Het valt niet mee

Gemeente van onze heer Jezus  Christus  / Lieve mensen van God

Het valt niet mee…
Het ligt  ons niet zo … wat zeg ik?
We zijn allergisch voor een God die boos is.
De schuldcomplexen, opgeroepen door donderpreken
hebben te veel narigheid veroorzaakt. Wij knielen niet op een bed violen.

Maar wie Ezechiël 14 op zich laat inwerken ontkomt er niet aan.
Als het niet zo tegenstrijdig klonk, zou je zeggen: God is des duivels!
God is boos, heel erg boos, omdat het allemaal zo verschrikkelijk is misgegaan.

De Heer heeft de mensen zijn wet gegeven om daarmee te leven zoals psalm 119
dat bezingt:

Welzalig wie de rechte wegen gaan,
wie in de regels van Gods wijsheid treden
Zalig wie zijn getuigenis verstaan,
van ganser harte zoeken naar uw vrede.
Geen onrecht en geen dwaling lokt hen aan.
De weg der zondaars wordt door hen gemeden.

Het eerste couplet schetst het ideaalbeeld. Zo zou het moeten, zo zou het
kunnen!.
Nu wist ook de psalmist wel dat mensen geen heiligen zijn. Ook de schrijver van
deze psalm weet van menselijk missers. Daarover zingt hij al in het tweede
couplet:

Gij hebt ons hart uw orde opgelegd,
opdat wij die met ijver onderhouden
Ach, ging ik toch de wegen van uw recht,
dan stond ik niet beschaamd, als ik vertrouwde
op wat gij in uw liefde tot mij zegt
als ik de schoonheid van uw wet aanschouwde.


Als de psalmist kijkt in de spiegel van Thora, dan staat hij beschaamd.
Waarom?

Hij schaamt zich omdat hij de wegen van recht en liefde niet vertrouwt.
Thora laat zien hoe mooi het leven kan zijn, als rechtvaardigheid en liefde
de bepalende waarden zijn.  
Wat zou het leven goed zijn, als we vol ijver Gods orde, Gods uitgangspunten
zouden onderhouden. Ja, dan zou het leven mooi en goed zijn.
We zouden leven in het land van belofte… Maar we zijn, net als Israël,
ballingen. Weggevoerd naar een land waar andere waarden gelden.
Waar mensen liefde en recht  kwalificeren als soft gedoe…

Wij geloven niet in liefde en recht als uitgangpunten voor ons leven en
samenleven. Een mooi voorbeeld.
Een paar weken geleden discussieerde het partijcongres van een – ooit – grote
christelijke partij in dit land over 
haar uitgangspunten. Het begrip compassie werd als dragend princile ongeschikt
verklaard. Op basis van compassie kun je geen samenleving opbouwen… Wat nou
compassie? Niks daarvan!

Die vluchteling moeten terug! Dat rugzakje moet weg!
Wat nou gastvrijheid? Weg met die alleenreizende minderjarige asielzoekers…

Dat de mensheid weinig leert van
de geschiedenis is algemeen bekend.
Dat is dom, maar tot daar aan toe… 
Dat we de heilige boeken niet meer serieus nemen,
dat we ons niet meer spiegelen aan de verhalen uit de heilige schriften,
dat we de geboden met voeten treden… dat brengt ons ver van huis,
ver van  Jeroesjalaïm, de stad
van vrede en recht…

ver van het beloofde land…

God ziet zijn plan de mist ingaan…
Zijn teleurstelling is groot
Hij ziet hoe zijn mensen in ballingsschap gaan…
Hoe ze zich uitleveren aan de mammon…
Hoe ze zweren bij kracht en geweld.

Ezechiël verwoordt  Gods boosheid als de machteloze
woede van iemand die een mooi plan ziet mislukken, omdat niemand er zich echt
voor inzet…
We zijn immers te belabberd om ons in te zetten voor recht en vrede.
Wij zijn jaloers op degenen die via andere, vaak slinkse wegen korte termijn
successen behalen. We zijn ballingen, in de ban van oneliners…
te beroerd om na te denken: wat een traagheid.

W

e leven inmiddels al meer dan 65 jaar in vrede. Europa is het enige werelddeel waar compassie en solidariteit decennia lang dragende principes waren.
Maar er lijkt een land te ontstaan dat niet meer mee wil doen…
een land dat meer en meer kiest voor geld als het hoogste goed,
en dan liefst met een nationale munt.

