Lezingen: Ezechiel 34: 1-17
                  Mattheus 25: 31-46

HET LAATSTE OORDEEL – God is geen boekhouder


Gemeente van onze Heer Jezus Christus,  
Lieve mensen van God.


Het gebeurde ooit in een verzorgingshuis ergens in Wesrtfriesland. .
Het was in deze tijd van het jaar. De zondagen van de voleinding.
Het ging die avond over “de laatste dingen.” Over God, die zal oordelen…

Ik probeerde de oude mensen daar een hart onder de riem te steken.
Ik vertelde o.a. dat Gods barmhartigheid zo oneindig groot is,
dat al onze zonden daarbij letterlijk in het niet vallen.

Na afloop kwam een van de vrijwilligers naar me toe om te vertellen
dat God niet alleen barmhartig, maar ook – en vooral – rechtvaardig is.
Het klonk een beetje fel. Ze bedoelde dat ik het allemaal
veel te makkelijk maakte. Ze beet me toe dat Gods
oordeel ook negatief kan uitvallen, dat je ooit
ook in de hel terecht kunt komen.

Ik schrok nogal, want ik ontwaarde een manier van denken,
die ik wel kende vanuit mijn jeugd, maar die ik ver achter me heb gelaten.
Het is een manier van denken over God, als over een ouderwets soort Sinterklaas: Wie zoet is krijgt lekkers, wie stout is de roe! En dan met de nadruk op dat laatste.

Ben je braaf geweest?
Dan mag jij voor altijd spelen met die pop… met vlechten in het haar…
Dan mag jij voor altijd kaatsen met twee ballen uit dat net,
en snoepen van de letter van banket.

De Eeuwige wordt dan voorgesteld als een soort goedheiligman,
met een heel groot boek – een soort grootboek eigenlijk,
waarin de  goede daden aan de debetzijde, en de
zonden van elk mens aan de creditkant,
worden genoteerd.

Iedereen heeft, sinds mensenheugenis, een eigen account in de hemel.
Het is een denkwijze die de eeuwige God minimaliseert tot boekhouder,
en de hemel tot een administratiekantoor…
Het is toch niet te geloven. Als het niet zo triest was, zou je er om lachen.

We lazen Ezechiël 34.
Dat is het begin van een hele serie heilsprofetieën voor de ballingen in Babel. De allerhoogste stelt hen een goede toekomst in het vooruitzicht.
Die ballingen zijn Judeeërs, inwoners van Jeruzalem e.o.
Burgers van het tweestammenrijk dat naar Juda is genoemd,
maar ook Benjamin omvat.

In 722 voor Christus was het Tien stammenrijk onder de voet gelopen.
De nakomeling van Ruben, Simeon, Dan en Naftali en al die anderen waren weggevoerd naar Syrië. Daar zijn die stammen zijn opgegaan in de andere volken. Volledig geïntegreerd en dus verdwenen.
De joodse identiteit van die tien stammen is grotendeels verloren gegaan.
Van hun eigenheid – het geloof in de ENE – is bijna niets over gebleven.

Dat mag en zal de Judeeërs, die van het tweestammenrijk dus, niet gebeuren. De tempel mag dan zijn verwoest, Jeruzalem mag dan in puin liggen, Ze mogen dan in 568 v Christus naar Babylon zijn verbannen,
maar – zo spreekt Ezechiël – de Herder zal ze terughalen,
waar de schapen ook verzeild zijn geraakt.
Hij zal de verstrooiden doen keren. Ja, ze keren in stoeten…
Als één grote kudde en de HERDER zal recht spreken.

Recht en gerechtigheid, dat zijn echte kernwoorden in het Eerste Testament. De goede herder zal de kudde weiden; Hij zal ze levensruimte geven – met Thora als richtsnoer.
De goede herder zal niet tolereren, dat de sterke, de zwakke verdringt.  
De goede herder zal niet accepteren dat de macho, de zachtmoedige overheerst. De goede herder staat niet toe dat de arme het loodje legt, ten faveure van de rijke. De goede herder staat voor recht en vrede.

Angst voor zijn gerechtigheid is onnodig, sterker nog, dat is een belediging van God. Een slag in het gezicht van de eeuwige  
Gos is degene die het goede recht van ieder mens garandeert.

Het oordeel van de Mensenzoon, is geen afrekening in het religieuze circuit. Het oordeel van de Mensenzoon vraagt geen verevening van schulden. Het oordeel van de Mensenzoon haalt een streep door de rekening. Als ons die rekening al wordt voorgehouden, staat er met
grote letter –dwars over alle getallen geen gestempeld: VOLDAAN – VOLBRACHT zo u wilt. Het oordeel van de mensenzoon schept toekomst. Het geeft hoop – Het biedt jou en mij perspectief.

