Voor God spelen?

Voor God spelen?

“Ik wil niet voor God spelen,” zei de arts, die Corrie van der Kolk
een euthanasie weigerde. Ik weiger om dat als goedkope dooddoener te beschouwen.
Het kwam Corrie, maar ook God duur te staan.  

Lilian geeft Corrie een stem.
Ik neem het – in alle bescheidenheid en mede namens Corrie – op voor God.

 

De arts spreekt – wellicht onbedoeld – vanuit een bepaald godsbeeld:
Een almachtige God, die beslist of en wanneer iemand dood gaat.
Dat is vreemd. Doodgaan is een fysiek proces.
Dat kun je toch niet aan een hogere macht toeschrijven?

Als je dat toch doet, speelt een arts dan niet ook voor god, als hij of zij levensreddend optreedt?

Ik geloof in God, maar niet in een almachtige.
Ik heb de God van de Bijbel leren kennen als bevrijder.
Ik ken daarover geen feiten. Wel een verhaal.
Een verhaal dat – tot nu toe – mijn vertrouwen waard is gebleken.
Dat verhaal vertelt me: Je bent vrij!
Je bent mens, tot niets verplicht, maar uitgedaagd die vrijheid waar te maken.
De vrijheid vormt de basis van de menselijke waardigheid.
Je bent vrij, omdat je het waard bent.

Een muzieksleutel, een paar kruisen of een enkele mol, bepalen de toonsoort van
een stuk. In Exodus 20 vormt de eerste zin die sleutel
 ‘Ik ben de HEER, uw God, die u uit Egypte, uit de slavernij, heeft bevrijd.
Wat volgt staat in die toonsoort: Je bent vrij!

Er volgen Tien Woorden in de toonsoort: Je bent vrij… en als je vrij wilt blijven,
dan kun je beter niet…  
Vul ze maar in: alle tien! Tien variaties op één thema.

Mocht één van die variaties tot onvrijheid leiden, ontstaat een dissonant.
Die is moeilijk te verteren, maar sleutel  blijft: Ik ben je bevrijder.

Onze uitdaging: Een antwoord formuleren.
Een gelovige probeert een medemens te laten delen in die vrijheid.
Ons  antwoord op vrijheid is:verantwoordelijkheid.

Een almachtige God wil geen antwoord.
Een almachtige beperkt je vrijheid en dus je verantwoordelijkheid.
Wie God almacht toedicht, ontneemt zichzelf een godsgeschenk:
de menselijke waardigheid. Wie niet antwoordt, ontneemt anderen humaniteit.

Corrie liet zich de humaniteit niet ontnemen.

Ze wachtte op het antwoord van een medemens. Dat antwoord kwam niet.
Opgesloten in de martelkamers van het leven, kende zij haar bevrijder.
Corrie legde zich er niet bij neer en was zo vrij om uit te breken.
Corrie zei: God laat me niet stikken!

Nee, God niet!

 

Pastor Ton.