Dat kan toch helemaal niet

Gemeente van onze Heer Jezus Christus
Lieve mensen van God

Nog niet zo heel lang  geleden, was ik in gesprek met een groep jongeren
van kerkelijke huize in een dorp niet zo ver hier vandaan. (Nee, niet in Andijk!)

Ik vroeg hen of ze ongeloofwaardige bijbelverhalen konden noemen.
Op dat moment bleek er ineens veel meer Bijbelkennis te bestaan,
dan er tot dan toe gebleken was… Het ene na het andere verhaal rolde over tafel
en werd als ongeloofwaardig afgeserveerd.

Ik heb toen niet gevraagd in welke discipel ze zichzelf het meest herkenden.  Thomas zou zeker hoge ogen hebben gegooid.
Thomas, de leerling van “eerst zien en dan geloven.”
Ja, Thomas is – zeker op het eerste gezicht – voor ons westerse mensen
een herkenbare figuur. ff tsjekke… Meten is weten.. Eerst zien en dan geloven…
Jezus, opgestaan uit de dood? Dat kan toch helemaal niet!

Nee, dat kan ook niet. Maar waar komen die verhalen dan vandaan?
Wij willen weten… wij willen zien… Wij willen begrijpen…
Wij willen alles zien te krijgen in de greep van onze kennis, ons verstand.
Wij westerlingen leven alsof er niets is, dat ons verstand te boven gaat. 

Pas geleden nog stond er een stuk in Dagblad Trouw over Thomas De Wesselow; een
Engelse onderzoeker die beweert dat de “Lijkwade van Turijn” ten grondslag ligt
aan het hele opstandinggeloof van de Christenheid. Ik citeer de krant:

Volgens De Wesselow moeten alle stukken waarin het Nieuwe Testament rept over
de opgestane Jezus, gezien worden vanuit het perspectief van de lijkwade.
Jezus’ volgelingen zagen in de lijkwade een teken uit de hemel, meent hij.
Op die manier ontstond het christendom. Iedereen die het kleed zag,
geloofde dat hij oog in oog stond met de ‘schaduw’ van de verrezen
Zoon van God.

Of dit waar is?  Ik geloof er niks van…
Voor mij is het een van de vele pogingen om de Bijbelse boodschap aannemelijk
te maken, terwijl die boodschap helemaal niet aannemelijk is… Daar kom ik op
terug!

Blijft het feit dat de bijbelschrijvers ons hebben opgezadeld met een flinke
hoeveelheid ongeloofwaardige verhalen. Dat klinkt ons niet prettig in de oren. Wij,
keurige christelijke mensen, vinden het niet eens leuk om dat soort dingen te
zeggen. Wij zijn – zeker als het om het geloof gaat – eerder geneigd ons heel
volgzaam op te stellen. Niet zo kritisch! Je moet er ook geen grappen over maken. Vraag maar aan de EO.

Maar het is wel waar…
De verschijning van iemand die is opgestaan uit de dood.
Dat kan natuurlijk niet!
Waarom Johannes? Waarom zo vreemd? Waarom zo anders?
Waarom niet gewoon recht toe, recht aan!

Laten we ons verhaal eens wat nader bekijken.

Op de avond van de eerste paasdag zitten ze bij elkaar.
De vrouwen zijn vanmorgen uit de graftuin terug gekomen
met het bericht dat Jezus is opgestaan…
Maria van Magdala heeft hem gesproken
Petrus en Johannes kunnen het bevestigen.

Johannes schrijft dat ze deuren en ramen gesloten hebben omdat ze bang zijn voor de joden.
Tussen twee haakjes: Met de kennis van nu, had Johannes
die angst voor de joden vast niet vermeld.
Hij kon ook niet weten hoe de middeleeuwse kerk met
zijn teksten aan de haal zouden gaan en zo
zou bijdragen aan een klimaat van verderfelijk antisemitisme.

