Ze keerden langs een andere weg terug.

Gemeente van
onze Heer Jezus Christus   –  Lieve mensen van God.

Toen ik in augustus 1981 vanuit het Brabantse Zundert naar Noord-Holland verhuisde, werd ik op 11 november verrast door kinderen die, gewapend met een lampion,  Sint Maarten-liedjes kwamen zingen.

Gelukkig had mijn vrouw op tijd van die traditie gehoord en voldoende lekkers ingeslagen. Ik mocht meteen diezelfde avond met onze toen 6-jarige zoon mee langs de deuren om met hem het feest van een heilige te vieren, waarvan ik tot die dag nauwelijks had gehoord.

Het ritueel kende ik wel, maar dat werd Brabant op 6 januari voltrokken.
Kinderen verenigden zich in drietallen, verkleedden zich als de drie koningen
en trokken – eveneens voorzien van een lampion – langs de deuren in de hoop veel
snoep op te halen.

Zes januari, het feest van Driekoningen. In de oosters orthodoxe wereld – en
daar wonen zo’n 300 miljoen christenen – is 6 januari nog steeds de datum om de
geboorte van Christus te vieren. Ze beleven nu hun lange kerstweekend.

Het feest van de verschijning van de Heer wordt zowel in de liturgie als in de
huiselijke kring uitbundig gevierd.

De westerse
kerk sluit officieel op 6 januari de kersttijd af. Daarna wordt de kleur van de
antependia weer groen. Omdat wij vandaag Mattheüs 2 lezen en je dus kunt zeggen
dat we het feest van de verschijning vieren, heb ik de koster gevraagd vandaag
nog witte kleden te gebruiken.

Zoals de periode van 25 december – 6 januari kersttijd wordt genoemd.
Zo heet de periode van 6 januari tot aswoensdag: Epifaniëntijd.
De tijd van de verschijning. In die periode stelt de westerse kerk zich de vraag:
Hij is verschenen, maar wie is hij nou eigenlijk?
Je zou het een kennismakingsperiode kunnen noemen.

En u vraagt wellicht: moet dat dan?
Is het voor ons, doorgewinterde christenen, nodig om een kennismakings-periode
in te gaan?
Ik hoop het voor u.
Ik hoop dat de viering van het kerstfeest u weer nieuwsgierig heeft gemaakt.
Ik hoop dat u open staat voor een zich hernieuwende kennismaking.
Ik hoop dat u het kind van Bethlehem,
de man van Nazareth,
die gast op de bruiloft te Kana,
de heelmeester van Kapernaüm,
de lijdende knecht van Golgotha,
de opgestane Heer… in telkens nieuwe situaties,
telkens weer opnieuw wilt leren kennen.  

Een man vergeleek zijn vrouw eens met een spannend boek,
maar wist vervolgens te melden dat hij het uit had…
Goddank zijn er ook boeken waarin telkens weer nieuwe dingen ontdekt,
ook na een relatie van vele jaren. 
Wie zegt Jezus door en door te kennen
kon wel eens last van hoogmoed hebben…


We beginnen aan een periode van nadere kennismaking.
Wat komt Mattheüs, de joodse schrijver, die zich richt tot joodse lezers,
ons vanmorgen dan voor nieuws vertellen over Jezus?
Mattheüs vertelt ons dat Gods grote droom in vervulling gaat,
De verschijning van de Heer,
de geboorte van het kerstkind
de menswording van God
is in de ogen van Mattheüs de vervulling
van Gods ultieme droom,
die het joodse volk met zich meedraagt door de geschiedenis

Hoezo?  Kijk maar naar Jesaja 60.
De droom van het godsvolk is
dat alle andere volken optrekken naar Jeruzalem.
De grote droom van Israël is dat God zich zo zal manifesteren op aarde,
dat niemand er meer omheen kan.
God zal zich manifesteren als het stralend middelpunt van het heelal
en Jeruzalem als het al even stralende centrum van de wereld.

