Pinksteren

Gemeente van onze Heer Jezus Christus
Lieve mensen van God.



Vandaag de dag is het fatsoen ver te zoeken.
Nee dan vroeger, die goeie ouwe tijd.
Vroeger was Bethlehem fantastisch
maar de mensen zijn dat tegenwoordig kwijt.

Vroeger had ik tafels vol met eten.
We gaven feesten, ter ere van het brood
nu kunnen wij dat feesten wel vergeten
we zitten met zijn allen in de hongersnood.

Die goeie ouwe tijd was machtig
mirakels leuk, fantastisch, werkelijk waar
Maar nu,  zo na een jaar of tachtig
zijn wij met Bethlehem wel klaar.

Deze regels zijn ontleend aan een musical over Ruth.
Die musical voert de vrouwen van Bethlehem,
die we in vers 19 en 20 tegenkwamen bij de terugkeer van Noömi,
alvast op, bij haar vertrek naar Moab.

Het lied vertelt hoe Bethlehem er op dat moment aan toe is.
Een al nostalgie. Een intens heimwee naar het verleden.
Toen… ja toen… toen was alles beter!
Toen deed de stad haar naam nog eer aan:
Bethlehem – Beth Lechem – Huis van Brood.
Bethlehem  – Broodhuis.

Een bloeiende joodse stad, Israëls welvaren
Maar dat zijn de inwoners tegenwoordig kwijt… letterlijk.
Er heerst hongersnood in Broodhuis.

Nee dan vroeger… Vroeger ging men naar de synagoge
werd de sabbat aan de Here God gewijd
Wie draagt er tegenwoordig nog een keppel?
de mensen zijn dat tegenwoordig kwijt.

Herkent u ook iets van eigen heimwee?
Heimwee naar voorbije jaren, toen alles nog was zoals het hoort!  

Vroeger… ja vroeger, heel vroeger toen was ook in de kerk alles nog duidelijk.
Je ging naar de zondagsschool, daar leerde je de Bijbelse verhalen kennen
en natuurlijk op de christelijke school en op de club en thuis aan tafel en
daarna was er de catechisatie waar je de kerkelijke leer kreeg onderwezen.
Als je de antwoorden op alle vragen van de Heidelbergse catechismus
voldoende had geleerd, dan mocht je lidmaat worden.
Je deed geen belijdenis…  Nee, je werd aangenomen!  
Als je was aangenomen, mocht je aan het avondmaal.

Als je al die stadia met goed gevolg had doorlopen,
was je voldoende aangepast om zitting te nemen in de kerkenraad.
Je kwam dan op  tweetal te staan en werd al dan niet gekozen als ambtsdrager.
Toen had je als gemeentelid nog iets te kiezen.
Groen-Links zou jaloers zijn geweest.

Als er verkiezingen waren stemde je als gereformeerde op de A.R.P. , als
katholiek op de K.V.P. en als hervormde op de C.H.U; al trof je daar op rechts
ook S.G.P-ers  en op links christensocialisten aan.
De kerk stond machtig in het midden.

We hadden ook drie vakbonden, drie soorten scholen, drie kruisverenigingen,
wij hadden er van alles drie: Een neutrale, een katholieke en een protestantse.
De kerk stond machtig in het midden.

De dingen waren duidelijk. Je wist waar je aan toe was…
dat zijn de mensen zijn dat tegenwoordig kwijt.
En de kerk staat niet meer in het midden
en is haar machtspositie al decennia kwijt.

Ik zal er niet om treuren. Integendeel,
maar er bestaat nog wel heimwee naar die tijd.
Het is blijkbaar van alle tijden. Het komt al voor in het boek Ruth.
Dat boek – het staat voor de komende weken op het rooster –
is trouwens helemaal  veel actueler dan
je op het eerste gezicht zou zeggen.

                                                                 
*   *   *

Om dat te doorzien moet u weten, dat Bijbelse namen veel meer zijn dan… zomaar een naam.
Elimelech, Noömi en hun zonen hadden ook ergens anders kunnen wonen, maar de
schrijver situeert hen heel bewust in “broodhuis”, waar geen brood is.
Bethlehems broodtrommel is leeg. Gevolg: honger.

Brood is een allereerste levensbehoefte.
In oosterse verhalen staat brood vaak symbool voor…. goddelijke woorden.
Een mens kan niet zonder de aanwijzingen van zijn God…
Israël kan gene kwaliteitsleven lijden zonder Thora en profeten.
Dus als Bethlehem zonder brood zit,
zit “Broodhuis” zonder de woorden,
waarop het zich oriënteren kan.  

De oriëntatie op Thora is er niet meer.
Gods woorden zijn betekenisloos geworden.
Ze geven niet langer richting aan het leven. Idealen verbleken.
Waarom zou je streven naar kwaliteit van leven in een veelbelovend land?
Als de Bijbelse beloften op de achtergrond raken, vervaagt de toekomst.  

