Trinitatis

Gemeente van onze Heer Jezus Christus

Ik heb me in het verleden, op de eerste zondag na Pinksteren wel eens laten
verleiden tot een preek over het dogma van de drie-eenheid.
Het was een intense worsteling, zowel voor mezelf bij de voorbereiding, als
voor de gemeente die hem te horen kreeg. 
Ik zal u niet vermoeien met dogmatiek, maar ik begin wel iets te
vertellen over twee wetenschappers.  

Rudolf Otto was een godsdienstwetenschapper. Hij leefde van 1869-1937 en bestudeerde het verschijnsel godsdienst.  Hij zei: de kern van elke religie is
het heilige. Hij gebruikte Latijnse termen om twee belangrijke kenmerken van het Heilige te beschrijven, t.w. tremendum en fascinans. 

Tremendum kun je het best vertalen met ontzagwekkend.
Fascinans heeft te maken fascinatie, gefascineerd zijn door…
Het Heilige trekt je aan, maar tegelijk houdt het je op afstand.
Je ben blij met Het Heilige en tegelijk heb je er veel ontzag voor.
In Jodendom, Christendom en de Islam noemt men het Heilige: God.  

Mozes ziet de struik in brand staan en denkt:
Ik ga dat wonderlijke verschijnsel eens van dichtbij bekijken.
Het trekt hem aan; Het wekt zijn nieuwsgierigheid. Hij gaat erop af. Maar dan
is er die stem uit de struik: ‘Mozes! Mozes! Kom niet dichterbij,’ en trek je
sandalen uit, want de grond waarop je staat, is heilig.

Ziet u: Het Heilige is fascinerend, het is letterlijk aantrekkelijk,
maar het dwingt tegelijkertijd tot afstand; bescheidenheid; je plaats weten,
ontzag!  God manifesteert zich als “de
ontzagwekkende” en als de “fascinerende.”

Persoonlijk vind ik dat mooie woorden, omdat ze de verhoudingen helder maken. Die
woorden laten iets zien van onze nietigheid tegenover die grote, ontzagwekkende
God en tegelijk zijn we gefascineerd door zijn bemoeienis met ons leven, door
zijn onvoorwaardelijke liefde voor de kroon van zijn schepping: de mens.

 

Karl Barth was een Zwitsers theoloog, die leefde van 1886 – 1968.
Waar Rudolf Otto als godsdienstwetenschapper vooral afging op de religieuze ervaring, was Barth veel meer een dogmatisch theoloog,die uitging van de Schriften en van de ervaring als basis van geloof niets moest hebben.
Daar heeft hij, o.a. in nazi-Duitsland, teveel narigheid van gezien.

Volgens Barth moeten we het doen met de openbaring.
Barth las de Bijbel en noemde God “Der Ganz Andere”.
Voor hem was de God van Israël met niets of niemand te verglijken. Sterker nog,
wij kunnen deze God met geen mogelijkheid vatten,
niet in woorden, niet in beelden in helemaal niets.
En die niet-te-kennen God openbaart zich aan de mensheid.
God openbaart zich, zegt Barth, in de loop van de geschiedenis
op drie manieren:
De wereld wordt iets van God gewaar door zijn Woord;
De wereld wordt iets van God gewaar door Jezus van Nazareth
De wereld wordt iets van God gewaar door… door de gemeente.

God openbaart zich door zijn Woord.
God openbaart zich in de Bijbel.
Door de verhalen te lezen waarin het gaat over mensen zoals u en ik.
Abraham en Sara; Mozes en Mirjam; David en Batseba;  Ezechiël en Esther; enfin noem ze maar op…
Door ons te spiegelen aan de Schriften, kunnen wij Gods droom met de wereld op
het spoor komen…en leren hoe we daar een bijdrage aan kunnen leveren.

God openbaart zich door Jezus van Nazareth

In het doen en laten van Jezus mogen we God herkennen.
In het spreken en zwijgen van de man uit Nazareth laat de Eeuwige zien wie Hij
is. Ook daarin toont hij ons, hoe je kunt leven.
Leven met een kwaliteit, die je eeuwig kunt noemen.  
Jezus leefde zo’n kwaliteitsleven…
Een bestaan dat God ook voor ons in petto heeft.

God openbaart zich door zijn gemeente
In het doen en laten van de gemeente, zegt Barth, in het spreken en zwijgen van
de wereldwijde kerk, laat de Eeuwige zien wie Hij is.
Ook daarin mag duidelijk worden op welke manier het leven geleefd kan worden,
met een kwaliteit die je “eeuwig” kunt noemen. Dat is nogal wat! Christenen die
het goed met zichzelf getroffen hebben,
beschouwen dat als een bevestiging van hun manier van leven… anderen beschouwen
het als een geweldige uitdaging!

