Gemeente:        PKN – Zeevang en Oudendijk
Locatie :              Kerk te Kwadijk
Lezingen:            Jesaja 62: 1-5
                               Johannes 2: 1-11
Thema:                 Op de derde geschiedde een bruiloft te Kana

 

 

Lieve mensen van God.

Denkend aan de bruiloft in Kana schiet de vertelpraktijk van de ‘School met den Bijbel” door mijn hoofd. Dierbare herinneringen aan een tijd waarin ook ik kinderen prachtige Bijbelverhalen mocht vertellen.

Op de een of andere manier moest je dan vertellenderwijs duidelijk maken dat een bruiloft in het oude Palestina niet één, maar wel
zeven dagen duurde. Ze vierden een hele week feest in tijd.
Maar… bij dit bruidspaar was op de derde dag de wijn op.
Stel je voor, zeg! Nou… Het is maar goed dat de Here
Jezus ook gekomen is, want anders zou dit paar
hun leven lang zijn nagewezen als “dat stel
dat niet genoeg wijn had voor zijn gasten.”
Jezus redt! Jezus redt! ’t Bruidspaar
van de roddelpers.

Ik vrees dat ook mijn leerlingen in de jaren 70 zijn opgegroeid met het idee dat Jezus echt alles kon! Hij veranderde H2O (water)
 in 360 liter gistend druivensap van uitstekende kwaliteit. Op het etiket staat:  
Mariage de Cana, appellation Galilée contrôlé,
mis en bouteille par le créateur.

Niemand vroeg: Waarom moet ik dat geloven?
Niemand die vroeg: Wat koop ik daarvoor als iemand
ruim 2000 jaar geleden spa blauw verandert in rode wijn.
En nu? Nu wordt je publiekelijk uitgelachen als je met zo’n verhaal aankomt.

Als je dan vertelt dat er in zo’n verhaal veel symboliek ligt opgeslagen. Als je probeert uit te leggen waar dat verhaal wel over gaat,
dan roepen de Jeroentjes Pauw van deze wereld: 

“Ja, zo kan ik het ook!” Dat is trouwens leugen,
want ze kunnen het niet, maar hebben de uitlachers op hun hand
en de discussie gewonnen, vinden ze. De arrogantie viert hoogtij.

We moesten de tekst nog maar eens nauwkeurig lezen.
Intussen heb ik geleerd om daarbij te letten op de associaties met verhalen uit het Eerste Testament. Johannes schrijft zinnen,
die bol staan van de symboliek.  Vrijwel ieder woord is zwanger van diepe betekenis.
Voor die nauwkeurige lezing gebruik ik de Naardense Bijbel.
Een prachtige vertaling, net als de NBV uitgekomen in 2004,
maar veel dichter bij de grondtekst… en daardoor soms
in een wat lastig leesbaar Nederlands.

Het eerste wat opvalt is de derde dag. Letterlijk staat er:
Op de derde dag geschiedt er een bruiloft te Kana in Galilea.

Op de derde dag geschiedt er een bruiloft te Kana in Galilea.
Johannes maakt geen verslag van zo’n feestweek,
met een soort van crisis op dag 3.
Nee, op de derde geschiedt er een bruiloft.
In dat ene korte zinnetje, zitten al drie begrippen,
waarover je makkelijk drie aparte preken
zou kunnen maken.

Om te beginnen is er die derde dag
De derde dag, dat is een geladen begrip in de joodse vertelcultuur.
Je komt die derde dag tegen als Abraham, Isaäk gaat offeren op de berg Moria.
Je komt die derde dag tegen als Mozes de berg op gaat om de TIEN WOORDEN  in ontvangst te nemen; 
Als Saul omkomt in de strijd, wordt dat op de derde dag aan David gemeld;
Esther gaat op de derde dag naar de koning om haar volk te redden…

In allerlei heftige situaties zien we – op de derde dag –
een wending in het verhaal… een wending ten goede.

Als Jezus de crisis der crises doormaakt: de dood;
dan is er op de derde dag, die wending ten goede: opstanding.

Aan  wat op het oog niet meer lijkt dan een tijdsaanduiding
kun je zien dat we ons in een crisissituatie bevinden
en dat er zich een wending ten goede voltrekt.
Johannes kijkt niet op de kalender,
maar vertelt dat er een wending,
een omkeer aanstaande is.

Het tweede woord is “geschiedde”
Wat gebeurt er op die derde dag?
Niks. Er gebeurt niet iets. Er geschiedt een bruiloft.
Dat is toch hetzelfde? Absoluut niet. Het woord “geschiedde”
legt verbanden met de oude boeken: De Thora of de profeten. Johannes geeft in de allereerste zin al aan, dat zijn verhaal in verband staat met…
wat wij het Oude Testament noemen.

Blijft de vraag: Wat geschiedt er dan op die derde dag?
Waar zit dat verband dan met Thora of profetie?
Dat zit in het derde woord: de bruiloft.
Bij Jesaja lazen we over een bruiloft.