De naam Elimelech betekent: Mijn God is koning.
Maar waarom zou een man met een zo veelbelovende naam blijven in een land waar
de woorden van die Koninklijke God niets meer betekenen? 
Waarom zou je blijven wonen in een broodhuis waar geen brood meer is?
Er rest Elimelech nog maar een ding: Vluchten!
Vluchten voor de honger…  Het vege lijf
redden … van hemzelf, zijn vrouw en zijn zonen: Machlon (de zieke) en Chiljon
(de zwakke). De toekomst van het geslacht Elimelech hangt aan een zijden draad.

Wie noemt zijn kinderen, zij toekomst dus, nou “de zieke” en “de zwakke”?
Dat doet alleen een schrijver van verhalen. Die gebruikt namen om iets te
vertellen over de dragers van die naam. De toekomst van “mijn God is koning” is
ziek en zwak. Het is crisis in Bethlehem. Waar moet dat heen?

Een vader en een moeder vluchten omwille van hun kinderen voor de honger.
Wij noemen dat tegenwoordig economische vluchtelingen,
gelukszoekers, volk dat moet worden teruggestuurd.

Ja, zo spreken Gods kinderen over hun broertjes en zusjes als de woorden,
waarop ze zich zouden kunnen oriënteren, geen rol meer mogen spelen.

Het zijn dappere mensen, die omwille van een toekomstig kwaliteitsleven,
alles achterlaten: hun bezit, hun familie, hun goede en slechte gewoontes.
Het zijn mensen als Abraham en Mozes en Jezus, die uittrekken uit het land
van de afgoden, de slavernij en de dood. We zien ook in onze tijd mensen die letterlijk uittrekken, uit Somalië , Irak en uit Afghanistan.
De familie Elimelech vindt in Moab gastvrij onthaal.
Een klein boekje, het boek Ruth!  Ons geschonken ter oriëntatie.

We zien ook in onze tijd mensen die letterlijk uittrekken uit allerlei situaties waarin ze gevangen zitten: verslavingen aan drugs en alcohol; maar vergeet de workoholics niet en de mensen , die maar niet buiten hun i-phones kunnen.
Je losmaken van zulke vastgeroeste patronen, is helemaal niet eenvoudig.
God geve hen ergens – in de kerk bijvoorbeeld – een gastvrij onthaal.
Een klein boekje, het boek Ruth!  Ons geschonken ter oriëntatie.

De toekomst van “mijn God is koning” ligt niet in Moab.
De zonen trouwen weliswaar maar krijgen geen kinderen.
De traditie sterft uit, zo lijkt het.
Als Noömi terug gaat, raadt ze haar schoondochters aan in Moab te blijven.
Orpa doet dat op het laatste moment, maar Ruth gaat met Noömi mee!

Ruth maakt zich onsterfelijk met haar uitspraak:
Uw volk is mijn volk en uw God is mijn God!
Ik ben op weg ben naar een land, waar mensen wonen zoals jij,
Noömi (lieflijke); Ik wil – samen met jou – in dat land… wonen!
Ik ben op weg ben naar een land waar mensen leven met hun God,
zoals jij leeft met jouw God, Noömi. Ik wil in dat land wonen – samen met
jou! 

Heeft Noömi dan zo’n indruk gemaakt? Ze geeft God de schuld van alle narigheid die haar is overkomen. Ze wil zelfs haar naam “Lieflijke” veranderen in “Mara” – bitterheid! Noömi weet dat er weer is geoogst in Bethlehem… maar zegt toch: Noem mij maar Mara!

Noömi weet dat de oriëntatie op Thora weer opgeld doet, maar zegt niettemin:
noem mij maar Mara, want de Heer heeft mij bitterheid aangedaan! Er zijn periodes in een mensenleven, waar geen doorkomen aan is, woestijnperiodes waar we God verantwoordelijk voor houden. 
En toch….
Het zou mij niet verbazen als Ruth, die toch ook het een en ander heeft
meegemaakt,  juist daar van onder de indruk is.

Ruth heeft ook de nodige bitterheid te verwerken gekregen en ze ontdekt dat
Noömi  -zelfs met haar verbittering terecht kan bij God.

Ja dat mag… je mag God de schuld geven!
Je mag de Heer ter verantwoording roepen… 
Je mag best een keer hartgrondig schelden op de Heer…
Je mag best een keer hard gillend weglopen als je broodhuis leeg blijkt te zijn…

Er komt een dag dat je de geest krijgt en terug wilt keren.
Er komt een dag dat de mensen om je heen zullen zeggen…
Wat goed dat jij je oriëntatie weer hebt gevonden,
dat je weer weet wat je wilt en waarom;
wat goed dat je je weer laat inspireren door die Ene, die ontzagwekkende, maar
o zo lieve God, die zijn woord gestand doet, omdat hij van mensen houdt, zoals
ze zijn.