We leven inmiddels meer dan 65 jaar in ongekende welvaart.
Dat wordt niet als een cadeau beschouwd,  maar als iets van ons!
Dat is geen genade, maar verdienste! Daar mag niemand aankomen.
Die welvaart  ga je toch niet delen met
armoedzaaiers uit het zuiden?
Niet met corrupte Grieken of luie negers, niet met Mauro of een homo uit Irak.
Wij hebben onze welvaart… en als die anderen dat ook willen,
dan moeten ze net zo goed worden als wij…  
Wat een hoogmoed.

Ik hoor dat we bezig zijn onze eigen cultuur te beschermen
Ik hoor dat wij het christendom overeind moeten houden tegenover de moslims.
De koningin zei ooit dat de leugen regeert.
Het klinkt vroom, maar het is een grote leugen!
 

Karl Barth, de grote Zwitserse theoloog, beschreef in zijn dogmatiek de menselijke zonde in die drie termen: Hoogmoed, leugen en traagheid.

Natuurlijk had ik u ook kunnen vertellen waarom God 600 jaar voor Christus boos
was op Israël en dat volk in ballingsschap stuurde. Maar de verhalen zijn ons
niet overgeleverd om te zien hoe dom ZIJ TOEN waren, ze zijn ons overgeleverd
als een spiegel, waarin we onszelf kunnen zien, waaraan we ons eigen
gedachtegoed kunnen meten.

In de lezing vallen de namen van Noach en Job en Daniël.
Mensen die als rechtvaardigen bekend staan. Maar wat zegt onze tekst daarover?

Zij zullen met hun rechtvaardigheid alleen zichzelf redden.

Dat was een wijdverbreide opvatting in het Jodendom.
De rechtvaardigheid van een persoon, werd niet alleen die persoon aangerekend,
maar straalde a.h.w. ook af op zijn omgeving… en die omgeving werd vaak heel
ruim genomen. Als zo’n rechtvaardige onschuldig moest lijden, dan kwam dat niet
alleen hem te stade, maar het gold ook als verzoening voor een wijde kring van
mensen om hem heen. De klassieke verzoeningsleer is op die opvatting gebouwd.



Maar in Ezechiël wordt die opvatting uitdrukkelijk tegengesproken. Hier wordt
iedereen individueel verantwoordelijk gesteld voor de wijze waarmee hij of zij
omgaat met de spiegel van verhalen. Je bent zelf verantwoordelijk voor je eigen
ballingschap. Je bent zelf verantwoordelijk voor de manier waarop je je leven
vorm geeft. We kunnen onze verantwoordelijkheid niet afwentelen op iemand
anders.

We zijn verantwoordelijk voor onze eigen hoogmoed, onze eigen traagheid, onze
eigen leugens. Nu denkt u misschien… Ja ho ho ho …. Zo slecht zijn we nou ook
weer niet! Dit gaat niet over ons.. dit gaat over andere mensen… daar heb je
die hoogmoed weer… Die ander is als jij; jij bent als die ander… en dat geldt
natuurlijk ook voor mij.

Johannes neemt ons mee naar de tempel.
Ook in die tijd verkeert Israël in ballingschap.
O  nee, niet in geografische zin, maar ze zijn wel ver van huis.
Het land is bezet door de Romeinen.
Jeruzalem, ooit de stad van vrede en recht, is bezet gebied…
Jeruzalem, ooit de plek van waaruit recht en vrede zou uitgaan over de hele
aarde, is gedevalueerd tot een Romeins provinciestadje met een arena voor gladiatorengevechten en een atletiekstadion, zoals alle andere steden.

De stad is nog niet verwoest, maar de droom ligt in duigen.
Het paasfeest is aanstaande. Elke rechtgeaarde jood offert een lam…
In oude tijden brachten pelgrims een lam mee van hun eigen kudde,
maar in de dagen van Jezus kon je er eentje kopen… in de tempel.

Met Pasen betaalde je ook je tempelbelasting… een soort kerkbalans, maar
daarvoor gebruikte je geen Romeins geld, met de beeltenis van de keizer daarop.
Dat geld moest eerst worden gewisseld.

