De verheerlijking op de berg
Lezingen: Exodus 24 en Mattheus 17



Gemeente van onze Heer Jezus Christus
Lieve mensen van God.

De tweede zondag in de 40 dagen.
Een tijd van bezinning aan de hand van Bijbelverhalen.
Heel verschillende verhalen. Vorige week hoorden we hoe de Geest
Jezus meenam naar de woestijn. Hij vastte daar 40 dagen en 40 nachten.
De honger maakte hem extra gevoelig voor de verleidingen van Satan.
Als je rammelt van de honger, zien stenen eruit als broden,
en dan moet je stevig in je schoenen staan,
om je macht niet te misbruiken. 
 
Achter op de liturgie staat een verkleinde afdruk van een bouwplaatje.
In Hoorn bezinnen een aantal mensen zich al vastend,
op wat er goed en fout gaat in hun dagelijks leven,
en op hun leven met God. Zij maakten afspraken
met zichzelf en herkennen die kwetsbaarheid
ongetwijfeld. Ik heb met mezelf afgesproken
in de 40 dagen geen alcohol te drinken.
Toen mijn schoondochter gisteren
een glas wijn inschonk, voelde ik
de verleiding opkomen mijn
voornemen te laten varen…
de afspraak af te zeggen.

Maar er zijn in zo’n vastenperiode ook momenten die je als hoogtepunt ervaart. Je loopt dan stilletjes te stralen omdat het je -soms even –
lukt, je eigen gedrag echt in de greep te krijgen.

Meer en meer mensen sluiten zich aan bij de traditie om 40 dagen
vastend naar Pasen toe te leven. Wij protestanten laten ONS
natuurlijk niet voorschrijven, hoe we dat moeten doen.
We zijn ook Westfriezen, die als we iets moeten,
de kont tegen de krib gooien. Maar er moet niets,
iedereen kiest een eigen doel en een eigen  weg daarheen.
De één wil het Bourgondisch karakter van zijn levensstijl wat inperken,
een echte vergadertijger besteedt meer tijd aan zijn gezin .
Een ander beperkt het gebruik van de social media,
zodat zij niet langer a-sociaal overkomt.
Weer een ander pakt, als dan niet
via een 40-dagenkalender, de
traditie van dagelijks
Bijbellezen op.

Mensen werken aan kwaliteit van leven.
Daar gaat het om in de 40 dagen.
De Bourgondiër ontdekt dat
zijn lijf positief reageert
op de afwezigheid
van alcohol.

De bestuurder ervaart hoe fijn ze het vinden dat meer thuis is.
De jongere ontdekt hoe interessant sommige lessen zijn,
als je 25 whats-app-jes per lesuur achterwege laat.  
En de Bijbellezer begrijpt Petrus heel goed.
Die zou zelf ook wel een tentje willen
bouwen en de hoogtepunten van
zijn leven willen vasthouden.

Eindelijk ziet Petrus Jezus, zoals hij hem graag ziet.
Woorden als “overgeleverd worden” en “lijden en sterven”
passen niet in het plaatje, dat Petrus zich heeft gevormd van de Messias.
Nee, dan dit hier… Dit is een topper! Dit moet blijven!
Jezus, zijn meester in stralend hemels licht!
Eindelijk een Messias die je kunt vereren!
Een goddelijke Jezus, die je de hemel
in kunt loven en prijzen.

Jezus echter, is in gesprek met Mozes en Elia.
En waarover spraken zij? Nee, nee, niet over biotex.
Jezus spreekt met Mozes over: de Exodus
die hij in Jeruzalem gaat volbrengen
.

Dit hemelse tafereel is gericht op wat op aarde komen gaat:
Het wordt PASEN! Maar de weg naar Pasen is niet eenvoudig.
De verheerlijking op de berg is een moment van bemoediging,
De profeet die Israël door het doodswater van de Schelfzee leidde
uit de slavernij, naar veelbelovend land, spreekt Jezus moed in.
Hij gaat straks immers dezelfde weg: door het land van de dood –
 weg uit de verslaving aan welke macht dan ook.
Niet dood is het perspectief, maar eeuwig leven

Mozes ziet, aan het eind van zijn leven, dat veelbelovend land voor zich.
Op de berg Nebo is hij, met dat perspectief voor ogen gestorven
en door God zelf begraven. Zijn graf is nooit gevonden.
Mozes is, na een uiterst zinvol leven, geborgen bij God.

Ook Elia verschijnt ter bemoediging.
Elia herinnert Jezus (en ons) eraan dat er momenten kunnen komen,
waarop ze het helemaal niet meer ziet zitten. Weet u nog,
Elia streed met de Baäl priesters op de berg Karmel.
Dat lijkt een hoogtepunt in zijn carrière, maar die slachtpartij
is hem niet in zijn kouwe kleren gaan zitten.

