Als de bekoring komt….
Preek voor de bewoners van verpleeghuis Lindendael.

Lezingen: Genesis 3: 1-7
                  Mattheus 4: 1-11

Lieve mensen van God,

Carnaval is achter de rug.
De vastentijd is weer begonnen.
Vroeger vastten alleen de katholieken.
Tegenwoordig zijn er heel wat protestanten,
die in de vastentijd een afspraak maken met zichzelf.

Zo heb ik met mezelf afgesproken in de vastentijd
geen alcohol te drinken en niet te snoepen.
Binnen de stad Hoorn laat ik de auto
staan en stap op de fiets, behalve…
Nou ja… er zijn uitzonderingen.

Als iemand me de heerlijkheden aanbiedt op het plaatje,
dan kom ik in de verleiding om die afspraak
even te vergeten. Ja, dan komt hij:
de bekoring.

Ik vertel u een Vlaams verhaal…
Het gaat over Camiel, een oude vrijgezel.  
Hij zoekt een huishoudster, maar het blijkt moeilijk
om er een te vinden.

Als hij de pastoor zijn probleem voorlegt, zegt deze:
“Ik weet misschien wel iemand.” En warempel,
een week later komt de pastoor terug.
Hij heeft mooi Marieke meegebracht.
Marieke komt bij Camiel in huis.
Een paar weken later komt de
parochieherder poolshoogte nemen.
He, Camiel, je huisje ziet er weer piekfijn uit!
Ja, meneer pastoor, ik heb het getroffen met Marieke.
Ik moet u nog wel bedanken! ”Ja, dat is wel goed, Camiel,
maar je huisje is wel schoon, maar groot is het niet, he?
Er is maar een bedstee! Hoe moet dat met slapen?”
“Die bedstee is groot genoeg, meneer pastoor,
daar kunnen we makkelijk met ons tweeën in.

Ah ah… Dat gaat zomaar niet…
Jullie zijn niet getrouwd, Camiel.
Nee, nee dat klopt, meneer pastoor,
maar ik zet altijd een plankje tussen ons in.
Maar de pastoor is niet gisteren.
Hij stelt de cruciale vraag:

Ja, ja, Camiel, maar als de bekoring komt… Wat dan?
Nou ja…  zei Camiel … dan haal ik het plankje weg.

“Als de bekoring komt…”
Camiel doet er niet moeilijk over.
“Als de bekoring komt, dan geeft hij toe.
Heerlijk die katholieke zelfspot… Ook typisch
Nederlands: Regels zijn er om de grenzen op te zoeken,
wetten maken we om de mazen te vinden en er door te glippen. 

Het wordt anders als je een afspraak maakt met jezelf.
Mij legt niemand iets op. Niemand roept me ter verantwoording. Als ik toegeef aan de bekoring, zal ik teleurgesteld zijn… in mezelf.
Ik zal me schamen als de bekoring komt… en het wint.
 
Beide lezingen van vandaag vertellen over de bekoring, die komt.
De bijbel noemt het Satan… Satan verleidt Eva en probeert
Jezus te verleiden. Dit is geen mop, maar dat zijn verhalen, 
die ons iets te vertellen hebben… Iets belangrijks voor
ons eigen leven, voor ons samenleven.
Ik beperk me vandaag tot de
evangelielezing.

We spreken vaak over de bekoring alsof het iets is
dat van buiten komt… Maar dat is de vraag.
Jezus is in de woestijn. De hitte is immens,
de stilte oorverdovend.
Je kunt het ruisen je bloed in je aderen horen.
In die stilte komen je diepste gedachten boven.
In de stilte blijkt, wat ons zoal in het bloed zit.

Het is op uw kamer soms ook oorverdovend stil.
Gedachten en gevoelens komen zomaar bij je boven.  
Dat is niet altijd prettig, want er zitten ook nare gedachten bij,
pijnlijke gevoelens, nare herinneringen.
Gevoelens van schuld en spijt.
Je zou er best over willen
praten, maar durft niet.
Er is ook niemand
die luistert. 

In deze tijd van het jaar, zijn er mensen, die zulke gevoelens niet wegstoppen; maar zich bezinnen op wat er goed en fout
is gegaan in het leven.
Het is goed eens stil te staan bij wat je echt belangrijk vindt.
Bij wat je echt gelooft; waar je werkelijk op vertrouwt.
Je weet dat God van je houdt, maar voel je dat ook? 
Wie zich bezint, komt zichzelf tegen.

Jezus is al veertig dagen in de woestijn.
Veertig dagen en nachten niet eten.
Hij heeft honger. Erge honger.
De ronde platte stenen, die liggen in het woestijnzand
gaan steeds meer lijken op versgebakken broden.