De bruiloft als beeld van het verbond tussen God en zijn volk, tussen God en de mensheid. De verbondenheid van hemel en aarde
loopt via Gods verbond met Israël. Dat is politiek gezien
op dit moment, niet zo heel geloofwaardig, maar
het is en blijft een feit dat.. dank zij dat verbond mensen – tot aan de einden der aarde – kennis hebben gemaakt met die Ene, unieke God.

Er geschiedt een bruiloft te Kana in Galilea…
Dat oude verbond is in het geding…

Maria, Jezus’ moeder, is erbij. Punt.
Dat is de volgende zin. Een vrouw wordt bij name genoemd. Het is de moeite waard om dat op te merken, want zo vaak gebeurt dat niet.
Maria wordt aangeduid als Jezus’ moeder. Iemand met wie hij een sterke band heeft, zou je denken. Daar komt Johannes nog op terug.
 
Ter bruiloft genodigd is ook Jezus met zijn leerlingen.
De bruiloft staat vooraan in die zin, want daar gaat het om.
Het gaat hier niet om een feestje, omdat er twee Galilese mensen vandaag hun boterbriefje hebben gehaald…
Nee, er geschiedt een bruiloft te Kana.
Daar, in een onooglijk dorpje, ergens in dat godvergeten Galilea…
wordt verband gelegd met de woorden van Jesaja.  
Jesaja ziet de ballingen terugkeren uit Babel…
Hij richt zich ruim 600 jaar voor Chr. tot de stad Jeruzalem…

Men noemt je niet langer Verlatene en je land niet langer
Troosteloos oord,
maar je zult heten “Mijn verlangen”en je land
“Mijn bruid

 

Want de HEER verlangt naar jou en je land wordt
ten huwelijk genomen. 
Zoals een jongeman een meisje tot vrouw neemt,
zo zullen jouw zonen jou ten huwelijk nemen,
en zoals de bruidegom zich verheugt over zijn bruid,
zo zal je God zich over jou verheugen.


Zoals de jongen het meisje trouw belooft, zo legt God zijn naam op zijn volk: Ik zal er zijn voor jou.

Zoals het meisje de jongen trouw belooft in goede en kwade dagen,
in dagen van gezondheid en van ziekte, van vreugde en verdriet…
zo zal God zijn naam waarmaken voor mensen: Ik zal er zijn voor jou.
in goede en kwade dagen, in dagen van gezondheid en van ziekte,
van vreugde en verdriet…

Dat klinkt allemaal fantastisch, maar….
Maar Maria spreekt Jezus aan.
“Ze hebben geen wijn!”

De oorspronkelijke hoorders en lezers kennen de wijn als het geestrijk vocht dat, gedronken wordt om het verbond te vieren.
Wijn staat voor het volle, het goede leven.
Voor joodse mensen is zo’n kwaliteitsleven onlosmakelijk verbonden met de voorschriften van Thora.

En op dat punt gaat er nu in Kana iets mis…
De zes stenen watervaten, die vol water horen te staan, zijn leeg.
Het bruidspaar ziet hun liefdesverbintenis kennelijk niet als een teken van Gods liefde, die zichtbaar is geworden
in het aloude verbond tussen God en de mensen.
Waar de verbinding tussen God en mensen, niet meer model staat voor de wijze waarop mensen zich met elkaar verbinden,
daar verwatert het leven, wordt het vormloos,
komt het droog te staan.
Als God buitenspel komt te staan, valt de droom van de Heer in duigen… dan is het bestaan weer woest en ledig.
De kwaliteit van het leven, nihil.
Maria kent de symboliek: Ze hebben geen wijn!


Jezus antwoordt: “Betekent dat iets tussen u en mij, vrouwe?  
Mijn uur is nog niet gekomen.”
Betekent dat iets tussen u en mij, vrouwe?
Het woord `vrouwe´… Het is met respect gesproken.
Er spreekt ook afstand uit. Zo spreekt een kind niet tegen zijn moeder.
Hier is typisch een volwassen zoon aan het woord.
De zoon gaat zijn eigen weg. Maakt zijn eigen keuzes.
De volwassen zoon zegt: Het is mijn tijd nog niet.

Johannes suggereert, dat Maria heeft gedacht: “Nu moest hij in het openbaar maar eens laten zien, wie hij werkelijk is.
Maar stel je voor dat Jezus daar ten aanschouwe van alle bruilofts-gasten een paar fusten wijn op tafel had getoverd.
Ik zie de koppen in Dagblad voor Galilea als staan: Mirakelse rabbi redt bruiloft! 
Water – wijn – wonderrabbijn!
En in de carnavalskrant: Kei kachel in Kana – Jezus, wat een feest!

Maar Jezus is geen wonderrabbi. Jezus is niet “zoon van de illusie” zoals Hans Klok of Fred Kaps… Jezus is “ Bar Mitswa”; Zoon der Wet;
Kind van het Woord. ” Jezus is de verpersoonlijking van het verbond, dat geschiedt.
Op de derde dag geschiedde een bruiloft te Kana in Galilea.

God van het verbond openbaart zich, maar op een wijze die hem niet zijn menselijkheid ontneemt. Hij wil niet op een voetstuk staan…
Zijn missie is: Mens zijn, zoals God ons van den beginne bedoelt.

