Hoe gaan we om met de armen?

Als het om landen als Burundi gaat, stuiten we op politieke en economische mechanismen, waar we niet zo gek veel invloed op hebben. We verzuchten dat we er toch niks aan kunnen doen en als we iets doen, is het maar heel kleine druppel op een heel grote gloeiende plaat. Jammer maar helaas.

Hoort u het ook? De stemmen van Amos en Lucas verdwijnen naar de achtergrond. Er staan uitleggers op die ons vertellen dat het in deze teksten over hogere geestelijke waarden gaat. Over het hiernamaals. Jehova’s getuigen komen je uitleggen, dat je je bij dat genootschap moet aansluiten om niet te hoeven lijden in het hiernamaals, zoals de rijke bij Lucas.

Armoede… is er altijd al geweest en zal er altijd zijn. Daar doe je niks aan.
Wie zo denkt is geen stap verder dan de afgodendienaars in bijbelse tijden.
Dat is nou heidendom. Alles maar over laten aan de machten van de natuur
en aan machtige mensen, die er slim van profiteren. Wat een armzalige visie op het leven! Wat een armzalige visie op het geloof in Gods koninkrijk.

Die manier van denken haalt de angel uit de profetie.
Die manier van denken negeert de uitdaging uit het evangelie.
In Afrika houd je het in het hiernumaals niet vol, zonder de hoop op het hiernamaals. Het zij onze broeders en zusters van harte gegund.

Maar als je aan de rijke kant van de kloof staat en al het onrecht maar laat voortbestaan… die mens stelt niks voor. Die mens levert geen enkele bijdrage aan Gods koninkrijk: Uw wil geschiedde op aarde zoals in de hemel.
Die bede in het Onze Vader wordt concreet in de harde woorden van Amos  tegen de rijken van zijn tijd; en in het uitdagende verhaal van Lucas.

Als we spreken over het koninkrijk Gods, waar zijn wil geschiedt dan gaat het over hier en nu. Als het gaat over de zin van joue leven, is de vraag:
Welke bijdrage heb jij geleverd?
Hoe heb jij je laten inspireren door Amos en door Lucas en ben je aan de slag gegaan? Of heb je je in slaap laten sussen met hiernamaalsverhalen…ben je weggezapt bij dat eentonig getik van de druppels op de gloeiende plaat.

Ik ken een jonge vrouw. Annick heet ze. Ze leeft op die gloeiende plaat…
Ze woont op de plek waar zo’n druppel viel.
Haar moeder was, toen ik haar in 2003 leerde kennen, weduwe.
Die moeder had groetenwinkeltje opgezet met een microkrediet,
waarvoor in  Nederland geld was ingezameld. Er was geld om Annick naar de basisschool te laten gaan. Haar moeder is plotseling overleden.
Dank zij een project van de kerk waartoe ze behoort kon ze toch naar het V.O.
Ze is twee jaar geleden afgestudeerd aan Hope University in Bujumbura.
Ze werkt bij een goed betalende buitenlandse firma. Met haar salaris betaalt ze de opleiding van haar jongere broertjes en zusjes. Een mooi verhaal? Zeker! Een waar verhaal ook… en een veilig verhaal; want Annick en haar familie blijven wel in Bujumbura.

Maar er zijn ook andere verhalen. Verhalen over mensen op de vlucht voor oorlogsgeweld. Verhalen over mensen die vandaag bivakkeren voor de poort van schatrijk Europa… En wat doet schatrijk Europa? Europa stelt vragen…

Waarom zijn deze mensen ze gevlucht?
Toch niet alleen maar om aan de armoe te ontkomen, hè? 
Het zijn toch niet van die volwassenen, die alles en iedereen achter laten en
hun leven wagen in gammele bootjes, om toekomst te creëren voor hun kinderen?  Dat zijn zeer moedige mensen. Maar wij plakken er een etiket op: Economische vluchteling! We laten ze niet toe!

Amos roept op tot bekering. Keer terug naar Thora!
Amos vermaant zijn volksgenoten omdat ze Gods wet veronachtzamen.
De profeet wijst de koning en de andere rijken op dat scharnierpunt.
Je maakt Thora zichtbaar als je omziet naar de arme, de weduwe, de wees, de vreemdeling. Daaraan kun je zien of je Thora volbrengt. 

0ok Lucas maakt duidelijk dat juist in je omgang  met degenen die het moeilijk hebben in de samenleving, duidelijk wordt of je leeft in de lijn van Jezus van Nazareth of juist niet.

Hoe ga je om met mensen die hier op aarde gaan door een hel van eenzaam-heid, armoede, pesterij, discriminatie, dakloosheid onderdrukking en allerlei andere vormen van onrecht?
Die vraag geldt voor de regering… en wordt een vraag aan jou persoonlijk als je 
politieke keuze bepaalt. Niet kiezen, betekent het laten voortbestaan van al het onrecht dat nu nog gebeurt. Wie niet of verkeerd kiest, stookt de hel nog wat op… Je kunt die vraag ook stellen aan de gemeente…

Hoe gaan we als protestantse gemeente om met de armen in onze dorpen en in de naburige stad? Zijn we kerk voor ons persoonlijk zielenheil of vormen we een gemeente ter wille van de samenleving? Bestaat ons diaconaat uit het geven van geld aan doelen die ons bevallen of nemen we verantwoordelijkheid voor mensen in een situatie van onrecht. Het diaconaat hoort geen kerkelijke liefdadigheid te zijn, maar inzet voor gerechtigheid en vrede. Hoe je dat doet?
Daartoe heeft God zelf ons een handleiding verschaft, die glashelder is voor particulieren en politici, voor gemeenten en parochies… Je mag gaan in het spoor van de God die in psalm 146 wordt bezongen:

Hij blijft bedacht op trouw voor altijd.
Voor het recht van de onderdrukten komt hij op.
Hij geeft hongerigen brood, de Heer maakt gevangenen vrij
De Heer opent blinden de ogen; De Heer richt verslagenen op
De Heer heeft rechtvaardigen lief; neemt de vreemdeling in bescherming
wees en weduwe staat Hij bij.

 

Veel Christenen hopen na hun dood te worden verenigd met de Schepper in de hemel. Hoe dat zal zijn, weten we niet.
God is op aarde bezig…door middel van zijn kerk.
Hij roept de gemeente om schepper naast God  te zijn;
Een christen mag geloven dat zijn inzet leidt tot:
“Uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel.”

 

De aarde vervuld van recht en vrede.  Een samenleving zoals God bedoelt.
Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, daalt neer
en de Eeuwige woont te midden van de mensen.

Geloven anno 2016 betekent – denk ik – vertrouwen op een God
die mensen inschakelt om hier en nu “hemel op aarde” te creëren.
We hebben nog een lange weg te gaan… maar er zijn tekenen van hoop.
Er is geloofsgemeenschap… dwars door alle kerken heen
die Esther als straatpastor de straat op laat gaan ter wille van de daklozen.
die Soleil, Esther en Margriet inhuurt als hulpverleners voor mensen in crisis.
die bezig is een inloophuis te creëren, waar mensen elkaar ontmoeten en hun hulpvragen op tafel kunnen leggen.
die mensen ronselt om maatje te worden van iemand die in de schulden raakt.
die langdurig verantwoordelijk wil zijn voor een projecten in de derde wereld.
die vluchtelingen opvangt en helpt hun weg te vinden in onze samenleving.
 
Nee, het is niet hopeloos. Het is niet zonder perspectief. Het is klip en klaar welke kant het opgaat … Het gaat richting koninkrijk…
waar Gods wil geschiedt op aarde zoals in de hemel.

Dat het mag zijn – in de naam van de vader en de zoon en de heilige Geest.
AMEN


 




 

Lieve mensen van God,

De rijke man en de arme Lazarus.
Een bekend verhaal waar ik vanmorgen drie elementen uitlicht,
die ieder op zich een hele preek waard zouden zijn.  
Het gaat om 1. arm en rijk  2. hiernamaals en hiernumaals. 3. hel en hemel  

Arm – rijk
Enkele weken geleden wijdde dagblad Trouw een serie artikelen aan kerkelijke gemeenten in enkele zeer welvarende dorpen in ons land. Ik noteerde een uitspraak van Ds. Ad Nieuwkoop, die – zo schreef de journalist- op zondagmorgen de mores in Bloemendaal fileert.
De dominee zei: “Wij moeten als bevoorrechten gestoord worden in onze voorspoedige leventjes.” Nou, als dat zijn doel is, dan kan hij zich het de teksten van vanmorgen helemaal uitleven. 

Lucas vertelt over een rijk man, die een uitbundig leven lijdt.
Hij kleedt zich in purperen gewaden, zo horen we.
Ik stel me iemand voor in onze tijd.
Hij gaat modieus gekleed, houdt zich altijd en overal aan de dresscodes.
Op de golfbaan een keurige polo met kraag – in de broek gedragen.
Op jacht gaat hij in een groenbruin jagerskostuum; een hoed met een veertje.
Op zijn 80 meter lange motorjacht met drie zwembaden,
draagt hij smetteloos wit en zie je hem nooit zonder kapiteinspet.  
De anderen aan boord moeten wel weten wie de boswachter is!  

Het is elke dag feest is in zijn huis.
Ik stel ik me villa voor op een  ommuurde compound,
waar je zonder speciaal pasje echt niet binnenkomt.
Bij de bewaakte achteringang komt een vaste cateraar
dagelijks kostelijke spijzen afleveren, die binnen met belegen wijnen
worden weggespoeld.
Bij de poort zit een bedelaar. Die hoopt op wat restjes.
De enige zorg die aan hem wordt besteed: een hond,
die trouw zijn wonden komt likken.

Overdrijf ik de rijkdom? Overdrijf ik de tegenstelling? Ja, ik overdrijf…
Mijn fantasie maakt de man nog veel rijker dan die in het verhaal.
Waarom? Nou…die man moet natuurlijk niet echt op u en mij lijken, toch?
We moesten eens gestoord worden in onze voorspoedige leventjes…
Ze komen allebei te overlijden.
Lazarus wordt door engelen weggedragen.
Hij mag rusten aan het hart van aartsvader Abraham.
Lazarus’ leven lijkt volkomen zinloos,
maar tot op vandaag wordt zijn naam overal ter wereld genoemd.

De rijke wordt prijsgegeven aan een naamloos graf.
Zo iemand is het gedenken niet waard.
Die mens mag geen naam hebben.

Eigen schuld, dikke bult!
Boontje komt om zijn loontje.
Ja, wij, keurige christenmensen, begrijpen heel goed,
waarom die rijkaard naamloos wordt afgevoerd naar de hel!
Had hij maar moeten omzien naar die arme Lazarus.

Hoe komt het toch dat Lazarus er op aarde zo bekaaid afkomt?
Is hij ongeschoold? Is hij gescheiden? Ex-gedetineerd misschien?
Bleek de hypotheek onder water te staan?
Het verhaal vertelt het niet. Het doet er niet toe.
De arme Lazarus is er en hij ligt aan de poort van de rijke.

Ik had ooit het voorrecht een groep theologiestudenten in Burundi,
iets te mogen vertellen over het kerkelijk leven in Europa.
In de gesprekken werd me duidelijk hoe belangrijk HOOP is
voor mensen in het arme deel van de wereld.
Ze doorstaan het onrecht van de armoe op basis van hoop.  
Hoop op een beter leven hier…  
maar vooral hoop op een beter leven in het hiernamaals.

Toen ik vertelde, dat wij Europeanen daar niet zo mee bezig zijn,
keken ze mij ongelovig aan. Het verbaasde hen zeer dat gelovigen in onze kerken veelal denken, dat het leven op aarde geleefd mag/moet worden.
Ze konden zich niet indenken dat menig gelovige hier zich nauwelijks
een voorstelling maakt van een leven na de dood.
“Dat zien we dan wel weer!” is immers een veel gehoorde opmerking.
Onze inzet is gericht op een samenleving die je “hemel op aarde” kunt
noemen: Gods koninkrijk, veelbelovend land, het paradijs.  
We bidden immers dagelijks: “Uw koninkrijk kome,
Uw wil geschiede op aarde zoals ook in de hemel.

De sociaaleconomische omstandigheden van mensen,
zijn mede bepalend voor hun manier van geloven.
Ik hoorde pasgeleden nog een mooi voorbeeld uit onze kerkgeschiedenis.
Het betreft Doopsgezinden in de 17-de eeuw.
In Friesland woonden nogal wat arme doperse boeren.
Ze waren zeer afhankelijk van de natuur. Die Friese doopsgezinden ontwikkelden een orthodox soort geloof, waarin de natuurkrachten werd gezien als instrumenten waarmee de Eeuwige, de mensheid beloont en straft.   
De mens is een nietig wezen dat volkomen afhankelijk is van een strenge, doch rechtvaardige God.

In diezelfde tijd groeide in de doopsgezinde gemeenschap van het rijke Amsterdam een meer vrijzinnige geloofsopvatting. Daar werd het beteugelen van de natuurkrachten gezien als de opdracht van mens. De mens als Schepper naast God. Adriaan Leeghwater – de molenbouwer, die o.a. de Beemster droog maalde, was doopsgezind. Ingenieur Cornelis Lely, de man van de Zuiderzee-werken, behoorde ook tot die groepering. We hebben onze droge voeten te danken aan… de doopsgezinden. U kent waarschijnlijk de uitspraak: God schiep de werelds, maar de Nederlanders hebben Holland gemaakt.
De mens, schepper naast God, is verantwoordelijk voor het leven op aarde.
Dat geldt niet alleen voor onze droge voeten, maar ook voor de onderlinge verhoudingen. Voor de verhoudingen tussen arm en rijk, bijvoorbeeld.
Daarmee zijn we terug bij onze lezingen.

We lazen Amos, die ongeveer 750 voor Chr. leefde en Lucas, die schreef in de tweede helft van de eerste eeuw… en we lezen de krant.  
Conclusie: Armoede is van alle tijden. Dat is zo!
Armoede bepaalt tot op de dag van vandaag het leven van miljoenen mensen.
Op heel wat plaatsen, o.a. in Burundi, maakt armoe het leven tot een hel,
al was het maar omdat ze ook daar naar westerse TV-series kijken.

Hoe ga je om met de armoede van je medemens. Amos en Lucas verkondigen  beide dat die vraag het scharnierpunt is waar alles om draait bij de God van Israël. Armoe is onrecht dat bestreden moet worden: Uw wil geschiede op aarde, zoals in de hemel.

En… Laten we er maar niet omheen draaien. Wij behoren tot degenen,
die hun schaapjes op het droge hebben. Voor u en mij is de cruciale vraag:
Hoe gaan we om met de armen?

Als het om landen als Burundi gaat, stuiten we op politieke en economische mechanismen, waar we niet zo gek veel invloed op hebben. We verzuchten dat we er toch niks aan kunnen doen en als we iets doen, is het maar heel kleine druppel op een heel grote gloeiende plaat. Jammer maar helaas.

Hoort u het ook? De stemmen van Amos en Lucas verdwijnen naar de achtergrond. Er staan uitleggers op die ons vertellen dat het in deze teksten over hogere geestelijke waarden gaat. Over het hiernamaals. Jehova’s getuigen komen je uitleggen, dat je je bij dat genootschap moet aansluiten om niet te hoeven lijden in het hiernamaals, zoals de rijke bij Lucas.

Armoede… is er altijd al geweest en zal er altijd zijn. Daar doe je niks aan.
Wie zo denkt is geen stap verder dan de afgodendienaars in bijbelse tijden.
Dat is nou heidendom. Alles maar over laten aan de machten van de natuur
en aan machtige mensen, die er slim van profiteren. Wat een armzalige visie op het leven! Wat een armzalige visie op het geloof in Gods koninkrijk.

Die manier van denken haalt de angel uit de profetie.
Die manier van denken negeert de uitdaging uit het evangelie.
In Afrika houd je het in het hiernumaals niet vol, zonder de hoop op het hiernamaals. Het zij onze broeders en zusters van harte gegund.

Maar als je aan de rijke kant van de kloof staat en al het onrecht maar laat voortbestaan… die mens stelt niks voor. Die mens levert geen enkele bijdrage aan Gods koninkrijk: Uw wil geschiedde op aarde zoals in de hemel.
Die bede in het Onze Vader wordt concreet in de harde woorden van Amos  tegen de rijken van zijn tijd; en in het uitdagende verhaal van Lucas.

Als we spreken over het koninkrijk Gods, waar zijn wil geschiedt dan gaat het over hier en nu. Als het gaat over de zin van joue leven, is de vraag:
Welke bijdrage heb jij geleverd?
Hoe heb jij je laten inspireren door Amos en door Lucas en ben je aan de slag gegaan? Of heb je je in slaap laten sussen met hiernamaalsverhalen…ben je weggezapt bij dat eentonig getik van de druppels op de gloeiende plaat.

Ik ken een jonge vrouw. Annick heet ze. Ze leeft op die gloeiende plaat…
Ze woont op de plek waar zo’n druppel viel.
Haar moeder was, toen ik haar in 2003 leerde kennen, weduwe.
Die moeder had groetenwinkeltje opgezet met een microkrediet,
waarvoor in  Nederland geld was ingezameld. Er was geld om Annick naar de basisschool te laten gaan. Haar moeder is plotseling overleden.
Dank zij een project van de kerk waartoe ze behoort kon ze toch naar het V.O.
Ze is twee jaar geleden afgestudeerd aan Hope University in Bujumbura.
Ze werkt bij een goed betalende buitenlandse firma. Met haar salaris betaalt ze de opleiding van haar jongere broertjes en zusjes. Een mooi verhaal? Zeker! Een waar verhaal ook… en een veilig verhaal; want Annick en haar familie blijven wel in Bujumbura.

Maar er zijn ook andere verhalen. Verhalen over mensen op de vlucht voor oorlogsgeweld. Verhalen over mensen die vandaag bivakkeren voor de poort van schatrijk Europa… En wat doet schatrijk Europa? Europa stelt vragen…

Waarom zijn deze mensen ze gevlucht?
Toch niet alleen maar om aan de armoe te ontkomen, hè? 
Het zijn toch niet van die volwassenen, die alles en iedereen achter laten en
hun leven wagen in gammele bootjes, om toekomst te creëren voor hun kinderen?  Dat zijn zeer moedige mensen. Maar wij plakken er een etiket op: Economische vluchteling! We laten ze niet toe!

Amos roept op tot bekering. Keer terug naar Thora!
Amos vermaant zijn volksgenoten omdat ze Gods wet veronachtzamen.
De profeet wijst de koning en de andere rijken op dat scharnierpunt.
Je maakt Thora zichtbaar als je omziet naar de arme, de weduwe, de wees, de vreemdeling. Daaraan kun je zien of je Thora volbrengt. 

0ok Lucas maakt duidelijk dat juist in je omgang  met degenen die het moeilijk hebben in de samenleving, duidelijk wordt of je leeft in de lijn van Jezus van Nazareth of juist niet.

Hoe ga je om met mensen die hier op aarde gaan door een hel van eenzaam-heid, armoede, pesterij, discriminatie, dakloosheid onderdrukking en allerlei andere vormen van onrecht?
Die vraag geldt voor de regering… en wordt een vraag aan jou persoonlijk als je 
politieke keuze bepaalt. Niet kiezen, betekent het laten voortbestaan van al het onrecht dat nu nog gebeurt. Wie niet of verkeerd kiest, stookt de hel nog wat op… Je kunt die vraag ook stellen aan de gemeente…

Hoe gaan we als protestantse gemeente om met de armen in onze dorpen en in de naburige stad? Zijn we kerk voor ons persoonlijk zielenheil of vormen we een gemeente ter wille van de samenleving? Bestaat ons diaconaat uit het geven van geld aan doelen die ons bevallen of nemen we verantwoordelijkheid voor mensen in een situatie van onrecht. Het diaconaat hoort geen kerkelijke liefdadigheid te zijn, maar inzet voor gerechtigheid en vrede. Hoe je dat doet?
Daartoe heeft God zelf ons een handleiding verschaft, die glashelder is voor particulieren en politici, voor gemeenten en parochies… Je mag gaan in het spoor van de God die in psalm 146 wordt bezongen:

Hij blijft bedacht op trouw voor altijd.
Voor het recht van de onderdrukten komt hij op.
Hij geeft hongerigen brood, de Heer maakt gevangenen vrij
De Heer opent blinden de ogen; De Heer richt verslagenen op
De Heer heeft rechtvaardigen lief; neemt de vreemdeling in bescherming
wees en weduwe staat Hij bij.

 

Veel Christenen hopen na hun dood te worden verenigd met de Schepper in de hemel. Hoe dat zal zijn, weten we niet.
God is op aarde bezig…door middel van zijn kerk.
Hij roept de gemeente om schepper naast God  te zijn;
Een christen mag geloven dat zijn inzet leidt tot:
“Uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel.”

 

De aarde vervuld van recht en vrede.  Een samenleving zoals God bedoelt.
Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, daalt neer
en de Eeuwige woont te midden van de mensen.

Geloven anno 2016 betekent – denk ik – vertrouwen op een God
die mensen inschakelt om hier en nu “hemel op aarde” te creëren.
We hebben nog een lange weg te gaan… maar er zijn tekenen van hoop.
Er is geloofsgemeenschap… dwars door alle kerken heen
die Esther als straatpastor de straat op laat gaan ter wille van de daklozen.
die Soleil, Esther en Margriet inhuurt als hulpverleners voor mensen in crisis.
die bezig is een inloophuis te creëren, waar mensen elkaar ontmoeten en hun hulpvragen op tafel kunnen leggen.
die mensen ronselt om maatje te worden van iemand die in de schulden raakt.
die langdurig verantwoordelijk wil zijn voor een projecten in de derde wereld.
die vluchtelingen opvangt en helpt hun weg te vinden in onze samenleving.
 
Nee, het is niet hopeloos. Het is niet zonder perspectief. Het is klip en klaar welke kant het opgaat … Het gaat richting koninkrijk…
waar Gods wil geschiedt op aarde zoals in de hemel.

Dat het mag zijn – in de naam van de vader en de zoon en de heilige Geest.
AMEN


 




 

Lieve mensen van God,

De rijke man en de arme Lazarus.
Een bekend verhaal waar ik vanmorgen drie elementen uitlicht,
die ieder op zich een hele preek waard zouden zijn.  
Het gaat om 1. arm en rijk  2. hiernamaals en hiernumaals. 3. hel en hemel  

Arm – rijk
Enkele weken geleden wijdde dagblad Trouw een serie artikelen aan kerkelijke gemeenten in enkele zeer welvarende dorpen in ons land. Ik noteerde een uitspraak van Ds. Ad Nieuwkoop, die – zo schreef de journalist- op zondagmorgen de mores in Bloemendaal fileert.
De dominee zei: “Wij moeten als bevoorrechten gestoord worden in onze voorspoedige leventjes.” Nou, als dat zijn doel is, dan kan hij zich het de teksten van vanmorgen helemaal uitleven. 

Lucas vertelt over een rijk man, die een uitbundig leven lijdt.
Hij kleedt zich in purperen gewaden, zo horen we.
Ik stel me iemand voor in onze tijd.
Hij gaat modieus gekleed, houdt zich altijd en overal aan de dresscodes.
Op de golfbaan een keurige polo met kraag – in de broek gedragen.
Op jacht gaat hij in een groenbruin jagerskostuum; een hoed met een veertje.
Op zijn 80 meter lange motorjacht met drie zwembaden,
draagt hij smetteloos wit en zie je hem nooit zonder kapiteinspet.  
De anderen aan boord moeten wel weten wie de boswachter is!  

Het is elke dag feest is in zijn huis.
Ik stel ik me villa voor op een  ommuurde compound,
waar je zonder speciaal pasje echt niet binnenkomt.
Bij de bewaakte achteringang komt een vaste cateraar
dagelijks kostelijke spijzen afleveren, die binnen met belegen wijnen
worden weggespoeld.
Bij de poort zit een bedelaar. Die hoopt op wat restjes.
De enige zorg die aan hem wordt besteed: een hond,
die trouw zijn wonden komt likken.

Overdrijf ik de rijkdom? Overdrijf ik de tegenstelling? Ja, ik overdrijf…
Mijn fantasie maakt de man nog veel rijker dan die in het verhaal.
Waarom? Nou…die man moet natuurlijk niet echt op u en mij lijken, toch?
We moesten eens gestoord worden in onze voorspoedige leventjes…
Ze komen allebei te overlijden.
Lazarus wordt door engelen weggedragen.
Hij mag rusten aan het hart van aartsvader Abraham.
Lazarus’ leven lijkt volkomen zinloos,
maar tot op vandaag wordt zijn naam overal ter wereld genoemd.

De rijke wordt prijsgegeven aan een naamloos graf.
Zo iemand is het gedenken niet waard.
Die mens mag geen naam hebben.

Eigen schuld, dikke bult!
Boontje komt om zijn loontje.
Ja, wij, keurige christenmensen, begrijpen heel goed,
waarom die rijkaard naamloos wordt afgevoerd naar de hel!
Had hij maar moeten omzien naar die arme Lazarus.

Hoe komt het toch dat Lazarus er op aarde zo bekaaid afkomt?
Is hij ongeschoold? Is hij gescheiden? Ex-gedetineerd misschien?
Bleek de hypotheek onder water te staan?
Het verhaal vertelt het niet. Het doet er niet toe.
De arme Lazarus is er en hij ligt aan de poort van de rijke.

Ik had ooit het voorrecht een groep theologiestudenten in Burundi,
iets te mogen vertellen over het kerkelijk leven in Europa.
In de gesprekken werd me duidelijk hoe belangrijk HOOP is
voor mensen in het arme deel van de wereld.
Ze doorstaan het onrecht van de armoe op basis van hoop.  
Hoop op een beter leven hier…  
maar vooral hoop op een beter leven in het hiernamaals.

Toen ik vertelde, dat wij Europeanen daar niet zo mee bezig zijn,
keken ze mij ongelovig aan. Het verbaasde hen zeer dat gelovigen in onze kerken veelal denken, dat het leven op aarde geleefd mag/moet worden.
Ze konden zich niet indenken dat menig gelovige hier zich nauwelijks
een voorstelling maakt van een leven na de dood.
“Dat zien we dan wel weer!” is immers een veel gehoorde opmerking.
Onze inzet is gericht op een samenleving die je “hemel op aarde” kunt
noemen: Gods koninkrijk, veelbelovend land, het paradijs.  
We bidden immers dagelijks: “Uw koninkrijk kome,
Uw wil geschiede op aarde zoals ook in de hemel.

De sociaaleconomische omstandigheden van mensen,
zijn mede bepalend voor hun manier van geloven.
Ik hoorde pasgeleden nog een mooi voorbeeld uit onze kerkgeschiedenis.
Het betreft Doopsgezinden in de 17-de eeuw.
In Friesland woonden nogal wat arme doperse boeren.
Ze waren zeer afhankelijk van de natuur. Die Friese doopsgezinden ontwikkelden een orthodox soort geloof, waarin de natuurkrachten werd gezien als instrumenten waarmee de Eeuwige, de mensheid beloont en straft.   
De mens is een nietig wezen dat volkomen afhankelijk is van een strenge, doch rechtvaardige God.

In diezelfde tijd groeide in de doopsgezinde gemeenschap van het rijke Amsterdam een meer vrijzinnige geloofsopvatting. Daar werd het beteugelen van de natuurkrachten gezien als de opdracht van mens. De mens als Schepper naast God. Adriaan Leeghwater – de molenbouwer, die o.a. de Beemster droog maalde, was doopsgezind. Ingenieur Cornelis Lely, de man van de Zuiderzee-werken, behoorde ook tot die groepering. We hebben onze droge voeten te danken aan… de doopsgezinden. U kent waarschijnlijk de uitspraak: God schiep de werelds, maar de Nederlanders hebben Holland gemaakt.
De mens, schepper naast God, is verantwoordelijk voor het leven op aarde.
Dat geldt niet alleen voor onze droge voeten, maar ook voor de onderlinge verhoudingen. Voor de verhoudingen tussen arm en rijk, bijvoorbeeld.
Daarmee zijn we terug bij onze lezingen.

We lazen Amos, die ongeveer 750 voor Chr. leefde en Lucas, die schreef in de tweede helft van de eerste eeuw… en we lezen de krant.  
Conclusie: Armoede is van alle tijden. Dat is zo!
Armoede bepaalt tot op de dag van vandaag het leven van miljoenen mensen.
Op heel wat plaatsen, o.a. in Burundi, maakt armoe het leven tot een hel,
al was het maar omdat ze ook daar naar westerse TV-series kijken.

Hoe ga je om met de armoede van je medemens. Amos en Lucas verkondigen  beide dat die vraag het scharnierpunt is waar alles om draait bij de God van Israël. Armoe is onrecht dat bestreden moet worden: Uw wil geschiede op aarde, zoals in de hemel.

En… Laten we er maar niet omheen draaien. Wij behoren tot degenen,
die hun schaapjes op het droge hebben. Voor u en mij is de cruciale vraag:
Hoe gaan we om met de armen?

Als het om landen als Burundi gaat, stuiten we op politieke en economische mechanismen, waar we niet zo gek veel invloed op hebben. We verzuchten dat we er toch niks aan kunnen doen en als we iets doen, is het maar heel kleine druppel op een heel grote gloeiende plaat. Jammer maar helaas.

Hoort u het ook? De stemmen van Amos en Lucas verdwijnen naar de achtergrond. Er staan uitleggers op die ons vertellen dat het in deze teksten over hogere geestelijke waarden gaat. Over het hiernamaals. Jehova’s getuigen komen je uitleggen, dat je je bij dat genootschap moet aansluiten om niet te hoeven lijden in het hiernamaals, zoals de rijke bij Lucas.

Armoede… is er altijd al geweest en zal er altijd zijn. Daar doe je niks aan.
Wie zo denkt is geen stap verder dan de afgodendienaars in bijbelse tijden.
Dat is nou heidendom. Alles maar over laten aan de machten van de natuur
en aan machtige mensen, die er slim van profiteren. Wat een armzalige visie op het leven! Wat een armzalige visie op het geloof in Gods koninkrijk.

Die manier van denken haalt de angel uit de profetie.
Die manier van denken negeert de uitdaging uit het evangelie.
In Afrika houd je het in het hiernumaals niet vol, zonder de hoop op het hiernamaals. Het zij onze broeders en zusters van harte gegund.

Maar als je aan de rijke kant van de kloof staat en al het onrecht maar laat voortbestaan… die mens stelt niks voor. Die mens levert geen enkele bijdrage aan Gods koninkrijk: Uw wil geschiedde op aarde zoals in de hemel.
Die bede in het Onze Vader wordt concreet in de harde woorden van Amos  tegen de rijken van zijn tijd; en in het uitdagende verhaal van Lucas.

Als we spreken over het koninkrijk Gods, waar zijn wil geschiedt dan gaat het over hier en nu. Als het gaat over de zin van joue leven, is de vraag:
Welke bijdrage heb jij geleverd?
Hoe heb jij je laten inspireren door Amos en door Lucas en ben je aan de slag gegaan? Of heb je je in slaap laten sussen met hiernamaalsverhalen…ben je weggezapt bij dat eentonig getik van de druppels op de gloeiende plaat.

Ik ken een jonge vrouw. Annick heet ze. Ze leeft op die gloeiende plaat…
Ze woont op de plek waar zo’n druppel viel.
Haar moeder was, toen ik haar in 2003 leerde kennen, weduwe.
Die moeder had groetenwinkeltje opgezet met een microkrediet,
waarvoor in  Nederland geld was ingezameld. Er was geld om Annick naar de basisschool te laten gaan. Haar moeder is plotseling overleden.
Dank zij een project van de kerk waartoe ze behoort kon ze toch naar het V.O.
Ze is twee jaar geleden afgestudeerd aan Hope University in Bujumbura.
Ze werkt bij een goed betalende buitenlandse firma. Met haar salaris betaalt ze de opleiding van haar jongere broertjes en zusjes. Een mooi verhaal? Zeker! Een waar verhaal ook… en een veilig verhaal; want Annick en haar familie blijven wel in Bujumbura.

Maar er zijn ook andere verhalen. Verhalen over mensen op de vlucht voor oorlogsgeweld. Verhalen over mensen die vandaag bivakkeren voor de poort van schatrijk Europa… En wat doet schatrijk Europa? Europa stelt vragen…

Waarom zijn deze mensen ze gevlucht?
Toch niet alleen maar om aan de armoe te ontkomen, hè? 
Het zijn toch niet van die volwassenen, die alles en iedereen achter laten en
hun leven wagen in gammele bootjes, om toekomst te creëren voor hun kinderen?  Dat zijn zeer moedige mensen. Maar wij plakken er een etiket op: Economische vluchteling! We laten ze niet toe!

Amos roept op tot bekering. Keer terug naar Thora!
Amos vermaant zijn volksgenoten omdat ze Gods wet veronachtzamen.
De profeet wijst de koning en de andere rijken op dat scharnierpunt.
Je maakt Thora zichtbaar als je omziet naar de arme, de weduwe, de wees, de vreemdeling. Daaraan kun je zien of je Thora volbrengt. 

0ok Lucas maakt duidelijk dat juist in je omgang  met degenen die het moeilijk hebben in de samenleving, duidelijk wordt of je leeft in de lijn van Jezus van Nazareth of juist niet.

Hoe ga je om met mensen die hier op aarde gaan door een hel van eenzaam-heid, armoede, pesterij, discriminatie, dakloosheid onderdrukking en allerlei andere vormen van onrecht?
Die vraag geldt voor de regering… en wordt een vraag aan jou persoonlijk als je 
politieke keuze bepaalt. Niet kiezen, betekent het laten voortbestaan van al het onrecht dat nu nog gebeurt. Wie niet of verkeerd kiest, stookt de hel nog wat op… Je kunt die vraag ook stellen aan de gemeente…

Hoe gaan we als protestantse gemeente om met de armen in onze dorpen en in de naburige stad? Zijn we kerk voor ons persoonlijk zielenheil of vormen we een gemeente ter wille van de samenleving? Bestaat ons diaconaat uit het geven van geld aan doelen die ons bevallen of nemen we verantwoordelijkheid voor mensen in een situatie van onrecht. Het diaconaat hoort geen kerkelijke liefdadigheid te zijn, maar inzet voor gerechtigheid en vrede. Hoe je dat doet?
Daartoe heeft God zelf ons een handleiding verschaft, die glashelder is voor particulieren en politici, voor gemeenten en parochies… Je mag gaan in het spoor van de God die in psalm 146 wordt bezongen:

Hij blijft bedacht op trouw voor altijd.
Voor het recht van de onderdrukten komt hij op.
Hij geeft hongerigen brood, de Heer maakt gevangenen vrij
De Heer opent blinden de ogen; De Heer richt verslagenen op
De Heer heeft rechtvaardigen lief; neemt de vreemdeling in bescherming
wees en weduwe staat Hij bij.

 

Veel Christenen hopen na hun dood te worden verenigd met de Schepper in de hemel. Hoe dat zal zijn, weten we niet.
God is op aarde bezig…door middel van zijn kerk.
Hij roept de gemeente om schepper naast God  te zijn;
Een christen mag geloven dat zijn inzet leidt tot:
“Uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel.”

 

De aarde vervuld van recht en vrede.  Een samenleving zoals God bedoelt.
Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, daalt neer
en de Eeuwige woont te midden van de mensen.

Geloven anno 2016 betekent – denk ik – vertrouwen op een God
die mensen inschakelt om hier en nu “hemel op aarde” te creëren.
We hebben nog een lange weg te gaan… maar er zijn tekenen van hoop.
Er is geloofsgemeenschap… dwars door alle kerken heen
die Esther als straatpastor de straat op laat gaan ter wille van de daklozen.
die Soleil, Esther en Margriet inhuurt als hulpverleners voor mensen in crisis.
die bezig is een inloophuis te creëren, waar mensen elkaar ontmoeten en hun hulpvragen op tafel kunnen leggen.
die mensen ronselt om maatje te worden van iemand die in de schulden raakt.
die langdurig verantwoordelijk wil zijn voor een projecten in de derde wereld.
die vluchtelingen opvangt en helpt hun weg te vinden in onze samenleving.
 
Nee, het is niet hopeloos. Het is niet zonder perspectief. Het is klip en klaar welke kant het opgaat … Het gaat richting koninkrijk…
waar Gods wil geschiedt op aarde zoals in de hemel.

Dat het mag zijn – in de naam van de vader en de zoon en de heilige Geest.
AMEN


 




 

Lieve mensen van God,

De rijke man en de arme Lazarus.
Een bekend verhaal waar ik vanmorgen drie elementen uitlicht,
die ieder op zich een hele preek waard zouden zijn.  
Het gaat om 1. arm en rijk  2. hiernamaals en hiernumaals. 3. hel en hemel  

Arm – rijk
Enkele weken geleden wijdde dagblad Trouw een serie artikelen aan kerkelijke gemeenten in enkele zeer welvarende dorpen in ons land. Ik noteerde een uitspraak van Ds. Ad Nieuwkoop, die – zo schreef de journalist- op zondagmorgen de mores in Bloemendaal fileert.
De dominee zei: “Wij moeten als bevoorrechten gestoord worden in onze voorspoedige leventjes.” Nou, als dat zijn doel is, dan kan hij zich het de teksten van vanmorgen helemaal uitleven. 

Lucas vertelt over een rijk man, die een uitbundig leven lijdt.
Hij kleedt zich in purperen gewaden, zo horen we.
Ik stel me iemand voor in onze tijd.
Hij gaat modieus gekleed, houdt zich altijd en overal aan de dresscodes.
Op de golfbaan een keurige polo met kraag – in de broek gedragen.
Op jacht gaat hij in een groenbruin jagerskostuum; een hoed met een veertje.
Op zijn 80 meter lange motorjacht met drie zwembaden,
draagt hij smetteloos wit en zie je hem nooit zonder kapiteinspet.  
De anderen aan boord moeten wel weten wie de boswachter is!  

Het is elke dag feest is in zijn huis.
Ik stel ik me villa voor op een  ommuurde compound,
waar je zonder speciaal pasje echt niet binnenkomt.
Bij de bewaakte achteringang komt een vaste cateraar
dagelijks kostelijke spijzen afleveren, die binnen met belegen wijnen
worden weggespoeld.
Bij de poort zit een bedelaar. Die hoopt op wat restjes.
De enige zorg die aan hem wordt besteed: een hond,
die trouw zijn wonden komt likken.

Overdrijf ik de rijkdom? Overdrijf ik de tegenstelling? Ja, ik overdrijf…
Mijn fantasie maakt de man nog veel rijker dan die in het verhaal.
Waarom? Nou…die man moet natuurlijk niet echt op u en mij lijken, toch?
We moesten eens gestoord worden in onze voorspoedige leventjes…
Ze komen allebei te overlijden.
Lazarus wordt door engelen weggedragen.
Hij mag rusten aan het hart van aartsvader Abraham.
Lazarus’ leven lijkt volkomen zinloos,
maar tot op vandaag wordt zijn naam overal ter wereld genoemd.

De rijke wordt prijsgegeven aan een naamloos graf.
Zo iemand is het gedenken niet waard.
Die mens mag geen naam hebben.

Eigen schuld, dikke bult!
Boontje komt om zijn loontje.
Ja, wij, keurige christenmensen, begrijpen heel goed,
waarom die rijkaard naamloos wordt afgevoerd naar de hel!
Had hij maar moeten omzien naar die arme Lazarus.

Hoe komt het toch dat Lazarus er op aarde zo bekaaid afkomt?
Is hij ongeschoold? Is hij gescheiden? Ex-gedetineerd misschien?
Bleek de hypotheek onder water te staan?
Het verhaal vertelt het niet. Het doet er niet toe.
De arme Lazarus is er en hij ligt aan de poort van de rijke.

Ik had ooit het voorrecht een groep theologiestudenten in Burundi,
iets te mogen vertellen over het kerkelijk leven in Europa.
In de gesprekken werd me duidelijk hoe belangrijk HOOP is
voor mensen in het arme deel van de wereld.
Ze doorstaan het onrecht van de armoe op basis van hoop.  
Hoop op een beter leven hier…  
maar vooral hoop op een beter leven in het hiernamaals.

Toen ik vertelde, dat wij Europeanen daar niet zo mee bezig zijn,
keken ze mij ongelovig aan. Het verbaasde hen zeer dat gelovigen in onze kerken veelal denken, dat het leven op aarde geleefd mag/moet worden.
Ze konden zich niet indenken dat menig gelovige hier zich nauwelijks
een voorstelling maakt van een leven na de dood.
“Dat zien we dan wel weer!” is immers een veel gehoorde opmerking.
Onze inzet is gericht op een samenleving die je “hemel op aarde” kunt
noemen: Gods koninkrijk, veelbelovend land, het paradijs.  
We bidden immers dagelijks: “Uw koninkrijk kome,
Uw wil geschiede op aarde zoals ook in de hemel.

De sociaaleconomische omstandigheden van mensen,
zijn mede bepalend voor hun manier van geloven.
Ik hoorde pasgeleden nog een mooi voorbeeld uit onze kerkgeschiedenis.
Het betreft Doopsgezinden in de 17-de eeuw.
In Friesland woonden nogal wat arme doperse boeren.
Ze waren zeer afhankelijk van de natuur. Die Friese doopsgezinden ontwikkelden een orthodox soort geloof, waarin de natuurkrachten werd gezien als instrumenten waarmee de Eeuwige, de mensheid beloont en straft.   
De mens is een nietig wezen dat volkomen afhankelijk is van een strenge, doch rechtvaardige God.

In diezelfde tijd groeide in de doopsgezinde gemeenschap van het rijke Amsterdam een meer vrijzinnige geloofsopvatting. Daar werd het beteugelen van de natuurkrachten gezien als de opdracht van mens. De mens als Schepper naast God. Adriaan Leeghwater – de molenbouwer, die o.a. de Beemster droog maalde, was doopsgezind. Ingenieur Cornelis Lely, de man van de Zuiderzee-werken, behoorde ook tot die groepering. We hebben onze droge voeten te danken aan… de doopsgezinden. U kent waarschijnlijk de uitspraak: God schiep de werelds, maar de Nederlanders hebben Holland gemaakt.
De mens, schepper naast God, is verantwoordelijk voor het leven op aarde.
Dat geldt niet alleen voor onze droge voeten, maar ook voor de onderlinge verhoudingen. Voor de verhoudingen tussen arm en rijk, bijvoorbeeld.
Daarmee zijn we terug bij onze lezingen.

We lazen Amos, die ongeveer 750 voor Chr. leefde en Lucas, die schreef in de tweede helft van de eerste eeuw… en we lezen de krant.  
Conclusie: Armoede is van alle tijden. Dat is zo!
Armoede bepaalt tot op de dag van vandaag het leven van miljoenen mensen.
Op heel wat plaatsen, o.a. in Burundi, maakt armoe het leven tot een hel,
al was het maar omdat ze ook daar naar westerse TV-series kijken.

Hoe ga je om met de armoede van je medemens. Amos en Lucas verkondigen  beide dat die vraag het scharnierpunt is waar alles om draait bij de God van Israël. Armoe is onrecht dat bestreden moet worden: Uw wil geschiede op aarde, zoals in de hemel.

En… Laten we er maar niet omheen draaien. Wij behoren tot degenen,
die hun schaapjes op het droge hebben. Voor u en mij is de cruciale vraag:
Hoe gaan we om met de armen?

Als het om landen als Burundi gaat, stuiten we op politieke en economische mechanismen, waar we niet zo gek veel invloed op hebben. We verzuchten dat we er toch niks aan kunnen doen en als we iets doen, is het maar heel kleine druppel op een heel grote gloeiende plaat. Jammer maar helaas.

Hoort u het ook? De stemmen van Amos en Lucas verdwijnen naar de achtergrond. Er staan uitleggers op die ons vertellen dat het in deze teksten over hogere geestelijke waarden gaat. Over het hiernamaals. Jehova’s getuigen komen je uitleggen, dat je je bij dat genootschap moet aansluiten om niet te hoeven lijden in het hiernamaals, zoals de rijke bij Lucas.

Armoede… is er altijd al geweest en zal er altijd zijn. Daar doe je niks aan.
Wie zo denkt is geen stap verder dan de afgodendienaars in bijbelse tijden.
Dat is nou heidendom. Alles maar over laten aan de machten van de natuur
en aan machtige mensen, die er slim van profiteren. Wat een armzalige visie op het leven! Wat een armzalige visie op het geloof in Gods koninkrijk.

Die manier van denken haalt de angel uit de profetie.
Die manier van denken negeert de uitdaging uit het evangelie.
In Afrika houd je het in het hiernumaals niet vol, zonder de hoop op het hiernamaals. Het zij onze broeders en zusters van harte gegund.

Maar als je aan de rijke kant van de kloof staat en al het onrecht maar laat voortbestaan… die mens stelt niks voor. Die mens levert geen enkele bijdrage aan Gods koninkrijk: Uw wil geschiedde op aarde zoals in de hemel.
Die bede in het Onze Vader wordt concreet in de harde woorden van Amos  tegen de rijken van zijn tijd; en in het uitdagende verhaal van Lucas.

Als we spreken over het koninkrijk Gods, waar zijn wil geschiedt dan gaat het over hier en nu. Als het gaat over de zin van joue leven, is de vraag:
Welke bijdrage heb jij geleverd?
Hoe heb jij je laten inspireren door Amos en door Lucas en ben je aan de slag gegaan? Of heb je je in slaap laten sussen met hiernamaalsverhalen…ben je weggezapt bij dat eentonig getik van de druppels op de gloeiende plaat.

Ik ken een jonge vrouw. Annick heet ze. Ze leeft op die gloeiende plaat…
Ze woont op de plek waar zo’n druppel viel.
Haar moeder was, toen ik haar in 2003 leerde kennen, weduwe.
Die moeder had groetenwinkeltje opgezet met een microkrediet,
waarvoor in  Nederland geld was ingezameld. Er was geld om Annick naar de basisschool te laten gaan. Haar moeder is plotseling overleden.
Dank zij een project van de kerk waartoe ze behoort kon ze toch naar het V.O.
Ze is twee jaar geleden afgestudeerd aan Hope University in Bujumbura.
Ze werkt bij een goed betalende buitenlandse firma. Met haar salaris betaalt ze de opleiding van haar jongere broertjes en zusjes. Een mooi verhaal? Zeker! Een waar verhaal ook… en een veilig verhaal; want Annick en haar familie blijven wel in Bujumbura.

