Wodan en Sint Nicolaas

Dames en Heren


We leven toe naar de donkerste dagen van het jaar.

Heel diep in ons,
in de onderste lagen van ons onderbewuste,

maakt die winterse
duisternis diepe indruk.
Die duisternis is verbonden met oerangst…

Het is die niet of nauwelijks bewuste angst,
die ons ertoe brengt in de maand december elkaars gezelschap te zoeken.  Samen ben je immers sterker dan alleen.


We ontsteken – net als onze verre voorouders – grote vuren om de huilende
wolven op een afstand te houden.

We blazen op de
midwinterhoorn om de geest van de duisternis te verjagen.

We luiden de klokken en ontsteken knallend, knetterend vuurwerk
de angstaanjagende winterstilte te doorbreken.
We schieten op die donkerte met vuurpijlen en lichtkogels…
Het zijn, in velerlei opzicht, de donkerste dagen van het jaar.

 

Al die rituelen zijn nòg ouder dan de weg
naar Kralingen, want die is door de Romeinen aangelegd.
Het zit nòg dieper. Het zit in onze Oud-Germaanse genen,
om op zo’n lange donkere winteravond bij elkaar kruipen.
Daarvoor gebruiken we het liefst betekenisvolle ruimtes
plaatsen waar we ons veilig voel(d)en: het ouderlijk huis… een kerk.

 

Onze Germaanse voorouders kwamen, gehuld in berenvellen,
tijdens de donkerste dagen van het jaar bijeen op de plaatsen
met een diepreligieuze betekenis. Voor deze vooroudervereerders
waren dat begraafplaatsen… Ze zochten steun bij elkaar
en bij hen die waren voorgegaan.


Om de angst te verdrijven dronken ze bier;
warm bier uit de schedels van de overwonnen vijanden.
Hartverwarmend, nietwaar?

 

Ik hield dit verhaal ooit voor een Lionsclub, die in december
bijeenkwam in het kerkje van Oudendijk. Ook zij kwamen die
avond  bijeen op de graven van voorouders. Er waren tafels
aangericht op die heilige plek, tijdens de donkerste dagen van
het jaar.

Op die plek hadden wichelroedelopers vlak daarvoor nog vastgesteld dat er
heel wat energielijnen samen komen, op die plek, waar ooit de  enige kerk
op de hele West-Friese omringdijk werd gebouwd.

 

Het kan haast niet anders of juist op die plek hebben ook verre verre 
voorouders vuren ontstoken, om het licht en de warmte van de zon
als het ware te dwingen niet nog verder weg te gaan.



Ze wijden langdurige rituelen aan de zon die steeds later aan de hemel
kwam en steeds vroeger weer wegzonk achter de horizon, al dan niet
diep rood weerspiegeld in het kabbelende water van het Beemstermeer.

 

Die natuurmensen zagen dat hun lichtbron vermoeid raakte en steeds
minder hoogte kreeg, totdat…. totdat de zonnewende aanbrak. Totdat onze
voorouders ontdekten dat hij weer begon te klimmen, dat hij weer vroeger
opkwam en pas later onderging.

Vol verwondering zagen ze dat  gebeuren en zeiden Goooohhhht.

 

Ze waren verwonderd over de steeds terugkerende bewegingen van de maan en zeiden: Goohhht…

Ze waren verwonderd over steeds terugkerende donderslagen en bliksemschichten en zeiden: Goooohhh…t  –  Donar;

Ze waren  verwonderd over de liefde en het partnerschap en zeiden: Goooohhh…t  – Freija;

Ze verwonderden zich bij de bron van alle leven… de vruchtbaarheid… Gooooohhh…t – Wodan

 

Verwondering, de bron van alle religie.

Het is wonderlijk dat hun verwondering tot vandaag doorklinkt in de namen
van de dagen van de week… zon, maan, onze dinsdag is vernoemd naar Tyr,
de woensdag naar Wodan, de donderdag naar Donar, de vrijdag naar Freija
en ook de naam van de zaterdag heeft ongetwijfeld een religieuze achtergrond
al weet ik niet helemaal zeker welke.

 

Het zit dus heel diep… Het zit in onze genen.
Als moderne mensen hebben we die angst voor de winterse duisternis helemaal
niet achter ons gelaten. De gelovigen niet en de ongelovigen ook niet.
In de kersttijd versieren velen hun huis ook aan de buitenkant met verlichting.
Mij valt het altijd weer op dat het niet-gelovigen zijn,
die daar de meeste tijd en energie in steken.
Het is in menige straat angstwekkend licht.

 

Maar ook de gelovigen zijn er nog lang niet vanaf.
In de 4de  eeuw maakte keizer Constantijn het christendom tot staatsgodsdienst.
Op dat moment zocht de kerk naar een datum voor het vieren van een geboorte-feest. Uit een oogpunt van marketing is het een gouden greep gebleken daartoe het zonnewendefeest te kerstenen.

 

Wat eenmaal in de genen zit, is nauwelijks uit te roeien, moet de redenering zijn geweest… Kerst werd een doorslaand succes. Christenen vieren de geboorte van “Het licht der wereld” op de dag dat hun Germaanse voorouders grote vuren stookten
en heel veel olielampjes aanstaken.

Christenen vieren kerst in de tijd dat hun Germaanze voorouders kransjes kneedden van koekdeeg en ringvormig gebak aten als symbool van de kringloop der seizoenen. Ze offerden koeken in diezelfde vorm aan de goden, die hun namen gaven aan de dagen van de week.