Daar zitten ze dan… de vrienden van de opgestane…
in een afgesloten ruimte – deuren en ramen op slot.
Als de dood, zijn ze… Ze hebben zich verborgen…
als in een sterke stad met muren en schansen
Wie zal de poort openen, zodat de rechtvaardige kan binnentreden?
Wie zal de steen afwentelen? Wie brengt hen terug onder de mensen?  

Jezus de levende… breekt door het cordon van de angst heen…
Hij begroet hen met: Sjaloom.  Vrede voor jullie…   
Ze zijn blij omdat ze hem zien! Nogmaals klink die vredewens.
Zoals de Vader mij heeft gezonden… zo zend ik jullie!
Hij blies op hen en zei: Ontvang de Heilige Geest.
Dat zijn – heel in het kort – de gegevens uit dit verhaal.

Vorige week, op Paasmorgen stond Ezechiël 37 op het rooster…
Het visioen met de dorre doodsbeenderen die zich aaneenvoegden
en die uiteindelijk LEVEN kregen ingeblazen… Wind, Adem, Geest. 

Zo vergaat het ook de discipelen.
In eerste instantie zitten ze als 10 dooie vogeltjes bij elkaar.
Maar de opgestane Heer blaast hen nieuw leven in;
nieuw elan… een nieuwe zinvolle taak!
De wereld in, jullie! 

Er zijn maar 10 dooie vogeltjes? Judas is er niet bij.
Na die kus is alles anders gegaan, dan ik het zich had voorgesteld,
zong Judas hier nog op Palmzondag. De hele gang van zaken heeft hem alle hoop
uit handen geslagen. Hopeloos… Nee, wanhopig is hij… en ontzettend alleen!
Zo kan Judas niet verder…

Thomas is er ook niet.
De discipel waarin moderne kerkleden zich herkennen is afwezig.
Hij heeft op deze zondag blijkbaar andere prioriteiten. Ook herkenbaar trouwens

Er zijn er tien. Een minjan…
De tien, die nodig zijn voor een joodse dienst,
waarin ze samen de Schriften lezen en bespreken.
Toeval? Ik denk  het niet… Het wordt een Pinksterdienst.

Jezus blaast op hen en zegt: Ontvang de Heilige Geest!
In het Johannesevagelie vallen Pasen en Pinksteren op een dag!
Nu wordt alles anders… zou je denken. Maar niets is minder waar,
want een week later zitten er elf dooie vogeltjes bij elkaar…
Thomas is er nu ook bij, maar nog steeds zijn alle ramen en deuren dicht.
Thomas heeft het goede nieuws gehoord, maar het wil er bij hem niet in.
Eerst zien en dan geloven. Deze man zit – net als de anderen – volkomen op
slot. Net zo potdicht, als de ramen en de deuren.

Het goede nieuws dingt niet door…  Zelfs de Geest komt er niet doorheen!
Opstanding… Ja me hoela!
Dat soort ongeloofwaardige verhalen willen er bij Thomas niet meer in.
Hij is doodsbang nog eens teleurgesteld te worden.
Verlammende angst beheerst het bestaan.

Angst voor … Angst voor datgene wat je niet in greep hebt…
Angst voor de dingen die zo anders kunnen gaan dan je je had voorgesteld.
De angst is iets ongrijpbaars.
Die vage angst komt naar buiten als “bang zijn voor iets concreets.”
In dit geval, de joden; Maar het kunnen ook de moslims of de Polen zijn.
Die vage angst adviseert je altijd ramen en deuren en grenzen te sluiten!

Maar dan… Dwars door alle roeien en ruiten van de angst…
Niet gehinderd door gesloten ramen en deuren
Dwars tegen het bange gebibber in, klinkt opnieuw die vredewens:
Sjaloom! Vrede voor jullie!  

Jezus toont zijn littekens…
Thomas mag er de vinger opleggen.
Dan ziet hij de opgestane met eigen ogen…
Dan kan hij eigenhandig het verhaal verifiëren…
ff tsjekke… meten is weten… toch?  