Maar er zijn ook andere verhalen. Verhalen over mensen op de vlucht voor oorlogsgeweld. Verhalen over mensen die vandaag bivakkeren voor de poort van schatrijk Europa… En wat doet schatrijk Europa? Europa stelt vragen…

Waarom zijn deze mensen ze gevlucht?
Toch niet alleen maar om aan de armoe te ontkomen, hè? 
Het zijn toch niet van die volwassenen, die alles en iedereen achter laten en
hun leven wagen in gammele bootjes, om toekomst te creëren voor hun kinderen?  Dat zijn zeer moedige mensen. Maar wij plakken er een etiket op: Economische vluchteling! We laten ze niet toe!

Amos roept op tot bekering. Keer terug naar Thora!
Amos vermaant zijn volksgenoten omdat ze Gods wet veronachtzamen.
De profeet wijst de koning en de andere rijken op dat scharnierpunt.
Je maakt Thora zichtbaar als je omziet naar de arme, de weduwe, de wees, de vreemdeling. Daaraan kun je zien of je Thora volbrengt. 

0ok Lucas maakt duidelijk dat juist in je omgang  met degenen die het moeilijk hebben in de samenleving, duidelijk wordt of je leeft in de lijn van Jezus van Nazareth of juist niet.

Hoe ga je om met mensen die hier op aarde gaan door een hel van eenzaam-heid, armoede, pesterij, discriminatie, dakloosheid onderdrukking en allerlei andere vormen van onrecht?
Die vraag geldt voor de regering… en wordt een vraag aan jou persoonlijk als je 
politieke keuze bepaalt. Niet kiezen, betekent het laten voortbestaan van al het onrecht dat nu nog gebeurt. Wie niet of verkeerd kiest, stookt de hel nog wat op… Je kunt die vraag ook stellen aan de gemeente…

Hoe gaan we als protestantse gemeente om met de armen in onze dorpen en in de naburige stad? Zijn we kerk voor ons persoonlijk zielenheil of vormen we een gemeente ter wille van de samenleving? Bestaat ons diaconaat uit het geven van geld aan doelen die ons bevallen of nemen we verantwoordelijkheid voor mensen in een situatie van onrecht. Het diaconaat hoort geen kerkelijke liefdadigheid te zijn, maar inzet voor gerechtigheid en vrede. Hoe je dat doet?
Daartoe heeft God zelf ons een handleiding verschaft, die glashelder is voor particulieren en politici, voor gemeenten en parochies… Je mag gaan in het spoor van de God die in psalm 146 wordt bezongen:

Hij blijft bedacht op trouw voor altijd.
Voor het recht van de onderdrukten komt hij op.
Hij geeft hongerigen brood, de Heer maakt gevangenen vrij
De Heer opent blinden de ogen; De Heer richt verslagenen op
De Heer heeft rechtvaardigen lief; neemt de vreemdeling in bescherming
wees en weduwe staat Hij bij.

 

Veel Christenen hopen na hun dood te worden verenigd met de Schepper in de hemel. Hoe dat zal zijn, weten we niet.
God is op aarde bezig…door middel van zijn kerk.
Hij roept de gemeente om schepper naast God  te zijn;
Een christen mag geloven dat zijn inzet leidt tot:
“Uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel.”

 

De aarde vervuld van recht en vrede.  Een samenleving zoals God bedoelt.
Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, daalt neer
en de Eeuwige woont te midden van de mensen.

Geloven anno 2016 betekent – denk ik – vertrouwen op een God
die mensen inschakelt om hier en nu “hemel op aarde” te creëren.
We hebben nog een lange weg te gaan… maar er zijn tekenen van hoop.
Er is geloofsgemeenschap… dwars door alle kerken heen
die Esther als straatpastor de straat op laat gaan ter wille van de daklozen.
die Soleil, Esther en Margriet inhuurt als hulpverleners voor mensen in crisis.
die bezig is een inloophuis te creëren, waar mensen elkaar ontmoeten en hun hulpvragen op tafel kunnen leggen.
die mensen ronselt om maatje te worden van iemand die in de schulden raakt.
die langdurig verantwoordelijk wil zijn voor een projecten in de derde wereld.
die vluchtelingen opvangt en helpt hun weg te vinden in onze samenleving.
 
Nee, het is niet hopeloos. Het is niet zonder perspectief. Het is klip en klaar welke kant het opgaat … Het gaat richting koninkrijk…
waar Gods wil geschiedt op aarde zoals in de hemel.

Dat het mag zijn – in de naam van de vader en de zoon en de heilige Geest.
AMEN


 




 

Lieve mensen van God,

De rijke man en de arme Lazarus.
Een bekend verhaal waar ik vanmorgen drie elementen uitlicht,
die ieder op zich een hele preek waard zouden zijn.  
Het gaat om 1. arm en rijk  2. hiernamaals en hiernumaals. 3. hel en hemel  

Arm – rijk
Enkele weken geleden wijdde dagblad Trouw een serie artikelen aan kerkelijke gemeenten in enkele zeer welvarende dorpen in ons land. Ik noteerde een uitspraak van Ds. Ad Nieuwkoop, die – zo schreef de journalist- op zondagmorgen de mores in Bloemendaal fileert.
De dominee zei: “Wij moeten als bevoorrechten gestoord worden in onze voorspoedige leventjes.” Nou, als dat zijn doel is, dan kan hij zich het de teksten van vanmorgen helemaal uitleven. 

Lucas vertelt over een rijk man, die een uitbundig leven lijdt.
Hij kleedt zich in purperen gewaden, zo horen we.
Ik stel me iemand voor in onze tijd.
Hij gaat modieus gekleed, houdt zich altijd en overal aan de dresscodes.
Op de golfbaan een keurige polo met kraag – in de broek gedragen.
Op jacht gaat hij in een groenbruin jagerskostuum; een hoed met een veertje.
Op zijn 80 meter lange motorjacht met drie zwembaden,
draagt hij smetteloos wit en zie je hem nooit zonder kapiteinspet.  
De anderen aan boord moeten wel weten wie de boswachter is!  

Het is elke dag feest is in zijn huis.
Ik stel ik me villa voor op een  ommuurde compound,
waar je zonder speciaal pasje echt niet binnenkomt.
Bij de bewaakte achteringang komt een vaste cateraar
dagelijks kostelijke spijzen afleveren, die binnen met belegen wijnen
worden weggespoeld.
Bij de poort zit een bedelaar. Die hoopt op wat restjes.
De enige zorg die aan hem wordt besteed: een hond,
die trouw zijn wonden komt likken.

Overdrijf ik de rijkdom? Overdrijf ik de tegenstelling? Ja, ik overdrijf…
Mijn fantasie maakt de man nog veel rijker dan die in het verhaal.
Waarom? Nou…die man moet natuurlijk niet echt op u en mij lijken, toch?
We moesten eens gestoord worden in onze voorspoedige leventjes…
Ze komen allebei te overlijden.
Lazarus wordt door engelen weggedragen.
Hij mag rusten aan het hart van aartsvader Abraham.
Lazarus’ leven lijkt volkomen zinloos,
maar tot op vandaag wordt zijn naam overal ter wereld genoemd.

De rijke wordt prijsgegeven aan een naamloos graf.
Zo iemand is het gedenken niet waard.
Die mens mag geen naam hebben.

Eigen schuld, dikke bult!
Boontje komt om zijn loontje.
Ja, wij, keurige christenmensen, begrijpen heel goed,
waarom die rijkaard naamloos wordt afgevoerd naar de hel!
Had hij maar moeten omzien naar die arme Lazarus.

Hoe komt het toch dat Lazarus er op aarde zo bekaaid afkomt?
Is hij ongeschoold? Is hij gescheiden? Ex-gedetineerd misschien?
Bleek de hypotheek onder water te staan?
Het verhaal vertelt het niet. Het doet er niet toe.
De arme Lazarus is er en hij ligt aan de poort van de rijke.

Ik had ooit het voorrecht een groep theologiestudenten in Burundi,
iets te mogen vertellen over het kerkelijk leven in Europa.
In de gesprekken werd me duidelijk hoe belangrijk HOOP is
voor mensen in het arme deel van de wereld.
Ze doorstaan het onrecht van de armoe op basis van hoop.  
Hoop op een beter leven hier…  
maar vooral hoop op een beter leven in het hiernamaals.

Toen ik vertelde, dat wij Europeanen daar niet zo mee bezig zijn,
keken ze mij ongelovig aan. Het verbaasde hen zeer dat gelovigen in onze kerken veelal denken, dat het leven op aarde geleefd mag/moet worden.
Ze konden zich niet indenken dat menig gelovige hier zich nauwelijks
een voorstelling maakt van een leven na de dood.
“Dat zien we dan wel weer!” is immers een veel gehoorde opmerking.
Onze inzet is gericht op een samenleving die je “hemel op aarde” kunt
noemen: Gods koninkrijk, veelbelovend land, het paradijs.  
We bidden immers dagelijks: “Uw koninkrijk kome,
Uw wil geschiede op aarde zoals ook in de hemel.

De sociaaleconomische omstandigheden van mensen,
zijn mede bepalend voor hun manier van geloven.
Ik hoorde pasgeleden nog een mooi voorbeeld uit onze kerkgeschiedenis.
Het betreft Doopsgezinden in de 17-de eeuw.
In Friesland woonden nogal wat arme doperse boeren.
Ze waren zeer afhankelijk van de natuur. Die Friese doopsgezinden ontwikkelden een orthodox soort geloof, waarin de natuurkrachten werd gezien als instrumenten waarmee de Eeuwige, de mensheid beloont en straft.   
De mens is een nietig wezen dat volkomen afhankelijk is van een strenge, doch rechtvaardige God.

In diezelfde tijd groeide in de doopsgezinde gemeenschap van het rijke Amsterdam een meer vrijzinnige geloofsopvatting. Daar werd het beteugelen van de natuurkrachten gezien als de opdracht van mens. De mens als Schepper naast God. Adriaan Leeghwater – de molenbouwer, die o.a. de Beemster droog maalde, was doopsgezind. Ingenieur Cornelis Lely, de man van de Zuiderzee-werken, behoorde ook tot die groepering. We hebben onze droge voeten te danken aan… de doopsgezinden. U kent waarschijnlijk de uitspraak: God schiep de werelds, maar de Nederlanders hebben Holland gemaakt.
De mens, schepper naast God, is verantwoordelijk voor het leven op aarde.
Dat geldt niet alleen voor onze droge voeten, maar ook voor de onderlinge verhoudingen. Voor de verhoudingen tussen arm en rijk, bijvoorbeeld.
Daarmee zijn we terug bij onze lezingen.

We lazen Amos, die ongeveer 750 voor Chr. leefde en Lucas, die schreef in de tweede helft van de eerste eeuw… en we lezen de krant.  
Conclusie: Armoede is van alle tijden. Dat is zo!
Armoede bepaalt tot op de dag van vandaag het leven van miljoenen mensen.
Op heel wat plaatsen, o.a. in Burundi, maakt armoe het leven tot een hel,
al was het maar omdat ze ook daar naar westerse TV-series kijken.

Hoe ga je om met de armoede van je medemens. Amos en Lucas verkondigen  beide dat die vraag het scharnierpunt is waar alles om draait bij de God van Israël. Armoe is onrecht dat bestreden moet worden: Uw wil geschiede op aarde, zoals in de hemel.

En… Laten we er maar niet omheen draaien. Wij behoren tot degenen,
die hun schaapjes op het droge hebben. Voor u en mij is de cruciale vraag:
Hoe gaan we om met de armen?

Als het om landen als Burundi gaat, stuiten we op politieke en economische mechanismen, waar we niet zo gek veel invloed op hebben. We verzuchten dat we er toch niks aan kunnen doen en als we iets doen, is het maar heel kleine druppel op een heel grote gloeiende plaat. Jammer maar helaas.

Hoort u het ook? De stemmen van Amos en Lucas verdwijnen naar de achtergrond. Er staan uitleggers op die ons vertellen dat het in deze teksten over hogere geestelijke waarden gaat. Over het hiernamaals. Jehova’s getuigen komen je uitleggen, dat je je bij dat genootschap moet aansluiten om niet te hoeven lijden in het hiernamaals, zoals de rijke bij Lucas.

Armoede… is er altijd al geweest en zal er altijd zijn. Daar doe je niks aan.
Wie zo denkt is geen stap verder dan de afgodendienaars in bijbelse tijden.
Dat is nou heidendom. Alles maar over laten aan de machten van de natuur
en aan machtige mensen, die er slim van profiteren. Wat een armzalige visie op het leven! Wat een armzalige visie op het geloof in Gods koninkrijk.

Die manier van denken haalt de angel uit de profetie.
Die manier van denken negeert de uitdaging uit het evangelie.
In Afrika houd je het in het hiernumaals niet vol, zonder de hoop op het hiernamaals. Het zij onze broeders en zusters van harte gegund.

Maar als je aan de rijke kant van de kloof staat en al het onrecht maar laat voortbestaan… die mens stelt niks voor. Die mens levert geen enkele bijdrage aan Gods koninkrijk: Uw wil geschiedde op aarde zoals in de hemel.
Die bede in het Onze Vader wordt concreet in de harde woorden van Amos  tegen de rijken van zijn tijd; en in het uitdagende verhaal van Lucas.

Als we spreken over het koninkrijk Gods, waar zijn wil geschiedt dan gaat het over hier en nu. Als het gaat over de zin van joue leven, is de vraag:
Welke bijdrage heb jij geleverd?
Hoe heb jij je laten inspireren door Amos en door Lucas en ben je aan de slag gegaan? Of heb je je in slaap laten sussen met hiernamaalsverhalen…ben je weggezapt bij dat eentonig getik van de druppels op de gloeiende plaat.

Ik ken een jonge vrouw. Annick heet ze. Ze leeft op die gloeiende plaat…
Ze woont op de plek waar zo’n druppel viel.
Haar moeder was, toen ik haar in 2003 leerde kennen, weduwe.
Die moeder had groetenwinkeltje opgezet met een microkrediet,
waarvoor in  Nederland geld was ingezameld. Er was geld om Annick naar de basisschool te laten gaan. Haar moeder is plotseling overleden.
Dank zij een project van de kerk waartoe ze behoort kon ze toch naar het V.O.
Ze is twee jaar geleden afgestudeerd aan Hope University in Bujumbura.
Ze werkt bij een goed betalende buitenlandse firma. Met haar salaris betaalt ze de opleiding van haar jongere broertjes en zusjes. Een mooi verhaal? Zeker! Een waar verhaal ook… en een veilig verhaal; want Annick en haar familie blijven wel in Bujumbura.

Maar er zijn ook andere verhalen. Verhalen over mensen op de vlucht voor oorlogsgeweld. Verhalen over mensen die vandaag bivakkeren voor de poort van schatrijk Europa… En wat doet schatrijk Europa? Europa stelt vragen…

Waarom zijn deze mensen ze gevlucht?
Toch niet alleen maar om aan de armoe te ontkomen, hè? 
Het zijn toch niet van die volwassenen, die alles en iedereen achter laten en
hun leven wagen in gammele bootjes, om toekomst te creëren voor hun kinderen?  Dat zijn zeer moedige mensen. Maar wij plakken er een etiket op: Economische vluchteling! We laten ze niet toe!

Amos roept op tot bekering. Keer terug naar Thora!
Amos vermaant zijn volksgenoten omdat ze Gods wet veronachtzamen.
De profeet wijst de koning en de andere rijken op dat scharnierpunt.
Je maakt Thora zichtbaar als je omziet naar de arme, de weduwe, de wees, de vreemdeling. Daaraan kun je zien of je Thora volbrengt. 

0ok Lucas maakt duidelijk dat juist in je omgang  met degenen die het moeilijk hebben in de samenleving, duidelijk wordt of je leeft in de lijn van Jezus van Nazareth of juist niet.

Hoe ga je om met mensen die hier op aarde gaan door een hel van eenzaam-heid, armoede, pesterij, discriminatie, dakloosheid onderdrukking en allerlei andere vormen van onrecht?
Die vraag geldt voor de regering… en wordt een vraag aan jou persoonlijk als je 
politieke keuze bepaalt. Niet kiezen, betekent het laten voortbestaan van al het onrecht dat nu nog gebeurt. Wie niet of verkeerd kiest, stookt de hel nog wat op… Je kunt die vraag ook stellen aan de gemeente…

Hoe gaan we als protestantse gemeente om met de armen in onze dorpen en in de naburige stad? Zijn we kerk voor ons persoonlijk zielenheil of vormen we een gemeente ter wille van de samenleving? Bestaat ons diaconaat uit het geven van geld aan doelen die ons bevallen of nemen we verantwoordelijkheid voor mensen in een situatie van onrecht. Het diaconaat hoort geen kerkelijke liefdadigheid te zijn, maar inzet voor gerechtigheid en vrede. Hoe je dat doet?
Daartoe heeft God zelf ons een handleiding verschaft, die glashelder is voor particulieren en politici, voor gemeenten en parochies… Je mag gaan in het spoor van de God die in psalm 146 wordt bezongen:

Hij blijft bedacht op trouw voor altijd.
Voor het recht van de onderdrukten komt hij op.
Hij geeft hongerigen brood, de Heer maakt gevangenen vrij
De Heer opent blinden de ogen; De Heer richt verslagenen op
De Heer heeft rechtvaardigen lief; neemt de vreemdeling in bescherming
wees en weduwe staat Hij bij.

 

Veel Christenen hopen na hun dood te worden verenigd met de Schepper in de hemel. Hoe dat zal zijn, weten we niet.
God is op aarde bezig…door middel van zijn kerk.
Hij roept de gemeente om schepper naast God  te zijn;
Een christen mag geloven dat zijn inzet leidt tot:
“Uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel.”

 

De aarde vervuld van recht en vrede.  Een samenleving zoals God bedoelt.
Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, daalt neer
en de Eeuwige woont te midden van de mensen.

Geloven anno 2016 betekent – denk ik – vertrouwen op een God
die mensen inschakelt om hier en nu “hemel op aarde” te creëren.
We hebben nog een lange weg te gaan… maar er zijn tekenen van hoop.
Er is geloofsgemeenschap… dwars door alle kerken heen
die Esther als straatpastor de straat op laat gaan ter wille van de daklozen.
die Soleil, Esther en Margriet inhuurt als hulpverleners voor mensen in crisis.
die bezig is een inloophuis te creëren, waar mensen elkaar ontmoeten en hun hulpvragen op tafel kunnen leggen.
die mensen ronselt om maatje te worden van iemand die in de schulden raakt.
die langdurig verantwoordelijk wil zijn voor een projecten in de derde wereld.
die vluchtelingen opvangt en helpt hun weg te vinden in onze samenleving.
 
Nee, het is niet hopeloos. Het is niet zonder perspectief. Het is klip en klaar welke kant het opgaat … Het gaat richting koninkrijk…
waar Gods wil geschiedt op aarde zoals in de hemel.

Dat het mag zijn – in de naam van de vader en de zoon en de heilige Geest.
AMEN


 




 

Lieve mensen van God,

De rijke man en de arme Lazarus.
Een bekend verhaal waar ik vanmorgen drie elementen uitlicht,
die ieder op zich een hele preek waard zouden zijn.  
Het gaat om 1. arm en rijk  2. hiernamaals en hiernumaals. 3. hel en hemel  

Arm – rijk
Enkele weken geleden wijdde dagblad Trouw een serie artikelen aan kerkelijke gemeenten in enkele zeer welvarende dorpen in ons land. Ik noteerde een uitspraak van Ds. Ad Nieuwkoop, die – zo schreef de journalist- op zondagmorgen de mores in Bloemendaal fileert.
De dominee zei: “Wij moeten als bevoorrechten gestoord worden in onze voorspoedige leventjes.” Nou, als dat zijn doel is, dan kan hij zich het de teksten van vanmorgen helemaal uitleven. 

Lucas vertelt over een rijk man, die een uitbundig leven lijdt.
Hij kleedt zich in purperen gewaden, zo horen we.
Ik stel me iemand voor in onze tijd.
Hij gaat modieus gekleed, houdt zich altijd en overal aan de dresscodes.
Op de golfbaan een keurige polo met kraag – in de broek gedragen.
Op jacht gaat hij in een groenbruin jagerskostuum; een hoed met een veertje.
Op zijn 80 meter lange motorjacht met drie zwembaden,
draagt hij smetteloos wit en zie je hem nooit zonder kapiteinspet.  
De anderen aan boord moeten wel weten wie de boswachter is!  

Het is elke dag feest is in zijn huis.
Ik stel ik me villa voor op een  ommuurde compound,
waar je zonder speciaal pasje echt niet binnenkomt.
Bij de bewaakte achteringang komt een vaste cateraar
dagelijks kostelijke spijzen afleveren, die binnen met belegen wijnen
worden weggespoeld.
Bij de poort zit een bedelaar. Die hoopt op wat restjes.
De enige zorg die aan hem wordt besteed: een hond,
die trouw zijn wonden komt likken.

Overdrijf ik de rijkdom? Overdrijf ik de tegenstelling? Ja, ik overdrijf…
Mijn fantasie maakt de man nog veel rijker dan die in het verhaal.
Waarom? Nou…die man moet natuurlijk niet echt op u en mij lijken, toch?
We moesten eens gestoord worden in onze voorspoedige leventjes…
Ze komen allebei te overlijden.
Lazarus wordt door engelen weggedragen.
Hij mag rusten aan het hart van aartsvader Abraham.
Lazarus’ leven lijkt volkomen zinloos,
maar tot op vandaag wordt zijn naam overal ter wereld genoemd.

De rijke wordt prijsgegeven aan een naamloos graf.
Zo iemand is het gedenken niet waard.
Die mens mag geen naam hebben.

Eigen schuld, dikke bult!
Boontje komt om zijn loontje.
Ja, wij, keurige christenmensen, begrijpen heel goed,
waarom die rijkaard naamloos wordt afgevoerd naar de hel!
Had hij maar moeten omzien naar die arme Lazarus.

Hoe komt het toch dat Lazarus er op aarde zo bekaaid afkomt?
Is hij ongeschoold? Is hij gescheiden? Ex-gedetineerd misschien?
Bleek de hypotheek onder water te staan?
Het verhaal vertelt het niet. Het doet er niet toe.
De arme Lazarus is er en hij ligt aan de poort van de rijke.

Ik had ooit het voorrecht een groep theologiestudenten in Burundi,
iets te mogen vertellen over het kerkelijk leven in Europa.
In de gesprekken werd me duidelijk hoe belangrijk HOOP is
voor mensen in het arme deel van de wereld.
Ze doorstaan het onrecht van de armoe op basis van hoop.  
Hoop op een beter leven hier…  
maar vooral hoop op een beter leven in het hiernamaals.

Toen ik vertelde, dat wij Europeanen daar niet zo mee bezig zijn,
keken ze mij ongelovig aan. Het verbaasde hen zeer dat gelovigen in onze kerken veelal denken, dat het leven op aarde geleefd mag/moet worden.
Ze konden zich niet indenken dat menig gelovige hier zich nauwelijks
een voorstelling maakt van een leven na de dood.
“Dat zien we dan wel weer!” is immers een veel gehoorde opmerking.
Onze inzet is gericht op een samenleving die je “hemel op aarde” kunt
noemen: Gods koninkrijk, veelbelovend land, het paradijs.  
We bidden immers dagelijks: “Uw koninkrijk kome,
Uw wil geschiede op aarde zoals ook in de hemel.

De sociaaleconomische omstandigheden van mensen,
zijn mede bepalend voor hun manier van geloven.
Ik hoorde pasgeleden nog een mooi voorbeeld uit onze kerkgeschiedenis.
Het betreft Doopsgezinden in de 17-de eeuw.
In Friesland woonden nogal wat arme doperse boeren.
Ze waren zeer afhankelijk van de natuur. Die Friese doopsgezinden ontwikkelden een orthodox soort geloof, waarin de natuurkrachten werd gezien als instrumenten waarmee de Eeuwige, de mensheid beloont en straft.   
De mens is een nietig wezen dat volkomen afhankelijk is van een strenge, doch rechtvaardige God.

In diezelfde tijd groeide in de doopsgezinde gemeenschap van het rijke Amsterdam een meer vrijzinnige geloofsopvatting. Daar werd het beteugelen van de natuurkrachten gezien als de opdracht van mens. De mens als Schepper naast God. Adriaan Leeghwater – de molenbouwer, die o.a. de Beemster droog maalde, was doopsgezind. Ingenieur Cornelis Lely, de man van de Zuiderzee-werken, behoorde ook tot die groepering. We hebben onze droge voeten te danken aan… de doopsgezinden. U kent waarschijnlijk de uitspraak: God schiep de werelds, maar de Nederlanders hebben Holland gemaakt.
De mens, schepper naast God, is verantwoordelijk voor het leven op aarde.
Dat geldt niet alleen voor onze droge voeten, maar ook voor de onderlinge verhoudingen. Voor de verhoudingen tussen arm en rijk, bijvoorbeeld.
Daarmee zijn we terug bij onze lezingen.

We lazen Amos, die ongeveer 750 voor Chr. leefde en Lucas, die schreef in de tweede helft van de eerste eeuw… en we lezen de krant.  
Conclusie: Armoede is van alle tijden. Dat is zo!
Armoede bepaalt tot op de dag van vandaag het leven van miljoenen mensen.
Op heel wat plaatsen, o.a. in Burundi, maakt armoe het leven tot een hel,
al was het maar omdat ze ook daar naar westerse TV-series kijken.

Hoe ga je om met de armoede van je medemens. Amos en Lucas verkondigen  beide dat die vraag het scharnierpunt is waar alles om draait bij de God van Israël. Armoe is onrecht dat bestreden moet worden: Uw wil geschiede op aarde, zoals in de hemel.

En… Laten we er maar niet omheen draaien. Wij behoren tot degenen,
die hun schaapjes op het droge hebben. Voor u en mij is de cruciale vraag:
Hoe gaan we om met de armen?

Als het om landen als Burundi gaat, stuiten we op politieke en economische mechanismen, waar we niet zo gek veel invloed op hebben. We verzuchten dat we er toch niks aan kunnen doen en als we iets doen, is het maar heel kleine druppel op een heel grote gloeiende plaat. Jammer maar helaas.

Hoort u het ook? De stemmen van Amos en Lucas verdwijnen naar de achtergrond. Er staan uitleggers op die ons vertellen dat het in deze teksten over hogere geestelijke waarden gaat. Over het hiernamaals. Jehova’s getuigen komen je uitleggen, dat je je bij dat genootschap moet aansluiten om niet te hoeven lijden in het hiernamaals, zoals de rijke bij Lucas.

Armoede… is er altijd al geweest en zal er altijd zijn. Daar doe je niks aan.
Wie zo denkt is geen stap verder dan de afgodendienaars in bijbelse tijden.
Dat is nou heidendom. Alles maar over laten aan de machten van de natuur
en aan machtige mensen, die er slim van profiteren. Wat een armzalige visie op het leven! Wat een armzalige visie op het geloof in Gods koninkrijk.

Die manier van denken haalt de angel uit de profetie.
Die manier van denken negeert de uitdaging uit het evangelie.
In Afrika houd je het in het hiernumaals niet vol, zonder de hoop op het hiernamaals. Het zij onze broeders en zusters van harte gegund.

Maar als je aan de rijke kant van de kloof staat en al het onrecht maar laat voortbestaan… die mens stelt niks voor. Die mens levert geen enkele bijdrage aan Gods koninkrijk: Uw wil geschiedde op aarde zoals in de hemel.
Die bede in het Onze Vader wordt concreet in de harde woorden van Amos  tegen de rijken van zijn tijd; en in het uitdagende verhaal van Lucas.

Als we spreken over het koninkrijk Gods, waar zijn wil geschiedt dan gaat het over hier en nu. Als het gaat over de zin van joue leven, is de vraag:
Welke bijdrage heb jij geleverd?
Hoe heb jij je laten inspireren door Amos en door Lucas en ben je aan de slag gegaan? Of heb je je in slaap laten sussen met hiernamaalsverhalen…ben je weggezapt bij dat eentonig getik van de druppels op de gloeiende plaat.

Ik ken een jonge vrouw. Annick heet ze. Ze leeft op die gloeiende plaat…
Ze woont op de plek waar zo’n druppel viel.
Haar moeder was, toen ik haar in 2003 leerde kennen, weduwe.
Die moeder had groetenwinkeltje opgezet met een microkrediet,
waarvoor in  Nederland geld was ingezameld. Er was geld om Annick naar de basisschool te laten gaan. Haar moeder is plotseling overleden.
Dank zij een project van de kerk waartoe ze behoort kon ze toch naar het V.O.
Ze is twee jaar geleden afgestudeerd aan Hope University in Bujumbura.
Ze werkt bij een goed betalende buitenlandse firma. Met haar salaris betaalt ze de opleiding van haar jongere broertjes en zusjes. Een mooi verhaal? Zeker! Een waar verhaal ook… en een veilig verhaal; want Annick en haar familie blijven wel in Bujumbura.

Maar er zijn ook andere verhalen. Verhalen over mensen op de vlucht voor oorlogsgeweld. Verhalen over mensen die vandaag bivakkeren voor de poort van schatrijk Europa… En wat doet schatrijk Europa? Europa stelt vragen…

Waarom zijn deze mensen ze gevlucht?
Toch niet alleen maar om aan de armoe te ontkomen, hè? 
Het zijn toch niet van die volwassenen, die alles en iedereen achter laten en
hun leven wagen in gammele bootjes, om toekomst te creëren voor hun kinderen?  Dat zijn zeer moedige mensen. Maar wij plakken er een etiket op: Economische vluchteling! We laten ze niet toe!

Amos roept op tot bekering. Keer terug naar Thora!
Amos vermaant zijn volksgenoten omdat ze Gods wet veronachtzamen.
De profeet wijst de koning en de andere rijken op dat scharnierpunt.
Je maakt Thora zichtbaar als je omziet naar de arme, de weduwe, de wees, de vreemdeling. Daaraan kun je zien of je Thora volbrengt. 

0ok Lucas maakt duidelijk dat juist in je omgang  met degenen die het moeilijk hebben in de samenleving, duidelijk wordt of je leeft in de lijn van Jezus van Nazareth of juist niet.

Hoe ga je om met mensen die hier op aarde gaan door een hel van eenzaam-heid, armoede, pesterij, discriminatie, dakloosheid onderdrukking en allerlei andere vormen van onrecht?
Die vraag geldt voor de regering… en wordt een vraag aan jou persoonlijk als je 
politieke keuze bepaalt. Niet kiezen, betekent het laten voortbestaan van al het onrecht dat nu nog gebeurt. Wie niet of verkeerd kiest, stookt de hel nog wat op… Je kunt die vraag ook stellen aan de gemeente…

Hoe gaan we als protestantse gemeente om met de armen in onze dorpen en in de naburige stad? Zijn we kerk voor ons persoonlijk zielenheil of vormen we een gemeente ter wille van de samenleving? Bestaat ons diaconaat uit het geven van geld aan doelen die ons bevallen of nemen we verantwoordelijkheid voor mensen in een situatie van onrecht. Het diaconaat hoort geen kerkelijke liefdadigheid te zijn, maar inzet voor gerechtigheid en vrede. Hoe je dat doet?
Daartoe heeft God zelf ons een handleiding verschaft, die glashelder is voor particulieren en politici, voor gemeenten en parochies… Je mag gaan in het spoor van de God die in psalm 146 wordt bezongen:

Hij blijft bedacht op trouw voor altijd.
Voor het recht van de onderdrukten komt hij op.
Hij geeft hongerigen brood, de Heer maakt gevangenen vrij
De Heer opent blinden de ogen; De Heer richt verslagenen op
De Heer heeft rechtvaardigen lief; neemt de vreemdeling in bescherming
wees en weduwe staat Hij bij.

 

Veel Christenen hopen na hun dood te worden verenigd met de Schepper in de hemel. Hoe dat zal zijn, weten we niet.
God is op aarde bezig…door middel van zijn kerk.
Hij roept de gemeente om schepper naast God  te zijn;
Een christen mag geloven dat zijn inzet leidt tot:
“Uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel.”

 

De aarde vervuld van recht en vrede.  Een samenleving zoals God bedoelt.
Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, daalt neer
en de Eeuwige woont te midden van de mensen.

Geloven anno 2016 betekent – denk ik – vertrouwen op een God
die mensen inschakelt om hier en nu “hemel op aarde” te creëren.
We hebben nog een lange weg te gaan… maar er zijn tekenen van hoop.
Er is geloofsgemeenschap… dwars door alle kerken heen
die Esther als straatpastor de straat op laat gaan ter wille van de daklozen.
die Soleil, Esther en Margriet inhuurt als hulpverleners voor mensen in crisis.
die bezig is een inloophuis te creëren, waar mensen elkaar ontmoeten en hun hulpvragen op tafel kunnen leggen.
die mensen ronselt om maatje te worden van iemand die in de schulden raakt.
die langdurig verantwoordelijk wil zijn voor een projecten in de derde wereld.
die vluchtelingen opvangt en helpt hun weg te vinden in onze samenleving.
 
Nee, het is niet hopeloos. Het is niet zonder perspectief. Het is klip en klaar welke kant het opgaat … Het gaat richting koninkrijk…
waar Gods wil geschiedt op aarde zoals in de hemel.

Dat het mag zijn – in de naam van de vader en de zoon en de heilige Geest.
AMEN


 




 

Lieve mensen van God,

De rijke man en de arme Lazarus.
Een bekend verhaal waar ik vanmorgen drie elementen uitlicht,
die ieder op zich een hele preek waard zouden zijn.  
Het gaat om 1. arm en rijk  2. hiernamaals en hiernumaals. 3. hel en hemel  

Arm – rijk
Enkele weken geleden wijdde dagblad Trouw een serie artikelen aan kerkelijke gemeenten in enkele zeer welvarende dorpen in ons land. Ik noteerde een uitspraak van Ds. Ad Nieuwkoop, die – zo schreef de journalist- op zondagmorgen de mores in Bloemendaal fileert.
De dominee zei: “Wij moeten als bevoorrechten gestoord worden in onze voorspoedige leventjes.” Nou, als dat zijn doel is, dan kan hij zich het de teksten van vanmorgen helemaal uitleven. 

Lucas vertelt over een rijk man, die een uitbundig leven lijdt.
Hij kleedt zich in purperen gewaden, zo horen we.
Ik stel me iemand voor in onze tijd.
Hij gaat modieus gekleed, houdt zich altijd en overal aan de dresscodes.
Op de golfbaan een keurige polo met kraag – in de broek gedragen.
Op jacht gaat hij in een groenbruin jagerskostuum; een hoed met een veertje.
Op zijn 80 meter lange motorjacht met drie zwembaden,
draagt hij smetteloos wit en zie je hem nooit zonder kapiteinspet.  
De anderen aan boord moeten wel weten wie de boswachter is!  

Het is elke dag feest is in zijn huis.
Ik stel ik me villa voor op een  ommuurde compound,
waar je zonder speciaal pasje echt niet binnenkomt.
Bij de bewaakte achteringang komt een vaste cateraar
dagelijks kostelijke spijzen afleveren, die binnen met belegen wijnen
worden weggespoeld.
Bij de poort zit een bedelaar. Die hoopt op wat restjes.
De enige zorg die aan hem wordt besteed: een hond,
die trouw zijn wonden komt likken.

Overdrijf ik de rijkdom? Overdrijf ik de tegenstelling? Ja, ik overdrijf…
Mijn fantasie maakt de man nog veel rijker dan die in het verhaal.
Waarom? Nou…die man moet natuurlijk niet echt op u en mij lijken, toch?
We moesten eens gestoord worden in onze voorspoedige leventjes…
Ze komen allebei te overlijden.
Lazarus wordt door engelen weggedragen.
Hij mag rusten aan het hart van aartsvader Abraham.
Lazarus’ leven lijkt volkomen zinloos,
maar tot op vandaag wordt zijn naam overal ter wereld genoemd.

De rijke wordt prijsgegeven aan een naamloos graf.
Zo iemand is het gedenken niet waard.
Die mens mag geen naam hebben.

Eigen schuld, dikke bult!
Boontje komt om zijn loontje.
Ja, wij, keurige christenmensen, begrijpen heel goed,
waarom die rijkaard naamloos wordt afgevoerd naar de hel!
Had hij maar moeten omzien naar die arme Lazarus.

Hoe komt het toch dat Lazarus er op aarde zo bekaaid afkomt?
Is hij ongeschoold? Is hij gescheiden? Ex-gedetineerd misschien?
Bleek de hypotheek onder water te staan?
Het verhaal vertelt het niet. Het doet er niet toe.
De arme Lazarus is er en hij ligt aan de poort van de rijke.

Ik had ooit het voorrecht een groep theologiestudenten in Burundi,
iets te mogen vertellen over het kerkelijk leven in Europa.
In de gesprekken werd me duidelijk hoe belangrijk HOOP is
voor mensen in het arme deel van de wereld.
Ze doorstaan het onrecht van de armoe op basis van hoop.  
Hoop op een beter leven hier…  
maar vooral hoop op een beter leven in het hiernamaals.

Toen ik vertelde, dat wij Europeanen daar niet zo mee bezig zijn,
keken ze mij ongelovig aan. Het verbaasde hen zeer dat gelovigen in onze kerken veelal denken, dat het leven op aarde geleefd mag/moet worden.
Ze konden zich niet indenken dat menig gelovige hier zich nauwelijks
een voorstelling maakt van een leven na de dood.
“Dat zien we dan wel weer!” is immers een veel gehoorde opmerking.
Onze inzet is gericht op een samenleving die je “hemel op aarde” kunt
noemen: Gods koninkrijk, veelbelovend land, het paradijs.  
We bidden immers dagelijks: “Uw koninkrijk kome,
Uw wil geschiede op aarde zoals ook in de hemel.

De sociaaleconomische omstandigheden van mensen,
zijn mede bepalend voor hun manier van geloven.
Ik hoorde pasgeleden nog een mooi voorbeeld uit onze kerkgeschiedenis.
Het betreft Doopsgezinden in de 17-de eeuw.
In Friesland woonden nogal wat arme doperse boeren.
Ze waren zeer afhankelijk van de natuur. Die Friese doopsgezinden ontwikkelden een orthodox soort geloof, waarin de natuurkrachten werd gezien als instrumenten waarmee de Eeuwige, de mensheid beloont en straft.   
De mens is een nietig wezen dat volkomen afhankelijk is van een strenge, doch rechtvaardige God.

In diezelfde tijd groeide in de doopsgezinde gemeenschap van het rijke Amsterdam een meer vrijzinnige geloofsopvatting. Daar werd het beteugelen van de natuurkrachten gezien als de opdracht van mens. De mens als Schepper naast God. Adriaan Leeghwater – de molenbouwer, die o.a. de Beemster droog maalde, was doopsgezind. Ingenieur Cornelis Lely, de man van de Zuiderzee-werken, behoorde ook tot die groepering. We hebben onze droge voeten te danken aan… de doopsgezinden. U kent waarschijnlijk de uitspraak: God schiep de werelds, maar de Nederlanders hebben Holland gemaakt.
De mens, schepper naast God, is verantwoordelijk voor het leven op aarde.
Dat geldt niet alleen voor onze droge voeten, maar ook voor de onderlinge verhoudingen. Voor de verhoudingen tussen arm en rijk, bijvoorbeeld.
Daarmee zijn we terug bij onze lezingen.

We lazen Amos, die ongeveer 750 voor Chr. leefde en Lucas, die schreef in de tweede helft van de eerste eeuw… en we lezen de krant.  
Conclusie: Armoede is van alle tijden. Dat is zo!
Armoede bepaalt tot op de dag van vandaag het leven van miljoenen mensen.
Op heel wat plaatsen, o.a. in Burundi, maakt armoe het leven tot een hel,
al was het maar omdat ze ook daar naar westerse TV-series kijken.

Hoe ga je om met de armoede van je medemens. Amos en Lucas verkondigen  beide dat die vraag het scharnierpunt is waar alles om draait bij de God van Israël. Armoe is onrecht dat bestreden moet worden: Uw wil geschiede op aarde, zoals in de hemel.

En… Laten we er maar niet omheen draaien. Wij behoren tot degenen,
die hun schaapjes op het droge hebben. Voor u en mij is de cruciale vraag:
Hoe gaan we om met de armen?

Als het om landen als Burundi gaat, stuiten we op politieke en economische mechanismen, waar we niet zo gek veel invloed op hebben. We verzuchten dat we er toch niks aan kunnen doen en als we iets doen, is het maar heel kleine druppel op een heel grote gloeiende plaat. Jammer maar helaas.

Hoort u het ook? De stemmen van Amos en Lucas verdwijnen naar de achtergrond. Er staan uitleggers op die ons vertellen dat het in deze teksten over hogere geestelijke waarden gaat. Over het hiernamaals. Jehova’s getuigen komen je uitleggen, dat je je bij dat genootschap moet aansluiten om niet te hoeven lijden in het hiernamaals, zoals de rijke bij Lucas.

Armoede… is er altijd al geweest en zal er altijd zijn. Daar doe je niks aan.
Wie zo denkt is geen stap verder dan de afgodendienaars in bijbelse tijden.
Dat is nou heidendom. Alles maar over laten aan de machten van de natuur
en aan machtige mensen, die er slim van profiteren. Wat een armzalige visie op het leven! Wat een armzalige visie op het geloof in Gods koninkrijk.

Die manier van denken haalt de angel uit de profetie.
Die manier van denken negeert de uitdaging uit het evangelie.
In Afrika houd je het in het hiernumaals niet vol, zonder de hoop op het hiernamaals. Het zij onze broeders en zusters van harte gegund.

Maar als je aan de rijke kant van de kloof staat en al het onrecht maar laat voortbestaan… die mens stelt niks voor. Die mens levert geen enkele bijdrage aan Gods koninkrijk: Uw wil geschiedde op aarde zoals in de hemel.
Die bede in het Onze Vader wordt concreet in de harde woorden van Amos  tegen de rijken van zijn tijd; en in het uitdagende verhaal van Lucas.

Als we spreken over het koninkrijk Gods, waar zijn wil geschiedt dan gaat het over hier en nu. Als het gaat over de zin van joue leven, is de vraag:
Welke bijdrage heb jij geleverd?
Hoe heb jij je laten inspireren door Amos en door Lucas en ben je aan de slag gegaan? Of heb je je in slaap laten sussen met hiernamaalsverhalen…ben je weggezapt bij dat eentonig getik van de druppels op de gloeiende plaat.

Ik ken een jonge vrouw. Annick heet ze. Ze leeft op die gloeiende plaat…
Ze woont op de plek waar zo’n druppel viel.
Haar moeder was, toen ik haar in 2003 leerde kennen, weduwe.
Die moeder had groetenwinkeltje opgezet met een microkrediet,
waarvoor in  Nederland geld was ingezameld. Er was geld om Annick naar de basisschool te laten gaan. Haar moeder is plotseling overleden.
Dank zij een project van de kerk waartoe ze behoort kon ze toch naar het V.O.
Ze is twee jaar geleden afgestudeerd aan Hope University in Bujumbura.
Ze werkt bij een goed betalende buitenlandse firma. Met haar salaris betaalt ze de opleiding van haar jongere broertjes en zusjes. Een mooi verhaal? Zeker! Een waar verhaal ook… en een veilig verhaal; want Annick en haar familie blijven wel in Bujumbura.

Maar er zijn ook andere verhalen. Verhalen over mensen op de vlucht voor oorlogsgeweld. Verhalen over mensen die vandaag bivakkeren voor de poort van schatrijk Europa… En wat doet schatrijk Europa? Europa stelt vragen…

Waarom zijn deze mensen ze gevlucht?
Toch niet alleen maar om aan de armoe te ontkomen, hè? 
Het zijn toch niet van die volwassenen, die alles en iedereen achter laten en
hun leven wagen in gammele bootjes, om toekomst te creëren voor hun kinderen?  Dat zijn zeer moedige mensen. Maar wij plakken er een etiket op: Economische vluchteling! We laten ze niet toe!

Amos roept op tot bekering. Keer terug naar Thora!
Amos vermaant zijn volksgenoten omdat ze Gods wet veronachtzamen.
De profeet wijst de koning en de andere rijken op dat scharnierpunt.
Je maakt Thora zichtbaar als je omziet naar de arme, de weduwe, de wees, de vreemdeling. Daaraan kun je zien of je Thora volbrengt. 

0ok Lucas maakt duidelijk dat juist in je omgang  met degenen die het moeilijk hebben in de samenleving, duidelijk wordt of je leeft in de lijn van Jezus van Nazareth of juist niet.

Hoe ga je om met mensen die hier op aarde gaan door een hel van eenzaam-heid, armoede, pesterij, discriminatie, dakloosheid onderdrukking en allerlei andere vormen van onrecht?
Die vraag geldt voor de regering… en wordt een vraag aan jou persoonlijk als je 
politieke keuze bepaalt. Niet kiezen, betekent het laten voortbestaan van al het onrecht dat nu nog gebeurt. Wie niet of verkeerd kiest, stookt de hel nog wat op… Je kunt die vraag ook stellen aan de gemeente…

Hoe gaan we als protestantse gemeente om met de armen in onze dorpen en in de naburige stad? Zijn we kerk voor ons persoonlijk zielenheil of vormen we een gemeente ter wille van de samenleving? Bestaat ons diaconaat uit het geven van geld aan doelen die ons bevallen of nemen we verantwoordelijkheid voor mensen in een situatie van onrecht. Het diaconaat hoort geen kerkelijke liefdadigheid te zijn, maar inzet voor gerechtigheid en vrede. Hoe je dat doet?
Daartoe heeft God zelf ons een handleiding verschaft, die glashelder is voor particulieren en politici, voor gemeenten en parochies… Je mag gaan in het spoor van de God die in psalm 146 wordt bezongen:

Hij blijft bedacht op trouw voor altijd.
Voor het recht van de onderdrukten komt hij op.
Hij geeft hongerigen brood, de Heer maakt gevangenen vrij
De Heer opent blinden de ogen; De Heer richt verslagenen op
De Heer heeft rechtvaardigen lief; neemt de vreemdeling in bescherming
wees en weduwe staat Hij bij.

