Gemeente van onze Heer Jezus Christus
Lieve mensen van God

In het verhaal over Jacob zitten heel veel elementen, die de moeite waard zouden zijn om nader uit te werken. Ik pik er een paar uit, die later in de preek terugkeren.  

Jacob is op de vlucht. Hij wil het veelbelovend land zo spoedig mogelijk verlaten, want voor hem heeft het land, dat God aan zijn grootvader heeft gegeven, op dit moment niets anders in petto dan
 de woede van zijn broer. Het is er geen leven hier… voor Jacob.
Hij trekt de woestijn in… Daar ligt hij, met zijn hoofd op een
steen… Hij heeft er zich bij neergelegd.
Maar slapend in dat doodsgebied
heeft hij een droom… 

Hij ziet een ladder op de aarde staan, die tot in de hemel reikt.
Langs die ladder ziet hij engelen opklimmen en afdalen.
Let op de volgorde. De ladder staat op de aarde en reikt tot in de hemel. Engelen gaan omhoog. Van beneden naar boven.
Je zou denken dat zo’n ladder uit de hemel wordt neergelaten.
Maar nee! Die ladder is op aarde opgericht en reikt tot in de hemel.
Wat bij de torenbouw van Babel mislukte, blijkt in deze droom geen probleem, maar – en dat wordt uitdrukkelijk vermeld – ze gaan eerst  naar boven en daarna dalen ze af. De beweging is tegenovergesteld aan wat je zou verwachten.

Zo’n onverwacht gegeven is voor de rabbijnen natuurlijk een leuke kluif. Die hebben zich dan ook door de eeuwen heen het hoofd gebroken over de vraag waarom dat zo is opgeschreven.  

Een leuke verklaringen die ik ooit las, zegt dat de beschermengelen, die met Jacob meegingen op zijn vlucht naar Padan Aram, hem  daar in de woestijn zien liggen… onder de blote hemel… met zijn hoofd op een steen… nu toch even twijfelen. Begeleiden ze wel de goeie? Wil god echt, dat ze deze bedrieger, die al zijn schepen achter zich verbrandt, blijven beschermen? Ze beklimmen de ladder om hun twijfels aan God voor te leggen en om nadere instructies te krijgen. De verwarring is echter groot, want ons verhaal vertel dat Jacob de Heer bij zich ziet staan. God zelf is kennelijk ook op aarde. Dus wat die engelen daarboven gaan doen? We zullen het nooit weten en zo hoort het ook.

God is dus op aarde en stelt zich aan Jacob voor: IK BEN de God van Abraham en Isaak… IK BEN altijd en overal bij je. Daar mag je op rekenen. In de NBV klinkt het alsof God letterlijk naast hem staat.
In het Hebreeuws is dat anders. Er staat letterlijk: God is daar EEN AANWEZIGHEID. Alle nadruk ligt dus op het feit dat de Here God ook in deze situatie “de aanwezige” is. Hij doet zijn naam eer aan:
IK BEN ER voor jou!

Er zou over dat verhaal nog veel meer te vertellen zijn, bijvoorbeeld dat hier in hoofdstuk 28 de zon ondergaat en dat die in hoofdstuk 32 pas weer opkomt. In de nacht dat Jakob het beloofde land weer betreedt, na zijn gevecht bij de Jabbok klinkt er in een musical die ooit over hem geschreven is:
De zon ging over hem op…
Hij ziet zijn broer weer staan.
De periode van duisternis, die hier begint, ligt dan pas achter hem.
Zijn woestijnreis is voorbij.
Zijn lijdensweg is achter de rug.
Vertrokken als de uitverkoren schlemiel,
keert hij terug als uitverkoren aartsvader Jacob.
De pijnlijk heup herinnert hem dagelijks aan het feit dat dit uitverkoren-zijn, geen cadeautje is… Het is een opgave,
die met veel pijn en moeite gepaard gaat.

In ons tweede verhaal lopen twee mensen richting Emmaüs.
Ook zij gaan de duisternis tegemoet… Het loopt tegen de avond.
Hun woestijnreis is nog lang niet voorbij… hun lijdensweg begint pas,
want hun Heer en meester is als ‘n slaaf, een schlemiel gestorven aan een kruis. Dood is en begraven.
Zijn vrienden hebben hem prijsgegeven aan de hogepriester
Een corrupte kliek heeft hem prijsgegeven aan Pilatus.
Pilatus heeft hem prijs gegeven aan de dood.
Zijn dood heeft ook hen prijsgegeven,
want zonder Jezus is het leven niks.
Hij gaf zin aan hun leven en zijn
onschuldige dood is zo intens
zinloos, de leegte zo groot
Ze gaan op de vlucht.
Weg uit Jeruzalem,
weg uit de stad
met die veel
belovende
naam
Stad van de vrede.
Ja  me hoela. – niks vrede
Die stad heeft op dit moment
niet anders in petto dan het verdriet
van Jezus’ vrienden, die stijf staan van het zelfverwijt.
 