In het verhaal van Mattheus is de ster het symbool van die droom.
De stralende ster, die Bileam in Numeri 22 ziet opgaan uit Jacob,
de koningscepter die verrijst in Israël.

Bileam,  profeet uit de volkeren, een
heiden onderweg om Israël te vervloeken, maar door een engel met een vlammend
zwaard terug op het spoor gezet.

De droom van Israëls God is,
dat mensen magische zegenspreuken en vervloekingen achter zich laten.
dat mensen de pogingen staken om hun lot te voorspellen.
Dat ze ophouden de toekomst af te lezen uit horoscopen,
tarotkaarten, uit de loop van de sterren,
uit kristallen bollen of heilige boeken.

Mensen willen de toekomst kennen,
om die in eigen hand te krijgen.
Mensen grijpen vooruit,
om hun angst voor de toekomst de baas te worden.  

Maar de grote droom van Israëls God is dat mensen doen wat Abraham deed.
Uittrekken uit het heidendom. Uittrekken uit angstland. Weg uit de religies en
politieke systemen die de menselijke angst aanwakkeren en uitbuiten…

Abraham daf zijn hele toekomst – uit  handen.
Hij was bereid zijn zoon af te staan op de berg Moria. 
Dat is Sion, dat is de tempelberg, dat is Jeruzalem.)  

De droom van Israëls God is dat alle volkeren hun streven naar macht over
elkaar opgeven
dat ze hun rijkdom met elkaar delen
omdat ze die ster hebben gezien…
omdat ze hebben ontdekt dat alleen die manier van leven
de kwaliteit biedt, die de Eeuwige van den beginne voor ogen staat.

In Israëls droom heeft de Eeuwige zich op aarde een Makum, een Mokum, een woonplaats verkoren: Jerusjalaïm.  Stad van Sjalom… Stad van vrede. 

Waauw – wat een droom. En die droom gaat – zo vertelt Mattheüs – in vervulling
bij de epifanie van de Heer, bij de verschijning van Jezus Messias.

Mattheüs laat ons eerst zien,  dat Jezusstaat in de traditie van Israël.
Het is alsof hij zeggen wil: Degene die hier verschijnt is voluit verbonden met
Gods uitverkoren volk. Jezus is een joodse man en don’t you forget it.
Dat moeten we inderdaad niet vergeten,
want alles wat hij zegt,
alles wat hij doet en alles wat er over hem geschreven is,
staat in de context van de joodse traditie,
van de joodse godsdienst en de omstandigheden
waarin het joodse volk op dat moment verkeert.

Als je ook maar iets van Hem wilt begrijpen, als je hem in de epifaniëntijd ook maar een klein beetje beter wilt leren kennen, moet je dat goed onthouden: Jezus is een joodse rabbi. Ons eerste testament is zijn bijbel…

Het volk leeft in bezet gebied. Jeruzalem is occupied territory.
In Bethlehem, dat stadje op de westelijke Jordaanoever,
wonen joodse mensen die onderdrukt worden door vreemdelingen,
die zomaar hun land inpikten.   Ja, het kan verkeren… zei Bredero.

De Romeinen vielen binnen en nu zwaait ene Herodes er de scepter,
namens de keizer te Rome: Augustus.
De positie van die Herodes is niet echt benijdenswaardig.
In een modern bedrijf zou je zeggen:
Hij behoort tot het middenmanagement:
Door zijn superieuren wordt hij veracht…
door zijn ondergeschikten gehaat.
Hij moet er alles aan doen om zijn positie te handhaven.
Hij heeft geïnvesteerd in de renovatie van de tempel van Jeruzalem
om zijn onderdanen te paaien…
Hij treedt keihard op tegen wat hij ziet als vijanden van de keizer…
om Rome te vriend te houden.
Het kost allemaal vel geld en moeite…maar Herodes heeft alles onder controle.