 

Veel Christenen hopen na hun dood te worden verenigd met de Schepper in de hemel. Hoe dat zal zijn, weten we niet.
God is op aarde bezig…door middel van zijn kerk.
Hij roept de gemeente om schepper naast God  te zijn;
Een christen mag geloven dat zijn inzet leidt tot:
“Uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel.”

 

De aarde vervuld van recht en vrede.  Een samenleving zoals God bedoelt.
Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, daalt neer
en de Eeuwige woont te midden van de mensen.

Geloven anno 2016 betekent – denk ik – vertrouwen op een God
die mensen inschakelt om hier en nu “hemel op aarde” te creëren.
We hebben nog een lange weg te gaan… maar er zijn tekenen van hoop.
Er is geloofsgemeenschap… dwars door alle kerken heen
die Esther als straatpastor de straat op laat gaan ter wille van de daklozen.
die Soleil, Esther en Margriet inhuurt als hulpverleners voor mensen in crisis.
die bezig is een inloophuis te creëren, waar mensen elkaar ontmoeten en hun hulpvragen op tafel kunnen leggen.
die mensen ronselt om maatje te worden van iemand die in de schulden raakt.
die langdurig verantwoordelijk wil zijn voor een projecten in de derde wereld.
die vluchtelingen opvangt en helpt hun weg te vinden in onze samenleving.
 
Nee, het is niet hopeloos. Het is niet zonder perspectief. Het is klip en klaar welke kant het opgaat … Het gaat richting koninkrijk…
waar Gods wil geschiedt op aarde zoals in de hemel.

Dat het mag zijn – in de naam van de vader en de zoon en de heilige Geest.
AMEN


 




 

Lieve mensen van God,

De rijke man en de arme Lazarus.
Een bekend verhaal waar ik vanmorgen drie elementen uitlicht,
die ieder op zich een hele preek waard zouden zijn.  
Het gaat om 1. arm en rijk  2. hiernamaals en hiernumaals. 3. hel en hemel  

Arm – rijk
Enkele weken geleden wijdde dagblad Trouw een serie artikelen aan kerkelijke gemeenten in enkele zeer welvarende dorpen in ons land. Ik noteerde een uitspraak van Ds. Ad Nieuwkoop, die – zo schreef de journalist- op zondagmorgen de mores in Bloemendaal fileert.
De dominee zei: “Wij moeten als bevoorrechten gestoord worden in onze voorspoedige leventjes.” Nou, als dat zijn doel is, dan kan hij zich het de teksten van vanmorgen helemaal uitleven. 

Lucas vertelt over een rijk man, die een uitbundig leven lijdt.
Hij kleedt zich in purperen gewaden, zo horen we.
Ik stel me iemand voor in onze tijd.
Hij gaat modieus gekleed, houdt zich altijd en overal aan de dresscodes.
Op de golfbaan een keurige polo met kraag – in de broek gedragen.
Op jacht gaat hij in een groenbruin jagerskostuum; een hoed met een veertje.
Op zijn 80 meter lange motorjacht met drie zwembaden,
draagt hij smetteloos wit en zie je hem nooit zonder kapiteinspet.  
De anderen aan boord moeten wel weten wie de boswachter is!  

Het is elke dag feest is in zijn huis.
Ik stel ik me villa voor op een  ommuurde compound,
waar je zonder speciaal pasje echt niet binnenkomt.
Bij de bewaakte achteringang komt een vaste cateraar
dagelijks kostelijke spijzen afleveren, die binnen met belegen wijnen
worden weggespoeld.
Bij de poort zit een bedelaar. Die hoopt op wat restjes.
De enige zorg die aan hem wordt besteed: een hond,
die trouw zijn wonden komt likken.

Overdrijf ik de rijkdom? Overdrijf ik de tegenstelling? Ja, ik overdrijf…
Mijn fantasie maakt de man nog veel rijker dan die in het verhaal.
Waarom? Nou…die man moet natuurlijk niet echt op u en mij lijken, toch?
We moesten eens gestoord worden in onze voorspoedige leventjes…
Ze komen allebei te overlijden.
Lazarus wordt door engelen weggedragen.
Hij mag rusten aan het hart van aartsvader Abraham.
Lazarus’ leven lijkt volkomen zinloos,
maar tot op vandaag wordt zijn naam overal ter wereld genoemd.

De rijke wordt prijsgegeven aan een naamloos graf.
Zo iemand is het gedenken niet waard.
Die mens mag geen naam hebben.

Eigen schuld, dikke bult!
Boontje komt om zijn loontje.
Ja, wij, keurige christenmensen, begrijpen heel goed,
waarom die rijkaard naamloos wordt afgevoerd naar de hel!
Had hij maar moeten omzien naar die arme Lazarus.

Hoe komt het toch dat Lazarus er op aarde zo bekaaid afkomt?
Is hij ongeschoold? Is hij gescheiden? Ex-gedetineerd misschien?
Bleek de hypotheek onder water te staan?
Het verhaal vertelt het niet. Het doet er niet toe.
De arme Lazarus is er en hij ligt aan de poort van de rijke.

Ik had ooit het voorrecht een groep theologiestudenten in Burundi,
iets te mogen vertellen over het kerkelijk leven in Europa.
In de gesprekken werd me duidelijk hoe belangrijk HOOP is
voor mensen in het arme deel van de wereld.
Ze doorstaan het onrecht van de armoe op basis van hoop.  
Hoop op een beter leven hier…  
maar vooral hoop op een beter leven in het hiernamaals.

Toen ik vertelde, dat wij Europeanen daar niet zo mee bezig zijn,
keken ze mij ongelovig aan. Het verbaasde hen zeer dat gelovigen in onze kerken veelal denken, dat het leven op aarde geleefd mag/moet worden.
Ze konden zich niet indenken dat menig gelovige hier zich nauwelijks
een voorstelling maakt van een leven na de dood.
“Dat zien we dan wel weer!” is immers een veel gehoorde opmerking.
Onze inzet is gericht op een samenleving die je “hemel op aarde” kunt
noemen: Gods koninkrijk, veelbelovend land, het paradijs.  
We bidden immers dagelijks: “Uw koninkrijk kome,
Uw wil geschiede op aarde zoals ook in de hemel.

De sociaaleconomische omstandigheden van mensen,
zijn mede bepalend voor hun manier van geloven.
Ik hoorde pasgeleden nog een mooi voorbeeld uit onze kerkgeschiedenis.
Het betreft Doopsgezinden in de 17-de eeuw.
In Friesland woonden nogal wat arme doperse boeren.
Ze waren zeer afhankelijk van de natuur. Die Friese doopsgezinden ontwikkelden een orthodox soort geloof, waarin de natuurkrachten werd gezien als instrumenten waarmee de Eeuwige, de mensheid beloont en straft.   
De mens is een nietig wezen dat volkomen afhankelijk is van een strenge, doch rechtvaardige God.

In diezelfde tijd groeide in de doopsgezinde gemeenschap van het rijke Amsterdam een meer vrijzinnige geloofsopvatting. Daar werd het beteugelen van de natuurkrachten gezien als de opdracht van mens. De mens als Schepper naast God. Adriaan Leeghwater – de molenbouwer, die o.a. de Beemster droog maalde, was doopsgezind. Ingenieur Cornelis Lely, de man van de Zuiderzee-werken, behoorde ook tot die groepering. We hebben onze droge voeten te danken aan… de doopsgezinden. U kent waarschijnlijk de uitspraak: God schiep de werelds, maar de Nederlanders hebben Holland gemaakt.
De mens, schepper naast God, is verantwoordelijk voor het leven op aarde.
Dat geldt niet alleen voor onze droge voeten, maar ook voor de onderlinge verhoudingen. Voor de verhoudingen tussen arm en rijk, bijvoorbeeld.
Daarmee zijn we terug bij onze lezingen.

We lazen Amos, die ongeveer 750 voor Chr. leefde en Lucas, die schreef in de tweede helft van de eerste eeuw… en we lezen de krant.  
Conclusie: Armoede is van alle tijden. Dat is zo!
Armoede bepaalt tot op de dag van vandaag het leven van miljoenen mensen.
Op heel wat plaatsen, o.a. in Burundi, maakt armoe het leven tot een hel,
al was het maar omdat ze ook daar naar westerse TV-series kijken.

Hoe ga je om met de armoede van je medemens. Amos en Lucas verkondigen  beide dat die vraag het scharnierpunt is waar alles om draait bij de God van Israël. Armoe is onrecht dat bestreden moet worden: Uw wil geschiede op aarde, zoals in de hemel.

En… Laten we er maar niet omheen draaien. Wij behoren tot degenen,
die hun schaapjes op het droge hebben. Voor u en mij is de cruciale vraag:
Hoe gaan we om met de armen?

Als het om landen als Burundi gaat, stuiten we op politieke en economische mechanismen, waar we niet zo gek veel invloed op hebben. We verzuchten dat we er toch niks aan kunnen doen en als we iets doen, is het maar heel kleine druppel op een heel grote gloeiende plaat. Jammer maar helaas.

Hoort u het ook? De stemmen van Amos en Lucas verdwijnen naar de achtergrond. Er staan uitleggers op die ons vertellen dat het in deze teksten over hogere geestelijke waarden gaat. Over het hiernamaals. Jehova’s getuigen komen je uitleggen, dat je je bij dat genootschap moet aansluiten om niet te hoeven lijden in het hiernamaals, zoals de rijke bij Lucas.

Armoede… is er altijd al geweest en zal er altijd zijn. Daar doe je niks aan.
Wie zo denkt is geen stap verder dan de afgodendienaars in bijbelse tijden.
Dat is nou heidendom. Alles maar over laten aan de machten van de natuur
en aan machtige mensen, die er slim van profiteren. Wat een armzalige visie op het leven! Wat een armzalige visie op het geloof in Gods koninkrijk.

Die manier van denken haalt de angel uit de profetie.
Die manier van denken negeert de uitdaging uit het evangelie.
In Afrika houd je het in het hiernumaals niet vol, zonder de hoop op het hiernamaals. Het zij onze broeders en zusters van harte gegund.

Maar als je aan de rijke kant van de kloof staat en al het onrecht maar laat voortbestaan… die mens stelt niks voor. Die mens levert geen enkele bijdrage aan Gods koninkrijk: Uw wil geschiedde op aarde zoals in de hemel.
Die bede in het Onze Vader wordt concreet in de harde woorden van Amos  tegen de rijken van zijn tijd; en in het uitdagende verhaal van Lucas.

Als we spreken over het koninkrijk Gods, waar zijn wil geschiedt dan gaat het over hier en nu. Als het gaat over de zin van joue leven, is de vraag:
Welke bijdrage heb jij geleverd?
Hoe heb jij je laten inspireren door Amos en door Lucas en ben je aan de slag gegaan? Of heb je je in slaap laten sussen met hiernamaalsverhalen…ben je weggezapt bij dat eentonig getik van de druppels op de gloeiende plaat.

Ik ken een jonge vrouw. Annick heet ze. Ze leeft op die gloeiende plaat…
Ze woont op de plek waar zo’n druppel viel.
Haar moeder was, toen ik haar in 2003 leerde kennen, weduwe.
Die moeder had groetenwinkeltje opgezet met een microkrediet,
waarvoor in  Nederland geld was ingezameld. Er was geld om Annick naar de basisschool te laten gaan. Haar moeder is plotseling overleden.
Dank zij een project van de kerk waartoe ze behoort kon ze toch naar het V.O.
Ze is twee jaar geleden afgestudeerd aan Hope University in Bujumbura.
Ze werkt bij een goed betalende buitenlandse firma. Met haar salaris betaalt ze de opleiding van haar jongere broertjes en zusjes. Een mooi verhaal? Zeker! Een waar verhaal ook… en een veilig verhaal; want Annick en haar familie blijven wel in Bujumbura.

Maar er zijn ook andere verhalen. Verhalen over mensen op de vlucht voor oorlogsgeweld. Verhalen over mensen die vandaag bivakkeren voor de poort van schatrijk Europa… En wat doet schatrijk Europa? Europa stelt vragen…

Waarom zijn deze mensen ze gevlucht?
Toch niet alleen maar om aan de armoe te ontkomen, hè? 
Het zijn toch niet van die volwassenen, die alles en iedereen achter laten en
hun leven wagen in gammele bootjes, om toekomst te creëren voor hun kinderen?  Dat zijn zeer moedige mensen. Maar wij plakken er een etiket op: Economische vluchteling! We laten ze niet toe!

Amos roept op tot bekering. Keer terug naar Thora!
Amos vermaant zijn volksgenoten omdat ze Gods wet veronachtzamen.
De profeet wijst de koning en de andere rijken op dat scharnierpunt.
Je maakt Thora zichtbaar als je omziet naar de arme, de weduwe, de wees, de vreemdeling. Daaraan kun je zien of je Thora volbrengt. 

0ok Lucas maakt duidelijk dat juist in je omgang  met degenen die het moeilijk hebben in de samenleving, duidelijk wordt of je leeft in de lijn van Jezus van Nazareth of juist niet.

Hoe ga je om met mensen die hier op aarde gaan door een hel van eenzaam-heid, armoede, pesterij, discriminatie, dakloosheid onderdrukking en allerlei andere vormen van onrecht?
Die vraag geldt voor de regering… en wordt een vraag aan jou persoonlijk als je 
politieke keuze bepaalt. Niet kiezen, betekent het laten voortbestaan van al het onrecht dat nu nog gebeurt. Wie niet of verkeerd kiest, stookt de hel nog wat op… Je kunt die vraag ook stellen aan de gemeente…

Hoe gaan we als protestantse gemeente om met de armen in onze dorpen en in de naburige stad? Zijn we kerk voor ons persoonlijk zielenheil of vormen we een gemeente ter wille van de samenleving? Bestaat ons diaconaat uit het geven van geld aan doelen die ons bevallen of nemen we verantwoordelijkheid voor mensen in een situatie van onrecht. Het diaconaat hoort geen kerkelijke liefdadigheid te zijn, maar inzet voor gerechtigheid en vrede. Hoe je dat doet?
Daartoe heeft God zelf ons een handleiding verschaft, die glashelder is voor particulieren en politici, voor gemeenten en parochies… Je mag gaan in het spoor van de God die in psalm 146 wordt bezongen:

Hij blijft bedacht op trouw voor altijd.
Voor het recht van de onderdrukten komt hij op.
Hij geeft hongerigen brood, de Heer maakt gevangenen vrij
De Heer opent blinden de ogen; De Heer richt verslagenen op
De Heer heeft rechtvaardigen lief; neemt de vreemdeling in bescherming
wees en weduwe staat Hij bij.

 

Veel Christenen hopen na hun dood te worden verenigd met de Schepper in de hemel. Hoe dat zal zijn, weten we niet.
God is op aarde bezig…door middel van zijn kerk.
Hij roept de gemeente om schepper naast God  te zijn;
Een christen mag geloven dat zijn inzet leidt tot:
“Uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel.”

 

De aarde vervuld van recht en vrede.  Een samenleving zoals God bedoelt.
Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, daalt neer
en de Eeuwige woont te midden van de mensen.

Geloven anno 2016 betekent – denk ik – vertrouwen op een God
die mensen inschakelt om hier en nu “hemel op aarde” te creëren.
We hebben nog een lange weg te gaan… maar er zijn tekenen van hoop.
Er is geloofsgemeenschap… dwars door alle kerken heen
die Esther als straatpastor de straat op laat gaan ter wille van de daklozen.
die Soleil, Esther en Margriet inhuurt als hulpverleners voor mensen in crisis.
die bezig is een inloophuis te creëren, waar mensen elkaar ontmoeten en hun hulpvragen op tafel kunnen leggen.
die mensen ronselt om maatje te worden van iemand die in de schulden raakt.
die langdurig verantwoordelijk wil zijn voor een projecten in de derde wereld.
die vluchtelingen opvangt en helpt hun weg te vinden in onze samenleving.
 
Nee, het is niet hopeloos. Het is niet zonder perspectief. Het is klip en klaar welke kant het opgaat … Het gaat richting koninkrijk…
waar Gods wil geschiedt op aarde zoals in de hemel.

Dat het mag zijn – in de naam van de vader en de zoon en de heilige Geest.
AMEN


 




 

Lieve mensen van God,

De rijke man en de arme Lazarus.
Een bekend verhaal waar ik vanmorgen drie elementen uitlicht,
die ieder op zich een hele preek waard zouden zijn.  
Het gaat om 1. arm en rijk  2. hiernamaals en hiernumaals. 3. hel en hemel  

Arm – rijk
Enkele weken geleden wijdde dagblad Trouw een serie artikelen aan kerkelijke gemeenten in enkele zeer welvarende dorpen in ons land. Ik noteerde een uitspraak van Ds. Ad Nieuwkoop, die – zo schreef de journalist- op zondagmorgen de mores in Bloemendaal fileert.
De dominee zei: “Wij moeten als bevoorrechten gestoord worden in onze voorspoedige leventjes.” Nou, als dat zijn doel is, dan kan hij zich het de teksten van vanmorgen helemaal uitleven. 

Lucas vertelt over een rijk man, die een uitbundig leven lijdt.
Hij kleedt zich in purperen gewaden, zo horen we.
Ik stel me iemand voor in onze tijd.
Hij gaat modieus gekleed, houdt zich altijd en overal aan de dresscodes.
Op de golfbaan een keurige polo met kraag – in de broek gedragen.
Op jacht gaat hij in een groenbruin jagerskostuum; een hoed met een veertje.
Op zijn 80 meter lange motorjacht met drie zwembaden,
draagt hij smetteloos wit en zie je hem nooit zonder kapiteinspet.  
De anderen aan boord moeten wel weten wie de boswachter is!  

Het is elke dag feest is in zijn huis.
Ik stel ik me villa voor op een  ommuurde compound,
waar je zonder speciaal pasje echt niet binnenkomt.
Bij de bewaakte achteringang komt een vaste cateraar
dagelijks kostelijke spijzen afleveren, die binnen met belegen wijnen
worden weggespoeld.
Bij de poort zit een bedelaar. Die hoopt op wat restjes.
De enige zorg die aan hem wordt besteed: een hond,
die trouw zijn wonden komt likken.

Overdrijf ik de rijkdom? Overdrijf ik de tegenstelling? Ja, ik overdrijf…
Mijn fantasie maakt de man nog veel rijker dan die in het verhaal.
Waarom? Nou…die man moet natuurlijk niet echt op u en mij lijken, toch?
We moesten eens gestoord worden in onze voorspoedige leventjes…
Ze komen allebei te overlijden.
Lazarus wordt door engelen weggedragen.
Hij mag rusten aan het hart van aartsvader Abraham.
Lazarus’ leven lijkt volkomen zinloos,
maar tot op vandaag wordt zijn naam overal ter wereld genoemd.

De rijke wordt prijsgegeven aan een naamloos graf.
Zo iemand is het gedenken niet waard.
Die mens mag geen naam hebben.

Eigen schuld, dikke bult!
Boontje komt om zijn loontje.
Ja, wij, keurige christenmensen, begrijpen heel goed,
waarom die rijkaard naamloos wordt afgevoerd naar de hel!
Had hij maar moeten omzien naar die arme Lazarus.

Hoe komt het toch dat Lazarus er op aarde zo bekaaid afkomt?
Is hij ongeschoold? Is hij gescheiden? Ex-gedetineerd misschien?
Bleek de hypotheek onder water te staan?
Het verhaal vertelt het niet. Het doet er niet toe.
De arme Lazarus is er en hij ligt aan de poort van de rijke.

Ik had ooit het voorrecht een groep theologiestudenten in Burundi,
iets te mogen vertellen over het kerkelijk leven in Europa.
In de gesprekken werd me duidelijk hoe belangrijk HOOP is
voor mensen in het arme deel van de wereld.
Ze doorstaan het onrecht van de armoe op basis van hoop.  
Hoop op een beter leven hier…  
maar vooral hoop op een beter leven in het hiernamaals.

Toen ik vertelde, dat wij Europeanen daar niet zo mee bezig zijn,
keken ze mij ongelovig aan. Het verbaasde hen zeer dat gelovigen in onze kerken veelal denken, dat het leven op aarde geleefd mag/moet worden.
Ze konden zich niet indenken dat menig gelovige hier zich nauwelijks
een voorstelling maakt van een leven na de dood.
“Dat zien we dan wel weer!” is immers een veel gehoorde opmerking.
Onze inzet is gericht op een samenleving die je “hemel op aarde” kunt
noemen: Gods koninkrijk, veelbelovend land, het paradijs.  
We bidden immers dagelijks: “Uw koninkrijk kome,
Uw wil geschiede op aarde zoals ook in de hemel.

De sociaaleconomische omstandigheden van mensen,
zijn mede bepalend voor hun manier van geloven.
Ik hoorde pasgeleden nog een mooi voorbeeld uit onze kerkgeschiedenis.
Het betreft Doopsgezinden in de 17-de eeuw.
In Friesland woonden nogal wat arme doperse boeren.
Ze waren zeer afhankelijk van de natuur. Die Friese doopsgezinden ontwikkelden een orthodox soort geloof, waarin de natuurkrachten werd gezien als instrumenten waarmee de Eeuwige, de mensheid beloont en straft.   
De mens is een nietig wezen dat volkomen afhankelijk is van een strenge, doch rechtvaardige God.

In diezelfde tijd groeide in de doopsgezinde gemeenschap van het rijke Amsterdam een meer vrijzinnige geloofsopvatting. Daar werd het beteugelen van de natuurkrachten gezien als de opdracht van mens. De mens als Schepper naast God. Adriaan Leeghwater – de molenbouwer, die o.a. de Beemster droog maalde, was doopsgezind. Ingenieur Cornelis Lely, de man van de Zuiderzee-werken, behoorde ook tot die groepering. We hebben onze droge voeten te danken aan… de doopsgezinden. U kent waarschijnlijk de uitspraak: God schiep de werelds, maar de Nederlanders hebben Holland gemaakt.
De mens, schepper naast God, is verantwoordelijk voor het leven op aarde.
Dat geldt niet alleen voor onze droge voeten, maar ook voor de onderlinge verhoudingen. Voor de verhoudingen tussen arm en rijk, bijvoorbeeld.
Daarmee zijn we terug bij onze lezingen.

We lazen Amos, die ongeveer 750 voor Chr. leefde en Lucas, die schreef in de tweede helft van de eerste eeuw… en we lezen de krant.  
Conclusie: Armoede is van alle tijden. Dat is zo!
Armoede bepaalt tot op de dag van vandaag het leven van miljoenen mensen.
Op heel wat plaatsen, o.a. in Burundi, maakt armoe het leven tot een hel,
al was het maar omdat ze ook daar naar westerse TV-series kijken.

Hoe ga je om met de armoede van je medemens. Amos en Lucas verkondigen  beide dat die vraag het scharnierpunt is waar alles om draait bij de God van Israël. Armoe is onrecht dat bestreden moet worden: Uw wil geschiede op aarde, zoals in de hemel.

En… Laten we er maar niet omheen draaien. Wij behoren tot degenen,
die hun schaapjes op het droge hebben. Voor u en mij is de cruciale vraag:
Hoe gaan we om met de armen?

Als het om landen als Burundi gaat, stuiten we op politieke en economische mechanismen, waar we niet zo gek veel invloed op hebben. We verzuchten dat we er toch niks aan kunnen doen en als we iets doen, is het maar heel kleine druppel op een heel grote gloeiende plaat. Jammer maar helaas.

Hoort u het ook? De stemmen van Amos en Lucas verdwijnen naar de achtergrond. Er staan uitleggers op die ons vertellen dat het in deze teksten over hogere geestelijke waarden gaat. Over het hiernamaals. Jehova’s getuigen komen je uitleggen, dat je je bij dat genootschap moet aansluiten om niet te hoeven lijden in het hiernamaals, zoals de rijke bij Lucas.

Armoede… is er altijd al geweest en zal er altijd zijn. Daar doe je niks aan.
Wie zo denkt is geen stap verder dan de afgodendienaars in bijbelse tijden.
Dat is nou heidendom. Alles maar over laten aan de machten van de natuur
en aan machtige mensen, die er slim van profiteren. Wat een armzalige visie op het leven! Wat een armzalige visie op het geloof in Gods koninkrijk.

Die manier van denken haalt de angel uit de profetie.
Die manier van denken negeert de uitdaging uit het evangelie.
In Afrika houd je het in het hiernumaals niet vol, zonder de hoop op het hiernamaals. Het zij onze broeders en zusters van harte gegund.

Maar als je aan de rijke kant van de kloof staat en al het onrecht maar laat voortbestaan… die mens stelt niks voor. Die mens levert geen enkele bijdrage aan Gods koninkrijk: Uw wil geschiedde op aarde zoals in de hemel.
Die bede in het Onze Vader wordt concreet in de harde woorden van Amos  tegen de rijken van zijn tijd; en in het uitdagende verhaal van Lucas.

Als we spreken over het koninkrijk Gods, waar zijn wil geschiedt dan gaat het over hier en nu. Als het gaat over de zin van joue leven, is de vraag:
Welke bijdrage heb jij geleverd?
Hoe heb jij je laten inspireren door Amos en door Lucas en ben je aan de slag gegaan? Of heb je je in slaap laten sussen met hiernamaalsverhalen…ben je weggezapt bij dat eentonig getik van de druppels op de gloeiende plaat.

Ik ken een jonge vrouw. Annick heet ze. Ze leeft op die gloeiende plaat…
Ze woont op de plek waar zo’n druppel viel.
Haar moeder was, toen ik haar in 2003 leerde kennen, weduwe.
Die moeder had groetenwinkeltje opgezet met een microkrediet,
waarvoor in  Nederland geld was ingezameld. Er was geld om Annick naar de basisschool te laten gaan. Haar moeder is plotseling overleden.
Dank zij een project van de kerk waartoe ze behoort kon ze toch naar het V.O.
Ze is twee jaar geleden afgestudeerd aan Hope University in Bujumbura.
Ze werkt bij een goed betalende buitenlandse firma. Met haar salaris betaalt ze de opleiding van haar jongere broertjes en zusjes. Een mooi verhaal? Zeker! Een waar verhaal ook… en een veilig verhaal; want Annick en haar familie blijven wel in Bujumbura.

Maar er zijn ook andere verhalen. Verhalen over mensen op de vlucht voor oorlogsgeweld. Verhalen over mensen die vandaag bivakkeren voor de poort van schatrijk Europa… En wat doet schatrijk Europa? Europa stelt vragen…

Waarom zijn deze mensen ze gevlucht?
Toch niet alleen maar om aan de armoe te ontkomen, hè? 
Het zijn toch niet van die volwassenen, die alles en iedereen achter laten en
hun leven wagen in gammele bootjes, om toekomst te creëren voor hun kinderen?  Dat zijn zeer moedige mensen. Maar wij plakken er een etiket op: Economische vluchteling! We laten ze niet toe!

Amos roept op tot bekering. Keer terug naar Thora!
Amos vermaant zijn volksgenoten omdat ze Gods wet veronachtzamen.
De profeet wijst de koning en de andere rijken op dat scharnierpunt.
Je maakt Thora zichtbaar als je omziet naar de arme, de weduwe, de wees, de vreemdeling. Daaraan kun je zien of je Thora volbrengt. 

0ok Lucas maakt duidelijk dat juist in je omgang  met degenen die het moeilijk hebben in de samenleving, duidelijk wordt of je leeft in de lijn van Jezus van Nazareth of juist niet.

Hoe ga je om met mensen die hier op aarde gaan door een hel van eenzaam-heid, armoede, pesterij, discriminatie, dakloosheid onderdrukking en allerlei andere vormen van onrecht?
Die vraag geldt voor de regering… en wordt een vraag aan jou persoonlijk als je 
politieke keuze bepaalt. Niet kiezen, betekent het laten voortbestaan van al het onrecht dat nu nog gebeurt. Wie niet of verkeerd kiest, stookt de hel nog wat op… Je kunt die vraag ook stellen aan de gemeente…

Hoe gaan we als protestantse gemeente om met de armen in onze dorpen en in de naburige stad? Zijn we kerk voor ons persoonlijk zielenheil of vormen we een gemeente ter wille van de samenleving? Bestaat ons diaconaat uit het geven van geld aan doelen die ons bevallen of nemen we verantwoordelijkheid voor mensen in een situatie van onrecht. Het diaconaat hoort geen kerkelijke liefdadigheid te zijn, maar inzet voor gerechtigheid en vrede. Hoe je dat doet?
Daartoe heeft God zelf ons een handleiding verschaft, die glashelder is voor particulieren en politici, voor gemeenten en parochies… Je mag gaan in het spoor van de God die in psalm 146 wordt bezongen:

Hij blijft bedacht op trouw voor altijd.
Voor het recht van de onderdrukten komt hij op.
Hij geeft hongerigen brood, de Heer maakt gevangenen vrij
De Heer opent blinden de ogen; De Heer richt verslagenen op
De Heer heeft rechtvaardigen lief; neemt de vreemdeling in bescherming
wees en weduwe staat Hij bij.

 

Veel Christenen hopen na hun dood te worden verenigd met de Schepper in de hemel. Hoe dat zal zijn, weten we niet.
God is op aarde bezig…door middel van zijn kerk.
Hij roept de gemeente om schepper naast God  te zijn;
Een christen mag geloven dat zijn inzet leidt tot:
“Uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel.”

 

De aarde vervuld van recht en vrede.  Een samenleving zoals God bedoelt.
Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, daalt neer
en de Eeuwige woont te midden van de mensen.

Geloven anno 2016 betekent – denk ik – vertrouwen op een God
die mensen inschakelt om hier en nu “hemel op aarde” te creëren.
We hebben nog een lange weg te gaan… maar er zijn tekenen van hoop.
Er is geloofsgemeenschap… dwars door alle kerken heen
die Esther als straatpastor de straat op laat gaan ter wille van de daklozen.
die Soleil, Esther en Margriet inhuurt als hulpverleners voor mensen in crisis.
die bezig is een inloophuis te creëren, waar mensen elkaar ontmoeten en hun hulpvragen op tafel kunnen leggen.
die mensen ronselt om maatje te worden van iemand die in de schulden raakt.
die langdurig verantwoordelijk wil zijn voor een projecten in de derde wereld.
die vluchtelingen opvangt en helpt hun weg te vinden in onze samenleving.
 
Nee, het is niet hopeloos. Het is niet zonder perspectief. Het is klip en klaar welke kant het opgaat … Het gaat richting koninkrijk…
waar Gods wil geschiedt op aarde zoals in de hemel.

Dat het mag zijn – in de naam van de vader en de zoon en de heilige Geest.
AMEN


 




 

Lieve mensen van God,

De rijke man en de arme Lazarus.
Een bekend verhaal waar ik vanmorgen drie elementen uitlicht,
die ieder op zich een hele preek waard zouden zijn.  
Het gaat om 1. arm en rijk  2. hiernamaals en hiernumaals. 3. hel en hemel  

Arm – rijk
Enkele weken geleden wijdde dagblad Trouw een serie artikelen aan kerkelijke gemeenten in enkele zeer welvarende dorpen in ons land. Ik noteerde een uitspraak van Ds. Ad Nieuwkoop, die – zo schreef de journalist- op zondagmorgen de mores in Bloemendaal fileert.
De dominee zei: “Wij moeten als bevoorrechten gestoord worden in onze voorspoedige leventjes.” Nou, als dat zijn doel is, dan kan hij zich het de teksten van vanmorgen helemaal uitleven. 

Lucas vertelt over een rijk man, die een uitbundig leven lijdt.
Hij kleedt zich in purperen gewaden, zo horen we.
Ik stel me iemand voor in onze tijd.
Hij gaat modieus gekleed, houdt zich altijd en overal aan de dresscodes.
Op de golfbaan een keurige polo met kraag – in de broek gedragen.
Op jacht gaat hij in een groenbruin jagerskostuum; een hoed met een veertje.
Op zijn 80 meter lange motorjacht met drie zwembaden,
draagt hij smetteloos wit en zie je hem nooit zonder kapiteinspet.  
De anderen aan boord moeten wel weten wie de boswachter is!  

Het is elke dag feest is in zijn huis.
Ik stel ik me villa voor op een  ommuurde compound,
waar je zonder speciaal pasje echt niet binnenkomt.
Bij de bewaakte achteringang komt een vaste cateraar
dagelijks kostelijke spijzen afleveren, die binnen met belegen wijnen
worden weggespoeld.
Bij de poort zit een bedelaar. Die hoopt op wat restjes.
De enige zorg die aan hem wordt besteed: een hond,
die trouw zijn wonden komt likken.

Overdrijf ik de rijkdom? Overdrijf ik de tegenstelling? Ja, ik overdrijf…
Mijn fantasie maakt de man nog veel rijker dan die in het verhaal.
Waarom? Nou…die man moet natuurlijk niet echt op u en mij lijken, toch?
We moesten eens gestoord worden in onze voorspoedige leventjes…
Ze komen allebei te overlijden.
Lazarus wordt door engelen weggedragen.
Hij mag rusten aan het hart van aartsvader Abraham.
Lazarus’ leven lijkt volkomen zinloos,
maar tot op vandaag wordt zijn naam overal ter wereld genoemd.

De rijke wordt prijsgegeven aan een naamloos graf.
Zo iemand is het gedenken niet waard.
Die mens mag geen naam hebben.

Eigen schuld, dikke bult!
Boontje komt om zijn loontje.
Ja, wij, keurige christenmensen, begrijpen heel goed,
waarom die rijkaard naamloos wordt afgevoerd naar de hel!
Had hij maar moeten omzien naar die arme Lazarus.

Hoe komt het toch dat Lazarus er op aarde zo bekaaid afkomt?
Is hij ongeschoold? Is hij gescheiden? Ex-gedetineerd misschien?
Bleek de hypotheek onder water te staan?
Het verhaal vertelt het niet. Het doet er niet toe.
De arme Lazarus is er en hij ligt aan de poort van de rijke.

Ik had ooit het voorrecht een groep theologiestudenten in Burundi,
iets te mogen vertellen over het kerkelijk leven in Europa.
In de gesprekken werd me duidelijk hoe belangrijk HOOP is
voor mensen in het arme deel van de wereld.
Ze doorstaan het onrecht van de armoe op basis van hoop.  
Hoop op een beter leven hier…  
maar vooral hoop op een beter leven in het hiernamaals.

Toen ik vertelde, dat wij Europeanen daar niet zo mee bezig zijn,
keken ze mij ongelovig aan. Het verbaasde hen zeer dat gelovigen in onze kerken veelal denken, dat het leven op aarde geleefd mag/moet worden.
Ze konden zich niet indenken dat menig gelovige hier zich nauwelijks
een voorstelling maakt van een leven na de dood.
“Dat zien we dan wel weer!” is immers een veel gehoorde opmerking.
Onze inzet is gericht op een samenleving die je “hemel op aarde” kunt
noemen: Gods koninkrijk, veelbelovend land, het paradijs.  
We bidden immers dagelijks: “Uw koninkrijk kome,
Uw wil geschiede op aarde zoals ook in de hemel.

De sociaaleconomische omstandigheden van mensen,
zijn mede bepalend voor hun manier van geloven.
Ik hoorde pasgeleden nog een mooi voorbeeld uit onze kerkgeschiedenis.
Het betreft Doopsgezinden in de 17-de eeuw.
In Friesland woonden nogal wat arme doperse boeren.
Ze waren zeer afhankelijk van de natuur. Die Friese doopsgezinden ontwikkelden een orthodox soort geloof, waarin de natuurkrachten werd gezien als instrumenten waarmee de Eeuwige, de mensheid beloont en straft.   
De mens is een nietig wezen dat volkomen afhankelijk is van een strenge, doch rechtvaardige God.

In diezelfde tijd groeide in de doopsgezinde gemeenschap van het rijke Amsterdam een meer vrijzinnige geloofsopvatting. Daar werd het beteugelen van de natuurkrachten gezien als de opdracht van mens. De mens als Schepper naast God. Adriaan Leeghwater – de molenbouwer, die o.a. de Beemster droog maalde, was doopsgezind. Ingenieur Cornelis Lely, de man van de Zuiderzee-werken, behoorde ook tot die groepering. We hebben onze droge voeten te danken aan… de doopsgezinden. U kent waarschijnlijk de uitspraak: God schiep de werelds, maar de Nederlanders hebben Holland gemaakt.
De mens, schepper naast God, is verantwoordelijk voor het leven op aarde.
Dat geldt niet alleen voor onze droge voeten, maar ook voor de onderlinge verhoudingen. Voor de verhoudingen tussen arm en rijk, bijvoorbeeld.
Daarmee zijn we terug bij onze lezingen.

We lazen Amos, die ongeveer 750 voor Chr. leefde en Lucas, die schreef in de tweede helft van de eerste eeuw… en we lezen de krant.  
Conclusie: Armoede is van alle tijden. Dat is zo!
Armoede bepaalt tot op de dag van vandaag het leven van miljoenen mensen.
Op heel wat plaatsen, o.a. in Burundi, maakt armoe het leven tot een hel,
al was het maar omdat ze ook daar naar westerse TV-series kijken.

Hoe ga je om met de armoede van je medemens. Amos en Lucas verkondigen  beide dat die vraag het scharnierpunt is waar alles om draait bij de God van Israël. Armoe is onrecht dat bestreden moet worden: Uw wil geschiede op aarde, zoals in de hemel.

En… Laten we er maar niet omheen draaien. Wij behoren tot degenen,
die hun schaapjes op het droge hebben. Voor u en mij is de cruciale vraag:
Hoe gaan we om met de armen?

Als het om landen als Burundi gaat, stuiten we op politieke en economische mechanismen, waar we niet zo gek veel invloed op hebben. We verzuchten dat we er toch niks aan kunnen doen en als we iets doen, is het maar heel kleine druppel op een heel grote gloeiende plaat. Jammer maar helaas.

Hoort u het ook? De stemmen van Amos en Lucas verdwijnen naar de achtergrond. Er staan uitleggers op die ons vertellen dat het in deze teksten over hogere geestelijke waarden gaat. Over het hiernamaals. Jehova’s getuigen komen je uitleggen, dat je je bij dat genootschap moet aansluiten om niet te hoeven lijden in het hiernamaals, zoals de rijke bij Lucas.

Armoede… is er altijd al geweest en zal er altijd zijn. Daar doe je niks aan.
Wie zo denkt is geen stap verder dan de afgodendienaars in bijbelse tijden.
Dat is nou heidendom. Alles maar over laten aan de machten van de natuur
en aan machtige mensen, die er slim van profiteren. Wat een armzalige visie op het leven! Wat een armzalige visie op het geloof in Gods koninkrijk.

Die manier van denken haalt de angel uit de profetie.
Die manier van denken negeert de uitdaging uit het evangelie.
In Afrika houd je het in het hiernumaals niet vol, zonder de hoop op het hiernamaals. Het zij onze broeders en zusters van harte gegund.

Maar als je aan de rijke kant van de kloof staat en al het onrecht maar laat voortbestaan… die mens stelt niks voor. Die mens levert geen enkele bijdrage aan Gods koninkrijk: Uw wil geschiedde op aarde zoals in de hemel.
Die bede in het Onze Vader wordt concreet in de harde woorden van Amos  tegen de rijken van zijn tijd; en in het uitdagende verhaal van Lucas.

Als we spreken over het koninkrijk Gods, waar zijn wil geschiedt dan gaat het over hier en nu. Als het gaat over de zin van joue leven, is de vraag:
Welke bijdrage heb jij geleverd?
Hoe heb jij je laten inspireren door Amos en door Lucas en ben je aan de slag gegaan? Of heb je je in slaap laten sussen met hiernamaalsverhalen…ben je weggezapt bij dat eentonig getik van de druppels op de gloeiende plaat.

Ik ken een jonge vrouw. Annick heet ze. Ze leeft op die gloeiende plaat…
Ze woont op de plek waar zo’n druppel viel.
Haar moeder was, toen ik haar in 2003 leerde kennen, weduwe.
Die moeder had groetenwinkeltje opgezet met een microkrediet,
waarvoor in  Nederland geld was ingezameld. Er was geld om Annick naar de basisschool te laten gaan. Haar moeder is plotseling overleden.
Dank zij een project van de kerk waartoe ze behoort kon ze toch naar het V.O.
Ze is twee jaar geleden afgestudeerd aan Hope University in Bujumbura.
Ze werkt bij een goed betalende buitenlandse firma. Met haar salaris betaalt ze de opleiding van haar jongere broertjes en zusjes. Een mooi verhaal? Zeker! Een waar verhaal ook… en een veilig verhaal; want Annick en haar familie blijven wel in Bujumbura.

Maar er zijn ook andere verhalen. Verhalen over mensen op de vlucht voor oorlogsgeweld. Verhalen over mensen die vandaag bivakkeren voor de poort van schatrijk Europa… En wat doet schatrijk Europa? Europa stelt vragen…

Waarom zijn deze mensen ze gevlucht?
Toch niet alleen maar om aan de armoe te ontkomen, hè? 
Het zijn toch niet van die volwassenen, die alles en iedereen achter laten en
hun leven wagen in gammele bootjes, om toekomst te creëren voor hun kinderen?  Dat zijn zeer moedige mensen. Maar wij plakken er een etiket op: Economische vluchteling! We laten ze niet toe!

Amos roept op tot bekering. Keer terug naar Thora!
Amos vermaant zijn volksgenoten omdat ze Gods wet veronachtzamen.
De profeet wijst de koning en de andere rijken op dat scharnierpunt.
Je maakt Thora zichtbaar als je omziet naar de arme, de weduwe, de wees, de vreemdeling. Daaraan kun je zien of je Thora volbrengt. 

0ok Lucas maakt duidelijk dat juist in je omgang  met degenen die het moeilijk hebben in de samenleving, duidelijk wordt of je leeft in de lijn van Jezus van Nazareth of juist niet.

Hoe ga je om met mensen die hier op aarde gaan door een hel van eenzaam-heid, armoede, pesterij, discriminatie, dakloosheid onderdrukking en allerlei andere vormen van onrecht?
Die vraag geldt voor de regering… en wordt een vraag aan jou persoonlijk als je 
politieke keuze bepaalt. Niet kiezen, betekent het laten voortbestaan van al het onrecht dat nu nog gebeurt. Wie niet of verkeerd kiest, stookt de hel nog wat op… Je kunt die vraag ook stellen aan de gemeente…

Hoe gaan we als protestantse gemeente om met de armen in onze dorpen en in de naburige stad? Zijn we kerk voor ons persoonlijk zielenheil of vormen we een gemeente ter wille van de samenleving? Bestaat ons diaconaat uit het geven van geld aan doelen die ons bevallen of nemen we verantwoordelijkheid voor mensen in een situatie van onrecht. Het diaconaat hoort geen kerkelijke liefdadigheid te zijn, maar inzet voor gerechtigheid en vrede. Hoe je dat doet?
Daartoe heeft God zelf ons een handleiding verschaft, die glashelder is voor particulieren en politici, voor gemeenten en parochies… Je mag gaan in het spoor van de God die in psalm 146 wordt bezongen:

Hij blijft bedacht op trouw voor altijd.
Voor het recht van de onderdrukten komt hij op.
Hij geeft hongerigen brood, de Heer maakt gevangenen vrij
De Heer opent blinden de ogen; De Heer richt verslagenen op
De Heer heeft rechtvaardigen lief; neemt de vreemdeling in bescherming
wees en weduwe staat Hij bij.

 

Veel Christenen hopen na hun dood te worden verenigd met de Schepper in de hemel. Hoe dat zal zijn, weten we niet.
God is op aarde bezig…door middel van zijn kerk.
Hij roept de gemeente om schepper naast God  te zijn;
Een christen mag geloven dat zijn inzet leidt tot:
“Uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel.”

 

De aarde vervuld van recht en vrede.  Een samenleving zoals God bedoelt.
Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, daalt neer
en de Eeuwige woont te midden van de mensen.

Geloven anno 2016 betekent – denk ik – vertrouwen op een God
die mensen inschakelt om hier en nu “hemel op aarde” te creëren.
We hebben nog een lange weg te gaan… maar er zijn tekenen van hoop.
Er is geloofsgemeenschap… dwars door alle kerken heen
die Esther als straatpastor de straat op laat gaan ter wille van de daklozen.
die Soleil, Esther en Margriet inhuurt als hulpverleners voor mensen in crisis.
die bezig is een inloophuis te creëren, waar mensen elkaar ontmoeten en hun hulpvragen op tafel kunnen leggen.
die mensen ronselt om maatje te worden van iemand die in de schulden raakt.
die langdurig verantwoordelijk wil zijn voor een projecten in de derde wereld.
die vluchtelingen opvangt en helpt hun weg te vinden in onze samenleving.
 
Nee, het is niet hopeloos. Het is niet zonder perspectief. Het is klip en klaar welke kant het opgaat … Het gaat richting koninkrijk…
waar Gods wil geschiedt op aarde zoals in de hemel.

Dat het mag zijn – in de naam van de vader en de zoon en de heilige Geest.
AMEN


 




 

Lieve mensen van God,

De rijke man en de arme Lazarus.
Een bekend verhaal waar ik vanmorgen drie elementen uitlicht,
die ieder op zich een hele preek waard zouden zijn.  
Het gaat om 1. arm en rijk  2. hiernamaals en hiernumaals. 3. hel en hemel  

Arm – rijk
Enkele weken geleden wijdde dagblad Trouw een serie artikelen aan kerkelijke gemeenten in enkele zeer welvarende dorpen in ons land. Ik noteerde een uitspraak van Ds. Ad Nieuwkoop, die – zo schreef de journalist- op zondagmorgen de mores in Bloemendaal fileert.
De dominee zei: “Wij moeten als bevoorrechten gestoord worden in onze voorspoedige leventjes.” Nou, als dat zijn doel is, dan kan hij zich het de teksten van vanmorgen helemaal uitleven. 

