Handen en voeten afhakken? Marcus 9: 30-50

Gemeente van onze Heer Jezus Christus
Lieve mensen van God

 

Meester, we hebben iemand gezien, die in uw naam demonen uitdreef.
We hebben geprobeerd hem dat te beletten, omdat hij zich niet bij ons
wilde aansluiten.

Johannes is in de weer met de organisatie van de geloofsgemeenschap. Johannes is aan het woord. Hij merkt op
dat er iemand handelt in de naam van Jezus, maar kan de betreffende persoon
niet vinden in zijn kaartenbak.

In de verzen voorafgaand aan de lezing van vandaag, discussieerden de
leerlingen over: wie van hen de belangrijkste is in die organisatie. Bij de
gelenheid heeft Jezus hem danig op zijn nummer gezet… 

Jezus heeft een kind in hun midden geplaatst. Een kind, dat in die tijd…
in die cultuur niks te vertellen had. Kinderen, en zeker weeskinderen,
waren afhankelijk van de goedigheid van volwassenen en dus kwetsbaar.

“Wie zo’n kwetsbaar wezen opneemt in de kring, die neemt MIJ op, zegt Jezus.
En wie mij opneemt, neemt degene op die mij gezonden heeft.
Het gaat in dit hoofdstuk om de vraag: Hoe geef je God een plek in je leven,
als persoon, als gezin, als gemeente, als kerk?

Het antwoord luidt: Door degenen die afhankelijk zijn van anderen…
met liefde de omringen…
Door degenen die kwetsbaar in het leven staan…
op te nemen in de kring van de gemeente.  

God krijgt een plek in je leven, als  ZIJN
NAAM waar wordt in jou bestaan:
IK ZAL ER ZIJN VOOR JOU.

Waar we kwetsbare mensen beschermen,
en afhankelijke mensen op eigen benen leren staan…
daar wordt iets zichtbaar van de gemeente, zoals die is bedoeld.
Daar wordt – in het doen en laten van de gemeente – Christus zelf zichtbaar.
Daarom is het pastoraat zo’n essentieel onderdeel van ons gemeente-zijn.
Daarom zijn instanties als de “De Hezenberg” en de HWK (Hulpverlening van uit de Westfriese kerken)  de visitekaartjes van de kerk in crisistijd.

Vandaag lezen we over een man die in de naam van Jezus demonen uitdrijft.
Demonen zijn de kwade machten, die je dwingen tot dingen je niet wilt,
maar toch doet.
Demonen beletten mensen om zelfstandig vorm te geven aan hun leven. 
Ze halen de grond onder je voeten weg, zodat je niet op eigen benen kunt staan.

Demonen zijn machten die je je vrijheid ontnemen
en je afhankelijk houden als een
kind… 
Ze belemmeren je groei naar: zelfverantwoordelijke zelfbepaling,
om met de pedagoog Langeveld te spreken.  

Ik moet denken aan een alcoholiste die haar gewoonte geheim wilde houden
en de pakken wijn verstopte in de tuin van de buren.
Nu ze een paar maanden droog staat, kan ze zich nauwelijks meer voorstellen
dat het ooit zover met haar gekomen is.
Ze schaamt zich omdat ze het verslavingsdemon heeft toegestaan
zo met haar leven op de loop te gaan… met alle gevolgen van dien

Ze weet hoe het voelt om de controle kwijt te zijn…
Om je leven niet meer  in eigen hand te hebben
Dat is geen leven…dat voelt alsof je dood bent…  
Gelukkig is er een geloofsgemeenschap die haar helpt op te staan.
Haar gemeente staat als een kring van liefde om haar heen.
Daar vindt ze vertrouwen.  Daar durft ze de waarheid over haar leven te vertellen. Dat maakt haar kwetsbaar, maar juist daar ligt haar kracht.

Dat is de grondgedachte van Jezus’ denken en doen…
De overtuiging dat onze kracht niet ligt in het organiseren van macht,
maar in dienstbaarheid… openheid en gastvrijheid.

Dat idee staat zo haaks op onze cultuur, dat we daar maar heel moeilijk mee uit
de voeten kunnen.  Wij hebben veeleer de
neiging om onze eigen belangen veilig te stellen, desnoods ten koste van de
kwetsbaren…
Nu in deze crisistijd onze belangen geschaad worden door de steenrijke
hogepriesters van de geldgod, die hun ongebreidelde macht botvierden
in de tempels langs de Zuid-as…. gaan wij bezuinigen op het budget dat
beschikbaar is voor de groei van kinderen in die wonen in hutten langs de
zandpaden in landen waar je de armoe ruikt zodra je uit het vliegtuig stapt.

