Gaan waar geen wegen gaan

Gemeente van onze Heer Jezus Christus

Lieve mensen van God.

 

We lazen een bekende profetie van Micha.
Vooral die zwaarden die worden
omgesmeed tot ploegscharen
zijn de wereld over gegaan.  

Om de betekenis van dit gedeelte in beeld te krijgen,
is het nodig even goed naar vers twee te kijken.
Daar staat – ik citeer:
Volken zullen daar samenstromen.
Machtige naties zullen zeggen:
Laten we optrekken naar de berg van de Heer,
naar de tempel van Jakobs God.
Hij zal ons onderrichten en wij zullen zijn paden bewandelen.

Volken zullen daar samenstromen.
Het gaat over een groep volkeren, die staat tegenover die andere groep,
die in vers 5 wordt aangeduid.

Daar lezen we:
Laat andere volken  hun eigen goden volgen,
wij vertrouwen op de naam van de Heer, onze God,
voor eeuwig en altijd.

 

Het betreft een visioen…
De profeet ziet voor zich hoe volkeren – samen optrekken naar de berg van de Heer,
om daar te horen hoe het leven geleefd zou kunnen worden.

De berg van de Heer… is de berg Sion, de tempelberg en waar Israël de Thora bewaart. 
De wet van Mozes; de eerste vijf boeken van de Bijbel.
Micha ziet verschillende volkeren samenkomen op die berg.
Wat komen ze doen? Ze komen om Thora te leren.

Ze komen naar Jerusjalaïm om te leren
hoe het menselijk bestaan een kwaliteitsleven kan worden.
Die samen optrekkende volkeren zullen Gods paden bewandelen.
Ze zullen leven naar de richtlijnen van Thora.

Er zijn ook volkeren die niet optrekken naar Sion…
Die volkeren dienen hun eigen goden.
Dat is hun goede recht, maar wij – zo schrijft de profeet –
wij vertrouwen op de naam van onze God: Ik zal er zijn voor jou!

Micha vertelt ons in vers 3 en 4 waar
– dat gezamenlijk optrekken
– dat bewandelen van de Gods paden – toe leidt:
Het bewandelen van Gods paden leidt tot dat omsmeden
van zwaarden tot ploegijzers en speren tot snoeimessen.
De volkeren die Gods paden bewandelen,
trekken nooit meer het zwaard tegen een ander volk,
geen mens zal meer weten wat oorlog is. 

De volkeren die Gods paden bewandelen bestaan uit mensen
die zitten onder hun eigen wijnrank en hu eigen vijgenboom.
De mensen van die volkeren, worden door niemand opgeschrikt,
want de HEER van de hemelse machten heeft gesproken. 

Met andere woorden, de volkeren die samen optrekken naar Sion,
en dan niet om dood en verderf te zaaien, zoals tijdens de kruistochten,
om er Thora te leren; die volkeren zullen weten wat sjaloom is.

Als je kiest voor die kwaliteit van leven moet je dus niet je eigen weg gaan,
zoals die volkeren in vers 5, nee dan moet je – zoals de volkeren van vers 2 – gezamenlijk de paden van de Heer bewandelen.

Ik neem even een zijpaadje.
Er zijn allerlei christelijke groepen, die om de haverklap menen te weten
dat allerlei nare gebeurtenissen, moeten worden geïnterpreteerd als vervullingen
zijn van Bijbelse profetieën.

Ze leggen die profetieën uit als toekomstvoorspellingen, als waarzeggerij dus.  
Oorlogen en geruchten van oorlogen kondigen het einde van de wereld aan.
Aardbevingen, lawines en tsunamies  zijn voorboden van de dag des oordeels.

Het is godslasterlijke waarzeggerij, maar niettemin hoor je brave burgers
zeggen, dat ze respect hebben voor de mensen die proberen die boodschap aan de
man te brengen door twee aan twee de deuren langs te gaan.
Ik zal ze  – uit zelfrespect – netjes te woord staan, maar dat ze de Bijbelse profeten naar beneden halen tot het niveau van de waarzegster op de kermis, dat neem ik ze hoogst kwalijk.
Die profeten zijn geen toekomstvoorspellers, want Thora verbiedt waarzeggerij uitdrukkelijk en bij herhaling.
Profeten zijn mensen die Gods visie vertolken op de situaties in hun tijd.
Zo ook Micha! Hij leefde pak-hem-beet 600 v. Chr. en maakt zijn volkgenoten
duidelijk dat geweld geen oplossing biedt voor de situatie waarin ze verkeren.  
Die profetieën  zijn aan ons overgeleverd om er onze visie op de
wereld, onze handelwijze ten opzichte van Gods schepping, onze inzet voor de vrede aan te toetsen. Micha houdt ons een spiegel voor… net als zijn tijdgenoten.