Lucas vertelt over een rijk man, die een uitbundig leven lijdt.
Hij kleedt zich in purperen gewaden, zo horen we.
Ik stel me iemand voor in onze tijd.
Hij gaat modieus gekleed, houdt zich altijd en overal aan de dresscodes.
Op de golfbaan een keurige polo met kraag – in de broek gedragen.
Op jacht gaat hij in een groenbruin jagerskostuum; een hoed met een veertje.
Op zijn 80 meter lange motorjacht met drie zwembaden,
draagt hij smetteloos wit en zie je hem nooit zonder kapiteinspet.  
De anderen aan boord moeten wel weten wie de boswachter is!  

Het is elke dag feest is in zijn huis.
Ik stel ik me villa voor op een  ommuurde compound,
waar je zonder speciaal pasje echt niet binnenkomt.
Bij de bewaakte achteringang komt een vaste cateraar
dagelijks kostelijke spijzen afleveren, die binnen met belegen wijnen
worden weggespoeld.
Bij de poort zit een bedelaar. Die hoopt op wat restjes.
De enige zorg die aan hem wordt besteed: een hond,
die trouw zijn wonden komt likken.

Overdrijf ik de rijkdom? Overdrijf ik de tegenstelling? Ja, ik overdrijf…
Mijn fantasie maakt de man nog veel rijker dan die in het verhaal.
Waarom? Nou…die man moet natuurlijk niet echt op u en mij lijken, toch?
We moesten eens gestoord worden in onze voorspoedige leventjes…
Ze komen allebei te overlijden.
Lazarus wordt door engelen weggedragen.
Hij mag rusten aan het hart van aartsvader Abraham.
Lazarus’ leven lijkt volkomen zinloos,
maar tot op vandaag wordt zijn naam overal ter wereld genoemd.

De rijke wordt prijsgegeven aan een naamloos graf.
Zo iemand is het gedenken niet waard.
Die mens mag geen naam hebben.

Eigen schuld, dikke bult!
Boontje komt om zijn loontje.
Ja, wij, keurige christenmensen, begrijpen heel goed,
waarom die rijkaard naamloos wordt afgevoerd naar de hel!
Had hij maar moeten omzien naar die arme Lazarus.

Hoe komt het toch dat Lazarus er op aarde zo bekaaid afkomt?
Is hij ongeschoold? Is hij gescheiden? Ex-gedetineerd misschien?
Bleek de hypotheek onder water te staan?
Het verhaal vertelt het niet. Het doet er niet toe.
De arme Lazarus is er en hij ligt aan de poort van de rijke.

Ik had ooit het voorrecht een groep theologiestudenten in Burundi,
iets te mogen vertellen over het kerkelijk leven in Europa.
In de gesprekken werd me duidelijk hoe belangrijk HOOP is
voor mensen in het arme deel van de wereld.
Ze doorstaan het onrecht van de armoe op basis van hoop.  
Hoop op een beter leven hier…  
maar vooral hoop op een beter leven in het hiernamaals.

Toen ik vertelde, dat wij Europeanen daar niet zo mee bezig zijn,
keken ze mij ongelovig aan. Het verbaasde hen zeer dat gelovigen in onze kerken veelal denken, dat het leven op aarde geleefd mag/moet worden.
Ze konden zich niet indenken dat menig gelovige hier zich nauwelijks
een voorstelling maakt van een leven na de dood.
“Dat zien we dan wel weer!” is immers een veel gehoorde opmerking.
Onze inzet is gericht op een samenleving die je “hemel op aarde” kunt
noemen: Gods koninkrijk, veelbelovend land, het paradijs.  
We bidden immers dagelijks: “Uw koninkrijk kome,
Uw wil geschiede op aarde zoals ook in de hemel.

De sociaaleconomische omstandigheden van mensen,
zijn mede bepalend voor hun manier van geloven.
Ik hoorde pasgeleden nog een mooi voorbeeld uit onze kerkgeschiedenis.
Het betreft Doopsgezinden in de 17-de eeuw.
In Friesland woonden nogal wat arme doperse boeren.
Ze waren zeer afhankelijk van de natuur. Die Friese doopsgezinden ontwikkelden een orthodox soort geloof, waarin de natuurkrachten werd gezien als instrumenten waarmee de Eeuwige, de mensheid beloont en straft.   
De mens is een nietig wezen dat volkomen afhankelijk is van een strenge, doch rechtvaardige God.

In diezelfde tijd groeide in de doopsgezinde gemeenschap van het rijke Amsterdam een meer vrijzinnige geloofsopvatting. Daar werd het beteugelen van de natuurkrachten gezien als de opdracht van mens. De mens als Schepper naast God. Adriaan Leeghwater – de molenbouwer, die o.a. de Beemster droog maalde, was doopsgezind. Ingenieur Cornelis Lely, de man van de Zuiderzee-werken, behoorde ook tot die groepering. We hebben onze droge voeten te danken aan… de doopsgezinden. U kent waarschijnlijk de uitspraak: God schiep de werelds, maar de Nederlanders hebben Holland gemaakt.
De mens, schepper naast God, is verantwoordelijk voor het leven op aarde.
Dat geldt niet alleen voor onze droge voeten, maar ook voor de onderlinge verhoudingen. Voor de verhoudingen tussen arm en rijk, bijvoorbeeld.
Daarmee zijn we terug bij onze lezingen.

We lazen Amos, die ongeveer 750 voor Chr. leefde en Lucas, die schreef in de tweede helft van de eerste eeuw… en we lezen de krant.  
Conclusie: Armoede is van alle tijden. Dat is zo!
Armoede bepaalt tot op de dag van vandaag het leven van miljoenen mensen.
Op heel wat plaatsen, o.a. in Burundi, maakt armoe het leven tot een hel,
al was het maar omdat ze ook daar naar westerse TV-series kijken.

Hoe ga je om met de armoede van je medemens. Amos en Lucas verkondigen  beide dat die vraag het scharnierpunt is waar alles om draait bij de God van Israël. Armoe is onrecht dat bestreden moet worden: Uw wil geschiede op aarde, zoals in de hemel.

En… Laten we er maar niet omheen draaien. Wij behoren tot degenen,
die hun schaapjes op het droge hebben. Voor u en mij is de cruciale vraag:
Hoe gaan we om met de armen?

Als het om landen als Burundi gaat, stuiten we op politieke en economische mechanismen, waar we niet zo gek veel invloed op hebben. We verzuchten dat we er toch niks aan kunnen doen en als we iets doen, is het maar heel kleine druppel op een heel grote gloeiende plaat. Jammer maar helaas.

Hoort u het ook? De stemmen van Amos en Lucas verdwijnen naar de achtergrond. Er staan uitleggers op die ons vertellen dat het in deze teksten over hogere geestelijke waarden gaat. Over het hiernamaals. Jehova’s getuigen komen je uitleggen, dat je je bij dat genootschap moet aansluiten om niet te hoeven lijden in het hiernamaals, zoals de rijke bij Lucas.

Armoede… is er altijd al geweest en zal er altijd zijn. Daar doe je niks aan.
Wie zo denkt is geen stap verder dan de afgodendienaars in bijbelse tijden.
Dat is nou heidendom. Alles maar over laten aan de machten van de natuur
en aan machtige mensen, die er slim van profiteren. Wat een armzalige visie op het leven! Wat een armzalige visie op het geloof in Gods koninkrijk.

Die manier van denken haalt de angel uit de profetie.
Die manier van denken negeert de uitdaging uit het evangelie.
In Afrika houd je het in het hiernumaals niet vol, zonder de hoop op het hiernamaals. Het zij onze broeders en zusters van harte gegund.

Maar als je aan de rijke kant van de kloof staat en al het onrecht maar laat voortbestaan… die mens stelt niks voor. Die mens levert geen enkele bijdrage aan Gods koninkrijk: Uw wil geschiedde op aarde zoals in de hemel.
Die bede in het Onze Vader wordt concreet in de harde woorden van Amos  tegen de rijken van zijn tijd; en in het uitdagende verhaal van Lucas.

Als we spreken over het koninkrijk Gods, waar zijn wil geschiedt dan gaat het over hier en nu. Als het gaat over de zin van joue leven, is de vraag:
Welke bijdrage heb jij geleverd?
Hoe heb jij je laten inspireren door Amos en door Lucas en ben je aan de slag gegaan? Of heb je je in slaap laten sussen met hiernamaalsverhalen…ben je weggezapt bij dat eentonig getik van de druppels op de gloeiende plaat.

Ik ken een jonge vrouw. Annick heet ze. Ze leeft op die gloeiende plaat…
Ze woont op de plek waar zo’n druppel viel.
Haar moeder was, toen ik haar in 2003 leerde kennen, weduwe.
Die moeder had groetenwinkeltje opgezet met een microkrediet,
waarvoor in  Nederland geld was ingezameld. Er was geld om Annick naar de basisschool te laten gaan. Haar moeder is plotseling overleden.
Dank zij een project van de kerk waartoe ze behoort kon ze toch naar het V.O.
Ze is twee jaar geleden afgestudeerd aan Hope University in Bujumbura.
Ze werkt bij een goed betalende buitenlandse firma. Met haar salaris betaalt ze de opleiding van haar jongere broertjes en zusjes. Een mooi verhaal? Zeker! Een waar verhaal ook… en een veilig verhaal; want Annick en haar familie blijven wel in Bujumbura.

Maar er zijn ook andere verhalen. Verhalen over mensen op de vlucht voor oorlogsgeweld. Verhalen over mensen die vandaag bivakkeren voor de poort van schatrijk Europa… En wat doet schatrijk Europa? Europa stelt vragen…

Waarom zijn deze mensen ze gevlucht?
Toch niet alleen maar om aan de armoe te ontkomen, hè? 
Het zijn toch niet van die volwassenen, die alles en iedereen achter laten en
hun leven wagen in gammele bootjes, om toekomst te creëren voor hun kinderen?  Dat zijn zeer moedige mensen. Maar wij plakken er een etiket op: Economische vluchteling! We laten ze niet toe!

Amos roept op tot bekering. Keer terug naar Thora!
Amos vermaant zijn volksgenoten omdat ze Gods wet veronachtzamen.
De profeet wijst de koning en de andere rijken op dat scharnierpunt.
Je maakt Thora zichtbaar als je omziet naar de arme, de weduwe, de wees, de vreemdeling. Daaraan kun je zien of je Thora volbrengt. 

0ok Lucas maakt duidelijk dat juist in je omgang  met degenen die het moeilijk hebben in de samenleving, duidelijk wordt of je leeft in de lijn van Jezus van Nazareth of juist niet.

Hoe ga je om met mensen die hier op aarde gaan door een hel van eenzaam-heid, armoede, pesterij, discriminatie, dakloosheid onderdrukking en allerlei andere vormen van onrecht?
Die vraag geldt voor de regering… en wordt een vraag aan jou persoonlijk als je 
politieke keuze bepaalt. Niet kiezen, betekent het laten voortbestaan van al het onrecht dat nu nog gebeurt. Wie niet of verkeerd kiest, stookt de hel nog wat op… Je kunt die vraag ook stellen aan de gemeente…

Hoe gaan we als protestantse gemeente om met de armen in onze dorpen en in de naburige stad? Zijn we kerk voor ons persoonlijk zielenheil of vormen we een gemeente ter wille van de samenleving? Bestaat ons diaconaat uit het geven van geld aan doelen die ons bevallen of nemen we verantwoordelijkheid voor mensen in een situatie van onrecht. Het diaconaat hoort geen kerkelijke liefdadigheid te zijn, maar inzet voor gerechtigheid en vrede. Hoe je dat doet?
Daartoe heeft God zelf ons een handleiding verschaft, die glashelder is voor particulieren en politici, voor gemeenten en parochies… Je mag gaan in het spoor van de God die in psalm 146 wordt bezongen:

Hij blijft bedacht op trouw voor altijd.
Voor het recht van de onderdrukten komt hij op.
Hij geeft hongerigen brood, de Heer maakt gevangenen vrij
De Heer opent blinden de ogen; De Heer richt verslagenen op
De Heer heeft rechtvaardigen lief; neemt de vreemdeling in bescherming
wees en weduwe staat Hij bij.

 

Veel Christenen hopen na hun dood te worden verenigd met de Schepper in de hemel. Hoe dat zal zijn, weten we niet.
God is op aarde bezig…door middel van zijn kerk.
Hij roept de gemeente om schepper naast God  te zijn;
Een christen mag geloven dat zijn inzet leidt tot:
“Uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel.”

 

De aarde vervuld van recht en vrede.  Een samenleving zoals God bedoelt.
Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, daalt neer
en de Eeuwige woont te midden van de mensen.

Geloven anno 2016 betekent – denk ik – vertrouwen op een God
die mensen inschakelt om hier en nu “hemel op aarde” te creëren.
We hebben nog een lange weg te gaan… maar er zijn tekenen van hoop.
Er is geloofsgemeenschap… dwars door alle kerken heen
die Esther als straatpastor de straat op laat gaan ter wille van de daklozen.
die Soleil, Esther en Margriet inhuurt als hulpverleners voor mensen in crisis.
die bezig is een inloophuis te creëren, waar mensen elkaar ontmoeten en hun hulpvragen op tafel kunnen leggen.
die mensen ronselt om maatje te worden van iemand die in de schulden raakt.
die langdurig verantwoordelijk wil zijn voor een projecten in de derde wereld.
die vluchtelingen opvangt en helpt hun weg te vinden in onze samenleving.
 
Nee, het is niet hopeloos. Het is niet zonder perspectief. Het is klip en klaar welke kant het opgaat … Het gaat richting koninkrijk…
waar Gods wil geschiedt op aarde zoals in de hemel.

Dat het mag zijn – in de naam van de vader en de zoon en de heilige Geest.
AMEN


 




 

Lieve mensen van God,

De rijke man en de arme Lazarus.
Een bekend verhaal waar ik vanmorgen drie elementen uitlicht,
die ieder op zich een hele preek waard zouden zijn.  
Het gaat om 1. arm en rijk  2. hiernamaals en hiernumaals. 3. hel en hemel  

Arm – rijk
Enkele weken geleden wijdde dagblad Trouw een serie artikelen aan kerkelijke gemeenten in enkele zeer welvarende dorpen in ons land. Ik noteerde een uitspraak van Ds. Ad Nieuwkoop, die – zo schreef de journalist- op zondagmorgen de mores in Bloemendaal fileert.
De dominee zei: “Wij moeten als bevoorrechten gestoord worden in onze voorspoedige leventjes.” Nou, als dat zijn doel is, dan kan hij zich het de teksten van vanmorgen helemaal uitleven. 

Lucas vertelt over een rijk man, die een uitbundig leven lijdt.
Hij kleedt zich in purperen gewaden, zo horen we.
Ik stel me iemand voor in onze tijd.
Hij gaat modieus gekleed, houdt zich altijd en overal aan de dresscodes.
Op de golfbaan een keurige polo met kraag – in de broek gedragen.
Op jacht gaat hij in een groenbruin jagerskostuum; een hoed met een veertje.
Op zijn 80 meter lange motorjacht met drie zwembaden,
draagt hij smetteloos wit en zie je hem nooit zonder kapiteinspet.  
De anderen aan boord moeten wel weten wie de boswachter is!  

Het is elke dag feest is in zijn huis.
Ik stel ik me villa voor op een  ommuurde compound,
waar je zonder speciaal pasje echt niet binnenkomt.
Bij de bewaakte achteringang komt een vaste cateraar
dagelijks kostelijke spijzen afleveren, die binnen met belegen wijnen
worden weggespoeld.
Bij de poort zit een bedelaar. Die hoopt op wat restjes.
De enige zorg die aan hem wordt besteed: een hond,
die trouw zijn wonden komt likken.

Overdrijf ik de rijkdom? Overdrijf ik de tegenstelling? Ja, ik overdrijf…
Mijn fantasie maakt de man nog veel rijker dan die in het verhaal.
Waarom? Nou…die man moet natuurlijk niet echt op u en mij lijken, toch?
We moesten eens gestoord worden in onze voorspoedige leventjes…
Ze komen allebei te overlijden.
Lazarus wordt door engelen weggedragen.
Hij mag rusten aan het hart van aartsvader Abraham.
Lazarus’ leven lijkt volkomen zinloos,
maar tot op vandaag wordt zijn naam overal ter wereld genoemd.

De rijke wordt prijsgegeven aan een naamloos graf.
Zo iemand is het gedenken niet waard.
Die mens mag geen naam hebben.

Eigen schuld, dikke bult!
Boontje komt om zijn loontje.
Ja, wij, keurige christenmensen, begrijpen heel goed,
waarom die rijkaard naamloos wordt afgevoerd naar de hel!
Had hij maar moeten omzien naar die arme Lazarus.

Hoe komt het toch dat Lazarus er op aarde zo bekaaid afkomt?
Is hij ongeschoold? Is hij gescheiden? Ex-gedetineerd misschien?
Bleek de hypotheek onder water te staan?
Het verhaal vertelt het niet. Het doet er niet toe.
De arme Lazarus is er en hij ligt aan de poort van de rijke.

Ik had ooit het voorrecht een groep theologiestudenten in Burundi,
iets te mogen vertellen over het kerkelijk leven in Europa.
In de gesprekken werd me duidelijk hoe belangrijk HOOP is
voor mensen in het arme deel van de wereld.
Ze doorstaan het onrecht van de armoe op basis van hoop.  
Hoop op een beter leven hier…  
maar vooral hoop op een beter leven in het hiernamaals.

Toen ik vertelde, dat wij Europeanen daar niet zo mee bezig zijn,
keken ze mij ongelovig aan. Het verbaasde hen zeer dat gelovigen in onze kerken veelal denken, dat het leven op aarde geleefd mag/moet worden.
Ze konden zich niet indenken dat menig gelovige hier zich nauwelijks
een voorstelling maakt van een leven na de dood.
“Dat zien we dan wel weer!” is immers een veel gehoorde opmerking.
Onze inzet is gericht op een samenleving die je “hemel op aarde” kunt
noemen: Gods koninkrijk, veelbelovend land, het paradijs.  
We bidden immers dagelijks: “Uw koninkrijk kome,
Uw wil geschiede op aarde zoals ook in de hemel.

De sociaaleconomische omstandigheden van mensen,
zijn mede bepalend voor hun manier van geloven.
Ik hoorde pasgeleden nog een mooi voorbeeld uit onze kerkgeschiedenis.
Het betreft Doopsgezinden in de 17-de eeuw.
In Friesland woonden nogal wat arme doperse boeren.
Ze waren zeer afhankelijk van de natuur. Die Friese doopsgezinden ontwikkelden een orthodox soort geloof, waarin de natuurkrachten werd gezien als instrumenten waarmee de Eeuwige, de mensheid beloont en straft.   
De mens is een nietig wezen dat volkomen afhankelijk is van een strenge, doch rechtvaardige God.

In diezelfde tijd groeide in de doopsgezinde gemeenschap van het rijke Amsterdam een meer vrijzinnige geloofsopvatting. Daar werd het beteugelen van de natuurkrachten gezien als de opdracht van mens. De mens als Schepper naast God. Adriaan Leeghwater – de molenbouwer, die o.a. de Beemster droog maalde, was doopsgezind. Ingenieur Cornelis Lely, de man van de Zuiderzee-werken, behoorde ook tot die groepering. We hebben onze droge voeten te danken aan… de doopsgezinden. U kent waarschijnlijk de uitspraak: God schiep de werelds, maar de Nederlanders hebben Holland gemaakt.
De mens, schepper naast God, is verantwoordelijk voor het leven op aarde.
Dat geldt niet alleen voor onze droge voeten, maar ook voor de onderlinge verhoudingen. Voor de verhoudingen tussen arm en rijk, bijvoorbeeld.
Daarmee zijn we terug bij onze lezingen.

We lazen Amos, die ongeveer 750 voor Chr. leefde en Lucas, die schreef in de tweede helft van de eerste eeuw… en we lezen de krant.  
Conclusie: Armoede is van alle tijden. Dat is zo!
Armoede bepaalt tot op de dag van vandaag het leven van miljoenen mensen.
Op heel wat plaatsen, o.a. in Burundi, maakt armoe het leven tot een hel,
al was het maar omdat ze ook daar naar westerse TV-series kijken.

Hoe ga je om met de armoede van je medemens. Amos en Lucas verkondigen  beide dat die vraag het scharnierpunt is waar alles om draait bij de God van Israël. Armoe is onrecht dat bestreden moet worden: Uw wil geschiede op aarde, zoals in de hemel.

En… Laten we er maar niet omheen draaien. Wij behoren tot degenen,
die hun schaapjes op het droge hebben. Voor u en mij is de cruciale vraag:
Hoe gaan we om met de armen?

Als het om landen als Burundi gaat, stuiten we op politieke en economische mechanismen, waar we niet zo gek veel invloed op hebben. We verzuchten dat we er toch niks aan kunnen doen en als we iets doen, is het maar heel kleine druppel op een heel grote gloeiende plaat. Jammer maar helaas.

Hoort u het ook? De stemmen van Amos en Lucas verdwijnen naar de achtergrond. Er staan uitleggers op die ons vertellen dat het in deze teksten over hogere geestelijke waarden gaat. Over het hiernamaals. Jehova’s getuigen komen je uitleggen, dat je je bij dat genootschap moet aansluiten om niet te hoeven lijden in het hiernamaals, zoals de rijke bij Lucas.

Armoede… is er altijd al geweest en zal er altijd zijn. Daar doe je niks aan.
Wie zo denkt is geen stap verder dan de afgodendienaars in bijbelse tijden.
Dat is nou heidendom. Alles maar over laten aan de machten van de natuur
en aan machtige mensen, die er slim van profiteren. Wat een armzalige visie op het leven! Wat een armzalige visie op het geloof in Gods koninkrijk.

Die manier van denken haalt de angel uit de profetie.
Die manier van denken negeert de uitdaging uit het evangelie.
In Afrika houd je het in het hiernumaals niet vol, zonder de hoop op het hiernamaals. Het zij onze broeders en zusters van harte gegund.

Maar als je aan de rijke kant van de kloof staat en al het onrecht maar laat voortbestaan… die mens stelt niks voor. Die mens levert geen enkele bijdrage aan Gods koninkrijk: Uw wil geschiedde op aarde zoals in de hemel.
Die bede in het Onze Vader wordt concreet in de harde woorden van Amos  tegen de rijken van zijn tijd; en in het uitdagende verhaal van Lucas.

Als we spreken over het koninkrijk Gods, waar zijn wil geschiedt dan gaat het over hier en nu. Als het gaat over de zin van joue leven, is de vraag:
Welke bijdrage heb jij geleverd?
Hoe heb jij je laten inspireren door Amos en door Lucas en ben je aan de slag gegaan? Of heb je je in slaap laten sussen met hiernamaalsverhalen…ben je weggezapt bij dat eentonig getik van de druppels op de gloeiende plaat.

Ik ken een jonge vrouw. Annick heet ze. Ze leeft op die gloeiende plaat…
Ze woont op de plek waar zo’n druppel viel.
Haar moeder was, toen ik haar in 2003 leerde kennen, weduwe.
Die moeder had groetenwinkeltje opgezet met een microkrediet,
waarvoor in  Nederland geld was ingezameld. Er was geld om Annick naar de basisschool te laten gaan. Haar moeder is plotseling overleden.
Dank zij een project van de kerk waartoe ze behoort kon ze toch naar het V.O.
Ze is twee jaar geleden afgestudeerd aan Hope University in Bujumbura.
Ze werkt bij een goed betalende buitenlandse firma. Met haar salaris betaalt ze de opleiding van haar jongere broertjes en zusjes. Een mooi verhaal? Zeker! Een waar verhaal ook… en een veilig verhaal; want Annick en haar familie blijven wel in Bujumbura.

Maar er zijn ook andere verhalen. Verhalen over mensen op de vlucht voor oorlogsgeweld. Verhalen over mensen die vandaag bivakkeren voor de poort van schatrijk Europa… En wat doet schatrijk Europa? Europa stelt vragen…

Waarom zijn deze mensen ze gevlucht?
Toch niet alleen maar om aan de armoe te ontkomen, hè? 
Het zijn toch niet van die volwassenen, die alles en iedereen achter laten en
hun leven wagen in gammele bootjes, om toekomst te creëren voor hun kinderen?  Dat zijn zeer moedige mensen. Maar wij plakken er een etiket op: Economische vluchteling! We laten ze niet toe!

Amos roept op tot bekering. Keer terug naar Thora!
Amos vermaant zijn volksgenoten omdat ze Gods wet veronachtzamen.
De profeet wijst de koning en de andere rijken op dat scharnierpunt.
Je maakt Thora zichtbaar als je omziet naar de arme, de weduwe, de wees, de vreemdeling. Daaraan kun je zien of je Thora volbrengt. 

0ok Lucas maakt duidelijk dat juist in je omgang  met degenen die het moeilijk hebben in de samenleving, duidelijk wordt of je leeft in de lijn van Jezus van Nazareth of juist niet.

Hoe ga je om met mensen die hier op aarde gaan door een hel van eenzaam-heid, armoede, pesterij, discriminatie, dakloosheid onderdrukking en allerlei andere vormen van onrecht?
Die vraag geldt voor de regering… en wordt een vraag aan jou persoonlijk als je 
politieke keuze bepaalt. Niet kiezen, betekent het laten voortbestaan van al het onrecht dat nu nog gebeurt. Wie niet of verkeerd kiest, stookt de hel nog wat op… Je kunt die vraag ook stellen aan de gemeente…

Hoe gaan we als protestantse gemeente om met de armen in onze dorpen en in de naburige stad? Zijn we kerk voor ons persoonlijk zielenheil of vormen we een gemeente ter wille van de samenleving? Bestaat ons diaconaat uit het geven van geld aan doelen die ons bevallen of nemen we verantwoordelijkheid voor mensen in een situatie van onrecht. Het diaconaat hoort geen kerkelijke liefdadigheid te zijn, maar inzet voor gerechtigheid en vrede. Hoe je dat doet?
Daartoe heeft God zelf ons een handleiding verschaft, die glashelder is voor particulieren en politici, voor gemeenten en parochies… Je mag gaan in het spoor van de God die in psalm 146 wordt bezongen:

Hij blijft bedacht op trouw voor altijd.
Voor het recht van de onderdrukten komt hij op.
Hij geeft hongerigen brood, de Heer maakt gevangenen vrij
De Heer opent blinden de ogen; De Heer richt verslagenen op
De Heer heeft rechtvaardigen lief; neemt de vreemdeling in bescherming
wees en weduwe staat Hij bij.

 

Veel Christenen hopen na hun dood te worden verenigd met de Schepper in de hemel. Hoe dat zal zijn, weten we niet.
God is op aarde bezig…door middel van zijn kerk.
Hij roept de gemeente om schepper naast God  te zijn;
Een christen mag geloven dat zijn inzet leidt tot:
“Uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel.”

 

De aarde vervuld van recht en vrede.  Een samenleving zoals God bedoelt.
Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, daalt neer
en de Eeuwige woont te midden van de mensen.

Geloven anno 2016 betekent – denk ik – vertrouwen op een God
die mensen inschakelt om hier en nu “hemel op aarde” te creëren.
We hebben nog een lange weg te gaan… maar er zijn tekenen van hoop.
Er is geloofsgemeenschap… dwars door alle kerken heen
die Esther als straatpastor de straat op laat gaan ter wille van de daklozen.
die Soleil, Esther en Margriet inhuurt als hulpverleners voor mensen in crisis.
die bezig is een inloophuis te creëren, waar mensen elkaar ontmoeten en hun hulpvragen op tafel kunnen leggen.
die mensen ronselt om maatje te worden van iemand die in de schulden raakt.
die langdurig verantwoordelijk wil zijn voor een projecten in de derde wereld.
die vluchtelingen opvangt en helpt hun weg te vinden in onze samenleving.
 
Nee, het is niet hopeloos. Het is niet zonder perspectief. Het is klip en klaar welke kant het opgaat … Het gaat richting koninkrijk…
waar Gods wil geschiedt op aarde zoals in de hemel.

Dat het mag zijn – in de naam van de vader en de zoon en de heilige Geest.
AMEN


 




 

Lieve mensen van God,

De rijke man en de arme Lazarus.
Een bekend verhaal waar ik vanmorgen drie elementen uitlicht,
die ieder op zich een hele preek waard zouden zijn.  
Het gaat om 1. arm en rijk  2. hiernamaals en hiernumaals. 3. hel en hemel  

Arm – rijk
Enkele weken geleden wijdde dagblad Trouw een serie artikelen aan kerkelijke gemeenten in enkele zeer welvarende dorpen in ons land. Ik noteerde een uitspraak van Ds. Ad Nieuwkoop, die – zo schreef de journalist- op zondagmorgen de mores in Bloemendaal fileert.
De dominee zei: “Wij moeten als bevoorrechten gestoord worden in onze voorspoedige leventjes.” Nou, als dat zijn doel is, dan kan hij zich het de teksten van vanmorgen helemaal uitleven. 

Lucas vertelt over een rijk man, die een uitbundig leven lijdt.
Hij kleedt zich in purperen gewaden, zo horen we.
Ik stel me iemand voor in onze tijd.
Hij gaat modieus gekleed, houdt zich altijd en overal aan de dresscodes.
Op de golfbaan een keurige polo met kraag – in de broek gedragen.
Op jacht gaat hij in een groenbruin jagerskostuum; een hoed met een veertje.
Op zijn 80 meter lange motorjacht met drie zwembaden,
draagt hij smetteloos wit en zie je hem nooit zonder kapiteinspet.  
De anderen aan boord moeten wel weten wie de boswachter is!  

Het is elke dag feest is in zijn huis.
Ik stel ik me villa voor op een  ommuurde compound,
waar je zonder speciaal pasje echt niet binnenkomt.
Bij de bewaakte achteringang komt een vaste cateraar
dagelijks kostelijke spijzen afleveren, die binnen met belegen wijnen
worden weggespoeld.
Bij de poort zit een bedelaar. Die hoopt op wat restjes.
De enige zorg die aan hem wordt besteed: een hond,
die trouw zijn wonden komt likken.

Overdrijf ik de rijkdom? Overdrijf ik de tegenstelling? Ja, ik overdrijf…
Mijn fantasie maakt de man nog veel rijker dan die in het verhaal.
Waarom? Nou…die man moet natuurlijk niet echt op u en mij lijken, toch?
We moesten eens gestoord worden in onze voorspoedige leventjes…
Ze komen allebei te overlijden.
Lazarus wordt door engelen weggedragen.
Hij mag rusten aan het hart van aartsvader Abraham.
Lazarus’ leven lijkt volkomen zinloos,
maar tot op vandaag wordt zijn naam overal ter wereld genoemd.

De rijke wordt prijsgegeven aan een naamloos graf.
Zo iemand is het gedenken niet waard.
Die mens mag geen naam hebben.

Eigen schuld, dikke bult!
Boontje komt om zijn loontje.
Ja, wij, keurige christenmensen, begrijpen heel goed,
waarom die rijkaard naamloos wordt afgevoerd naar de hel!
Had hij maar moeten omzien naar die arme Lazarus.

Hoe komt het toch dat Lazarus er op aarde zo bekaaid afkomt?
Is hij ongeschoold? Is hij gescheiden? Ex-gedetineerd misschien?
Bleek de hypotheek onder water te staan?
Het verhaal vertelt het niet. Het doet er niet toe.
De arme Lazarus is er en hij ligt aan de poort van de rijke.

Ik had ooit het voorrecht een groep theologiestudenten in Burundi,
iets te mogen vertellen over het kerkelijk leven in Europa.
In de gesprekken werd me duidelijk hoe belangrijk HOOP is
voor mensen in het arme deel van de wereld.
Ze doorstaan het onrecht van de armoe op basis van hoop.  
Hoop op een beter leven hier…  
maar vooral hoop op een beter leven in het hiernamaals.

Toen ik vertelde, dat wij Europeanen daar niet zo mee bezig zijn,
keken ze mij ongelovig aan. Het verbaasde hen zeer dat gelovigen in onze kerken veelal denken, dat het leven op aarde geleefd mag/moet worden.
Ze konden zich niet indenken dat menig gelovige hier zich nauwelijks
een voorstelling maakt van een leven na de dood.
“Dat zien we dan wel weer!” is immers een veel gehoorde opmerking.
Onze inzet is gericht op een samenleving die je “hemel op aarde” kunt
noemen: Gods koninkrijk, veelbelovend land, het paradijs.  
We bidden immers dagelijks: “Uw koninkrijk kome,
Uw wil geschiede op aarde zoals ook in de hemel.

De sociaaleconomische omstandigheden van mensen,
zijn mede bepalend voor hun manier van geloven.
Ik hoorde pasgeleden nog een mooi voorbeeld uit onze kerkgeschiedenis.
Het betreft Doopsgezinden in de 17-de eeuw.
In Friesland woonden nogal wat arme doperse boeren.
Ze waren zeer afhankelijk van de natuur. Die Friese doopsgezinden ontwikkelden een orthodox soort geloof, waarin de natuurkrachten werd gezien als instrumenten waarmee de Eeuwige, de mensheid beloont en straft.   
De mens is een nietig wezen dat volkomen afhankelijk is van een strenge, doch rechtvaardige God.

In diezelfde tijd groeide in de doopsgezinde gemeenschap van het rijke Amsterdam een meer vrijzinnige geloofsopvatting. Daar werd het beteugelen van de natuurkrachten gezien als de opdracht van mens. De mens als Schepper naast God. Adriaan Leeghwater – de molenbouwer, die o.a. de Beemster droog maalde, was doopsgezind. Ingenieur Cornelis Lely, de man van de Zuiderzee-werken, behoorde ook tot die groepering. We hebben onze droge voeten te danken aan… de doopsgezinden. U kent waarschijnlijk de uitspraak: God schiep de werelds, maar de Nederlanders hebben Holland gemaakt.
De mens, schepper naast God, is verantwoordelijk voor het leven op aarde.
Dat geldt niet alleen voor onze droge voeten, maar ook voor de onderlinge verhoudingen. Voor de verhoudingen tussen arm en rijk, bijvoorbeeld.
Daarmee zijn we terug bij onze lezingen.

We lazen Amos, die ongeveer 750 voor Chr. leefde en Lucas, die schreef in de tweede helft van de eerste eeuw… en we lezen de krant.  
Conclusie: Armoede is van alle tijden. Dat is zo!
Armoede bepaalt tot op de dag van vandaag het leven van miljoenen mensen.
Op heel wat plaatsen, o.a. in Burundi, maakt armoe het leven tot een hel,
al was het maar omdat ze ook daar naar westerse TV-series kijken.

Hoe ga je om met de armoede van je medemens. Amos en Lucas verkondigen  beide dat die vraag het scharnierpunt is waar alles om draait bij de God van Israël. Armoe is onrecht dat bestreden moet worden: Uw wil geschiede op aarde, zoals in de hemel.

En… Laten we er maar niet omheen draaien. Wij behoren tot degenen,
die hun schaapjes op het droge hebben. Voor u en mij is de cruciale vraag:
Hoe gaan we om met de armen?

Als het om landen als Burundi gaat, stuiten we op politieke en economische mechanismen, waar we niet zo gek veel invloed op hebben. We verzuchten dat we er toch niks aan kunnen doen en als we iets doen, is het maar heel kleine druppel op een heel grote gloeiende plaat. Jammer maar helaas.

Hoort u het ook? De stemmen van Amos en Lucas verdwijnen naar de achtergrond. Er staan uitleggers op die ons vertellen dat het in deze teksten over hogere geestelijke waarden gaat. Over het hiernamaals. Jehova’s getuigen komen je uitleggen, dat je je bij dat genootschap moet aansluiten om niet te hoeven lijden in het hiernamaals, zoals de rijke bij Lucas.

Armoede… is er altijd al geweest en zal er altijd zijn. Daar doe je niks aan.
Wie zo denkt is geen stap verder dan de afgodendienaars in bijbelse tijden.
Dat is nou heidendom. Alles maar over laten aan de machten van de natuur
en aan machtige mensen, die er slim van profiteren. Wat een armzalige visie op het leven! Wat een armzalige visie op het geloof in Gods koninkrijk.

Die manier van denken haalt de angel uit de profetie.
Die manier van denken negeert de uitdaging uit het evangelie.
In Afrika houd je het in het hiernumaals niet vol, zonder de hoop op het hiernamaals. Het zij onze broeders en zusters van harte gegund.

Maar als je aan de rijke kant van de kloof staat en al het onrecht maar laat voortbestaan… die mens stelt niks voor. Die mens levert geen enkele bijdrage aan Gods koninkrijk: Uw wil geschiedde op aarde zoals in de hemel.
Die bede in het Onze Vader wordt concreet in de harde woorden van Amos  tegen de rijken van zijn tijd; en in het uitdagende verhaal van Lucas.

Als we spreken over het koninkrijk Gods, waar zijn wil geschiedt dan gaat het over hier en nu. Als het gaat over de zin van joue leven, is de vraag:
Welke bijdrage heb jij geleverd?
Hoe heb jij je laten inspireren door Amos en door Lucas en ben je aan de slag gegaan? Of heb je je in slaap laten sussen met hiernamaalsverhalen…ben je weggezapt bij dat eentonig getik van de druppels op de gloeiende plaat.

Ik ken een jonge vrouw. Annick heet ze. Ze leeft op die gloeiende plaat…
Ze woont op de plek waar zo’n druppel viel.
Haar moeder was, toen ik haar in 2003 leerde kennen, weduwe.
Die moeder had groetenwinkeltje opgezet met een microkrediet,
waarvoor in  Nederland geld was ingezameld. Er was geld om Annick naar de basisschool te laten gaan. Haar moeder is plotseling overleden.
Dank zij een project van de kerk waartoe ze behoort kon ze toch naar het V.O.
Ze is twee jaar geleden afgestudeerd aan Hope University in Bujumbura.
Ze werkt bij een goed betalende buitenlandse firma. Met haar salaris betaalt ze de opleiding van haar jongere broertjes en zusjes. Een mooi verhaal? Zeker! Een waar verhaal ook… en een veilig verhaal; want Annick en haar familie blijven wel in Bujumbura.

Maar er zijn ook andere verhalen. Verhalen over mensen op de vlucht voor oorlogsgeweld. Verhalen over mensen die vandaag bivakkeren voor de poort van schatrijk Europa… En wat doet schatrijk Europa? Europa stelt vragen…

Waarom zijn deze mensen ze gevlucht?
Toch niet alleen maar om aan de armoe te ontkomen, hè? 
Het zijn toch niet van die volwassenen, die alles en iedereen achter laten en
hun leven wagen in gammele bootjes, om toekomst te creëren voor hun kinderen?  Dat zijn zeer moedige mensen. Maar wij plakken er een etiket op: Economische vluchteling! We laten ze niet toe!

Amos roept op tot bekering. Keer terug naar Thora!
Amos vermaant zijn volksgenoten omdat ze Gods wet veronachtzamen.
De profeet wijst de koning en de andere rijken op dat scharnierpunt.
Je maakt Thora zichtbaar als je omziet naar de arme, de weduwe, de wees, de vreemdeling. Daaraan kun je zien of je Thora volbrengt. 

0ok Lucas maakt duidelijk dat juist in je omgang  met degenen die het moeilijk hebben in de samenleving, duidelijk wordt of je leeft in de lijn van Jezus van Nazareth of juist niet.

Hoe ga je om met mensen die hier op aarde gaan door een hel van eenzaam-heid, armoede, pesterij, discriminatie, dakloosheid onderdrukking en allerlei andere vormen van onrecht?
Die vraag geldt voor de regering… en wordt een vraag aan jou persoonlijk als je 
politieke keuze bepaalt. Niet kiezen, betekent het laten voortbestaan van al het onrecht dat nu nog gebeurt. Wie niet of verkeerd kiest, stookt de hel nog wat op… Je kunt die vraag ook stellen aan de gemeente…

Hoe gaan we als protestantse gemeente om met de armen in onze dorpen en in de naburige stad? Zijn we kerk voor ons persoonlijk zielenheil of vormen we een gemeente ter wille van de samenleving? Bestaat ons diaconaat uit het geven van geld aan doelen die ons bevallen of nemen we verantwoordelijkheid voor mensen in een situatie van onrecht. Het diaconaat hoort geen kerkelijke liefdadigheid te zijn, maar inzet voor gerechtigheid en vrede. Hoe je dat doet?
Daartoe heeft God zelf ons een handleiding verschaft, die glashelder is voor particulieren en politici, voor gemeenten en parochies… Je mag gaan in het spoor van de God die in psalm 146 wordt bezongen:

Hij blijft bedacht op trouw voor altijd.
Voor het recht van de onderdrukten komt hij op.
Hij geeft hongerigen brood, de Heer maakt gevangenen vrij
De Heer opent blinden de ogen; De Heer richt verslagenen op
De Heer heeft rechtvaardigen lief; neemt de vreemdeling in bescherming
wees en weduwe staat Hij bij.

 

Veel Christenen hopen na hun dood te worden verenigd met de Schepper in de hemel. Hoe dat zal zijn, weten we niet.
God is op aarde bezig…door middel van zijn kerk.
Hij roept de gemeente om schepper naast God  te zijn;
Een christen mag geloven dat zijn inzet leidt tot:
“Uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel.”

 

De aarde vervuld van recht en vrede.  Een samenleving zoals God bedoelt.
Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, daalt neer
en de Eeuwige woont te midden van de mensen.

Geloven anno 2016 betekent – denk ik – vertrouwen op een God
die mensen inschakelt om hier en nu “hemel op aarde” te creëren.
We hebben nog een lange weg te gaan… maar er zijn tekenen van hoop.
Er is geloofsgemeenschap… dwars door alle kerken heen
die Esther als straatpastor de straat op laat gaan ter wille van de daklozen.
die Soleil, Esther en Margriet inhuurt als hulpverleners voor mensen in crisis.
die bezig is een inloophuis te creëren, waar mensen elkaar ontmoeten en hun hulpvragen op tafel kunnen leggen.
die mensen ronselt om maatje te worden van iemand die in de schulden raakt.
die langdurig verantwoordelijk wil zijn voor een projecten in de derde wereld.
die vluchtelingen opvangt en helpt hun weg te vinden in onze samenleving.
 
Nee, het is niet hopeloos. Het is niet zonder perspectief. Het is klip en klaar welke kant het opgaat … Het gaat richting koninkrijk…
waar Gods wil geschiedt op aarde zoals in de hemel.

Dat het mag zijn – in de naam van de vader en de zoon en de heilige Geest.
AMEN


 




 

Lieve mensen van God,

De rijke man en de arme Lazarus.
Een bekend verhaal waar ik vanmorgen drie elementen uitlicht,
die ieder op zich een hele preek waard zouden zijn.  
Het gaat om 1. arm en rijk  2. hiernamaals en hiernumaals. 3. hel en hemel  

Arm – rijk
Enkele weken geleden wijdde dagblad Trouw een serie artikelen aan kerkelijke gemeenten in enkele zeer welvarende dorpen in ons land. Ik noteerde een uitspraak van Ds. Ad Nieuwkoop, die – zo schreef de journalist- op zondagmorgen de mores in Bloemendaal fileert.
De dominee zei: “Wij moeten als bevoorrechten gestoord worden in onze voorspoedige leventjes.” Nou, als dat zijn doel is, dan kan hij zich het de teksten van vanmorgen helemaal uitleven. 

Lucas vertelt over een rijk man, die een uitbundig leven lijdt.
Hij kleedt zich in purperen gewaden, zo horen we.
Ik stel me iemand voor in onze tijd.
Hij gaat modieus gekleed, houdt zich altijd en overal aan de dresscodes.
Op de golfbaan een keurige polo met kraag – in de broek gedragen.
Op jacht gaat hij in een groenbruin jagerskostuum; een hoed met een veertje.
Op zijn 80 meter lange motorjacht met drie zwembaden,
draagt hij smetteloos wit en zie je hem nooit zonder kapiteinspet.  
De anderen aan boord moeten wel weten wie de boswachter is!  

Het is elke dag feest is in zijn huis.
Ik stel ik me villa voor op een  ommuurde compound,
waar je zonder speciaal pasje echt niet binnenkomt.
Bij de bewaakte achteringang komt een vaste cateraar
dagelijks kostelijke spijzen afleveren, die binnen met belegen wijnen
worden weggespoeld.
Bij de poort zit een bedelaar. Die hoopt op wat restjes.
De enige zorg die aan hem wordt besteed: een hond,
die trouw zijn wonden komt likken.

Overdrijf ik de rijkdom? Overdrijf ik de tegenstelling? Ja, ik overdrijf…
Mijn fantasie maakt de man nog veel rijker dan die in het verhaal.
Waarom? Nou…die man moet natuurlijk niet echt op u en mij lijken, toch?
We moesten eens gestoord worden in onze voorspoedige leventjes…
Ze komen allebei te overlijden.
Lazarus wordt door engelen weggedragen.
Hij mag rusten aan het hart van aartsvader Abraham.
Lazarus’ leven lijkt volkomen zinloos,
maar tot op vandaag wordt zijn naam overal ter wereld genoemd.

De rijke wordt prijsgegeven aan een naamloos graf.
Zo iemand is het gedenken niet waard.
Die mens mag geen naam hebben.

Eigen schuld, dikke bult!
Boontje komt om zijn loontje.
Ja, wij, keurige christenmensen, begrijpen heel goed,
waarom die rijkaard naamloos wordt afgevoerd naar de hel!
Had hij maar moeten omzien naar die arme Lazarus.

Hoe komt het toch dat Lazarus er op aarde zo bekaaid afkomt?
Is hij ongeschoold? Is hij gescheiden? Ex-gedetineerd misschien?
Bleek de hypotheek onder water te staan?
Het verhaal vertelt het niet. Het doet er niet toe.
De arme Lazarus is er en hij ligt aan de poort van de rijke.

