Job en de storm

Lezingen: Job 30: 15-26 en 38:1
               Marcus 4: 35-41

Gemeente van onze Heer Jezus Christus.
Lieve mensen van God.

Soms hoor je en lees je over mensen die een geloofsstrijd voeren.
Ze maken zulke vreselijke dingen mee,
dat ze de grootste moeite hebben om hun geloof bewaren.

En dan bedoel ik met geloven nog niet eens zo zeer
het aannemen dat er een God bestaat;
maar vooral het vertrouwen dat die God
de dingen uiteindelijk ten goede keert.
Er zijn momenten in je leven
dat je dat graag zou willen blijven geloven,
maar het bijna – of zelfs helemaal – niet kunt.


In de eerste lezing waren we daar getuige van.
We hoorden Job zijn klacht uiten.
Hij schreeuwt het uit naar God:
In vers 20 bijvoorbeeld:
Ik roep u om hulp, maar u antwoordt niet;
ik sta voor u, maar u wilt mij niet zien.
En vers 21 krijgt God zelfs de schuld:
U bent wreed voor mij geworden,
met al uw kracht hebt u zich tegen mij gekeerd.

Job slingert – ook in de volgende verzen –
zijn wanhoop voor Gods aangezicht.
Het is een groot Kyrie gebed.
Hij voelt zich duidelijk bedreigd door…

Ja, door wie of door wat eigenlijk?
Door God?
Hij raakt zijn bezit helemaal kwijt.
Zijn oudedagsvoorziening gaat in rook op
Hij verliest zijn kinderen aan de dood!
Alles waar hij ooit voor heeft geleefd en gewerkt,
wordt hem uit handen geslagen…
blijft die vraag: door wie of door wat eigenlijk?  

Hij ervaart iets wat zich als bovenmenselijk
groot en sterk manifesteert…
Het wordt hem aangedaan, zo voelt hij dat, door iemand
die zoveel groter en sterker lijkt dan hijzelf.
iets dat zo intimiderend overkomt,
en waardoor hij zo volledig geïmponeerd raakt…
dat hij het verwart met… God.

Jobs klacht is die van een totaal ontredderd mens,
Hij is teleurgesteld door de gebeurtenissen
teleurgesteld in mensen, die hij als zijn vrienden beschouwde
teleurgesteld omdat hij meende er goed aan te doen
om te leven op een manier die God graag ziet:
Hij leeft als een man die goed is voor zijn kinderen,
goed is voor zijn personeel
een man die omziet naar de armen en de verdrukten…
Hij leefde als een boer die goed is voor zijn dieren
en zorgt voor zichzelf en zijn medemensen.

Die man ziet hoe al het goede van zijn leven
door het rioolputje wordt gehaald en vindt zichzelf terug
op de mestvaalt van het leven.
Wie kan er dan nog vertrouwen opbrengen
in de mensheid?
Daar zou je toch je geloof bij verliezen…
Zoals gezegd: Job schreeuwt het uit!

De mensen die het leesrooster hebben gemaakt,
voegden aan Jobs klacht uit hoofdstuk 30 een regel uit hoofdstuk 38 toe:
en de Heer antwoordde JOB vanuit de storm…
om dan vervolgens als tweede lezing het verhaal over de storm op het meer in
het rooster op te nemen. De Heer antwoordde vanuit de storm…

We schakelen zomaar ineens over van het Oude Testament
naar het Nieuwe Testament en komen uit bij het meer van Galilea.

Op dat meer kan het gigantisch stormen.
Dat komt door de ligging.
Het wateroppervlak ligt ruim 200 meter beneden de zeespiegel.
Daarbij vergeleken is ons polderland dus een hooggelegen gebied.

Het meer vormt, samen met de bergen eromheen een diepe kom. 

Als de zon de hele dag in die kom schijnt,
wordt de lucht daar sterk opgewamd.
Warme lucht stijgt op.
Boven het water ontstaat een lagedrukgebied.
Als het ’s avond afkoelt, neemt die opwaartse stroom af
en krijgt koude lucht de kans om dat lage drukgebied in een klap op te vullen.
Zo ontstaan er valwinden.
Die valwinden kunnen van het ene moment op het andere opsteken
en verdwijnen net zo plotseling als ze gekomen zijn.