We treffen hem, direct daarna volkomen depri aan in de woestijn.
Hij lijkt zich alsnog neer te leggen bij de suprematie van Achab en Izébel.
Hij voelt zich de enige dienaar van de Heer. Geloof kan je o zo eenzaam maken. Gelovigen, vooral ook jongeren weten daarvan mee te praten.

Elia maakt een reis van 40 dagen door de Sinaïwoestijn. Op de berg Horeb, ontmoet hij de Heer in het suizen van een zachte koelte.
God, een fris windje in de woestijn. Na die ontmoeting kan Elia verder.
Ook zijn graf nooit gevonden. Een vurige wagen met vurige
paarden, draagt Gods knecht naar het eeuwig vaderhuis.
Ook Elia is geborgen bij God.

Mozes en Elia, allebei geborgen bij God.
Mozes en Elia twee iconen van de joodse traditie.
Thora en profeten gepersonifieerd in twee stralende gestalten
die hem terzijde staan in een hemels licht… in blinkend witte kledij,
Jezus behoort tot de kringen van Elia en Mozes. Van die laatste wordt ook verteld dat na elke ontmoeting met God zijn gezicht zo intens straalde dat hij het voor de anderen afschermde met een doek.
Dat deed me denken aan afbeeldingen van profeten in de Islamitische traditie, die – als ze al worden afgebeeld – vaak een doek voor hun gelaat hebben.
Op het plaatje staat Isa… Jezus, die in de Koran wordt beschreven
als een heel groot profeet. Ook daar kom je de drieslag Musa, Ilyas en Isa tegen. In hun beleving is Mohammed een profeet in de rij van Mozes, Elia en Jezus.

Nu ik toch anekdotes aan het vertellen ben:
Hieronymus vertaalde in de Middeleeuwen de Bijbel.
Het zeldzame Hebreeuwse woord voor “stralen uitzenden”
vertaalde hij in het Latijn met cornuta est. Let op het woord Cornuta.
In het Italiaans cornetto, u weet wel: een ijsje…
Cornetto betekent “hoorntje”.
In de Vulgaat, die middeleeuwse bijbel-vertaling, staat dat Mozes niet stralend, maar gehoornd van de berg afdaalde. Daarom heeft het beroemde beeld van Mozes, dat Michelangelo maakte
hoorntjes op zijn hoofd.
 
Maar dat zijn allemaal anekdotes…  terzijde.
Lucas vertelt dat Jezus in een en hetzelfde licht staat als Mozes en Elia.
Jezus zal de weg gaan, die ook zij zijn gegaan: door de dood heen,
naar een leven, geborgen is bij God.

Betekent dat nu, dat de mens Jezus na zijn dood in de hemel komt
en dat hij dus niet bang hoeft te zijn voor alles wat er
staat te gebeuren?  Ik zal het niet tegenspreken, maar er is meer.
Dit verhaal speelt op “de achtste dag.” Deze gebeurtenis is heel bijzonder. De verheerlijking op de berg past niet in een gewone week. 
De achtste dag is in de Bijbelse verteltraditie een dag die boven het gewone uitstijgt…  Geen gewone, ordinaire dag, maar un jour extra-ordinaire, een buiten-gewone dag.

Op de achtste dag worden alle toekomstdromen waar!
Op de achtste dag lost veelbelovend land  alle beloften in.
De achtste, is de dag van de Messias, Gods koninkrijk wordt even zichtbaar. Op de achtste dag staan deze twee iconen van de heilige Schrift,in een hemels licht, boven op een berg, om ons te vertellen
dat de tijd van de langverwachte Messias  is aangebroken:
God ziet naar zijn mensen om!

In de oosterse orthodoxie noemt men iconen, vensters op de hemel.
Dat beeld van het venster is mooi, laten we dat maar even vasthouden.
Maar de blikrichting is omgekeerd. Niet wij kijken de hemel in…
De hemel ziet naar mensen om.
Het gaat er niet om dat wij een glimp van het hemelrijk opvangen;
De hemel richt zijn blik op de mens… op de ware mens,
op de zoon des mensen. De hemel steekt Jezus een hart onder de riem,
door zijn weg te duiden als de weg van de Schriften.

De weg die Jezus gaat, lijkt op die van Mozes.
Door het water bij zijn doop
door de woestijn bij de verzoeking en dan de berg op,
waar God je ontmoet
en bemoedigd wordt om door te gaan, op weg naar een kwaliteit van leven die we eeuwig noemen.