Ik had ooit het voorrecht een groep theologiestudenten in Burundi,
iets te mogen vertellen over het kerkelijk leven in Europa.
In de gesprekken werd me duidelijk hoe belangrijk HOOP is
voor mensen in het arme deel van de wereld.
Ze doorstaan het onrecht van de armoe op basis van hoop.  
Hoop op een beter leven hier…  
maar vooral hoop op een beter leven in het hiernamaals.

Toen ik vertelde, dat wij Europeanen daar niet zo mee bezig zijn,
keken ze mij ongelovig aan. Het verbaasde hen zeer dat gelovigen in onze kerken veelal denken, dat het leven op aarde geleefd mag/moet worden.
Ze konden zich niet indenken dat menig gelovige hier zich nauwelijks
een voorstelling maakt van een leven na de dood.
“Dat zien we dan wel weer!” is immers een veel gehoorde opmerking.
Onze inzet is gericht op een samenleving die je “hemel op aarde” kunt
noemen: Gods koninkrijk, veelbelovend land, het paradijs.  
We bidden immers dagelijks: “Uw koninkrijk kome,
Uw wil geschiede op aarde zoals ook in de hemel.

De sociaaleconomische omstandigheden van mensen,
zijn mede bepalend voor hun manier van geloven.
Ik hoorde pasgeleden nog een mooi voorbeeld uit onze kerkgeschiedenis.
Het betreft Doopsgezinden in de 17-de eeuw.
In Friesland woonden nogal wat arme doperse boeren.
Ze waren zeer afhankelijk van de natuur. Die Friese doopsgezinden ontwikkelden een orthodox soort geloof, waarin de natuurkrachten werd gezien als instrumenten waarmee de Eeuwige, de mensheid beloont en straft.   
De mens is een nietig wezen dat volkomen afhankelijk is van een strenge, doch rechtvaardige God.

In diezelfde tijd groeide in de doopsgezinde gemeenschap van het rijke Amsterdam een meer vrijzinnige geloofsopvatting. Daar werd het beteugelen van de natuurkrachten gezien als de opdracht van mens. De mens als Schepper naast God. Adriaan Leeghwater – de molenbouwer, die o.a. de Beemster droog maalde, was doopsgezind. Ingenieur Cornelis Lely, de man van de Zuiderzee-werken, behoorde ook tot die groepering. We hebben onze droge voeten te danken aan… de doopsgezinden. U kent waarschijnlijk de uitspraak: God schiep de werelds, maar de Nederlanders hebben Holland gemaakt.
De mens, schepper naast God, is verantwoordelijk voor het leven op aarde.
Dat geldt niet alleen voor onze droge voeten, maar ook voor de onderlinge verhoudingen. Voor de verhoudingen tussen arm en rijk, bijvoorbeeld.
Daarmee zijn we terug bij onze lezingen.

We lazen Amos, die ongeveer 750 voor Chr. leefde en Lucas, die schreef in de tweede helft van de eerste eeuw… en we lezen de krant.  
Conclusie: Armoede is van alle tijden. Dat is zo!
Armoede bepaalt tot op de dag van vandaag het leven van miljoenen mensen.
Op heel wat plaatsen, o.a. in Burundi, maakt armoe het leven tot een hel,
al was het maar omdat ze ook daar naar westerse TV-series kijken.

Hoe ga je om met de armoede van je medemens. Amos en Lucas verkondigen  beide dat die vraag het scharnierpunt is waar alles om draait bij de God van Israël. Armoe is onrecht dat bestreden moet worden: Uw wil geschiede op aarde, zoals in de hemel.

En… Laten we er maar niet omheen draaien. Wij behoren tot degenen,
die hun schaapjes op het droge hebben. Voor u en mij is de cruciale vraag:
Hoe gaan we om met de armen?

Als het om landen als Burundi gaat, stuiten we op politieke en economische mechanismen, waar we niet zo gek veel invloed op hebben. We verzuchten dat we er toch niks aan kunnen doen en als we iets doen, is het maar heel kleine druppel op een heel grote gloeiende plaat. Jammer maar helaas.

Hoort u het ook? De stemmen van Amos en Lucas verdwijnen naar de achtergrond. Er staan uitleggers op die ons vertellen dat het in deze teksten over hogere geestelijke waarden gaat. Over het hiernamaals. Jehova’s getuigen komen je uitleggen, dat je je bij dat genootschap moet aansluiten om niet te hoeven lijden in het hiernamaals, zoals de rijke bij Lucas.

Armoede… is er altijd al geweest en zal er altijd zijn. Daar doe je niks aan.
Wie zo denkt is geen stap verder dan de afgodendienaars in bijbelse tijden.
Dat is nou heidendom. Alles maar over laten aan de machten van de natuur
en aan machtige mensen, die er slim van profiteren. Wat een armzalige visie op het leven! Wat een armzalige visie op het geloof in Gods koninkrijk.

Die manier van denken haalt de angel uit de profetie.
Die manier van denken negeert de uitdaging uit het evangelie.
In Afrika houd je het in het hiernumaals niet vol, zonder de hoop op het hiernamaals. Het zij onze broeders en zusters van harte gegund.

Maar als je aan de rijke kant van de kloof staat en al het onrecht maar laat voortbestaan… die mens stelt niks voor. Die mens levert geen enkele bijdrage aan Gods koninkrijk: Uw wil geschiedde op aarde zoals in de hemel.
Die bede in het Onze Vader wordt concreet in de harde woorden van Amos  tegen de rijken van zijn tijd; en in het uitdagende verhaal van Lucas.

Als we spreken over het koninkrijk Gods, waar zijn wil geschiedt dan gaat het over hier en nu. Als het gaat over de zin van joue leven, is de vraag:
Welke bijdrage heb jij geleverd?
Hoe heb jij je laten inspireren door Amos en door Lucas en ben je aan de slag gegaan? Of heb je je in slaap laten sussen met hiernamaalsverhalen…ben je weggezapt bij dat eentonig getik van de druppels op de gloeiende plaat.

Ik ken een jonge vrouw. Annick heet ze. Ze leeft op die gloeiende plaat…
Ze woont op de plek waar zo’n druppel viel.
Haar moeder was, toen ik haar in 2003 leerde kennen, weduwe.
Die moeder had groetenwinkeltje opgezet met een microkrediet,
waarvoor in  Nederland geld was ingezameld. Er was geld om Annick naar de basisschool te laten gaan. Haar moeder is plotseling overleden.
Dank zij een project van de kerk waartoe ze behoort kon ze toch naar het V.O.
Ze is twee jaar geleden afgestudeerd aan Hope University in Bujumbura.
Ze werkt bij een goed betalende buitenlandse firma. Met haar salaris betaalt ze de opleiding van haar jongere broertjes en zusjes. Een mooi verhaal? Zeker! Een waar verhaal ook… en een veilig verhaal; want Annick en haar familie blijven wel in Bujumbura.

Maar er zijn ook andere verhalen. Verhalen over mensen op de vlucht voor oorlogsgeweld. Verhalen over mensen die vandaag bivakkeren voor de poort van schatrijk Europa… En wat doet schatrijk Europa? Europa stelt vragen…

Waarom zijn deze mensen ze gevlucht?
Toch niet alleen maar om aan de armoe te ontkomen, hè? 
Het zijn toch niet van die volwassenen, die alles en iedereen achter laten en
hun leven wagen in gammele bootjes, om toekomst te creëren voor hun kinderen?  Dat zijn zeer moedige mensen. Maar wij plakken er een etiket op: Economische vluchteling! We laten ze niet toe!

Amos roept op tot bekering. Keer terug naar Thora!
Amos vermaant zijn volksgenoten omdat ze Gods wet veronachtzamen.
De profeet wijst de koning en de andere rijken op dat scharnierpunt.
Je maakt Thora zichtbaar als je omziet naar de arme, de weduwe, de wees, de vreemdeling. Daaraan kun je zien of je Thora volbrengt. 

0ok Lucas maakt duidelijk dat juist in je omgang  met degenen die het moeilijk hebben in de samenleving, duidelijk wordt of je leeft in de lijn van Jezus van Nazareth of juist niet.

Hoe ga je om met mensen die hier op aarde gaan door een hel van eenzaam-heid, armoede, pesterij, discriminatie, dakloosheid onderdrukking en allerlei andere vormen van onrecht?
Die vraag geldt voor de regering… en wordt een vraag aan jou persoonlijk als je 
politieke keuze bepaalt. Niet kiezen, betekent het laten voortbestaan van al het onrecht dat nu nog gebeurt. Wie niet of verkeerd kiest, stookt de hel nog wat op… Je kunt die vraag ook stellen aan de gemeente…

Hoe gaan we als protestantse gemeente om met de armen in onze dorpen en in de naburige stad? Zijn we kerk voor ons persoonlijk zielenheil of vormen we een gemeente ter wille van de samenleving? Bestaat ons diaconaat uit het geven van geld aan doelen die ons bevallen of nemen we verantwoordelijkheid voor mensen in een situatie van onrecht. Het diaconaat hoort geen kerkelijke liefdadigheid te zijn, maar inzet voor gerechtigheid en vrede. Hoe je dat doet?
Daartoe heeft God zelf ons een handleiding verschaft, die glashelder is voor particulieren en politici, voor gemeenten en parochies… Je mag gaan in het spoor van de God die in psalm 146 wordt bezongen:

Hij blijft bedacht op trouw voor altijd.
Voor het recht van de onderdrukten komt hij op.
Hij geeft hongerigen brood, de Heer maakt gevangenen vrij
De Heer opent blinden de ogen; De Heer richt verslagenen op
De Heer heeft rechtvaardigen lief; neemt de vreemdeling in bescherming
wees en weduwe staat Hij bij.

 

Veel Christenen hopen na hun dood te worden verenigd met de Schepper in de hemel. Hoe dat zal zijn, weten we niet.
God is op aarde bezig…door middel van zijn kerk.
Hij roept de gemeente om schepper naast God  te zijn;
Een christen mag geloven dat zijn inzet leidt tot:
“Uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel.”

 

De aarde vervuld van recht en vrede.  Een samenleving zoals God bedoelt.
Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, daalt neer
en de Eeuwige woont te midden van de mensen.

Geloven anno 2016 betekent – denk ik – vertrouwen op een God
die mensen inschakelt om hier en nu “hemel op aarde” te creëren.
We hebben nog een lange weg te gaan… maar er zijn tekenen van hoop.
Er is geloofsgemeenschap… dwars door alle kerken heen
die Esther als straatpastor de straat op laat gaan ter wille van de daklozen.
die Soleil, Esther en Margriet inhuurt als hulpverleners voor mensen in crisis.
die bezig is een inloophuis te creëren, waar mensen elkaar ontmoeten en hun hulpvragen op tafel kunnen leggen.
die mensen ronselt om maatje te worden van iemand die in de schulden raakt.
die langdurig verantwoordelijk wil zijn voor een projecten in de derde wereld.
die vluchtelingen opvangt en helpt hun weg te vinden in onze samenleving.
 
Nee, het is niet hopeloos. Het is niet zonder perspectief. Het is klip en klaar welke kant het opgaat … Het gaat richting koninkrijk…
waar Gods wil geschiedt op aarde zoals in de hemel.

Dat het mag zijn – in de naam van de vader en de zoon en de heilige Geest.
AMEN


 




 

Lieve mensen van God,

De rijke man en de arme Lazarus.
Een bekend verhaal waar ik vanmorgen drie elementen uitlicht,
die ieder op zich een hele preek waard zouden zijn.  
Het gaat om 1. arm en rijk  2. hiernamaals en hiernumaals. 3. hel en hemel  

Arm – rijk
Enkele weken geleden wijdde dagblad Trouw een serie artikelen aan kerkelijke gemeenten in enkele zeer welvarende dorpen in ons land. Ik noteerde een uitspraak van Ds. Ad Nieuwkoop, die – zo schreef de journalist- op zondagmorgen de mores in Bloemendaal fileert.
De dominee zei: “Wij moeten als bevoorrechten gestoord worden in onze voorspoedige leventjes.” Nou, als dat zijn doel is, dan kan hij zich het de teksten van vanmorgen helemaal uitleven. 

Lucas vertelt over een rijk man, die een uitbundig leven lijdt.
Hij kleedt zich in purperen gewaden, zo horen we.
Ik stel me iemand voor in onze tijd.
Hij gaat modieus gekleed, houdt zich altijd en overal aan de dresscodes.
Op de golfbaan een keurige polo met kraag – in de broek gedragen.
Op jacht gaat hij in een groenbruin jagerskostuum; een hoed met een veertje.
Op zijn 80 meter lange motorjacht met drie zwembaden,
draagt hij smetteloos wit en zie je hem nooit zonder kapiteinspet.  
De anderen aan boord moeten wel weten wie de boswachter is!  

Het is elke dag feest is in zijn huis.
Ik stel ik me villa voor op een  ommuurde compound,
waar je zonder speciaal pasje echt niet binnenkomt.
Bij de bewaakte achteringang komt een vaste cateraar
dagelijks kostelijke spijzen afleveren, die binnen met belegen wijnen
worden weggespoeld.
Bij de poort zit een bedelaar. Die hoopt op wat restjes.
De enige zorg die aan hem wordt besteed: een hond,
die trouw zijn wonden komt likken.

Overdrijf ik de rijkdom? Overdrijf ik de tegenstelling? Ja, ik overdrijf…
Mijn fantasie maakt de man nog veel rijker dan die in het verhaal.
Waarom? Nou…die man moet natuurlijk niet echt op u en mij lijken, toch?
We moesten eens gestoord worden in onze voorspoedige leventjes…
Ze komen allebei te overlijden.
Lazarus wordt door engelen weggedragen.
Hij mag rusten aan het hart van aartsvader Abraham.
Lazarus’ leven lijkt volkomen zinloos,
maar tot op vandaag wordt zijn naam overal ter wereld genoemd.

De rijke wordt prijsgegeven aan een naamloos graf.
Zo iemand is het gedenken niet waard.
Die mens mag geen naam hebben.

Eigen schuld, dikke bult!
Boontje komt om zijn loontje.
Ja, wij, keurige christenmensen, begrijpen heel goed,
waarom die rijkaard naamloos wordt afgevoerd naar de hel!
Had hij maar moeten omzien naar die arme Lazarus.

Hoe komt het toch dat Lazarus er op aarde zo bekaaid afkomt?
Is hij ongeschoold? Is hij gescheiden? Ex-gedetineerd misschien?
Bleek de hypotheek onder water te staan?
Het verhaal vertelt het niet. Het doet er niet toe.
De arme Lazarus is er en hij ligt aan de poort van de rijke.

Ik had ooit het voorrecht een groep theologiestudenten in Burundi,
iets te mogen vertellen over het kerkelijk leven in Europa.
In de gesprekken werd me duidelijk hoe belangrijk HOOP is
voor mensen in het arme deel van de wereld.
Ze doorstaan het onrecht van de armoe op basis van hoop.  
Hoop op een beter leven hier…  
maar vooral hoop op een beter leven in het hiernamaals.

Toen ik vertelde, dat wij Europeanen daar niet zo mee bezig zijn,
keken ze mij ongelovig aan. Het verbaasde hen zeer dat gelovigen in onze kerken veelal denken, dat het leven op aarde geleefd mag/moet worden.
Ze konden zich niet indenken dat menig gelovige hier zich nauwelijks
een voorstelling maakt van een leven na de dood.
“Dat zien we dan wel weer!” is immers een veel gehoorde opmerking.
Onze inzet is gericht op een samenleving die je “hemel op aarde” kunt
noemen: Gods koninkrijk, veelbelovend land, het paradijs.  
We bidden immers dagelijks: “Uw koninkrijk kome,
Uw wil geschiede op aarde zoals ook in de hemel.

De sociaaleconomische omstandigheden van mensen,
zijn mede bepalend voor hun manier van geloven.
Ik hoorde pasgeleden nog een mooi voorbeeld uit onze kerkgeschiedenis.
Het betreft Doopsgezinden in de 17-de eeuw.
In Friesland woonden nogal wat arme doperse boeren.
Ze waren zeer afhankelijk van de natuur. Die Friese doopsgezinden ontwikkelden een orthodox soort geloof, waarin de natuurkrachten werd gezien als instrumenten waarmee de Eeuwige, de mensheid beloont en straft.   
De mens is een nietig wezen dat volkomen afhankelijk is van een strenge, doch rechtvaardige God.

In diezelfde tijd groeide in de doopsgezinde gemeenschap van het rijke Amsterdam een meer vrijzinnige geloofsopvatting. Daar werd het beteugelen van de natuurkrachten gezien als de opdracht van mens. De mens als Schepper naast God. Adriaan Leeghwater – de molenbouwer, die o.a. de Beemster droog maalde, was doopsgezind. Ingenieur Cornelis Lely, de man van de Zuiderzee-werken, behoorde ook tot die groepering. We hebben onze droge voeten te danken aan… de doopsgezinden. U kent waarschijnlijk de uitspraak: God schiep de werelds, maar de Nederlanders hebben Holland gemaakt.
De mens, schepper naast God, is verantwoordelijk voor het leven op aarde.
Dat geldt niet alleen voor onze droge voeten, maar ook voor de onderlinge verhoudingen. Voor de verhoudingen tussen arm en rijk, bijvoorbeeld.
Daarmee zijn we terug bij onze lezingen.

We lazen Amos, die ongeveer 750 voor Chr. leefde en Lucas, die schreef in de tweede helft van de eerste eeuw… en we lezen de krant.  
Conclusie: Armoede is van alle tijden. Dat is zo!
Armoede bepaalt tot op de dag van vandaag het leven van miljoenen mensen.
Op heel wat plaatsen, o.a. in Burundi, maakt armoe het leven tot een hel,
al was het maar omdat ze ook daar naar westerse TV-series kijken.

Hoe ga je om met de armoede van je medemens. Amos en Lucas verkondigen  beide dat die vraag het scharnierpunt is waar alles om draait bij de God van Israël. Armoe is onrecht dat bestreden moet worden: Uw wil geschiede op aarde, zoals in de hemel.

En… Laten we er maar niet omheen draaien. Wij behoren tot degenen,
die hun schaapjes op het droge hebben. Voor u en mij is de cruciale vraag:
Hoe gaan we om met de armen?

Als het om landen als Burundi gaat, stuiten we op politieke en economische mechanismen, waar we niet zo gek veel invloed op hebben. We verzuchten dat we er toch niks aan kunnen doen en als we iets doen, is het maar heel kleine druppel op een heel grote gloeiende plaat. Jammer maar helaas.

Hoort u het ook? De stemmen van Amos en Lucas verdwijnen naar de achtergrond. Er staan uitleggers op die ons vertellen dat het in deze teksten over hogere geestelijke waarden gaat. Over het hiernamaals. Jehova’s getuigen komen je uitleggen, dat je je bij dat genootschap moet aansluiten om niet te hoeven lijden in het hiernamaals, zoals de rijke bij Lucas.

Armoede… is er altijd al geweest en zal er altijd zijn. Daar doe je niks aan.
Wie zo denkt is geen stap verder dan de afgodendienaars in bijbelse tijden.
Dat is nou heidendom. Alles maar over laten aan de machten van de natuur
en aan machtige mensen, die er slim van profiteren. Wat een armzalige visie op het leven! Wat een armzalige visie op het geloof in Gods koninkrijk.

Die manier van denken haalt de angel uit de profetie.
Die manier van denken negeert de uitdaging uit het evangelie.
In Afrika houd je het in het hiernumaals niet vol, zonder de hoop op het hiernamaals. Het zij onze broeders en zusters van harte gegund.

Maar als je aan de rijke kant van de kloof staat en al het onrecht maar laat voortbestaan… die mens stelt niks voor. Die mens levert geen enkele bijdrage aan Gods koninkrijk: Uw wil geschiedde op aarde zoals in de hemel.
Die bede in het Onze Vader wordt concreet in de harde woorden van Amos  tegen de rijken van zijn tijd; en in het uitdagende verhaal van Lucas.

Als we spreken over het koninkrijk Gods, waar zijn wil geschiedt dan gaat het over hier en nu. Als het gaat over de zin van joue leven, is de vraag:
Welke bijdrage heb jij geleverd?
Hoe heb jij je laten inspireren door Amos en door Lucas en ben je aan de slag gegaan? Of heb je je in slaap laten sussen met hiernamaalsverhalen…ben je weggezapt bij dat eentonig getik van de druppels op de gloeiende plaat.

Ik ken een jonge vrouw. Annick heet ze. Ze leeft op die gloeiende plaat…
Ze woont op de plek waar zo’n druppel viel.
Haar moeder was, toen ik haar in 2003 leerde kennen, weduwe.
Die moeder had groetenwinkeltje opgezet met een microkrediet,
waarvoor in  Nederland geld was ingezameld. Er was geld om Annick naar de basisschool te laten gaan. Haar moeder is plotseling overleden.
Dank zij een project van de kerk waartoe ze behoort kon ze toch naar het V.O.
Ze is twee jaar geleden afgestudeerd aan Hope University in Bujumbura.
Ze werkt bij een goed betalende buitenlandse firma. Met haar salaris betaalt ze de opleiding van haar jongere broertjes en zusjes. Een mooi verhaal? Zeker! Een waar verhaal ook… en een veilig verhaal; want Annick en haar familie blijven wel in Bujumbura.

Maar er zijn ook andere verhalen. Verhalen over mensen op de vlucht voor oorlogsgeweld. Verhalen over mensen die vandaag bivakkeren voor de poort van schatrijk Europa… En wat doet schatrijk Europa? Europa stelt vragen…

Waarom zijn deze mensen ze gevlucht?
Toch niet alleen maar om aan de armoe te ontkomen, hè? 
Het zijn toch niet van die volwassenen, die alles en iedereen achter laten en
hun leven wagen in gammele bootjes, om toekomst te creëren voor hun kinderen?  Dat zijn zeer moedige mensen. Maar wij plakken er een etiket op: Economische vluchteling! We laten ze niet toe!

Amos roept op tot bekering. Keer terug naar Thora!
Amos vermaant zijn volksgenoten omdat ze Gods wet veronachtzamen.
De profeet wijst de koning en de andere rijken op dat scharnierpunt.
Je maakt Thora zichtbaar als je omziet naar de arme, de weduwe, de wees, de vreemdeling. Daaraan kun je zien of je Thora volbrengt. 

0ok Lucas maakt duidelijk dat juist in je omgang  met degenen die het moeilijk hebben in de samenleving, duidelijk wordt of je leeft in de lijn van Jezus van Nazareth of juist niet.

Hoe ga je om met mensen die hier op aarde gaan door een hel van eenzaam-heid, armoede, pesterij, discriminatie, dakloosheid onderdrukking en allerlei andere vormen van onrecht?
Die vraag geldt voor de regering… en wordt een vraag aan jou persoonlijk als je 
politieke keuze bepaalt. Niet kiezen, betekent het laten voortbestaan van al het onrecht dat nu nog gebeurt. Wie niet of verkeerd kiest, stookt de hel nog wat op… Je kunt die vraag ook stellen aan de gemeente…

Hoe gaan we als protestantse gemeente om met de armen in onze dorpen en in de naburige stad? Zijn we kerk voor ons persoonlijk zielenheil of vormen we een gemeente ter wille van de samenleving? Bestaat ons diaconaat uit het geven van geld aan doelen die ons bevallen of nemen we verantwoordelijkheid voor mensen in een situatie van onrecht. Het diaconaat hoort geen kerkelijke liefdadigheid te zijn, maar inzet voor gerechtigheid en vrede. Hoe je dat doet?
Daartoe heeft God zelf ons een handleiding verschaft, die glashelder is voor particulieren en politici, voor gemeenten en parochies… Je mag gaan in het spoor van de God die in psalm 146 wordt bezongen:

Hij blijft bedacht op trouw voor altijd.
Voor het recht van de onderdrukten komt hij op.
Hij geeft hongerigen brood, de Heer maakt gevangenen vrij
De Heer opent blinden de ogen; De Heer richt verslagenen op
De Heer heeft rechtvaardigen lief; neemt de vreemdeling in bescherming
wees en weduwe staat Hij bij.

 

Veel Christenen hopen na hun dood te worden verenigd met de Schepper in de hemel. Hoe dat zal zijn, weten we niet.
God is op aarde bezig…door middel van zijn kerk.
Hij roept de gemeente om schepper naast God  te zijn;
Een christen mag geloven dat zijn inzet leidt tot:
“Uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel.”

 

De aarde vervuld van recht en vrede.  Een samenleving zoals God bedoelt.
Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, daalt neer
en de Eeuwige woont te midden van de mensen.

Geloven anno 2016 betekent – denk ik – vertrouwen op een God
die mensen inschakelt om hier en nu “hemel op aarde” te creëren.
We hebben nog een lange weg te gaan… maar er zijn tekenen van hoop.
Er is geloofsgemeenschap… dwars door alle kerken heen
die Esther als straatpastor de straat op laat gaan ter wille van de daklozen.
die Soleil, Esther en Margriet inhuurt als hulpverleners voor mensen in crisis.
die bezig is een inloophuis te creëren, waar mensen elkaar ontmoeten en hun hulpvragen op tafel kunnen leggen.
die mensen ronselt om maatje te worden van iemand die in de schulden raakt.
die langdurig verantwoordelijk wil zijn voor een projecten in de derde wereld.
die vluchtelingen opvangt en helpt hun weg te vinden in onze samenleving.
 
Nee, het is niet hopeloos. Het is niet zonder perspectief. Het is klip en klaar welke kant het opgaat … Het gaat richting koninkrijk…
waar Gods wil geschiedt op aarde zoals in de hemel.

Dat het mag zijn – in de naam van de vader en de zoon en de heilige Geest.
AMEN


 




 

Lieve mensen van God,

De rijke man en de arme Lazarus.
Een bekend verhaal waar ik vanmorgen drie elementen uitlicht,
die ieder op zich een hele preek waard zouden zijn.  
Het gaat om 1. arm en rijk  2. hiernamaals en hiernumaals. 3. hel en hemel  

Arm – rijk
Enkele weken geleden wijdde dagblad Trouw een serie artikelen aan kerkelijke gemeenten in enkele zeer welvarende dorpen in ons land. Ik noteerde een uitspraak van Ds. Ad Nieuwkoop, die – zo schreef de journalist- op zondagmorgen de mores in Bloemendaal fileert.
De dominee zei: “Wij moeten als bevoorrechten gestoord worden in onze voorspoedige leventjes.” Nou, als dat zijn doel is, dan kan hij zich het de teksten van vanmorgen helemaal uitleven. 

Lucas vertelt over een rijk man, die een uitbundig leven lijdt.
Hij kleedt zich in purperen gewaden, zo horen we.
Ik stel me iemand voor in onze tijd.
Hij gaat modieus gekleed, houdt zich altijd en overal aan de dresscodes.
Op de golfbaan een keurige polo met kraag – in de broek gedragen.
Op jacht gaat hij in een groenbruin jagerskostuum; een hoed met een veertje.
Op zijn 80 meter lange motorjacht met drie zwembaden,
draagt hij smetteloos wit en zie je hem nooit zonder kapiteinspet.  
De anderen aan boord moeten wel weten wie de boswachter is!  

Het is elke dag feest is in zijn huis.
Ik stel ik me villa voor op een  ommuurde compound,
waar je zonder speciaal pasje echt niet binnenkomt.
Bij de bewaakte achteringang komt een vaste cateraar
dagelijks kostelijke spijzen afleveren, die binnen met belegen wijnen
worden weggespoeld.
Bij de poort zit een bedelaar. Die hoopt op wat restjes.
De enige zorg die aan hem wordt besteed: een hond,
die trouw zijn wonden komt likken.

Overdrijf ik de rijkdom? Overdrijf ik de tegenstelling? Ja, ik overdrijf…
Mijn fantasie maakt de man nog veel rijker dan die in het verhaal.
Waarom? Nou…die man moet natuurlijk niet echt op u en mij lijken, toch?
We moesten eens gestoord worden in onze voorspoedige leventjes…
Ze komen allebei te overlijden.
Lazarus wordt door engelen weggedragen.
Hij mag rusten aan het hart van aartsvader Abraham.
Lazarus’ leven lijkt volkomen zinloos,
maar tot op vandaag wordt zijn naam overal ter wereld genoemd.

De rijke wordt prijsgegeven aan een naamloos graf.
Zo iemand is het gedenken niet waard.
Die mens mag geen naam hebben.

Eigen schuld, dikke bult!
Boontje komt om zijn loontje.
Ja, wij, keurige christenmensen, begrijpen heel goed,
waarom die rijkaard naamloos wordt afgevoerd naar de hel!
Had hij maar moeten omzien naar die arme Lazarus.

Hoe komt het toch dat Lazarus er op aarde zo bekaaid afkomt?
Is hij ongeschoold? Is hij gescheiden? Ex-gedetineerd misschien?
Bleek de hypotheek onder water te staan?
Het verhaal vertelt het niet. Het doet er niet toe.
De arme Lazarus is er en hij ligt aan de poort van de rijke.

Ik had ooit het voorrecht een groep theologiestudenten in Burundi,
iets te mogen vertellen over het kerkelijk leven in Europa.
In de gesprekken werd me duidelijk hoe belangrijk HOOP is
voor mensen in het arme deel van de wereld.
Ze doorstaan het onrecht van de armoe op basis van hoop.  
Hoop op een beter leven hier…  
maar vooral hoop op een beter leven in het hiernamaals.

Toen ik vertelde, dat wij Europeanen daar niet zo mee bezig zijn,
keken ze mij ongelovig aan. Het verbaasde hen zeer dat gelovigen in onze kerken veelal denken, dat het leven op aarde geleefd mag/moet worden.
Ze konden zich niet indenken dat menig gelovige hier zich nauwelijks
een voorstelling maakt van een leven na de dood.
“Dat zien we dan wel weer!” is immers een veel gehoorde opmerking.
Onze inzet is gericht op een samenleving die je “hemel op aarde” kunt
noemen: Gods koninkrijk, veelbelovend land, het paradijs.  
We bidden immers dagelijks: “Uw koninkrijk kome,
Uw wil geschiede op aarde zoals ook in de hemel.

De sociaaleconomische omstandigheden van mensen,
zijn mede bepalend voor hun manier van geloven.
Ik hoorde pasgeleden nog een mooi voorbeeld uit onze kerkgeschiedenis.
Het betreft Doopsgezinden in de 17-de eeuw.
In Friesland woonden nogal wat arme doperse boeren.
Ze waren zeer afhankelijk van de natuur. Die Friese doopsgezinden ontwikkelden een orthodox soort geloof, waarin de natuurkrachten werd gezien als instrumenten waarmee de Eeuwige, de mensheid beloont en straft.   
De mens is een nietig wezen dat volkomen afhankelijk is van een strenge, doch rechtvaardige God.

In diezelfde tijd groeide in de doopsgezinde gemeenschap van het rijke Amsterdam een meer vrijzinnige geloofsopvatting. Daar werd het beteugelen van de natuurkrachten gezien als de opdracht van mens. De mens als Schepper naast God. Adriaan Leeghwater – de molenbouwer, die o.a. de Beemster droog maalde, was doopsgezind. Ingenieur Cornelis Lely, de man van de Zuiderzee-werken, behoorde ook tot die groepering. We hebben onze droge voeten te danken aan… de doopsgezinden. U kent waarschijnlijk de uitspraak: God schiep de werelds, maar de Nederlanders hebben Holland gemaakt.
De mens, schepper naast God, is verantwoordelijk voor het leven op aarde.
Dat geldt niet alleen voor onze droge voeten, maar ook voor de onderlinge verhoudingen. Voor de verhoudingen tussen arm en rijk, bijvoorbeeld.
Daarmee zijn we terug bij onze lezingen.

We lazen Amos, die ongeveer 750 voor Chr. leefde en Lucas, die schreef in de tweede helft van de eerste eeuw… en we lezen de krant.  
Conclusie: Armoede is van alle tijden. Dat is zo!
Armoede bepaalt tot op de dag van vandaag het leven van miljoenen mensen.
Op heel wat plaatsen, o.a. in Burundi, maakt armoe het leven tot een hel,
al was het maar omdat ze ook daar naar westerse TV-series kijken.

Hoe ga je om met de armoede van je medemens. Amos en Lucas verkondigen  beide dat die vraag het scharnierpunt is waar alles om draait bij de God van Israël. Armoe is onrecht dat bestreden moet worden: Uw wil geschiede op aarde, zoals in de hemel.

En… Laten we er maar niet omheen draaien. Wij behoren tot degenen,
die hun schaapjes op het droge hebben. Voor u en mij is de cruciale vraag:
Hoe gaan we om met de armen?

Als het om landen als Burundi gaat, stuiten we op politieke en economische mechanismen, waar we niet zo gek veel invloed op hebben. We verzuchten dat we er toch niks aan kunnen doen en als we iets doen, is het maar heel kleine druppel op een heel grote gloeiende plaat. Jammer maar helaas.

Hoort u het ook? De stemmen van Amos en Lucas verdwijnen naar de achtergrond. Er staan uitleggers op die ons vertellen dat het in deze teksten over hogere geestelijke waarden gaat. Over het hiernamaals. Jehova’s getuigen komen je uitleggen, dat je je bij dat genootschap moet aansluiten om niet te hoeven lijden in het hiernamaals, zoals de rijke bij Lucas.

Armoede… is er altijd al geweest en zal er altijd zijn. Daar doe je niks aan.
Wie zo denkt is geen stap verder dan de afgodendienaars in bijbelse tijden.
Dat is nou heidendom. Alles maar over laten aan de machten van de natuur
en aan machtige mensen, die er slim van profiteren. Wat een armzalige visie op het leven! Wat een armzalige visie op het geloof in Gods koninkrijk.

Die manier van denken haalt de angel uit de profetie.
Die manier van denken negeert de uitdaging uit het evangelie.
In Afrika houd je het in het hiernumaals niet vol, zonder de hoop op het hiernamaals. Het zij onze broeders en zusters van harte gegund.

Maar als je aan de rijke kant van de kloof staat en al het onrecht maar laat voortbestaan… die mens stelt niks voor. Die mens levert geen enkele bijdrage aan Gods koninkrijk: Uw wil geschiedde op aarde zoals in de hemel.
Die bede in het Onze Vader wordt concreet in de harde woorden van Amos  tegen de rijken van zijn tijd; en in het uitdagende verhaal van Lucas.

Als we spreken over het koninkrijk Gods, waar zijn wil geschiedt dan gaat het over hier en nu. Als het gaat over de zin van joue leven, is de vraag:
Welke bijdrage heb jij geleverd?
Hoe heb jij je laten inspireren door Amos en door Lucas en ben je aan de slag gegaan? Of heb je je in slaap laten sussen met hiernamaalsverhalen…ben je weggezapt bij dat eentonig getik van de druppels op de gloeiende plaat.

Ik ken een jonge vrouw. Annick heet ze. Ze leeft op die gloeiende plaat…
Ze woont op de plek waar zo’n druppel viel.
Haar moeder was, toen ik haar in 2003 leerde kennen, weduwe.
Die moeder had groetenwinkeltje opgezet met een microkrediet,
waarvoor in  Nederland geld was ingezameld. Er was geld om Annick naar de basisschool te laten gaan. Haar moeder is plotseling overleden.
Dank zij een project van de kerk waartoe ze behoort kon ze toch naar het V.O.
Ze is twee jaar geleden afgestudeerd aan Hope University in Bujumbura.
Ze werkt bij een goed betalende buitenlandse firma. Met haar salaris betaalt ze de opleiding van haar jongere broertjes en zusjes. Een mooi verhaal? Zeker! Een waar verhaal ook… en een veilig verhaal; want Annick en haar familie blijven wel in Bujumbura.

Maar er zijn ook andere verhalen. Verhalen over mensen op de vlucht voor oorlogsgeweld. Verhalen over mensen die vandaag bivakkeren voor de poort van schatrijk Europa… En wat doet schatrijk Europa? Europa stelt vragen…

Waarom zijn deze mensen ze gevlucht?
Toch niet alleen maar om aan de armoe te ontkomen, hè? 
Het zijn toch niet van die volwassenen, die alles en iedereen achter laten en
hun leven wagen in gammele bootjes, om toekomst te creëren voor hun kinderen?  Dat zijn zeer moedige mensen. Maar wij plakken er een etiket op: Economische vluchteling! We laten ze niet toe!

Amos roept op tot bekering. Keer terug naar Thora!
Amos vermaant zijn volksgenoten omdat ze Gods wet veronachtzamen.
De profeet wijst de koning en de andere rijken op dat scharnierpunt.
Je maakt Thora zichtbaar als je omziet naar de arme, de weduwe, de wees, de vreemdeling. Daaraan kun je zien of je Thora volbrengt. 

0ok Lucas maakt duidelijk dat juist in je omgang  met degenen die het moeilijk hebben in de samenleving, duidelijk wordt of je leeft in de lijn van Jezus van Nazareth of juist niet.

Hoe ga je om met mensen die hier op aarde gaan door een hel van eenzaam-heid, armoede, pesterij, discriminatie, dakloosheid onderdrukking en allerlei andere vormen van onrecht?
Die vraag geldt voor de regering… en wordt een vraag aan jou persoonlijk als je 
politieke keuze bepaalt. Niet kiezen, betekent het laten voortbestaan van al het onrecht dat nu nog gebeurt. Wie niet of verkeerd kiest, stookt de hel nog wat op… Je kunt die vraag ook stellen aan de gemeente…

Hoe gaan we als protestantse gemeente om met de armen in onze dorpen en in de naburige stad? Zijn we kerk voor ons persoonlijk zielenheil of vormen we een gemeente ter wille van de samenleving? Bestaat ons diaconaat uit het geven van geld aan doelen die ons bevallen of nemen we verantwoordelijkheid voor mensen in een situatie van onrecht. Het diaconaat hoort geen kerkelijke liefdadigheid te zijn, maar inzet voor gerechtigheid en vrede. Hoe je dat doet?
Daartoe heeft God zelf ons een handleiding verschaft, die glashelder is voor particulieren en politici, voor gemeenten en parochies… Je mag gaan in het spoor van de God die in psalm 146 wordt bezongen:

Hij blijft bedacht op trouw voor altijd.
Voor het recht van de onderdrukten komt hij op.
Hij geeft hongerigen brood, de Heer maakt gevangenen vrij
De Heer opent blinden de ogen; De Heer richt verslagenen op
De Heer heeft rechtvaardigen lief; neemt de vreemdeling in bescherming
wees en weduwe staat Hij bij.

 

Veel Christenen hopen na hun dood te worden verenigd met de Schepper in de hemel. Hoe dat zal zijn, weten we niet.
God is op aarde bezig…door middel van zijn kerk.
Hij roept de gemeente om schepper naast God  te zijn;
Een christen mag geloven dat zijn inzet leidt tot:
“Uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel.”

 

De aarde vervuld van recht en vrede.  Een samenleving zoals God bedoelt.
Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, daalt neer
en de Eeuwige woont te midden van de mensen.

Geloven anno 2016 betekent – denk ik – vertrouwen op een God
die mensen inschakelt om hier en nu “hemel op aarde” te creëren.
We hebben nog een lange weg te gaan… maar er zijn tekenen van hoop.
Er is geloofsgemeenschap… dwars door alle kerken heen
die Esther als straatpastor de straat op laat gaan ter wille van de daklozen.
die Soleil, Esther en Margriet inhuurt als hulpverleners voor mensen in crisis.
die bezig is een inloophuis te creëren, waar mensen elkaar ontmoeten en hun hulpvragen op tafel kunnen leggen.
die mensen ronselt om maatje te worden van iemand die in de schulden raakt.
die langdurig verantwoordelijk wil zijn voor een projecten in de derde wereld.
die vluchtelingen opvangt en helpt hun weg te vinden in onze samenleving.
 
Nee, het is niet hopeloos. Het is niet zonder perspectief. Het is klip en klaar welke kant het opgaat … Het gaat richting koninkrijk…
waar Gods wil geschiedt op aarde zoals in de hemel.

Dat het mag zijn – in de naam van de vader en de zoon en de heilige Geest.
AMEN


 




 

Lieve mensen van God,

De rijke man en de arme Lazarus.
Een bekend verhaal waar ik vanmorgen drie elementen uitlicht,
die ieder op zich een hele preek waard zouden zijn.  
Het gaat om 1. arm en rijk  2. hiernamaals en hiernumaals. 3. hel en hemel  

Arm – rijk
Enkele weken geleden wijdde dagblad Trouw een serie artikelen aan kerkelijke gemeenten in enkele zeer welvarende dorpen in ons land. Ik noteerde een uitspraak van Ds. Ad Nieuwkoop, die – zo schreef de journalist- op zondagmorgen de mores in Bloemendaal fileert.
De dominee zei: “Wij moeten als bevoorrechten gestoord worden in onze voorspoedige leventjes.” Nou, als dat zijn doel is, dan kan hij zich het de teksten van vanmorgen helemaal uitleven. 

Lucas vertelt over een rijk man, die een uitbundig leven lijdt.
Hij kleedt zich in purperen gewaden, zo horen we.
Ik stel me iemand voor in onze tijd.
Hij gaat modieus gekleed, houdt zich altijd en overal aan de dresscodes.
Op de golfbaan een keurige polo met kraag – in de broek gedragen.
Op jacht gaat hij in een groenbruin jagerskostuum; een hoed met een veertje.
Op zijn 80 meter lange motorjacht met drie zwembaden,
draagt hij smetteloos wit en zie je hem nooit zonder kapiteinspet.  
De anderen aan boord moeten wel weten wie de boswachter is!  

Het is elke dag feest is in zijn huis.
Ik stel ik me villa voor op een  ommuurde compound,
waar je zonder speciaal pasje echt niet binnenkomt.
Bij de bewaakte achteringang komt een vaste cateraar
dagelijks kostelijke spijzen afleveren, die binnen met belegen wijnen
worden weggespoeld.
Bij de poort zit een bedelaar. Die hoopt op wat restjes.
De enige zorg die aan hem wordt besteed: een hond,
die trouw zijn wonden komt likken.

Overdrijf ik de rijkdom? Overdrijf ik de tegenstelling? Ja, ik overdrijf…
Mijn fantasie maakt de man nog veel rijker dan die in het verhaal.
Waarom? Nou…die man moet natuurlijk niet echt op u en mij lijken, toch?
We moesten eens gestoord worden in onze voorspoedige leventjes…
Ze komen allebei te overlijden.
Lazarus wordt door engelen weggedragen.
Hij mag rusten aan het hart van aartsvader Abraham.
Lazarus’ leven lijkt volkomen zinloos,
maar tot op vandaag wordt zijn naam overal ter wereld genoemd.

De rijke wordt prijsgegeven aan een naamloos graf.
Zo iemand is het gedenken niet waard.
Die mens mag geen naam hebben.

Eigen schuld, dikke bult!
Boontje komt om zijn loontje.
Ja, wij, keurige christenmensen, begrijpen heel goed,
waarom die rijkaard naamloos wordt afgevoerd naar de hel!
Had hij maar moeten omzien naar die arme Lazarus.

Hoe komt het toch dat Lazarus er op aarde zo bekaaid afkomt?
Is hij ongeschoold? Is hij gescheiden? Ex-gedetineerd misschien?
Bleek de hypotheek onder water te staan?
Het verhaal vertelt het niet. Het doet er niet toe.
De arme Lazarus is er en hij ligt aan de poort van de rijke.

Ik had ooit het voorrecht een groep theologiestudenten in Burundi,
iets te mogen vertellen over het kerkelijk leven in Europa.
In de gesprekken werd me duidelijk hoe belangrijk HOOP is
voor mensen in het arme deel van de wereld.
Ze doorstaan het onrecht van de armoe op basis van hoop.  
Hoop op een beter leven hier…  
maar vooral hoop op een beter leven in het hiernamaals.

Toen ik vertelde, dat wij Europeanen daar niet zo mee bezig zijn,
keken ze mij ongelovig aan. Het verbaasde hen zeer dat gelovigen in onze kerken veelal denken, dat het leven op aarde geleefd mag/moet worden.
Ze konden zich niet indenken dat menig gelovige hier zich nauwelijks
een voorstelling maakt van een leven na de dood.
“Dat zien we dan wel weer!” is immers een veel gehoorde opmerking.
Onze inzet is gericht op een samenleving die je “hemel op aarde” kunt
noemen: Gods koninkrijk, veelbelovend land, het paradijs.  
We bidden immers dagelijks: “Uw koninkrijk kome,
Uw wil geschiede op aarde zoals ook in de hemel.

De sociaaleconomische omstandigheden van mensen,
zijn mede bepalend voor hun manier van geloven.
Ik hoorde pasgeleden nog een mooi voorbeeld uit onze kerkgeschiedenis.
Het betreft Doopsgezinden in de 17-de eeuw.
In Friesland woonden nogal wat arme doperse boeren.
Ze waren zeer afhankelijk van de natuur. Die Friese doopsgezinden ontwikkelden een orthodox soort geloof, waarin de natuurkrachten werd gezien als instrumenten waarmee de Eeuwige, de mensheid beloont en straft.   
De mens is een nietig wezen dat volkomen afhankelijk is van een strenge, doch rechtvaardige God.

In diezelfde tijd groeide in de doopsgezinde gemeenschap van het rijke Amsterdam een meer vrijzinnige geloofsopvatting. Daar werd het beteugelen van de natuurkrachten gezien als de opdracht van mens. De mens als Schepper naast God. Adriaan Leeghwater – de molenbouwer, die o.a. de Beemster droog maalde, was doopsgezind. Ingenieur Cornelis Lely, de man van de Zuiderzee-werken, behoorde ook tot die groepering. We hebben onze droge voeten te danken aan… de doopsgezinden. U kent waarschijnlijk de uitspraak: God schiep de werelds, maar de Nederlanders hebben Holland gemaakt.
De mens, schepper naast God, is verantwoordelijk voor het leven op aarde.
Dat geldt niet alleen voor onze droge voeten, maar ook voor de onderlinge verhoudingen. Voor de verhoudingen tussen arm en rijk, bijvoorbeeld.
Daarmee zijn we terug bij onze lezingen.