Maar als we ons die Herodes voor de geest halen,
dan zien we een man die de droom van Israëls God misschien wel kent,
maar er niets van moet hebben.
Hij hoeft niet op te gaan naar Jeruzalem…
Hij zit er al.
Hij  zit in Jeruzalem om macht uit te
oefenen… niet om die uit handen te geven
Hij zit in Jeruzalem om rijkdom te vergaren… niet om te delen. Kom nou…

Herodes heeft een bloedhekel aan delen en dingen uit handen geven.
Herodes wil zoveel mogelijk eigen soevereiniteit behouden…
Herodes moet niets hebben van ontwikkelingshulp of Europese noodfondsen.
Als die Grieken het spel niet meespelen, dan krassen ze maar op.
Herodes wil controle… Alles zelf in de hand houden.

Nee, die droom van je macht uit handen geven;
je toekomst leggen in de handen van de Heer;
je bezit delen… Nee, dat is niks voor Herodes,
zoals het ook niks is voor moderne politici
en voor veel moderne mensen
binnen en buiten de kerk.

Die droom gaat recht tegen onze natuur in…

Die droom is zo anders, zo helemaal niet van deze wereld,
dat heel veel mensen zeggen dat het op Gods manier helemaal niet kan…
Het is zo tegendraads dat heel veel christenen beweren
dat God het zo ook niet bedoeld…

De aarde is van God… Jawel, maar dit stukje is van ons en hier zijn wij de baas
en dat moet ook vooral zo blijven…Sommigen beweren zelfs dat God een speciale
band heeft met de delta van Rijn en Schelde. Ook de houding van Herodes is best
herkenbaar…

En dan… dan staan er – ook bij ons – ineens drie magiërs aan de deur,
die nota bene vragen naar de pasgeboren koning der joden.
Hij schrikt zich een slag in de rondte. Hij is ontsteld.
Hij is even de controle kwijt en dat voelt heel onaangenaam voor machtsbeluste
mensen. Hoe krijg ik deze zaak weer onder controle?

Waar kan die koning geboren zijn? 
Bethlehem! melden de theologen.
Hoe krijg ik hem te pakken?  De magiërs moeten hem zoeken en op de terugweg komen melden waar ze het kind gevonden hebben.
“Dan kan ik het kind ook eer bewijzen.” Begrijpt u wel…

De vreemdelingen zijn blij met de nieuwe reisinformatie en het blijkt nog te
kloppen ook, want op du moment dat ze Jeruzalem verlaten staat die ster weer
aan de hemel. Die tom tom avant la lettre, brengt hen naar een huis in
Bethlehem. (De stal is van Lucas) Daar vinden ze het kind en brengen het hun geschenken…

Ze geven Hem hun goud… Onze platte westerse manier van omgaan met teksten heeft dit verhaal teruggebracht tot een kraamvisite met mooie cadeaus. Alsjeblieft…
voor de spaarpot van de kleine.

Maar de vertelkunstenaar Mattheüs kent de symbolische waarde van goud.
Goud staat voor geld en macht. Als je dit verhaal leest binnen de vertelcultuur
van het oude oosten, dan weet je dat de volkeren van de wereld hier hun macht
uit handen geven en die leggen in de handen van een weerloos kind.
De volkeren erkennen de droom van Israëls God. Niet geld en macht brengen
kwaliteit in je leven, maar overgave. Van die overgave aan Gods droom van recht
en vrede , van de aanbidding is wierrook het symbool. Wierrook laat zien dat
mensen beschikbaar zijn om die droom te helpen waarmaken.

De rasverteller, die Mattheüs is, voegt in zijn verhaal over Jezus nog een derde element toe: Mirre, kostbare zalfolie.
Jezus’ koningschap wordt nu al bevestigd, maar mirre is ook de olie waarmee de
gestorvenen worden gezalfd. Het is nogal dubbel. Het is zo dubbel als het leven
zelf… De weg van deze koning zal een lijdensweg zijn. Hoe kan het ook anders
als keizer Augustus en koning Herodes en heel Jeruzalem met hen … je
tegenstanders worden.

