Loslaten is de boodschap!

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,
Lieve mensen van God

Wie tegenwoordig een huis of een bedrijfspand
bouwt, moet kosten voor de beveiliging op de begroting zetten,
tijdens de bouw – om diefstal van materiaal te voorkomen
maar ook als het pand in gebruik is genomen.
Dievenklauwen, sloten op de raamsluitingen, camera’s
en monitoren … een alarminstallatie, waarvoor je het zoveelste
wachtwoord of codenummer moet onthouden, en dat allemaal
om je eigen pand binnen te kunnen gaan.
Je hoort wel eens mensen zeggen dat dit maatregelen zijn,
die typisch zijn voor de huidige tijd.

In het oude oosten bouwde men wachttorens in wijngaarden,
om zowel menselijke als dierlijke indringers op tijd te spotten
om er tegen op te kunnen treden. Op de stadsmuren liepen
’s nachts wachters om eventueel onraad tijdig waar te nemen
en de inwoners te waarschuwen.
Ik bedoel maar, beveiliging is van alle tijden en alle plaatsen.

De oude verhalen worden ons echter niet doorverteld omdat
ze zoveel interessante gegevens over oude culturen bevatten.
Die verhalen komen tot ons, om ons tot nadenken te stemmen.
Zou het niet de taak van de gemeente zijn om in deze tijd als een wachter op de
muur te staan… Zou het niet de taak van de gemeente zijn om de samenleving te
waarschuwen?
De getuigen van Jehova bijvoorbeeld vinden van wel…
Zijn zien dat als hun taak en nemen die heel serieus.

Laten we Ezechiël 33 eens wat nader bekijken.
Ons  Bijbelgedeelte is opgebouwd uit vier stukjes.
Het eerste blokje omvat de verzen 1-6.
Ezechiël de profeet;
zijn taak wordt vergeleken met die van een wachter.
De Heer wijst hem – en ons – op zijn verantwoordelijkheden.
Als je onraad bemerkt, dan blaas je op de ramshoorn!  
Jij bent de wachter…

Op het moment dat jij op die ramshoorn blaast,
kunnen de inwoners van de stad twee dingen doen.
Het kan zijn dat ze zich niets van je noodsignaal aantrekken
en gewoon doorgaan met hun bezigheden…

In dat geval is het onheil dat hen overkomt… eigen schuld, dikke bult.
Als jij echter onraad opmerkt, maar niet op de ramshoorn blaast,
dan zul jij ter verantwoording worden geroepen! Dat klinkt logisch.

De verzen 7-9 wijzen ons erop dat het onraad van buitenaf kan komen, en  van binnenuit. Ook binnen de muren wonen
slechte mensen. Ezechiël moet ook die lieden waarschuwen.
Onze vertaling gebruikt de term “slechte mensen.” Ik ben ook het woord “schoften”
tegengekomen en moest zelf aan “hufters” denken.
Het gaat niet om kinderen die snoepen uit de suikerpot.
Het gaat om mensen, die zich onmenselijk gedragen.
Mensen die gedrag vertonen dat zich tegen hen keert…

Je moet waarschuwen, Ezechiël, want die hufter komt weliswaar om door zijn
eigen ongerechtigheid, maar als jij hem niet waarschuwt dan zal ik jou ter
verantwoording roepen, spreekt de Heer.

Als hij niet luistert naar je waarschuwingen, dan heb jij je leven gered.
Dan heb jij gedaan wat je moest doen… Dan ben jij tot je bestemming gekomen.
Dan is jouw leven als wachter in elk geval gelukt.

In de verzen 10 en 11 gaat God in tegen het zelfbeklag.
Ook toen kropen mensen in de slachtofferrol.
Ze roepen maar steeds: Onze misdaden en onze
zonden worden ons aangerekend en wij gaan eraan te gronde – hoe kunnen we dan
nog blijven leven?’


Ja, natuurlijk worden de misdaden aan demisdadiger aangerekend…
Natuurlijk moet de zondaar zich verantwoorden voor zijn missers.
We zouden toch ook niet anders willen, hoop ik…
Het behoort tot de wezenskenmerken van de mens, dat hij/zij zelf
verantwoordelijkheid draagt voor zijn/haar doen en laten.

Maar denk nou alsjeblieft niet, zegt God in vers 11,
dat ik uit ben op de dood van de goddeloze.

Maar God weet natuurlijk best dat er mensen zijn die zich niets aantrekken van
God en zijn gebod. Er zijn mensen – toen en nu – die TeNaCh en evangelie volkomen aan hun laars lappen…
Maar dat is voor de Heer reden te meer om wachters aan te stellen.
Die wachters roepen op tot bekering. Er is altijd een weg terug…
Moet de kerk dan toch een soort wachttorengenootschap zijn?
In de verzen 12-20 komen we tot de climax van onze lezing.

We leren God nog eens uitdrukkelijk kennen als een eigenaardige, vergevende,
rechtvaardige God. De manier waarop hij het rechts-geding met mensen voert, is
uniek.