We lazen Amos, die ongeveer 750 voor Chr. leefde en Lucas, die schreef in de tweede helft van de eerste eeuw… en we lezen de krant.  
Conclusie: Armoede is van alle tijden. Dat is zo!
Armoede bepaalt tot op de dag van vandaag het leven van miljoenen mensen.
Op heel wat plaatsen, o.a. in Burundi, maakt armoe het leven tot een hel,
al was het maar omdat ze ook daar naar westerse TV-series kijken.

Hoe ga je om met de armoede van je medemens. Amos en Lucas verkondigen  beide dat die vraag het scharnierpunt is waar alles om draait bij de God van Israël. Armoe is onrecht dat bestreden moet worden: Uw wil geschiede op aarde, zoals in de hemel.

En… Laten we er maar niet omheen draaien. Wij behoren tot degenen,
die hun schaapjes op het droge hebben. Voor u en mij is de cruciale vraag:
Hoe gaan we om met de armen?

Als het om landen als Burundi gaat, stuiten we op politieke en economische mechanismen, waar we niet zo gek veel invloed op hebben. We verzuchten dat we er toch niks aan kunnen doen en als we iets doen, is het maar heel kleine druppel op een heel grote gloeiende plaat. Jammer maar helaas.

Hoort u het ook? De stemmen van Amos en Lucas verdwijnen naar de achtergrond. Er staan uitleggers op die ons vertellen dat het in deze teksten over hogere geestelijke waarden gaat. Over het hiernamaals. Jehova’s getuigen komen je uitleggen, dat je je bij dat genootschap moet aansluiten om niet te hoeven lijden in het hiernamaals, zoals de rijke bij Lucas.

Armoede… is er altijd al geweest en zal er altijd zijn. Daar doe je niks aan.
Wie zo denkt is geen stap verder dan de afgodendienaars in bijbelse tijden.
Dat is nou heidendom. Alles maar over laten aan de machten van de natuur
en aan machtige mensen, die er slim van profiteren. Wat een armzalige visie op het leven! Wat een armzalige visie op het geloof in Gods koninkrijk.

Die manier van denken haalt de angel uit de profetie.
Die manier van denken negeert de uitdaging uit het evangelie.
In Afrika houd je het in het hiernumaals niet vol, zonder de hoop op het hiernamaals. Het zij onze broeders en zusters van harte gegund.

Maar als je aan de rijke kant van de kloof staat en al het onrecht maar laat voortbestaan… die mens stelt niks voor. Die mens levert geen enkele bijdrage aan Gods koninkrijk: Uw wil geschiedde op aarde zoals in de hemel.
Die bede in het Onze Vader wordt concreet in de harde woorden van Amos  tegen de rijken van zijn tijd; en in het uitdagende verhaal van Lucas.

Als we spreken over het koninkrijk Gods, waar zijn wil geschiedt dan gaat het over hier en nu. Als het gaat over de zin van joue leven, is de vraag:
Welke bijdrage heb jij geleverd?
Hoe heb jij je laten inspireren door Amos en door Lucas en ben je aan de slag gegaan? Of heb je je in slaap laten sussen met hiernamaalsverhalen…ben je weggezapt bij dat eentonig getik van de druppels op de gloeiende plaat.

Ik ken een jonge vrouw. Annick heet ze. Ze leeft op die gloeiende plaat…
Ze woont op de plek waar zo’n druppel viel.
Haar moeder was, toen ik haar in 2003 leerde kennen, weduwe.
Die moeder had groetenwinkeltje opgezet met een microkrediet,
waarvoor in  Nederland geld was ingezameld. Er was geld om Annick naar de basisschool te laten gaan. Haar moeder is plotseling overleden.
Dank zij een project van de kerk waartoe ze behoort kon ze toch naar het V.O.
Ze is twee jaar geleden afgestudeerd aan Hope University in Bujumbura.
Ze werkt bij een goed betalende buitenlandse firma. Met haar salaris betaalt ze de opleiding van haar jongere broertjes en zusjes. Een mooi verhaal? Zeker! Een waar verhaal ook… en een veilig verhaal; want Annick en haar familie blijven wel in Bujumbura.

Maar er zijn ook andere verhalen. Verhalen over mensen op de vlucht voor oorlogsgeweld. Verhalen over mensen die vandaag bivakkeren voor de poort van schatrijk Europa… En wat doet schatrijk Europa? Europa stelt vragen…

Waarom zijn deze mensen ze gevlucht?
Toch niet alleen maar om aan de armoe te ontkomen, hè? 
Het zijn toch niet van die volwassenen, die alles en iedereen achter laten en
hun leven wagen in gammele bootjes, om toekomst te creëren voor hun kinderen?  Dat zijn zeer moedige mensen. Maar wij plakken er een etiket op: Economische vluchteling! We laten ze niet toe!

Amos roept op tot bekering. Keer terug naar Thora!
Amos vermaant zijn volksgenoten omdat ze Gods wet veronachtzamen.
De profeet wijst de koning en de andere rijken op dat scharnierpunt.
Je maakt Thora zichtbaar als je omziet naar de arme, de weduwe, de wees, de vreemdeling. Daaraan kun je zien of je Thora volbrengt. 

0ok Lucas maakt duidelijk dat juist in je omgang  met degenen die het moeilijk hebben in de samenleving, duidelijk wordt of je leeft in de lijn van Jezus van Nazareth of juist niet.

Hoe ga je om met mensen die hier op aarde gaan door een hel van eenzaam-heid, armoede, pesterij, discriminatie, dakloosheid onderdrukking en allerlei andere vormen van onrecht?
Die vraag geldt voor de regering… en wordt een vraag aan jou persoonlijk als je 
politieke keuze bepaalt. Niet kiezen, betekent het laten voortbestaan van al het onrecht dat nu nog gebeurt. Wie niet of verkeerd kiest, stookt de hel nog wat op… Je kunt die vraag ook stellen aan de gemeente…

Hoe gaan we als protestantse gemeente om met de armen in onze dorpen en in de naburige stad? Zijn we kerk voor ons persoonlijk zielenheil of vormen we een gemeente ter wille van de samenleving? Bestaat ons diaconaat uit het geven van geld aan doelen die ons bevallen of nemen we verantwoordelijkheid voor mensen in een situatie van onrecht. Het diaconaat hoort geen kerkelijke liefdadigheid te zijn, maar inzet voor gerechtigheid en vrede. Hoe je dat doet?
Daartoe heeft God zelf ons een handleiding verschaft, die glashelder is voor particulieren en politici, voor gemeenten en parochies… Je mag gaan in het spoor van de God die in psalm 146 wordt bezongen:

Hij blijft bedacht op trouw voor altijd.
Voor het recht van de onderdrukten komt hij op.
Hij geeft hongerigen brood, de Heer maakt gevangenen vrij
De Heer opent blinden de ogen; De Heer richt verslagenen op
De Heer heeft rechtvaardigen lief; neemt de vreemdeling in bescherming
wees en weduwe staat Hij bij.

 

Veel Christenen hopen na hun dood te worden verenigd met de Schepper in de hemel. Hoe dat zal zijn, weten we niet.
God is op aarde bezig…door middel van zijn kerk.
Hij roept de gemeente om schepper naast God  te zijn;
Een christen mag geloven dat zijn inzet leidt tot:
“Uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel.”

 

De aarde vervuld van recht en vrede.  Een samenleving zoals God bedoelt.
Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, daalt neer
en de Eeuwige woont te midden van de mensen.

Geloven anno 2016 betekent – denk ik – vertrouwen op een God
die mensen inschakelt om hier en nu “hemel op aarde” te creëren.
We hebben nog een lange weg te gaan… maar er zijn tekenen van hoop.
Er is geloofsgemeenschap… dwars door alle kerken heen
die Esther als straatpastor de straat op laat gaan ter wille van de daklozen.
die Soleil, Esther en Margriet inhuurt als hulpverleners voor mensen in crisis.
die bezig is een inloophuis te creëren, waar mensen elkaar ontmoeten en hun hulpvragen op tafel kunnen leggen.
die mensen ronselt om maatje te worden van iemand die in de schulden raakt.
die langdurig verantwoordelijk wil zijn voor een projecten in de derde wereld.
die vluchtelingen opvangt en helpt hun weg te vinden in onze samenleving.
 
Nee, het is niet hopeloos. Het is niet zonder perspectief. Het is klip en klaar welke kant het opgaat … Het gaat richting koninkrijk…
waar Gods wil geschiedt op aarde zoals in de hemel.

Dat het mag zijn – in de naam van de vader en de zoon en de heilige Geest.
AMEN


 




 

Lieve mensen van God,

De rijke man en de arme Lazarus.
Een bekend verhaal waar ik vanmorgen drie elementen uitlicht,
die ieder op zich een hele preek waard zouden zijn.  
Het gaat om 1. arm en rijk  2. hiernamaals en hiernumaals. 3. hel en hemel  

Arm – rijk
Enkele weken geleden wijdde dagblad Trouw een serie artikelen aan kerkelijke gemeenten in enkele zeer welvarende dorpen in ons land. Ik noteerde een uitspraak van Ds. Ad Nieuwkoop, die – zo schreef de journalist- op zondagmorgen de mores in Bloemendaal fileert.
De dominee zei: “Wij moeten als bevoorrechten gestoord worden in onze voorspoedige leventjes.” Nou, als dat zijn doel is, dan kan hij zich het de teksten van vanmorgen helemaal uitleven. 

Lucas vertelt over een rijk man, die een uitbundig leven lijdt.
Hij kleedt zich in purperen gewaden, zo horen we.
Ik stel me iemand voor in onze tijd.
Hij gaat modieus gekleed, houdt zich altijd en overal aan de dresscodes.
Op de golfbaan een keurige polo met kraag – in de broek gedragen.
Op jacht gaat hij in een groenbruin jagerskostuum; een hoed met een veertje.
Op zijn 80 meter lange motorjacht met drie zwembaden,
draagt hij smetteloos wit en zie je hem nooit zonder kapiteinspet.  
De anderen aan boord moeten wel weten wie de boswachter is!  

Het is elke dag feest is in zijn huis.
Ik stel ik me villa voor op een  ommuurde compound,
waar je zonder speciaal pasje echt niet binnenkomt.
Bij de bewaakte achteringang komt een vaste cateraar
dagelijks kostelijke spijzen afleveren, die binnen met belegen wijnen
worden weggespoeld.
Bij de poort zit een bedelaar. Die hoopt op wat restjes.
De enige zorg die aan hem wordt besteed: een hond,
die trouw zijn wonden komt likken.

Overdrijf ik de rijkdom? Overdrijf ik de tegenstelling? Ja, ik overdrijf…
Mijn fantasie maakt de man nog veel rijker dan die in het verhaal.
Waarom? Nou…die man moet natuurlijk niet echt op u en mij lijken, toch?
We moesten eens gestoord worden in onze voorspoedige leventjes…
Ze komen allebei te overlijden.
Lazarus wordt door engelen weggedragen.
Hij mag rusten aan het hart van aartsvader Abraham.
Lazarus’ leven lijkt volkomen zinloos,
maar tot op vandaag wordt zijn naam overal ter wereld genoemd.

De rijke wordt prijsgegeven aan een naamloos graf.
Zo iemand is het gedenken niet waard.
Die mens mag geen naam hebben.

Eigen schuld, dikke bult!
Boontje komt om zijn loontje.
Ja, wij, keurige christenmensen, begrijpen heel goed,
waarom die rijkaard naamloos wordt afgevoerd naar de hel!
Had hij maar moeten omzien naar die arme Lazarus.

Hoe komt het toch dat Lazarus er op aarde zo bekaaid afkomt?
Is hij ongeschoold? Is hij gescheiden? Ex-gedetineerd misschien?
Bleek de hypotheek onder water te staan?
Het verhaal vertelt het niet. Het doet er niet toe.
De arme Lazarus is er en hij ligt aan de poort van de rijke.

Ik had ooit het voorrecht een groep theologiestudenten in Burundi,
iets te mogen vertellen over het kerkelijk leven in Europa.
In de gesprekken werd me duidelijk hoe belangrijk HOOP is
voor mensen in het arme deel van de wereld.
Ze doorstaan het onrecht van de armoe op basis van hoop.  
Hoop op een beter leven hier…  
maar vooral hoop op een beter leven in het hiernamaals.

Toen ik vertelde, dat wij Europeanen daar niet zo mee bezig zijn,
keken ze mij ongelovig aan. Het verbaasde hen zeer dat gelovigen in onze kerken veelal denken, dat het leven op aarde geleefd mag/moet worden.
Ze konden zich niet indenken dat menig gelovige hier zich nauwelijks
een voorstelling maakt van een leven na de dood.
“Dat zien we dan wel weer!” is immers een veel gehoorde opmerking.
Onze inzet is gericht op een samenleving die je “hemel op aarde” kunt
noemen: Gods koninkrijk, veelbelovend land, het paradijs.  
We bidden immers dagelijks: “Uw koninkrijk kome,
Uw wil geschiede op aarde zoals ook in de hemel.

De sociaaleconomische omstandigheden van mensen,
zijn mede bepalend voor hun manier van geloven.
Ik hoorde pasgeleden nog een mooi voorbeeld uit onze kerkgeschiedenis.
Het betreft Doopsgezinden in de 17-de eeuw.
In Friesland woonden nogal wat arme doperse boeren.
Ze waren zeer afhankelijk van de natuur. Die Friese doopsgezinden ontwikkelden een orthodox soort geloof, waarin de natuurkrachten werd gezien als instrumenten waarmee de Eeuwige, de mensheid beloont en straft.   
De mens is een nietig wezen dat volkomen afhankelijk is van een strenge, doch rechtvaardige God.

In diezelfde tijd groeide in de doopsgezinde gemeenschap van het rijke Amsterdam een meer vrijzinnige geloofsopvatting. Daar werd het beteugelen van de natuurkrachten gezien als de opdracht van mens. De mens als Schepper naast God. Adriaan Leeghwater – de molenbouwer, die o.a. de Beemster droog maalde, was doopsgezind. Ingenieur Cornelis Lely, de man van de Zuiderzee-werken, behoorde ook tot die groepering. We hebben onze droge voeten te danken aan… de doopsgezinden. U kent waarschijnlijk de uitspraak: God schiep de werelds, maar de Nederlanders hebben Holland gemaakt.
De mens, schepper naast God, is verantwoordelijk voor het leven op aarde.
Dat geldt niet alleen voor onze droge voeten, maar ook voor de onderlinge verhoudingen. Voor de verhoudingen tussen arm en rijk, bijvoorbeeld.
Daarmee zijn we terug bij onze lezingen.

We lazen Amos, die ongeveer 750 voor Chr. leefde en Lucas, die schreef in de tweede helft van de eerste eeuw… en we lezen de krant.  
Conclusie: Armoede is van alle tijden. Dat is zo!
Armoede bepaalt tot op de dag van vandaag het leven van miljoenen mensen.
Op heel wat plaatsen, o.a. in Burundi, maakt armoe het leven tot een hel,
al was het maar omdat ze ook daar naar westerse TV-series kijken.

Hoe ga je om met de armoede van je medemens. Amos en Lucas verkondigen  beide dat die vraag het scharnierpunt is waar alles om draait bij de God van Israël. Armoe is onrecht dat bestreden moet worden: Uw wil geschiede op aarde, zoals in de hemel.

En… Laten we er maar niet omheen draaien. Wij behoren tot degenen,
die hun schaapjes op het droge hebben. Voor u en mij is de cruciale vraag:
Hoe gaan we om met de armen?

Als het om landen als Burundi gaat, stuiten we op politieke en economische mechanismen, waar we niet zo gek veel invloed op hebben. We verzuchten dat we er toch niks aan kunnen doen en als we iets doen, is het maar heel kleine druppel op een heel grote gloeiende plaat. Jammer maar helaas.

Hoort u het ook? De stemmen van Amos en Lucas verdwijnen naar de achtergrond. Er staan uitleggers op die ons vertellen dat het in deze teksten over hogere geestelijke waarden gaat. Over het hiernamaals. Jehova’s getuigen komen je uitleggen, dat je je bij dat genootschap moet aansluiten om niet te hoeven lijden in het hiernamaals, zoals de rijke bij Lucas.

Armoede… is er altijd al geweest en zal er altijd zijn. Daar doe je niks aan.
Wie zo denkt is geen stap verder dan de afgodendienaars in bijbelse tijden.
Dat is nou heidendom. Alles maar over laten aan de machten van de natuur
en aan machtige mensen, die er slim van profiteren. Wat een armzalige visie op het leven! Wat een armzalige visie op het geloof in Gods koninkrijk.

Die manier van denken haalt de angel uit de profetie.
Die manier van denken negeert de uitdaging uit het evangelie.
In Afrika houd je het in het hiernumaals niet vol, zonder de hoop op het hiernamaals. Het zij onze broeders en zusters van harte gegund.

Maar als je aan de rijke kant van de kloof staat en al het onrecht maar laat voortbestaan… die mens stelt niks voor. Die mens levert geen enkele bijdrage aan Gods koninkrijk: Uw wil geschiedde op aarde zoals in de hemel.
Die bede in het Onze Vader wordt concreet in de harde woorden van Amos  tegen de rijken van zijn tijd; en in het uitdagende verhaal van Lucas.

Als we spreken over het koninkrijk Gods, waar zijn wil geschiedt dan gaat het over hier en nu. Als het gaat over de zin van joue leven, is de vraag:
Welke bijdrage heb jij geleverd?
Hoe heb jij je laten inspireren door Amos en door Lucas en ben je aan de slag gegaan? Of heb je je in slaap laten sussen met hiernamaalsverhalen…ben je weggezapt bij dat eentonig getik van de druppels op de gloeiende plaat.

Ik ken een jonge vrouw. Annick heet ze. Ze leeft op die gloeiende plaat…
Ze woont op de plek waar zo’n druppel viel.
Haar moeder was, toen ik haar in 2003 leerde kennen, weduwe.
Die moeder had groetenwinkeltje opgezet met een microkrediet,
waarvoor in  Nederland geld was ingezameld. Er was geld om Annick naar de basisschool te laten gaan. Haar moeder is plotseling overleden.
Dank zij een project van de kerk waartoe ze behoort kon ze toch naar het V.O.
Ze is twee jaar geleden afgestudeerd aan Hope University in Bujumbura.
Ze werkt bij een goed betalende buitenlandse firma. Met haar salaris betaalt ze de opleiding van haar jongere broertjes en zusjes. Een mooi verhaal? Zeker! Een waar verhaal ook… en een veilig verhaal; want Annick en haar familie blijven wel in Bujumbura.

Maar er zijn ook andere verhalen. Verhalen over mensen op de vlucht voor oorlogsgeweld. Verhalen over mensen die vandaag bivakkeren voor de poort van schatrijk Europa… En wat doet schatrijk Europa? Europa stelt vragen…

Waarom zijn deze mensen ze gevlucht?
Toch niet alleen maar om aan de armoe te ontkomen, hè? 
Het zijn toch niet van die volwassenen, die alles en iedereen achter laten en
hun leven wagen in gammele bootjes, om toekomst te creëren voor hun kinderen?  Dat zijn zeer moedige mensen. Maar wij plakken er een etiket op: Economische vluchteling! We laten ze niet toe!

Amos roept op tot bekering. Keer terug naar Thora!
Amos vermaant zijn volksgenoten omdat ze Gods wet veronachtzamen.
De profeet wijst de koning en de andere rijken op dat scharnierpunt.
Je maakt Thora zichtbaar als je omziet naar de arme, de weduwe, de wees, de vreemdeling. Daaraan kun je zien of je Thora volbrengt. 

0ok Lucas maakt duidelijk dat juist in je omgang  met degenen die het moeilijk hebben in de samenleving, duidelijk wordt of je leeft in de lijn van Jezus van Nazareth of juist niet.

Hoe ga je om met mensen die hier op aarde gaan door een hel van eenzaam-heid, armoede, pesterij, discriminatie, dakloosheid onderdrukking en allerlei andere vormen van onrecht?
Die vraag geldt voor de regering… en wordt een vraag aan jou persoonlijk als je 
politieke keuze bepaalt. Niet kiezen, betekent het laten voortbestaan van al het onrecht dat nu nog gebeurt. Wie niet of verkeerd kiest, stookt de hel nog wat op… Je kunt die vraag ook stellen aan de gemeente…

Hoe gaan we als protestantse gemeente om met de armen in onze dorpen en in de naburige stad? Zijn we kerk voor ons persoonlijk zielenheil of vormen we een gemeente ter wille van de samenleving? Bestaat ons diaconaat uit het geven van geld aan doelen die ons bevallen of nemen we verantwoordelijkheid voor mensen in een situatie van onrecht. Het diaconaat hoort geen kerkelijke liefdadigheid te zijn, maar inzet voor gerechtigheid en vrede. Hoe je dat doet?
Daartoe heeft God zelf ons een handleiding verschaft, die glashelder is voor particulieren en politici, voor gemeenten en parochies… Je mag gaan in het spoor van de God die in psalm 146 wordt bezongen:

Hij blijft bedacht op trouw voor altijd.
Voor het recht van de onderdrukten komt hij op.
Hij geeft hongerigen brood, de Heer maakt gevangenen vrij
De Heer opent blinden de ogen; De Heer richt verslagenen op
De Heer heeft rechtvaardigen lief; neemt de vreemdeling in bescherming
wees en weduwe staat Hij bij.

 

Veel Christenen hopen na hun dood te worden verenigd met de Schepper in de hemel. Hoe dat zal zijn, weten we niet.
God is op aarde bezig…door middel van zijn kerk.
Hij roept de gemeente om schepper naast God  te zijn;
Een christen mag geloven dat zijn inzet leidt tot:
“Uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel.”

 

De aarde vervuld van recht en vrede.  Een samenleving zoals God bedoelt.
Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, daalt neer
en de Eeuwige woont te midden van de mensen.

Geloven anno 2016 betekent – denk ik – vertrouwen op een God
die mensen inschakelt om hier en nu “hemel op aarde” te creëren.
We hebben nog een lange weg te gaan… maar er zijn tekenen van hoop.
Er is geloofsgemeenschap… dwars door alle kerken heen
die Esther als straatpastor de straat op laat gaan ter wille van de daklozen.
die Soleil, Esther en Margriet inhuurt als hulpverleners voor mensen in crisis.
die bezig is een inloophuis te creëren, waar mensen elkaar ontmoeten en hun hulpvragen op tafel kunnen leggen.
die mensen ronselt om maatje te worden van iemand die in de schulden raakt.
die langdurig verantwoordelijk wil zijn voor een projecten in de derde wereld.
die vluchtelingen opvangt en helpt hun weg te vinden in onze samenleving.
 
Nee, het is niet hopeloos. Het is niet zonder perspectief. Het is klip en klaar welke kant het opgaat … Het gaat richting koninkrijk…
waar Gods wil geschiedt op aarde zoals in de hemel.

Dat het mag zijn – in de naam van de vader en de zoon en de heilige Geest.
AMEN


 




 

Lieve mensen van God,

De rijke man en de arme Lazarus.
Een bekend verhaal waar ik vanmorgen drie elementen uitlicht,
die ieder op zich een hele preek waard zouden zijn.  
Het gaat om 1. arm en rijk  2. hiernamaals en hiernumaals. 3. hel en hemel  

Arm – rijk
Enkele weken geleden wijdde dagblad Trouw een serie artikelen aan kerkelijke gemeenten in enkele zeer welvarende dorpen in ons land. Ik noteerde een uitspraak van Ds. Ad Nieuwkoop, die – zo schreef de journalist- op zondagmorgen de mores in Bloemendaal fileert.
De dominee zei: “Wij moeten als bevoorrechten gestoord worden in onze voorspoedige leventjes.” Nou, als dat zijn doel is, dan kan hij zich het de teksten van vanmorgen helemaal uitleven. 

Lucas vertelt over een rijk man, die een uitbundig leven lijdt.
Hij kleedt zich in purperen gewaden, zo horen we.
Ik stel me iemand voor in onze tijd.
Hij gaat modieus gekleed, houdt zich altijd en overal aan de dresscodes.
Op de golfbaan een keurige polo met kraag – in de broek gedragen.
Op jacht gaat hij in een groenbruin jagerskostuum; een hoed met een veertje.
Op zijn 80 meter lange motorjacht met drie zwembaden,
draagt hij smetteloos wit en zie je hem nooit zonder kapiteinspet.  
De anderen aan boord moeten wel weten wie de boswachter is!  

Het is elke dag feest is in zijn huis.
Ik stel ik me villa voor op een  ommuurde compound,
waar je zonder speciaal pasje echt niet binnenkomt.
Bij de bewaakte achteringang komt een vaste cateraar
dagelijks kostelijke spijzen afleveren, die binnen met belegen wijnen
worden weggespoeld.
Bij de poort zit een bedelaar. Die hoopt op wat restjes.
De enige zorg die aan hem wordt besteed: een hond,
die trouw zijn wonden komt likken.

Overdrijf ik de rijkdom? Overdrijf ik de tegenstelling? Ja, ik overdrijf…
Mijn fantasie maakt de man nog veel rijker dan die in het verhaal.
Waarom? Nou…die man moet natuurlijk niet echt op u en mij lijken, toch?
We moesten eens gestoord worden in onze voorspoedige leventjes…
Ze komen allebei te overlijden.
Lazarus wordt door engelen weggedragen.
Hij mag rusten aan het hart van aartsvader Abraham.
Lazarus’ leven lijkt volkomen zinloos,
maar tot op vandaag wordt zijn naam overal ter wereld genoemd.

De rijke wordt prijsgegeven aan een naamloos graf.
Zo iemand is het gedenken niet waard.
Die mens mag geen naam hebben.

Eigen schuld, dikke bult!
Boontje komt om zijn loontje.
Ja, wij, keurige christenmensen, begrijpen heel goed,
waarom die rijkaard naamloos wordt afgevoerd naar de hel!
Had hij maar moeten omzien naar die arme Lazarus.

Hoe komt het toch dat Lazarus er op aarde zo bekaaid afkomt?
Is hij ongeschoold? Is hij gescheiden? Ex-gedetineerd misschien?
Bleek de hypotheek onder water te staan?
Het verhaal vertelt het niet. Het doet er niet toe.
De arme Lazarus is er en hij ligt aan de poort van de rijke.

Ik had ooit het voorrecht een groep theologiestudenten in Burundi,
iets te mogen vertellen over het kerkelijk leven in Europa.
In de gesprekken werd me duidelijk hoe belangrijk HOOP is
voor mensen in het arme deel van de wereld.
Ze doorstaan het onrecht van de armoe op basis van hoop.  
Hoop op een beter leven hier…  
maar vooral hoop op een beter leven in het hiernamaals.

Toen ik vertelde, dat wij Europeanen daar niet zo mee bezig zijn,
keken ze mij ongelovig aan. Het verbaasde hen zeer dat gelovigen in onze kerken veelal denken, dat het leven op aarde geleefd mag/moet worden.
Ze konden zich niet indenken dat menig gelovige hier zich nauwelijks
een voorstelling maakt van een leven na de dood.
“Dat zien we dan wel weer!” is immers een veel gehoorde opmerking.
Onze inzet is gericht op een samenleving die je “hemel op aarde” kunt
noemen: Gods koninkrijk, veelbelovend land, het paradijs.  
We bidden immers dagelijks: “Uw koninkrijk kome,
Uw wil geschiede op aarde zoals ook in de hemel.

De sociaaleconomische omstandigheden van mensen,
zijn mede bepalend voor hun manier van geloven.
Ik hoorde pasgeleden nog een mooi voorbeeld uit onze kerkgeschiedenis.
Het betreft Doopsgezinden in de 17-de eeuw.
In Friesland woonden nogal wat arme doperse boeren.
Ze waren zeer afhankelijk van de natuur. Die Friese doopsgezinden ontwikkelden een orthodox soort geloof, waarin de natuurkrachten werd gezien als instrumenten waarmee de Eeuwige, de mensheid beloont en straft.   
De mens is een nietig wezen dat volkomen afhankelijk is van een strenge, doch rechtvaardige God.

In diezelfde tijd groeide in de doopsgezinde gemeenschap van het rijke Amsterdam een meer vrijzinnige geloofsopvatting. Daar werd het beteugelen van de natuurkrachten gezien als de opdracht van mens. De mens als Schepper naast God. Adriaan Leeghwater – de molenbouwer, die o.a. de Beemster droog maalde, was doopsgezind. Ingenieur Cornelis Lely, de man van de Zuiderzee-werken, behoorde ook tot die groepering. We hebben onze droge voeten te danken aan… de doopsgezinden. U kent waarschijnlijk de uitspraak: God schiep de werelds, maar de Nederlanders hebben Holland gemaakt.
De mens, schepper naast God, is verantwoordelijk voor het leven op aarde.
Dat geldt niet alleen voor onze droge voeten, maar ook voor de onderlinge verhoudingen. Voor de verhoudingen tussen arm en rijk, bijvoorbeeld.
Daarmee zijn we terug bij onze lezingen.

We lazen Amos, die ongeveer 750 voor Chr. leefde en Lucas, die schreef in de tweede helft van de eerste eeuw… en we lezen de krant.  
Conclusie: Armoede is van alle tijden. Dat is zo!
Armoede bepaalt tot op de dag van vandaag het leven van miljoenen mensen.
Op heel wat plaatsen, o.a. in Burundi, maakt armoe het leven tot een hel,
al was het maar omdat ze ook daar naar westerse TV-series kijken.

Hoe ga je om met de armoede van je medemens. Amos en Lucas verkondigen  beide dat die vraag het scharnierpunt is waar alles om draait bij de God van Israël. Armoe is onrecht dat bestreden moet worden: Uw wil geschiede op aarde, zoals in de hemel.

En… Laten we er maar niet omheen draaien. Wij behoren tot degenen,
die hun schaapjes op het droge hebben. Voor u en mij is de cruciale vraag:
Hoe gaan we om met de armen?

Als het om landen als Burundi gaat, stuiten we op politieke en economische mechanismen, waar we niet zo gek veel invloed op hebben. We verzuchten dat we er toch niks aan kunnen doen en als we iets doen, is het maar heel kleine druppel op een heel grote gloeiende plaat. Jammer maar helaas.

Hoort u het ook? De stemmen van Amos en Lucas verdwijnen naar de achtergrond. Er staan uitleggers op die ons vertellen dat het in deze teksten over hogere geestelijke waarden gaat. Over het hiernamaals. Jehova’s getuigen komen je uitleggen, dat je je bij dat genootschap moet aansluiten om niet te hoeven lijden in het hiernamaals, zoals de rijke bij Lucas.

Armoede… is er altijd al geweest en zal er altijd zijn. Daar doe je niks aan.
Wie zo denkt is geen stap verder dan de afgodendienaars in bijbelse tijden.
Dat is nou heidendom. Alles maar over laten aan de machten van de natuur
en aan machtige mensen, die er slim van profiteren. Wat een armzalige visie op het leven! Wat een armzalige visie op het geloof in Gods koninkrijk.

Die manier van denken haalt de angel uit de profetie.
Die manier van denken negeert de uitdaging uit het evangelie.
In Afrika houd je het in het hiernumaals niet vol, zonder de hoop op het hiernamaals. Het zij onze broeders en zusters van harte gegund.

Maar als je aan de rijke kant van de kloof staat en al het onrecht maar laat voortbestaan… die mens stelt niks voor. Die mens levert geen enkele bijdrage aan Gods koninkrijk: Uw wil geschiedde op aarde zoals in de hemel.
Die bede in het Onze Vader wordt concreet in de harde woorden van Amos  tegen de rijken van zijn tijd; en in het uitdagende verhaal van Lucas.

Als we spreken over het koninkrijk Gods, waar zijn wil geschiedt dan gaat het over hier en nu. Als het gaat over de zin van joue leven, is de vraag:
Welke bijdrage heb jij geleverd?
Hoe heb jij je laten inspireren door Amos en door Lucas en ben je aan de slag gegaan? Of heb je je in slaap laten sussen met hiernamaalsverhalen…ben je weggezapt bij dat eentonig getik van de druppels op de gloeiende plaat.

Ik ken een jonge vrouw. Annick heet ze. Ze leeft op die gloeiende plaat…
Ze woont op de plek waar zo’n druppel viel.
Haar moeder was, toen ik haar in 2003 leerde kennen, weduwe.
Die moeder had groetenwinkeltje opgezet met een microkrediet,
waarvoor in  Nederland geld was ingezameld. Er was geld om Annick naar de basisschool te laten gaan. Haar moeder is plotseling overleden.
Dank zij een project van de kerk waartoe ze behoort kon ze toch naar het V.O.
Ze is twee jaar geleden afgestudeerd aan Hope University in Bujumbura.
Ze werkt bij een goed betalende buitenlandse firma. Met haar salaris betaalt ze de opleiding van haar jongere broertjes en zusjes. Een mooi verhaal? Zeker! Een waar verhaal ook… en een veilig verhaal; want Annick en haar familie blijven wel in Bujumbura.

Maar er zijn ook andere verhalen. Verhalen over mensen op de vlucht voor oorlogsgeweld. Verhalen over mensen die vandaag bivakkeren voor de poort van schatrijk Europa… En wat doet schatrijk Europa? Europa stelt vragen…

Waarom zijn deze mensen ze gevlucht?
Toch niet alleen maar om aan de armoe te ontkomen, hè? 
Het zijn toch niet van die volwassenen, die alles en iedereen achter laten en
hun leven wagen in gammele bootjes, om toekomst te creëren voor hun kinderen?  Dat zijn zeer moedige mensen. Maar wij plakken er een etiket op: Economische vluchteling! We laten ze niet toe!

Amos roept op tot bekering. Keer terug naar Thora!
Amos vermaant zijn volksgenoten omdat ze Gods wet veronachtzamen.
De profeet wijst de koning en de andere rijken op dat scharnierpunt.
Je maakt Thora zichtbaar als je omziet naar de arme, de weduwe, de wees, de vreemdeling. Daaraan kun je zien of je Thora volbrengt. 

0ok Lucas maakt duidelijk dat juist in je omgang  met degenen die het moeilijk hebben in de samenleving, duidelijk wordt of je leeft in de lijn van Jezus van Nazareth of juist niet.

Hoe ga je om met mensen die hier op aarde gaan door een hel van eenzaam-heid, armoede, pesterij, discriminatie, dakloosheid onderdrukking en allerlei andere vormen van onrecht?
Die vraag geldt voor de regering… en wordt een vraag aan jou persoonlijk als je 
politieke keuze bepaalt. Niet kiezen, betekent het laten voortbestaan van al het onrecht dat nu nog gebeurt. Wie niet of verkeerd kiest, stookt de hel nog wat op… Je kunt die vraag ook stellen aan de gemeente…

Hoe gaan we als protestantse gemeente om met de armen in onze dorpen en in de naburige stad? Zijn we kerk voor ons persoonlijk zielenheil of vormen we een gemeente ter wille van de samenleving? Bestaat ons diaconaat uit het geven van geld aan doelen die ons bevallen of nemen we verantwoordelijkheid voor mensen in een situatie van onrecht. Het diaconaat hoort geen kerkelijke liefdadigheid te zijn, maar inzet voor gerechtigheid en vrede. Hoe je dat doet?
Daartoe heeft God zelf ons een handleiding verschaft, die glashelder is voor particulieren en politici, voor gemeenten en parochies… Je mag gaan in het spoor van de God die in psalm 146 wordt bezongen:

Hij blijft bedacht op trouw voor altijd.
Voor het recht van de onderdrukten komt hij op.
Hij geeft hongerigen brood, de Heer maakt gevangenen vrij
De Heer opent blinden de ogen; De Heer richt verslagenen op
De Heer heeft rechtvaardigen lief; neemt de vreemdeling in bescherming
wees en weduwe staat Hij bij.

 

Veel Christenen hopen na hun dood te worden verenigd met de Schepper in de hemel. Hoe dat zal zijn, weten we niet.
God is op aarde bezig…door middel van zijn kerk.
Hij roept de gemeente om schepper naast God  te zijn;
Een christen mag geloven dat zijn inzet leidt tot:
“Uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel.”

 

De aarde vervuld van recht en vrede.  Een samenleving zoals God bedoelt.
Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, daalt neer
en de Eeuwige woont te midden van de mensen.

Geloven anno 2016 betekent – denk ik – vertrouwen op een God
die mensen inschakelt om hier en nu “hemel op aarde” te creëren.
We hebben nog een lange weg te gaan… maar er zijn tekenen van hoop.
Er is geloofsgemeenschap… dwars door alle kerken heen
die Esther als straatpastor de straat op laat gaan ter wille van de daklozen.
die Soleil, Esther en Margriet inhuurt als hulpverleners voor mensen in crisis.
die bezig is een inloophuis te creëren, waar mensen elkaar ontmoeten en hun hulpvragen op tafel kunnen leggen.
die mensen ronselt om maatje te worden van iemand die in de schulden raakt.
die langdurig verantwoordelijk wil zijn voor een projecten in de derde wereld.
die vluchtelingen opvangt en helpt hun weg te vinden in onze samenleving.
 
Nee, het is niet hopeloos. Het is niet zonder perspectief. Het is klip en klaar welke kant het opgaat … Het gaat richting koninkrijk…
waar Gods wil geschiedt op aarde zoals in de hemel.

Dat het mag zijn – in de naam van de vader en de zoon en de heilige Geest.
AMEN


 




 

Lieve mensen van God,

De rijke man en de arme Lazarus.
Een bekend verhaal waar ik vanmorgen drie elementen uitlicht,
die ieder op zich een hele preek waard zouden zijn.  
Het gaat om 1. arm en rijk  2. hiernamaals en hiernumaals. 3. hel en hemel  

Arm – rijk
Enkele weken geleden wijdde dagblad Trouw een serie artikelen aan kerkelijke gemeenten in enkele zeer welvarende dorpen in ons land. Ik noteerde een uitspraak van Ds. Ad Nieuwkoop, die – zo schreef de journalist- op zondagmorgen de mores in Bloemendaal fileert.
De dominee zei: “Wij moeten als bevoorrechten gestoord worden in onze voorspoedige leventjes.” Nou, als dat zijn doel is, dan kan hij zich het de teksten van vanmorgen helemaal uitleven. 

Lucas vertelt over een rijk man, die een uitbundig leven lijdt.
Hij kleedt zich in purperen gewaden, zo horen we.
Ik stel me iemand voor in onze tijd.
Hij gaat modieus gekleed, houdt zich altijd en overal aan de dresscodes.
Op de golfbaan een keurige polo met kraag – in de broek gedragen.
Op jacht gaat hij in een groenbruin jagerskostuum; een hoed met een veertje.
Op zijn 80 meter lange motorjacht met drie zwembaden,
draagt hij smetteloos wit en zie je hem nooit zonder kapiteinspet.  
De anderen aan boord moeten wel weten wie de boswachter is!  

Het is elke dag feest is in zijn huis.
Ik stel ik me villa voor op een  ommuurde compound,
waar je zonder speciaal pasje echt niet binnenkomt.
Bij de bewaakte achteringang komt een vaste cateraar
dagelijks kostelijke spijzen afleveren, die binnen met belegen wijnen
worden weggespoeld.
Bij de poort zit een bedelaar. Die hoopt op wat restjes.
De enige zorg die aan hem wordt besteed: een hond,
die trouw zijn wonden komt likken.

Overdrijf ik de rijkdom? Overdrijf ik de tegenstelling? Ja, ik overdrijf…
Mijn fantasie maakt de man nog veel rijker dan die in het verhaal.
Waarom? Nou…die man moet natuurlijk niet echt op u en mij lijken, toch?
We moesten eens gestoord worden in onze voorspoedige leventjes…
Ze komen allebei te overlijden.
Lazarus wordt door engelen weggedragen.
Hij mag rusten aan het hart van aartsvader Abraham.
Lazarus’ leven lijkt volkomen zinloos,
maar tot op vandaag wordt zijn naam overal ter wereld genoemd.

De rijke wordt prijsgegeven aan een naamloos graf.
Zo iemand is het gedenken niet waard.
Die mens mag geen naam hebben.

Eigen schuld, dikke bult!
Boontje komt om zijn loontje.
Ja, wij, keurige christenmensen, begrijpen heel goed,
waarom die rijkaard naamloos wordt afgevoerd naar de hel!
Had hij maar moeten omzien naar die arme Lazarus.

Hoe komt het toch dat Lazarus er op aarde zo bekaaid afkomt?
Is hij ongeschoold? Is hij gescheiden? Ex-gedetineerd misschien?
Bleek de hypotheek onder water te staan?
Het verhaal vertelt het niet. Het doet er niet toe.
De arme Lazarus is er en hij ligt aan de poort van de rijke.

Ik had ooit het voorrecht een groep theologiestudenten in Burundi,
iets te mogen vertellen over het kerkelijk leven in Europa.
In de gesprekken werd me duidelijk hoe belangrijk HOOP is
voor mensen in het arme deel van de wereld.
Ze doorstaan het onrecht van de armoe op basis van hoop.  
Hoop op een beter leven hier…  
maar vooral hoop op een beter leven in het hiernamaals.

Toen ik vertelde, dat wij Europeanen daar niet zo mee bezig zijn,
keken ze mij ongelovig aan. Het verbaasde hen zeer dat gelovigen in onze kerken veelal denken, dat het leven op aarde geleefd mag/moet worden.
Ze konden zich niet indenken dat menig gelovige hier zich nauwelijks
een voorstelling maakt van een leven na de dood.
“Dat zien we dan wel weer!” is immers een veel gehoorde opmerking.
Onze inzet is gericht op een samenleving die je “hemel op aarde” kunt
noemen: Gods koninkrijk, veelbelovend land, het paradijs.  
We bidden immers dagelijks: “Uw koninkrijk kome,
Uw wil geschiede op aarde zoals ook in de hemel.

De sociaaleconomische omstandigheden van mensen,
zijn mede bepalend voor hun manier van geloven.
Ik hoorde pasgeleden nog een mooi voorbeeld uit onze kerkgeschiedenis.
Het betreft Doopsgezinden in de 17-de eeuw.
In Friesland woonden nogal wat arme doperse boeren.
Ze waren zeer afhankelijk van de natuur. Die Friese doopsgezinden ontwikkelden een orthodox soort geloof, waarin de natuurkrachten werd gezien als instrumenten waarmee de Eeuwige, de mensheid beloont en straft.   
De mens is een nietig wezen dat volkomen afhankelijk is van een strenge, doch rechtvaardige God.

In diezelfde tijd groeide in de doopsgezinde gemeenschap van het rijke Amsterdam een meer vrijzinnige geloofsopvatting. Daar werd het beteugelen van de natuurkrachten gezien als de opdracht van mens. De mens als Schepper naast God. Adriaan Leeghwater – de molenbouwer, die o.a. de Beemster droog maalde, was doopsgezind. Ingenieur Cornelis Lely, de man van de Zuiderzee-werken, behoorde ook tot die groepering. We hebben onze droge voeten te danken aan… de doopsgezinden. U kent waarschijnlijk de uitspraak: God schiep de werelds, maar de Nederlanders hebben Holland gemaakt.
De mens, schepper naast God, is verantwoordelijk voor het leven op aarde.
Dat geldt niet alleen voor onze droge voeten, maar ook voor de onderlinge verhoudingen. Voor de verhoudingen tussen arm en rijk, bijvoorbeeld.
Daarmee zijn we terug bij onze lezingen.

We lazen Amos, die ongeveer 750 voor Chr. leefde en Lucas, die schreef in de tweede helft van de eerste eeuw… en we lezen de krant.  
Conclusie: Armoede is van alle tijden. Dat is zo!
Armoede bepaalt tot op de dag van vandaag het leven van miljoenen mensen.
Op heel wat plaatsen, o.a. in Burundi, maakt armoe het leven tot een hel,
al was het maar omdat ze ook daar naar westerse TV-series kijken.

Hoe ga je om met de armoede van je medemens. Amos en Lucas verkondigen  beide dat die vraag het scharnierpunt is waar alles om draait bij de God van Israël. Armoe is onrecht dat bestreden moet worden: Uw wil geschiede op aarde, zoals in de hemel.

En… Laten we er maar niet omheen draaien. Wij behoren tot degenen,
die hun schaapjes op het droge hebben. Voor u en mij is de cruciale vraag:
Hoe gaan we om met de armen?

Als het om landen als Burundi gaat, stuiten we op politieke en economische mechanismen, waar we niet zo gek veel invloed op hebben. We verzuchten dat we er toch niks aan kunnen doen en als we iets doen, is het maar heel kleine druppel op een heel grote gloeiende plaat. Jammer maar helaas.

Hoort u het ook? De stemmen van Amos en Lucas verdwijnen naar de achtergrond. Er staan uitleggers op die ons vertellen dat het in deze teksten over hogere geestelijke waarden gaat. Over het hiernamaals. Jehova’s getuigen komen je uitleggen, dat je je bij dat genootschap moet aansluiten om niet te hoeven lijden in het hiernamaals, zoals de rijke bij Lucas.

Armoede… is er altijd al geweest en zal er altijd zijn. Daar doe je niks aan.
Wie zo denkt is geen stap verder dan de afgodendienaars in bijbelse tijden.
Dat is nou heidendom. Alles maar over laten aan de machten van de natuur
en aan machtige mensen, die er slim van profiteren. Wat een armzalige visie op het leven! Wat een armzalige visie op het geloof in Gods koninkrijk.

Die manier van denken haalt de angel uit de profetie.
Die manier van denken negeert de uitdaging uit het evangelie.
In Afrika houd je het in het hiernumaals niet vol, zonder de hoop op het hiernamaals. Het zij onze broeders en zusters van harte gegund.

Maar als je aan de rijke kant van de kloof staat en al het onrecht maar laat voortbestaan… die mens stelt niks voor. Die mens levert geen enkele bijdrage aan Gods koninkrijk: Uw wil geschiedde op aarde zoals in de hemel.
Die bede in het Onze Vader wordt concreet in de harde woorden van Amos  tegen de rijken van zijn tijd; en in het uitdagende verhaal van Lucas.

Als we spreken over het koninkrijk Gods, waar zijn wil geschiedt dan gaat het over hier en nu. Als het gaat over de zin van joue leven, is de vraag:
Welke bijdrage heb jij geleverd?
Hoe heb jij je laten inspireren door Amos en door Lucas en ben je aan de slag gegaan? Of heb je je in slaap laten sussen met hiernamaalsverhalen…ben je weggezapt bij dat eentonig getik van de druppels op de gloeiende plaat.