Die samen optrekkende volkeren, deden me denken aan Europa, waar inmiddels zo’n 27 volkeren samen optrekken en ruim 65 jaar in vrede leven.

Waarom staat dat eigenlijk niet in “De wachttoren?”
Waarom is dat dan niet een vervulling van de profetie?
Ik zal het u vertellen: Met positieve verhalen kun je mensen niet bang maken.
Die sekten speculeren op de onderbuikgevoelens van angstige mensen.
Ze spelen in op de onvrede die ergens heerst, net als sommige politici.

Het succes van de Europese eenwording in de 21-ste eeuw va Chr. is geen
vervulling van een toekomstvoorspelling uit de 6-de eeuw voor het begin van de jaartelling. Natuurlijk niet, maar kijkend in die spiegel mag je wel
zeggen:  Het zou wel goed zijn, als die 27 samen blijven optrekken
naar de berg van “Ik zal er zijn voor jou!”
Het zou goed zijn als die 27 ontdekken dat je er als mensen  – en als volkeren –
kunt zijn voor elkaar, zoals God er is voor de mensheid.
Het zou wel goed zijn als die samenwerking onderbouwd blijft vanuit een intens
streven naar Sjaloom…  
Omsmeden die zwaarden! Maak daar maar ploegscharen van!
Weg met dat wapentuig!  Je kun je geld en
je energie wel beter gebruiken,
zegt Micha.  Terug naar de paden van de
Heer… of waren we daar al weer?

De 613 geboden van Thora, zijn in het Jodendom uitgewerkt
in een praktische handleiding voor het leven van alledag: de halacha.
Dat woord betekent: het pad dat… of de
weg die.. je bewandelt
.
Die halacha is een soort gids die je op vrijwel alle terreinen
van het menselijk bestaan, de weg wijst naar een leven van grote kwaliteit.
De kwaliteit, die je bereikt als je de paden des Heren bewandelt.

Ook het gesprek tussen Jezus en Petrus gaat over de weg,
die Petrus verder zal gaan. De rabbi leidt zijn leerling
naar de ontdekking van zijn bestemming via drie – nogal pijnlijke – vragen. 
Eigenlijk is het drie keer dezelfde vraag: Simon, heb je mij lief?

Het feit dat die vraag tot drie keer toe wordt gesteld, dat is pijnlijk
Maar ja, wat wil je als je een paar dagen daarvoor nog drie keer hebt beweerd,
dat je hem niet eens kent.

Simon, zoon van Johannes, heb je mij lief, meer dan de anderen?
Heer, u weet dat ik u lief heb. Of het meer is dan de anderen?

Je zou van de man die
bekend staat als “Haantje de voorste” kunnen verwachten dat hij ook dat bevestigt, maar dat doet hij niet! Petrus stelt zichzelf niet boven de anderen en daarom  mag
Petrus op de kleintjes letten: Weid mijn lammeren.
Hoor je dat, Petrus wordt aangesteld als herder, als pastor.

Jezus herhaalt zijn vraag, maar nu zonder die toevoeging.
Jezus neemt Petrus volstrekt serieus – ook in wat hij niet zegt.
Daarom is de volgende opdracht: Hoed mijn schapen.
Hij mocht al op de kleintjes passen… nu komen de groten erbij.

En dan nog een keer die vraag… Ja Heer, u weet alles, u weet ook dat ik u
liefheb. Hij wordt er verdrietig van… maar niettemin wordt zijn omscholing van
visser  tot herder, nog eens uitdrukkelijk
bevestigd: Weid mijn schapen.

En dan… dan vertelt Jezus aan deze eerste pastor
dat deze opdracht hem zal brengen waarheen hij niet wil:
in pijn en moeite, in gevaar, in gevangenschap, ja zelfs de dood.
Het lijkt me goed om te beseffen dat deze woorden opgeschreven zijn
ruim na de dood van Petrus, die zo rond het jaar 65 wordt gedateerd.
De traditie wil dat hij – met zijn hoofd naar beneden – is gekruisigd in Rome.

De woorden: dit zei hij om aan te duiden hoe hij sterven zou…. zien eruit als
een voorspelling, maar het is een voorspelling die 25 jaar na dato wordt
gedaan, door een evangelist – en dat is iets anders dan een historicus.  

 

Petrus draait zich om en ziet Johannes staan en vraagt: En Hij Heer?
Dat is niet jouw zaak Petrus; maar jij…jij moet mij volgen!
Jij moet mijn wegen gaan!  Wegen van liefde voor … trouw aan …
en solidariteit met … de mensen om je heen.

