Ont-moeten
Lezingen: Genesis 18 en Johannes 4


Gemeente van onze Heer Jezus Christus  –
Lieve mensen van God

Wie het verhaal over de ontmoeting  bij de  doorleest,
voelt gewoon, dat er meer aan de hand is,
dan een toevallige ontmoeting.
Je gedachten gaan onwillekeurig naar andere ontmoetingen-bij-de-bron.
Eliëzer, Abrahams knecht, ontmoet – de ideale vrouw  voor Isaäk – bij een bron. Eliëzer vraagt om water. Rebecca zegt: Zal ik ook voor de kamelen water putten?
Jacob – op de vlucht voor Esau – ontmoet Rachel bij-de-bron 
Mozes, op de vlucht voor Farao, ontmoet Zippora bi-een-bron.

Let wel, een bron. Geen put! Jozef werd door zijn broers in een put gegooid.
In een put staat stilstaand water, broedplaats voor malariamuggen.
Zo slecht als putwater… is een staande uitdrukking.

Uit een bron, welt levend water…
Bronwater lest je dorst, verkwikt je geest.
Bij de bron vind je- in Bijbelse beeldtaal – nieuwe inspiratie.
Bronwater daar knap je van op. Wie drinkt uit de bron kan verder!
Na de ontmoeting bij de bron, kan Jacob verder – met Rachel aan zijn zijde.
Bij de bron krijgt het leven van Mozes weer zin met Zippora als zijn partner.
Je mag hopen dat ook deze viering een ontmoeting wordt bij de bron.

Op de voorkant van het boekje staat een icoon. Een verbeelding van de schrift.
Het maken van zo’n icoon heet dan ook niet schilderen, maar schrijven.
Deze schrijver heeft op drie plaatsen de kleur rood gebruikt,
voor de beide waterkruiken en de kleding van Jezus.
Verder overheerst de kleur, die aan
woestijnzand doet denken.

De iconenschrijver vertelt: Kijk goed, het gaat om die man in het rood…
en om de twee kruiken, met dat lichaam-en-geest-verkwikkende-bronwater.
Die kruiken hebben de kleur van Pinksteren… Feest van de Geest.
Zie je, dit is geen verhaal van “twee emmertjes water halen.”
De bron is er niet zomaar een. Dit is de Jacobsbron. Uit deze bron dronk aartsvader Jacob en aartsvaders zijn belangrijk in de Samaritaanse
variant van het jodendom. Samaritanen erkennen alleen
de eerste vijf boeken als Woord van God. 
Daarin spelen de aartsvaders een centrale rol.
De bron herinnert aan Jacob, de bron van hun traditie.
Dit water verkwikt de Samaritaan naar lichaam en geest.

Het vijfde boek, Deuteronomium, eindigt met de dood van Mozes.
Hij sterft op de berg Nebo, met uitzicht op het land van belofte.
De Samaritanen leven bij die belofte. Zij zien hun bestaan als
een levenslange reis naar de vervulling van die belofte.
Samaritanen zien het leven als een woestijnreis.
Ze leven meer bij: het uitzicht op…
dan bij het bereiken van…
hun bestemming.

Het idee dat de God van uittrekker Abraham,  
de God van vluchteling Jacob en van reisleider Mozes
zich definitief zou hebben gevestigd in de tempel van Jeruzalem,
wil er bij Samaritanen niet in. Zij gaan dan ook niet naar die tempel.
Joden en Samaritanen accorderen niet… Galileeërs maken een omweg,
als ze naar Jeruzalem gaan en mijden het gebied van de Samaritanen.
Tussen twee haakjes: dat conflict echoot na in de huidige strijd om de Westelijke Jordaanoever, die door Netanjahu  consequent Samaria wordt genoemd. 

Het feit dat rabbi Jezus wel door Samaria naar Jeruzalem gaat,
is op zijn minst bijzonder. Het wordt nog bijzonderder
als deze joodse man een Samaritaanse vrouw
om een slokje water vraagt. 

Hier vindt een ontmoeting plaats. Jezus ontmoet een vrouw bij de bron.  
Dat woord ontmoeten past hier naadloos. Hij komt haar niet tegen;
 hij loopt haar niet tegen het lijf;  Hij ont-moet haar.
ont-moeten.
Wie een fles ontkurkt, haalt de kurk van die fles;  
Wie een medemens ontmoet, haalt de moet (met een t) weg bij die ander.
De afdruk van een tafelpoot in je hoogpolig tapijt, dat is een moet.
Je zet de tafel het liefst op dezelfde plek terug, want je wil
niet teveel moeten in de vloerbedekking.
Een moet is een stempel, een etiket,
een brandmerk, een vooroordeel.     