Gods woorden slaan niet hol op lege vaten, want Zijn liefde gaat alles te
boven; die kracht is zo sterk dat ze zelfs de berg van Noömi ’s bitterheid  verzet.
Maar nu grijp ik ver vooruit…  De komende
weken staat het boek Ruth ook nog op het rooster.

 

In Handelingen 2 wordt ons echter iets soortgelijks verteld.
De bitterheid van de discipelen is groot. Het kan tien keer Pinksteren zijn
geworden, maar waarom zouden ze een blij en vrolijk oogstfeest vieren,
als Jezus er niet is, met zijn bemoedigende woorden en zijn prachtige verhalen.

Waar moeten ze heen? Wat moeten ze doen? |
Wie zal hen de oriëntatie bieden, die ze altijd aan Jezus’ woorden ontleenden?  Toen ze hem volgden, wisten ze tenminste waar ze
mee bezig waren…
Er was een stip aan de horizon. Het koninkrijk van God…
Dat was hun oriëntatiepunt

Maar nu? Weg oriëntatiepunt. Een doelloos leven. Het gevoel van nergens meer
toe dienen. Het lege nestsyndroom … Wat een bitterheid.
Ook al wordt het oogstfeest  in alle vrolijkheid gevierd in Jeruzalem…
Noem ons maar Mara!…
Ook al heeft Jezus ons opnieuw geleerd ons te oriënteren op Thora;
Noem ons maar Mara, wij vinden het maar niks, zo zonder Jezus!

Maar dan, zomaar ineens waait er een andere wind door de feestzaal.
Alle zinnetjes die klonken als: er is niets meer aan, of ik heb geen zin  of
ik ga lekker naar huis en doe de deur op slot die waaien uit hun hoofd.

Ze veranderen in hoera-achtige woorden en zinnen. Zinnen die kriebelen en prikkelen.  Zinnen die vrolijk maken!
Alle mensen begrijpen elkaar in alle talen…
Kijk een joodse vrouw uit Bethlehem praat met een allochtoon uit Moab…
Kijk een Somalische vluchteling kletst met een boer van het Grunninger land.

Moet je daar kijken: Daar smeedt een groep christenen uit drie kerken in Andijk een plan. Ze gaan samen een maaltijdproject opzetten, zodat mensen die vaak alleen eten, dat samen met anderen kunnen doen.
Ze zetten een project op voor jongerenpastoraat.
Gereformeerden en katholieken en protestanten uit Andijk en Wervershoof.
Ze praten zo vaak langs elkaar heen, maar vandaag niet. Ze zijn er vol van!
Vol van wat? Vol van God – enthousiast!

Ze staan in vuur en vlam, omdat ze nieuwe mogelijkheden zien om kerk te zijn voor elkaar en met elkaar en voor alle de mensen in onze dorpen.
Voor iedereen, die dat wil.  Voor iedereen die mee wil doen.

Er zijn in de oecumene momenten waarop je zou zeggen: Noem mij maar Mara.
Dat is, althans voor mij, als de animositeit tussen de geloofsgemeenschappen weer
eens boven komt. Dat zijn de momenten dat we ons opsluiten in ons eigen huis.
Ramen en deuren gesloten. We verstoppen ons achter de deuren van ons eigen
gelijk, achter de luiken van onze zelfgenoegzaamheid.

Dan zoeken niet eens meer naar de ander.
Dan hebben we genoeg aan onszelf.
Op zulke momenten zoeken we ook niet naar de ANDER
Dat blijkt ons broodtrommeltje leeg.
Maar zoals de Heer Noomi wist te vinden in Moab…
zo haalt hij zijn discipelen achter die luiken en deuren vandaan.

Dat zijn de momenten waarop het Woord ons bij de kraag grijpt
en de Geest vrijuit  door onze brains begint te stormen.

Dan ontspringt er nieuw leven…  dan wordt de kerk weer een factor in de samenleving. Nee nee geen machtsfactor… alsjeblieft
maar wel een plek ter oriëntatie
op die stip aan de horizon.

Een kerk die de mensen in onze dorpen het perspectief biedt
dat ze lang hebben gezocht in zaken als economische groei
in koopkrachtplaatjes en op hebzucht gebaseerde politiek
van zowel links als rechts.


Gods kninkrijk van recht en vrede is de enige stip aan de horizon
die zelfs blijft staan als banken omvallen en landen failliet gaan

Geve de Heer dat wij en vele anderen ons daarop oriënteren
tot eer van zijn hoogheilige naam en tot heil van mensen.

Dat Het Zo Mag Zijn

Amen.