Even iets over dat woord MENSENZOON
Het woord “Zoon” duidt niet op een biologische familierelatie.
Als iemand “zoon van …” wordt genoemd, betekent dat: Deze man lijkt op … , want hij heeft dezelfde levensinstelling. Jezus wordt “zoon van David” genoemd…   Jezus is – net als David: een man naar Gods hart.
David was niet zonder fouten…  maar daar gaat het ook niet om;
David is geen heilig boontje… maar dat is ook helemaal niet Gods bedoeling. Wat is dan wel de bedoeling? We belanden bij een levensvraag van de eerste orde Waartoe zijn wij geschapen? Wij, zonen van Adam….

In den beginne wordt Ha-Adaam geroepen om mens te zijn.
Adam is de mens. Hij staat voor de mensheid,  God schept het mens-zijn.
Daarmee begint de Thora…

In den beginne schiep God… Een oude Latijnse vertaling, de Vulgaat, begint met in principio. Het scheppingsverhaal vertelt hoe de mens in principio, in beginsel bedoeld is. Als mens leef je met een roeping;
de roeping om mens te worden naar Gods beeld;
d.w.z. mens worden zoals God het mens-zijn bedoelt.
Dat zit allemaal samengevat in dat ene woord: “Mensenzoon”.
Op die roeping spreekt God zijn mensen aan! Mensenzoon!

Waar de Mensenzoon optreedt, wordt het Godsvolk, aangesproken op zijn identiteit.  Waar de Mensenzoon in beeld komt, wordt duidelijk waar
het in jouw en mijn leven uiteindelijk op aan komt.

Voor Mattheüs is Jezus de Mensenzoon. Jezus noemt zichzelf niet Messias,
maar Mensenzoon. Jezus wil die Mensenzoon zijn;
Hij kiest voor een leven op de manier die God in den beginne, in principio,
in beginsel bedoelt.

Wil je die Mensenzoon leren kennen? Dat kan.
Je kunt de Mensenzoon ontmoeten… Hij is in een gammel bootje onderweg van op de Middellandse Zee. De Mare Nostrum: Onze Zee…
Ja, Hij is een vreemdeling geworden, een vluchteling uit Syrië of Somalië.
Hebben wij hem opgenomen? 

Wilt u die Mensenzoon leren kennen? Dat kan.
Je kunt de Mensenzoon ontmoeten. Hij staat op de wachtlijst bij de voedselbank, maar zijn koelkast is leeg. Hij heeft honger…  Hebben wij hem te eten gegeven?

Wilt u die Mensenzoon leren kennen? Dat kan.
Je kunt de Mensenzoon ontmoeten. Hij woont ergens in het Midden-Oosten.  Zijn dorp is gebombardeerd, zijn vader vermoord, zijn grote zus meegenomen. Hij wil naar Europa, maar hij mag er niet in!  

De Mensenzoon loopt ergens in Moldavië, met Nederlandse tekst op zijn T-shirt.

De Mensenzoon lijdt aan Malaria of doodsbang besmet te raken…
Tja hij is ziek, wie zal hem aan medicijnen helpen?

De Mensenzoon slaapt onder een brug in Parijs of op een bank in een park in Hoorn. Hij is dakloos. Heeft geen thuis. Wie kijkt naar hem om?

De Mensenzoon herken je, daar waar je naaste in nood is.
In ons verhaal worden bij het oordeel schapen en bokken gescheiden.
Wat is daarbij de maatstaf?
De maatstaf is de barmhartigheid, die je laat zien.
Of je die Mensenzoon herkend is niet zo vreselijk belangrijk,
maar of je Zijn barmhartigheid handen en voeten geeft, daar gaat het om.

Bij het oordeel loopt scheiding tussen schapen en bokken niet langs de lijnen van gelovigen versus ongelovigen… die scheiding loopt tussen hen die recht doen, en hen die onrecht in stand houden.

Ik ken iemand die zonnepanelen op zijn dak heeft liggen, omdat hij vindt dat je moet doen wat je kan om het milieu te sparen. Zijn buren vroegen hem pas wat hem dat nou aan besparing oplevert. Ik zou het niet weten, zei hij: Daar let ik helemaal niet op. Maar waarom doe je het dan? Vroegen zijn buren Stomverbaasd.
Ik doe wat ik vind dat gedaan moet worden… boekhouder ben ik nooit geweest.

Recht doen! Doen wat gedaan moet worden… Goed doen! Los van het resultaat… Dus bed, brood en bad…voor uitgeprocedeerde asielzoekers,
zelfs als dat valse hoop zou wekken want het is gewoon niet goed om mensen te laten creperen. Dat woord komt in Gods woordenboek niet voor.