Ik ken een jonge vrouw. Annick heet ze. Ze leeft op die gloeiende plaat…
Ze woont op de plek waar zo’n druppel viel.
Haar moeder was, toen ik haar in 2003 leerde kennen, weduwe.
Die moeder had groetenwinkeltje opgezet met een microkrediet,
waarvoor in  Nederland geld was ingezameld. Er was geld om Annick naar de basisschool te laten gaan. Haar moeder is plotseling overleden.
Dank zij een project van de kerk waartoe ze behoort kon ze toch naar het V.O.
Ze is twee jaar geleden afgestudeerd aan Hope University in Bujumbura.
Ze werkt bij een goed betalende buitenlandse firma. Met haar salaris betaalt ze de opleiding van haar jongere broertjes en zusjes. Een mooi verhaal? Zeker! Een waar verhaal ook… en een veilig verhaal; want Annick en haar familie blijven wel in Bujumbura.

Maar er zijn ook andere verhalen. Verhalen over mensen op de vlucht voor oorlogsgeweld. Verhalen over mensen die vandaag bivakkeren voor de poort van schatrijk Europa… En wat doet schatrijk Europa? Europa stelt vragen…

Waarom zijn deze mensen ze gevlucht?
Toch niet alleen maar om aan de armoe te ontkomen, hè? 
Het zijn toch niet van die volwassenen, die alles en iedereen achter laten en
hun leven wagen in gammele bootjes, om toekomst te creëren voor hun kinderen?  Dat zijn zeer moedige mensen. Maar wij plakken er een etiket op: Economische vluchteling! We laten ze niet toe!

Amos roept op tot bekering. Keer terug naar Thora!
Amos vermaant zijn volksgenoten omdat ze Gods wet veronachtzamen.
De profeet wijst de koning en de andere rijken op dat scharnierpunt.
Je maakt Thora zichtbaar als je omziet naar de arme, de weduwe, de wees, de vreemdeling. Daaraan kun je zien of je Thora volbrengt. 

0ok Lucas maakt duidelijk dat juist in je omgang  met degenen die het moeilijk hebben in de samenleving, duidelijk wordt of je leeft in de lijn van Jezus van Nazareth of juist niet.

Hoe ga je om met mensen die hier op aarde gaan door een hel van eenzaam-heid, armoede, pesterij, discriminatie, dakloosheid onderdrukking en allerlei andere vormen van onrecht?
Die vraag geldt voor de regering… en wordt een vraag aan jou persoonlijk als je 
politieke keuze bepaalt. Niet kiezen, betekent het laten voortbestaan van al het onrecht dat nu nog gebeurt. Wie niet of verkeerd kiest, stookt de hel nog wat op… Je kunt die vraag ook stellen aan de gemeente…

Hoe gaan we als protestantse gemeente om met de armen in onze dorpen en in de naburige stad? Zijn we kerk voor ons persoonlijk zielenheil of vormen we een gemeente ter wille van de samenleving? Bestaat ons diaconaat uit het geven van geld aan doelen die ons bevallen of nemen we verantwoordelijkheid voor mensen in een situatie van onrecht. Het diaconaat hoort geen kerkelijke liefdadigheid te zijn, maar inzet voor gerechtigheid en vrede. Hoe je dat doet?
Daartoe heeft God zelf ons een handleiding verschaft, die glashelder is voor particulieren en politici, voor gemeenten en parochies… Je mag gaan in het spoor van de God die in psalm 146 wordt bezongen:

Hij blijft bedacht op trouw voor altijd.
Voor het recht van de onderdrukten komt hij op.
Hij geeft hongerigen brood, de Heer maakt gevangenen vrij
De Heer opent blinden de ogen; De Heer richt verslagenen op
De Heer heeft rechtvaardigen lief; neemt de vreemdeling in bescherming
wees en weduwe staat Hij bij.

 

Veel Christenen hopen na hun dood te worden verenigd met de Schepper in de hemel. Hoe dat zal zijn, weten we niet.
God is op aarde bezig…door middel van zijn kerk.
Hij roept de gemeente om schepper naast God  te zijn;
Een christen mag geloven dat zijn inzet leidt tot:
“Uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel.”

 

De aarde vervuld van recht en vrede.  Een samenleving zoals God bedoelt.
Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, daalt neer
en de Eeuwige woont te midden van de mensen.

Geloven anno 2016 betekent – denk ik – vertrouwen op een God
die mensen inschakelt om hier en nu “hemel op aarde” te creëren.
We hebben nog een lange weg te gaan… maar er zijn tekenen van hoop.
Er is geloofsgemeenschap… dwars door alle kerken heen
die Esther als straatpastor de straat op laat gaan ter wille van de daklozen.
die Soleil, Esther en Margriet inhuurt als hulpverleners voor mensen in crisis.
die bezig is een inloophuis te creëren, waar mensen elkaar ontmoeten en hun hulpvragen op tafel kunnen leggen.
die mensen ronselt om maatje te worden van iemand die in de schulden raakt.
die langdurig verantwoordelijk wil zijn voor een projecten in de derde wereld.
die vluchtelingen opvangt en helpt hun weg te vinden in onze samenleving.
 
Nee, het is niet hopeloos. Het is niet zonder perspectief. Het is klip en klaar welke kant het opgaat … Het gaat richting koninkrijk…
waar Gods wil geschiedt op aarde zoals in de hemel.

Dat het mag zijn – in de naam van de vader en de zoon en de heilige Geest.
AMEN


 




 

Lieve mensen van God,

De rijke man en de arme Lazarus.
Een bekend verhaal waar ik vanmorgen drie elementen uitlicht,
die ieder op zich een hele preek waard zouden zijn.  
Het gaat om 1. arm en rijk  2. hiernamaals en hiernumaals. 3. hel en hemel  

Arm – rijk
Enkele weken geleden wijdde dagblad Trouw een serie artikelen aan kerkelijke gemeenten in enkele zeer welvarende dorpen in ons land. Ik noteerde een uitspraak van Ds. Ad Nieuwkoop, die – zo schreef de journalist- op zondagmorgen de mores in Bloemendaal fileert.
De dominee zei: “Wij moeten als bevoorrechten gestoord worden in onze voorspoedige leventjes.” Nou, als dat zijn doel is, dan kan hij zich het de teksten van vanmorgen helemaal uitleven. 

Lucas vertelt over een rijk man, die een uitbundig leven lijdt.
Hij kleedt zich in purperen gewaden, zo horen we.
Ik stel me iemand voor in onze tijd.
Hij gaat modieus gekleed, houdt zich altijd en overal aan de dresscodes.
Op de golfbaan een keurige polo met kraag – in de broek gedragen.
Op jacht gaat hij in een groenbruin jagerskostuum; een hoed met een veertje.
Op zijn 80 meter lange motorjacht met drie zwembaden,
draagt hij smetteloos wit en zie je hem nooit zonder kapiteinspet.  
De anderen aan boord moeten wel weten wie de boswachter is!  

Het is elke dag feest is in zijn huis.
Ik stel ik me villa voor op een  ommuurde compound,
waar je zonder speciaal pasje echt niet binnenkomt.
Bij de bewaakte achteringang komt een vaste cateraar
dagelijks kostelijke spijzen afleveren, die binnen met belegen wijnen
worden weggespoeld.
Bij de poort zit een bedelaar. Die hoopt op wat restjes.
De enige zorg die aan hem wordt besteed: een hond,
die trouw zijn wonden komt likken.

Overdrijf ik de rijkdom? Overdrijf ik de tegenstelling? Ja, ik overdrijf…
Mijn fantasie maakt de man nog veel rijker dan die in het verhaal.
Waarom? Nou…die man moet natuurlijk niet echt op u en mij lijken, toch?
We moesten eens gestoord worden in onze voorspoedige leventjes…
Ze komen allebei te overlijden.
Lazarus wordt door engelen weggedragen.
Hij mag rusten aan het hart van aartsvader Abraham.
Lazarus’ leven lijkt volkomen zinloos,
maar tot op vandaag wordt zijn naam overal ter wereld genoemd.

De rijke wordt prijsgegeven aan een naamloos graf.
Zo iemand is het gedenken niet waard.
Die mens mag geen naam hebben.

Eigen schuld, dikke bult!
Boontje komt om zijn loontje.
Ja, wij, keurige christenmensen, begrijpen heel goed,
waarom die rijkaard naamloos wordt afgevoerd naar de hel!
Had hij maar moeten omzien naar die arme Lazarus.

Hoe komt het toch dat Lazarus er op aarde zo bekaaid afkomt?
Is hij ongeschoold? Is hij gescheiden? Ex-gedetineerd misschien?
Bleek de hypotheek onder water te staan?
Het verhaal vertelt het niet. Het doet er niet toe.
De arme Lazarus is er en hij ligt aan de poort van de rijke.

Ik had ooit het voorrecht een groep theologiestudenten in Burundi,
iets te mogen vertellen over het kerkelijk leven in Europa.
In de gesprekken werd me duidelijk hoe belangrijk HOOP is
voor mensen in het arme deel van de wereld.
Ze doorstaan het onrecht van de armoe op basis van hoop.  
Hoop op een beter leven hier…  
maar vooral hoop op een beter leven in het hiernamaals.

Toen ik vertelde, dat wij Europeanen daar niet zo mee bezig zijn,
keken ze mij ongelovig aan. Het verbaasde hen zeer dat gelovigen in onze kerken veelal denken, dat het leven op aarde geleefd mag/moet worden.
Ze konden zich niet indenken dat menig gelovige hier zich nauwelijks
een voorstelling maakt van een leven na de dood.
“Dat zien we dan wel weer!” is immers een veel gehoorde opmerking.
Onze inzet is gericht op een samenleving die je “hemel op aarde” kunt
noemen: Gods koninkrijk, veelbelovend land, het paradijs.  
We bidden immers dagelijks: “Uw koninkrijk kome,
Uw wil geschiede op aarde zoals ook in de hemel.

De sociaaleconomische omstandigheden van mensen,
zijn mede bepalend voor hun manier van geloven.
Ik hoorde pasgeleden nog een mooi voorbeeld uit onze kerkgeschiedenis.
Het betreft Doopsgezinden in de 17-de eeuw.
In Friesland woonden nogal wat arme doperse boeren.
Ze waren zeer afhankelijk van de natuur. Die Friese doopsgezinden ontwikkelden een orthodox soort geloof, waarin de natuurkrachten werd gezien als instrumenten waarmee de Eeuwige, de mensheid beloont en straft.   
De mens is een nietig wezen dat volkomen afhankelijk is van een strenge, doch rechtvaardige God.

In diezelfde tijd groeide in de doopsgezinde gemeenschap van het rijke Amsterdam een meer vrijzinnige geloofsopvatting. Daar werd het beteugelen van de natuurkrachten gezien als de opdracht van mens. De mens als Schepper naast God. Adriaan Leeghwater – de molenbouwer, die o.a. de Beemster droog maalde, was doopsgezind. Ingenieur Cornelis Lely, de man van de Zuiderzee-werken, behoorde ook tot die groepering. We hebben onze droge voeten te danken aan… de doopsgezinden. U kent waarschijnlijk de uitspraak: God schiep de werelds, maar de Nederlanders hebben Holland gemaakt.
De mens, schepper naast God, is verantwoordelijk voor het leven op aarde.
Dat geldt niet alleen voor onze droge voeten, maar ook voor de onderlinge verhoudingen. Voor de verhoudingen tussen arm en rijk, bijvoorbeeld.
Daarmee zijn we terug bij onze lezingen.

We lazen Amos, die ongeveer 750 voor Chr. leefde en Lucas, die schreef in de tweede helft van de eerste eeuw… en we lezen de krant.  
Conclusie: Armoede is van alle tijden. Dat is zo!
Armoede bepaalt tot op de dag van vandaag het leven van miljoenen mensen.
Op heel wat plaatsen, o.a. in Burundi, maakt armoe het leven tot een hel,
al was het maar omdat ze ook daar naar westerse TV-series kijken.

Hoe ga je om met de armoede van je medemens. Amos en Lucas verkondigen  beide dat die vraag het scharnierpunt is waar alles om draait bij de God van Israël. Armoe is onrecht dat bestreden moet worden: Uw wil geschiede op aarde, zoals in de hemel.

En… Laten we er maar niet omheen draaien. Wij behoren tot degenen,
die hun schaapjes op het droge hebben. Voor u en mij is de cruciale vraag:
Hoe gaan we om met de armen?

Als het om landen als Burundi gaat, stuiten we op politieke en economische mechanismen, waar we niet zo gek veel invloed op hebben. We verzuchten dat we er toch niks aan kunnen doen en als we iets doen, is het maar heel kleine druppel op een heel grote gloeiende plaat. Jammer maar helaas.

Hoort u het ook? De stemmen van Amos en Lucas verdwijnen naar de achtergrond. Er staan uitleggers op die ons vertellen dat het in deze teksten over hogere geestelijke waarden gaat. Over het hiernamaals. Jehova’s getuigen komen je uitleggen, dat je je bij dat genootschap moet aansluiten om niet te hoeven lijden in het hiernamaals, zoals de rijke bij Lucas.

Armoede… is er altijd al geweest en zal er altijd zijn. Daar doe je niks aan.
Wie zo denkt is geen stap verder dan de afgodendienaars in bijbelse tijden.
Dat is nou heidendom. Alles maar over laten aan de machten van de natuur
en aan machtige mensen, die er slim van profiteren. Wat een armzalige visie op het leven! Wat een armzalige visie op het geloof in Gods koninkrijk.

Die manier van denken haalt de angel uit de profetie.
Die manier van denken negeert de uitdaging uit het evangelie.
In Afrika houd je het in het hiernumaals niet vol, zonder de hoop op het hiernamaals. Het zij onze broeders en zusters van harte gegund.

Maar als je aan de rijke kant van de kloof staat en al het onrecht maar laat voortbestaan… die mens stelt niks voor. Die mens levert geen enkele bijdrage aan Gods koninkrijk: Uw wil geschiedde op aarde zoals in de hemel.
Die bede in het Onze Vader wordt concreet in de harde woorden van Amos  tegen de rijken van zijn tijd; en in het uitdagende verhaal van Lucas.

Als we spreken over het koninkrijk Gods, waar zijn wil geschiedt dan gaat het over hier en nu. Als het gaat over de zin van joue leven, is de vraag:
Welke bijdrage heb jij geleverd?
Hoe heb jij je laten inspireren door Amos en door Lucas en ben je aan de slag gegaan? Of heb je je in slaap laten sussen met hiernamaalsverhalen…ben je weggezapt bij dat eentonig getik van de druppels op de gloeiende plaat.

Ik ken een jonge vrouw. Annick heet ze. Ze leeft op die gloeiende plaat…
Ze woont op de plek waar zo’n druppel viel.
Haar moeder was, toen ik haar in 2003 leerde kennen, weduwe.
Die moeder had groetenwinkeltje opgezet met een microkrediet,
waarvoor in  Nederland geld was ingezameld. Er was geld om Annick naar de basisschool te laten gaan. Haar moeder is plotseling overleden.
Dank zij een project van de kerk waartoe ze behoort kon ze toch naar het V.O.
Ze is twee jaar geleden afgestudeerd aan Hope University in Bujumbura.
Ze werkt bij een goed betalende buitenlandse firma. Met haar salaris betaalt ze de opleiding van haar jongere broertjes en zusjes. Een mooi verhaal? Zeker! Een waar verhaal ook… en een veilig verhaal; want Annick en haar familie blijven wel in Bujumbura.

Maar er zijn ook andere verhalen. Verhalen over mensen op de vlucht voor oorlogsgeweld. Verhalen over mensen die vandaag bivakkeren voor de poort van schatrijk Europa… En wat doet schatrijk Europa? Europa stelt vragen…

Waarom zijn deze mensen ze gevlucht?
Toch niet alleen maar om aan de armoe te ontkomen, hè? 
Het zijn toch niet van die volwassenen, die alles en iedereen achter laten en
hun leven wagen in gammele bootjes, om toekomst te creëren voor hun kinderen?  Dat zijn zeer moedige mensen. Maar wij plakken er een etiket op: Economische vluchteling! We laten ze niet toe!

Amos roept op tot bekering. Keer terug naar Thora!
Amos vermaant zijn volksgenoten omdat ze Gods wet veronachtzamen.
De profeet wijst de koning en de andere rijken op dat scharnierpunt.
Je maakt Thora zichtbaar als je omziet naar de arme, de weduwe, de wees, de vreemdeling. Daaraan kun je zien of je Thora volbrengt. 

0ok Lucas maakt duidelijk dat juist in je omgang  met degenen die het moeilijk hebben in de samenleving, duidelijk wordt of je leeft in de lijn van Jezus van Nazareth of juist niet.

Hoe ga je om met mensen die hier op aarde gaan door een hel van eenzaam-heid, armoede, pesterij, discriminatie, dakloosheid onderdrukking en allerlei andere vormen van onrecht?
Die vraag geldt voor de regering… en wordt een vraag aan jou persoonlijk als je 
politieke keuze bepaalt. Niet kiezen, betekent het laten voortbestaan van al het onrecht dat nu nog gebeurt. Wie niet of verkeerd kiest, stookt de hel nog wat op… Je kunt die vraag ook stellen aan de gemeente…

Hoe gaan we als protestantse gemeente om met de armen in onze dorpen en in de naburige stad? Zijn we kerk voor ons persoonlijk zielenheil of vormen we een gemeente ter wille van de samenleving? Bestaat ons diaconaat uit het geven van geld aan doelen die ons bevallen of nemen we verantwoordelijkheid voor mensen in een situatie van onrecht. Het diaconaat hoort geen kerkelijke liefdadigheid te zijn, maar inzet voor gerechtigheid en vrede. Hoe je dat doet?
Daartoe heeft God zelf ons een handleiding verschaft, die glashelder is voor particulieren en politici, voor gemeenten en parochies… Je mag gaan in het spoor van de God die in psalm 146 wordt bezongen:

Hij blijft bedacht op trouw voor altijd.
Voor het recht van de onderdrukten komt hij op.
Hij geeft hongerigen brood, de Heer maakt gevangenen vrij
De Heer opent blinden de ogen; De Heer richt verslagenen op
De Heer heeft rechtvaardigen lief; neemt de vreemdeling in bescherming
wees en weduwe staat Hij bij.

 

Veel Christenen hopen na hun dood te worden verenigd met de Schepper in de hemel. Hoe dat zal zijn, weten we niet.
God is op aarde bezig…door middel van zijn kerk.
Hij roept de gemeente om schepper naast God  te zijn;
Een christen mag geloven dat zijn inzet leidt tot:
“Uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel.”

 

De aarde vervuld van recht en vrede.  Een samenleving zoals God bedoelt.
Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, daalt neer
en de Eeuwige woont te midden van de mensen.

Geloven anno 2016 betekent – denk ik – vertrouwen op een God
die mensen inschakelt om hier en nu “hemel op aarde” te creëren.
We hebben nog een lange weg te gaan… maar er zijn tekenen van hoop.
Er is geloofsgemeenschap… dwars door alle kerken heen
die Esther als straatpastor de straat op laat gaan ter wille van de daklozen.
die Soleil, Esther en Margriet inhuurt als hulpverleners voor mensen in crisis.
die bezig is een inloophuis te creëren, waar mensen elkaar ontmoeten en hun hulpvragen op tafel kunnen leggen.
die mensen ronselt om maatje te worden van iemand die in de schulden raakt.
die langdurig verantwoordelijk wil zijn voor een projecten in de derde wereld.
die vluchtelingen opvangt en helpt hun weg te vinden in onze samenleving.
 
Nee, het is niet hopeloos. Het is niet zonder perspectief. Het is klip en klaar welke kant het opgaat … Het gaat richting koninkrijk…
waar Gods wil geschiedt op aarde zoals in de hemel.

Dat het mag zijn – in de naam van de vader en de zoon en de heilige Geest.
AMEN


 




 

Lieve mensen van God,

De rijke man en de arme Lazarus.
Een bekend verhaal waar ik vanmorgen drie elementen uitlicht,
die ieder op zich een hele preek waard zouden zijn.  
Het gaat om 1. arm en rijk  2. hiernamaals en hiernumaals. 3. hel en hemel  

Arm – rijk
Enkele weken geleden wijdde dagblad Trouw een serie artikelen aan kerkelijke gemeenten in enkele zeer welvarende dorpen in ons land. Ik noteerde een uitspraak van Ds. Ad Nieuwkoop, die – zo schreef de journalist- op zondagmorgen de mores in Bloemendaal fileert.
De dominee zei: “Wij moeten als bevoorrechten gestoord worden in onze voorspoedige leventjes.” Nou, als dat zijn doel is, dan kan hij zich het de teksten van vanmorgen helemaal uitleven. 

Lucas vertelt over een rijk man, die een uitbundig leven lijdt.
Hij kleedt zich in purperen gewaden, zo horen we.
Ik stel me iemand voor in onze tijd.
Hij gaat modieus gekleed, houdt zich altijd en overal aan de dresscodes.
Op de golfbaan een keurige polo met kraag – in de broek gedragen.
Op jacht gaat hij in een groenbruin jagerskostuum; een hoed met een veertje.
Op zijn 80 meter lange motorjacht met drie zwembaden,
draagt hij smetteloos wit en zie je hem nooit zonder kapiteinspet.  
De anderen aan boord moeten wel weten wie de boswachter is!  

Het is elke dag feest is in zijn huis.
Ik stel ik me villa voor op een  ommuurde compound,
waar je zonder speciaal pasje echt niet binnenkomt.
Bij de bewaakte achteringang komt een vaste cateraar
dagelijks kostelijke spijzen afleveren, die binnen met belegen wijnen
worden weggespoeld.
Bij de poort zit een bedelaar. Die hoopt op wat restjes.
De enige zorg die aan hem wordt besteed: een hond,
die trouw zijn wonden komt likken.

Overdrijf ik de rijkdom? Overdrijf ik de tegenstelling? Ja, ik overdrijf…
Mijn fantasie maakt de man nog veel rijker dan die in het verhaal.
Waarom? Nou…die man moet natuurlijk niet echt op u en mij lijken, toch?
We moesten eens gestoord worden in onze voorspoedige leventjes…
Ze komen allebei te overlijden.
Lazarus wordt door engelen weggedragen.
Hij mag rusten aan het hart van aartsvader Abraham.
Lazarus’ leven lijkt volkomen zinloos,
maar tot op vandaag wordt zijn naam overal ter wereld genoemd.

De rijke wordt prijsgegeven aan een naamloos graf.
Zo iemand is het gedenken niet waard.
Die mens mag geen naam hebben.

Eigen schuld, dikke bult!
Boontje komt om zijn loontje.
Ja, wij, keurige christenmensen, begrijpen heel goed,
waarom die rijkaard naamloos wordt afgevoerd naar de hel!
Had hij maar moeten omzien naar die arme Lazarus.

Hoe komt het toch dat Lazarus er op aarde zo bekaaid afkomt?
Is hij ongeschoold? Is hij gescheiden? Ex-gedetineerd misschien?
Bleek de hypotheek onder water te staan?
Het verhaal vertelt het niet. Het doet er niet toe.
De arme Lazarus is er en hij ligt aan de poort van de rijke.

Ik had ooit het voorrecht een groep theologiestudenten in Burundi,
iets te mogen vertellen over het kerkelijk leven in Europa.
In de gesprekken werd me duidelijk hoe belangrijk HOOP is
voor mensen in het arme deel van de wereld.
Ze doorstaan het onrecht van de armoe op basis van hoop.  
Hoop op een beter leven hier…  
maar vooral hoop op een beter leven in het hiernamaals.

Toen ik vertelde, dat wij Europeanen daar niet zo mee bezig zijn,
keken ze mij ongelovig aan. Het verbaasde hen zeer dat gelovigen in onze kerken veelal denken, dat het leven op aarde geleefd mag/moet worden.
Ze konden zich niet indenken dat menig gelovige hier zich nauwelijks
een voorstelling maakt van een leven na de dood.
“Dat zien we dan wel weer!” is immers een veel gehoorde opmerking.
Onze inzet is gericht op een samenleving die je “hemel op aarde” kunt
noemen: Gods koninkrijk, veelbelovend land, het paradijs.  
We bidden immers dagelijks: “Uw koninkrijk kome,
Uw wil geschiede op aarde zoals ook in de hemel.

De sociaaleconomische omstandigheden van mensen,
zijn mede bepalend voor hun manier van geloven.
Ik hoorde pasgeleden nog een mooi voorbeeld uit onze kerkgeschiedenis.
Het betreft Doopsgezinden in de 17-de eeuw.
In Friesland woonden nogal wat arme doperse boeren.
Ze waren zeer afhankelijk van de natuur. Die Friese doopsgezinden ontwikkelden een orthodox soort geloof, waarin de natuurkrachten werd gezien als instrumenten waarmee de Eeuwige, de mensheid beloont en straft.   
De mens is een nietig wezen dat volkomen afhankelijk is van een strenge, doch rechtvaardige God.

In diezelfde tijd groeide in de doopsgezinde gemeenschap van het rijke Amsterdam een meer vrijzinnige geloofsopvatting. Daar werd het beteugelen van de natuurkrachten gezien als de opdracht van mens. De mens als Schepper naast God. Adriaan Leeghwater – de molenbouwer, die o.a. de Beemster droog maalde, was doopsgezind. Ingenieur Cornelis Lely, de man van de Zuiderzee-werken, behoorde ook tot die groepering. We hebben onze droge voeten te danken aan… de doopsgezinden. U kent waarschijnlijk de uitspraak: God schiep de werelds, maar de Nederlanders hebben Holland gemaakt.
De mens, schepper naast God, is verantwoordelijk voor het leven op aarde.
Dat geldt niet alleen voor onze droge voeten, maar ook voor de onderlinge verhoudingen. Voor de verhoudingen tussen arm en rijk, bijvoorbeeld.
Daarmee zijn we terug bij onze lezingen.

We lazen Amos, die ongeveer 750 voor Chr. leefde en Lucas, die schreef in de tweede helft van de eerste eeuw… en we lezen de krant.  
Conclusie: Armoede is van alle tijden. Dat is zo!
Armoede bepaalt tot op de dag van vandaag het leven van miljoenen mensen.
Op heel wat plaatsen, o.a. in Burundi, maakt armoe het leven tot een hel,
al was het maar omdat ze ook daar naar westerse TV-series kijken.

Hoe ga je om met de armoede van je medemens. Amos en Lucas verkondigen  beide dat die vraag het scharnierpunt is waar alles om draait bij de God van Israël. Armoe is onrecht dat bestreden moet worden: Uw wil geschiede op aarde, zoals in de hemel.

En… Laten we er maar niet omheen draaien. Wij behoren tot degenen,
die hun schaapjes op het droge hebben. Voor u en mij is de cruciale vraag:
Hoe gaan we om met de armen?

Als het om landen als Burundi gaat, stuiten we op politieke en economische mechanismen, waar we niet zo gek veel invloed op hebben. We verzuchten dat we er toch niks aan kunnen doen en als we iets doen, is het maar heel kleine druppel op een heel grote gloeiende plaat. Jammer maar helaas.

Hoort u het ook? De stemmen van Amos en Lucas verdwijnen naar de achtergrond. Er staan uitleggers op die ons vertellen dat het in deze teksten over hogere geestelijke waarden gaat. Over het hiernamaals. Jehova’s getuigen komen je uitleggen, dat je je bij dat genootschap moet aansluiten om niet te hoeven lijden in het hiernamaals, zoals de rijke bij Lucas.

Armoede… is er altijd al geweest en zal er altijd zijn. Daar doe je niks aan.
Wie zo denkt is geen stap verder dan de afgodendienaars in bijbelse tijden.
Dat is nou heidendom. Alles maar over laten aan de machten van de natuur
en aan machtige mensen, die er slim van profiteren. Wat een armzalige visie op het leven! Wat een armzalige visie op het geloof in Gods koninkrijk.

Die manier van denken haalt de angel uit de profetie.
Die manier van denken negeert de uitdaging uit het evangelie.
In Afrika houd je het in het hiernumaals niet vol, zonder de hoop op het hiernamaals. Het zij onze broeders en zusters van harte gegund.

Maar als je aan de rijke kant van de kloof staat en al het onrecht maar laat voortbestaan… die mens stelt niks voor. Die mens levert geen enkele bijdrage aan Gods koninkrijk: Uw wil geschiedde op aarde zoals in de hemel.
Die bede in het Onze Vader wordt concreet in de harde woorden van Amos  tegen de rijken van zijn tijd; en in het uitdagende verhaal van Lucas.

Als we spreken over het koninkrijk Gods, waar zijn wil geschiedt dan gaat het over hier en nu. Als het gaat over de zin van joue leven, is de vraag:
Welke bijdrage heb jij geleverd?
Hoe heb jij je laten inspireren door Amos en door Lucas en ben je aan de slag gegaan? Of heb je je in slaap laten sussen met hiernamaalsverhalen…ben je weggezapt bij dat eentonig getik van de druppels op de gloeiende plaat.

Ik ken een jonge vrouw. Annick heet ze. Ze leeft op die gloeiende plaat…
Ze woont op de plek waar zo’n druppel viel.
Haar moeder was, toen ik haar in 2003 leerde kennen, weduwe.
Die moeder had groetenwinkeltje opgezet met een microkrediet,
waarvoor in  Nederland geld was ingezameld. Er was geld om Annick naar de basisschool te laten gaan. Haar moeder is plotseling overleden.
Dank zij een project van de kerk waartoe ze behoort kon ze toch naar het V.O.
Ze is twee jaar geleden afgestudeerd aan Hope University in Bujumbura.
Ze werkt bij een goed betalende buitenlandse firma. Met haar salaris betaalt ze de opleiding van haar jongere broertjes en zusjes. Een mooi verhaal? Zeker! Een waar verhaal ook… en een veilig verhaal; want Annick en haar familie blijven wel in Bujumbura.

Maar er zijn ook andere verhalen. Verhalen over mensen op de vlucht voor oorlogsgeweld. Verhalen over mensen die vandaag bivakkeren voor de poort van schatrijk Europa… En wat doet schatrijk Europa? Europa stelt vragen…

Waarom zijn deze mensen ze gevlucht?
Toch niet alleen maar om aan de armoe te ontkomen, hè? 
Het zijn toch niet van die volwassenen, die alles en iedereen achter laten en
hun leven wagen in gammele bootjes, om toekomst te creëren voor hun kinderen?  Dat zijn zeer moedige mensen. Maar wij plakken er een etiket op: Economische vluchteling! We laten ze niet toe!

Amos roept op tot bekering. Keer terug naar Thora!
Amos vermaant zijn volksgenoten omdat ze Gods wet veronachtzamen.
De profeet wijst de koning en de andere rijken op dat scharnierpunt.
Je maakt Thora zichtbaar als je omziet naar de arme, de weduwe, de wees, de vreemdeling. Daaraan kun je zien of je Thora volbrengt. 

0ok Lucas maakt duidelijk dat juist in je omgang  met degenen die het moeilijk hebben in de samenleving, duidelijk wordt of je leeft in de lijn van Jezus van Nazareth of juist niet.

Hoe ga je om met mensen die hier op aarde gaan door een hel van eenzaam-heid, armoede, pesterij, discriminatie, dakloosheid onderdrukking en allerlei andere vormen van onrecht?
Die vraag geldt voor de regering… en wordt een vraag aan jou persoonlijk als je 
politieke keuze bepaalt. Niet kiezen, betekent het laten voortbestaan van al het onrecht dat nu nog gebeurt. Wie niet of verkeerd kiest, stookt de hel nog wat op… Je kunt die vraag ook stellen aan de gemeente…

Hoe gaan we als protestantse gemeente om met de armen in onze dorpen en in de naburige stad? Zijn we kerk voor ons persoonlijk zielenheil of vormen we een gemeente ter wille van de samenleving? Bestaat ons diaconaat uit het geven van geld aan doelen die ons bevallen of nemen we verantwoordelijkheid voor mensen in een situatie van onrecht. Het diaconaat hoort geen kerkelijke liefdadigheid te zijn, maar inzet voor gerechtigheid en vrede. Hoe je dat doet?
Daartoe heeft God zelf ons een handleiding verschaft, die glashelder is voor particulieren en politici, voor gemeenten en parochies… Je mag gaan in het spoor van de God die in psalm 146 wordt bezongen:

Hij blijft bedacht op trouw voor altijd.
Voor het recht van de onderdrukten komt hij op.
Hij geeft hongerigen brood, de Heer maakt gevangenen vrij
De Heer opent blinden de ogen; De Heer richt verslagenen op
De Heer heeft rechtvaardigen lief; neemt de vreemdeling in bescherming
wees en weduwe staat Hij bij.

 

Veel Christenen hopen na hun dood te worden verenigd met de Schepper in de hemel. Hoe dat zal zijn, weten we niet.
God is op aarde bezig…door middel van zijn kerk.
Hij roept de gemeente om schepper naast God  te zijn;
Een christen mag geloven dat zijn inzet leidt tot:
“Uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel.”

 

De aarde vervuld van recht en vrede.  Een samenleving zoals God bedoelt.
Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, daalt neer
en de Eeuwige woont te midden van de mensen.

Geloven anno 2016 betekent – denk ik – vertrouwen op een God
die mensen inschakelt om hier en nu “hemel op aarde” te creëren.
We hebben nog een lange weg te gaan… maar er zijn tekenen van hoop.
Er is geloofsgemeenschap… dwars door alle kerken heen
die Esther als straatpastor de straat op laat gaan ter wille van de daklozen.
die Soleil, Esther en Margriet inhuurt als hulpverleners voor mensen in crisis.
die bezig is een inloophuis te creëren, waar mensen elkaar ontmoeten en hun hulpvragen op tafel kunnen leggen.
die mensen ronselt om maatje te worden van iemand die in de schulden raakt.
die langdurig verantwoordelijk wil zijn voor een projecten in de derde wereld.
die vluchtelingen opvangt en helpt hun weg te vinden in onze samenleving.
 
Nee, het is niet hopeloos. Het is niet zonder perspectief. Het is klip en klaar welke kant het opgaat … Het gaat richting koninkrijk…
waar Gods wil geschiedt op aarde zoals in de hemel.

Dat het mag zijn – in de naam van de vader en de zoon en de heilige Geest.
AMEN


 




 

Lieve mensen van God,

De rijke man en de arme Lazarus.
Een bekend verhaal waar ik vanmorgen drie elementen uitlicht,
die ieder op zich een hele preek waard zouden zijn.  
Het gaat om 1. arm en rijk  2. hiernamaals en hiernumaals. 3. hel en hemel  

Arm – rijk
Enkele weken geleden wijdde dagblad Trouw een serie artikelen aan kerkelijke gemeenten in enkele zeer welvarende dorpen in ons land. Ik noteerde een uitspraak van Ds. Ad Nieuwkoop, die – zo schreef de journalist- op zondagmorgen de mores in Bloemendaal fileert.
De dominee zei: “Wij moeten als bevoorrechten gestoord worden in onze voorspoedige leventjes.” Nou, als dat zijn doel is, dan kan hij zich het de teksten van vanmorgen helemaal uitleven. 

Lucas vertelt over een rijk man, die een uitbundig leven lijdt.
Hij kleedt zich in purperen gewaden, zo horen we.
Ik stel me iemand voor in onze tijd.
Hij gaat modieus gekleed, houdt zich altijd en overal aan de dresscodes.
Op de golfbaan een keurige polo met kraag – in de broek gedragen.
Op jacht gaat hij in een groenbruin jagerskostuum; een hoed met een veertje.
Op zijn 80 meter lange motorjacht met drie zwembaden,
draagt hij smetteloos wit en zie je hem nooit zonder kapiteinspet.  
De anderen aan boord moeten wel weten wie de boswachter is!  

Het is elke dag feest is in zijn huis.
Ik stel ik me villa voor op een  ommuurde compound,
waar je zonder speciaal pasje echt niet binnenkomt.
Bij de bewaakte achteringang komt een vaste cateraar
dagelijks kostelijke spijzen afleveren, die binnen met belegen wijnen
worden weggespoeld.
Bij de poort zit een bedelaar. Die hoopt op wat restjes.
De enige zorg die aan hem wordt besteed: een hond,
die trouw zijn wonden komt likken.

Overdrijf ik de rijkdom? Overdrijf ik de tegenstelling? Ja, ik overdrijf…
Mijn fantasie maakt de man nog veel rijker dan die in het verhaal.
Waarom? Nou…die man moet natuurlijk niet echt op u en mij lijken, toch?
We moesten eens gestoord worden in onze voorspoedige leventjes…
Ze komen allebei te overlijden.
Lazarus wordt door engelen weggedragen.
Hij mag rusten aan het hart van aartsvader Abraham.
Lazarus’ leven lijkt volkomen zinloos,
maar tot op vandaag wordt zijn naam overal ter wereld genoemd.

De rijke wordt prijsgegeven aan een naamloos graf.
Zo iemand is het gedenken niet waard.
Die mens mag geen naam hebben.

Eigen schuld, dikke bult!
Boontje komt om zijn loontje.
Ja, wij, keurige christenmensen, begrijpen heel goed,
waarom die rijkaard naamloos wordt afgevoerd naar de hel!
Had hij maar moeten omzien naar die arme Lazarus.

Hoe komt het toch dat Lazarus er op aarde zo bekaaid afkomt?
Is hij ongeschoold? Is hij gescheiden? Ex-gedetineerd misschien?
Bleek de hypotheek onder water te staan?
Het verhaal vertelt het niet. Het doet er niet toe.
De arme Lazarus is er en hij ligt aan de poort van de rijke.

Ik had ooit het voorrecht een groep theologiestudenten in Burundi,
iets te mogen vertellen over het kerkelijk leven in Europa.
In de gesprekken werd me duidelijk hoe belangrijk HOOP is
voor mensen in het arme deel van de wereld.
Ze doorstaan het onrecht van de armoe op basis van hoop.  
Hoop op een beter leven hier…  
maar vooral hoop op een beter leven in het hiernamaals.

Toen ik vertelde, dat wij Europeanen daar niet zo mee bezig zijn,
keken ze mij ongelovig aan. Het verbaasde hen zeer dat gelovigen in onze kerken veelal denken, dat het leven op aarde geleefd mag/moet worden.
Ze konden zich niet indenken dat menig gelovige hier zich nauwelijks
een voorstelling maakt van een leven na de dood.
“Dat zien we dan wel weer!” is immers een veel gehoorde opmerking.
Onze inzet is gericht op een samenleving die je “hemel op aarde” kunt
noemen: Gods koninkrijk, veelbelovend land, het paradijs.  
We bidden immers dagelijks: “Uw koninkrijk kome,
Uw wil geschiede op aarde zoals ook in de hemel.

De sociaaleconomische omstandigheden van mensen,
zijn mede bepalend voor hun manier van geloven.
Ik hoorde pasgeleden nog een mooi voorbeeld uit onze kerkgeschiedenis.
Het betreft Doopsgezinden in de 17-de eeuw.
In Friesland woonden nogal wat arme doperse boeren.
Ze waren zeer afhankelijk van de natuur. Die Friese doopsgezinden ontwikkelden een orthodox soort geloof, waarin de natuurkrachten werd gezien als instrumenten waarmee de Eeuwige, de mensheid beloont en straft.   
De mens is een nietig wezen dat volkomen afhankelijk is van een strenge, doch rechtvaardige God.

In diezelfde tijd groeide in de doopsgezinde gemeenschap van het rijke Amsterdam een meer vrijzinnige geloofsopvatting. Daar werd het beteugelen van de natuurkrachten gezien als de opdracht van mens. De mens als Schepper naast God. Adriaan Leeghwater – de molenbouwer, die o.a. de Beemster droog maalde, was doopsgezind. Ingenieur Cornelis Lely, de man van de Zuiderzee-werken, behoorde ook tot die groepering. We hebben onze droge voeten te danken aan… de doopsgezinden. U kent waarschijnlijk de uitspraak: God schiep de werelds, maar de Nederlanders hebben Holland gemaakt.
De mens, schepper naast God, is verantwoordelijk voor het leven op aarde.
Dat geldt niet alleen voor onze droge voeten, maar ook voor de onderlinge verhoudingen. Voor de verhoudingen tussen arm en rijk, bijvoorbeeld.
Daarmee zijn we terug bij onze lezingen.

We lazen Amos, die ongeveer 750 voor Chr. leefde en Lucas, die schreef in de tweede helft van de eerste eeuw… en we lezen de krant.  
Conclusie: Armoede is van alle tijden. Dat is zo!
Armoede bepaalt tot op de dag van vandaag het leven van miljoenen mensen.
Op heel wat plaatsen, o.a. in Burundi, maakt armoe het leven tot een hel,
al was het maar omdat ze ook daar naar westerse TV-series kijken.

Hoe ga je om met de armoede van je medemens. Amos en Lucas verkondigen  beide dat die vraag het scharnierpunt is waar alles om draait bij de God van Israël. Armoe is onrecht dat bestreden moet worden: Uw wil geschiede op aarde, zoals in de hemel.

En… Laten we er maar niet omheen draaien. Wij behoren tot degenen,
die hun schaapjes op het droge hebben. Voor u en mij is de cruciale vraag:
Hoe gaan we om met de armen?

Als het om landen als Burundi gaat, stuiten we op politieke en economische mechanismen, waar we niet zo gek veel invloed op hebben. We verzuchten dat we er toch niks aan kunnen doen en als we iets doen, is het maar heel kleine druppel op een heel grote gloeiende plaat. Jammer maar helaas.

Hoort u het ook? De stemmen van Amos en Lucas verdwijnen naar de achtergrond. Er staan uitleggers op die ons vertellen dat het in deze teksten over hogere geestelijke waarden gaat. Over het hiernamaals. Jehova’s getuigen komen je uitleggen, dat je je bij dat genootschap moet aansluiten om niet te hoeven lijden in het hiernamaals, zoals de rijke bij Lucas.

Armoede… is er altijd al geweest en zal er altijd zijn. Daar doe je niks aan.
Wie zo denkt is geen stap verder dan de afgodendienaars in bijbelse tijden.
Dat is nou heidendom. Alles maar over laten aan de machten van de natuur
en aan machtige mensen, die er slim van profiteren. Wat een armzalige visie op het leven! Wat een armzalige visie op het geloof in Gods koninkrijk.

Die manier van denken haalt de angel uit de profetie.
Die manier van denken negeert de uitdaging uit het evangelie.
In Afrika houd je het in het hiernumaals niet vol, zonder de hoop op het hiernamaals. Het zij onze broeders en zusters van harte gegund.

Maar als je aan de rijke kant van de kloof staat en al het onrecht maar laat voortbestaan… die mens stelt niks voor. Die mens levert geen enkele bijdrage aan Gods koninkrijk: Uw wil geschiedde op aarde zoals in de hemel.
Die bede in het Onze Vader wordt concreet in de harde woorden van Amos  tegen de rijken van zijn tijd; en in het uitdagende verhaal van Lucas.

Als we spreken over het koninkrijk Gods, waar zijn wil geschiedt dan gaat het over hier en nu. Als het gaat over de zin van joue leven, is de vraag:
Welke bijdrage heb jij geleverd?
Hoe heb jij je laten inspireren door Amos en door Lucas en ben je aan de slag gegaan? Of heb je je in slaap laten sussen met hiernamaalsverhalen…ben je weggezapt bij dat eentonig getik van de druppels op de gloeiende plaat.

Ik ken een jonge vrouw. Annick heet ze. Ze leeft op die gloeiende plaat…
Ze woont op de plek waar zo’n druppel viel.
Haar moeder was, toen ik haar in 2003 leerde kennen, weduwe.
Die moeder had groetenwinkeltje opgezet met een microkrediet,
waarvoor in  Nederland geld was ingezameld. Er was geld om Annick naar de basisschool te laten gaan. Haar moeder is plotseling overleden.
Dank zij een project van de kerk waartoe ze behoort kon ze toch naar het V.O.
Ze is twee jaar geleden afgestudeerd aan Hope University in Bujumbura.
Ze werkt bij een goed betalende buitenlandse firma. Met haar salaris betaalt ze de opleiding van haar jongere broertjes en zusjes. Een mooi verhaal? Zeker! Een waar verhaal ook… en een veilig verhaal; want Annick en haar familie blijven wel in Bujumbura.

Maar er zijn ook andere verhalen. Verhalen over mensen op de vlucht voor oorlogsgeweld. Verhalen over mensen die vandaag bivakkeren voor de poort van schatrijk Europa… En wat doet schatrijk Europa? Europa stelt vragen…

Waarom zijn deze mensen ze gevlucht?
Toch niet alleen maar om aan de armoe te ontkomen, hè? 
Het zijn toch niet van die volwassenen, die alles en iedereen achter laten en
hun leven wagen in gammele bootjes, om toekomst te creëren voor hun kinderen?  Dat zijn zeer moedige mensen. Maar wij plakken er een etiket op: Economische vluchteling! We laten ze niet toe!

Amos roept op tot bekering. Keer terug naar Thora!
Amos vermaant zijn volksgenoten omdat ze Gods wet veronachtzamen.
De profeet wijst de koning en de andere rijken op dat scharnierpunt.
Je maakt Thora zichtbaar als je omziet naar de arme, de weduwe, de wees, de vreemdeling. Daaraan kun je zien of je Thora volbrengt. 

0ok Lucas maakt duidelijk dat juist in je omgang  met degenen die het moeilijk hebben in de samenleving, duidelijk wordt of je leeft in de lijn van Jezus van Nazareth of juist niet.