De Bijbel gebruikt het beeld van de wind wel vaker
als het Gods stem of Gods aanwezigheid wil aanduiden;
maar bij de deze winden, die a.h.w. van bovenaf op je vallen,
wordt dat beeld van God die spreekt door de storm
nog eens extra versterkt.  

Het gaat slechts om een beeld, maar niettemin:
De Heer antwoordde Job vanuit de storm…
en u kent de afloop van het verhaal:
Job behoudt – na een zware strijd – zijn geloof,
zijn vertrouwen op die ene God
en zijn leven wordt hersteld.

Maar ja, dat is Job! Dat is een held.
Die zit zelfs op mestvaalt nog met een rechte rug
Althans zo heeft beeldhouwer Karel Gomes hem verbeeld in de Bijbelse
beeldentuin in Hoofddorp.
Job is een geloofsheld, maar hoe zit dat bij gewone mensen? 
Hoe gaat een gewone visser of een voormalige tollenaar daarmee om?
of een gepensioneerde ambtenaar, een leraar of een huisvrouw?

Hoe gaan de discipelen van Jezus om met dreiging?
Ze worden bang… doodsbang!

Terwijl die valwinden de golven steeds hoger opzwepen
en hun bootje dieper en dieper het woelige water in drukken,
ligt Jezus te slapen op een kussen achter in de boot.

Het bootje loopt vol water…
het is pompen of verzuipen.
Het is een uiterst precaire situatie.
De paniek slaat toe, zelfs bij de ervaren vissers onder hen.
En Jezus slaapt… Die is er even niet; die helpt niet met hozen.

Ze maken hem wakker en gooien hem hun verwijten voor zijn voeten:
Kan het U dan helemaal niet schelen dat we ondergaan?

In eerste instantie reageert Jezus daar niet eens op.
Pas nadat hij water en wind tot de orde heeft geroepen,
is er die vraag: Waarom zo bang?
Geloven jullie nou nog steeds niet?
Die vraag naar het kleine geloof van de discipelen,
komt vaker voor bij Marcus.
Hij zet de discipelen duidelijk neer als heel gewone mensen,
met alle lek en gebrek dat aan hen kleeft. Het zijn geen helden zoals Job…
Het zijn heel gewone mensen, zoals u en ik,
die zich – zeker in eerste instantie – laten imponeren door het machtsvertoon van
kwaadwillende krachten, verbeeld in die storm.

En Jezus zelf?
Met volgelingen die al in paniek raken bij natuurverschijnselen,
schiet Gods koninkrijk natuurlijk niet echt op.
Maar Jezus Messias heeft haast.

Hij lijkt te worden gehinderd in zijn missionaire vaart.
Hij heeft hun ondersteuning nodig,
om de strijd tegen onrecht en onderdrukking te kunnen voeren.
Hij heeft hun solidariteit nodig
om allerlei vormen van bedreiging het hoofd te kunnen bieden.
Hij heeft hun vertrouwen nodig  om met
gezag te kunnen optreden tegen de kwade machten in deze wereld.

Maar in deze momenten van pure angst
ontbreekt het de vrienden van Jezus aan geloof.
Op het moment dat ze zich volledig laten intimideren
door het woelige water van de zee en het gebulder van de storm –
ontbreekt het aan vertrouwen.

Hou me ten goede… ik spreek geen oordeel uit over de angsten van de mensen in
de oude verhalen? Ik zal er geen kwaad woord over zeggen,
noch over Job, noch over de discipelen. Eens te meer blijken de oude verhalen
te vertellen over heel gewone mensen, die heel herkenbare dingen meemaken.
Oordeel niet, je naaste is als jij…

Soms lijkt het alsof je als gelovige eigenlijk nooit bang mag zijn.
Dat is onzin, want angst is een heel normale, menselijke reactie.
Er is helemaal niets op tegen om bang te zijn voor reële gevaren.
Angst maakt je alert en in die zin helpt zelfs angst
om je kwaliteit van leven te bewaken.