En dan is daar die stem:
“Als jij de zoon van God bent…
maak dan brood van die stenen.
Dan kun je alle mensen die honger lijden, eten geven.
Nou dan zullen de je geloven… Ze zullen zeggen: Hij is de messias.
Als jij de zoon van God bent, maak dan van deze stenen brood.
Als jij Gods kind bent, laat dan je de grote truc zien.
Het is een verleidelijk voorstel. De bekoring komt…

Maar – zegt Jezus  – er staat geschreven…
De mens leeft niet van wat zijn mond ingaat!
De mens leeft van wat van Gods mond uitgaat: ZIJN WOORD. 

Zoek eerst het koninkrijk…lezen we verderop. Eerst recht en vrede en dan komen materiële zaken vanzelf. Wie eerst handelscontac-ten veilig stelt en daarvoor de mensenrechten maar even laat voor wat ze zijn… keert die volgorde om. Die geeft satan vrij spel.
Zoek eerst zijn koninkrijk… al het andere komt vanzelf.

Ons verhaal vertelt verder. Ook Satan kent de schriften.
Je kunt Gods woorden ook op een duivelse manier uitleggen.
Dan leg je Gods – vaak heel kritische – woorden zo uit,
dat ze in jouw kraam te pas komen.
Ook dat is verleidelijk.

Neem nou Psalm 91: 11 en 12.
Hij vertrouwt je toe aan zijn engelen,
die over je waken, waar je ook gaat.
Hun handen zullen je dragen, je voet zul je niet stoten aan een steen.

De psalmist zegt tegen een gelovige,
die doodsgevaar verkeert.
Engelen zullen over je waken,
Je wordt op handen gedragen,
je voet zul je niet stoten aan een steen.

Die woorden zijn voor jullie bedoeld.
Voor de momenten dat het weer eens zo heel stil is op je kamer Als die nare herinneringen weer opspelen, en je schuldgevoelens bovenkomen… Het zijn woorden van troost en bemoediging.

Satan misbruikt die woorden om Jezus tot een stunt te verleiden. Als jij de zoon van God bent,
spring dan van het dak van de tempel naar beneden.
Je wordt heus wel opgevangen, denk maar aan psalm 91.
Nou, als jij letterlijk uit de hemel komt vallen
en landt op het tempelplein…
Dan zullen ze je echt wel geloven!
Jezus antwoordt met: Scheer je weg, satan.
Hij wil geen stuntman zijn… Hij zoekt naar vertrouwen, geloof.

Maar Satan doet nog een poging.
Hij neemt Jezus mee naar een hoge berg.
Je kunt daar alle landen van de wereld zien.  
Ik geef je alle macht over alle landen, als je voor me knielt.
Poetin, Erdogan en Trump liggen al op hun knieën.
Satan wil mensen een knieval zien maken
voor hem, voor zijn ideeën, voor zijn
mensbeeld… voor zijn macht.
Satan wil dat alles en iedereen,
naar zijn pijpen danst.
Hij ziet Jezus en weet: Als hij me gehoorzaamt,
dan valt “de ware mens” in mijn handen!
Dan winnen de kwade machten het
van de zachte krachten. Dan gaat
God door de zijdeur af.

Vertaald naar onze tijd, naar onze situatie.  
Als gelovigen zich laten leiden door angsten…
Als andere mensen illegaal verklaren…
Als gelovigen “minder, minder, minder” roepen…
Als gelovigen vluchtelingen laten creperen
Als gelovigen Gods woorden niet meer vertrouwen
hoe moeten ze dan ooit het verschil maken?
 

Als gelovigen niet hun rug rechthouden en door de knieën gaan
Wie zoekt er dan nog naar Gods koninkrijk? 
Als de gelovigen zwichten voor de bekoring…
Ja, dan heeft satan echt alle macht in handen.

Valt Jezus Satan te voet? Christus zegt: “Scheer je weg, Satan!”
God geve, dat de kerk in deze tijd roept: “Scheer je weg!” Satan.

Het is goed dat de bezinningstijd 40 dagen duurt…
want er is veel om over na te denken. Er is bezinning nodig.
Bezinning op de vraag: Als de bekoring komt… wat dan?

Laten we bij die bezinning de Schrift ter hand nemen.
Laten we als persoon en als geloofsgemeenschap  
doen wat gedaan moet worden om het rijk van recht en vrede
zichtbaar te maken en – zegt Jezus – al het andere, zal je
bovendien geschonken worden.

Wie dat gelooft, wie daarop vertrouwt,
wie eerst zijn koninkrijk zoekt en zijn gerechtigheid…
richt in deze barre tijden tekenen op…
tekenen die weg markeren
naar veelbelovend land.

Over 10 dagen
mogen we stemmen…
zoek eerst zijn koninkrijk en zijn gerechtigheid
en al het andere komt dan vanzelf.
Amen.