Lieve mensen van God,

Er is de afgelopen weken in de media
veel aandacht besteed aan redevoeringen.
De presidentswisseling in de Verenigde Staten
gaf daar ook alle aanleiding toe.
De vertrekkende president was op dat punt een kanjer.
De nieuwe kan er ook wat van, al doet die het wel héél anders.

Wij lazen vanmorgen een stuk uit
de bekendste redevoering van Jezus.
Hij begint de Bergrede, want daar gaat het om,
met teksten die we kennen als de zaligsprekingen.
Gelukkig ben je als je nederig bent van hart…
Gelukkig ben je als hongert en dorst… naar recht en vrede.
Ja, Jezus weet wel hoe je zo’n redevoering aan moet pakken.
Met een paar rake opmerkingen je toehoorders
even op het verkeerde been zetten…
om ze vervolgens een ongedacht perspectief te tonen.

Gelukkig ben je als je nederig bent van hart…
want voor de nederigen is het Koninkrijk.
Gelukkig ben je al je hongert naar recht…
want wie hongert naar gerechtigheid, zal verzadigd worden…
De vredestichters zullen kinderen van God genoemd worden.
Kort samengevat: ER IS HOOP.

Na de zaligsprekingen gaat Jezus’ toespraak verder
met teksten over “het licht der wereld” en “het zout der aarde.”  
Dat zijn kwalificaties die we graag aan Jezus zelf toeschrijven.
Hij is immers het licht der wereld. Hij is toch het zout der aarde.
Maar wie goed luistert, hoort Jezus zeggen dat zijn volgelingen,
U en ik, wij samen zijn licht mogen verspreiden in de wereld;
Wij mogen het zout der aarde zijn…
Wij mogen zorgen voor: het zout in de pap. 
Het zout dat smaak geeft aan je leven en aan ons samen leven.
Zout dat een eind maakt aan alle smakeloosheid.

We breiden de samenvatting een beetje uit:
ER IS HOOP, als jullie licht der wereld en zout der aarde zijn.
Als jullie – mijn volgelingen – de smakeloosheid die overal opduikt, aanpakken.
Ik hoor u denken: Ach pastor, daar is toch geen beginnen aan!
We hebben wel wat anders te doen, hoor!
Je moet echt een toontje lager zingen.


Zoveel te doen. Ik heb nog zoveel te doen’,
dat zijn de regels uit een liedje van popgroep ”Toontje lager.”
Ze bezongen tussen 1980 en 1985
hoe mensen proberen uit het leven halen wat erin zit… 
Er staat nog zoveel op hun to-do lijstje:
boeken die ze nog moet lezen,
steden die ze nog willen bezoeken,
films die ze nog moeten bekijken.
Hoe kom je ooit klaar met al die dingen?
Of moet er altijd iets te wensen overblijven?

Mijn vrouw is een verwoed verzamelaarster… kabouterpoppetjes uit de boeken van Rien Poortvliet. Boekenweekgeschenken en al die tolletjes en touwtje en goocheltrucjes, die je bij Deen cadeau krijgt.

Verzamelaars onder u kennen dat onrustige gevoel.
Stel je voor dat je verzameling ooit compleet zal zijn.
Dat moest eigenlijk maar nooit gebeuren,
want als een verzameling compleet is,
dan valt er niets meer te verzamelen.
Toen dat ooit met die boekenweekgeschenken dreigde te gebeuren, nam ze er de Kinderboekenweekgeschenken bij.

Het nog-niet-compleet-zijn van de verzameling geeft,
er nu juist de sjeu aan. Als het compleet is, dan is de lol eraf.

Jezus zegt:
‘Denk nou niet dat ik gekomen ben om Wet en Profeten af te schaffen.
Ik ben gekomen om ze tot vervulling te brengen’.

Wat betekent die term: “tot vervulling brengen?”
Betekenen de woorden dat Hij het afmaakt,
dat het compleet, afgerond, ingevuld wordt.
Betekent het dat Wet en Profeten voorbij zijn?
Zou dan, net als bij het verzamelen, de sjeu niet verloren gaan?

Wat betekent die term: Wet en Profeten tot vervulling brengen?
De wet (de Thora) is voor de Joden, dus ook voor Jezus,
het hart van de Bijbel.
In Thora tref je de verhalen over de schepping, de grote vloed,
de aartsvaders, de uittocht uit Egypte, de doortocht door de woestijn en de leefregels die het bevrijde Israël meekrijgt, om vrij te blijven…
Thora is de kern, het hart van de traditie.

De profeten wijzen de mensen – eenmaal woonachtig in veelbelovend land, steeds weer op Thora. Profeten leggen Thora uit voor de situatie, waarin ze dan verkeren. Vanuit het hart wordt de koning gecorrigeerd, de priester aangestuurd en het volk uitgedaagd om het licht der wereld en het zout der aarde te zijn.