Let wel… Het gaat bij  het beeld van het rechtsgeding niet om een eindafrekening. Het gaat niet over de afrekening aan het eind van de wereld, zoals de Jehova’s getuigen beweren.

Het gaat ook niet over de eindafrekening aan het eind van je leven, waarmee je
zowel in de zware calvinistische traditie, als in de klassieke Roomse leer, om
je oren wordt geslagen. Vooral in die laatste spelen goede werken een grote
rol.

Maar als het niet om een eindafrekening gaat, waarom dan wel?
Lieve mensen, de goede God gunt ons hier en nu reeds een leven
van grote kwaliteit. God gunt ons de liefde, hij gunt ons het gevoel aanvaard
te zijn, hij gunt ons het geluk dat we beleven, het gevoel dat je goed in je
vel zit, dat de verhoudingen met je medemensen o.k. zijn.

Maar dat kwaliteitsleven kun je o zo gemakkelijk verliezen.
We lezen “Een rechtvaardige die tot zonde vervalt, kan zich niet beroepen op
die voorafgaande rechtvaardige daden.”  
Je kunt het een tijdlang nog zo goed gedaan hebben, maar als je nu de jaloezie
of je narcisme de overhand laat krijgen… dan is het gauw gedaan met dat goede
gevoel en die prettige verhoudingen.
De zonde van vandaag verknoeit alles.
Maar de zondaar die zich bekeert… die zal leven!

Als verstoorde verhoudingen weer goed komen… Als je na een periode van
depressie weer goed in je vel zit… Als je je weer aanvaard weet zoals je bent,
door God en mensen… dan kun je verder. Dan heeft je leven weer kwaliteit!
Resultaten uit het verleden bieden geen garantie voor de toekomst, noch in
positieve, noch in negatieve zin.

Het rechtsgeding is een momentopname.
Ben je bereid tot het loslaten van je eigen prestaties?
Ben je in staat los te laten wat je tot nu toe omlaag heeft getrokken? Je wordt
niet afgerekend op fouten uit het verleden,
maar je kunt je ook niet rijk rekenen met je verdiensten.
Je mag leven zonder prestatiestress, want je bent aanvaard.

Geloven is geen kwestie van weten hoe het zit…
Het is een zaak van vertrouwen dat het goed zit…
Wie durft te kijken in de spiegel van verhalen?
Wie durft zich te laten corrigeren?
God is er niet uit op de zondaar te elimineren,
maar om hem om te laten keren.

Alles loslaten… je nergens op voor laten staan
en je door niets en niemand, zelfs niet door je eigen missers,
uit het veld laten slaan; dat is de levenshouding die Ezechiël ons laat zien
in de spiegel van verhalen…


Bij Johannes is het trouwens niet anders.
Je gaat de weg van het graan,
de korrel die zich uiteindelijk vol vertrouwen
laat zaaien in de aarde,
omdat de boer een bedje heeft gemaakt;
omdat de korrel liefdevol wordt toegedekt…
de harde buitenkant wordt zacht en kijk,
die korrel barst van levenskracht.

Als een graankorrel niet sterft in de aarde,
blijft die korrel vruchteloos.

Alles verliezen, alles uit handen geven
om het opnieuw te ontvangen uit Gods hand.
Dat is geen gemakkelijke weg,
want wij hebben sterk te de neiging
om de aandacht naar onszelf toe te trekken…
Zie je wel hoe knap ik ben…
Zie je wel hoe goed ik ben…
zie je wel hoe gelovig ik ben…
zie je wel hoe zielig ik ben…

Het  zijn allemaal weggetjes naar buiten –
weggetjes waarlangs onze prestaties duidelijk worden;
manieren om de aandacht van anderen te richten op onze buitenkant; terwijl die
korrel zich naar binnen richt en stervende alles loslaat, uit handen geeft.
Van die korrel vind je uiteindelijk niets meer terug,
maar er is wel een nieuwe generatie korrels,
die weet heeft van die bijzondere weg!

Je moet, in de ogen van veel mensen,
knettergek zijn, om voor die weg te kiezen.
Want laten we wel zijn, wie wil er nou dood?
Niemand natuurlijk… Nee, Jezus ook niet.
Hij weet wel dat zijn hachje gevaar loopt in Jeruzalem…

Maar zijn missie is… het bevrijdend karakter van de Thora laten zien,
aan een volk dat in de tang zit bij zijn religieuze leiders,
die de wijsheid in pacht hebben, de waarheid claimen,
hun eigen levensstijl tot de enige juiste verklaren.

 

Zijn missie is … het bevrijdend karakter van de Thora laten zien
aan een volk dat leeft in bezet gebied…onderdrukt door een vreemde mogendheid.

Jezus is gekomen om de bevrijding uit Egypte
een nieuwe dimensie te geven.
Hij is gekomen om te laten zien dat de vrijheid van exodus
niet alleen gold voor daar en toen…
maar ook geldt voor hier en nu –
Jerusjalaïm, anno domini 33.

Hij loopt ook niet zomaar zijn ongeluk tegemoet.
Het is een heel bewuste keus om die weg te gaan.
Hij is bang, doodsbang! Hij zegt het zelf,
maar afhaken is geen optie.