De priesterclan rond de tempel hield deze verkoop en wisselpraktijken
maar al te graag overeind, want daar hielden ze en leuke jaarlijkse bonus
aan over. Het offer van het paaslam was bedoeld als bevestiging van de
bevrijding uit Egypte. Je brengt een offer ter bevestiging van de bevrijding …
daar kom ik zo op terug.

Maar die handel in lammeren en de praktijken van de wisselaars gingen daar
lijnrecht tegenin. De gewone mensen voelden zich enerzijds de ballingen van de
Romeinen en anderzijds de gevangenen van de priesterkliek die daarmee
samenwerkte. Hoezo bevrijding? Hoe zo bevestiging? Het enige wat er bevestigd
wordt is de baan van de priester… het inkomen van de collaborateurs.

Jezus onderkent de hoogmoed van debezetters, de traagheid van de bevolking en de leugen van de priesterkliek …ij rammelt dan ook het hele zootje de tempel uit. Deze praktijken kloppen niet met de inhoud van die kist, die ark van het verbond…
ie in ditzelfde gebouw – in het heilige der heilige wordt bewaard.

Op het eerste gezicht lijkt dit een rituele reiniging, maar het is een puur
politieke daad. Wat denken die Romeinen wel en hun maatjes wel? Dat ze hem tot
een balling in eigen land kunnen degraderen? 
Dat ze hem zijn vrijheid zouden kunnen ontnemen? Dat ze de bevrijdende
woorden van de Here God, zouden kunnen inkapselen in een groots religieus
getint spektakel met veel offers en prachtige koorzang? Amme nooit niet!
Weg ermee!
Ammenooit niet! Desnoods ga ik daarvoor de strijd aan. Desnoods wordt ik zelf het Paaslan dat de bevrijding van de mens bevestigt!

Jezus wil de woorden van Thora niet alleen horen en lezen… Hij wil ze ook doen,
want daar zijn ze voor! Om ze te doen! Om vrede te stichten en gerechtigheid te
bewerkstelligen. Natuurlijk pikken de machthebbers dat niet… die hebben alleen
belang bij het voortbestaan van de status quo… die willen dat alles blijft
zoals het is.

Die naar binnen gekeerde houding van halen, hebben en houden;
de mentaliteit van graaien en grijpen wat je grijpen kan
is zo benauwend, zo verslavend, zo helemaal tegengesteld aan Gods plan,
dat ook Jezus in toorn ontbrandt. In Hem is God onder mensen komen
wonen… Het is diezelfde machteloze woede die we in Ezechiël zagen…
de woede van teleurgestelde liefde… de God die zoveel van mensen houdt, dat hij ze de vrijheid heeft geschonken; Die God bevestigt in de gestalte van Jezus van Nazareth zijn liefde voor mensen. Hij bevestigt de vrijheid door zich niet van de wijs en niet van de weg te laten brengen. Ook al is het een lijdensweg!

We hebben het over de God die zoveel van mensen houdt, dat hij ze Thora heeft gegeven… niet om die vrijheid in te perken, nee om die juist in stand te houden….

 

We hebben het over de God die zei:Je bent nu vrij, als je vrij wilt blijven…
Houd je dan aan al deze woorden…  verblijd je in de wet want Thora zal je heil
brengen.  En wat doen de mensen met dat geschenk? Ze maken er misbruik van…
Ze roepen onheil over zich af… Ze raken in ballingschap.
Ze raken verslaafd aan geld, aan drugs,
aan seks, aan macht…
Niet de liefde is bepalend voor hun handelen, maar een simpel vijandsbeeld.
Niet het recht bepaalt hun doen en laten, maar wat hen het meeste voordeel
biedt
Niet de ware vrede is hun streven. Hun ontembare machtwellust is de drijfveer.
Dat geldt in de politiek en in allerlei besturen… tot in kerkenraden toe.
Het valt echt niet mee… God is intens teleurgesteld…

Vader God is boos en vooral heel verdrietig.

In protestantse gemeente van
Andijk en Wervershoof, waar ik als pastor werkzaam ben, komt maandelijks een
flinke groep mensen bijeen in het leerhuis. Daar kwam de laatste keer de
vraag  naar de verzoening op tafel. De
vraag werd op een gegeven moment zo geformuleerd: Is Jezus gestorven voor onze
zonden of door onze zonden?  Met dat  “voor onze zonden” hebben een heleboel mensen
moeite, want dat oude joodse idee, dat het lijden van een rechtvaardige  verzoening zou kunnen bewerken bij God voor
de zonden van zijn familie en zijn stam en zijn volgelingen… dat wil er bij de
individualistisch ingestelde westerling anno 2012 niet zo goed in.