De traditie van de kerststallen heeft van die derde magiër een zwarte koning
gemaakt. Zou dat zijn omdat zwarte mensen in deze wereld nog beter weten wat
lijden is, dan blanke? Nobody knows the trouble I have seen…

Nico ter Linden zegt: Zo schonken de magiërs uit het oosten het godskind de gouden schat van hun leven; de wierrook van hun gebeden en de mirre van hun versterving. Er spreekt grote wijsheid uit hun geschenken – ze worden dan ook niet voor niets:
de wijzen uit het oosten genoemd.

Maar die wijsheid zit ook nog wat dieper. De ultieme wijsheid is de vreze des
Heren, leerden we uit de joodse bijbel. Wijsheid is telkens weer proberen je goud
en je wierrook uit handen te geven, Jezus te zalven tot koning van je leven,
wetende dat het je weerstand, pijn, ja zelfs je leven kan kosten…

Mensen die desondanks die weg gaan… vertrouwen 
er op dat de derde dag goed nieuws zal brengen… Dat op de derde dag, de
crisis een positieve wending zal nemen… ten derden dage opgestaan uit de doden. 

Nog even terug naar ons verhaal, want in de mirre mag dan een lijdensweg besloten
liggen, het zou toch wel heel sneu zijn als koning Herodes’ plan al meteen tot
de ondergang van dit kind zou leiden. Dat verhoede de Heer…

Dat verhoedt de Heer inderdaad. Daar moeten wel engelen aan te pas komen. Aan
magiërs wordt van Godswege duidelijk gemaakt dat ze niet via Jeruzalem terug
moeten keren. Jozef krijgt vanuit de hemel te horen dat hij naar Egypte moet.
Er is in de geboorteverhalen – zowel bij Lucas als bij Mattheüs –  druk verkeer tussen hemel en aarde. Ja, dat
is logisch als God als een weerloos klein mens te midden van machthebbers als
Herodes en Augustus.

Hoe dan ook een hemelse boodschapper zorgt ervoor dat ze langs een andere weg
terugkeren

En alweer… in onze platte westerse manier van omgaan met niet iets dieper gaande oosterse teksten hebben we de neiging te denken dat ze op de de tom- tom van hun kamelen intikken: hoofdsteden vermijden.

Maar daar gaat het niet om.
Het gaat er om dat hun bezoek aan het kind van Bethlehem,
hun levenswijze verandert,
ze hebben daar hun macht en hun rijkdom ingeleverd.

Bij dat bezoek aan dat huis in Bethlehem
hebben niet een paar individuen hun cadeautjes afgeleverd,
maar daar is duidelijk geworden dat ook de volkeren, de gojim, de niet-joden
welkom zijn als Gods droom van recht en vrede willen helpen waarmaken.
De droom die zorgt dat ieder mens tot zijn recht kan komen.
De droom waarover Jesaja zong:

Volken laten zich leiden door jouw
licht,  koningen door de glans van je schijnsel.
Open je ogen, kijk om je heen: ze stromen in drommen naar je toe;
je zonen komen van ver, je dochters worden op de heup gedragen.
Je zult stralen van vreugde als je het ziet, je hart zal van blijdschap
overslaan.

Laten we – met van blijdschap overslaande harten- de nieuwe week ingaan en
tijdens de rest van deze zondag nog eens nadenken over de vraag  wat
die andere weg voor ons zou kunnen betekenen…

Moeten we misschien  andere wegen bij de
opvoeding van onze kinderen?
Moeten we misschien andere wegen gaan in de omgang met onze partners?
Moeten we misschien andere wegen gaan in het kerkelijk leven?

De kersttijd zit erop. We zijn weer op bezoek geweest bij het kind van Bethlehem.
Geve de Heer, dat ook wij langs een andere weg terugkeren dan we gekomen zijn.

Dat het zo mag zijn.
Amen.