Onderweg, hebben ze het erover. Over het hoe en wat…
en ze stikken bijna in de vraag naar het WAAROM?
Er komt iemand bij hen lopen… Wie het is? Geen
idee! Waarom zijn jullie zo bedroefd? Nou, dat
moet de enige in Jeruzalem zijn, die geen
weet heeft van het gebeurde. Ze willen
het hem best vertellen. Wie rouwt,
wil immers telkens weer vertellen.
Over de laatste dagen en uren,
over wat hij nog gezegd heeft
en hoe de uitvaart was
en in dit geval ook
nog dat gedoe
met het lege
graf.

Maar, die vreemdeling is minder vreemdeling in Jeruzalem dan ze dachten. Hij blijkt goed thuis in de Schriften. Al wandelende weg legt hij uit dat men in de joodse traditie niet alleen spreekt over de Messias als een koning, of over de Messias als een groot profeet… maar ook als een lijdende knecht van de Heer

De Messias is iemand die komt in de naam van de Heer.
En hoe luidt die naam? Precies: IK BEN er voor jou.
Hun neerslachtigheid maakt plaats voor warme
belangstelling. Hun cynisme maakt plaats voor
oren op steeltjes… ook al zien ze het niet. 
 

In een vrij opgewekte stemming bereiken ze Emmaüs.Ze komen thuis en nodigen hun metgezel uit voor de maaltijd. De man die hun hele manier van denken en spreken over de gebeurtenissen van de laatste dagen heeft veranderd, draait ook binnen de rollen helemaal om.
Hij, die als gast binnenkwam, neemt de rol van gastheer op zich.
Hij neemt het brood, spreekt het gebed uit. Hij breekt en deelt.
De twee zien het, kijken elkaar aan en dan vallen de schellen
van hun ogen. Ze zien hem op het moment dat hij als concreet zichtbare persoon buiten hun gezichtsveld raakt.
Maar in het breken en delen is hij een
AANWEZIGHEID

Hun hele stemming was onderweg al veranderd, maar hier aan tafel vallen de puzzelstukjes op hun plaats. En wat doen ze? Ze staan op! Ze gaan h terug naar Jeruzalem om daar over hun inzicht te vertellen. 
Ze treffen daar, in de  stad van de vrede, de leerlingen aan: in opper-beste stemming, want ook zij hebben de aanwezigheid van de Heer ervaren. Ook zij hebben gemerkt dat Jezus weliswaar is overleden, maar zeker niet dood.

Een paar uur geleden waren ze het er allemaal nog over eens dat het leven geen zin meer had. De dood had in alle opzichten toegeslagen. De dood had bezit genomen van Jezus’ lichaam, maar ook – en dat was veel erger – van hun geest. Het lichaam van de Heer was dood en begraven, maar het leek wel alsof ook
hun levenslust,
hun enthousiasme over zijn manier van leven,
hun vertrouwen op alles wat hij zei en deed
met hem ten grave was gedragen.

Als een stelletje dooie dienders hadden ze elkaar gezeten.
Als verbijsterde mensen, die volkomen op dood spoor zijn geraakt. Mensen, die het zicht op de zin van ‘t leven kwijt waren kwijtgeraakt.

Ze waren mensen geworden, die stijf staan van het cynisme:
Zie je wel… het is toch allemaal niks  
Heb je eens iets goeds, wordt het weer van je afgepakt;
nou ze doen maar hoor, het zal mijn tijd wel duren….
Neem nou de kerk. Vroeger, toen wij jong waren,
zat die stampvol. Als we dan psalmen zongen,
dan viel de kalk van de muren… en nu?
Nu zitten we hier… te wachten tot de laatste deur op slot doet
en de sleutel door de brievenbus gooit.
Hadden we na de oorlog net een aardige samenleving opgebouwd, krijgen we zo’n stroom vluchtelingen over ons heen.
Hadden we net een lekker rustig leventje in ons eigen
kleine dorpje, willen ze er een asielzoekerscentrum
vestigen en het schijnt dat onze pensioenen ook
nog gekort gaan worden.
Oei, als ik probeer om de stemming van Jezus’ vrienden te omschrijven, verval je haast vanzelf in de actualiteit.

De wereld om ons heen wordt beheerst door machthebbers,
waar de Romeinen kleine jongens bij zijn… Die aanbaden Zeus,
in onze tijd is HET GELD de oppergod. Zij bouwden tempels,
wij bankgebouwen … waar mensen devoot in de rij staan.
voor de flappentap.  zoals ze vroeger ter communie gingen.
We vertrouwen ons hele hebben en houden toe aan de priesters
diedienst doen in tempels van de mammon … en zij maar graaien!