Maar dat doet hij niet.
Jezus zegt wel… leg je hand maar hier en je vingers daar…
maar Thomas doet het niet. Hij roept uit: Mijn Heer en mijn God!

Waarom legt hij zijn hand niet op de wonde?
Waarin zijn vinger niet op de zere plek?
Is het gepaste eerbied, die hem weerhoudt? Kan.
Is de angst nog niet overwonnen? Kan ook!
Verbergt hij die angst achter die grote woorden? Het zou kunnen…

Maar het kan ook zijn dat… als Jezus hem de tekens van zijn trouw voorhoudt.
De neiging om alles in de greep te krijgen, verdwijnt als sneeuw voor de zon
Het kan ook zijn dat…Als Jezus hem de littekens van zijn onbegrensde liefde
laat zien… Thomas zijn ff–tsjekke-mentaliteit laat varen…
Die littekens bevrijden hem tot een belijdenis:
Mijn Heer en mijn God!

Op het moment dat God zijn kwetsbaarheid laat zien, ziet deze controlfreak in, dat
hij wordt geconfronteerd met een kwaliteit van leven
die zijn verstand verre te boven gaat…

Hier worden niet zomaar wat littekens getoond
Hier wordt iets zichtbaar van een zo onmetelijke liefde;
van een zo onvoorstelbare trouw;
van een zo onpeilbaar diepe solidariteit,
Dat Tomas niets anders meer kan uitbrengen dan:
Mijn Heer en mijn God

“Jij gelooft omdat je ziet…
maar zalig zij die niet zien en toch geloven.”
Dat vinden religieuze mensen van de 21-ste eeuw een mooie zin!
Die woorden interpreteren wij, beminde gelovigen,
graag als een schouderklopje vanuit de hemel.
Kijk mij nou! Wij hebben de Heer immers nooit gezien…
en wij geloven toch. Goed hè!

Het wemelt van de mensen zoals Thomas.
Mensen die je vertellen dat Jezus leeft,
omdat zij dat zo voelen,
omdat zij dat zo ervaren!
omdat zij dat geloven!

Maar Jezus verklaart nu juist de mensen zalig,
die het niet zien, die het niet ervaren en er helemaal niks bij voelen.
Mensen die niet vertrouwen omdat zij de Heer hebben gezien
maar die vertrouwen omdat de Heer hen ziet,
mensen die in de paasnacht tot – hun verwondering – te horen kregen
dat ook hun naam staat geschreven in de palm van Gods hand.

 

Velen onder ons denken,
dat godsdienst betrekking heeft op een activiteit van mensen.
Dat misverstand is zo oud als de wereld.
Al van den beginne probeert de mens te worden zoals God…
De mens die steeds maar weer streeft naar het hogere, het goddelijke,
het hemelse, het volmaakte. Dat streven is gebaseerd op zelfoverschatting.
en zo intens dodelijk vermoeiend.

Je eet een appel, omdat je weten
wil…. en je moet je leven lang werken op de akker…

Je slaat je broer dood, omdat je de macht wil grijpen
en je moet als zwerver verder over de aarde…

Je bouwt een toren om de boel bij elkaar te houden
en je moet eerst een nieuwe taal leren, voor je met je buurman kan praten…

Wat ik zeg: Zelfoverschatting – dodelijk vermoeiend

Karl Barth, de grote Zwitserse theoloog uit de vorige eeuw, noemt  dat streven naar het hogere, het hemelse, het
volmaakte … Dat streven noemt hij “RELIGION.”  Religie
is in zijn terminologie niet hetzelfde als Godsdienst.

In de religie is de mens vooral met zichzelf bezig…
Hij dient God om er zelf beter van te worden…

In godsdienst gaat het om de dienst van God aan mensen.
Onze redding is niet gelegen in ons vertrouwen op God  
Onze redding is gelegen in het vertrouwen dat God heeft in de mens.
In welke mens? In die ene mens, die aan de ongelovige Thomas
zijn littekens laat zien opdat hem iets zou worden geopenbaard
van die onmetelijke liefde;
die onvoorstelbare trouw;
die onpeilbare solidariteit
van de Here God met zijn mensen.

