Lezing: Johannes 16
Thema: God is uniek!
Deze dienst vond plaats in verpleeghuis “Lindendael”

 


Lieve mensen van God,
Hebt u donderdagavond “The Passion” gezien?
Heeft u vrijdag naar de Mattheuspassion geluisterd?
Ja, de “passies” waren de afgelopen dagen weer niet van de lucht.

In de sportwereld hoor je mensen ook wel spreken over passie…
Epke heeft een passie voor turnen, Ranomi voor zwemmen.   
Ook Max is enthousiast en intensief met zijn sport bezig,
Topsporters moeten daar ook veel voor over hebben.
Al dat trainen doet pijn – spieren verzuren.
Topsport is lang niet altijd leuk, maar ze doen het… Het is hun passie.
Ze willen een medaille op de Olympische Spelen.
Dat is het hoogste daar doen ze alles voor.

Passie is een eigenaardige mengelmoes van enthousiasme en afzien.
Het recept is twee delen geestdrift en drie delen pijn lijden.
De Passion en al die Passionen gaan over Jezus’ passie.
Hij is bezig met een heel andere tak van sport,
maar ook daarbij is sprake van geestdrift en pijn, van enthousiasme en afzien.
Maar waar is Jezus dan precies mee bezig? Wat vindt Hij zo belangrijk,
dat hij er alles voor over heeft om dat te bereiken? Wat is zijn passie?

Jezus was en is altijd bezig met de kwaliteit van het menselijk bestaan.
Over Jezus wordt verteld dat hij blinden de ogen opent…  Mensen die
geen uitweg zien, vinden bij Hem uitzicht op een goede toekomst.

Er wordt over Jezus verteld, dat hij doven laat horen.
Hij dringt door tot mensen die Gods bevrijdend Woord niet meer horen kunnen.
Die mensen worden geconfronteerd met een unieke God.
Eén God die dient… die als een vader zorgt voor zijn mensenkinderen.

Het is Jezus’ passie te laten zien, wie God is.
En als je dat echt wil, als je daarvoor kiest, als dat je passie is,
dan is het spreken van mooie woorden niet genoeg,
dan moet je die woorden waarmaken. En Jezus maakt ze waar:
blinden zien, doven horen, lammen lopen – hij voegt de daad bij het woord.

Het is Jezus passie om mensen te laten zien wie God is.
Hij wil laten zien dat God uniek is.  Ja echt, zo is er maar een!
Er is maar één God, die niet gediend wil worden, maar die zelf wil dienen.
Dat laat Jezus zien met de voetwassing op Witte Donderdag…
Die unieke God heeft een naam: Ik zal er zijn voor jou!
En hij is er — ook als je slaaf bent in Egypte.
Hij is er… ook als je verslaafd bent aan
je werk, aan je geld, aan je I-pad.

Allerlei andere goden mogen mensen graag een beetje pesten … 
maar deze God is op aarde gekomen om zelf te voelen hoe het is,
om gepest en bespot te worden.
Hij krijgt een doornenkroon op zijn hoofd, wordt aan een kruis geslagen.
Die God is uniek en heeft een naam: Ik zal er zijn voor jou! Die Naam maakt hij waar… Hij is er… ook als leven pijn doet.

Allerlei andere goden lijden een lekker lui luxe leventje. Ze zitten zelfgenoegzaam op een of andere berg… de Olympus bijvoorbeeld. Mensen?
Voor mensen hebben ze geen belangstelling. Die laten ze over aan hun lot.
 Mensen zijn er hooguit en uitsluitend om goden te vereren.

Zo niet de God van Israël. Die God – Jezus noemt hem “Vader” – weet wat zijn mensenkinderen meemaken. Mensen zijn: zijn passie.
God leeft met zijn mensen mee… Van de wieg tot het graf.
Van de kribbe – tot het rotsgraf in de tuin van Jozef van Arimathea.
God leeft met je mee… tot en met je opstanding en je hemelvaart.

Waar je ook heen gaat; Waar het leven je ook brengt… De God met die naam:
Ik zal er zijn voor jou, is erbij… Je bent nooit alleen…
Hij is bij je, ook al heb je dat soms niet eens in de gaten.

Kijk naar Maria Magdalena. Zij is jarenlang met Jezus meegegaan.
Ze heeft naar hem geluisterd, ze heeft hem bewonderd,
ze was erbij toen hij stierf aan het kruis; ze heeft hem in het graf helpen leggen
Ze heeft gezien hoe die steen voor de uitgang is gerold.
Het is voorbij, denkt ze.

En nu, op deze paasmorgen is ze weer in de tuin van Jozef. Ze is bij het graf.
Maar, kijk nou het graf is leeg! De steen, die het graf afsloot, ligt verderop!
Doeken liggen keurig netjes opgerold. Maria zit huilend op de grond.
Ze beklaagt zich bij de tuinman: Ze hebben mijn Heer weggenomen,
weet u waar ze hem hebben neergelegd?

Maria krijgt uiteraard geen antwoord op haar vraag, want ZE hebben haar Heer niet weggenomen. ZE hebben hem niet ergens neergelegd.
Ze hebben mijn Heer weggenomen…  
ZE hebben het gedaan! Anderen! Maria heeft geen idee wie het zijn.
ZE hebben het gedaan – vandaag de dag zouden velen meteen aan moslims denken.
ZE  hebben MIJN heer weggenomen… Ja, Maria beschouwt hem als HAAR Heer.

Er klinkt die stem. Die stem noemt haar naam: “Maria.” Een schok…
De schok van de herkenning. Rabboeni! O Meester! En ze pakt hem bij zijn voeten…

Houd me niet vast, Maria… Hij is niet HAAR Heer.
Ze mag nog zoveel van hem houden, maar hem niet claimen
Hij is de opgestane Heer van en voor alle mensen.
Jezus’ passie is ook nu “laten zien wie God is.”
Laten zien wat die naam betekent: Ik zal er zijn voor jou!
Voor jullie; Voor jullie allemaal! Voor gelovigen en ongelovigen
Voor jong en oud, voor rijk en arm; voor zieken en gezonden;

Ik zal er zijn voor jullie.
Die naam betekent dat Hij met lijdende mensen meelijdt.
Deze God lijdt mee, heeft compassie met jou en met jou en met mij.
Zijn naam betekent dat je nooit zonder hoop hoeft te zijn… het is niet hopeloos!
Het leven is niet zinloos… ook niet als de dood in het spel komt. Nee, zelfs dan niet!

Op Pasen komt Jezus’ passie tot zijn recht. In zijn opstanding zien we de kracht van Gods Geest, die sterker is dan de dood.

Jezus heeft niet om het lijden gevraagd, maar het wel aanvaard als de consequentie van zijn passie: mens zijn met de mensen en laten zien dat God meegaat –
altijd, overal, ook door lijden en de dood, niet als slachtoffer, maar als
overwinnaar!  
Lieve mensen, hier in Lindendaal bijeen: “De Heer is waarlijk opgestaan!”

Ik wens jullie allemaal – een heel bijzonder paasfeest!
Zalig Pasen.
Amen.