Het plaatje op de liturgie laat zien hoe de joodse bijbel in elkaar zit.  
Thora (Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri en Deuteronomium) en profeten (de Nebiim) vormen in de tijd van Jezus de joodse bijbel. Daaromheen staat nog een andere groep boeken de – wat meer persoonlijke getinte – Chetubim. De Geschriften: Psalmen, Spreuken, Kronieken en wat feestrollen, zoals Esther voor het Purimfeest en Jona voor Pasen. Met die laatste groep boeken hebben de rabbijnen in de tweede eeuw de TeNaCH compleet gemaakt, de canon afgesloten.
In de dagen van Jezus vormen “wet en profeten” het heilige boek.. Daar staat eigenlijk alles in waar het op aan komt.
Alles wat nodig is, om je te oriënteren in het leven;
Genoeg om je wegwijs te maken.
Meer heb je, naar Joods besef, niet nodig.
Wet en profeten vormen samen Gods Woord.

Maar… pas op.
Die boeken zijn niet zozeer bedoeld om alleen maar te lezen.
Ze zijn vooral bedoeld om te doen.
Die boeken zijn gegeven om geleefd te worden.
Je mag ze telkens opnieuw uitleggen met je daden.
Dat “doen van de goddelijke woorden,”
dat is het vervullen van de wet en de profeten.

Nu zou je kunnen denken, dat Jezus’ opdracht om wet en profeten
te vervullen, voor zijn joodse toehoorders bestemd is.

Nou dat hoefde je joodse mensen echt niet te vertellen.
Die zouden het heel gek hebben gevonden als een rondtrekkende rabbi zoals Jezus, de traditie zou willen afschaffen.
Dat zo’n leraar de oude woorden op een nieuwe manier uitlegt,
dat vinden ze geweldig. Ze lopen in drommen achter hem aan.

Die zin: Denk niet dat ik gekomen ben om de wet en de profeten af te schaffen, heeft Mattheus opgeschreven voor de eerste christenen.
Op het moment dat Mattheus schrijft, zijn de eerste tekenen van scheiding tussen synagoge en kerk al zichtbaar.
Mattheus waarschuwt zijn lezers:
Maak Jezus nou niet los van Tenach;
Denk nou niet dat hij je los wil maken van de joodse bijbel…
Nee, hij staat voluit in de joodse traditie.

Toch hoor je, ook vandaag nog, in kerken vaak beweren dat de God van het Oude Testament een andere zou zijn, dan die van het nieuwe. In het oude testament horen we over een gewelddadige God, zo beweert men dan en de God van het nieuwe… is een en al liefde!  
Kletspraat, zegt Mattheus. Jezus is niet gekomen om af te schaffen,
maar om te vervullen.

Er wordt door menig christen neergekeken op de joden,
omdat ze altijd maar met die regeltjes bezig zijn.
Vooral heel orthodoxe christenen roepen dan graag dat Jezus ons daarvan heeft verlost…
Maar Mattheus laat Jezus zeggen:
Denk nou niet dat ik gekomen ben om de traditie af te schaffen. Sterker nog… jullie hebben gehoord dat destijds tegen het volk is gezegd: Gij zult niet moorden en ik zeg..
ieder die tegen zijn broeder of zuster tekeer gaat,
zal zich voor het gerecht moeten verantwoorden.
Wie een ander nietsnut noemt…
moet zich verantwoorden voor het Sanhedrin;
als je tegen iemand zegt dat hij een dwaas is,
zul je voor het vuur van het Gehenna komen te staan.

Ik heb geprobeerd na te denken over wat dat betekent
in de politieke verhoudingen van vandaag?
Zowel voor- als de tegenstanders van meneer Trump
zijn daarmee volop bezig?
En ook in ons land wordt het steeds meer usance onder politici
om elkaar voor rotte vis uit te maken.
Hoever voelen de tegenstanders van populisten
zich verheven boven die – in hun ogen – domme PVV-ers?  
Wet en profeten waarschuwen ons ook om niet te oordelen;
niet op de rechterstoel te gaan zitten…

Jezus komt niet om af te schaffen, maar om aan te vullen.
Als Jezus zegt dat hij Wet en Profeten tot vervulling brengt,
betekent dat niet dat hij ze afsluit, vol maakt, afrondt.

Het leven stelt je telkens weer voor nieuwe vragen en ervaringen.
Er zijn altijd nieuwe dingen te beleven.
Ook het loslaten van ons aardse bestaan hoort daar helemaal bij.
We willen allemaal oud worden, maar oud-zijn,
dat is nog heel iets anders. En toch… ook in die fase
blijf je bezig met levensvragen …
met het verzamelen van levenservaringen,
positieve en negatieve…

Ik ben als pastor, zowel hier als in Opperdoes betrokken geweest bij mensen die kozen voor zelfdoding en euthanasie.
Ik heb dat bij ernstig zieke mensen,
steeds als een vorm van menselijkheid en barmhartigheid ervaren.

Maar in de huidige discussies over hulp bij zelfdoding
aan het eind van een zogenoemd voltooid leven,
heb ik mijn twijfels. Ik weet het niet zo zeker.

Kun je zelf bepalen dat je leven klaar is?
Misschien wel hoor… Als alle sjeu eraf is.
Als er niets meer is om naar uit te kijken…
Als er helemaal geen nieuwe ervaringen meer te verzamelen zijn?