Dienstbaar zijn?
Aan die Italianen van Berlusconi zeker of aan die vermaledijde Spanjaarden!
Openheid? Voor Bulgaren en Roemenen zeker… ’t Is wel goed!
Gastvrijheid? Ten opzichte van de Polen zeker? Doewieieieieie!

Wij mensen, wij organiseren de macht rond onze eigen belangen.

Dat is van alle tijden en alle plaatsen. Ook Johannes is ermee bezig.
Hij hoort dat iemand iets doet in de naam van Jezus,
zonder zich aan te sluiten bij de discipelkring.
In kerkelijke termen: Is hij wel gedoopt?
Heeft hij wel belijdenis gedaan?
Heeft hij wel een preekconsent?  
Doet hij mee met kerkbalans?
Past hij wel in ons systeem?
Kan ik hem wel in een hokje stoppen en zo ja in welk dan?

We zouden hem toch eigenlijk moeten verbieden om mensen te genezen…
althans om dat in de naam van Jezus  te doen…
Op die merknaam heeft immers de BV kerk de exclusieve rechten.



Vergeet het maar! Jezus zegt:  Wie niet tegen ons is, is voor ons.
Maar dat is een houding waarmee je gemakkelijk je hoofd stoot.
Iedereen vertrouwen tot het tegendeel blijkt…
Ik probeer op die manier in het leven te staan…
maar mijn volwassen kinderen vinden dat tamelijk naïef…  
Je kan maar beter op je hoede zijn. Zeggen ze.
De mensen zijn niet te vertrouwen en ik kan niet ontkennen dat ik ook daarvan
in het pastoraat soms sterke staaltjes meemaak.

 

Een paar weken geleden werd er in een dorp hier in de buurt gecollecteerd voor
een schoolkinderenproject in Burundi. Na afloop kwam er een oude meneer naar me
toe met de mededeling de kerk niet te veel aandacht aan die buitenlanders moest
besteden, want straks komen ze naar hier om de hele zaak over te nemen. “Bent u
daar bang voor?” vroeg ik.
Hij knikte…

Ik voelde medelijden en dacht: ’t Is toch zonde. En dat ishet ook… zonde.
Het woord dat de Bijbel gebruikt voor “zonde” komt uit de wereld van het boogschieten.  Zonde is… je doel missen.
Als de zwaartekracht vat krijgt op een mooie porseleinen vaas…
dan is dat dood- en doodzonde. Die vaas valt in scherven en mist zijn doel.

Als demonen vat krijgen op je leven, zullen ze verhinderen dat je voluit mens
wordt. Als er krachten en machten zijn die je weg naar volwassenheid, naar je
doel, blokkeren… dan is dat zonde.
Als er krachten zijn die jou van afhouden van de bestemming die de schepper in
je bestaan heeft gelegd… dan is dat zonde, jammer, spijtig…
Er komt een mens niet tot zijn of haar recht.

Het is ook zonde dat de kerk eeuwenlang zo krampachtig met dat begrip ”zonde” is
omgegaan. Het is helemaal in de moralistische sfeer terecht gekomen. Zonde is slecht… Zonde is dat je de regels overtreedt, is ons gezegd.

U denkt toch niet echt dat de Heer der Heerscharen,
de schepper van hemel en aarde, die uit is oprecht en vrede…
de God voor wie de liefde de enige kracht is, die er werkelijk toe doet…

Ooit las ik een verhaaltje over twee beren.
Ze kwamen bij Noach en vroegen of ze mee mochten in de ark.
Ook Noach was van de regeltjes en vroeg:
zijn jullie man en vrouw?
De beren keken elkaar aan en zeiden:
Nee, wij zijn man en man, maar we houden wel heel veel van elkaar.
Noach schudde zijn hoofd.
Het spijt me heren, maar in de geval…
De beren dropen af… en toen de Eeuwige dat zag,
begon hij zo onbedaarlijk te huilen dat zijn tranen
de aarde vulden en – na 40 dagen – zelfs de bergen onder water stonden.

Het Gehenna heet in het Nederlands “de hel.”
De moralisten sturen daar zondige mensen heen …
Zondige mensen, dat in hun ogen zijn degenen die de regeltjes hebben overtreden,
moeten na hun dood naar het Gehenna…. “De hel.”

Jezus is geen moralist.
Jezus vertelt ons, dat mensen die hun doel missen, geen soort van leven hebben…
Wie zin doel mist, gaat door een hel….Hier en nu.
Wie zijn doel mist, doet anderen de hel aan… Hier en nu.
Je mist je doel als je macht organiseert rond je eigen belangen!