De gemeente leest de Woorden.
Die kent ze dank zij de Zoon!
En ze leeft ernaar door de Geest van Pinksteren,
die overigens in Genesis 1 al boven de wateren zweeft. (maar dat terzijde)

Als we Paulus mogen geloven, doet die Geest iets me onze wil.
Broeders en zusters, we hoeven ons niet
langer te laten leiden door onze eigen wil. Als u dat wel doet, zult u zeker sterven.
Als u echter uw zondige wil doodt door de Geest, zult u leven. Allen die door
de Geest van God worden geleid, zijn kinderen van God.
Broeders en zusters, we hoeven ons niet langer te laten leiden door onze eigen
wil. Paulus heeft geen hoge pet op van de menselijke wil.
Hij raadt ons aan om onze eigen zondige wil te doden.

Wij, calvinisten van de 21-ste eeuw, kunnen dat woord zonde niet meer
horen.  Het is ook veel te lang gebruikt
door moraliserende dominees, die maar bleven hameren op onze zondigheid.
In de opvoeding noemden we allerlei kleine ondeugden zonde!
Toen blijkbaar een goede strategie om kids in het gareel te houden.

Men maakte mensen bang, om ze tot fatsoen te brengen.

Maar zonde is iets anders, iets veel fundamentelers dan
snoepen uit de suikerpot:  zonde is “je doel missen” –  “niet tot je recht komen.”
Dingen doen waardoor anderen niet tot hun recht komen, dat is zonde.
Leven op een manier waardoor jij – of een ander – je doel mist, niet tot je
bestemming komt, dat is zonde!
Vrouwenkiesrecht verhinderen, is zonde omdat daardoor de helft van de mensheid
niet tot haar recht komt!
Mensenhandel dat is zonde! Mensen zijn niet bedoeld als handelswaar.
Geweld gebruiken tegen je eigen bevolking, zoals in Syrië. Dat is zonde, want
kinderen worden niet geboren als 
kanonnenvlees.
Afrika komt maar moeizaam tot ontwikkeling , omdat wij huizenhoge tolmuren
hebben gebouwd rondom het fort Europa.
De ontwikkelingshulp afbouwen en de tolmuren laten staan:
Dat is zonde!

Als we ons bij de inrichting van onze samenleving niets aantrekken van  die Gans Andere God, zullen we zeker sterven,schrijft Paulus.
Dat sterven moet je niet al te letterlijk,  maar wel heel serieus nemen. Het gaat erom dat degene die Gods manier van leven afwijst,op dood spoor raakt.
Wie zijn eigen zondige wil laat prevaleren boven de droom van God,
die zorgt ervoor hij geen leven heeft… en ander ook niet!
Zo’n zondaar is misschien zelfs rijk en machtig, maar kwaliteit?
Nee, de kwaliteit van leven, die we eeuwig noemen, die ontbreekt.

Ja maar… ja maar… zult u zeggen. Kunnen wij daar wat doen?
Kunnen wij ervoor zorgen dat Gods wil gedaan wordt in de samenleving? Daar kun
je een keer per vier jaar – en tegenwoordig zelfs vaker – een grote bijdrage
aan leveren. Door je stem uit te brengen bij verkiezingen en je keuze laten
bepalen door de gedachte, dat alle mensen kinderen van God zijn. Ook
die in Afrika, ook die in Syrië en in Griekenland.

Alle mensen kinderen van God. De aarde is niet 
ons eigendom, we zijn rentmeesters 
en als gemeente de plaatsbekleders van God op aarde.
Wie  zo zijn keuzes maakt zet eigen belangen tussen haakjes.

Wie Gods droom betrekt in haar stemgedrag, kijkt niet alleen naar wat morgen
het meeste oplevert. Zullen onze kinderen en onze kleinkinderen straks tot hun
recht kunnen komen? Zullen kinderen in Afrika ook naar school kunnen gaan? Daarover gaat het op 12 september.

God spreekt door zijn woord, door zijn zoon en door de kerk.
In de peilingen staan twee anti-europa partijen aan kop.
We staan op het punt om 65 jaar vrede en welvaart door het putje van het populisme
te spoelen…
Blijft de gemeente, de kerk zwijgend aan de zijlijn staan?
We zullen het er met elkaar over moeten hebben voor 12 september.
Nee geen stemadviezen!
Maar juist in de gemeente zou de vraag op tafel moeten komen:
Wat wil de Heer dat we doen zullen? Laten we het met elkaar hebben  over onze geloofsargumenten, bij het bepalen van onze keuze.

Daar hoeven we het niet over eens te worden,
maar als we er zelfs niet meer over nadenken,
als we elkaar daarop niet meer op durven aanspreken uit angst voor ruzie en
onenigheid in de gemeente, hoe zullen we dan ooit iets van God laten zien in deze wereld.

Wij zijn geroepen de zonde te bestrijden; niet als fatsoensrakkers maar als
strijders voor recht en vrede en tegen mensenhandel, discriminatie en andere
rottigheid, waardoor mensen niet tot hun recht komen. We zijn geroepen de kwaliteit van onze maatschappij te bevorderen, als mensen die met Gods droom in het achterhoofd naar de wereld kijken… Nog even terug naar Paulus’ Romeinenbief.