 

Als dat kleine joodse vluchtelingenkind, dat jongetje dat ooit onderweg werd geboren in een stal, het geweten had.
Als hij geweten had dat er een heel nieuwe godsdienst zou ontstaan,
die mijlenver af staat van zijn joodse wortels.
Als hij geweten had dat er uit zijn optreden een organisatie voort zou komen,
die werd georganiseerd naar het model van het Romeinse keizerrijk;

Als hij het geweten had dat ze hem zouden gaan vereren met vormen die in het keizerlijk paleis gebruikelijk waren, dan was het misschien wel nooit kerstmis geworden.
Het is maar goed dat hij dat allemaal niet weet

 

Een citaat uit “Antwoord”, een boek over de wereldreligies…
Het oude Germaanse doden- en nieuwjaarsfeest werd in die vierde eeuw omgevormd
tot het feest van Allerzielen.Veel kerkelijke feesten werden in november,
december en januari gepland om de herinnering aan de Germaanse Joeltijd weg te
nemen. Men gebruikte dezelfde rituelen, maar vulde die anders in. Einde citaat.

Over die Joeltijd ertel ik graag nog iets meer.

In die tijd van het jaar joegen de goden in een wilde jacht door de ruimte met Wodan in hun midden. Wodan droeg een wapperende rode mantel en dekte zijn hoofd met een eveneens rode puntmuts.  

Wodan, door de Scandinaviërs Thor genoemd, heeft een lange witte baard en rijdt
op een schimmel, die de naam Sleipnir draagt.
Wodan heeft een grote lans in zijn hand en die schimmel was een wonderpaard,
dat met zijn acht poten over daken en wolken kon rijden.

 Wodan, de oppergod, was alwetend.

Alles wat de mensen beneden deden, werd hem verteld door zijn knecht Nikkhar,
die via de roetgaten in de Germaanse woningen de offergaven uit de schoenen
haalden en tegelijkertijd de bewoners bespiedde.
Alles werd opgeschreven in Wodans grote boek.

Daartoe had deze Noords-Germaanse God hoogstpersoonlijk de runen uitgevonden… Het Scandinavisch alfabet, waarmee hij ook zijn grote hobby uitoefende: de dichtkunst.

 

Kijk, Sinterklaas mag dan bekend zijn geworden als een christelijke bisschop, hij zou er niet hebben uitgezien als Wodan hem niet had aangekleed, had leren paardrijden, een donkere knecht had gegeven en hem niet van boter- en chocoladeletters had voorzien. Toch?

Wat is Sinterklaas zonder boek?
Wat is Sinterklaas zonder Zwarte Piet?
Wat is Sinterklaas zonder schimmel?
Wat is een sinterklaasfeest zonder rijmpjes?

Sleipnir zou al lang dood zijn als de kleintjes niet hun offer brachten
in de vorm van een wortel of een hap hooi en de Sint zou aan huis gebonden
zijn.

Er is niets op tegen onze kleinkinderen hun schoen zetten met wat hooi voor ’t
paard, maar de oorsprong ligt wel degelijk in het offeren aan Wodan, evenals
het zingen van liedjes bij de schoorsteen.

De Germanen
offerden (geluks)varkentjes aan Freia, de godin van geluk en rijkdom…
De  marsepeinbakkers in de  17de eeuw maakten…varkentjes met
een opvallend krullende staart.
Het verlangen naar geluk en rijkdom is ook zo’n oerwens van mensen,
die onze kinderen tot uitdrukking brengen door hun –  in runen geschreven – verlanglijstjes en door hun  platgedrukte neuzen tegen de etalageruit van
de speelgoedwinkel.

 

Er zijn perioden in onze geschiedenis geweest dat het feest van Sint Nicolaas enigszins naar de achtergrond verdween. Tijdens de reformatie bijvoorbeeld gingen alle heiligen de kerk uit. De enigen die deze “Beeldenstorm” hebben overleefd zijn Sint Nicolaas, Sint Maarten en de heilige Franciscus.

Het antipapisme van de Calvinisten is nooit sterk genoeg geweest om onze gemeenschappelijke wortels in het Germaanse heidendom stuk te krijgen.
Deze christelijke Wodan rijdt nog steeds, gehuld in een rode mantel en met een
rode puntmuts op over de daken; zijn knecht daalt nog steeds af in de roetgaten
van Germaanse woningen (de beschuldiging van racisme slaat echt nergens op) en schrijft alles op in het grote boek…

Niet stuk te krijgen!

 

In de tweede helft
van de 17-de eeuw maakte de verering van Sint Nicolaas weer een bloeiperiode
door. In die tijd werden jonge dochters ook hier te lande nog uitgehuwelijkt
door hun ouders.

Die ouders gebruikten het Sinterklaasfeest om hun dochters op de hoogte te
brengen van hun keuze. Ze gingen daartoe naar de banketbakker en gaven opdracht
een vrijer te maken. Een vrijer was een speculaaspop, die geheel naar het beeld
en de gelijkenis van de de toekomstige bruidegom werd gebakken en versierd met
wit suikerwerk.

Ook dit gebruik gaat terug op de Noords-Germaanse mythologie. Freier/Frija –
deze god van liefde en vruchtbaarheid is er zowel in mannelijke als in
vrouwelijke vorm – schonk aan jonge meisjes een gelukspop, die een afbeelding
vormde van haar geliefde en ook dat leeft dus voort in de tradities van speculaas-
en taai-taaipop.

 

Tussen Pasen en Allerheiligen, zijn er geen christelijke feesten…
Dat kon ook niet, want dan moest er worden gewerkt op de akkers.
Dat hoefde ook niet, want in de zomer wordt het niet echt donker…
Dan hoefde er geen angst te worden overwonnen…