Hoe ga je om met mensen die hier op aarde gaan door een hel van eenzaam-heid, armoede, pesterij, discriminatie, dakloosheid onderdrukking en allerlei andere vormen van onrecht?
Die vraag geldt voor de regering… en wordt een vraag aan jou persoonlijk als je 
politieke keuze bepaalt. Niet kiezen, betekent het laten voortbestaan van al het onrecht dat nu nog gebeurt. Wie niet of verkeerd kiest, stookt de hel nog wat op… Je kunt die vraag ook stellen aan de gemeente…

Hoe gaan we als protestantse gemeente om met de armen in onze dorpen en in de naburige stad? Zijn we kerk voor ons persoonlijk zielenheil of vormen we een gemeente ter wille van de samenleving? Bestaat ons diaconaat uit het geven van geld aan doelen die ons bevallen of nemen we verantwoordelijkheid voor mensen in een situatie van onrecht. Het diaconaat hoort geen kerkelijke liefdadigheid te zijn, maar inzet voor gerechtigheid en vrede. Hoe je dat doet?
Daartoe heeft God zelf ons een handleiding verschaft, die glashelder is voor particulieren en politici, voor gemeenten en parochies… Je mag gaan in het spoor van de God die in psalm 146 wordt bezongen:

Hij blijft bedacht op trouw voor altijd.
Voor het recht van de onderdrukten komt hij op.
Hij geeft hongerigen brood, de Heer maakt gevangenen vrij
De Heer opent blinden de ogen; De Heer richt verslagenen op
De Heer heeft rechtvaardigen lief; neemt de vreemdeling in bescherming
wees en weduwe staat Hij bij.

 

Veel Christenen hopen na hun dood te worden verenigd met de Schepper in de hemel. Hoe dat zal zijn, weten we niet.
God is op aarde bezig…door middel van zijn kerk.
Hij roept de gemeente om schepper naast God  te zijn;
Een christen mag geloven dat zijn inzet leidt tot:
“Uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel.”

 

De aarde vervuld van recht en vrede.  Een samenleving zoals God bedoelt.
Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, daalt neer
en de Eeuwige woont te midden van de mensen.

Geloven anno 2016 betekent – denk ik – vertrouwen op een God
die mensen inschakelt om hier en nu “hemel op aarde” te creëren.
We hebben nog een lange weg te gaan… maar er zijn tekenen van hoop.
Er is geloofsgemeenschap… dwars door alle kerken heen
die Esther als straatpastor de straat op laat gaan ter wille van de daklozen.
die Soleil, Esther en Margriet inhuurt als hulpverleners voor mensen in crisis.
die bezig is een inloophuis te creëren, waar mensen elkaar ontmoeten en hun hulpvragen op tafel kunnen leggen.
die mensen ronselt om maatje te worden van iemand die in de schulden raakt.
die langdurig verantwoordelijk wil zijn voor een projecten in de derde wereld.
die vluchtelingen opvangt en helpt hun weg te vinden in onze samenleving.
 
Nee, het is niet hopeloos. Het is niet zonder perspectief. Het is klip en klaar welke kant het opgaat … Het gaat richting koninkrijk…
waar Gods wil geschiedt op aarde zoals in de hemel.

Dat het mag zijn – in de naam van de vader en de zoon en de heilige Geest.
AMEN


 




 

Lieve mensen van God,

De rijke man en de arme Lazarus.
Een bekend verhaal waar ik vanmorgen drie elementen uitlicht,
die ieder op zich een hele preek waard zouden zijn.  
Het gaat om 1. arm en rijk  2. hiernamaals en hiernumaals. 3. hel en hemel  

Arm – rijk
Enkele weken geleden wijdde dagblad Trouw een serie artikelen aan kerkelijke gemeenten in enkele zeer welvarende dorpen in ons land. Ik noteerde een uitspraak van Ds. Ad Nieuwkoop, die – zo schreef de journalist- op zondagmorgen de mores in Bloemendaal fileert.
De dominee zei: “Wij moeten als bevoorrechten gestoord worden in onze voorspoedige leventjes.” Nou, als dat zijn doel is, dan kan hij zich het de teksten van vanmorgen helemaal uitleven. 

Lucas vertelt over een rijk man, die een uitbundig leven lijdt.
Hij kleedt zich in purperen gewaden, zo horen we.
Ik stel me iemand voor in onze tijd.
Hij gaat modieus gekleed, houdt zich altijd en overal aan de dresscodes.
Op de golfbaan een keurige polo met kraag – in de broek gedragen.
Op jacht gaat hij in een groenbruin jagerskostuum; een hoed met een veertje.
Op zijn 80 meter lange motorjacht met drie zwembaden,
draagt hij smetteloos wit en zie je hem nooit zonder kapiteinspet.  
De anderen aan boord moeten wel weten wie de boswachter is!  

Het is elke dag feest is in zijn huis.
Ik stel ik me villa voor op een  ommuurde compound,
waar je zonder speciaal pasje echt niet binnenkomt.
Bij de bewaakte achteringang komt een vaste cateraar
dagelijks kostelijke spijzen afleveren, die binnen met belegen wijnen
worden weggespoeld.
Bij de poort zit een bedelaar. Die hoopt op wat restjes.
De enige zorg die aan hem wordt besteed: een hond,
die trouw zijn wonden komt likken.

Overdrijf ik de rijkdom? Overdrijf ik de tegenstelling? Ja, ik overdrijf…
Mijn fantasie maakt de man nog veel rijker dan die in het verhaal.
Waarom? Nou…die man moet natuurlijk niet echt op u en mij lijken, toch?
We moesten eens gestoord worden in onze voorspoedige leventjes…
Ze komen allebei te overlijden.
Lazarus wordt door engelen weggedragen.
Hij mag rusten aan het hart van aartsvader Abraham.
Lazarus’ leven lijkt volkomen zinloos,
maar tot op vandaag wordt zijn naam overal ter wereld genoemd.

De rijke wordt prijsgegeven aan een naamloos graf.
Zo iemand is het gedenken niet waard.
Die mens mag geen naam hebben.

Eigen schuld, dikke bult!
Boontje komt om zijn loontje.
Ja, wij, keurige christenmensen, begrijpen heel goed,
waarom die rijkaard naamloos wordt afgevoerd naar de hel!
Had hij maar moeten omzien naar die arme Lazarus.

Hoe komt het toch dat Lazarus er op aarde zo bekaaid afkomt?
Is hij ongeschoold? Is hij gescheiden? Ex-gedetineerd misschien?
Bleek de hypotheek onder water te staan?
Het verhaal vertelt het niet. Het doet er niet toe.
De arme Lazarus is er en hij ligt aan de poort van de rijke.

Ik had ooit het voorrecht een groep theologiestudenten in Burundi,
iets te mogen vertellen over het kerkelijk leven in Europa.
In de gesprekken werd me duidelijk hoe belangrijk HOOP is
voor mensen in het arme deel van de wereld.
Ze doorstaan het onrecht van de armoe op basis van hoop.  
Hoop op een beter leven hier…  
maar vooral hoop op een beter leven in het hiernamaals.

Toen ik vertelde, dat wij Europeanen daar niet zo mee bezig zijn,
keken ze mij ongelovig aan. Het verbaasde hen zeer dat gelovigen in onze kerken veelal denken, dat het leven op aarde geleefd mag/moet worden.
Ze konden zich niet indenken dat menig gelovige hier zich nauwelijks
een voorstelling maakt van een leven na de dood.
“Dat zien we dan wel weer!” is immers een veel gehoorde opmerking.
Onze inzet is gericht op een samenleving die je “hemel op aarde” kunt
noemen: Gods koninkrijk, veelbelovend land, het paradijs.  
We bidden immers dagelijks: “Uw koninkrijk kome,
Uw wil geschiede op aarde zoals ook in de hemel.

De sociaaleconomische omstandigheden van mensen,
zijn mede bepalend voor hun manier van geloven.
Ik hoorde pasgeleden nog een mooi voorbeeld uit onze kerkgeschiedenis.
Het betreft Doopsgezinden in de 17-de eeuw.
In Friesland woonden nogal wat arme doperse boeren.
Ze waren zeer afhankelijk van de natuur. Die Friese doopsgezinden ontwikkelden een orthodox soort geloof, waarin de natuurkrachten werd gezien als instrumenten waarmee de Eeuwige, de mensheid beloont en straft.   
De mens is een nietig wezen dat volkomen afhankelijk is van een strenge, doch rechtvaardige God.

In diezelfde tijd groeide in de doopsgezinde gemeenschap van het rijke Amsterdam een meer vrijzinnige geloofsopvatting. Daar werd het beteugelen van de natuurkrachten gezien als de opdracht van mens. De mens als Schepper naast God. Adriaan Leeghwater – de molenbouwer, die o.a. de Beemster droog maalde, was doopsgezind. Ingenieur Cornelis Lely, de man van de Zuiderzee-werken, behoorde ook tot die groepering. We hebben onze droge voeten te danken aan… de doopsgezinden. U kent waarschijnlijk de uitspraak: God schiep de werelds, maar de Nederlanders hebben Holland gemaakt.
De mens, schepper naast God, is verantwoordelijk voor het leven op aarde.
Dat geldt niet alleen voor onze droge voeten, maar ook voor de onderlinge verhoudingen. Voor de verhoudingen tussen arm en rijk, bijvoorbeeld.
Daarmee zijn we terug bij onze lezingen.

We lazen Amos, die ongeveer 750 voor Chr. leefde en Lucas, die schreef in de tweede helft van de eerste eeuw… en we lezen de krant.  
Conclusie: Armoede is van alle tijden. Dat is zo!
Armoede bepaalt tot op de dag van vandaag het leven van miljoenen mensen.
Op heel wat plaatsen, o.a. in Burundi, maakt armoe het leven tot een hel,
al was het maar omdat ze ook daar naar westerse TV-series kijken.

Hoe ga je om met de armoede van je medemens. Amos en Lucas verkondigen  beide dat die vraag het scharnierpunt is waar alles om draait bij de God van Israël. Armoe is onrecht dat bestreden moet worden: Uw wil geschiede op aarde, zoals in de hemel.

En… Laten we er maar niet omheen draaien. Wij behoren tot degenen,
die hun schaapjes op het droge hebben. Voor u en mij is de cruciale vraag:
Hoe gaan we om met de armen?

Als het om landen als Burundi gaat, stuiten we op politieke en economische mechanismen, waar we niet zo gek veel invloed op hebben. We verzuchten dat we er toch niks aan kunnen doen en als we iets doen, is het maar heel kleine druppel op een heel grote gloeiende plaat. Jammer maar helaas.

Hoort u het ook? De stemmen van Amos en Lucas verdwijnen naar de achtergrond. Er staan uitleggers op die ons vertellen dat het in deze teksten over hogere geestelijke waarden gaat. Over het hiernamaals. Jehova’s getuigen komen je uitleggen, dat je je bij dat genootschap moet aansluiten om niet te hoeven lijden in het hiernamaals, zoals de rijke bij Lucas.

Armoede… is er altijd al geweest en zal er altijd zijn. Daar doe je niks aan.
Wie zo denkt is geen stap verder dan de afgodendienaars in bijbelse tijden.
Dat is nou heidendom. Alles maar over laten aan de machten van de natuur
en aan machtige mensen, die er slim van profiteren. Wat een armzalige visie op het leven! Wat een armzalige visie op het geloof in Gods koninkrijk.

Die manier van denken haalt de angel uit de profetie.
Die manier van denken negeert de uitdaging uit het evangelie.
In Afrika houd je het in het hiernumaals niet vol, zonder de hoop op het hiernamaals. Het zij onze broeders en zusters van harte gegund.

Maar als je aan de rijke kant van de kloof staat en al het onrecht maar laat voortbestaan… die mens stelt niks voor. Die mens levert geen enkele bijdrage aan Gods koninkrijk: Uw wil geschiedde op aarde zoals in de hemel.
Die bede in het Onze Vader wordt concreet in de harde woorden van Amos  tegen de rijken van zijn tijd; en in het uitdagende verhaal van Lucas.

Als we spreken over het koninkrijk Gods, waar zijn wil geschiedt dan gaat het over hier en nu. Als het gaat over de zin van joue leven, is de vraag:
Welke bijdrage heb jij geleverd?
Hoe heb jij je laten inspireren door Amos en door Lucas en ben je aan de slag gegaan? Of heb je je in slaap laten sussen met hiernamaalsverhalen…ben je weggezapt bij dat eentonig getik van de druppels op de gloeiende plaat.

Ik ken een jonge vrouw. Annick heet ze. Ze leeft op die gloeiende plaat…
Ze woont op de plek waar zo’n druppel viel.
Haar moeder was, toen ik haar in 2003 leerde kennen, weduwe.
Die moeder had groetenwinkeltje opgezet met een microkrediet,
waarvoor in  Nederland geld was ingezameld. Er was geld om Annick naar de basisschool te laten gaan. Haar moeder is plotseling overleden.
Dank zij een project van de kerk waartoe ze behoort kon ze toch naar het V.O.
Ze is twee jaar geleden afgestudeerd aan Hope University in Bujumbura.
Ze werkt bij een goed betalende buitenlandse firma. Met haar salaris betaalt ze de opleiding van haar jongere broertjes en zusjes. Een mooi verhaal? Zeker! Een waar verhaal ook… en een veilig verhaal; want Annick en haar familie blijven wel in Bujumbura.

Maar er zijn ook andere verhalen. Verhalen over mensen op de vlucht voor oorlogsgeweld. Verhalen over mensen die vandaag bivakkeren voor de poort van schatrijk Europa… En wat doet schatrijk Europa? Europa stelt vragen…

Waarom zijn deze mensen ze gevlucht?
Toch niet alleen maar om aan de armoe te ontkomen, hè? 
Het zijn toch niet van die volwassenen, die alles en iedereen achter laten en
hun leven wagen in gammele bootjes, om toekomst te creëren voor hun kinderen?  Dat zijn zeer moedige mensen. Maar wij plakken er een etiket op: Economische vluchteling! We laten ze niet toe!

Amos roept op tot bekering. Keer terug naar Thora!
Amos vermaant zijn volksgenoten omdat ze Gods wet veronachtzamen.
De profeet wijst de koning en de andere rijken op dat scharnierpunt.
Je maakt Thora zichtbaar als je omziet naar de arme, de weduwe, de wees, de vreemdeling. Daaraan kun je zien of je Thora volbrengt. 

0ok Lucas maakt duidelijk dat juist in je omgang  met degenen die het moeilijk hebben in de samenleving, duidelijk wordt of je leeft in de lijn van Jezus van Nazareth of juist niet.

Hoe ga je om met mensen die hier op aarde gaan door een hel van eenzaam-heid, armoede, pesterij, discriminatie, dakloosheid onderdrukking en allerlei andere vormen van onrecht?
Die vraag geldt voor de regering… en wordt een vraag aan jou persoonlijk als je 
politieke keuze bepaalt. Niet kiezen, betekent het laten voortbestaan van al het onrecht dat nu nog gebeurt. Wie niet of verkeerd kiest, stookt de hel nog wat op… Je kunt die vraag ook stellen aan de gemeente…

Hoe gaan we als protestantse gemeente om met de armen in onze dorpen en in de naburige stad? Zijn we kerk voor ons persoonlijk zielenheil of vormen we een gemeente ter wille van de samenleving? Bestaat ons diaconaat uit het geven van geld aan doelen die ons bevallen of nemen we verantwoordelijkheid voor mensen in een situatie van onrecht. Het diaconaat hoort geen kerkelijke liefdadigheid te zijn, maar inzet voor gerechtigheid en vrede. Hoe je dat doet?
Daartoe heeft God zelf ons een handleiding verschaft, die glashelder is voor particulieren en politici, voor gemeenten en parochies… Je mag gaan in het spoor van de God die in psalm 146 wordt bezongen:

Hij blijft bedacht op trouw voor altijd.
Voor het recht van de onderdrukten komt hij op.
Hij geeft hongerigen brood, de Heer maakt gevangenen vrij
De Heer opent blinden de ogen; De Heer richt verslagenen op
De Heer heeft rechtvaardigen lief; neemt de vreemdeling in bescherming
wees en weduwe staat Hij bij.

 

Veel Christenen hopen na hun dood te worden verenigd met de Schepper in de hemel. Hoe dat zal zijn, weten we niet.
God is op aarde bezig…door middel van zijn kerk.
Hij roept de gemeente om schepper naast God  te zijn;
Een christen mag geloven dat zijn inzet leidt tot:
“Uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel.”

 

De aarde vervuld van recht en vrede.  Een samenleving zoals God bedoelt.
Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, daalt neer
en de Eeuwige woont te midden van de mensen.

Geloven anno 2016 betekent – denk ik – vertrouwen op een God
die mensen inschakelt om hier en nu “hemel op aarde” te creëren.
We hebben nog een lange weg te gaan… maar er zijn tekenen van hoop.
Er is geloofsgemeenschap… dwars door alle kerken heen
die Esther als straatpastor de straat op laat gaan ter wille van de daklozen.
die Soleil, Esther en Margriet inhuurt als hulpverleners voor mensen in crisis.
die bezig is een inloophuis te creëren, waar mensen elkaar ontmoeten en hun hulpvragen op tafel kunnen leggen.
die mensen ronselt om maatje te worden van iemand die in de schulden raakt.
die langdurig verantwoordelijk wil zijn voor een projecten in de derde wereld.
die vluchtelingen opvangt en helpt hun weg te vinden in onze samenleving.
 
Nee, het is niet hopeloos. Het is niet zonder perspectief. Het is klip en klaar welke kant het opgaat … Het gaat richting koninkrijk…
waar Gods wil geschiedt op aarde zoals in de hemel.

Dat het mag zijn – in de naam van de vader en de zoon en de heilige Geest.
AMEN


 




 

Lieve mensen van God,

De rijke man en de arme Lazarus.
Een bekend verhaal waar ik vanmorgen drie elementen uitlicht,
die ieder op zich een hele preek waard zouden zijn.  
Het gaat om 1. arm en rijk  2. hiernamaals en hiernumaals. 3. hel en hemel  

Arm – rijk
Enkele weken geleden wijdde dagblad Trouw een serie artikelen aan kerkelijke gemeenten in enkele zeer welvarende dorpen in ons land. Ik noteerde een uitspraak van Ds. Ad Nieuwkoop, die – zo schreef de journalist- op zondagmorgen de mores in Bloemendaal fileert.
De dominee zei: “Wij moeten als bevoorrechten gestoord worden in onze voorspoedige leventjes.” Nou, als dat zijn doel is, dan kan hij zich het de teksten van vanmorgen helemaal uitleven. 

Lucas vertelt over een rijk man, die een uitbundig leven lijdt.
Hij kleedt zich in purperen gewaden, zo horen we.
Ik stel me iemand voor in onze tijd.
Hij gaat modieus gekleed, houdt zich altijd en overal aan de dresscodes.
Op de golfbaan een keurige polo met kraag – in de broek gedragen.
Op jacht gaat hij in een groenbruin jagerskostuum; een hoed met een veertje.
Op zijn 80 meter lange motorjacht met drie zwembaden,
draagt hij smetteloos wit en zie je hem nooit zonder kapiteinspet.  
De anderen aan boord moeten wel weten wie de boswachter is!  

Het is elke dag feest is in zijn huis.
Ik stel ik me villa voor op een  ommuurde compound,
waar je zonder speciaal pasje echt niet binnenkomt.
Bij de bewaakte achteringang komt een vaste cateraar
dagelijks kostelijke spijzen afleveren, die binnen met belegen wijnen
worden weggespoeld.
Bij de poort zit een bedelaar. Die hoopt op wat restjes.
De enige zorg die aan hem wordt besteed: een hond,
die trouw zijn wonden komt likken.

Overdrijf ik de rijkdom? Overdrijf ik de tegenstelling? Ja, ik overdrijf…
Mijn fantasie maakt de man nog veel rijker dan die in het verhaal.
Waarom? Nou…die man moet natuurlijk niet echt op u en mij lijken, toch?
We moesten eens gestoord worden in onze voorspoedige leventjes…
Ze komen allebei te overlijden.
Lazarus wordt door engelen weggedragen.
Hij mag rusten aan het hart van aartsvader Abraham.
Lazarus’ leven lijkt volkomen zinloos,
maar tot op vandaag wordt zijn naam overal ter wereld genoemd.

De rijke wordt prijsgegeven aan een naamloos graf.
Zo iemand is het gedenken niet waard.
Die mens mag geen naam hebben.

Eigen schuld, dikke bult!
Boontje komt om zijn loontje.
Ja, wij, keurige christenmensen, begrijpen heel goed,
waarom die rijkaard naamloos wordt afgevoerd naar de hel!
Had hij maar moeten omzien naar die arme Lazarus.

Hoe komt het toch dat Lazarus er op aarde zo bekaaid afkomt?
Is hij ongeschoold? Is hij gescheiden? Ex-gedetineerd misschien?
Bleek de hypotheek onder water te staan?
Het verhaal vertelt het niet. Het doet er niet toe.
De arme Lazarus is er en hij ligt aan de poort van de rijke.

Ik had ooit het voorrecht een groep theologiestudenten in Burundi,
iets te mogen vertellen over het kerkelijk leven in Europa.
In de gesprekken werd me duidelijk hoe belangrijk HOOP is
voor mensen in het arme deel van de wereld.
Ze doorstaan het onrecht van de armoe op basis van hoop.  
Hoop op een beter leven hier…  
maar vooral hoop op een beter leven in het hiernamaals.

Toen ik vertelde, dat wij Europeanen daar niet zo mee bezig zijn,
keken ze mij ongelovig aan. Het verbaasde hen zeer dat gelovigen in onze kerken veelal denken, dat het leven op aarde geleefd mag/moet worden.
Ze konden zich niet indenken dat menig gelovige hier zich nauwelijks
een voorstelling maakt van een leven na de dood.
“Dat zien we dan wel weer!” is immers een veel gehoorde opmerking.
Onze inzet is gericht op een samenleving die je “hemel op aarde” kunt
noemen: Gods koninkrijk, veelbelovend land, het paradijs.  
We bidden immers dagelijks: “Uw koninkrijk kome,
Uw wil geschiede op aarde zoals ook in de hemel.

De sociaaleconomische omstandigheden van mensen,
zijn mede bepalend voor hun manier van geloven.
Ik hoorde pasgeleden nog een mooi voorbeeld uit onze kerkgeschiedenis.
Het betreft Doopsgezinden in de 17-de eeuw.
In Friesland woonden nogal wat arme doperse boeren.
Ze waren zeer afhankelijk van de natuur. Die Friese doopsgezinden ontwikkelden een orthodox soort geloof, waarin de natuurkrachten werd gezien als instrumenten waarmee de Eeuwige, de mensheid beloont en straft.   
De mens is een nietig wezen dat volkomen afhankelijk is van een strenge, doch rechtvaardige God.

In diezelfde tijd groeide in de doopsgezinde gemeenschap van het rijke Amsterdam een meer vrijzinnige geloofsopvatting. Daar werd het beteugelen van de natuurkrachten gezien als de opdracht van mens. De mens als Schepper naast God. Adriaan Leeghwater – de molenbouwer, die o.a. de Beemster droog maalde, was doopsgezind. Ingenieur Cornelis Lely, de man van de Zuiderzee-werken, behoorde ook tot die groepering. We hebben onze droge voeten te danken aan… de doopsgezinden. U kent waarschijnlijk de uitspraak: God schiep de werelds, maar de Nederlanders hebben Holland gemaakt.
De mens, schepper naast God, is verantwoordelijk voor het leven op aarde.
Dat geldt niet alleen voor onze droge voeten, maar ook voor de onderlinge verhoudingen. Voor de verhoudingen tussen arm en rijk, bijvoorbeeld.
Daarmee zijn we terug bij onze lezingen.

We lazen Amos, die ongeveer 750 voor Chr. leefde en Lucas, die schreef in de tweede helft van de eerste eeuw… en we lezen de krant.  
Conclusie: Armoede is van alle tijden. Dat is zo!
Armoede bepaalt tot op de dag van vandaag het leven van miljoenen mensen.
Op heel wat plaatsen, o.a. in Burundi, maakt armoe het leven tot een hel,
al was het maar omdat ze ook daar naar westerse TV-series kijken.

Hoe ga je om met de armoede van je medemens. Amos en Lucas verkondigen  beide dat die vraag het scharnierpunt is waar alles om draait bij de God van Israël. Armoe is onrecht dat bestreden moet worden: Uw wil geschiede op aarde, zoals in de hemel.

En… Laten we er maar niet omheen draaien. Wij behoren tot degenen,
die hun schaapjes op het droge hebben. Voor u en mij is de cruciale vraag:
Hoe gaan we om met de armen?

Als het om landen als Burundi gaat, stuiten we op politieke en economische mechanismen, waar we niet zo gek veel invloed op hebben. We verzuchten dat we er toch niks aan kunnen doen en als we iets doen, is het maar heel kleine druppel op een heel grote gloeiende plaat. Jammer maar helaas.

Hoort u het ook? De stemmen van Amos en Lucas verdwijnen naar de achtergrond. Er staan uitleggers op die ons vertellen dat het in deze teksten over hogere geestelijke waarden gaat. Over het hiernamaals. Jehova’s getuigen komen je uitleggen, dat je je bij dat genootschap moet aansluiten om niet te hoeven lijden in het hiernamaals, zoals de rijke bij Lucas.

Armoede… is er altijd al geweest en zal er altijd zijn. Daar doe je niks aan.
Wie zo denkt is geen stap verder dan de afgodendienaars in bijbelse tijden.
Dat is nou heidendom. Alles maar over laten aan de machten van de natuur
en aan machtige mensen, die er slim van profiteren. Wat een armzalige visie op het leven! Wat een armzalige visie op het geloof in Gods koninkrijk.

Die manier van denken haalt de angel uit de profetie.
Die manier van denken negeert de uitdaging uit het evangelie.
In Afrika houd je het in het hiernumaals niet vol, zonder de hoop op het hiernamaals. Het zij onze broeders en zusters van harte gegund.

Maar als je aan de rijke kant van de kloof staat en al het onrecht maar laat voortbestaan… die mens stelt niks voor. Die mens levert geen enkele bijdrage aan Gods koninkrijk: Uw wil geschiedde op aarde zoals in de hemel.
Die bede in het Onze Vader wordt concreet in de harde woorden van Amos  tegen de rijken van zijn tijd; en in het uitdagende verhaal van Lucas.

Als we spreken over het koninkrijk Gods, waar zijn wil geschiedt dan gaat het over hier en nu. Als het gaat over de zin van joue leven, is de vraag:
Welke bijdrage heb jij geleverd?
Hoe heb jij je laten inspireren door Amos en door Lucas en ben je aan de slag gegaan? Of heb je je in slaap laten sussen met hiernamaalsverhalen…ben je weggezapt bij dat eentonig getik van de druppels op de gloeiende plaat.

Ik ken een jonge vrouw. Annick heet ze. Ze leeft op die gloeiende plaat…
Ze woont op de plek waar zo’n druppel viel.
Haar moeder was, toen ik haar in 2003 leerde kennen, weduwe.
Die moeder had groetenwinkeltje opgezet met een microkrediet,
waarvoor in  Nederland geld was ingezameld. Er was geld om Annick naar de basisschool te laten gaan. Haar moeder is plotseling overleden.
Dank zij een project van de kerk waartoe ze behoort kon ze toch naar het V.O.
Ze is twee jaar geleden afgestudeerd aan Hope University in Bujumbura.
Ze werkt bij een goed betalende buitenlandse firma. Met haar salaris betaalt ze de opleiding van haar jongere broertjes en zusjes. Een mooi verhaal? Zeker! Een waar verhaal ook… en een veilig verhaal; want Annick en haar familie blijven wel in Bujumbura.

Maar er zijn ook andere verhalen. Verhalen over mensen op de vlucht voor oorlogsgeweld. Verhalen over mensen die vandaag bivakkeren voor de poort van schatrijk Europa… En wat doet schatrijk Europa? Europa stelt vragen…

Waarom zijn deze mensen ze gevlucht?
Toch niet alleen maar om aan de armoe te ontkomen, hè? 
Het zijn toch niet van die volwassenen, die alles en iedereen achter laten en
hun leven wagen in gammele bootjes, om toekomst te creëren voor hun kinderen?  Dat zijn zeer moedige mensen. Maar wij plakken er een etiket op: Economische vluchteling! We laten ze niet toe!

Amos roept op tot bekering. Keer terug naar Thora!
Amos vermaant zijn volksgenoten omdat ze Gods wet veronachtzamen.
De profeet wijst de koning en de andere rijken op dat scharnierpunt.
Je maakt Thora zichtbaar als je omziet naar de arme, de weduwe, de wees, de vreemdeling. Daaraan kun je zien of je Thora volbrengt. 

0ok Lucas maakt duidelijk dat juist in je omgang  met degenen die het moeilijk hebben in de samenleving, duidelijk wordt of je leeft in de lijn van Jezus van Nazareth of juist niet.

Hoe ga je om met mensen die hier op aarde gaan door een hel van eenzaam-heid, armoede, pesterij, discriminatie, dakloosheid onderdrukking en allerlei andere vormen van onrecht?
Die vraag geldt voor de regering… en wordt een vraag aan jou persoonlijk als je 
politieke keuze bepaalt. Niet kiezen, betekent het laten voortbestaan van al het onrecht dat nu nog gebeurt. Wie niet of verkeerd kiest, stookt de hel nog wat op… Je kunt die vraag ook stellen aan de gemeente…

Hoe gaan we als protestantse gemeente om met de armen in onze dorpen en in de naburige stad? Zijn we kerk voor ons persoonlijk zielenheil of vormen we een gemeente ter wille van de samenleving? Bestaat ons diaconaat uit het geven van geld aan doelen die ons bevallen of nemen we verantwoordelijkheid voor mensen in een situatie van onrecht. Het diaconaat hoort geen kerkelijke liefdadigheid te zijn, maar inzet voor gerechtigheid en vrede. Hoe je dat doet?
Daartoe heeft God zelf ons een handleiding verschaft, die glashelder is voor particulieren en politici, voor gemeenten en parochies… Je mag gaan in het spoor van de God die in psalm 146 wordt bezongen:

Hij blijft bedacht op trouw voor altijd.
Voor het recht van de onderdrukten komt hij op.
Hij geeft hongerigen brood, de Heer maakt gevangenen vrij
De Heer opent blinden de ogen; De Heer richt verslagenen op
De Heer heeft rechtvaardigen lief; neemt de vreemdeling in bescherming
wees en weduwe staat Hij bij.

 

Veel Christenen hopen na hun dood te worden verenigd met de Schepper in de hemel. Hoe dat zal zijn, weten we niet.
God is op aarde bezig…door middel van zijn kerk.
Hij roept de gemeente om schepper naast God  te zijn;
Een christen mag geloven dat zijn inzet leidt tot:
“Uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel.”

 

De aarde vervuld van recht en vrede.  Een samenleving zoals God bedoelt.
Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, daalt neer
en de Eeuwige woont te midden van de mensen.

Geloven anno 2016 betekent – denk ik – vertrouwen op een God
die mensen inschakelt om hier en nu “hemel op aarde” te creëren.
We hebben nog een lange weg te gaan… maar er zijn tekenen van hoop.
Er is geloofsgemeenschap… dwars door alle kerken heen
die Esther als straatpastor de straat op laat gaan ter wille van de daklozen.
die Soleil, Esther en Margriet inhuurt als hulpverleners voor mensen in crisis.
die bezig is een inloophuis te creëren, waar mensen elkaar ontmoeten en hun hulpvragen op tafel kunnen leggen.
die mensen ronselt om maatje te worden van iemand die in de schulden raakt.
die langdurig verantwoordelijk wil zijn voor een projecten in de derde wereld.
die vluchtelingen opvangt en helpt hun weg te vinden in onze samenleving.
 
Nee, het is niet hopeloos. Het is niet zonder perspectief. Het is klip en klaar welke kant het opgaat … Het gaat richting koninkrijk…
waar Gods wil geschiedt op aarde zoals in de hemel.

Dat het mag zijn – in de naam van de vader en de zoon en de heilige Geest.
AMEN


 




 

Lieve mensen van God,

De rijke man en de arme Lazarus.
Een bekend verhaal waar ik vanmorgen drie elementen uitlicht,
die ieder op zich een hele preek waard zouden zijn.  
Het gaat om 1. arm en rijk  2. hiernamaals en hiernumaals. 3. hel en hemel  

Arm – rijk
Enkele weken geleden wijdde dagblad Trouw een serie artikelen aan kerkelijke gemeenten in enkele zeer welvarende dorpen in ons land. Ik noteerde een uitspraak van Ds. Ad Nieuwkoop, die – zo schreef de journalist- op zondagmorgen de mores in Bloemendaal fileert.
De dominee zei: “Wij moeten als bevoorrechten gestoord worden in onze voorspoedige leventjes.” Nou, als dat zijn doel is, dan kan hij zich het de teksten van vanmorgen helemaal uitleven. 

Lucas vertelt over een rijk man, die een uitbundig leven lijdt.
Hij kleedt zich in purperen gewaden, zo horen we.
Ik stel me iemand voor in onze tijd.
Hij gaat modieus gekleed, houdt zich altijd en overal aan de dresscodes.
Op de golfbaan een keurige polo met kraag – in de broek gedragen.
Op jacht gaat hij in een groenbruin jagerskostuum; een hoed met een veertje.
Op zijn 80 meter lange motorjacht met drie zwembaden,
draagt hij smetteloos wit en zie je hem nooit zonder kapiteinspet.  
De anderen aan boord moeten wel weten wie de boswachter is!  

Het is elke dag feest is in zijn huis.
Ik stel ik me villa voor op een  ommuurde compound,
waar je zonder speciaal pasje echt niet binnenkomt.
Bij de bewaakte achteringang komt een vaste cateraar
dagelijks kostelijke spijzen afleveren, die binnen met belegen wijnen
worden weggespoeld.
Bij de poort zit een bedelaar. Die hoopt op wat restjes.
De enige zorg die aan hem wordt besteed: een hond,
die trouw zijn wonden komt likken.

Overdrijf ik de rijkdom? Overdrijf ik de tegenstelling? Ja, ik overdrijf…
Mijn fantasie maakt de man nog veel rijker dan die in het verhaal.
Waarom? Nou…die man moet natuurlijk niet echt op u en mij lijken, toch?
We moesten eens gestoord worden in onze voorspoedige leventjes…
Ze komen allebei te overlijden.
Lazarus wordt door engelen weggedragen.
Hij mag rusten aan het hart van aartsvader Abraham.
Lazarus’ leven lijkt volkomen zinloos,
maar tot op vandaag wordt zijn naam overal ter wereld genoemd.

De rijke wordt prijsgegeven aan een naamloos graf.
Zo iemand is het gedenken niet waard.
Die mens mag geen naam hebben.

Eigen schuld, dikke bult!
Boontje komt om zijn loontje.
Ja, wij, keurige christenmensen, begrijpen heel goed,
waarom die rijkaard naamloos wordt afgevoerd naar de hel!
Had hij maar moeten omzien naar die arme Lazarus.

Hoe komt het toch dat Lazarus er op aarde zo bekaaid afkomt?
Is hij ongeschoold? Is hij gescheiden? Ex-gedetineerd misschien?
Bleek de hypotheek onder water te staan?
Het verhaal vertelt het niet. Het doet er niet toe.
De arme Lazarus is er en hij ligt aan de poort van de rijke.

Ik had ooit het voorrecht een groep theologiestudenten in Burundi,
iets te mogen vertellen over het kerkelijk leven in Europa.
In de gesprekken werd me duidelijk hoe belangrijk HOOP is
voor mensen in het arme deel van de wereld.
Ze doorstaan het onrecht van de armoe op basis van hoop.  
Hoop op een beter leven hier…  
maar vooral hoop op een beter leven in het hiernamaals.

Toen ik vertelde, dat wij Europeanen daar niet zo mee bezig zijn,
keken ze mij ongelovig aan. Het verbaasde hen zeer dat gelovigen in onze kerken veelal denken, dat het leven op aarde geleefd mag/moet worden.
Ze konden zich niet indenken dat menig gelovige hier zich nauwelijks
een voorstelling maakt van een leven na de dood.
“Dat zien we dan wel weer!” is immers een veel gehoorde opmerking.
Onze inzet is gericht op een samenleving die je “hemel op aarde” kunt
noemen: Gods koninkrijk, veelbelovend land, het paradijs.  
We bidden immers dagelijks: “Uw koninkrijk kome,
Uw wil geschiede op aarde zoals ook in de hemel.

De sociaaleconomische omstandigheden van mensen,
zijn mede bepalend voor hun manier van geloven.
Ik hoorde pasgeleden nog een mooi voorbeeld uit onze kerkgeschiedenis.
Het betreft Doopsgezinden in de 17-de eeuw.
In Friesland woonden nogal wat arme doperse boeren.
Ze waren zeer afhankelijk van de natuur. Die Friese doopsgezinden ontwikkelden een orthodox soort geloof, waarin de natuurkrachten werd gezien als instrumenten waarmee de Eeuwige, de mensheid beloont en straft.   
De mens is een nietig wezen dat volkomen afhankelijk is van een strenge, doch rechtvaardige God.

In diezelfde tijd groeide in de doopsgezinde gemeenschap van het rijke Amsterdam een meer vrijzinnige geloofsopvatting. Daar werd het beteugelen van de natuurkrachten gezien als de opdracht van mens. De mens als Schepper naast God. Adriaan Leeghwater – de molenbouwer, die o.a. de Beemster droog maalde, was doopsgezind. Ingenieur Cornelis Lely, de man van de Zuiderzee-werken, behoorde ook tot die groepering. We hebben onze droge voeten te danken aan… de doopsgezinden. U kent waarschijnlijk de uitspraak: God schiep de werelds, maar de Nederlanders hebben Holland gemaakt.
De mens, schepper naast God, is verantwoordelijk voor het leven op aarde.
Dat geldt niet alleen voor onze droge voeten, maar ook voor de onderlinge verhoudingen. Voor de verhoudingen tussen arm en rijk, bijvoorbeeld.
Daarmee zijn we terug bij onze lezingen.

We lazen Amos, die ongeveer 750 voor Chr. leefde en Lucas, die schreef in de tweede helft van de eerste eeuw… en we lezen de krant.  
Conclusie: Armoede is van alle tijden. Dat is zo!
Armoede bepaalt tot op de dag van vandaag het leven van miljoenen mensen.
Op heel wat plaatsen, o.a. in Burundi, maakt armoe het leven tot een hel,
al was het maar omdat ze ook daar naar westerse TV-series kijken.

Hoe ga je om met de armoede van je medemens. Amos en Lucas verkondigen  beide dat die vraag het scharnierpunt is waar alles om draait bij de God van Israël. Armoe is onrecht dat bestreden moet worden: Uw wil geschiede op aarde, zoals in de hemel.

En… Laten we er maar niet omheen draaien. Wij behoren tot degenen,
die hun schaapjes op het droge hebben. Voor u en mij is de cruciale vraag:
Hoe gaan we om met de armen?

Als het om landen als Burundi gaat, stuiten we op politieke en economische mechanismen, waar we niet zo gek veel invloed op hebben. We verzuchten dat we er toch niks aan kunnen doen en als we iets doen, is het maar heel kleine druppel op een heel grote gloeiende plaat. Jammer maar helaas.

Hoort u het ook? De stemmen van Amos en Lucas verdwijnen naar de achtergrond. Er staan uitleggers op die ons vertellen dat het in deze teksten over hogere geestelijke waarden gaat. Over het hiernamaals. Jehova’s getuigen komen je uitleggen, dat je je bij dat genootschap moet aansluiten om niet te hoeven lijden in het hiernamaals, zoals de rijke bij Lucas.

Armoede… is er altijd al geweest en zal er altijd zijn. Daar doe je niks aan.
Wie zo denkt is geen stap verder dan de afgodendienaars in bijbelse tijden.
Dat is nou heidendom. Alles maar over laten aan de machten van de natuur
en aan machtige mensen, die er slim van profiteren. Wat een armzalige visie op het leven! Wat een armzalige visie op het geloof in Gods koninkrijk.

Die manier van denken haalt de angel uit de profetie.
Die manier van denken negeert de uitdaging uit het evangelie.
In Afrika houd je het in het hiernumaals niet vol, zonder de hoop op het hiernamaals. Het zij onze broeders en zusters van harte gegund.

Maar als je aan de rijke kant van de kloof staat en al het onrecht maar laat voortbestaan… die mens stelt niks voor. Die mens levert geen enkele bijdrage aan Gods koninkrijk: Uw wil geschiedde op aarde zoals in de hemel.
Die bede in het Onze Vader wordt concreet in de harde woorden van Amos  tegen de rijken van zijn tijd; en in het uitdagende verhaal van Lucas.

Als we spreken over het koninkrijk Gods, waar zijn wil geschiedt dan gaat het over hier en nu. Als het gaat over de zin van joue leven, is de vraag:
Welke bijdrage heb jij geleverd?
Hoe heb jij je laten inspireren door Amos en door Lucas en ben je aan de slag gegaan? Of heb je je in slaap laten sussen met hiernamaalsverhalen…ben je weggezapt bij dat eentonig getik van de druppels op de gloeiende plaat.

Ik ken een jonge vrouw. Annick heet ze. Ze leeft op die gloeiende plaat…
Ze woont op de plek waar zo’n druppel viel.
Haar moeder was, toen ik haar in 2003 leerde kennen, weduwe.
Die moeder had groetenwinkeltje opgezet met een microkrediet,
waarvoor in  Nederland geld was ingezameld. Er was geld om Annick naar de basisschool te laten gaan. Haar moeder is plotseling overleden.
Dank zij een project van de kerk waartoe ze behoort kon ze toch naar het V.O.
Ze is twee jaar geleden afgestudeerd aan Hope University in Bujumbura.
Ze werkt bij een goed betalende buitenlandse firma. Met haar salaris betaalt ze de opleiding van haar jongere broertjes en zusjes. Een mooi verhaal? Zeker! Een waar verhaal ook… en een veilig verhaal; want Annick en haar familie blijven wel in Bujumbura.

Maar er zijn ook andere verhalen. Verhalen over mensen op de vlucht voor oorlogsgeweld. Verhalen over mensen die vandaag bivakkeren voor de poort van schatrijk Europa… En wat doet schatrijk Europa? Europa stelt vragen…

Waarom zijn deze mensen ze gevlucht?
Toch niet alleen maar om aan de armoe te ontkomen, hè? 
Het zijn toch niet van die volwassenen, die alles en iedereen achter laten en
hun leven wagen in gammele bootjes, om toekomst te creëren voor hun kinderen?  Dat zijn zeer moedige mensen. Maar wij plakken er een etiket op: Economische vluchteling! We laten ze niet toe!

Amos roept op tot bekering. Keer terug naar Thora!
Amos vermaant zijn volksgenoten omdat ze Gods wet veronachtzamen.
De profeet wijst de koning en de andere rijken op dat scharnierpunt.
Je maakt Thora zichtbaar als je omziet naar de arme, de weduwe, de wees, de vreemdeling. Daaraan kun je zien of je Thora volbrengt. 

0ok Lucas maakt duidelijk dat juist in je omgang  met degenen die het moeilijk hebben in de samenleving, duidelijk wordt of je leeft in de lijn van Jezus van Nazareth of juist niet.

Hoe ga je om met mensen die hier op aarde gaan door een hel van eenzaam-heid, armoede, pesterij, discriminatie, dakloosheid onderdrukking en allerlei andere vormen van onrecht?
Die vraag geldt voor de regering… en wordt een vraag aan jou persoonlijk als je 
politieke keuze bepaalt. Niet kiezen, betekent het laten voortbestaan van al het onrecht dat nu nog gebeurt. Wie niet of verkeerd kiest, stookt de hel nog wat op… Je kunt die vraag ook stellen aan de gemeente…

Hoe gaan we als protestantse gemeente om met de armen in onze dorpen en in de naburige stad? Zijn we kerk voor ons persoonlijk zielenheil of vormen we een gemeente ter wille van de samenleving? Bestaat ons diaconaat uit het geven van geld aan doelen die ons bevallen of nemen we verantwoordelijkheid voor mensen in een situatie van onrecht. Het diaconaat hoort geen kerkelijke liefdadigheid te zijn, maar inzet voor gerechtigheid en vrede. Hoe je dat doet?
Daartoe heeft God zelf ons een handleiding verschaft, die glashelder is voor particulieren en politici, voor gemeenten en parochies… Je mag gaan in het spoor van de God die in psalm 146 wordt bezongen:

Hij blijft bedacht op trouw voor altijd.
Voor het recht van de onderdrukten komt hij op.
Hij geeft hongerigen brood, de Heer maakt gevangenen vrij
De Heer opent blinden de ogen; De Heer richt verslagenen op
De Heer heeft rechtvaardigen lief; neemt de vreemdeling in bescherming
wees en weduwe staat Hij bij.

 

Veel Christenen hopen na hun dood te worden verenigd met de Schepper in de hemel. Hoe dat zal zijn, weten we niet.
God is op aarde bezig…door middel van zijn kerk.
Hij roept de gemeente om schepper naast God  te zijn;
Een christen mag geloven dat zijn inzet leidt tot:
“Uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel.”

 

De aarde vervuld van recht en vrede.  Een samenleving zoals God bedoelt.
Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, daalt neer
en de Eeuwige woont te midden van de mensen.

Geloven anno 2016 betekent – denk ik – vertrouwen op een God
die mensen inschakelt om hier en nu “hemel op aarde” te creëren.
We hebben nog een lange weg te gaan… maar er zijn tekenen van hoop.
Er is geloofsgemeenschap… dwars door alle kerken heen
die Esther als straatpastor de straat op laat gaan ter wille van de daklozen.
die Soleil, Esther en Margriet inhuurt als hulpverleners voor mensen in crisis.
die bezig is een inloophuis te creëren, waar mensen elkaar ontmoeten en hun hulpvragen op tafel kunnen leggen.
die mensen ronselt om maatje te worden van iemand die in de schulden raakt.
die langdurig verantwoordelijk wil zijn voor een projecten in de derde wereld.
die vluchtelingen opvangt en helpt hun weg te vinden in onze samenleving.
 
Nee, het is niet hopeloos. Het is niet zonder perspectief. Het is klip en klaar welke kant het opgaat … Het gaat richting koninkrijk…
waar Gods wil geschiedt op aarde zoals in de hemel.

Dat het mag zijn – in de naam van de vader en de zoon en de heilige Geest.
AMEN