Dat is geen gemakkelijke weg, Petrus.
Die weg gaat door de diepe dalen van verdriet en gemis.
Die weg gaat door de intense duisternis van wroeging en eenzaamheid.
Die weg leidt, zoals elk menselijk bestaan, onafwendbaar naar het uur van je
dood.

Ook jouw weg kan de weg van de Heer zijn… Ook jouw pad kan de weg  zijn
van de onvoorwaardelijke liefde; de weg van eindeloze trouw
de weg van alle eigenbelang overstijgende solidariteit.  

Maar die weg, het pad van de Heer, leidt je ook door dat uur van de dood heen!
Het is niet zomaar iemand, die hier met Petrus staat te praten.
Hier is de Opgestane Heer, in gesprek met Petrus – en naar ik hoop –
ook met u en met mij.

Horen we als persoon en als kerk bij die volkeren die samen naar Sion?
Ik weet het niet…

Is onze kerk opgetrokken naar de berg van de Heer om daar onvoorwaardelijke
liefde te leren, als ze – uit angst leden te verliezen – zwijgend toestaat dat
land-genoten tot tweederangs burgers worden gedegradderd?

Zijn we als geloofsgemeenschap opgetrokken naar de berg van de Heer om daar
eindeloze trouw te leren als we telkens meer bezig zijn met ons eigen
voortbestaan dan met de nood van de mensen buiten onze gemeenschap?  

Zijn we als individuele mensen opgetrokken naar de berg van de Heer om ons daar
solidariteit met de armen en de verdrukten eigen te maken?

Ik weet het niet… Het oordeel is niet aan mij. Het beeld dat zichtbaar wordt als ik
zelf kijk in de spiegel van verhalen is niet altijd even vleiend om te zien.

Maar ook vandaag kraait er een haan…
Vandaag wordt ons gevraagd: … Heb je mij lief?
Misschien schieten dan ook bij ons de tranen in onze ogen.
Misschien klinkt er ook in onze stem wel enige vertwijfeling door als we
roepen: Heer u weet alles… u weet ook dat ik u liefheb.

Goddank hangt de kwaliteit van ons bestaan… ons heil…
niet af van de menselijke dienst aan God. 
Ons heil is gewaarborgd in Gods dienst aan mensen.
Ons heil is gewaarborgd in Gods liefde, Gods trouw, Gods solidariteit met ons.
Dat is onvoorstelbaar…  en dat is maar goed ook!
Dat is dus ook onvoorspelbaar… want
God is zo totaal anders dan wij.

Maak je geen zorgen. God – Der Ganz Andere – heeft ons lief, is trouw aan zijn
belofte en solidair met de mensheid.  Wie
dat evangelie durft geloven, leeft in vrede.


Ik ga afronden, maar er is nog een ding. Het lijkt wel of er aan het eind van
het Johannesevangelie nog een misverstandje moet worden opgelost. Sommigen
denken kennlijk dat Johannes in leven blijft tot de jongste dag…
Dat idee moet blijkbaar nog even ontzenuwd worden! 

Maar de manier waarop dat gebeurt, is merkwaardig. De evangelist haalt een vraag
terug die Petrus stelde tijdens het laatste avondmaal.
De vraag n.l. “Wie zal Jezus overleveren?” 
Judas levert Jezus over.
Hij doet dat niet uit gemenigheid, het is ook geen verraad; hij levert over om duidelijk te maken dat Jezus de Messias is.

Als u daar meer over wilt weten kijk dan maar op de website www.sowieso.nu
Die theatergroep speelt een musical over Judas.
Die vraag komt terug… “Wie zal Jezus overleveren?”  Het antwoord: Jij Petrus!  
Jij zult de overlevering op gang brengen
Jij zult leven, sterven en opstaan, zoals je Heer.

Dank zij die overlevering zullen alle volkeren, ja zelfs het volk van
Venhuizen, ervan horen dat ze op de berg van de Heer kunnen leren hoe het
menselijk bestaan een kwaliteitsleven kan worden.
Door te vertrouwen op verhalen… verhalen die een weg wijzen –
ook waar nog geen begaanbare wegen zijn aangelegd.

Groot is de wereld en lang duurt de tijd, klein zijn de voeten
die gaan waar geen wegen gaan – overal heen…
Overal? Ja, naar al die andere volkeren!
Ook zij moeten het weten: De Heer is opgestaan!
Het is  bijna Pinksteren

 

Dat het zo mag zijn.

AMEN.