Jezus en de vrouw benaderen elkaar in eerste instantie als de Joodse man en een Samaritaanse vrouw, met alle brandmerkende vooroordelen die daarbij horen.
Maar ze ont-moeten elkaar en voeren een gesprek van mens tot mens.
Van persoon tot persoon. Ze ontmoeten elkaar. De stempels die ze elkaar  opdrukken tellen niet; de vooroordelen vallen weg, daar bij die bron.

Laten we hopen dat partijleiders, die elkaar de afgelopen tijd allerlei stempels hebben opgedrukt, elkaar aan de formatietafel werkelijk zullen ont-moeten.

20 van de 150 Nederlanders drukken vluchtelingen allerlei stempels op: profiteurs, gelukszoekers, banenpikkers, huizenbezetters…
totdat ze elkaar van persoon tot persoon leren kennen.
Totdat ze elkaar ont-moeten…

Het tijdstip. Het is omstreeks het zesde uur.
Volgens de joodse tijdrekening: het middaguur.
Het is het heetst van de dag…  Een dorstig moment.
Dorst, er is behoefte aan water, aan levend water, aan inspiratie.
De vrouw zit vol met levensvragen. Die haar a.h.w. de keel dichtknijpen.
Het is het heetst van de dag, maar als de nood het hoogst is, is redding nabij .  

Neem nou Genesis 18.  God is, met twee engelen op weg naar Sodom.
God en Abraham ont-moeten elkaar. Het vooroordeel dat Goden zomaar,
puur willekeurig, met mensen doen waar ze zin in hebben, blijkt niet te passen
bij de God van Abraham, Isaak en Jacob. Dat Godsbeeld wordt ontkracht.
Die moet  wordt verwijderd.

Goden worden voorgesteld als alwetend en almachtig.
Ze doen waar ze zin in hebben en de mens onderwerpt zich.
Maar de God van Israël luistert naar Abraham. Gos hoort het pleidooi:
50 – 45 – 40 -30 – 20 ja zelfs 10 rechtvaardigen redden Sodom van de ondergang.  
De moet van menselijke machteloze onderwerping wordt verwijderd.
Het is het zesde uur… De mens blijkt Gods partner te zijn.
Op het zesde uur bidden joden hun middaggebed.   

Dat tijdstip. Het is omstreeks het zesde uur.
Volgens de Romeinse tijdrekening is dat zes uur ‘s avonds.
De avond valt, de hitte van de dag is voorbij… mensen komen hun
huis uit om water te halen en boodschappen te doen voor het avondeten.
De discipelen struinen rond die tijd met een winkelwagen door de buurtsuper.

Zou het kunnen zijn dat die twee, daar bij de bron,
ont-dekken dat de ene “tijdrekening” de andere niet uitsluit.  
Zou het kunnen zijn dat hier op heel subtiele manier verteld wordt,
dat de ontmoeting tussen God en mensen plaats vindt in het dagelijkse leven.
Zou het kunnen zijn dat Johannes ons vertelt, dat het gewone, dagelijkse leven, heel bijzonder is? Er licht er iets op van de levenskwaliteit die we eeuwig noemen.

Deze Marokkaanse – sorry, Samaritaanse vrouw –  ontdekt in de ontmoeting met deze gans andere, haar dorst naar antwoorden op de grote vragen van het leven.  
Ze gaat naar de bron voor een kruikje H²O, maar vindt water dat niet alleen
haar droge mond, maar ook haar droge ziel, haar hele wezen verkwikt.
Daar bij de bron van haar traditie, valt haar een ont-moeting ten deel,
met Hem, die we kennen als Thora  in mensengedaante,
het vleesgeworden woord.  

Deze ontmoeting–bij –de-bron loopt niet uit op een huwelijk,
maar in het gesprek leert deze vrouw het wezen van Jezus
kennen… Haar inzicht groeit.  Als de moeten er af zijn,
ziet ze wie Jezus  werkelijk is…
Hij is niet zo’n man die haar minacht, omdat zij een tot een ander volk behoort,
of omdat ze een andere godsdienst belijdt; of omdat ze twee paspoorten heeft Nee, hij is een medemens, die ziet dat zij zoekt. Hij luistert… en hoort in haar woorden het zoeken naar God. Ze is op die zoektocht allerlei relaties aangegaan…
Vijf mannen – vijf wegwijzers –  heeft ze gehad. Zijn dat die vijf boeken?
Staan die vijf mannen voor de Samaritaanse traditie?
De man die je nu hebt is je man niet. De schuwe teruggetrokken
leefwijze die je er nu op nahoudt, hoort niet bij jou…

Even terug naar de icoon…
Jezus draagt rode kleding en zegt: Ik ben het levende water.
Ik breng je een leven-gevende Geest. Ik maak je vrij van al die mannen.  
In deze ontmoeting bij de bron, blijkt Jezus niet alleen de gezalfde te
zijn voor zijn eigen volk, maar de  Messias voor alle mensen!
Dus ook voor haar! Deze zevende man,
zet haar op eigen benen.