Het zijn vragen waar je het aan de hand van “wet en profeten”
over kunt hebben. Zulke gesprekken verlenen ons menselijk
bestaan grote kwaliteit, die God bedoelt.
Met anderen spreken over wat wel en niet menselijk is. 

Als er gezegd is: pleeg geen moord,
dan laat Jezus zien dat moorden meer is dan iemand omleggen,
meer dan een afrekening in het criminele circuit.
Dat is nogal wiedes dat je je daar verre van moet houden.
Jezus zegt hier in de Bergrede: Als je boos bent op iemand,
als je hem of haar uitscheldt of stiekem verwenst
dan ga je al over de grens van het gebod heen.

De 20-ste-eeuwse Joodse filosoof Emanuel Levinas, zegt:
“Er bestaan duizenden manieren om iemand te doden.
Door iemand in de steek te laten, door onverschilligheid,
door iemand aan zijn lot over te laten,
kun je iemand doden.  

Als je met iemand in onmin leeft, zegt Jezus, 
heeft het geen zin om in de tempel een offer te brengen.
Je kunt beter eerst naar die ander toegaan
en je met hem of haar verzoenen.
Je kunt pas vergeving ontvangen – als je zelf vergeven kunt.

Als we die woorden zouden toepassen op onze kerkgang,
zouden we hier dan nog zitten- resp. staan?
Maar hoe dat ook zij,
er wordt ons hier wel een richting gewezen.
Vervullen betekent, op weg gaan in die richting.
Verder gaan dan de regeltjes. Ze uitleggen met je daden.

Je hebt mensen die graag willen weten waar ze aan toe zijn.
Regels zijn regels en als je die maar kent,
en alle uitzonderingen op de regels,
dan weet je binnen welke perken je moet blijven.
Risicomijding heet dat tegenwoordig.
In allerlei zorginstellingen wordt om die reden gewerkt met eindeloze protocollen en stapels formulieren – maar zo is het leven niet…

Het leven gaat om samen een kop koffie, even echte aandacht.
Leven betekent samen iets leuks doen
en zorgen voor een goede sfeer…

Echt leven gaat om het opdoen van nieuwe ervaringen,
het ontmoeten van nieuwe mensen;
het horen van ongehoorde muziek,
om hartstochtelijk liefhebben
en je voluit inzetten. 

Natuurlijk loop je daarbij risico’s…
Een nieuwe ervaring kan pijnlijk zijn…
Nieuwe mensen kunnen tegenvallen…
Muziek kan vals klinken…
de hartstocht kan wegebben…
Maar met een beetje geloof… 
een beetje vertrouwen…
kom je de teleurstellingen te boven en ga je weer door…
op weg naar nieuwe  uitdagingen.

De “Wet” en de Profeten zijn niet bedoeld om risico’s uit te sluiten. Het is geen levensverzekering, geen keurslijf, geen wetboek van strafrecht; maar een richtsnoer, een richtingwijzer,
een oriëntatiepunt.

Jezus leert ons in welke richting we mogen kijken, bij het nemen van onze beslissingen. Kijk in de richting van het koninkrijk.
Is dat koninkrijk bereikbaar? Nee… het is een utopie.
Maar blijven streven naar het onbereikbare,
is nou niet heel menselijk? Is dat niet humaniteit bij uitstek.

Het doel is het koninkrijk…
maar het is geen doel om te bereiken,
het is een doel om naar te streven.
Een punt achter de horizon, dat je leven richting geeft.
Dat koninkrijk houdt ons weg bij egoïsme,
omdat we een doel hebben dat buiten onszelf ligt…

De utopie van het  koninkrijk behoedt het ons voor de smakeloosheid van ikke ikke en de rest kan stikke!
Omdat ons doel voorbij de horizon ligt,
vraagt de levensstijl die een beetje lijkt op die van Jezus,
om geloof, om vertrouwen op Wet en profeten,
om de moed ‘Licht der wereld” en “Zout der aarde” te zijn.   
De zin van ons leven ligt in het oprichten van tekenen…
tekenen die deweg wijzen naar dat doel, naar dat koninkrijk.
Opdat de mensen die na ons komen dat spoor kunnen volgen…
totdat Hij komt.

Dan pas is ons leven compleet…
als Hij je op komt halen om je thuis te brengen
in het huis met de vele woningen.

Ons leven is niet compleet en wordt dat ook niet aan deze zijde
van de horizon. En zeg nou zelf…  je moet er toch niet aan denken
dat je leven compleet is, volledig, helemaal perfect.
Dat is als een verzameling die compleet is
en waar niks meer aan te doen is…

Als onze manier van leven werkelijk perfect was,
dan zou de sjeu er pas echt af zijn. Een leven zonder fouten…
nooit eens ergens spijt van,
nooit een reden om iets goed te maken,
nooit meer een bosje bloemen kopen,
nooit meer een aanleiding tot verzoening.
Geen enkele reden om je te beroepen op Gods genade…
Ik moet er niet aan denken.
U wel?

AMEN