Zijn echte openbaringsuur kan pas komen,
als hij alle aspecten van het menselijk bestaan heeft doorleefd.
Niet alleen dit feestelijk hoogtepunt, maar ook de allerdiepste dieptepunten: de nachtelijke veroordeling, de uitlevering aan de heidenen,
het verraad van zijn vrienden, de kruisiging, het gevoel van

godverlatenheid en het uur van zijn dood.
In die dagen zien we de bedoelde mens,
die – op de derde dag- laat zien wie we werkelijk zijn…
opstandige mensen.

Hij laat zien, dat de door God bedoelde mens,
het leven in al zijn aspecten aankan,
tot en met het aspect dat we “de dood” noemen.
Het leven aankunnen – Das leben bestehen.

Recht op staande alle doden sterven, die het leven met zich meebrengt… en op de derde dag verrijzen
uit elke denkbare dooie boel,
die je zelf van het leven
hebt gemaakt;
Op de derde dag omkeren.
Een U-bocht maken op een door en door doodlopende weg.  Terugkeren tot wie te eigenlijk bent…  
OOK jij bent bedoelt als mens, om te leven met de kwaliteit,
die we eeuwig noemen.

In zijn leven, lijden, sterven en opstaan heeft hij ons late zien,
wat het betekent: mens te zijn zoals God bedoelt…
Hij heeft het ons voorgedaan!
Hij heeft het leven geleefd, met alles wat er bij kan horen
en is nooit cynisch geworden…
altijd blijven vertrouwen
op een goede toekomst. 

We mogen zijn als de bedienden op het bruiloftsfeest.
Op advies van Maria, gewoon doen wat er gedaan moet worden.
Desnoods tegen beter weten in! Wir schaffen das! Yes we can!

Je hoort in dit fantastische land, zoveel gezeur en gezanik.
Je ontmoet hier een cynisme, dat werkelijk alle spirit,
enthousiasme en geestdrift de nek omdraait.
In een samenleving die God en zijn Woord belachelijk maakt,
gaat normbesef verloren; de ethiek naar de haaien
en zijn mensen aan de heidenen overgeleverd.

Het is als in Kana: de traditie staat droog en functioneert niet meer…
Het vertrouwen op de NAAM is ver te zoeken.
Hier speelt God geen rol meer.
Kana in Galilea, het godvergeten Galilea.
Mensen aan de heidenen overgeleverd.

Hoe leeg en hol zijn onze vaten?
Zijn niet ook wij onze traditie zo zeer kwijt,
dat we geen respect meer opbrengen voor een andere traditie?
Zou het niet een zegen zijn, als die  holle vaten weer werden gevuld?
Als de kinderen weer verhalen horen. Volwassenen weer leren bidden.
Jezus laat de vaten vullen. Met water.
Hij laat Kana een U-bocht maken, met Thora als Tom Tom.
Terugkeren tot je traditie… Nieuwe inhoud geven aan geloof, want je hoeft je verstand niet op nul te zetten om te geloven dat water in wijn verandert.

Ik noem maar een simpel, en misschien wel onbelangrijk voorbeeld: Het gebed bij de maaltijd.
Het verwaterde eerst tot een riedeltje…
En toen er toch alleen maar een riedeltje overbleef…
is het verdwenen.
Misschien moesten we – in navolging van Jezus – die lege vaten maar weer eens volscheppen met water en het ons weer laten smaken als wijn.
Wie weet, is ook voor ons de beste wijn tot het laatst bewaard.


Niemand wist waar die wijn vandaan kwam.
Kortom; Geen hoeraatje voor Jezus, geen wine-wonder-award,
geen mirakel-medaille… Het gaat niet om magie of illusie…
Er wordt een eerste teken opgericht. Een teken van het rijk dat komt.

Waar die heerlijke wijn vandaan komt? Niemand heeft enige sjoege…
Alleen de dienaren weten dat het water van de traditie wordt ingebracht in de feestzaal van het leven en het smaakt als goede wijn.

De ceremoniemeester proeft en vindt de gastheer maar een vreemde vogel… Het zal een duif zijn, vermoed ik…
 Een duif, ooit zwevend op de wind … boven de wateren. Symbool van de geest die leven brengt, echt leven, kwaliteitsleven.
Gods  adem, die ons in beweging zet.

Jezus vult de vaten. Water wordt wijn, waar het verbond wordt gevierd. Dit is het eerste van de wondertekenen…
Vertelt Johannes dat dit nummer 1 is ?
Ja, maar er is meer. Het is niet alleen het begin,
 maar vooral ook het beginsel, het principe van de tekenen.
Geen magie! Geen illusionisme, maar signalen van Gods koninkrijk,
dat komt.  Waar mensen elkaar bemoedigen met:
 Ik zal er zijn voor jou! Daar is God alles in allen…
Waar humaniteit wordt beoefend, komt het rijk in zicht.
Het breek aan, telkens als ergens menselijkheid zegeviert.
Waar de U-bocht wordt gemaakt, veranderen waterdagen in wijndagen. Dat het – in ons persoonlijk en ons maatschappelijk leven –
zo mag zijn,
AMEN