We zijn niet meer zo gek op Paulus, maar hij schrijft dat we de Geest niet hebben ontvangen om slaaf van de angst te zijn.
Dat klinkt actueel. Angst speelt een hoofdrol in de samenleving.
De angst wordt aangewakkerd door politici en media.  
Als je slaaf wordt van die angst, ben je geen kind van God, zegt Paulus.
Dat is ook niet niks!

Wie kind van Godis, is een kind van de grote bevrijder, die mensen tot hun recht laat komen.
Een kind van de grote bevrijder, die mensen tot hun bestemming brengt.
De ontmoeting bij de braambos, is het begin van een bevrijdingsverhaal dat zijn
weerga niet kent en de wereld over is gegaan.
Kinderen van God staan in de vrijheid.

Die zijn niet verslaafd aan natuurgoden, die angsten exploiteren
Ze zijn niet verslaafd aan de macht, zoals de farao,
Ze laten zicht niet grijpen in de greep van de graaiers
die elke norm uit het oog verliezen als ze dollar- of eurotekens zien.
Ze zitten niet gevangen in vijandsdenken.

Ons leven zou er een stuk beter uitzien, als we ons niet bang lieten maken. Ik krijg
volgend jaar mijn pensioen van het ABP. (Ik heb een verleden in het onderwijs).
Ik kreeg pasgeleden een brief.

Daarin staat dat het ABP misschien 0,5% op mijn pensioen moet korten.
In plaats van elke 200 euro, krijg ik er maar 199. Het is toch wat…!
Men probeert  ons bang te maken… omdat we minder geld krijgen!
Maar dat lukt ze niet, want we hebben de Geest niet ontvangen om als slaven van mammon in angst te leven!
We hebben de Geest ontvangen om Gods kinderen te zijn…niet die van de geldgod!  

Mensen die de Geest ontvingen,  leven als zijn kinderen: eenvoudig en vol vertrouwen: Vader God zorgt voor ons. De Gans Andere God is onze  ‘Abba, Vader.’

We lazen vorige week in Andijk  het Pinksterverhaal uit een kinderbijbel.
Dat ging ongeveer zo: Het was feest in Jeruzalem… Oogstfeest.
De vrienden van Jezus waren er wel, maar feest vieren? Ho maar!
Zonder Jezus zeker. Nee, zonder Jezus zal het nooit meer feest zijn.
Niet voor Petrus … en ook niet voor de andere vrienden.  

Er spelen allerlei zeur-zinnetjes door hun hoofd:
ik ben zielig want mijn vriend Jezus is er niet meer bij
of  – 
er is niets meer aan
,  of –  ik heb geen zin   of – 
ik ga lekker naar huis en doe de deur op slot

Maar dan, zomaar ineens waait er een heel andere wind door de feestzaal. Die
zeur-zinnetjes waaien uit hun hoofd….
ze veranderen in hoera-achtige woorden en zinnen.
Zinnen die kriebelen en prikkelen. Het zijn zinnen die vrolijk maken!
De Geest schept optimisme, de Geest maakt mogelijkheden zichtbaar: kwaliteit
van leven. De Geest stelt ons in staat kwaliteit te creëren, die we eeuwig noemen.
Er klinken woorden als scheppen, creëren, kwaliteit, eeuwig leven.
Dat zijn de Hoera-woorden uit de kinderbbijbel.
We mogen leven als schepper naast God!
Die Geest, die spirit, brengt ons eeuwig leven! 

Hier en nu! Crisis noch kerkverlating krijgen ons klein,
want wij hebben een droom… en die hebben we niet van onszelf
die komt van Abba, vader.

Paulus zegt:

Nu we zijn kinderen zijn, zijn we ook
zijn erfgenamen van God. Samen met Christus zijn wij erfgenamen: wij moeten
delen in zijn lijden om met hem te kunnen delen in Gods luister.

Gods kinderen, bevrijde mensen, voor wie leven ook de moeite waard is.
We weten allemaal, gelovig of niet, dat leven moeite kost.
God heeft ons laten zien dat Hij deelt in onze moeite.
Hij openbaart zich in Jezus, als een die het lijden van de mensheid doorstaat. Dat
is pas echt uniek. Dat is echt GANZ ANDERS.
Dat maakt een leven zoals Hij bedoelt voluit: De moeite waard.

We mogen, als erfgenamen van God, delen in het lijden van onze broers en zussen
waar ook ter wereld;  Dat kost moeite, maar het is de moeite waard! Zo’’n leven is een kwaliteitsleven… Dat heet : Eeuwig leven!

We mogen de nieuwe week ingaan, als kinderen van God, zoekend naar kwaliteit
van leven. Bemoedigd door de woorden die hier vanmorgen klonken, mogen we in de
komende week – en in het nieuwe seizoen –  weer die geweldige uitdaging aangaan: Gemeente-zijn
als openbaring van God zelf. God manifesteert zich in het leven van de mensen
in Westwoud… door jullie, met zijn allen: Lieve mensen van God!
Zijn gemeente!

Dat het zo mag zijn.
Amen.