Assad, de machthebbers die zijn eigen bevolking de dood injaagt om zelf de baas
te kunnen blijven. Hoe kortzichtig kun je zijn?
De baas blijven… waarover? Over de puinhopen van Homs en de ruines van Aleppo. 

Wie de macht organiseert rond zijn of haar eigen belangen…
creëert een Gehenna, voor de ander en voor zichzelf.
Hoe je het ook wendt of keert… Het recht zal zegevieren,
ooit breekt de vrede uit op aarde zoals in de hemel….
Eenmaal kraait het Godsrijk koning. 

Een voet, gestoken in een soldatenlaars, vertrapt het recht en mist zijn doel.
Die voet is niet waard dat hij bestaat… Die kan weg! Daar heb je alleen maar
last van. Een hand, gestrekt om te slaan, mist zijn doel…
Die hand draagt niet bij aan het koninkrijk. Die hand kan weg!
Daar heb je alleen maar last van.   
Een oog, dat steeds begerig kijkt  is het licht niet waard…

Dat oog kan weg! Daar heb je alleen maar last van.
Handen heb je om te geven… van je eigen overvloed….
Voeten heb je om te lopen naar de mens die eenzaam is…
Ogen heb je om te zien dat die ander is als jij… medemens.

De moralist leest de teksten over het afhakken van handen
en voeten en het uitrukken van ogen
als de strafbepalingen in een wetboek van strafrecht.  
Het evangelie is geen wetboek van strafrecht…
en Genesis geen natuurkunde-boek
en de Koran is geen van beide.

Dat misschieten, die zonde met al zijn gevolgen, hoort bij het leven van
mensen… We zijn niet volmaakt, maar wel in staat daar naartoe te groeien.
Groeien gaat van au! Tegenslagen? Daar wordt je groot van!

Iedereen moet met vuur gezouten worden. Vuur loutert… zout reinigt.
De verslaafde mevrouw waarover ik sprak moet een schadebrief schrijven…
aan haar geliefden. Een brief waarin ze aangeeft, dat ze de schade die ze heeft
aangericht, niet bagatelliseert maar voluit onder ogen ziet.
Ze gaat zichzelf tegenkomen en ziet daar vreselijk tegenop …

Ze zal hem voorlezen aan de groep cliënten in de instelling waar ze werkt aan
haar opstanding.  Dat wordt een moment waarop ze kwetsbaar zal zijn…
Nog kwetsbaarder wordt het als ze die brief thuis voorleest in de kring van
haar geliefden, want daar is hij voor bestemd. Ze zal zo kwetsbaar zijn als dat
kind uit het begin van het verhaal… maar weet dat het enige weg is om weer te
worden opgenomen in de kring van liefde. 

Ziet u, het is nu juist die kwetsbaarheid, waarin de krachtbron van de
gelovige… is gelegen. Zo kun je immers altijd opnieuw beginnen.  In de kring van liefde wordt niemand definitief naar het Gehenna verwezen; daar is het vuur een louterend vuur, het is wel heet en pijnlijk, maar niet voor altijd.

Daar is het zout een reinigend  zout… Het prikt wel in die open wond, maar die pijn is niet voor altijd. In de kring van de liefde is sprake van opstanding.
De Heer is ons voorgegaan op een weg van kwetsbaarheid in zijn lijden en sterven.
De Heer is ons voorgegaan op een weg die neerdaalt in het Gehenna, het
dodenrijk, de hel zo u wilt… en op de derde dag opgestaan uit de doden.

De vurige pijn van het vuur  is louter loutering,
De bijtende pijn van het zout in de wond… is zuivere zuivering

Het Gehenna is overwonnen  – er is sprake van opstanding!
En ook dat is niet eenmalig, ooit op een mooie paasmorgen…
Dat gebeurt vandaag… misschien niet ieder uur, maar vaker dan je denkt…
In het verborgene… ergens op een landgoed bij Hattem

in een gesprek op de Huesmolen bij de HWK

in een pastoraal gesprek met een ouderling
of een pastor of een dominee

De kerk, de gemeente kan zo’n krijg van liefde zijn,
zo’n opstandingsgemeenschap, van waaruit mensen – gelouterd en wel –
weer op weg gaan naar hun doel. Vraag het maar aan die alcoholiste.

In vers 50 lezen we:
Zorg dat jullie het zout in jezelf niet verliezen en bewaar onder elkaar de
vrede.

Dat het zo mag zijn.

AMEN