God is zo ondenkbaar anders dan wij denken
Zijn liefde gaat zo onzegbaar veel verder dan onze fantasie reikt
Zijn compassie zo onpeilbaar veel dieper dan ons z.g. rechtvaardigheidsgevoel

Die ondenkbare God openbaart zich in onmogelijke verhalen
maar maakt zijn naam elke dag weer waar: Ik zal er zijn voor jou!

Wij mogen erop vertrouwen dat die onvoorstelbare God,
iets waar maakt hier op aarde dat geen oog heeft gezien
geen oor heeft gehoord
en in geen mensenhart is opgekomen
elke dag weer…
Elke dag weer is hij onze bevrijder.
Elke dag weer bevrijdt hij jou en mij van de “Religion.”
Hij gaat door roeien en ruiten, waar wij ons verschansen
achter dichte deuren en gesloten vensters… 

GODS dienst aan mensen, daaraan kun je zien dat Israëls God
anders is dan alle andere goden! Der Ganz Andere… zegt Barth.

Religie legt je vast,
religie bindt je aan regels,
religie legt je dogma’s op,
religie zet je gevangen in bloedbanden en nationalisme

Maar Gods dienst is geen dienst aan gelovigen,
Gods dienst is dienst aan de mensheid
Gods dienst betekent: bevrijding!

Is Abraham een dienaar van God?
Welnee! Hij kent hem niet eens!
Abraham wordt bevrijd uit zijn land en zijn maagschap,
bevrijd uit de knellende banden van bloed en bodem.

Dient Israël in Egypte de Heer?
Wel nee! Ze dienen een andere God: De farao!
Niettemin wordt het volk bevrijd uit het slavenhuis…
God gooit ramen en deuren open.

Een pad door de Schelfzee …  Israël trekt
weg uit angstland…  God ziet naar hen om!

Jezus breekt door ramen en deuren heen…
God gaat door roeien en ruiten als het om de bevrijding van mensen gaat.
Het zijn niet de machthebbers in deze wereld die de dienst uitmaken…
Niet de priesters met hun offers,
niet de levieten met hun gezangen,
niet de farizeeën met hun lange gebeden
het zijn de Thomassen in deze wereld,
aan wie Gods bevrijdend woord geschiedt.


Het zijn loochenaars, die hanen horen kraaien,
Het zijn de slapers van Getsémané,
die wakker schieten als Jezus Pinksteren komt vieren…
Niet de gelovigen ontvangen de Geest;
Mensen ontvangen door de Geest het geloof, het vertrouwen…

Gods dienst aan mensen, bestaat in bevrijding…
Bevrijding van de religion…
We zijn bevrijd van dat hijgerige streven naar… het volmaakte.
We mogen leven in zijn Naam… IK ZAL ER ZIJN VOOR JOU!

Zijn naam worde geheiligd …  weet wat je
bidt… want zijn naam wordt geheiligd
als wij er zijn voor elkaar, zoals Hij er is voor ons: Liefdevol.

Uw koninkrijk kome … wees waakzaam, want je zult niet weten wat je ziet!
Als wij er zijn voor elkaar, zoals Hij er is voor ons: Trouw… ten einde toe!

Uw wil geschiede … let op, want er gebeuren ongehoorde dingen…
als wij er zijn voor elkaar, zoals Hij er is voor ons
Solidair, zelfs door de dood heen!

Dat te mogen horen… en diep tot ons door te laten dringen
Dat te mogen zien… niet om effe te tsjekke…
maar om inzicht te krijgen in het grote geheim van de Heer…
Het grote geheim dat zich openbaart in onmogelijke verhalen..
De Heer is waarlijk is opgestaan!

Dat het zo mag zijn
AMEN