Gemeente:        PKN – Midden-Westfriesland
Locatie:              Dorpskerk Hoogwoud
Datum:              Zondag 22 januari 2017
Lezingen:           Jesaja 49:1-7
                           Mattheus: 4:12-22
Thema:              Vissers van mensen

Lieve mensen van God,

Mattheüs schrijft voor joodse mensen.
Zij vormen de eerste christengemeenten.
Het zijn dus joden, die in Jezus de Messias herkennen,
maar op sjabbat, ook gewoon naar de synagoge gaan.
Aan de oostkant van het meer van Galilea zijn een aantal
van dat soort groepen ontstaan. Daar wonen ze,
de eerste hoorders van Mattheüs’ evangelie.

In de eerste drie hoofstukken
stelt de schrijver Jezus aan ons voor.  
Eerst een geslachtsregister, dan een geboorteverhaal.
Niet over de herders, wel over de wijzen.
In hoofdstuk 3, leren we Jezus kennen
als een volwassen joodse man.  
Hij laar zich dopen door Johannes.

Het verhaal voor deze zondag vertelt
over Jezus’ eerste publieke optreden.
U raakt even in de war.
U denkt: We hoorden vorige week al
over zijn eerste publieke optreden.  
We waren te gast op de bruiloft in Kana?
Klopt, maar dat verhaal gebruikt Johannes
om Jezus voor te stellen. 

Het gaat de evangelisten er niet om
een historisch betrouwbaar feitenrelaas te schrijven.
Ze componeren a.h.w. alle vier hun eigen Jezus-symfonie.  
Neem nou de geboorteverhalen.
Mattheüs schrijft over de wijzen;
Lucas over de herders;
Marcus heeft geen geboorteverhaal
en Johannes vangt aan met prachtige zinnen:
In den beginne was het Woord… weet u nog.

De kinderbijbels hebben het herderverhaal
voorop gezet en toen de herders wegwaren,
kwamen de wijzen.   

Hoe dat kan? Heel eenvoudig.
De evangelisten zijn geen historici,
geen journalisten, geen fact-checkers
maar verhalenvertellers.
Ze schrijven verhalen niet om de feiten,
maar om de boodschap.
Mattheus vertelt verhalen.
Hij houdt rekening met zijn gehoor…
joodse mensen, wonend in het Overjordaanse.

Jezus laat Nazareth, waar hij opgroeide, achter zich.
Zijn kindertijd is voorbij. Het wordt nu menens.
Johannes is gevangen genomen.
Hij trekt zich terug in Galilea,
gaat wonen in Kafarnaum.  
Kafarnaum is een vissersplaats aan het meer van Galilea.

Vissersplaatsen zijn vaak een beetje bijzonder, ook in godsdienstig opzicht. Denk maar aan het vrij streng katholieke Volendam,
een soort enclave in vrijzinnig protestants Waterland. 
Ik denk aan het even streng calvinistische Urk
Ook plaatsen als Bunschoten/Spakenburg, Maasbracht en Arnemuiden zijn voorbeelden van orthodoxe vissersdorpen.
Kafarnaum is zo’n orthodox joodse enclave in
– laten we zeggen – vrijzinnig Galilea.
In Kafarnaum kent men Thora en profeten,
terwijl de rest van die noordelijke provincie
wordt aangeduid als het “Galilea der heidenen.”
Donker Noord Holland zouden ze op de Veluwe zeggen.
Maar Kafarnaum kent de profetische teksten over visserij. 

Amos 4:2 bijvoorbeeld:      
Weet dat de dagen niet ver zijn, dat jullie als vissen met hengels worden opgehaald. Wie dan nog overblijft met haken…

of Ezechiël 29: 4 
Ik zal haken door je kaak slaan  – spreekt de Heer – en de vissen van de Nijl aan je schubben laten kleven.

of – Jeremia 16:16
Ik laat vissers komen om hen te vangen en daarna jagers om hen op te jagen.

In de joodse bijbel klinken teksten
over het vangen van vis, nogal dreigend.
De vissen overleven het niet.
Het zijn teksten die aangeven dat het kwaad wordt gestraft.
De profeten gaan te keer tegen de rijken,
die leven ten koste van de armen.