Maar als de angst de overhand krijgt; als de angst je gedrag gaat bepalen;
als iemand probeert jouw angst uit te buiten, om zijn of haar eigen macht te
bevestigen, zoals je in de politiek vaak ziet gebeuren, dan voel je je zoals de
discipelen in dat bootje.

De discipelen verwijten Jezus dat het hem blijkbaar niets kan schelen dat
ze ondergaan; dat hun leven wordt vernietigd.

Ze verwijten hem dat hij meewerkt aan het werk van de vijand.
De vijand die probeert om de kwaliteit van jouw leven onderuit te halen.
Dit is trouwens de enige keer dat Jezus reddend optreedt t.b.v. zijn eigen
volgelingen.
Hij doet dat alleen als ze hem wantrouwen.
Hij haalt ze weg uit de storm
Hij redt hen uit het lage drukgebied, waar het vertrouwen ontbreekt
en de stormwind van het wantrouwen zich als een valwind  op hen stort.
Hij heeft zijn vrienden nodig: hun ondersteuning, hun solidariteit, hun
vertrouwen.

De Heer spreekt in een storm,
door die storm tot zwijgen te brengen.
Ook hier spreekt de Heer…
niet in het geraas van de stormwind,
niet in de intimidatie van het woelige water
maar in het suizen van een zachte koelte,
net als ooit bij Elia.

Gods aanwezigheid blijkt niet in het geweld,
niet in de intimidatie,
niet daar waar mensen zich groot en sterk voordoen;
niet waar mensen proberen anderen stuk te maken,
Gods aanwezigheid blijkt daar waar de angst wegvloeit
en de mens vraagt:
Wie is toch deze mens, dat zelfs de wind en de zee hem gehoorzamen?

De kern van het verhaal is dan ook die vraag aan het eind:
Wie is deze? Dat zelfs de wind en de zee hem gehoorzamen?
Kijk dat de demonen naar hem luisteren, O.K.
Dat boze geesten voor hem op de loop gaan. Soit
Dat Schriftgeleerden en farizeeën hem niet aankunnen,  het zij zo…
maar wind en water…
Voor beroepsvissers zijn dat immers de meest ontembare, onberekenbare en vooral
ook onbetrouwbare elementen, die je je maar denken kunt.

Geen wonder dat zij vol verwondering vragen:
Wie is toch deze, dat zelfs wind en golven hem gehoorzamen?
Soms zijn mensen al net zo ontembaar, onberekenbaar en onbetrouwbaar… als de
storm en de golven op het meer van Galilea.  
Wie als gelovige in zo’n situatie terecht komt,
geeft natuurlijk de angst een rol, om alert te blijven;
maar diezelfde gelovige  probeert ook
vertrouwen te vinden.
Je kunt de angst overwinnen door dat vertrouwen te voeden.
en je vindt dat vertrouwen in de stilte…

Het gaat erom te leren hoe je, midden in de storm, tot vrede komt.
Leren gaat van au! Het is niet eenvoudig. Je wil het zelf doen…
maar je kunt niet jezelf aan je eigen haren uit het moeras trekken…
Daarvoor is de ander nodig… je partner, je vrienden, mensen die je vertrouwt en
in al die anderen die om je heen staan, mag je DE GANS ANDERE herkennen.
De God die spreekt door de storm, door die te laten zwijgen.

We mogen de vrees voor de ongeleide projectielen inruilen
voor wat in oude vertalingen heet: De vreze des Heren.
Dat heeft niets te maken met bang zijn, de vreze des heren is het
vertrouwensvolle ontzag voor God, dat alle ontzagwekkende fenomenen relativeert.

Ik bedoel gewoon te zeggen: alles wat zich als groot, sterk, angstaanjagend
voordoet, blijkt uiteindelijk – ten overstaan van puur menselijk geloof – niets
voor te stellen: Het wordt weer stil!

Dat het zo mag zijn…

AMEN