En wij christenen? Vormen wij het alternatief? Welnee, we doen mee. We laten ons inpakken. Ook in de kerk gaat het niet over de vraag wat goed zou zijn, maar over de vraag of het betaalbaar is.
We vragen niet, wat zou Jezus doen, maar of het haalbaar is.
Het uiteindelijk vertrouwen van onze samenleving is niet gevestigd op de woorden van God…
Nee, wij schrijven ons eigen heilige boek, niet in woorden, maar in cijfers. We noemen ze statistieken, Grootboek, Balans.

Ligt ons uiteindelijk vertrouwen eigenlijk wel bij Gods zoon?
Ervaren wij ook die aanwezigheid in ons midden,
die Jakob ervoer, toen hij met zijn kop
 op een steen lag te slapen
 in de woestijn.

Op die plek was niets anders was dan heel veel zand…en een steen… en een droom. Hij noemde de plek Beth El – Huis Gods.

Het huis van God.
De plek waar God de Gastheer is.
Waar de Heer zelf het brood breekt en deelt
de plek waar het cynisme van de verwende westerse wereld,
smelt als sneeuw voor de zon… Ja! DE zon gaat over ons op….
We mogen ons laten inspireren door die AANWEZIGHEID.
Dat gebeurt niet in kathedralen…
maar in het woestijnzand
Daar laten mensen hun doen en laten bepalen
door de boodschap van die ENE, de unieke God,
 wiens naam luidt: IK BEN! IK ZAL ER ZIJN VOOR JOU!

Die God is er voor jou… vluchteling voor het geweld uit Syrië.
Die God is er voor jou… vluchteling voor de onderdrukking in Somalië.
Die God is er voor jou… asielzoeker uit Albanië, die de vernedering van de armoe achter je laat.

Het opvangen van die mensen is geen kwestie van liefdadigheid.
Niets is zo vernederend als het object zijn van liefdadigheid.
Het met open armen ontvangen van vluchtelingen en
asielzoekers is een kwestie van gerechtigheid.
Jezus zou het immers ook zo doen.
 

Als je Jezus zoekt aan de kant van de rijke Europeanen,
zoek dan naar iemand die landgenoten oproept tot
 solidariteit: Kom op! De schouders eronder!
Wir schaffen das!

De politica die haar Europese collega’s solidariteit voorhoudt,
heet vast niet toevallig Angela – engel – boodschapper van de Heer.
Ik zie haar telkens weer opklimmen langs die ladder…
en weer op aarde komen om met Jakob mee te
gaan naar Padan Aram.

Maar lieve mensen, als je Christus zoekt,
moet je misschien helemaal niet aan de kant van de rijke Europeanen wezen. Je kunt wellicht beter eens rondkijken op een Grieks eiland of bij zo’n hek langs een grens op de Balkan.

Christus is een AANWEZIGHEID bij Jakob, de bedriegende vluchteling.
Je weet wel, zo een die net doet alsof hij uit oorlogsgebied komt,
maar eigenlijk alleen maar werk zoekt in Europa… …
opdat ook zijn kinderen kunnen studeren
waarom zou dat alleen voor rijke, blanke kids zijn weggelegd. 
Die bedrieger waagt zijn leven voor zijn geliefden; Maar wordt uitgewezen. De engelen moeten kiezen. Blijven ze hier bij de rijken die denken zichzelf te moeten beschermen vof gaan ze mee met dat jochie, dat na 12 jaar Nederland, wordt uitgewezen naar Vietnam.

Christus is een AANWEZIGHEID bij Jacob en bij de Emmaüsgangers
Een AANWEZIGHEID. Dat klinkt wel een beetje vaag… Ja, het is ook vaag, tenzij er zich ergens een gemeenschap vormt, die zijn vage aanwezigheid concreet gestalte geeft. Die vaagheid wordt doorbroken, als een gemeente het lef heeft Christus’ opstanding handen en voeten te geven, door Gods naam waar te maken voor mensen in nood: IK ZAL ER ZIJN VOOR JOU.

Stel je toch eens voor dat er – overal ter wereld gemeenschappen zouden ontstaan, die opstanding handen en voeten geven.
Hoe dat eruit zou zien?

In Macedonie knipt de gemeente gaten in dat hek langs de grens 
In Burundi geeft een gemeente honderden straatkinderen onderdak.
In Turkije zal de gemeente tientallen gevangen journalisten bevrijden. In Amerika zal de gemeente laten zien dat je samenwerken met Mexicanen ontwapenend werkt.
In Nederland… vult u dat zelf maar in.

In Emmaüs ontstaat door die Aanwezigheid maaltijdgemeenschap.  
die gemeenscha staat zelf op en reist naar Jeruzalem
om samen met de anderen, de wereld te gaan
veranderen in …
wat de jood veelbelovend land noemt…
wat de moslim aanduidt als “het paradijs”
en de christen als: ‘het koninkrijk der hemelen.   
Dat het mag zo zijn

AMEN.