Ik moest denken aan een bericht in de krant.
De acht rijkste mannen ter wereld bezitten net
zoveel als de 3,6 miljard armste mensen op aarde.
Amos zou uit zijn vel springen als hij dat las.
en Johannes de Doper ook.
Die is gevangen gezet… De mond gesnoerd.
Maar Jezus neemt de oproep van Johannes over:
Kom tot inkeer, want het koninkrijk van de hemel is nabij!
Kom tot inkeer… Vergis je niet m.b.t. die inkeer.
Dat is geen oproep tot zelfonderzoek.
Geen kwestie van stilstaan bij jezelf

Nee, inkeer betekent: In beweging komen…
Omkeren! Een U-bocht maken …
de weg richting koninkrijk kiezen.

De oproep van Johannes en Jezus luidt:
Keer om, weg die ongelijke verdeling!
Keer om, doe niet mee met onderdrukking en uitbuiting!
Wie op die weg doorgaat,
zal met hengels worden opgehaald;
de haken zullen door je kaken slaan;
vissers zullen komen om je te vangen
en jagers om je op te jagen!

Kom tot inkeer,
want het koninkrijk van de hemel is nabij
Keer om…
want anders gaat het koninkrijk je neus voorbij.
Keer om…
want anders kun je fluiten naar de kwaliteit van leven,
die de Here God ook voor jou in petto heeft…

Galilea, wordt aangeduid als
het land van Zebulon en Naftali.
Die twee stammen wonen langs “de weg van de zee.”
Dat is een oude handelsroute tussen Egypte en Damascus.
Langs die weg gebeuren volop dingen,
die het daglicht niet kunnen verdragen.

De handelaren zijn lang onderweg.
Ver van huis en haard, zijn ze vaste klanten in de bordelen.
Pooiers verdienen geld als water.
De hoeren worden uitgebuit.

De tollenaars langs die handelsweg
overvragen… Het zijn woekeraars,
die mensen geld uit de zak kloppen.
Jezus wordt verweten, dat hij omgaat met hoeren en tollenaars…
Hij hoeft ze niet te zoeken…
Je komt ze in dat Galilea der heidenen
vanzelf tegen.  

Bij helder weer kun je vanuit het
Overjordaanse Galilea zien liggen.
De mensen waar Mattheus voor schrijft,
kijken uit op dat “Galilea der heidenen”
aan de overkant van het meer.
Ze weten: daar woont een volk
dat in duisternis wandelt.

Maar, zo vertelt Mattheüs:
juist dat volk ziet een groot licht!
Juist daar… te midden van die chaos,
treedt Jezus aan het licht.
Daar waar de aarde woest is en ledig,
daar temidden van die tohoe wa bohoe… 
daar schijnt het licht van de Heer.

Op een dag wandelt Jezus langs de oever van het meer.
Twee eenvoudige vissers uit Kafarnaum
staan tot hun knieën in ondiep water
en gooien hun net uit. Halen het weer in
hopend op wat vis, voor eigen consumptie.
Misschien ook wat voor de verkoop.

Even verderop draait een wat groter visserijbedrijf:
De firma Zebedeus en zonen.
Voor al uw visproducten!
Een vader, twee zonen en een knecht.
Deze diepwatervissers brengen een schip in gereedheid
om in de nacht die komt, op visvangst te gaan.

Jezus roept: Hé, hierheen! – Achter mij!
Ik zal jullie vissers van mensen maken.
Is dat niet vreemd? 
Die eerste twee. Petrus en Andreas
laten het net zo uit hun handen vallen
en gaan mee!
En even verderop laten Johannes en Jacobus
hun vader en de knecht en het schip voor wat ze zijn…
Ze volgen Jezus.

Jezus. Zijn missie wordt beschreven met een metafoor.
Hij is als een licht, voor een volk dat in duisternis wandelt.
Zijn opdracht voor de vissers, is ook zo’n gelijkenis.
Die metafoor onthult hun levensbestemming…
“Ik zal jullie vissers van mensen maken.”

Een metafoor heeft betekenis. Wat betekent deze?
Als je een visser van mensen bent? Wat doe je dan?

In de kerk klinkt meestal de volgende uitleg…
Als het, in de Bijbel, gaat over
“Het woelige water van de zee”
dan wordt het leven bedreigd.
Het wemelt van de waterverhalen:
De  grote vloed … Alles wat kwaad doet, vergaat.
                                Alleen Noach overleeft…

Mozes leidt het volk tot bij de Schelfzee…
de boze Farao vergaat – het godsvolk trekt verder.