Dat is geen dagelijks nieuwtje zoals die bij de bron vaak worden uitgewisseld.  Nee, dat is hot stuf. Dat is geen praatje voor de vaak, dat is breaking news.  
Stel je voor, de Messias!

Jezus gaat in Gods naam een relatie met haar aan.
In Gods naam.. Ik zal er zijn voor jou! Al dat zoeken hoeft niet meer.
Jij mens, bent mijn partner… zegt God. Dat zei God zelf tegen Abraham…
Dat zegt Gods zoon tegen de Samaritaanse vrouw,
dat zegt Gods Woord tegen jou en mij

Jezus zegt: Ik ben de zevende, bij mij vindt je rust, sabbatsrust…
Vanuit die rust mag je leven als Gods partner.
Die rust geeft je scheppende kracht.
Vanuit die rust mag jij zijn:
Schepper naast God.

De vraag dringt zich op of het hier eigenlijk nog wel gaat om een willekeurig vrouwspersoon? Welnee, dit verhaal vertelt niet alleen over deze vrouw;
Dit verhaal vertelt minstens ook over haar stadgenoten,
want ook die mensen komen om levend water.
Ook zij komen naar Jezus om inspiratie.
En u denkt wellicht… O.K. fijn voor
die mensen, maar wat kopen
wij daarvoor?

What is in it for us?
Wat hebben wij daaraan?
Dit verhaal gaat over mensen,
die niet bij het uitverkoren volk horen,
maar die wel notie hebben van de God van Abraham, Isaäk en Jacob.

Dit verhaal gaat over een mens vol moeten.
Allerlei levenservaringen hebben hun stempels,
hun brandmerken, hun littekens achter gelaten en
met die mensen gaat Jezus de ont-moeting aan. 

Twee rode kruiken; en ook Jezus draagt een mantel in die Pinksterkleur.
Die rode mantel is echter ook de rode mantel van Goede Vrijdag…
Soldaten verkleden Hem als koning met een rode mantel.
Die rode mantel, is bedoeld ter vernedering
maar juist zo  – als de lijdende knecht –
wordt Hij Messias.

De rode mantel op de icoon vertelt over Jezus als het levende water…
Hij, de inspirator, schenkt zichzelf op het zesde uur,
op het heetst van de dag, dorst ondraaglijk.

De rode mantel op Goede Vrijdag,
roept hem uit tot koning van ons leven.
De vraag is of je zijn partner wil zijn?
ff Hij ook jouw wegwijzer en inspirator mag zijn.
Hij geeft de leven-gevende geest aan zijn gemeente.
Op zijn sterfdag, gaf hij de Geest.
Die uitdrukking… de geest geven… heeft dubbele betekenis:


 

De gemeente komt in beeld.
De gemeente is een groep mensen met een rode kruik.
Een groep mensen die levend water meedraagt.
We mogen vanuit die inspiratie proberen
gemeente te zijn in Koggenland.

Laten we samen met onze broeders en zusters in de andere kerken
proberen Levend Water te zijn voor mensen die sterven van de dorst,
Leven water voor de mensen die leven op het heetst van de dag;

Geve de Heer ons de kracht en de moed om – net als Mozes –
desnoods levend water uit een keiharde rots te slaan,
als de mensen hun vertrouwen kwijtraken en de
ontmoeting met Christus uit de weg gaan,
door anderen te bestempelen met
vooroordelen en vijandsbeelden.   

Geve de Heer ons de inspiratie om – net als Mozes –
de woorden die God beitelde in steen,
te maken tot richtsnoer van ons leven –
tot een bron van levend water.

Geve de Heer dat Gods gemeente mag worden
tot een plek waar mensen elkaar
ont-moeten, en bemoedigen …
opdat ze leven kunnen.

LEVEN met 5 hoofdletters

Leven in  alle bescheidenheid, maar met superieure kwaliteit.  
De kwaliteit die we eeuwig noemen.
Dat het zo mag zijn.  AMEN.