Trouwens wat is dat voor een god, die genoegdoening wil…
Wat is dat voor een God die zijn eigen zoon moedwillig de dood injaagt,
omdat andere mensen hem hebben teleurgesteld?
Die boze teleurstelling of teleurgestelde boosheid kunnen we ons nog wel
voorstellen, maar dat je daar je kind voor opoffert…
Zo’n God willen veel mensen niet. Daar kunnen ze helemaal niets mee!

Misschien is Jezus gestorven door onze zonden, probeerde ik voorzichtig?
Vragende blikken.  Als ik kijk in de spiegel van verhalen dan zie
ik dat we  allemaal mensen zijn zoals Pilatus, die zijn hachje redde;
Zoals Kajafas, die voor een duivels dilemma komt te staan;
zoals Judas, die zijn goede bedoelingen gierend uit de hand ziet lopen;
zoals Petrus, die – als puntje bij paaltje komt – zegt Jezus niet te kennen.
zoals Johannes, die aan de kant blijft staan en het allemaal van een afstandje
bekijkt
We zijn allemaal mensen als Jacobus, die net als alle anderen,
tot drie keer toe ligt te pitten in Getsémané.

Kijkend in de spiegel van verhalen schorten we ons oordeel op…
Jij bent zoals de ander, die ander is als jij!
Dat zal hoogmoedig Nederland opnieuw moeten leren… en leren gaat van au!
Je moet eerst onder ogen zien dat je iets nog niet weet,
nog niet kunt, nog niet in de hand hebt…

Jij ben zoals die ander… die ander is als jij!
Dat zal de kerk die kenmerkt door traagheid opnieuw moeten leren…
leren is een pijnlijk proces! Het is gaan door onzekerheid…
Je oude denkbeelden minstens ter discussie stellen,
zonder te weten of de nieuwe echt voldoen…

Je beleeft een crisis… Jij bent als die ander, de ander is als jij
Dat zullen mensen die hun leugens uiten in te simpele oneliners
opnieuw moeten leren… dat valt niet mee en je kunt er niet omheen.

Er is wel een weg door de crisis heen, een lijdensweg, een via dolorosa…

Maar het is nu juist op die weg dat Jezus ons is voorgegaan!
Zijn lijdensweg… ging door de diepst denkbare crises heen..
Hij doorleefde zoals vele mensen godverlatenheid,
hij doorstond de pijn en de vernedering
hij trad de dood met open vizier tegemoet en ging er dwars doorheen…  
Nee, niet om stoer te doen, maar om mensen zoals jij en ik te laten zien
dat  je ook daar niet bang voor hoeft te
zijn. De dood heeft niet het laatste woord.


Het eerste woord is Beresjiet…  Schepping… creatie… nieuw leven!
Het laatste woord?  Pasen! Uittocht uit het land van dood.
Echt leven blijft  niet steken in de crisis,
maar groeit door totdat ons leven de kwaliteit bereikt
die we eeuwig noemen, en we elkaar toeroepen: Ik zal er zijn voor jou!

Ik zal er zijn voor jou! 

Gods naam die bol staat van de solidariteit…
Hij was er en is er en zal er zijn in de solidariteit van mensen
In de solidariteit van mensen mogen we de opgestane Heer ontdekken.
De ware menselijkheid ontstaat waar zijn woorden gedaan worden…
Dat wordt zichtbaar in de lijdensweg van Jezus Messias
Zijn passie is onze redding… niet als genoegdoening
maar opdat wij het lef, het hart, de moed zouden hebben
om HEM te volgen…  Hij is ons voorgegaan…

Hij heeft het ons voorgedaan…
Het is in deze crisistijd aan ons
het lijden niet uit de weg te gaan
maar pal te staan
voor recht en vrede

Het is in deze crisistijd aan ons
om kijkend in de spiegel van verhalen
onze weg te gaan…  achter hem aan.

Dat valt misschien niet mee,

Er is ons ook geen gemakkelijke weg beloofd,
maar wel een behouden aankomst.
Het wordt Pasen!
Halleluja
AMEN