Het verhaal van Jona …
de ongehoorzame profeet gaat de plomp in.
Uiteindelijk is er die vis…
Drie dagen en dan wordt hij uitgekotst.
Het is geen pretje.  
De zee is het beeld van alles wat het leven bedreigt.

Nou dan is de uitleg logisch.
Als je daaruit iemand opvist,
dan redt je die mens uit de chaos.
Dus: een visser van mensen, is een mensenredder.

Ik heb vaak gedacht: die vergelijking gaat een beetje mank.
Een vis hoort in het water… daar is hij  in zijn element.
Een vis op het droge betekent zijn dood.
Sterker nog… Hij wordt gebakken en geconsumeerd.  
M.a.w, die traditionele uitleg is wel mooi,
maar het wringt ook een beetje.

Er is een ook andere uitleg:
We hebben gezien bij de profeten,
dat het opvissen van mensen wordt gezien als
straf voor ontrouw, als vergelding voor wandaden…
Als je dat beeld kiest als uitgangspunt,
dan gaat je uitlegt niet mank.

Wat bedoelt Jezus?
Is een visser van mensen, iemand die mensen redt uit de chaos…
of vist hij de schurken en de schobbejakken er tussen uit.
Haalt hij de hoeren en de tollenaars boven water,
daar langs de weg van de zee, in dat godvergeten Galilea.
Is een “visser van mensen” nou een mensenredder…
die kinderen naar school laat gaan in Burundi,
of een project in Myanmar ondersteunt?

Of is het iemand, die de zonde ontmaskert,
die aantoont dat perverse prikkels het onrecht in stand houden.

U voelt het wel aan he… Een visser van mensen…
Is het een oude goedzak, die hier en daar een arme donder
eens wat toestopt…
of is het iemand die probeert om de onderdrukkende structuren aan te pakken? Iemand die het koninkrijk der hemelen een stukje dichterbij brengt.

Als je de bijbel leest als een boek vol verhalen…
dan kunnen die twee uitleggingen heel goed naast elkaar bestaan.
Ik denk dat de vissers in Kafarnaüm, orthodox als ze zijn…
met hun kennis van de profeten gaan voor de radicale aanpak:
voor de ontmaskering. Ze zien in Jezus het licht der wereld…
en in dat licht wordt duidelijk, wat er fout gaat in de wereld.

Kijk rond in onze samenleving.
Je ziet hoe alles wordt teruggebracht tot geld.
Wij leven in het koninkrijk van de mammon:
Aan een zieke kun je geld verdienen en een
bejaarde is een schadepost.
Het koninkrijk van de hemel is nabij… zegt Jezus.

Kom, we gaan ze eruit vissen… de schobbejakken.
Nee, niet om ze aan de schandpaal te nagelen,
maar om ze te bewegen tot omkeer!
Kom, we gaan ze boven water halen…
de hoeren en te tollenaars…

Nee, niet om ze op een platte kar door het dorp te rijden,
maar om ze tot discipelen te maken, zoals
Maria Magdalena, die – zo wil de traditie –
ooit een vrouw van lichte zeden was
en Mattheus, de evangelist,
die zijn carrière begon als tollenaar.

Visser – een bijzonder beroep.
Herinnert u zich de documentaire ”de stem van het water”
van Bert Haanstra. Op het ene moment zie je een visser in de vroege ochtendnevel langs zijn fuiken gaan en zijn maaltijd voor die dag binnenhalen. Een vrediger tafereel is nauwelijks denkbaar.
Een minuut later slaan huizehoge golven over een vissersboot heen,
die op volle zee in een storm verzeild raakt. Vissers moeten vechten voor hun leven.

Vissers van mensen wonen en werken in een wereld,
die ze kennen. Ze leven te midden van mensen, zoals zijzelf.
De ene keer past een oude vertrouwde methode hen het best,
op een ander moment gebruiken ze experimentele methoden.
De ene keer kun je veilig een girootje uitschrijven,
maar soms ook wagen vissers van mensen
zich in onvoorspelbare, levensbedreigende omstandigheden.
Dat vraagt moed.
Dan worden de echte volgelingen van Jezus
aan het licht gebracht.
Het volk dat in duisternis wandelt ziet een groot licht.
In het koninkrijk der hemelen,
wordt het onderscheid duidelijk.
In het licht van Christus zien we schapen en bokken,
rechtvaardigen en  zondaren.
Maar denk er om.. Het oordeel is niet aan ons…
Dat mogen we in het volste vertrouwen overlaten aan hem,
die ook het licht op jouw pad wil zijn.  Amen