Recht doen! Doen wat gedaan moet worden… los van het resultaat.
dus redden, die mensen op de Mare Nostrum… ook als anderen jou er alleen voor op laten draaien.  Wat zeg je? Ze noemen je gekke Gerritje? Nou en? Op onze beste momenten zijn we liever Gekke Gerritje dan…
dat we Gods bedoelingen frustreren. Toch?
Of zijn we echt gewetenloos geworden?
Hij, die zich inzet voor recht en vrede…bevindt zich de feestzaal van het koninkrijk, net als zij die bijdraagt bij aan de kwaliteit van leven die we eeuwig noemen! Geen woorden maar daden! Het gaat om de feiten!
Om de ethiek!
Mensen die recht doen, voeren geen boekhouding van hun rechtvaardige daden, net zo min als de Eeuwige er een boekhouding op na houdt. Laat dat maar aan Sinterklaas over.

We zijn sinds 11 november op weg naar Kerst. Sint Maarten, die zijn jas deelde met een bedelaar, heeft de toon gezet… We komen straks uit bij een schapenstal in Bethlehem; Dat ligt trouwens… op de westelijke Jordaanoever!  Zo´n plek waar recht en vrede ver te zoeken zijn.

Op 11 november zijn er 40-dagen van bezinning aangebroken.
De 40 dagen van bezinning op de vraag: Hoe zal ik U ontvangen –
Hoe wilt zij zijn ontmoet.
We mogen hem ontvangen als de Mensenzoon, als degene die scheve verhouding recht komt trekken. Hij wil jou graag ontmoeten, als iemand die deelt met de armen, ver weg en dichtbij.
De invulling van ons discipelschap, lieve mensen, ligt in het diaconaat.

Bijna iedereen zal erkennen dat we Gods koninkrijk vaak meer tegen-houden dan eraan meewerken… We zijn immers zo vaak bezig met onze korte termijn belangen; ons vermeende eigen voordeel.

Het idee dat menselijk tekort, Gods barmhartigheid teniet zou kunnen doen, is van een zo ongekende hoogmoed… Het betekent namelijk
dat wij God zouden kunnen voorschrijven welke criteria
hij moet aanleggen.

Nee… hoe tegendraads we soms ook zijn;  Gods koninkrijk blokkeren,
dat willen we niet en dat kunnen we ook niet…   

Dat menselijk tekort, onze boosaardigheid dus,
valt bij Gods barmhartigheid volkomen in het niet.
Als je in het licht van Christus kijkt naar jouw zonden,
dan zie je er geen barst van.
Ik denk nog even terug aan de vrijwilligster in dat verzorgingshuis,  
die zette Gods barmhartig tegenover haar rechtvaardigheidsgevoel.
Het oordeel zou voltrokken worden met haar dogmatiek als richtsnoer…

Maar lieve mensen, de combinatie van “De Eeuwige God” met “het eeuwige vuur” is volkomen absurd. De gedachte dat Jezus me bang wil maken voor de hel en me zo op het rechte spoor wil zien te krijgen, is volkomen uit de seculiere lucht gegrepen.
Weet je wie er zo’n boek had, net als sinterklaas… Wodan. Dat zogenoemde rechtvaardigheidsdenken is heidendom in optima forma

Ik prijs me gelukkig dat de Eeuwige u en mij ziet als zijn kleine bondgenoten… en dat hij daarbij al onze fouten voor lief neemt…
Dat vertrouwen niet te hebben… In angst te moeten leven.
Ik moet er niet aan denken. Dat lijkkt me de hel… maar dan aan deze kant van het graf. Leven buiten de lichtkring van Gods liefde,
dat moet de hel op aarde zijn…

We leven in een van God vervreemdende wereld… Je zou je vertrouwen op de Heer verliezen, als je kijkt naar wat er gebeurt. Het lijkt of alle menselijkheid verloren gaat. De humaniteit is ver te zoeken.

 

Maar de Eeuwige laat ons weten dat wat verloren lijkt, wordt gevonden!
Wie is verdwaald, wordt weer op het spoor gezet.

Wij worden soms moedeloos, maar de eeuwige geeft niet op!
Hij brengt zijn schepping tot een goed einde –
Ons leven groeit naar een kwaliteit die we eeuwig noemen
en dan roepen we elkaar zijn naam toe: Ik zal er zijn voor jou!
Daar kun je vast op rekenen!
Er zijn voor de ander… We zijn terug waar we begonnen…
Het discipelschap van de gemeente, wordt ingevuld in haar diaconaat.
Dat het zo mag zijn – AMEN.