Hij gaat de angst niet uit de weg,
maar doorleeft die verlammende emotie
Hij gaat voor de dood niet opzij,
maar is bereid tot het offer van zijn leven.
Hij walgt van alles wat er te gebeuren staat…
maar vindt de rust en de moed om uiteindelijk
te kiezen voor zijn missie… trouw zijn tot het bittere einde.

Herinnert u zich die serie films nog over bijbelverhalen,
die de NCRV enkele jaren geleden uitzond?
In de film over Abraham wil de kleine Isaäk
op een zeker moment een offer brengen…
Hij wil het tegenspartelende lam met geweld
vastbinden op het altaar…
Vader Abraham grijpt in. Zo moet dat niet, zegt hij!
Hij leert zijn zoontje hoe hij het lam rustig op het altaar
kan laten liggen, zodat het minstens lijkt
alsof ook het lam er vrede mee heeft
dat het wordt geofferd… 

Aan die beelden moest ik denken,
toen ik las over Jezus die zijn angst voor pijn en dood
doorleeft, maar uiteindelijk rust vindt bij de gedachte
dat dit voor hem de manier is, om tot zijn bestemming te komen. 

Hij laat alles los… en draagt het lot van de rechtvaardige die onschuldig lijdt en sterft.

Maar juist daarom blijft Hij niet steken in het land van de dood
want God ziet een mens, die trouw is ten einde toe
God ziet een mens, die tot zijn bestemming komt,
zoals een graankorrel die sterft in de aarde…

God kiest de kant van deze tsaddiek, deze rechtvaardige
God verbindt zijn naam met deze mens.
“Ik zal er zijn voor jou!” vereenzelvigt zich met J’shua – God redt.
Jezus bidt: Laat nu zien hoe groot uw naam is, Vader.’

Toen klonk er een stem uit de hemel:
‘Ik heb mijn grootheid getoond en ik zal mijn grootheid weer tonen.’
Voor buitenstaanders een donderslag bij heldere hemel…
Voor wie de Schriften kent… verstaanbare woorden.

God heeft de grootheid van zijn Naam getoond
toen Hij Israël bevrijdde uit angstland Egypte,  
God heeft de grootheid van zijn Naam getoond
toen hij de wateren van het dreigend doodsgebied spleet
en Israël dwars door de Schelfzee trok, 
God heeft de grootheid van zijn Naam getoond
toen hij een verbond sloot met Israël  op
de Sinaï…  
God … Ik zal er zijn, gebeurt. Israël trekt verder, op weg naar veelbelovend
land.

God heeft de grootheid van zijn Naam getoond bij de bevrijding van Jezus uit de
angst van Getsémané;
God heeft de grootheid van zijn Naam getoond bij zijn doordocht door de hel van
kruis en graf;
God heeft de grootheid van zijn Naam getoond toen hij Jezus opwekte uit de
dood, in de Paastuin, die bloeiende woestijn!
God… Ik zal er zijn, gebeurt. Zijn leerlingen kunnen verder op weg naar het koninkrijk dat komt.


Het verhaal van de korrel die in de aarde valt, wordt – heel terecht – vaak gebruikt bij uitvaartdiensten. Het geeft een prachtig beeld van de zin van ons leven; juist
op het moment dat we worden geconfronteerd met de eindigheid ervan. Maar er is
meer…

Zoals je in het rechtsgeding waarover Ezechiël vertelt, kunt zien hoe je
relatie met God eruit ziet… zo ook als we kijken in de spiegel van het
graankorrelverhaal. In hoeverre zijn we bereid en in staat tot loslaten?

Er staat een korenaar op de voorkant van de liturgie.

Hij is getekend tegen de achtergrond van een kerk; 30/60 /100 korrels
Gods gemeente, dienstbaar aan de wereld…
Als die korrel zich laat zaaien – en wordt toegedekt met aarde, is het
koninkrijk gekomen. Van die korrel vind je niets  terug. Van de kerk? Misschien de plattegrond – archeologisch interessant…

In het nieuwe Jeruzalem staat geen tempel
In het koninkrijk Gods is geen kerk te zien
In het paradijs staat geen moskee
dat is een stad zonder dood zonder duisternis
dat is een stad waar zelfs de zon niet meer nodig is.

In dagblad Trouw stond eergisteren een artikel over het nieuwe liedboek. Er was
een zo’n nieuw lied afgedrukt. Andries Govaart, dichter en theoloog schreef het
lied “Wat te kiezen?”

Daarmee sluit ik af…

Wat te kiezen, leven, dood
afgod geld, genadebrood?
Alles houden wat ik heb,
of mij geven, gaandeweg?

Wat mij vasthoudt, wat mij heeft
wat mij werft en wat mij leeft
is het vele geld en goed
aarden schatten, overvloed.

Die mij vasthoudt, weegt en wikt
die mij voedt en mij verkwikt
is de Ene, goed is God
hemelschat, genadebod.

Wat te kiezen, leven, dood
afgod geld, genadebrood?
Alles houden wat ik heb,
of Hem volgen op zijn weg?

Dat het zo mag zijn
Amen.