Bij zijn doop, de die gang door het water, klinken de woorden:
Deze is mijn geliefde zoon, mijn uitverkorene, luister naar Hem.
Die stem klinkt vandaag opnieuw, vanuit een wolk, horen we:
Deze is mijn geliefde zoon, mijn uitverkorene, luister naar Hem.
Nog een enkel woord over die wolk…
De wolk het symbool van Gods onzichtbare aanwezigheid.  
Weet u nog, in de dagen van Elia was God afwezig in het rijk van koning Achab.
Het land verdroogde en nam woestijnige proporties aan…. Totdat er boven de zee een wolkje verscheen, ter grootte van eens mans hand.  

Weet u nog in de dagen van Mozes,
toen een wolkkolom het volk de weg wees door de woestijn?
Toen God in een wolk neerdaalde op de Sinaï,
toen Mozes 40 dagen op de berg verbleef.

Vanuit de wolk, die Mozes en Elia aan het zicht onttrekt, klinkt dus die stem: Deze is mijn geliefde zoon, mijn uitverkorene, luister naar Hem.
Laat zijn weg de jouwe zijn. Op naar dat veelbelovend land!
En wat doen wij? Wij zijn als Petrus. Wij bouwen een tentje.  

We bouwen een kerk en proberen daar de religieuze topervaring
van de achtste dag vast houden, terwijl onze opdracht ligt
in het gewone dagelijks leven, te midden van de mensen
met hun kleine vreugden en grote noden.

Jezus is weer alleen. Mozes en Elia zijn aan het oog onttrokken.
De vrienden doen er het zwijgen toe. Ook Jezus zegt er verder niets over.

Pas als hij zijn weg helemaal ten einde is gegaan…
Pas als de boodschap van Pasen echt tot hen is doorgedrongen,
als ook zij inzien dat de weg van Jezus helemaal in lijn is, met het grote verhaal van God met de mensen, dan pas… spreken ze over wat ze daar op de berg hebben gehoord en gezien. Dan pas vertellen ze over die twee mannen in hun blinkend witte kleren.

In het graf waar de vrouwen verwachten een dode Jezus te vinden,
treffen ze:  twee mannen in blinkend witte kleren.  Mozes en Elia zijn er ook weer bij als Jezus zijn Exodus volbrengt… Twee mannen in het wit vertellen de vrouwen: Hij is hier niet, hij is opgestaan.

Nog een keer krijgen de vrienden die twee mannen in het vizier.
40 dagen na Pasen… zien ze hun Heer ten hemel varen.
Een wolk… hé, een wolk…onttrekt hem aan hun oog.
Ze staren hem na… Proberen de hemel in te kijken.
Maar dan zijn ze daar weer: Twee mannen
in blinkend witte kleren, die zeggen:
wat staan jullie nou te staren…
naar de hemel.

Hun blikrichting van de discipelen is hemelwaarts, maar hun taak ligt op aarde.
Omzien naar de lammen en de blinden en de doven…
omzien naar kinderen in Burundi en naar de vluchtelingen aan de poorten van Europa,naar de slachtoffers van mensenhandel,
naar de mensen, die in onze samenleving tussen wal en schip vallen.

Onze taak ligt hier op aarde. Die taak is niet altijd gemakkelijk,
maar geeft wel zin aan ons bestaan.
Ik schreef een paar jaar geleden een liedje met als refrein:

Als jij opstaat in mij,
krijgt m’n leven weer zin
dan voel ik de vrijheid en zind’rende zin
in een leven met God, scherpe kantjes te spijt
dat wordt een HEERlijk bestaan ..van topkwaliteit.

Je mag je laten bemoedigen door de wetenschap,
dat je leeft in lijn met Jezus,
 dat je – samen met joden en moslims –
staat in de traditie van Mozes en Elia.
Dat je mag werken aan de kwaliteit van de samenleving…
Dat je mag helpen de angst uit te bannen,
die politici zo succesvol exploiteren,
omdat je hebt gehoord, dat mannen in het wit
je toeroepen: Vreest niet!

Gelovige Christenen zijn niet bang.
Gelovige Christenen strijden voor recht en vrede
ze strijden tegen gewelddadige ideologieën,
die kerken in brand steken
en moskeeën bekladden.
Ze strijden tegen de leugens van Trump
tegen de hoogmoed van Poetin en Erdogan
en tegen de traagheid in eigen gelederen…
Ze gebruiken daarbij twee wapens…
Hun stem, die ware woorden spreekt over recht en vrede
en het rode potlood als er verkiezingen worden gehouden…  
Gelovige Christenen houden vol… totdat hij komt…
en intussen bidden ze: Maranatha,
kom Heer Jezus kom spoedig!
Amen.